Het ‘rare leven’ van alleskunner Jef Last is niet voorbij

Beter staand sterven dan knielend leven. De uitspraak ligt vers in het geheugen na de moord in de Lange Leidse Dwarsstraat, als mantra in de lofzangen op Peter R de Vries, diens onverschrokkenheid, non-conformisme, rechtlijnigheid en eerlijkheid. Deze zelfde uitspraak springt al uit de eerste alinea’s van de inleiding op de biografie van dichter Jef Last, geschreven door Rudi Wester.1 Treffender valt de actualiteit van deze biografie niet te illustreren. Rudy Wester begon eraan in 1986, maar liet dit door werkdruk (ze was onder meer directeur van het Nederlands instituut te Parijs) vervolgens liggen. Nu, ruim dertig jaar later, lijken de overeenkomsten met het heden alleen maar groter.

Veel levens in één.

Bij de eerste keer dat ik het las, was ik geraakt door het veelzijdige leven van Jef Last, maar maakte de biografie zelf mij niet superenthousiast. Na tweede lezing brak de bewondering door. Jef Last heeft zijn leven breed en diep beleefd. Hij leefde chaotisch en wereldwijd. Zijn persoonlijkheid liet veel verschillende facetten zien. Niet alleen is de titel ”Bestaat er een raarder leven dan het mijne?” (citaat van hemzelf) raak gekozen, maar het is een wonder dat het toch nog zo’n relatief overzichtelijk boek van bijna 600 pagina’s heeft opgeleverd.

Hier focus ik op de artistieke en culturele aspecten. De politieke, persoonlijke en nog zoveel andere invalshoeken laat ik buiten beschouwing. Wel jammer natuurlijk, want alleen al zijn politieke carrière, bij sociaaldemocraten, links revolutionairen, communisten en provo’s, is fascinerend. Net als zijn strijdbare wereldburgerschap: kapitein in het republikeinse leger tijdens de Spaanse burgeroorlog, verzetsstrijder in Nederland, geëngageerd docent en journalist in Indonesië. En er was zijn actieve inzet voor de emancipatie van homoseksuelen als medeoprichter van het COC.

Alleskunner

Ook gaan we het hier maar niet hebben over de ongelofelijke keur aan mensen die hij op zijn levenspad tegenkwam. Sommigen werden zijn vrienden. Denk aan Willy Brandt, André Gide, Mohammed Hatta, Soekarno, JP Sartre, Bertolt Brecht, Willem Drees.

Last schreef romans, gedichten, toneel- en hoorspelen, reisverslagen en journalistieke documentaires en maakte vertalingen, rechtstreeks uit onder meer het Frans, Spaans en Chinees. Hij was kenner van de Aziatische cultuur en filosofie. Hij creëerde schilderijen en tekeningen die hij op serieuze plekken exposeerde. Hij maakte werk van cultuurparticipatie toen culturele verheffing van de arbeiders nog een socialistisch item was. Met als verrassend onderdeel de filmeducatie. Hij toerde rond met (‘stomme’) films die hij aan de arbeiders ging uitleggen. Ook bedacht en produceerde hij films, waarin hij zelf ook acteerde.

Intellectueel arbeider

Hoewel Last een intellectueel was, in intellectuele milieus verkeerde en zelfs op latere leeftijd nog promoveerde op de Chinese filosofie, had hij zijn hele leven veel direct contact met arbeiders. Last stak zelf de handen uit de mouwen in de steenkoolmijnen, op het land en op vissersboten, had erotische avontuurtjes met jonge arbeiders. Hij was vooral heel bevlogen gericht op hun maatschappelijke, economische en culturele emancipatie. Hij volgde vanuit de Chinese filosofie het beginsel om daden te verbinden aan opvattingen.

Alleen politieke gedachten opschrijven was onvoldoende. Ze opschrijven was wel noodzakelijk. Citaat: “de betrekkelijke hoogte van ons Nederlands standpunt danken we niet aan de werkzaamheid van de sociaaldemocratie, maar aan de uitbuiting van 62 miljoen slaven in de kolonies, aan de fantastische oorlogswinsten die wij tussen ’14 en ’15 maakten, aan de rooftochten en oorlogen die het Nederlandse bourgeoisie in vroeger eeuwen heeft gevoerd “. 2 Zowel deze aandacht voor de slavernij als het engagement dat hij van de kunst verwachtte zijn erg van deze tijd.

