Paniek om niets? Vis à Vis slaat alarm om gedwongen vertrek uit Almere.

Schokkende mail, vanmiddag. Theatergroep Vis à Vis, het gezelschap dat op het strand bij Almere al heel wat jaren heel fijn openluchtspektakels maakt, zou over een kleine maand weg moeten van hun net gebouwde onderkomen. Tenminste, zo lijkt het. Lees de tekst van het noodbericht: ‘Na 10 jaar onzekerheid heeft Vis à Vis te horen gekregen van het college van B&W dat ze de huidige locatie (Muiderzandplaats 1) moet verlaten. Twee jaar na de feestelijke opening van het pand, krijgt Vis à Vis te horen dat ze moet vertrekken.’

Dat is heftig. Des te heftiger nog als je ziet op welke termijn een en ander gaat gebeuren: ‘WE HEBBEN NIET VEEL TIJD MEER. Op 9 mei moeten we onze petitie indienen en op 16 mei worden we behandeld in de gemeenteraad. Help Vis à Vis.’

‘Niets aan de hand’

En dan is er een knop om de petitie te tekenen. Wat we natuurlijk vrolijk doen. Want Vis à Vis moet blijven. Voordat we op TEKENEN drukten, hebben we nog wel even gebeld met de gemeente Almere. Daar kregen we een iets ander verhaal te horen. Volgens gemeentevoorlichter Maarten Schulte Noordholt is er helemaal niets aan de hand. Dit staat er in de verklaring die hij ons gaf: ‘September 2015 heeft het college ingestemd met een erfpachtaanbieding voor Vis a Vis in Muiderduin voor een periode van 10 jaar. Op basis van deze erfpachtovereenkomst kan het theater in ieder geval tot eind 2025 op de huidige locatie gevestigd blijven. Gelet op de waarde van Vis à Vis voor de stad en het gebied worden op dit moment zowel de mogelijkheden voor een alternatieve locatie in de directe omgeving als behoud van de huidige locatie onderzocht voor de periode na 2025. In het nog door de gemeenteraad vast te stellen bestemmingsplan Poort Oost / DUIN wordt voorgesteld om een wijzigingsbevoegdheid voor het gebied Muiderduin op te nemen om mogelijke toekomstige Leisure vestigingen die passen in het gebied mogelijk te maken.’

Dat klinkt niet als een gedwongen verhuizing. Dus maar even uitleg gevraagd bij Klaartje Wierbos van Vis à Vis. Zij is verbaasd te horen dat er niets aan de hand is: ‘In maart vertelden mensen bij de gemeente ons nog dat vanaf 2015 woningbouw op ons gebied zou plaatsvinden, dus ik snap niet dat er nu nog gewoon sprake is van ‘Leisure’. Dat er woningbouw zou komen stond ook in het antwoord op ons bezwaar tegen het nieuwe bestemmingsplan.’

Vis a Vis: reactie gemeente

Toch tekenen?

Nu de gemeente toch helemaal niet van plan blijkt om de locatie om te bouwen tot een nieuwbouwwijk, is de petitie wellicht een beetje prematuur. Maar goed. Voor het geval dat een enkele politicus opeens op andere gedachten komt, toch maar tekenen?

Echt acuut is de nood in ieder geval niet, liet Vis à Vis al weten in het persbericht: ‘Uiteraard laten we jullie niet in de kou staan en spelen we de voorstelling ROBOT dit jaar sowieso nog op het Almeerderstrand. Maak je daarover geen zorgen.’

Over de tijd tot minstens 2025 doen we dat dan ook niet.

Morgan Knibbe schuwt de zware onderwerpen niet: ‘film is een empathiemachine.’

Those Who Feel The Fire Burning

In 2014 maakte Morgan Knibbe (1989) de korte film Shipwreck, over de nasleep van een gruwelijke schipbreuk aan de kust van Lampedusa waarbij 350 vluchtelingen verdronken. Kort daarna maakte hij zijn eerste lange documentaire, eveneens over vluchtelingenproblematiek: ‘Those Who Feel the Burning’. Deze zeer indrukwekkende, originele en visueel sterke film was een van de beste Nederlandse films van de laatste decennia. Gefilmd vanuit het gezichtspunt van de geest van een verdronken vluchteling. Beide films wonnen terecht meer dan 30 prijzen, waaronder het Zilveren Luipaard van Locarno en een Gouden Kalf voor Beste Lange Documentaire.

De aanleiding voor dit gesprek was een symposium eind februari voor filmmakers georganiseerd door de Dutch Directors Guild(DDG) en Eye: Hoe hoog leggen we de Lat? Daarin zei je op de tribune dat het sinds ‘Those who Feel The Fire Burning’ (2014) erg moeilijk is om een film gefinancierd te krijgen.

Morgan Knibbe

‘Dat klopt. Ondanks de vele prijzen die ik heb gewonnen met mijn extreme-low-budget producties moet ik iedere keer vechten voor het vertrouwen van het filmfonds en word ik vaak afgewezen. Maar het ligt wel iets genuanceerder dan dat het Filmfonds mij consequent geen geld geeft. Ik heb de afgelopen jaren veel meegedaan aan financieringswedstrijden zoals De Oversteek, die ik steeds verloor, maar inmiddels heb ik na vaak opnieuw proberen wel wat regulier ontwikkelingsgeld gekregen. Daarnaast waren de ideeën die ik presenteerde behoorlijk gewaagd en groots van aanpak en soms hadden deze volgens het fonds niet voldoende relevantie voor de Nederlandse film.

In dit land moet je Nederlandse elementen in je film hebben om het gefinancierd te krijgen en het moet de Nederlandse cultuur stimuleren. Persoonlijk begrijp ik niet hoe dat rijmt met de ambitie van het fonds om de blik te verruimen en een internationale markt aan te spreken. We zien hier telkens dezelfde soort particuliere polderdrama’s. Hoe dan ook denk ik dat het goed is dat ik kritiek heb geuit tijdens het symposium, omdat veel mensen het idee hadden dat het met mij wel goed ging na Those Who Feel The Fire Burning.’

* Morgan Knibbe (5e van links) wint DDG Award voor The Atomic Soldiers.

Ik kan me voorstellen dat het filmplan van Those Who Feel The Fire Burning moeilijk te plaatsen is voor een fonds.

‘Zeker. Ik had veel creatieve vrijheid omdat de film gefinancierd was met een Wildcard, een stimuleringsprijs van 40.000 euro die ik won met mijn eindexamenfilm. Ik denk dat de fondsen het hadden afgewezen als het op de normale manier was ingediend voor financiering. Wat ik frappant vind is dat de fondsen nooit vragen wat ik met de teksten die ik heb geschreven bedoel. Ze geven hun mening en zijn vaak hard in hun kritiek, maar ze proberen niet echt te begrijpen hoe ik tot mijn keuzes ben gekomen. Ze vragen diepgang, lef en uitdaging, maar diepgang en lef zijn niet altijd makkelijk te begrijpen en passen niet altijd binnen het referentiekader van de lezer. Maar goed, miscommunicatie en misinterpretatie zullen veel voorkomen, doordat alles op papier gecommuniceerd moet worden.

Het is moeilijk een financieringsstrategie te bedenken die voor iedereen werkt. Met mijn laatste filmplan heb ik wel geld voor het schrijven van een treatment ontvangen. Ik wil ook niet met mijn vinger wijzen naar mensen bij de fondsen, zij proberen het ook goed te doen. Er is te weinig echte dialoog tussen auteur en financier/fonds. Het is wel tekenend dat de filmers die anoniem meededen aan de enquête van de DDG ageren tegen de financiering, maar in de zaal er weinig makers reageren.’

Welke regels van het Fonds maken het moeilijk?

‘Vaak kom je net niet in aanmerking voor financiering door bureaucratische regels. Er zijn ook regels bedacht op Europees niveau waar je vrij weinig tegen in te brengen hebt, De films moeten een bepaalde lengte zijn, geschreven in het Nederlands, met Nederlandse elementen en een bepaalde hoeveelheid Nederlandse crew. Dat maakt het moeilijk als je een film in Manilla draait met voornamelijk een Filipijnse crew. Met mijn volledig zelf gefinancierde film The Atomic Soldiers wilde ik post-productie-financiering aanvragen. Ik dacht dat dat mogelijk was omdat ik op het IFFR draaide, maar ik kwam niet in aanmerking omdat je in competitie moet draaien.

Ik hoop dat het Gouden Kalf en de publicatie in de New York Times daar wel verandering in brengt… Mijn vriendin heeft ook een Wildcard gewonnen, maar zij mocht van het fonds niet mensen onder een bepaald honorarium in dienst nemen, terwijl er een hele groep mensen in de startblokken stond om met passie een film te maken en zo veel mogelijk geld in de productie terug te stoppen.’

Waar gaat je nieuwe filmplan over?

‘Het speelt zich af in Manila en gaat over een 12-jarige, aan crystal meth verslaafde biseksuele straatjongen en een Nederlandse pedofiel’

Het valt me op dat je behoorlijk zware onderwerpen kiest, vluchtelingen, soldaten als proefkonijn bij kernproeven en straatkinderen in Manilla.

‘Ik vind het belangrijk om de zere plekken in de samenleving aan te raken en mensen na te laten denken en te confronteren over moeilijke kwesties. Belangrijke thema’s in mijn werk zijn zelfdestructie, onderdrukking, machtsverhoudingen, de littekens van het koloniale verleden, xenofobie en seksualiteit. In Nederland gaan films vaak over particuliere onderwerpen. Zoals rouwverwerking, psychologische aandoeningen, ziektes, verlies. Dit is volgens mij een reflectie van onze welvaarsmaatschappij. Terwijl die Westerse welvaartspositie juist een interessant onderwerp is om het over te hebben, maar daar gaat het zelden op een diepgaande manier over. ‘

Maar meer naar binnen gerichte films kunnen ook de moeite waard zijn.

‘Dat is zo, ze kunnen ook heel mooi zijn. Ik heb een plan over een meer naar binnen gekeerde idee, maar het gaat wel over gender, seksualiteit en seksisme geschreven vanuit persoonlijke ervaring.’

Over je film Those Who Feel The Fire Burning, daarin ga je naar Lampedusa en Griekenland om je te verdiepen in het lot van de vluchtelingen. De film wordt verteld vanuit het gezichtspunt van de ziel van een verdronken vluchteling. Zijn ziel waart rond en wij zien korte scenes van vluchtelingen in hun overlevingsstrijd.

In hoeverre verschilden jij met jouw filmcrew dan van een journalisten crew?

‘Vaak was het alleen ik en mijn geluidsman. Het verschil was dat wij echt een band wilden opbouwen met de vluchtelingen. We waren op zoek naar mensen die hun alledaagse ervaringen wilden delen met ons, de menselijke kant van hun bestaan waarmee we ons allen kunnen identificeren. Het kost tijd om die dingen vast te kunnen leggen. Wij probeerden altijd eerlijk te zijn over onze intenties, wij konden ze geen geld geven maar we konden wel gezamenlijk een verhaal vertellen en we konden deze identiteit loze mensen een podium bieden.’

Hoe lang draaiden jullie?

‘In Griekenland ben ik ongeveer drie maanden geweest en in Lampedusa ongeveer twee weken. In Lampedusa had ik meer tijd willen hebben, ik voelde me daar een aasgier. Ik filmde er de nasleep van de verschrikkelijke schipbreuk van 13 oktober 2013, waarbij 350 mensen verdronken. Ik had weinig tijd om een band op te bouwen met de mensen en heb veel gefilmd gedurende de chaos aan de haven. Er waren talloze journalisten die ook aan het filmen waren. In plaats van de vluchtelingen die normaal gesproken worden gezien als indringers, was ik nu juist de indringer.

Het project begon eigenlijk in 2008. Mijn klasgenoot van de filmacademie Sam de Jong en ik gingen toen in ons eerste studiejaar op eigen houtje met twee krakkemikkige DV cameraatjes naar de havenstad Patras in Griekenland, omdat we de vluchtelingenproblematiek aan de kaak wilden stellen. Toen leefde het onderwerp nog nauwelijks in de media. We filmden de absurde situatie in de haven: er waren meer dan 4000 dakloze vluchtelingen die via de veerboten dieper Europa binnen probeerden te komen. Er waren toen veel Noord-Afrikanen, Syriërs en mensen uit Eritrea, Iran en Afghanistan.’

Waarom koos je ervoor om de film te maken vanuit de geest van een overleden vluchteling?

‘Dat kwam voort uit gesprekken met vluchtelingen in de eerste periode in Griekenland. Zij voelden zich als geesten in een vagevuur, tussen de hel die ze achterlieten en het vermeende paradijs waar ze naartoe op weg waren. Het perspectief van de film is het hoofdpersonage. De geest probeert schoonheid te zien te midden van alle misère, dat is de enige manier waarmee hij ermee kan omgaan.

Op het einde zie je mannen die op rituele wijze aan zelfkastijding doen. Hierdoor wordt de geest naar een hogere dimensie gezonden, waarin op een andere manier naar de realiteit gekeken wordt. Dan zweeft hij over de stad met talloze lichtjes. Hij kijkt omhoog en ziet de sterren, die samensmelten met de lichtjes van de stad. Dat is een symbool voor eenheid.

Film is een buitengewoon krachtig medium waarmee je ervaringen kunt delen en een zeer persoonlijke, subjectieve blik op de wereld kan laten zien. Met Those Who Feel wilde ik geen klaagzang maken maar proberen de kijker te laten voelen hoe het is om een vluchteling te zijn. Film is een empathiemachine, waardoor mensen zich kunnen verplaatsen in de situatie van anderen.’

Een soort verlichting?

‘Ja, zo kun je het zien, een vereniging waar het gaat om liefde en verbintenis in plaats van het uit elkaar drijven van mensen.’

Misschien ben je te origineel en te goed voor de Nederlandse film. Hollanders verdragen geen mensen die boven het maaiveld uitkomen.

‘Haha, nou dank je… Maar dat oordeel laat ik over aan het publiek. Maar ik voel wel dat ik in hokjes wordt geplaatst en ik voel me dus tijdens de ontwikkeling vaak onbegrepen, terwijl mijn werk wanneer het af is wel erkenning krijgt.

