Op de dag dat het Amsterdam Museum zijn honderdste verjaardag vierde, hield het Nationale Slavernijmuseum een paar honderd meter verderop de moed erin. Realisatie van het definitieve gebouw op het Java Eiland was kort geleden nog weer eens met drie jaar uitgesteld. Jammer, maar niet uniek. Het Amsterdam Museum begon honderd jaar geleden in De Waag op de Nieuwmarkt met een paar stukken, en zwerft inmiddels wegens een verbouwing alweer een paar jaar door de stad.
Het Slavernij Museum hield de derde editie van zijn conferentie Building Bridges in het H’Art Museum, waar Amsterdam Museum ook een paar jaar onderdak vond. Omdat de Hermitage er niet meer zat. Vanwege Poetin. Directeur John Leerdam wilde niet bij de pakken neerzitten: “We zijn al open”, verklaarde hij, “En binnenkort hebben we een tijdelijke locatie.” En dat kan ook op diverse plekken zijn, zoals de expo over koffie in het Fries Museum.
Dertig jaar
Dat een nieuw museum niet altijd van een leien dakje op zijn plek valt, is normaal. Voor een Slavernijmuseum is het extra lastig. Daarover vertelde eregast Michelle Charters, die dertig jaar van haar leven besteedde aan het opzetten van het International Slavery Museum in Liverpool. Dat kon een paar jaar geleden als onderhuurder terecht op de derde etage van het Nationale Maritieme Museum in Liverpool, maar krijgt nu een eigen gebouw in het museumkwartier in de oude haven. De opening staat gepland voor 23 augustus 2029, en de bouwtekeningen zien er prachtig uit
De ruim tien jaar dat er nu toegewerkt wordt naar ons eigen Nationale Slavernijmuseum is dus nog best snel, als het in Liverpool pas na meer dan dertig jaar een eigen plek krijgt. Dertig jaar, waarin het voor Michelle Charters ook heel belangrijk was om het thema levend te houden. Ze deed dat vooral door in gesprek te blijven, en veel te luisteren.
Tegelijk moest ze rekening houden met de constante neiging van de witte omgeving om nu maar eens op te houden over dat slavernijverleden. Zoals dat gaat met elke pijnlijke geschiedenis. Ze vertelde dat het opzetten van een museum niet om het onderbrengen van een kant-en-klare collectie gaat, maar dat er nog elke dag nieuwe feiten en inzichten bij komen.
Nederlands Indië
De dagelijkse stroom nieuwe inzichten zorgt ook in Nederland voor steeds weer nieuwe discussie. Dat Nederlanders in ‘De Oost’ ook veel bruter tekeer gingen dan gedacht en in Indonesië een systeem van slavernij in stand hielden, dringt pas door recent onderzoek door. Dat een Nationaal Slavernijmuseum in Nederland niet aan die geschiedenis voorbij kan gaan, is inmiddels duidelijk, maar het ligt gevoelig. Het ging er tijdens de conferentie heel even over.
Een ander historisch gegeven dat nu boven water komt, is de rol van vrouwen in het verzet tegen de slavernij. Peggy Brandon, hoofdconservator van het Slavernijmuseum, hield een vlammend betoog over de manier waarop witte mannen in hun geschiedschrijving aan vrouwen voorbij zijn gegaan. Terwijl het juist de vrouwen waren die verzet organiseerden.
Opstanden op slavenschepen vonden het vaakst plaats op schepen waar meer vrouwen gevangen werden gehouden, omdat zij vaker bovendeks gehaald werden om verkracht te worden door de scheepsbemanning. Daardoor wisten de vrouwen beter de weg op de schepen en zagen ze ook waar de wapens te vinden waren. Met een heleboel extra reden om hun beulen te lijf te gaan.
Izaline Calister zong ter afsluiting een prachtig lied over schilders die alleen witte engelen schilderen. Daar zit ook een heel verhaal achter.
Bijgewoond: Building Bridges in H’Art Museum. Informations.