Potemkin

Beste lezer: Donaties zijn nodig!
Je leest dit verhaal gratis. Dat kan dankzij donaties van lezers. Zo blijven we onafhankelijk van subsidies en grote sponsors. Je kunt zelf bepalen wat dit verhaal je waard is. Je bijdrage komt rechtstreeks bij de auteur terecht!
Ondersteun deze auteur!

Doneer aan deze auteur

We maken je donatie rechtstreeks aan de auteur over.
  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Banen en baantjes heeft Last altijd maar kort gehad. Ze eindigden altijd in conflict of teleurstelling. Veelbelovend leek zijn baan, aan het begin van zijn werkzaam leven, als filmleider bij het Instituut voor Arbeiders Ontwikkeling. Het instituut was een gezamenlijk project van SDAP en NVV.

Denk je in dat in 2021 de SP, de PvdA en de FNV zich samen sterk zouden maken voor culturele en intellectuele vorming. De grote bestelbus waarmee Last door het land trok om films te vertonen werd een groot succes. Ook al waren het geen kaskrakers die hij liet zien, maar avant-garde films met een sociale inslag. Last had er een goede neus voor. Hij kocht films desnoods in Parijs en haalde hoogstpersoonlijk uit Moskou Eisensteins film Pantserkruiser Potemkin. Hij ontdekte en toonde de kracht van de films van Joris Ivens. Het filmseizoen werd afgewisseld met verkoop vanuit dezelfde bestelbus (“de Roode Auto”) van serieuze literatuur , uitgegeven door de sociaal-democratische uitgeverij Ontwikkeling (later de Arbeiderspers) .

Politieke kunst

Nadat hij al in de jaren twintig actief ageerde tegen het koloniale beleid in Nederlands Indie, ‘agitpropgedichten’ publiceerde en zich anderszins liet zien als actief lid van de Socialistische Kunstenaarskring, schreef hij het scenario voor de film De Branding, die hij met Joris Ivens maakte. Het kostte hem geld. De film had in Nederland geen succes, maar in het buitenland wel.

O, ja: Je hoeft geen lid te zijn om dit te kunnen lezen. We hebben wel leden nodig om dit te kunnen schrijven. Word daarom nu lid.

Zijn opruiende gedichtenbundels, zoals “Liedjes op de maat van de rottan”, “ Kameraden” en “De wind speelt op het galgetouw” waren voor recensenten moeilijke kost. Kon dat wel: zoveel politiek in de poëzie? Last vond dus van wel en richtte in 1930 de ‘bond van arbeiders en schrijvers tot productie van revolutionaire literatuur’, de bond ‘Links Richten’ op. (Denk hier aan de Bond van Beeldende Kunst Arbeiders van Bonies en Van Bommel, in de jaren ’70). Minder pamflettistisch waren zijn romans met een realistische, documentaire inslag. Desondanks ook een mengvorm die critici vaak moeilijk vonden.

Stalin

In dit ‘rare’ leven paste de episode in de jaren ’30 waarin hij als gast van de Russische schrijversbond in het stalinistische Rusland verbleef. Tot zijn reisgenoten behoorden onder meer de Franse surrealist Louis Aragon. ‘Fellow travelers’ werden zulke sympathisanten van Rusland genoemd, waaronder ook JP Sartre, Heinrich Mann en Joris Ivens. Het was een vergelijkbare idealistische, naïeve steun als die van Harry Mulish, Peter Schat en andere vooraanstaande Nederlandse kunstenaars aan het China van Mao in de jaren ‘70.

Voor Last was de reis door Rusland het beste middel om zijn liefde voor het communisme te verliezen. De schellen vielen hem geleidelijk van de ogen. Intussen bleef hij niet blind voor de Nederlandse koloniale politiek. Hij verbond zich met Anton de Kom om aandacht te vragen voor de situatie in Suriname.