Hoe ik omga met de afwijzingen? Ik heb geleerd dat film maken een heel lang proces is, je hebt een lange adem nodig. Om te overleven doe ik allemaal klussen en maak soms iets voor Vice of doe camerawerk voor bijvoorbeeld David Verbeek’s film An Impossibly Small Object of A Year of Hope over straatkinderen in Manilla.’

Over The Atomic Soldiers, een korte documentaire over Amerikaanse soldaten die in de jaren vijftig verplicht meededen met atoomproeven in de Mojavewoestijn. Zij mochten er aan niemand iets over vertellen.

‘Soldaten werden gedwongen te zwijgen over hun ervaringen en moesten een contract tekenen, waarin stond dat zij vrijwillig meededen. Tot Bill Clinton in de jaren 90 de geheimhouding heeft opgeheven, maar dat is zo onder de radar gedaan dat mensen dat niet doorhadden. In totaal hebben ongeveer 400.000 Amerikaanse soldaten meegedaan aan de tests, waarvan de meesten zijn gestorven aan kanker. En dan hebben we het nog niet eens over de straling die over de rest van de VS en de wereld zijn verspreid, of de tests die door de Russen, Chinezen en Europeanen zijn uitgevoerd. Alles bij elkaar meer dan 2000 kernproeven wereldwijd.’

 Hoe zijn de reacties in Amerika?

‘De film werd in een kortere versie uitgezonden door The New York Times, de reacties waren erg positief. Mensen waren blij dat deze misstand aan het licht is gekomen. Frappant is dat de veteranen boos zijn op hun overheid, maar toch vinden dat de Verenigde Staten het beste land is van de wereld.’

Ik las dat je van de documentaire The Atomic Soldiers een fictie film gaat maken.

‘Ja, dat is de bedoeling, de korte film is eigenlijk de research voor de grote film. Ik moest de film nu maken anders zouden de veteranen dood zijn, ik heb er zelf geld ingestoken. Met behulp van de National Association of Atomic Veterans, ben ik ze op het spoor gekomen. In het verleden zijn er wel films over de tests gemaakt, maar nooit zo gefocust op de persoonlijke verhalen.’

De stijl van filmen is totaal anders dan van ‘Those Who Feel The Fire Burning’. Die is heel vloeiend (steadycam) en in The Atomic Soldiers richt je je uitsluitend op de gezichten van de veteranen. Het zoveelste bewijs dat ‘Talking Heads’ erg fascinerend kunnen zijn als ze maar iets te vertellen hebben.

Ik las dat je de kijker bewust wilt maken dat een film subjectief is.

‘Ik vind het belangrijk dat de kijker zich bewust is dat het een subjectieve benadering is van de realiteit. Ik geloof niet in objectiviteit van de media.’

Is er dan niet het gevaar dat je de kijker eruit haalt?

‘Je moet doseren wanneer je de toeschouwer er bewust van maakt dat het film is. Je probeert mensen namelijk mee te slepen in een filmische, zintuigelijke ervaring. Maar tegelijkertijd vind ik het persoonlijk belangrijk om ook duidelijk te maken dat het een subjectieve interpretatie van de werkelijkheid is. Dit is een vorm van eerlijkheid die vaak ontbreekt in media.‘

Ik zit nu in de toelatingscommissie van de Filmacademie. Laatst zei een meisje ‘ik wil niet opleggen, maar blootleggen’. Dat vind ik heel sterk.’

Welke andere filmmakers inspireren je? ‘Op internationaal niveau worden er veel mooie dingen gemaakt. Recentelijk Mandy van Panos Cosmatos, Heli (Escalante). Good Time van de Safdie Brothers. Michael Glawogger (Working Man’s Death), Hubert Sauper (Darwin’s Nightmare), Lars von Trier vooral zijn vroege werk zoals Dancer in the Dark en The Idiots. Hana-Bi van Takeshi Kitano. George Lucas eerste film THX 1138. Under the Skin van Jonathen Glazer, Katherine Bigelow, Sean Baker, Ruben Ostlund, Ciro Guerra, Chris Cunningham, Bahman Ghobadi, Ousmane Sembene, Elem Klimov, Paul Thomas Anderson, Apichatpong Weerasethakul, Ulrich Seidl, Gus van Sant, Terrence Malick, Antonioni, Kubrick. En Irréversible van Gaspar Noé, een van de beste films die ik heb gezien. Welke Nederlandse makers? Echt op een hand te tellen. Alex van Warmerdam en Paul Verhoeven. En Hani Abu-Assad, maar dat is eigenlijk een Palestijn’

 Hoe was het voor je om na het succes van ‘Those Who Feel’ zo de hemel in geprezen te worden?

‘Het zorgt wel voor wat prestatiedruk, maar de erkenning en de prijzen zijn erg fijn. Net als de publicatie van de New York Times en een reportage over atoomsoldaten die ik maakte voor Vice die nu 50 miljoen views heeft. Je hebt de erkenning nodig om weer verder te kunnen.’

Na ‘Prooi’ gaat ook ‘De dirigent’ naar China

Christanne de Bruijn als Antonia Brico in De dirigent (foto: Shooting Star)

Het bericht van het succesvolle roulement van de Nederlandse thriller Prooi in ruim 4000 Chinese bioscopen is nog geen maand oud, of producent Shooting Star ziet alweer een film naar China gaan. De licentie voor De dirigent van Maria Peters is verkocht aan het Chinese Teamer International.

Dat bedrijf hoopt de film daar in de bioscoop uit te brengen. Mits de censuur geen bezwaar heeft en De dirigent past binnen het quotum. Maximaal 34 internationale producties per jaar mogen meedelen in de Chinese recette.

Danielle Raaphorst van sales-agent Incredible Film legde het contact voor verkoop van De dirigent op het festival van Berlijn. De film zal ook op de markt van het festival van Cannes weer worden aangeboden.

Naast China hebben Taiwan, Zuid-Korea en Japan De dirigent aangekocht. Ook daar zal de film naar verwachting in de bioscoop komen. Raaphorst merkt op dat meerdere andere landen uit verschillende continenten interesse hebben getoond.

De dirigent ging op 25 oktober 2018 in Nederlandse première. Dit verhaal over de eerste vrouwelijke dirigent ter wereld die grote symfonie-orkesten leidde trok in ons land tot nu toe ruim 140.000 bezoekers. Inmiddels is de film nu ook on demand te bekijken en beschikbaar op dvd en blue ray.

7 redenen om de romans van Elsschot te (her)lezen

Met zijn nieuwe boek De ontdekking van Elsschot wil Elsschot-biograaf Vic van de Reijt heel Nederland aan het lezen van Elsschots boeken krijgen. Zeven redenen waarom die klassiekers tijdloos leuk zijn.

1. Je kunt elk boek van Elsschot in één dag uitlezen

‘In 1970 kocht ik zijn Verzameld werk voor negen gulden, ik weet het nog goed. In de tijd dat ik studeerde was Louis Couperus de grootste auteur, maar ik had weinig affiniteit met zijn werk. Hij maakte van die eindeloos lange, gebeeldhouwde zinnen met veel bijvoeglijke naamwoorden, bijstellingen en noem maar op. Het tegendeel van Elsschot, die van de kordate stijl was. Zijn boeken zijn allemaal dun. Het Verzameld werk telt 750 bladzijden, terwijl sommige auteurs diezelfde omvang al voor één boek nodig hebben. Waar sommige auteurs eindeloos omtrekkende bewegingen maken en eerst het hele verleden of voorgeslacht van de hoofdpersoon uit de doeken doen, kom je als Elsschot-lezer meteen bij de kern. Dat maakt Elsschot aantrekkelijk voor ongeduldige lezers of mensen die weinig tijd hebben om te lezen: je kunt elk boek in een dag uitlezen en dan heb je een heel plezierige dag gehad.’

2. Er zit veel humor in

‘Al zijn boeken bevatten humor. Een lichte ironie, of iets sardonisch. Neem het begin van Villa des Roses, een roman over het pension van echtpaar Brulot in Parijs. Elsschot schrijft: ‘De Villa des Roses, waarin het echtpaar Brulot te eten gaf en kamers verhuurde…’ Door die zinsnede ‘te eten gaf’ weet je al meteen dat het eten daar niet veel voorstelt. Hij introduceert de mensen in Villa des Rosesmet mededogen en lichte spot, waardoor je het voortdurend met een glimlach om de lippen leest. Door zijn droge stijl zit er in elke zin wel iets waardoor je lippen opkrullen of je ogen een beetje vochtig worden. Want ook gevoeligheid weet hij onderkoeld op te schrijven. Een vergelijkbare ironische manier van naar de werkelijkheid kijken zie je maar bij weinig hedendaagse schrijvers. Nicolien Mizee heeft dat bijvoorbeeld; ook zij zet haar hoofdpersonen een beetje als een loser neer om op die manier hun omgeving te laten schitteren. Vanwege zijn ironische stijl werd Elsschot geadoreerd door schrijvers als Simon Carmiggelt, Karel van het Reve, Bob den Uyl en J.M.A. Biesheuvel.’

3. Hij schrijft over een onbekende wereld

‘Willem Elsschot was het pseudoniem van zakenman Alfons De Ridder. Hij schreef veel over het zakenleven. Op mijn zestiende zei mijn moeder dat ik Lijmen/Het been eens moest lezen, omdat het over de wereld van mijn vader ging. Mijn vader deed zaken bij Vroom & Dreesmann en stond aan de wieg van de eerste professionele supermarkten in Nederland. Door te lezen over de machinaties van Elsschots personages Boorman en Laarmans, twee zakenmannen, hoopte ik dichter bij mijn vader te komen. Hoewel ik op die leeftijd lang niet alles begrepen zal hebben, vond ik het een fascinerend boek. Die geheimzinnige zakendoenerij, het jargon waarin mannen in die wereld met elkaar praten… Dat herkende ik, want op zaterdagmiddag belde altijd ene meneer Hogenkamp om een bepaald getal door te geven. Mijn vader was dan aan het werk en ik moest het getal onthouden en hem dat ’s avonds doorgeven. Dus dan belde die meneer Hogenkamp en zei hij bijvoorbeeld: ‘4500.’ Voor mij was volkomen onduidelijk wat dat betekende. Pas veel later besefte ik dat dit waarschijnlijk de dagomzet was. Er kwamen tegen de feestdagen ook altijd koeriers bij ons aan huis om namens zakenvrienden flessen wijn te bezorgen. In Elsschots hoofdpersonen Boorman en Laarmans herkende ik gedragingen van mijn vader: de man die na zevenen thuiskwam, vaak met een lichte alcoholgeur, in zijn luie stoel ging zitten en zijn pantoffels aantrok, terwijl moeder in de keuken stond te sloven. Zo ging het er bij de familie van Alfons De Ridder ook aan toe. Hij leert je als lezer op een indirecte manier veel over het zakenleven, een voor veel mensen onbekende wereld. Ook nu nog is dat een uniek onderwerp voor een roman.’

4. Er valt steeds weer iets nieuws te ontdekken

‘Hoe beknopt zijn romans ook zijn, ze zijn heel rijk. Ik ontdek steeds weer iets nieuws, want elke zin bevat bijzondere beelden en observaties. Daarnet sloeg ik een willekeurig hoofdstuk op van Villa des Rosesen ontdekte ik ineens dat hij toen al, in 1910, het woord ‘outsider’ gebruikte. En ik las een zin over de dienstmeisjes die lootjes moeten trekken om te bepalen wie op deze dag de bedelaar een stuiver moet geven. Achter zo’n achteloze opmerking schuilt een heel wereldbeeld. Want waarom moeten de dienstmeisjes lootjes trekken? Omdat ze het leuk vinden om de bedelaar een stuiver te geven? Of juist omdat ervan balen dat ze een stuiver kwijtraken? Elsschot observeert, maar laat de interpretatie aan de lezers – je mag zelf je conclusies trekken. Dat is natuurlijk het ware schrijven: show, don’t tell. Hij was iemand die dat bij uitstek beheerste. Hij legt nooit uit, en dat is plezierig.’

5. Elsschot grijpt je direct bij je nekvel

‘Elsschots eerste roman Villa des Rosesis wat mij betreft zijn meesterproef. Het boek is bijna filmisch; vanaf het allereerste moment word je dat huis binnengezogen. Ik las het op mijn 20e.Waarom zou je op die leeftijd over een Frans pension en zijn bewoners willen lezen? Maar dat is zo mooi van Elsschot: het onderwerp waarover hij schrijft doet er eigenlijk niet toe, want door zijn manier van vertellen trekt hij je gewoon het boek in. Hij is een man die je aan zijn tafel uitnodigt: ‘Goh, wat me nu toch is overkomen…’ En met een knipoog begint hij vervolgens te vertellen, alsof je samen achter een goed glas wijn zit. Elsschots werk leent zich uitstekend voor een glaasje wijn tijdens het lezen.’

6. De urgentie is nog steeds voelbaar

‘In het eerste hoofdstuk van Kaas schrijft Elsschot iets prachtigs over het schrijven: ‘Waar zwangerschap bestaat, volgt het baren vanzelf ten gepasten tijde.’ Dat was zijn filosofie: alleen schrijven als er een grote innerlijke drang is. Daar heeft hij zich altijd aan gehouden. Die urgentie voel je nog steeds. Kaasverscheen in 1933 en was een van zijn eigen favorieten. Het is een geestig noodlotsdrama over een man die te hoog grijpt. Kantoorklerk Frans Laarmans laat zich overhalen een handel in kaas op te zetten, maar hij is vooral druk bezig met het inrichten en de naamgeving van zijn kantoor, zijn briefpapier. Op een gegeven moment komt de 20 ton aan kaas binnen en denkt hij: ‘Mijn god, wat moet ik hiermee?’ Zijn dochter weet nog een paar kazen te verkopen, maar zelf komt hij niet verder dan een halve bol. Uiteindelijk zie je hem verloren met een bos bloemen over het kerkhof dwalen, op zoek naar het graf van zijn moeder dat hij ook maar niet kan vinden. Elsschot heeft er van alles uit zijn eigen leven in verwerkt, waaronder de dood van zijn moeder, zeven jaar eerder. Op een gegeven moment moest dat eruit, en toen hij eenmaal een pen op papier zette, schreef hij – páts – in twee weken deze roman.’