Internationale solidariteit

Rudi Wester richt de schijnwerper regelmatig op Ida Last-Ter Haar, Jefs vrouw. Zij was een stevige, autonome persoonlijkheid, maar naar Jef toe steeds loyaal, ondersteunend en richtinggevend. Ze had haar eigen werk. Ze richtte De Vrolijke Brigade op, kindertheater in Amsterdam met als doel een vrije opvoeding van kinderen door middel van toneelspel. Dat was eerder voor kinderen uit de Jordaan dan uit Amsterdam Zuid bedoeld. Karel en Gerard van het Reve waren lid van het kindergezelschap dat ook buiten Amsterdam optrad, zelfs in het buitenland. Later begon Ida Last het fameuze kindercircus Elleboog. Haar man steunde haar als hij er was, maar Jef was minstens zo veel in het buitenland als in Amsterdam.

Weinig Nederlandse schrijvers hebben zich zo gemakkelijk in het internationale artistieke milieu begeven als Jef Last. De vriendschap die hij met André Gide in Parijs in 1934 sloot duurde tot het einde van Gides leven. Ze correspondeerden, reageerden op elkaars werk, maakten samen reizen, discussieerden over politiek. Waar Last probeerde denken en doen zoveel mogelijk te combineren, was Gide vooral schrijver en theoretisch denker.

Verdediging van cultuur

Op het ‘internationaal schrijverscongres ter verdediging van de cultuur’ in 1935 in Parijs gaf Last, samen met Eduard du Perron en Menno ter Braak, namens Nederland acte de présence. Op dat congres waren onder meer Andre Malraux, JP Sartre, Boris Pasternak, Aldous Huxley en Isaak Babel. Dat niet alleen: er kwamen dagelijks een kleine 3000 toehoorders op af. Over dit congres schreef Last: “voor mij betekent verdediging van de cultuur op dit ogenblik de strijd om de ziel van de jeugd die ons dreigt te ontvluchten “.

In hetzelfde jaar sprak hij, opnieuw in Parijs, op de oprichtingsvergadering van de Association Internationale pour la Defense de la Culture. Ik moest onwillekeurig denken aan de oprichting in Parijs, door onder meer Claude Lelouch, Ariane Mnouchnkine en Patrice Chereau, van de Association Internationale de Defense des artistes victimes de la repression dans le Monde (AIDA) waarvan wij in 1981 een Nederlandse afdeling oprichtten. Ik herinnerde me de meetings bij Mnouchkine op de zolder van de Cartoucherie van het Theatre du Soleil. De gevangen schrijver Vaclav Havel was een van AIDA’s eerste adoptiegevallen. Ook hier bleef de geschiedenis zich herhalen.

Toen Last en Gide in 1936 nogmaals de Sovjet Unie bezochten, ontdekten ze hoe verschillende actieve leden van de Russische schrijversbond inmiddels spoorloos waren verdwenen. Hij bleef kritisch loyaal, maar uiteindelijk kon Last niet anders dan afscheid nemen van het communisme. Dit ‘verraad’ heeft hem flink opgebroken. De rest van zijn leven is hij bekritiseerd, belaagd en belasterd door communistische getrouwen in binnen- en buitenland.

Niet de klasse, maar de mens

Alleen al de episode waarin hij deelnam aan de Spaanse burgeroorlog maakt deze biografie het lezen waard. Last streed aan het front met grote inzet en moed, en ten koste van zijn Nederlandse nationaliteit, maar moest zich ook tegen hardcore stalinisten verdedigen. “Gelukkig ben ik niet bang, noch voor kogels aan het front noch voor die welke van achteren zouden komen.” Zoals veel van zijn ervaringen heeft hij ook het Spaanse avontuur literair vertaald: in “Brieven uit Spanje “(1936)/ “De Spaansche Tragedie” (1938).

Hoewel Last zijn politieke inzet niet opgaf, kwam er toch een omslag in zijn leven: “het jaar 1938 beschouw ik als een breuklijn in mijn leven. Ik schreef mijn boek De Vliegende Hollander als een afsluiting van de tijd waarin ik de kunst vooral zag als wapen in de klassenstrijd. Nu begreep ik: het gaat niet om te klassen, maar om de mens. “3 Rudi Wester citeert de tekst waarmee hij de Spaanse Tragedie afsluit. Het zou zomaar een actuele oproep zou kunnen zijn in deze gepolariseerde tijd van woke en niet- woke: “laat ons het recht op liefde terugwinnen, het recht op eigen overtuiging, het recht op eerbied, zelfs voor de vijand, wanneer wij van zijn eerlijkheid zijn overtuigd. Laat ons vogelvrij worden, in de zin waarin de vogel vrij is. “

Wester schrijft uitgebreid over de optredens van de nieuwe Jef Last in Scandinavië en daarna over zijn leven in de Nederlandse illegaliteit, een leven dat ook zomaar weer een film zou kunnen opleveren. Last zet zijn leven op het spel voor onder meer De Vonk, samen met Vrij Nederland een van de prominentste en effectiefste verzetsbladen. Opvallend: niet tegen de Duitsers gericht, maar tegen nazi-Duitsland.