7. Elsschot verveelt nooit

‘Alfons De Ridder was een zeer geslaagde reclameman. Hij was een visionair; stations- en gevelreclame heeft hij bedacht. In mijn visie doet hij in zijn literaire werk boete voor zijn streken in de zakenwereld. Enerzijds was er de harde zakenman De Ridder, anderzijds de zachtaardige schrijver Elsschot. Oftewel: de harde Boorman versus de zachtaardige figuur van Frans Laarmans. Dr. Jekyll & mr. Hyde. Dat maakt dat die man nooit verveelt.’

Over Vic van de Reijt
Al veertig jaar is oud-uitgever Vic van de Reijt in de ban van leven en werk van Willem Elsschot, oftewel Alfons De Ridder. De stukken die Van de Reijt in die vier decennia over Elsschot heeft geschreven, naast zijn biografie, zijn nu gebundeld in De ontdekking van Elsschot, en markeren zijn speurtocht door het leven en werk van de Vlaamse schrijver.
Goed om te weten Goed om te weten
Verschenen bij Athenaeum, € 19,99

Koop bij bol.com

 

In Gentleman Jack laat Anne Lister zich niet weerhouden door de gevestigde genderrollen.

Suranne Jones (Credit: Matt Squire)

Anne Lister. Deze 19e eeuwse dame was op veel gebieden een pionier: ze beklom bergen, maakte in haar eentje verre reizen en was succesvol in zaken. Ze verwierf echter vooral faam door haar privéleven. Anne Lister wordt wel Groot- Brittannië’s eerste moderne lesbienne genoemd. Gedurende haar leven hield zij meerdere dagboeken bij, waarin zij haar erotische escapades met dames in detail beschreef. Erkenning kreeg ze pas lang na haar dood: in 2008 toen ze werd geëerd in de Holy Trinity Church in York met een plaque die haar beschrijft als een ‘gender non-conforming entrepeneur’.

Dezer dagen gaat het vaak over gender en seksuele identiteit. Na het doorslaande succes van The Favourite – over Queen Anne – kon een serie over Anne Lister niet uitblijven. Deze serie, getiteld Gentleman Jack, is vanaf 22 april te zien bij HBO en BBC One. Ik kreeg de gelegenheid om alvast enkele afleveringen te kijken.

Strijd der seksen

Een vrouw die zich in mannelijke kleding steekt in het preutse en godsdienstige Victoriaans Engeland? Dat maakte zeker de tongen los. Anne Lister is van top tot teen gehuld in zwarte kledij, wat haar de bijnaam Gentleman Jack geeft: hoge hoed, gilet, cravate, en rechtlijnige lange rok. En een gebruind en ‘verweerd’ gezicht, in tegenstelling tot de lelieblanke huid, die de mode was in die tijd.

Anne is een fascinerend karakter: ze spreekt diverse talen, is bereisd, heeft kennis van geneeskunde en, zo leren we later, een talent voor zakendoen. Ook is zij de rechtmatige eigenaar van het familielandgoed, Shibden Hall. Haar oom heeft het haar en niet haar vader nagelaten. Ze gedraagt zich, volgens de geldende gedragsregels, als een man. Hoewel Anne zich presenteert als iemand die niet geeft om de mening van anderen, is ze toch gekwetst als een jongen haar vraagt of ze een man is.  Ze is zich ervan bewust dat ze ‘anders’ is: ‘Nature played a challenging trick on me, didn’t she?’

Gentleman Jack adresseert ook op subtielere manieren de stereotypen van de verhouding tussen man en vrouw. Wanneer haar rivaal Jeremiah Rawson onaangekondigd bij Anne langsgaat, is hij verbaasd en verbolgen dat zij niet thuis is. Anne geeft hem te kennen, dat hij, net als bij een mannelijke zakenrelatie, een afspraak moet maken. Mannen – van allerlei rangen en standen – voelen zich bedreigd. Vooral als ze hen aanspreekt op het feit dat ze niet voor hen buigt, alleen omdat ze een vrouw is. Hun denigrerende en belerende toon en houding straft ze direct af. Vrouwen hebben bewondering voor Anne. Dit verandert wanneer zij horen dat zij ‘unnatural’ is en dat Anne ‘niet vertrouwd kan worden in het gezelschap van vrouwen’. Dan slaat de bewondering om in angst en/of afkeer.

Suranne Jones. Credit: Matt Squire.

Verleiding en vooroordelen

Jane Austen zegt het in Pride and Prejudice zo: ‘Het is een universeel erkende waarheid, dat een ongetrouwde man, in goeden doen, moet verlangen naar een vrouw.’ Anne Lister denkt er net zo over. In dit geval speelt zij de rol van de ‘man’ . Na haar eerste ontmoeting met Ann Walker, bedenkt Anne een plan om haar te verleiden. Want hoewel Ann Walker’s status misschien onderdoet voor die van Anne Lister, maakt Ann’s vermogen haar interessant genoeg.

Anne’s strategie om Ann Walker te verleiden deed mij, vooral in de eerste scene, denken aan de films als Cruel Intentions en Dangerous Liaisons. Het spel wordt op hoog niveau gespeeld en en draait in eerste instantie om de uitdaging en uiteindelijke ‘beloning’. Uiteindelijk gaan echte gevoelens gaandeweg meer een rol spelen. Dit kan de stereotype generalisering ondersteunen dat vrouwen, in tegenstelling tot mannen, geen seks kunnen hebben zonder emotie. Echter, soms overvalt liefde beide seksen.

Anne is op zoek naar liefde, een levensgezel. Een onofficiële echtgenote. Trouwen met een man is voor haar onnatuurlijk: ‘Ik bemin, en bemin niets anders dan de “fairer sex”.’ Zij benadrukt nogmaals dat dit voor haar geen keuze is: ‘Ik ben zo geboren.’ Naast wanhoop en het gevecht voor de liefde tussen Anne en Ann, draait het in Gentleman Jack ook om de strijd tegen conventies en maatschappelijke schande. Vooral Ann Walker worstelt hier mee: ‘Ik ga nog liever dood dan dat mensen weten wat wij doen.’

Dit gevecht is realistisch in beeld gebracht. Anne presenteert zichzelf als een progressief en geleerd persoon dat wars is van opgelegde sociale standaarden, maar ze misbruikt deze conventies wel als het haar uitkomt. Ze keurt een potentiële huwelijkskandidaat van haar zuster af, omdat deze te laag in stand is. Hij is slechts een ‘handelaar’.

Suranne Jones en Sophie Rundle. Credit: HBO

Meer dan een controversieel liefdesverhaal

Hoewel het liefdesverhaal tussen Anne Lister en Ann Walker essentieel is voor de serie, draait het niet alleen hierom. Zo bevat Gentleman Jack meerdere interessante subplots, waarin het draait om chantage, corruptie, moord, diefstal en een zoektocht naar de waarheid. Anne komt erachter dat de invloedrijke gebroeders Rawson haar op slinkse wijze bestelen van haar steenkool. Ondanks verschillende waarschuwingen, van vriend en vijand, begeeft Anne zich op het steenkool-strijdtoneel. Gedurende de serie wordt de strijd steeds extremer. Fysiek geweld wordt niet geschuwd. Gelukkig bevat Gentleman Jack ook een dosis humor, wat soms een welkome afwisseling is.

Genderdiversiteit is helaas nog niet overal geaccepteerd. Gentleman Jack werkt soms als een spiegel, het laat zien dat we, aan de ene kant ver zijn gekomen, maar dat er aan de andere kant nog net zoveel vooroordelen bestaan als in het Groot Brittannië van de 19e eeuw. Een situatie zoals de executie van drie mannen in Victoriaans Engeland- die zijn veroordeeld voor sodomie- is helaas nog steeds actueel in bepaalde delen van de wereld.

Gemma Whelan, Gemma Jones, Timothy West. Credit Timothy Squire

Visueel verrassend

De cinematografie alleen al maakt Gentleman Jack de moeite waard om te kijken. De shots van Yorkshire zijn prachtig. En, ook al is het een kostuumdrama, het tempo van de serie is verbazingwekkend vlot. Dit komt mede door het gebruik van levendige muziek, dat niet uit de toon valt in de sfeer van het 19e eeuwse Halifax.

Het enige waar ik even aan moest wennen, was het feit dat Anne Lister soms recht in de camera kijkt om de kijker aan te spreken. Dit wordt soms beschouwd als vloeken in de kerk. In dit geval werkt het, omdat het op deze manier de kijker betrekt bij haar gevoelens en gedachten. Het verhaal is gebaseerd op een dagboek en daarin bespreekt men niet alleen situaties, maar ook persoonlijke gedachten en meningen. Verder is de chemie tussen de verschillende acteurs geloofwaardig. Niet alleen tussen de geliefden Anne en Ann, maar ook de warme band van acceptatie tussen Anne Lister en haar tante Anne Lister voelt authentiek aan.

Goed om te weten Goed om te weten
Gentleman Jack is vanaf 22 april te zien op zowel HBO als BBC One. De cast van Gentleman Jack bestaat onder andere uit Suranne Jones (Doctor Foster, Scott & Bailey), Gemma Jones (Bridget Jones’s Diary, Sense en Sensibility), Gemma Whelan (Game of Thrones) en Timothy West (Bleak House, Last Tango in Halifax).

Tannhäuser bij DNO: geen regisseurstheater maar subtiele kijk op hypocrisie rond hoofse en aardse liefde

Daniel Kirch, Ekaterina Gubanova, Björn Bürger (c) Monika Rittershaus

Onlangs werd een petitie gestart voor herstel van de persaccreditatie van Olivier Keegel door De Nationale Opera. Hij krijgt geen perskaarten meer omdat hij zich op het blog Operagazet en in Het Parool veelvuldig negatief uitliet over de programmakeuzes van Pierre Audi. Bovendien hekelde hij diens voorliefde voor ‘regisseurstheater’, waarin volgens hem de inhoud ten prooi valt aan een vergezochte ‘visie’ van de regisseur.

Vaak ben ik het hartgrondig oneens met Keegel. Zoals met zijn potsierlijke kruistocht tegen de productie Aus Licht rond Karlheinz Stockhausen. Ook moet ik weinig hebben van de harde toon waarop hij zijn bezwaren kenbaar maakt. Toch heb ik de petitie ondertekend. Tegenstemmen zijn noodzakelijk voor kunstenaar of kunstinstelling om de eigen visie nóg scherper te formuleren.

Bij de nieuwe productie van Tannhäuser van Richard Wagner zou Keegel zijn hart overigens kunnen ophalen. Regisseur Christof Loy volgt Wagners – zelfgeschreven – libretto op de voet. Met subtiele gebaren maakt hij de hypocrisie rond hoofse en zinnelijke liefde schrijnend invoelbaar. Daarbij maakt hij gebruik van even simpele als inventieve spiegelingen.

Onder keurig oppervlak woeden vleselijke lusten

Ten eerste is daar het toneelbeeld. Vier uur lang zien we de imposante salon van een negentiende-eeuwse herenclub. Deze fungeert als broeierig liefdeshol van Venus en Tannhäuser, als zangersburcht en zelfs als kerk.

Tijdens de ouverture vergrijpen de zangbroeders zich – in jacquet – aan superjonge ballerina’s en aan elkaar. Vervolgens reageren zij ontzet op Tannhäusers onbekommerde lofzang op seks; enkel dankzij Elisabeth wordt hij niet gelyncht. De boodschap is duidelijk: onder het keurige oppervlak woekeren de vleselijke lusten.

Ten tweede zijn er de kostuums. Liefdesgodin Venus (de indrukwekkende mezzosopraan Ekaterina Gubanova) draagt een volumineuze zwarte jurk en een glamoureuze witte bontjas. Haar aardse rivale Elisabeth (de sopraan Svetlana Aksenova) is gestoken in een al even flamboyante witte japon. In het onheilszwangere derde bedrijf verschijnt ze in een sjofel zwart mantelpakje.

Heilige of hoer: twee kanten van dezelfde medaille

Wanneer Elisabeth tot slot haar leven offert voor Tannhäusers zielenheil waakt Venus minutenlang aan haar zijde. Haar houding lijkt sprekend op het schilderij van Madonna met kind dat Elisabeth eerder omklemde. Uiteindelijk dekt Venus haar rivale liefdevol toe met haar witte mantel.

Zo gispt Loy opnieuw de schijnheilige Burgerlijke moraal. Niets is immers werkelijk zwart-wit: heilige of hoer, asceet of wellusteling, het zijn twee kanten van dezelfde medaille. Niet voor niets vleien de aanminnige ballerina’s zich aan het eind opnieuw in de armen van de heren.

Loy illustreert de hypocrisie verder in de ambivalente houding van Elisabeth jegens Wolfram (de uitstekend zingende bariton Björn Bürger). Zelfs als ze haar liefde voor Tannhäuser betuigt haalt ze hem als een beminde aan. Dit is weer een mooie spiegeling van het dubbelhartige gedrag van Tannhäuser. Die vindt net zomin bevrediging in het fysieke liefdesspel met Venus als in de kuise liefde van Elisabeth. Jammer genoeg is de tenor Daniel Kirch met zijn geknepen, soms schreeuwerige stem geen ideale Tannhäuser.

Kopergeschal en sierlijke cantilenen

Toch valt er muzikaal veel te genieten. De bas Stephen Milling is een imposante vader van Elisabeth, de jonge sopraan Julietta Aleksanyan is een prachtig lyrische herder.

Het Koor van DNO ontroert met loepzuivere, ingetogen vertolkingen van het Pelgrimskoor en het Koor van de Sirenen. Mooi ook zijn de koperfanfares die vanaf de balkons de zaal in schallen, je waant je letterlijk in de Wartburg. Zo krijgen de strijkers van het Nederlands Philharmonisch Orkest bovendien extra diepte.

Een glansrol is weggelegd voor de houtblazers. Geregeld omstrengelen (bas)klarinet, (alt)hobo en fluiten de stemmen van de zangers met sierlijke cantilenen. Ook de harp heeft aansprekende solistische passages in deze romantische partituur van Wagner. Petje af voor dirigent Marc Albrecht die vier uur lang de spanning vasthoudt en ook in fortissimo passages het klankweefsel transparant houdt.

Kortom, een geslaagde productie van Tannhäuser. – Waarover ik ook graag de mening van Olivier Keegel zou willen lezen.

Roept u maar! Het grote invulschema voor het nieuwe kunstenplan.

De Raad voor Cultuur heeft zojuist de nieuwe Basisinfrastructuur (BIS) voorgesteld, en het is een hele grote, in traditionele termen ‘welvarende’, baby geworden. Omdat de Raad geen namen mag noemen, en alleen functies mag opsommen, hebben we hier alvast een invullijstje gemaakt, waarin we (zeer summier, want weinig tijd en niet van alles op de hoogte) opsommen welk bestaand cultureel bedrijf waar zou kunnen passen. Er zijn nog veel lege plekken, die u zelf kunt invullen. We houden ons aanbevolen voor nieuwe input!

Roept u maar! (En sorry als je nu niet genoemd wordt. Ligt niet aan de Raad, maar aan ons.)

Topvoorzieningen Cultuurbreed

Symfonieorkest 1
Koninklijk Concertgebouworkest
Symfonieorkest 2
Rotterdams Philharmonisch Orkest
Symfonieorkest 3
Orkest van het Oosten/Gelders Orkest
Symfonieorkest 4
Philharmonie Zuid-Nederland
Orkest voor pop- en jazzmuziek
Metropole Orkest
Ensemble/koor (diverse genres) 1
Groot Omroepkoor
Ensemble/koor (diverse genres) 2 Synfonietta
Ensemble/koor (diverse genres) 3 Nedelands Kamerkoor
Ensemble/koor (diverse genres) 4 Asko|Schönberg
Ensemble/koor (diverse genres) 5
Ensemble/koor (diverse genres) 6
Ensemble/koor (diverse genres) 7
Theatergezelschap
Internationaal Theater Amsterdam
Gezelschap voor volwassenen- en jeugdtheater
Nationale Theater (Den Haag)
Gezelschap voor opera en dans
Nationale Opera en Ballet
Operagezelschap
Nederlandse Reisopera/Opera Zuid
Dansgezelschap
Nederlands Dans Theater
Gezelschap voor jeugdtheater en jeugddans Introdans
Multidisciplinair podiumkunstfestival Holland Festival
festival voor popmuziek Noorderslag
filmfestival 1
Nederlands Filmfestival
filmfestival 2 IDFA
filmfestival 3
Internatinal Film Festival Rotterdam
ontwerpfestival
Dutch Design Week
postacademische instelling 1 DasArts
postacademische instelling 2 ICW
postacademische instelling 3
postacademische instelling 4
postacademische instelling 5

Ondersteunende instellingen culturbreed

bovensectorale ondersteunende instelling 1
Cultuur+Ondernemen
bovensectorale ondersteunende instelling 2 Boekman
bovensectorale ondersteunende instelling 3 Dutch Culture
bovensectorale ondersteunende instelling 4
bovensectorale ondersteunende instelling 5

ondersteunende instelling voor concertante en scenische podiumkunsten

ondersteunende instelling voor de creatieve industrie Nieuwe Instituut
ondersteunende instelling voor de letteren 1 Schoolschrijver
ondersteunende instelling voor de letteren 2 Stichting lezen
ondersteunende instelling voor de letteren 3
Schrijverscentrale
ondersteunende instelling voor de letteren 4 Letterenfonds

Ketenvoorzieningen

Concertant Ensemble/symfonieorkest 1 residentieorkest
Concertant Ensemble/symfonieorkest 2
Noord Nederlands Orkest
Concertant Ensemble/symfonieorkest 3
Nederlands Philharmonisch orkest
Concertant Ensemble/symfonieorkest 4
Concertant Ensemble 5
Concertant Ensemble 6
Concertant Ensemble 7
Concertant Ensemble 8
Scenisch podiumkunstgezelschap 1
Theater Rotterdam
Scenisch podiumkunstgezelschap 2 Oostpool
Scenisch podiumkunstgezelschap 3
Toneelgroep Maastricht
Scenisch podiumkunstgezelschap 4 Zuidelijk Toneel
Scenisch podiumkunstgezelschap 5
Noord nederlands Toneel
Scenisch podiumkunstgezelschap 6 Theater Utrecht
Scenisch podiumkunstgezelschap 7 Scapino
Scenisch podiumkunstgezelschap 8 Dood Paard
Scenisch podiumkunstgezelschap 9 Warme Winkel
Scenisch podiumkunstgezelschap 10 t Barre Land
Scenisch podiumkunstgezelschap 11 Orkater
Scenisch podiumkunstgezelschap 12 Veenfabriek
Scenisch podiumkunstgezelschap 13 Tryater
Scenisch podiumkunstgezelschap 14 Suburbia
Scenisch podiumkunstgezelschap 15
Jeugdpodiumkunstgezelschap 1 Sonnevanck
Jeugdpodiumkunstgezelschap 2 Artemis
Jeugdpodiumkunstgezelschap 3 Laagland
Jeugdpodiumkunstgezelschap 4 Maas
Jeugdpodiumkunstgezelschap 5 Kwatta
Jeugdpodiumkunstgezelschap 6 Toneelmakerij
Jeugdpodiumkunstgezelschap 7 Houten Huis
Jeugdpodiumkunstgezelschap 8 Holland Opera
Jeugdpodiumkunstgezelschap 9 Filiaal
Jeugdpodiumkunstgezelschap 10 Bonte Hond
Jeugdpodiumkunstgezelschap 11
Jeugdpodiumkunstgezelschap 12
Jeugdpodiumkunstgezelschap 13
Jeugdpodiumkunstgezelschap 14
Jeugdpodiumkunstgezelschap 15
Gemeentelijk en provinciaal museum 1
Centraal Museum
Gemeentelijk en provinciaal museum 2
Gemeentemuseum Den haag
Gemeentelijk en provinciaal museum 3
Stedelijk Museum Amsterdam
Gemeentelijk en provinciaal museum 4
Noord Brabants Museum
Gemeentelijk en provinciaal museum 5 Bonnefanten
Gemeentelijk en provinciaal museum 6 Van Abbe
Gemeentelijk en provinciaal museum 7 Twenthe
Gemeentelijk en provinciaal museum 8 Fundatie
Gemeentelijk en provinciaal museum 9 Drents museum
Gemeentelijk en provinciaal museum 10
Groninger Museum
Gemeentelijk en provinciaal museum 11 Rijks Museum
Gemeentelijk en provinciaal museum 12
Frans Hals Museum
Gemeentelijk en provinciaal museum 13 CODA
Gemeentelijk en provinciaal museum 14 Arnhem
Gemeentelijk en provinciaal museum 15
Friesch Museum/Princessehof
Presentatie-instelling 1 BAK
Presentatie-instelling 2 Nest
Presentatie-instelling 3 Appel
Presentatie-instelling 4 DSPS
Presentatie-instelling 5 Stroom
Presentatie-instelling 6 Vleeshal
Presentatie-instelling 7 Noorderlicht
Presentatie-instelling 8 Onomatopee
Presentatie-instelling 9 Worm
Presentatie-instelling 10 SYB
Presentatie-instelling 11 Vleeshal
Presentatie-instelling 12 Witte de With
Presentatie-instelling 13
Presentatie-instelling 14
Presentatie-instelling 15
Ontwikkelinstelling 1 Het Huis Utrecht
Ontwikkelinstelling 2 Nieuwe Oost
Ontwikkelinstelling 3 Toneelschuur
Ontwikkelinstelling 4 Frascati
Ontwikkelinstelling 5 M-Lab
Ontwikkelinstelling 6
Ontwikkelinstelling 7
Ontwikkelinstelling 8
Ontwikkelinstelling 9
Ontwikkelinstelling 10
Ontwikkelinstelling 11
Ontwikkelinstelling 12
Ontwikkelinstelling 13
Ontwikkelinstelling 14
Ontwikkelinstelling 15
Festival 1 Boulevard
Festival 2 Oerol
Festival 3 Spring
Festival 4 Tweetakt
Festival 5 Limburg Festival
Festival 6 Noorderzon
Festival 7 North Sea Jazz
Festival 8 ILFU
Festival 9
Zeeuws Nazomerfestival
Festival 10 Spoffin
Festival 11 Dansdagen
Festival 12 Theaterfestival
Festival 13 Gaudeamus Muziekweek
Festival 14 Festival Oude Muziek
Festival 15 November Music
Museum 1
Museum 2
Museum 3
Museum 4
Museum 5
Museum 6
Museum 7
Museum 8
Museum 9
Museum 10
Museum 11
Museum 12
Museum 13
Museum 14
Museum 15
Museum 16
Museum 17
Museum 18
Museum 19
Museum 20
Museum 21
Museum 22
Museum 23
Museum 24
Museum 25
Ondersteunde instelling erfgoed
Ondersteunende instelling creatieve industrie
Ondersteunende instelling film Eye

Alle macht aan de stad! Het Advies van de Raad voor cultuur ontleed in 9 kansen en 10 bedreigingen

Toen een maandje geleden de Raad voor Cultuur het langverwachte musical-advies uitbracht, was Marijke van Hees, voorzitter van die Raad, opvallend nerveus. Dat bleek vooral uit haar keuze om als gespreksleider bij haar eigen presentatie op te treden. Toen er daar, in het Amsterdamse Allard Piersonmuseum, (zeer lichte) kritiek op het advies kwam, schoot ze in de verdediging. Dat werd een beetje gênant, maar ik weet nu waarom het gebeurde: die nervositeit kwam niet door de musical, maar door het grote verhaal dat toen al in voorbereiding was, en dat nu, donderdag 11 april 2019, de kunstwereld in opschudding brengt. Want dat is nogal een dingetje.

De spreekwoordelijke fecaliën zullen bij verschijnen van dit artikel al de diverse ventilatiesystemen hebben bezoedeld, want wat de Raad voor Cultuur met dit advies doet is tamelijk ongekend. Terwijl alle lobby’s, belangengroepen en lagere overheden van de minister de belofte hebben gekregen dat er geen ingrijpende stelselwijzigingen op til zouden zijn, adviseert de Raad juist dat: een ingrijpende stelselwijziging. En dan is dat nog zacht uitgedrukt. Op een paar topinstellingen na, wier positie de Raad voortaan voor 8 jaar wil veiligstellen, is niemand zijn bestaan meer zeker.

Het hele advies beslaat, exclusief bijlagen, 115 pagina’s. Daarin staat veel lezenswaardigs, al is het voor een deel ook het herformulering van eerdere deeladviezen, die op deze site zijn besproken. Alles tot in detail hier herhalen, voert te ver. Ik heb, geheel volgens inmiddels verouderde internetwetten, de hoofdpunten op een rijtje gezet. In een listicle. Omdat dat toch best handig is. Komen ze.

Kans 1: Iedereen moet meedoen

Wat er al aan zat te komen: het cultuursubsidiestelsel in Nederland moet openstaan voor iedereen die zich creatief kan en wil onderscheiden. Dat betekent dat de traditionele, ook wel canoniek genoemde – kunststromingen concurrentie krijgen van nieuwe kunst en nieuwe kunstenaars, die nu nog geen toegang hebben. Denk aan hiphop en urban, denk aan spoken word, street art, hakadans, maar ook aan kunstvormen die nu vooral op amateurbasis worden beoefend, of puur commercieel opereren, zoals Arabische popmuziek. Of musical.

Bedreiging 1: Niet iedereen kan meedoen

Doel is dat niemand zich buitengesloten voelt, ook Henk en Ingrid niet. Al zijn laatsten notoir moeilijk tevreden te stellen. Dat er ook hoognodig een museale voorziening voor het slavernijverleden moet komen, zal hun dan weer niet zo bevallen.

Dat meer mensen een beroep op (structurele) subsidie kunnen doen, maakt de positie van bestaande clubs ook wankel. Denk hierbij aan een enkel symfonie-orkest, een dansgezelschap, een jeugdtheaterhuis. Of operavoorziening.

Kans 2: Iedereen in de basisinfrastructuur!

In 2009 werd een nieuw, 21ste-eeuwbestendig subsidiestelsel ingeluid. Jaren was erover gedaan, en nu stond er iets dat het goede kon behouden en vernieuwing kon waarborgen. Productiehuizen, A-gezelschappen en gebouwen, fondsen die voor dynamiek zorgden. Die Basisinfrastructuur heeft dankzij brekebeen Zijlstra dus nooit kunnen doen waarvoor die bedoeld was. Het wangedrocht dat in 2013 na de bezuinigingen overbleef, viel ten prooi aan politieke willekeur, kasschuiven, overproductie en regelrechte uitbuiting. Er moest dus wat anders komen.

De minister leek, geheel in lijn met de liberale opvattingen, af te stevenen op een zo klein mogelijke basisinfrastructuur, omdat een grote alleen maar politiek gedoe oplevert. Liever wilde ze een grotere rol voor fondsen en lagere overheden, zodat het ministerie de hoofdlijnen kon bewaken. Scheelt ook een boel schaal12-ambtenaren.

De Raad voor Cultuur wil het nu precies andersom: het aantal instellingen dat in de nieuwe Basisinfrastructuur onder rijksverantwoordelijheid valt, verdubbelt ruim (van 35 nu naar mogelijk 75 in 2021).

Bedreiging 2: Iedereen gaat over de basisinfrastructuur!

De grote BIS betekent een zware taak erbij voor het ministerie, nieuwe adviescommissies, en meer gezeik in de kamer.

Kans 3: De stad krijgt het voor het zeggen

De afgelopen jaren stond Nederland cultuurland in het teken van de stedelijke regio’s. Die zouden meer te zeggen krijgen over de cultuur die binnen hun grenzen werd gemaakt en getoond.  15 regio’s kwamen met een plan, daarvan blijven er nu 11 over. Ondanks een forse lobby die de rol van de steden wilde beperken, zijn die stedelijke regio’s vanaf 2021 verantwoordelijk voor de humus van het nieuwe cultuurstelsel: educatie, participatie, talentontwikkeling en proeftuinen en presentatie-instellingen die nauw moeten gaan samenwerken met productie-instellingen. Als het rijk zo’n instelling wil subsidiëren, moet de regio waarin de instelling zich bevindt, meebetalen.

Bedreiging 3: Kunstenaar verliest onafhankelijkheid

Voor de middenlaag in het nieuwe stelsel, clubs die nu geen ‘gezelschap’ meer worden genoemd, maar ‘keten-instelling’, geldt de verplichting om zich nauw met de stedelijke regio te bemoeien, en omgekeerd. Waar veel mensen in de lobby bang voor waren, kan nu werkelijkheid worden: dat een wethouder van cultuur zich met de kunst gaat bemoeien. Of dat publieksreacties bepalend worden.