Chinees spektakel

Het was een krankzinnig leven, permanent op de vlucht, steeds onder dak bij weer andere vrienden en kennissen. Het weerhield hem er niet van te blijven schrijven: romans, gedichten, zelfs kinderboeken. Ook een indringend autobiografisch en filosofisch werk: “Dagboek van een Veroordeelde”. Zijn Chinese levensmotto: “de weg die het past te gaan, is niet de gewone weg “.

Deze ongewone weg zette zich na de oorlog voort. Hij werkte aan een groots Chinees spektakel in het kader van de bevrijdingsfeesten dat veel aandacht trok. Premier Schermerhorn kwam kijken en stelde hem later aan als ’oog en oor’ om een journalistiek beeld te scheppen van het bevrijde Nederland. Intussen maakt hij zich druk voor de emancipatie van homoseksuelen en vroeg hij om seksuele voorlichting op scholen inclusief het thema homoseksualiteit. Er zijn landen in Europa waar zoiets nog steeds niet wordt gewaardeerd.

Tot het erecomité voor zijn vijftigste verjaardag traden opvallende personen toe, zoals Camus, Sartre, Gide, Martinus Nijhoff, Jan Sluyters en Ed Hoornik. Niet heel veel later vroeg Mohammed Hatta hem om naar Indonesië te komen en ook daar een soort van ‘oog en oor’ te zijn. Hij beschreef daar enthousiast wat hij in het jonge Indonesië waarnam, maar Nederland bleek niet geïnteresseerd.

Indonesië, Azië

Ook de Indonesische periode van Last is een boek op zichzelf waard. Zijn gesprekken met Soekarno, het discreet contact met Willem Drees, zijn avonturen en avontuurtjes, de weerstand tegen zijn persoon bij de communisten. De opdracht die hij voor Soekarno uitvoerde om het culturele leven van Bali in kaart te brengen en er over te adviseren. (“… moest de overheid wel het vakmanschap van de kunstenaar stimuleren met financiële middelen.”) Hoe hij als leraar op handen werd gedragen. En intussen verscheen in Nederland zijn roman ‘De rode en de witte Lotus’ dat een opvallend positief onthaal kreeg.

Eind 1953 werden de dreigementen tegen de Nederlanders en tegen zijn persoon te serieus en moest Last op de boot terug naar Nederland. Hoe de Willem Ruis vol zat met gedesillusioneerde, bange mensen, keurig per klasse over de verschillende dekken verdeeld: zijn beschrijving rijmt sterk met die in Revolusi van Van Reybroek4.

Djajaprana

In het volgende hoofdstuk gaat de achtbaan verder. De Willem Ruis komt aan, vrouw en kinderen wachten hem op, even als de politie die hem arresteert wegens een’ zedendelict’ van voor zijn vertrek. Kort daarna echter speelt Last al weer, samen met zijn dochter Mieke die actrice was geworden, zijn in Indonesië geschreven stuk Djajaprana. Op het toneel staan ontbrak nog aan zijn lijstje.

Daarna volgt de periode waarin hij in Hamburg promoveert op de Chinese filosoof Lu Hsün, als mentor optreedt voor de Balinese prins Udeyana en samen met deze toekomstige chirurg twee opvallende, goed ontvangen, kinderboeken schrijft. Last gaat veel en langdurig door Azië reizen, er over publiceren en er lezingen over houden. Last wordt op radio en televisie een gewaardeerde verschijning, wat wij nu talkshowgast zouden noemen. Ter gelegenheid van de Olympische Spelen in Tokio (1964) vertaalde hij voor de televisie ook nog even enkele Japanse no-spelen.