Kans 4: De provincies zijn cultureel uitgespeeld

Met de komst van de stedelijke regio’s in het cultuurbeleid is de rol van de provincies uitgespeeld. Alleen Flevoland is als provincie ook zelf een stedelijke regio geworden. Zuid Holland doet helemaal niet meer mee. Constateert de Raad.

Bedreiging 4: Cultuur verliest belang in Eerste Kamer

Kunst en cultuur speelden al geen rol in de provinciale politiek, en dus ook niet in de verkiezingen voor de Provinciale Staten. Een bewuste kiezer had Cultuur nog wel de doorslag kunnen laten geven met het oog op de Eerste Kamer, die door de Provinciale Staten wordt gekozen, maar nu is dat bijna onmogelijk geworden.

Kans 5: Productie en presentatie zoveel mogelijk in één hand

De keteninstellingen zijn het belangrijkste novum in het systeem dat de raad voorstelt. Dit zijn soms de instellingen die nu nog de ene keer door het Fonds Podiumkunsten, en de andere keer door het Rijk worden gesubsidieerd. Dan moet je denken aan jeugdtheatergezelschappen, danswerkplaatsen. Die woorden komen te vervallen.

Voor al die clubs geldt dat een flink aantal van hen doorstroomt naar de basisinfrastructuur, waar zij als keteninstelling verantwoordelijk worden voor educatie, presentatie, bereik, ontwikkeling en vernieuwing van hun specifieke vakgebied. In de BIS krijgen ze een basisinkomen, groot genoeg om projecten, personeel en inhuurkrachten goed te betalen, en kunnen ze extra geld krijgen voor een of meer van die plustaken.

De door sommigen zo gewenste, en door de minister afgewezen opheffing van de scheiding tussen presentatie (gemeentesubsidie) en productie (Rijkssubsidie) komt hiermee via een achterdeur binnen in het systeem.

Bedreiging 5: Volledig autonome kunst krijgt het moeilijk

Ruim zeventig jaar is het subsidiesysteem gebaseerd op de autonomie van de kunstenaar. Overheidsgeld was er om te compenseren voor slechte verkoop. De kunstenaar was vrij om zijn allerindividueelste gedachten op zijn eigen manier vorm te geven. Wanneer je mogelijk medeverantwoordelijk wordt voor de verkoop, is dat niet meer mogelijk.

Kans 6: Autonome kunst krijgt meer ruimte bij de fondsen

De fondsen kunnen zich in het nieuwe systeem helemaal richten op de autonome kunstenaar en diens creatieve ontwikkeling.

Bedreiging 6: de fondsen imploderen (vooral podiumkunsten)

Zonder de meerjarig gesubsidieerde gezelschappen en festivals, die grotendeels naar de nieuwe BIS verhuizen, en zonder de ontwikkeltaak, die in die BIS bij regionale overheden komt te liggen, blijft er voor ‘s lands grootste cultuurfonds nagenoeg niets over. Het kan zich helemaal concentreren op artistiek inhoudelijke, unieke kunst die gemaakt wordt door niet per se aan een stad of regio gebonden makers.

Als het aan de Raad ligt, moet het fonds ook andere criteria aanleggen om tot financiering over te gaan: niet meer op aantal speelbeurten, maar op relevantie en impact. Uiteraard wel met garantie van goede arbeidsvoorwaarden en met minstens 10 miljoen minder budget, dat overgeheveld wordt naar de BIS.

Kans 7: Er komt tweeënhalf fonds bij!

De samenwerking tussen rijk en gemeente zal niet overal even soepel verlopen. Om dat een beetje te smeren komt er een nieuw fonds bij, speciaal bedoeld om samenwerking tussen keteninstelling en gemeente te faciliteren. Om investeringen in mogelijke megasuccessn te kunnen doen, komt er ook een revolving fund, waarin de overheid en banken en marktpartijen geld storten, wat weer terugverdiend kan worden. En omdat de omroepen in Hilversum buitengewoon slecht omgaan met de erfenis van het opgeheven Mediafonds, gaat dat budget – als het aan de Raad ligt – over naar het Filmfonds, dat zo een AV-fonds gaat worden, en niet meer alleen film, maar ook andere audiovisuele producties mogelijk gaat maken.

Bedreiging 7: Er komt tweeënhalf fonds bij?!

Wat moet dat allemaal wel niet kosten?

Kans 8: Alle codes zijn actief

De codes voor Fair Practice, Governance en Diversiteit worden bepalend bij de toekenning van subsidie. Omdat de overgang misschien voor sommige werkgevers wat abrupt zal zijn, geldt in de eerste subsidieperiode nog het adagium ‘Pas toe, of leg uit’. Daarna betekent structurele onderbetaling van werknemers en uitbuiting van freelancers, racisme of vriendjespolitiek een onherroepelijk einde aan de subsidierelatie.

Bedreiging 8: Alle codes kosten geld

Werknemers en freelancers goed betalen kost geld. Dat moet ergens vandaan komen. Dat een en ander al op korte termijn tot minder aanvragen zal leiden, calculeert de Raad in. In de Basisinfrastructuur zal een  en ander geborgd zijn, daarbuiten, bij de fondsen, zullen de klappen vallen.

Kans 9: Beoordelingscommissies moeten de bevolking afspiegelen

De raad spreekt niet van zaalbezettingspercentages en inkomstennormen, maar vindt wel dat cultuur breed gedragen moet worden. Dus moeten ook de beoordelingscommissies een afspiegeling vormen van de samenleving. Het is nog net geen jurysysteem met bijbehorende lotingen(wat best interessant zou zijn), maar betekent wel een forse opdracht voor de fondsen en overheden, die nu echt moeten zorgen dat de commissies divers zijn, in alle opzichten.

Bedreiging 9: Hoe bepaal je vooroordelen?

Wanneer een fonds of commissie door omstandigheden niet een afspiegeling is, terwijl dat wel een eis is: welke garantie heb je als aanvrager dat je onbevooroordeeld tegemoetgetreden zult worden? En kun je als afgewezene ergens terecht wanneer je al dan niet bewuste bias meent te zien? Omdat het zeker in de eerste periode nog best lastig zal worden om de vereiste pluriformiteit in elke commissie voor elkaar te krijgen, kunnen we veel onrust verwachten.

Bedreiging 10: Wat als er geen geld komt?

Alle ambities van de Raad om het hele systeem overhoop te gooien, kosten natuurlijk geld. Meer geld, dan de minister als absolute grens heeft gesteld. Geld ook, dat naar meer ambtenaren en adviseurs zal gaan, omdat de complete wijziging nogal wat voeten in de aarde heeft.

De grote olifant in de kamer (naast alle door ventilatoren rondgeblazen uitwerpsels) is dus die geldvraag. De Raad maakt wel een berekening die uitkomt op netto enkele tientallen miljoenen meer, maar daar zit dus wel het probleem. Wat als de minister, of de Kamer, de ambities overneemt, maar het budget niet? Dan hebben we met zijn allen een groot probleem. Wat een troost kan zijn, of juist een hels alternatief, is dat de Kamer dat probleem niet meer bij de Fondsen of lagere overheden over de schutting kan mieteren.

Het grootste deel van de Nederlandse kunsten is vanaf nu  namelijk weer gewoon de verantwoordelijkheid van de politiek. U bent gewaarschuwd.

CLASH is een lofzang op de kunst

Foto: Knelis

Kunst op een muziekfestival verwordt vaak tot decoratie, maar dat geldt zeker niet voor het Groningse CLASH. ‘We willen niet dat kunst in de programmering wegvalt, maar dat het juist de volle aandacht krijgt. Dat verdient het volgens ons ook,’ vertelt organisator Milou de Boer. Vijftig procent van het programmeringsbudget van CLASH gaat naar de kunst en dat was te zien. Een groot wapperend doek, een vonkenregen en 14 zingende glazen stolpen botsten op de dreunende elektronische beats en hielden stand – ook na middernacht toen het publiek hier en daar behoorlijk aangeschoten begon te raken.

Niels Meijer en Milou de Boer   Foto: Lisa Jasperina Bommerson

De laatste editie van CLASH dateert van 2011, maar drie ambitieuze Groningers maakten dit jaar een einde aan zes jaar radiostilte en bliezen het festival nieuw leven in. Milou de Boer, Joachim de Vries en Niels Meijer misten een plek waar beeldende kunst en elektronische muziek samenkwamen. ‘We missen iets in Groningen dat op deze manier kunst interessant maakt voor mensen die niet zo vaak naar musea toegaan,’ vertelt Meijer. Na drie preparty’s en de editie CLASH XXL van afgelopen weekend is CLASH weer een feit.

Kunst als een totaalervaring

De kunst op CLASH is niet het standaard schilderijtje aan de muur, vertelt Meijer: ‘We zijn echt op zoek naar een totaalervaring.’ CLASH haalt de kunst weg uit de museale context. ‘We laten de kunst niet in de gebruikelijke white cube zien,’ vult De Boer aan. Er wordt wel vaak wel een knipoog naar die neutraal witte, museale ruimte gemaakt. De Boer: ‘We hebben overal heel kleine museumbordjes, maar dan op plekken waar je ze normaal niet tegen komt.’ Zo zie je op CLASH museumbordjes bij het stopcontact, bij de biertap, of bij een brandweerslang.

Weval stelt het hoogtepunt uit

Weval | Foto: Jasper Bolderdijk

Headliner van CLASH, Weval, verkocht binnen een paar dagen Amsterdam Paradiso uit, ook bij het Grand Theatre staat er een rij voor de deur. Laag voor laag bouwt Weval hun openingstrack met schijnbaar simpele motieven op. De beat blijft eerst uit: het publiek kan enkel toekijken hoe het producers-duo met gedraai aan knopjes een landschap van melodieën laat ontstaan. Met tracks als Gimme Some is Weval in staat  om het publiek snel tot extatische hoogten te brengen, maar nu frustreren ze het publiek bewust. Ze teasen het bijna. Zoals het een goede minnaar betaamt, stelt Weval het hoogtepunt uit. Wanneer de beat eindelijk valt, wordt die dankbaar met gejoel ontvangen.

Met die elektronische muziek zit het dus wel goed op CLASH, maar weten de kunstinstallaties de fijne beats te overstemmen?

‘Ik vind het een beetje eng’

Ik besluit het zelf te onderzoeken en sta om 1 uur ’s nachts voor een gigantisch oranje vierkant. Het is een doek gespannen tussen een groot metalen frame. ‘Dit is Flap Flap,’ vertelt kunstenaar Philip Vermeulen. Het publiek, veelal met een biertje in de hand, mag van hem best iets dichterbij komen. Door de mechanische bewegingen van de paal in het midden van het doek begint Flap Flap te bewegen. Eerst nieuwsgierig, alsof het zijn eigen bewegingsvrijheid ontdekt, dan steeds zekerder. Vermeulen spreekt zelf van een high frequency fuck machine en die observatie is de man naast mij niet ontgaan, hij maakt er een schunnig grapje over. De man voor mij zet een stap achteruit en zegt gespeeld tegen een vriend: ‘Ik vind het een beetje eng’.

Flap Flap | Foto: Jasper Bolderdijk

Waar het geluid van Flap Flap eerst nog iets van geflapper heeft, beweegt de installatie al gauw zo snel dat het met een geratel als een drilboor de dreunende muziek van het feest beneden overstemt. De man voor mij zet nog een stap achteruit- nu niet gespeeld. Zelf blijf ik ook op een veilige afstand: ‘wat als een punt van het doek losschiet?’ Het is iets waar Vermeulen bewust mee speelt, vertelt hij de volgende dag: ‘Ik probeer mijn installaties zo te maken dat je ze als publiek niet helemaal vertrouwt.’ Door de snelle schokken is er van het vierkante vlak weinig meer over, de patronen hypnotiseren; ik zie een woestijnlandschap in een storm. Wanneer Vermeulen speelt met het licht, lijkt het oranje vlak op te gloeien als een tropisch dier dat zich opblaast om een paringsdans te doen. Het publiek moedigt het joelend aan.

Set fire to the rain

Rain | Foto: Knelis

De installatie Rain van Pelle Schilling lijkt eveneens gevaarlijk. Om zijn installatie te betreden moet het publiek een geluidswerende koptelefoon op. Rain is een installatie van vijf bij vijf meter met vijfentwintig slijptollen. Schilling verwonderde zich als kleine jongen in de metaalwerkplaats van zijn vader over de vonkenregen die de lassers daar creëerden. Hij laat het publiek voor een kort moment diezelfde verwondering ervaren. Met een enorm geweld beginnen de slijptollen vuur te spuwen. Een bezoekster wandelt met ijzeren paraplu en jas sereen onder het geweld door en we zien hoe de vonkenregen van haar afketst.

De beat van druppelend water

De grens tussen kunst en muziek blijkt op CLASH langzaam te vervagen. In de kelder van de VERA en bots ik op de minder toegankelijke muziek van Red Brut. Is het wel muziek? vraag ik me af, is dit niet meer een performance? Brut staat achter een tafel waarop cassettebandjes zijn uitgestald. Op iedere kant van het bandje zit een ander geluid, door Brut zelf opgenomen. Het geluid van een afvoerputje en een voorbij rijdende trein, ze zet ze live improviserend onder elkaar. Wonderbaarlijk genoeg ontstaat er een beat- geen dansbare, maar wel een fascinerende.

Feest in de Foyer | Foto: Iris Pepping

In de Foyer van het Grand Theatre draaien verschillende lokale DJ’s en gaat het feest los. Via de dansvloer vol jonge hippe Groningers vind ik in de bovenzaal van het Grand een plek van verstilling bij de film THE VANITY OF VANITIES. De zwart-witbeelden van Anne Senstad tonen een verwoestende zee, waarvan de golven op steeds andere rotsen uiteenspatten. In het woeste feestgeweld herinnert ze ons aan de tijdelijkheid en ijdelheid van het leven. Ga dus maar weer dansen, want voor je het weet is het voorbij.

Reflectie en bezinning op de zondag

De tweede dag van CLASH staat in het teken van reflectie en bezinning. In paneldiscussies wordt op de roes van de voorgaande avond gereflecteerd. De Boer: ‘We vinden het belangrijk dat je kunt napraten over wat je hebt meegemaakt.’ In het eerste panelgesprek wordt dan ook ingegaan op de kunstbeleving. Vooral het wetenschappelijk perspectief van neurowetenschapper Iris Sommers is daarbij interessant. Zij zegt dat we doorgaans op onze zintuigen vertrouwen, maar kunst onze zintuigen uitdaagt en ons dus vraagt opnieuw te kijken, opnieuw te luisteren: ‘Art just doesn’t fit the picture.’ Kunstenaar Philip Vermeulen vult haar aan: ‘When you go over your senses the beauty kicks in: The ego dissolves.’

Foto: Knelis

The beauty kicks in

Tune | Foto: Knelis

Dat klinkt zweverig, ware het niet dat ik het kort daarvoor zelf ondervond bij Tune van Bouke Groen: Terwijl ik de trap van nachtclub Oost op loop, hoor ik in plaats van de doorgaans bonkende techno, een zacht hoog gezang. Op sokkels staan omgekeerde glazen stolpen in rijen opgesteld. Naast de hoge tonen klinkt het zachte gekraak van de kabels die aan de stolpen verbonden zijn. Door elektrische trillingen beginnen de glazen te zingen. Het geeft het geluid van een vinger over kristallen wijnglas. Met 14 tegelijk klinkt het constante zoemen als de piep in je oor. Het stoort me. Ik luister tot mijn ongemak verdwijnt, na vijf minuten geef ik me over en merk ik hoe het geluid mijn gedachten overstemt. In de hoge tonen vind ik een plek van verstilling – daar kan geen yogales tegenop.

Een kritische vraag

In de panels op de zondag lijkt er vooralsnog geen clash te zijn; het is een ontspannen moment van contemplatie. Maar dan komt toch een kritische vraag uit het publiek. Een toeschouwster vraagt zich af waarom er maar één vrouw op het toneel zit. De moderator antwoordt eerlijk: ‘Ik weet het niet.’ Uit nieuwsgierigheid begin ik terug te tellen: waar de verdeling kunst en muziek in balans is, is het aantal vrouwen zeker niet fifty-fifty. ‘Ik was het eens met die kritische noot uit het publiek. We zijn ons ervan bewust en we gaan er in de toekomst zeker iets mee doen,’ verzekert De Boer me. Dat TINKEBELL de afsluitende keynote geeft, maakt in ieder geval veel goed.

‘Kunst kan de wereld redden!’

Keynote TINKEBELL | Foto: Lisa Jasperina Bommerson

Kunstenares TINKEBELL – inderdaad, die van de kattenhandtas – schuwt de confrontatie niet.
Ze vormt daardoor de perfecte afsluiter voor CLASH: ‘Als ik het met iemand eens ben, zeg ik het, als ik het ergens niet eens ben, schreeuw ik het. Clash is de story of my life,’ verzucht ze. Haar keynote is los en innemend met tal van zijspoortjes. Er is één duidelijke lijn: TINKEBELL gelooft dat kunst de wereld kan redden. Dat is volgens haar de reden waarom Thierry Baudet – uit wiens toespraak TINKEBELL citeert – vindt dat de kunstenaar hem ondermijnt.

Met TINKEBELL’s keynote eindigt CLASH in een hoopvolle lofzang op de kunst. CLASH bewijst dat die kunst ook op een muziekfestival stand weet te houden en de volle aandacht verdient. De volgende editie laat vast niet weer zes jaar op zich wachten.

Goed om te weten Goed om te weten
Festival CLASH speelde zich in Groningen af op diverse locaties, op 6 en 7 april 2019.

‘We kunnen de concurrentie met Disney aan.’ Waarom de lange Nederlandse animatiefilm gaat doorbreken met Heinz en Bunuel

Heinz (foto BosBros)

Kleurrijke figuren in een Amsterdamse volksbuurt, een luie rode kater die verandert in een soort King Kong-kloon, felle discussies over het belang van kunst, steltlopende olifanten – dat duikt allemaal op in twee lange animatiefilms die toevallig allebei op 18 april in de Nederlandse bioscoop verschijnen.

En toevallig ook nog eens twee films die overtuigend, en op volstrekt tegengestelde manier, demonstreren dat een animatiefilm niet per definitie voor kinderen is.

Heinz is de tegendraadse tekenfilm van Piet Kroon naar de befaamde krantenstrips van het duo René Windig en Eddie de Jong. Een grillig cartoon-universum dat heerlijk herkenbare Amsterdamsheid combineert met een parodie op grote spektakelfilms.

Buñuel in the Labyrinth of the Turtles (foto Submarine)

Het eveneens getekende Buñuel in the Labyrinth of the Turtles gaat over de sociaal bewogen kant van de surrealistische filmmaker Luis Buñuel. In dit op ware gebeurtenissen gebaseerde verhaal zien we hoe de als surrealist in opspraak geraakte Buñuel zijn schrijnende en confronterende documentaire Las Hurdes (1933) maakt. Getekend in een stijl realistisch is, maar ook ruimte maakt voor Buñuels magische nachtmerries.

Nederlandse animatie-industrie

De Nederlands-Belgische coproductie Heinz is de eerste lange animatie van BosBros, de producent die naam maakte met jeugd- en familiefilms. Tot stand gekomen met een grote bijdrage van de animatiestudio van Submarine, veelzijdig producent van speelfilms, documentaires en animatie. Meer toeval: datzelfde Submarine was ook betrokken bij het als Spaans-Nederlands-Duitse coproductie gerealiseerde Buñuel.

Ja, hoe toevallig is dat allemaal? Misschien minder dan je zou denken. Want er zoemt iets rond. Namelijk dat de lange Nederlandse animatiefilm op het punt staat door te breken. Misschien niet toevallig dus dat een paar weken geleden Nederlandse animatie centraal stond op het jaarlijkse Cartoon Movie in Bordeaux, een evenement waar makers, producenten en financiers elkaar ontmoeten. Alle aanleiding dus om op de onlangs gehouden Heinz-persdag wat meer te weten te komen. Niet alleen over de productie van Heinz, maar vooral over de sprong vooruit die de Nederlandse animatie-industrie lijkt te gaan maken.

Terug uit Amerika

Piet Kroon, regisseur, scenarist en deels storyboard-tekenaar van Heinz, ziet dat er al veel veranderd is. Ooit debuteerde hij met de eigenwijze korte animaties Dada (1997) en T.R.A.N.S.I.T. (1998). Hij vertrok vervolgens naar de Verenigde Staten om mee te werken aan grote producties als Osmosis Jones, Rio en Shrek 2. Tegelijkertijd raakte hij betrokken bij al lang lopende plannen om een Heinz-film te maken. Toen daarvoor in 2017 eindelijk het startschot viel keerde hij terug naar Nederland om de regie te voeren over het tekenwerk van enkele tientallen animatoren.

Die terugkeer beviel fantastisch goed, laat hij lachend weten. “Na 23 jaar in de Amerikaanse animatie-industrie was dit een grote buitenkans om een film te maken naar eigen inzicht. Ik heb daarginds ontzettend veel geleerd en met veel plezier gewerkt. De keerzijde is dat het een heel conservatief soort filmmaken is. Films met heel grote budgetten, family-entertainment voor een heel breed publiek. Terwijl met animatie zoveel meer kan. Maar in Amerika is dat moeilijk te realiseren.”

“Naast mijn reguliere werk schreef ik aan het script voor Heinz. De opzet was om iets heel anders te maken dat niet perse voor kinderen is. Iets dat ook qua vorm niet probeert te concurreren met Amerikaans werk. De grote uitdaging was om de losse gagstrips met die dwarse antiheld Heinz te vertalen naar een lange film. En dan toch trouw te blijven aan die krankzinnige, hutspotachtige wereld die Eddie en René in 25 jaar hebben getekend.”

Kroon merkte dat er tijdens zijn afwezigheid in Nederland op animatiegebied veel veranderd was. Toen hij wegging had zo’n project als Heinz volgens hem nog niet gekund. Nu trof hij een land met veel mogelijkheden, fris jong talent en een Filmfonds dat lange animatiefilms actief ondersteunt. Hij herinnert zich hoe Willem Thijssen, als eerste animatie-intendant van het Filmfonds, destijds meehielp om de gestrande plannen voor Heinz weer vlot te trekken.

Inhaalslag

Producent Burny Bos van BosBros ziet ook veel veranderen. “Tot nu toe werden er in Nederland weinig animatiefilms voor de bioscoop gemaakt.”

Als schaarse voorbeelden noemt hij Pim & Pom: Het grote avontuur (2014) en Trippel Trappel Dierensinterklaas, beide in 2014. In 2016 zagen we Woezel & Pip. De dieren uit het Hakkebakkebos was een Noorse productie, maar wel al met een stevige bijdrage van de Nederlandse stop-motionstudio Pedri Animation.

Maar nu staat Nederland volgens Bos absoluut op het punt om door te breken. Hij was ook in Bordeaux waar meerdere Nederlandse animatieproducties op zoek waren naar een internationale partner. “Met behoorlijk goede respons.”

“We hebben een achterstand in te lopen op België en bijvoorbeeld Frankrijk. Nederland was altijd het land van enthousiaste animatoren die artistieke korte films maakten en daarmee prijzen wonnen. Denk aan Michael Dudok de Wit en het trio Job, Joris en Marieke. Maar een industrie was dat niet. Sinds kort begint er zoiets te ontstaan. Producent Submarine bijvoorbeeld heeft een eigen animatiestudio, een digitale werkplek waar plaats is voor zo’n vijftig animatoren. Een andere animatieproducent is Il Luster. Zelf zijn we ook hard bezig om met animatie aan de slag te gaan.”

“Tussen nu en drie jaar verwacht ik een behoorlijke inhaalslag. De Amerikaanse markt laat ik buiten beschouwing, maar Europa is groot genoeg. Twintig jaar geleden lieten speelfilms als Abeltje, Minoes en Pietje Bell zien dat Nederland de concurrentie met Disney aankon. Ik verwacht dat zoiets ook op animatiegebied gaat gebeuren.”

Internationaal bereik

Een animatiefilm is doorgaans duurder dan een speelfilm, maar het is gemakkelijker om internationale coproducties aan te gaan, en zo meer financiering te krijgen. Het is lastig om een speelfilm met voor buitenlands publiek onbekende Nederlandse acteurs in de rest van Europa uit te brengen. Bij een nagesynchroniseerde animatiefilm heb je dat probleem niet. “Een animatiefilm heeft een grotere kans om internationaal door te breken”, aldus Bos.

Bruno Felix van Submarine – in Bordeaux als animatieproducent van het jaar in het zonnetje gezet – beaamt dat. De komende twee à drie jaar kunnen een doorbraak laten zien. “De Nederlandse animatiefilm is door de puberteit heen. Er zijn serieuze productiebedrijven en studio’s, er zijn een paar goede projecten opgeleverd, er zijn goede opleidingen en er is talent.”

“Van de kleine Europese landen is Nederland het grootste. Zo kunnen we een mooie lijm zijn bij internationale coproducties. Het goed kunnen samenwerken en de no-nonsensementaliteit komen daarbij van pas.” Als kwaliteiten die een rol spelen bij animatie noemt hij de innovatieve stijl van Nederlandse animatoren, plus het feit dat we niet te dogmatisch zijn en niet bang voor technologie.

Designland

Het ‘gekkenhuis’ dat Heinz volgens Burny Bos in veel opzichten is, met een ratjetoe aan situaties en personages, is een mooi voorbeeld van die Nederlandse onbevangenheid.

Ook Michiel Snijders van IL Luster (Woezel en Pip, Trippel Trappel), die ik later spreek, ziet Nederland een nieuwe stap zetten. “Met die industriële maat komen we op een spannend vlak. Het gaat natuurlijk niet alleen om tax-shelters en financieringsmodellen. Nederland staat bekend als designland en ik hoop dat we dat eigen karakter in ere houden.”

Coproducties noodzaak

Hierboven is al aangestipt dat lange animatiefilms die hier gerealiseerd worden eigenlijk altijd Europese coproducties zijn. Waarom dat zo is vat Bruno Felix in drie punten samen.

  • Vertaalbaar. Eeen animatiefilm is eenvoudig in een andere taal over te zetten en kan daardoor gemakkelijk meerdere publieken bereiken.
  • Betaalbaar. Animatie is heel arbeidsintensief, dus duur. Daardoor is geld uit verschillende landen nodig, dat ook in verschillende landen uitgegeven moet worden. Een buitenlandse producent kan bijvoorbeeld een beroep doen op het zogenaamde production incentive van het Nederlands Filmfonds. Dat geld moet dan wel hier worden besteed. Bij een speelfilm is dat soms lastig, bij animatie is het doorgaans geen probleem.
  • Schaalbaar. Als derde punt noemt Felix de grote hoeveelheid werk die animatie met zich meebrengt. Dan kan het juist handig zijn dat over verschillende studio’s te verdelen. Het animeren van de verschillende figuren is een klus die relatief gemakkelijk over verschillende werkplekken te verdelen is. Dat bevestigt ook Jolande Junte, die voor Heinz daarover de supervisie had.

Heinz

We nemen Heinz weer als voorbeeld. Het budget van krap 2 miljoen euro is relatief bescheiden. Ongeveer gelijk aan dat van een gemiddelde Nederlandse speelfilm. Toch was ook Belgisch geld nodig om de zaak rond te krijgen. Zo werd het Vlaamse productiehuis Fabrique Fantastique coproducent. Zij zorgden voor de achtergrondbeelden en hebben volgens Burny Bos heel goed geholpen het artistieke niveau omhoog te tillen. “Hun werk heeft de voorgrondmakers geprikkeld.” De meeste karakters zijn geanimeerd bij coproducent Submarine. Voor een kleiner deel van het animatiewerk werd een beroep gedaan op de Rotterdamse animatiestudio Ka-Ching Cartoons.