Zijn politieke engagement tenslotte vertaalde zich nog in vriendschap met de provobeweging; voor de Amsterdamse gemeenteraad was hij lijstduwer. Het schaadde zijn reputatie kennelijk niet: in het erecomité voor zijn zeventigste verjaardag namen onder anderen Willem Drees, Wim Schermerhorn, Mohammed Hatta, burgemeester Samkalden en dichter Adriaan Roland Holst zitting. Op zijn jubileumtentoonstelling gaven Simon Carmiggelt, Ramses Shaffy en Simon Vinkenoog acte de présence. Het leven van Jef Last eindigde in het Rosa Spier Huis te Laren in februari 1972. Zijn dood haalde veel buitenlandse kranten.

Continuïteit

Was dit leven raar? Nee, eerder uiterst veelzijdig, intensief, caleidoscopisch, chaotisch. Het leven van een onzekere, ijdele, sociale, enthousiaste, paradoxale man. Mijn bewondering voor Rudi Wester nam dus steeds meer toe: ze is er toch maar in geslaagd zijn vele levens enigszins overzichtelijk in één boek te zetten. Mét noten, personenregister en de indrukwekkende bibliografie van méér dan 250 titels, als je alleen het Nederlandstalig oeuvre rekent.

Het blijkt dat we ons ook nu nog kunnen optrekken, spiegelen én ergeren aan de persoon van Last. Kunst voor gewone mensen van betekenis laten zijn in plaats van om er alleen de eigen ijdelheid mee te strelen. Niet in grenzen denken, noch tussen landen noch tussen disciplines of genres. En doorgaan met werk maken, gewaardeerd of niet gewaardeerd, in comfortabele omstandigheden of in armoede, in rust en chaos, in opdracht en ongevraagd.

Tinkebell

Ik vroeg me af wie de Jef Last van nu zou kunnen zijn en heb daar niet meteen een antwoord op. Impulsief, associatief vielen me wel een paar namen in. Cees Nooteboom met een deels inhoudelijk vergelijkbaar oeuvre en met ook in het buitenland veel meer aanzien dan in eigen land, maar dan zonder de sterke direct politieke gelaagdheid. Merlijn Twaalfhoven die zijn muziek activistisch inzet, ook ver over de landsgrenzen, maar als kunstenaar minder breed is. Tinkebell, de al even strijdbare beeldend kunstenaar, maar niet met vergelijkbare intellectuele bagage, (wat in de vergelijking met Last toch ook niet eenvoudig zou zijn).

Ik weet niet wie er echt n het profiel zou passen, maar dat geeft niet. Het komt erop aan de rode draden te zien. Volksverheffing, cultuurparticipatie, internationale culturele solidariteit, dat zijn we niet nú aan het uitvinden, er is eerder aan gewerkt. We hoeven geen wielen uit te vinden. We moeten ze draaiende houden.

Goed om te weten Goed om te weten
Rudi Wester, Bestaat er een raarder leven dan het mijne?, Jef Last 1898-1972, Prometheus 2021
\

Noten:

2 Jef Last, 1933, in R.Wester, pag 69

3 Wester, pag 257

4 David van Reybroek, Revolusi, 2020

Foto bovenaan:
Door Eric Koch / Anefo - Nationaal Archief, CC BY-SA 3.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=35044046

Laat je waardering voor dit verhaal blijken.

We maken je donatie rechtstreeks aan de auteur over.
  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Over de auteur van dit verhaal:

Erik Akkermans

kwartiermaker en voorlopig voorzitter van het arbeidsmarktplatform PlatformACCT. Hij is zelfstandig adviseur en was in het verleden onder meer werkzaam als directeur in het kunstvakonderwijs. Hij is voorzitter van de Kunstraad Groningen en lid van de RvC van het Isala Theater in Capelle aan de IJssel. Hij was onder meer voorzitter van de Federatie Cultuur, Dansmakers Amsterdam, Scholingsfonds voor Kunst en Cultuur, World Wide Video festival en de Federatie Kunstuitleen. Daarnaast directeur van de Federatie van Kunstenaarsverenigingen, voorzitter van het Voorzieningsfonds voor Kunstenaars, van de Federatie Kunstuitleen, van de Fondsraad Beeldende Kunst, Vormgeving en Bouwkunst (FBKV) en toezichthouder op de landelijke beroepsmatigheidstoets WWIK. Hij is nu voorzitter Platform Arbeidsmarkt Culturele en Creatieve Sector (PlatformACCT)