Op zijn beurt zorgde Bruno Felix er voor dat het Nederlandse Submarine coproducent werd van het Spaanse Buñuel in the Labyrinth of the Turtles. “Buñuel werd gepitcht in Bordeaux. Ik vond het een mooi verhaal waarin journalistiek, kunst, religie en politiek een interessante melting pot vormen. Een verhaal met urgentie dat ook nu weer van belang is. Daarbij is een verhaal over Buñuel als een van de grondleggers van de Europese cinema sowieso de moeite waard. Een arthousefilm met een mooie stijl die in de filmtheaters een (bescheiden) publiek kan vinden. Dat alles maakte het tot een interessant project om in te stappen.”

Anne Frank

Where is Anne Frank (Foto Submarine)

Een ander project waar Submarine een plaats als coproducent heeft bemachtigd is Where is Anne Frank. Dat is de nieuwe animatiefilm van Ari Folman, bekend als regisseur van het indrukwekkende Walz With Bashir. “Dat is de eredivisie, een project waarmee ik kan laten zien wat Submarine in huis heeft. Daar heb ik echt mijn best voor gedaan. Bovendien leek het me idioot als een film over Anne Frank geen Nederlandse bijdrage zou hebben.” In mei gaat bij Submarine de animatie hiervoor van start.

Op dit moment wordt in dezelfde studio nog hard gewerkt aan Undone, een animatieserie voor volwassen kijkers voor Amazon, met Hisko Hulsing als coregisseur. Een andere lange animatiefilm die bij Submarine al stevig in de steigers staat is Coppelia. Een modern sprookje voor jong en oud, vormgegeven als een combinatie van 2D-animatie en live-ballet. Nog in de scriptfase is The Young Vincent, een jeugdfilm over de jonge jaren van Vincent van Gogh. Ook in ontwikkeling is Vos en Haas redden het bos, een fantasie voor jonge kinderen van Mascha Halberstad. Bruno Felix is daarnaast bezig om iets naar de verhalen van Toon Tellegen op poten te zetten.

Miss Moxy

Dat BosBros besloten heeft een animatietak (lange films en series) te beginnen heeft te maken met de mogelijkheid om hiermee het bereik uit te breiden. Zoals gezegd steek je met animatie gemakkelijker de grens over dan met speelfilms, hoe mooi die ook zijn.

Urbanus de vuilnisheld (Foto: In the air)

Op 2 mei is de Nederlandse première van de Belgische animatiefilm Urbanus de vuilnisheld. Een doldwaas avontuur naar de strips van Urbanus en Willy Linthout. BosBros doet mee als Nederlandse coproducent.

De eerstvolgende eigen lange animatiefilm van BosBros is Miss Moxy, geregisseerd door Vincent Bal (Minoes). Een roadmovie over een eigenwijze kat die vanuit Frankrijk de weg naar huis moet vinden. Het script is rond, de financiering bijna. Het budget is 8 à 9 miljoen euro. Daarvan zal zo’n zes miljoen uit het buitenland moeten komen. In Bordeaux was er al veel belangstelling en Bos hoopt op het animatiefestival in Annecy het laatste gat te dichten. Als verder alles goed gaat in 2021 in de bioscoop.

Een andere tot de verbeelding sprekende BosBros-animatie is Hieronymus van Erik van Schaaik. Een fantasierijk vormgegeven coming of age-verhaal over de rebelse tiener Jeroen die later bekend zal worden als de beroemde schilder Hieronymus Bosch. Er is een script, maar daar moet volgens Burny Bos eerst nog flink aan gesleuteld worden.

Wat staat ons nog meer te wachten?

Zonder de pretentie compleet te zijn hier nog een aantal lange animatiefilms met een Nederlandse hoofdproducent die de komende drie jaar in de bioscoop kunnen komen.

Victor Vleermuis (Foto: Il Luster/The Storytellers)

Victor Vleermuis is een nieuwe jeugdfilm over een jonge vleermuis die bang is in het donker. Van Il Luster, het in animatie gespecialiseerde Utrechtse productiehuis dat al twintig jaar actief is. Productie samen met The Storytellers Film & TV en waarschijnlijk twee buitenlandse producenten. Verwacht eind 2021.

Karel en Elegast, ook van Il Luster, hier samen met de Haagse animatiestudio Anikey die ook meewerkte aan Trippel Trappel. De familiefilm Karel en Elegast wordt de eerste verfilming van dit oudste in het Nederlands op schrift gestelde verhaal. Verkeert in de fase van scriptontwikkeling.

Ainbo is een Nederlands-Peruaanse coproductie van productiebedrijf Cool Beans/Richard Claus & Co. Een 3D-animatie over een meisje uit de jungle van de Amazone. Gepland voor 2021.

Kleine Sofie en Lange Wapper, naar het bekroonde kinderboek van Els Pelgrom en Thé Tjong-Khing. Combinatie van live-action en stop-motionanimatie. Daarin komt de fantasie tot leven waarmee een meisje dat op sterven ligt de dood om de tuin leidt. Uit de koker van de veelzijdige (speelfilm, jeugd-drama, documentaire, animatie) producent IJswater. Gepland voor 2022, als alles meezit.

Blender Institute ontwikkelt zijn eerste lange animatiefilm Agent 327. Naar de gelijknamige Nederlandse strip van Martin Lodewijk. Belooft een geheel Nederlandse productie te worden. De treatment is klaar. Nu wordt gewerkt aan het samenstellen van het team voor regie, script en storyboard. Financiering is nog niet rond, dus dat wordt 2022 op zijn vroegst, hoopt Ton Roosendaal.

De wraak van Knor wordt een stop-motionfilm voor jong en oud, geregisseerd door Mascha Halberstad naar het jeugdboek van Tosca Menten. De negenjarige Babs moet haar varkentje uit handen van de worstenmakers houden. Een Nederlands-Belgisch-Franse coproductie uit de koker van het Amsterdamse Viking Film. Dit is het in arthouse en animatie gespecialiseerde bedrijf van Marleen Slot. Pedri Animation gaat de poppen maken. De financiering is bijna rond. Productie start september. Ze hoopt Knor eind 2021 of begin 2022 uit te brengen.

Nog enkele plaatsen beschikbaar op 9 mei 2019 – Workshop: Storytelling in schrift

Over verhalen, boodschap en sociale media

Storytelling is het nieuwste buzzword. Elke organisatie moet tegenwoordig een verhaal te vertellen hebben. Is het een modieus marketingverzinsel? Niet echt. Storytelling is niet nieuw. We vertelden elkaar altijd al verhalen. Kwestie is alleen: we vergeten dat weleens. Denken dat elkaar droge feiten doorgeven een effectieve manier is om mensen in beweging te zetten. Maar dat werkt niet. Een verhaal is wat mensen van je onthouden.

Moet elk journalistiek verhaal, elk persbericht, businessplan of elke subsidieaanvraag nu een literair meesterwerk worden? Kom je er niet meer onderuit om steeds te beginnen met een sfeerbeeld, neervallende regen, een knapperend haardvuur en een duidelijke bad guy? Moet er een plot in je persbericht?!

Natuurlijk niet.

Storytelling voor praktische schrijvers en beeldmakers is een frisse, andere manier van denken. Een andere kijk op hoe je je boodschap overbrengt. Daarvoor is het nodig dat je weet wat je eigenlijke verhaal is.

Werk je bij een museum omdat de gemeente toevallig een gebouw over had en wat oude zooi van zolder op leuke manier wilde laten zien? Maak je theater omdat er toevallig een subsidiepotje lag en je even niks beters te doen had? Schrijf je een journalistieke reportage omdat iemand een persbericht stuurde en je daar nog wat beeld en tekst bij moest plakken?

Zelfs al zou het zo zijn, dan zit er nog altijd een verhaal in, een story to tell. Er is altijd een kern, een vonk, een passie, een moment dat bepalend is voor alles wat volgt. Daar zit je verhaal. Daar maak je indruk mee op je lezer, luisteraar of kijker.

Over de docent

Wijbrand Schaap begon lange tijd zijn verhaal over Cultuurpers met een röntgenopname van zijn verbrijzelde been. Het was najaar 2008 en zijn leven lag in duigen. Niet alleen dat been, maar de hele krantenwereld was in elkaar gestort. Vanuit zijn – gelukkig tijdelijke – rolstoel ontstond het plan voor Cultuurpers. Dat Cultureel Persbureau is inmiddels niet meer weg te denken uit de Nederlandse cultuurwereld.

‘Maar eigenlijk begon dat verhaal veel en veel eerder.’ zegt hij er nu over. ‘Het begon bij het voorlezen door mijn moeder. Heel ouderwets, ‘s avonds voor het slapen gaan. Niels Holgerssons Wonderbare Reis, door mijn moeder keurig gedoseerd met een kookwekker omdat we anders allebei de tijd zouden vergeten. Daar begon de liefde voor het verhaal, voor de verbeelding. Dat mijn vader journalist was en elke avond boven ons op zijn werkkamer zat te typen, zal natuurlijk ook meegeholpen hebben.’

Sinds die avonden met kookwekker, Selma Lagerlöf en de typemachine is Wijbrand Schaap voortdurend op zoek geweest naar nieuwe, betere manieren om verhalen te vertellen. Tijdens zijn studie theaterwetenschap als interviewer en onderzoeker, als regisseur in het studententoneel en als journalist: het nieuwe is even belangrijk als het nieuws.

  • Deze workshop is voor iedereen met schrijfervaring die beter wil leren schrijven: pr-medewerkers, journalisten, ceo’s en hobbyschrijvers met enige ervaring.
  • We behandelen de basisprincipes van storytelling, inspiratie en verhaalopbouw aan de hand van kleine opdrachten en onderlinge feedback.
  • De workshop duurt van 13:00 uur tot 17:00 uur en wordt afgesloten met een borrel.
  • Maximaal 10 deelnemers.
  • Datum: 9 mei
  • Locatie: De Schuur, Wijde Doelen 8 in Utrecht

Kosten:

Niet-leden (word HIER lid) 99,00 € (inclusief BTW)
Leden Login 49,00 € (inclusief BTW)

 

Inschrijven en betalen:

Je bent niet ingelogd. Login voor korting.







Deelname Workshop Storytelling op Schrift
€ 99,00




Totaal

Gaat de bloei van de kunsthandel wel om kunst? Het Europees Parlement heeft zo zijn twijfels.

Afbeelding van 3D Animation Production Company via Pixabay

De aanpak van belastingfraude en witwassen heeft, zoals we eerder al berichtten, ook gevolgen voor de kunstsector. Geld kan niet meer verborgen worden in schimmige bv’s achter stichtingen, die weer schuilgaan achter andere bedrijven en personen. Alles moet vanaf nu transparant.

Vorige week kwam daar een nieuwe maatregel bij, zo valt te lezen op Artnet. De Europese unie gaat een eind maken aan het bestaan van zogenaamde vrijhavens. Dat zijn extreem beveiligde opslagplaatsen waar waardevolle spullen, zoals kunst, kunnen worden opgeslagen buiten de douane om, zodat er ook geen belasting over hoeft te worden betaald. We pakken het officiële stuk er even bij: daarin staat dat het Europees Parlement opmerkt dat:

‘het einde van het bankgeheim heeft geleid tot de opkomst van investeringen in nieuwe zaken, zoals kunst, wat de afgelopen jaren heeft geleid tot een snelle groei van de kunstmarkt; benadrukt dat vrije zones hen een veilige en over het hoofd geziene opslagruimte bieden, waar de handel onbelast kan worden uitgevoerd en eigendom kan worden verhuld, terwijl de kunst zelf een niet-gereguleerde markt blijft, onder meer door de moeilijkheid om marktprijzen te bepalen en specialisten te vinden; wijst erop dat het bijvoorbeeld gemakkelijker is om een waardevol schilderij naar de andere kant van de wereld te verplaatsen dan een vergelijkbare hoeveelheid geld.’ (Vertaald met www.DeepL.com/Translator)

De groei van de kunstmarkt wordt in dit besluit dus rechtstreeks gekoppeld aan de opheffing van het bankgeheim. En je kunt dus beter van vrijhaven naar vrijhaven sjouwen met een verloren gewaande Picasso dan met een zak geld. Opmerkelijk inderdaad, en best ok dat die vrijhavens nu gesloten worden. Terug naar bitcoin? Wie weet. Het leidt er misschien wel toe dat iemand ooit nog weer die Salvator Mundi, al dan niet van Michelangelo, gaat terugvinden.

Lees het hele artikel op Artnet.

Peppie & UBO: privacyproblemen voor zakelijk leiders en bestuurders. (Waarom anti-witwasbeleid de cultuur in de wielen kan rijden)

Afbeelding van TheoRivierenlaan via Pixabay

Onze regeringsleiders, verenigd in Europa, hebben iets bedacht om het maskeren van corruptie tegen te gaan. Het heet UBO-register. Nederland gaat dat op korte termijn ook invoeren. Dat heeft gevolgen, ook voor culturele stichtingen en verenigingen. Elke organisatie moet namelijk bepalen wie UBO (Ultimate Beneficial Owner ofwel Uiteindelijk Voordeelgenietend Eigenaar) is. Dat geeft wat complicaties.

In de cultuursector is het zeker geen gesprek van de dag en lijkt het een futuristische zeppelin. Maar ook in de kunst stikt het van de UBO’s en pseudo-UBO’s. En daar komt nog iets bij, want ook ‘Politiek Prominente Personen’ (PEP) moeten zich identificeren. De status van ‘BN-er’ heeft vooralsnog geen enkel gevolg. Hoe dan ook: lees hier wat de implicaties kunnen zijn.

Privacy

Je mocht denken dat Troika Laundromat een tijdelijk visiterend Pools dansgezelschap was, en Oldebrecht een familiegeschiedenis in honderd delen. Maar nee, dit zijn recente corruptie- en fraudezaken waardoor banken in paniek nu ook cultuurstichtingen en verenigingen moeilijke vragen gaan stellen over wie hun UBO is.

Overigens moet je iemand wel om toestemming vragen voordat je deze persoon aanmeldt als UBO of PEP voor het register of bij andere instellingen. Standaardformulieren kun je vast volop verkrijgen bij trustkantoren. Of wie weet zitten zij binnenkort wel samen met u op (pseudo)UBO privacy-cursus.

Winst

Al over een half jaar moet het UBO-register op orde zijn. Organisaties die het niet op orde hebben, kunnen worden beboet met bedragen oplopend van € 250,- tot € 50.000,-. In de cultuursector zijn vrijwel geen hoge winstmarges, het zou toch zonde zijn.

Sterker, in de cultuursector zijn – buiten de vaak zeer lucratieve handel in beeldende kunst –  vaak helemaal geen winstmarges en uiteindelijk begunstigden te vinden. In Nederland hebben we zelfs nog veel clubs die als collectief werken.

Over wat nu precies een UBO is, en hoe we de regels precies moeten toepassen, bestaat nog veel onduidelijkheid. Het heeft te maken met grofweg twee dingen: eigendomsbelang en zeggenschap. In de publieke sector kan dit tot gekke toestanden leiden. Ook een minister, of in theorie zelfs publiek dat een kaartje koopt, en zelfs het beroemde echtpaar Henk en Ingrid, kan ‘Ultimate Beneficial Owner’ zijn. Wat te denken bij crowdfunding? Wanneer we de criteria van het bedrijfsleven volgen is een aandeelhouder die meer dan 25 procent van de aandelen bezit een UBO. In de cultuursector is de zeggenschap echter veel lastiger te bepalen. Hier is de autonomie van de kunstenaar immers heilig?

Misbruik

In het wetsvoorstel voor de nieuwe regels maakt het geen verschil of een stichting of vereniging klein of groot is, commerciële activiteiten ontplooit of niet of wel of geen donaties ontvangt: iedereen moet er aan geloven. Dat betekent: inleveren van privacy. Natuurlijk is het belangrijk dat we witwassen bestrijden, maar privacyvraagstukken liggen een stuk gevoeliger. Denk aan ‘BN-ers’ en hun woon- en verblijfsadressen. Zo kan een openbaar register, bedoeld om fraude tegen te gaan, juist leiden tot vormen van misbruik en fraude.

Want iedereen mag straks neuzen in dit rijkenregister, in elk geval in heel Europa. Maar je kunt het verder doortrekken: wat te denken van je broodfonds, of ‘onderlinge’ verzekering. Wie is de UBO in je pensioen- of spaarhypotheekregeling? De vereiste transparantie over de financiële situatie schuurt met grond- en mensenrechten. We moeten hoe dan ook nog afwachten of één en ander aan de eisen van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) voldoet.

Terugvaloptie

Uit de beantwoording van kamervragen blijkt dat er geen onderscheid is tussen een ‘echte’ UBO (iemand met financieel belang of ‘control’) en de ‘terugvaloptie’ UBO: de statutair bestuurder van een rechtspersoon die geen ‘echte’ UBO kent. Deze noemen we de ‘pseudo-UBO’. In de not-for-profit sector, waar het in de cultuur meestal over gaat, is deze ‘terugvaloptie’ van toepassing. Ook dagelijks leidinggevenden moeten dan eventueel worden geregistreerd. De optie dat er geen uiteindelijk belanghebbenden zijn, is kennelijk uitgesloten.

Wie kan dus UBO zijn:

  • Leden van de raad van bestuur;
  • Personen die gemachtigd zijn een vereniging te vertegenwoordigen;
  • Personen belast met het dagelijks bestuur van de vereniging of stichting;
  • De stichters van een stichting;
  • Natuurlijke personen of, wanneer deze personen nog niet werden aangeduid, de categorie van natuurlijke personen in wier hoofdzakelijk belang de vereniging zonder winstoogmerk of stichting werd opgericht of werkzaam is;
  • Elke andere natuurlijke persoon die via andere middelen uiteindelijke zeggenschap over de vereniging of stichting uitoefent.

Vakantie

De informatie over de UBO en pseudo-UBO die wordt opgenomen in het register moet adequaat, nauwkeurig en actueel zijn. Elke wijziging in deze informatie moet binnen een maand worden meegedeeld. Je zal maar plannen hebben om zes weken met de boot op vakantie te gaan. De juistheid van deze informatie dient jaarlijks te worden bevestigd. Dat brengt voor kleine organisaties in de cultuursector best wat administratieve last met zich mee.

Laten we eens kijken waar dit in de onderwijssector toe kan leiden.

Een stichting exploiteert tien scholen in Zuid-Holland. De stichting heeft een bestuur van drie personen. Aangezien dit een ‘klassieke’ not-for-profit is, betekent dat, dat deze drie bestuurders allemaal ‘ubo’ van de stichting zijn. Eén van deze drie bestuurders is de dochter van een lid van de Tweede Kamer. Zij is daardoor een ‘politiek prominente persoon’, een PEP. Daarmee wordt de gehele stichting hoog risico in de zin van de witwasbestrijding voor de bank, de accountant, het administratiekantoor, de juridische dienstverleners en andere Wwft-plichtigen.

Overigens heeft de status van PEP ook consequenties voor de dochter van het Tweede-Kamerlid. De bank en andere financiële dienstverleners zullen haar als hoog risico aanmerken en extra goed in de gaten houden op signalen van corruptie, witwassen en terrorismefinanciering. De uitleg van ‘naaste geassocieerde’ heeft tot gevolg dat de twee mede-bestuursleden zelf ook ‘PEP’ geworden zijn. Als gevolg daarvan moeten ook zij door hun eigen bank c.s. als hoog risico worden aangemerkt.

Achterovergedrukt

Waarom fraudebestrijding niet via controle van financiële transacties plaatsvindt, in plaats van deze hele exercitie, is onduidelijk. Met de verplichting om adressen en verblijfsplaatsen vast te leggen verlegt men de verantwoordelijkheid van overheden naar organisaties en privépersonen. De richtlijn moet witwassen en terreurfinanciering voorkomen en het gebruik van contanten beperken. In de cultuursector kun je in het beste geval alleen maar hopen dat er plotsklaps zakken met ooit achterovergedrukt geld tevoorschijn komen door deze nieuwe regeling.

De Kamer van Koophandel is bouwmeester van dit bijzondere register. Wat de verwachtingen zijn in Nederland wordt binnenkort bekend gemaakt. De tweesterren-app ‘KopieID’ van de rijksoverheid balkt desgewenst uw paspoort. Het wordt een openbaar register waarin van de desbetreffende UBO naam, geboortemaand en –jaar, nationaliteit, land van verblijfplaats en aard en omvang van de deelneming kunt zoeken. Een deel van de gegevens van de UBO wordt niet openbaar en zal uitsluitend ter beschikking komen te staan van opsporingsinstanties (geboortedag, geboorteplaats en geboorteland, adres, BSN en fiscaal nummer, aard, nummer, datum en plaats van uitgifte identificatiedocument en documentatie waarmee de status van de UBO wordt onderbouwd). Hoe dit samengaat met de eisen die Europa stelt aan openbaarheid is op dit moment nog niet bekend. Ook is het één en ander te doen over open data en het Handelsregister.

Voor de nabije toekomst zou het wellicht handig zijn om de pseudo-UBO een aparte non-commerciële status te geven, eventueel aan te tonen via een zeer verkorte accountantsverklaring. De regelgeving en verplichtingen houden mogelijk niet op bij alleen een register en kunnen leiden tot risicobeheersmaatregelen. In Engeland is er bijvoorbeeld onderscheid tussen een ‘foundation’ waar een ‘trade company’ aan gelieerd kan zijn en een ‘charity’. Veel bestuurders van kleinere cultuurstichtingen doen dit in een vrijwillig kader, het zou toch jammer zijn als privacy-overwegingen dit in de weg gaan staan.

Disproportioneel

Advocaat Ondernemingsrecht Ellen Timmer schrijft in haar blog: “Overigens laat het onverlet dat het aanwijzen van statutair bestuurders als ‘uiteindelijk belanghebbende’ van een rechtspersoon naar mijn mening disproportioneel is, zeker als het gaat om not-for-profit rechtspersonen. Er is geen enkel redelijk belang om statutair bestuurders van ziekenhuizen, onderwijsinstellingen en andere not-for-profitorganisaties tot ubo te bombarderen. Het is te hopen dat men vanuit de not-for-profit de Nederlandse en Europese wetgever tot de orde zal roepen.Voor wie precies wilt weten hoe het zit.

Vacature algemeen directeur deBuren

Het Vlaams-Nederlands Huis deBuren bevordert de culturele en maatschappelijke samenwerking en uitwisseling tussen Vlaanderen en Nederland door te presenteren, te produceren, te inspireren en te verbinden. Speerpunten van deBuren zijn Vlaams-Nederlandse samenwerking, talentontwikkeling en diversiteit.

Als huis van cultuur en debat bieden wij een uitgebreid programma aan met jaarlijks 150 publieksactiviteiten en diverse culturele producties en projecten. deBuren bestrijkt vele genres en is actief in het eigen huis te Brussel, in de rest van Vlaanderen, in Nederland en in derde landen. Het Vlaams-Nederlands Huis deBuren is gelegen in hartje Brussel, op 5 minuten stappen van het Centraal Station.

Vacature

Dit voorjaar is er een vacature voor een algemeen directeur, voor indiensttreding op 1 september 2019. We zoeken een enthousiaste, gemotiveerde algemeen directeur, met een gedegen kennis van en een groot hart voor de Vlaams-Nederlandse culturele sector.

Wat verwachten we van jou?

  • Je bent een cultuurmanager met goede taalvaardigheden.
  • Je motiveert, stimuleert en leidt een team van een twaalftal medewerkers.
  • Je denkt in oplossingen en bent positief ingesteld.
  • Je bent voldoende vertrouwd met de Nederlandse en Vlaamse politiek in het algemeen en de cultuurpolitiek in het bijzonder.
  • Je bent een cultuurstrateeg met een degelijk netwerk in Vlaanderen en Nederland.
  • Je hebt minstens 3 jaar leidinggevende ervaring als directeur of afdelingshoofd (of equivalent).

Wat bieden wij jou?

Wij bieden je een aantrekkelijke job in een omgeving die doordrongen is van alles wat met cultuur in Vlaanderen en Nederland te maken heeft. Ons team is dynamisch, gemotiveerd, open en nieuwsgierig, met een vinger aan de pols voor elk maatschappelijk relevant onderwerp. Wij houden van overleg en samenwerken maar nemen ook individueel onze volle verantwoordelijkheid op.

Je voltijds contract gaat uit van een mandaat van 5 jaar, dat 1 maal verlengbaar is. We bieden een competitief salaris, gebaseerd op de barema’s en gebruikelijke afspraken in de culturele sector. We houden daarbij rekening met je ervaring. Bovendien vergoeden we woon-werkverkeer binnen België en bieden we maaltijdcheques, een groepsverzekering (pensioenspaarregeling naar Belgisch recht) en een hospitalisatieverzekering aan.

deBuren is een open huis. Wij weerspiegelen graag de diverse en veranderende maatschappij waarin we leven. Daarom moedigen we kandidaten met een diverse culturele achtergrond en ook oudere kandidaten aan om te solliciteren.

Weet je graag meer?

Contacteer dan huidig directeur Wim Vanseveren via wim@deburen.eu.

Neem zeker ook een kijkje op onze website www.deburen.eu.

Of solliciteer je meteen?

Bezorg uiterlijk op maandag 22 april 2019 (vóór 20:00) aan de voorzitter van deBuren Ben de Reu via bendereu@zeelandnet.nl:

1) Een motivatiebrief (max. 1 A4).

2) Jouw CV.

Bij de dood van een leraar (over Wil Hildebrand en het lot van de theaterwetenschapper)

Andries Snoek, portret in ITA.

Bij leren gaat het minder om wat je leert, dan van wie je het leert. Niet dat wat je leert niet van belang is, maar je leert nu eenmaal meer van een bevlogen mens dan van een een leraar die zijn lijstje afwerkt. Gelukkig heb ik veel goede leraren gehad. Sommige daarvan zijn inmiddels dement of dood, met vrijwel allemaal is het contact verbroken. Wat dan overblijft is de lesstof.

Wil Hildebrand was zo’n leraar. Vorige week ging hij dood. Waarom hij herinnerd dient te worden staat keurig opgesomd in zijn necrologie op theaterkrant.nl. Ik was in 1983 deel van de eerste lichting theaterwetenschapstudenten die de voltooiing van zijn vroege levenswerk belichaamde: een zelfstandig instituut voor theaterwetenschap in Utrecht, niet als subdivisie van een specialisatiepakket voor studenten Nederlands. Dat hij de 30 jaar die daarop volgde vooral bezig was een en ander overeind te houden terwijl de universiteit reorganisatie op reorganisatie doorvoerde, inclusief de bijbehorende, aan de tijdgeest aangepaste benamingen, zal hem pijn hebben gedaan. Wil Hildebrand was bovenal van het toneel.

En hij was dus een leraar.

Paradox over de toneelspeler

Met Diderot’s Paradox over de toneelspeler maakte ik ook kennis met Hildebrands methode. Het 18e eeuwse boekje, een dialoog tussen twee mensen over de kern van de toneelspeelkunst, spelden we alinea voor alinea uit. Over elke zin was wel iets te vertellen. Deze vorm van close reading maakte indruk op een generatie toneelmakers die hun wortels in het Utrechtse hadden. Meest befaamd daarvan: ‘t Barre Land, een collectief dat oorspronkelijk voortkwam uit het Utrechtse Instituut voor Theaterwetenschap, waar leden van het eerste uur Peter Kolpa, Jacob Derwig en Czeslaw de Wijs ook colleges van Hildebrand volgden.

Dat toneelspelen meer gaat over het bespelen van toeschouwers dan het zelf doorvoelen van elke gespeelde emotie is de kern van Diderot’s Paradox. Tamelijk belangwekkende informatie, zeker in de jaren tachtig van de vorige eeuw. Hildebrand zelf had in de roerige jaren zeventig de nodige gestalt-achtige toestanden meegemaakt waarin toneelstudenten onder het mom van opleiding emotioneel en fysiek werden uitgewoond. Uitwassen van het soort van ‘ingeleefd’ acteren dat door de Russische theatervernieuwer Stanislavski begin 20ste eeuw werd gepropageerd.

Gebeiteld

Niet dat Hildebrand ons indoctrineerde met zijn opvattingen over acteren. Daarvoor was hij zelf te veel docent, zo een die zijn eigen persoonlijkheid ondergeschikt maakte aan het overbrengen van zijn lesstof. Dat hij wel zijn hele leven streed tegen het collectieve vergeten dat nu eenmaal eigen is aan het theatervak, is wel een sterk persoonlijke motivatie. Hele collegereeksen wijdde hij aan biografieën van ooit beroemde acteurs als Andries Snoek, Marten Corver en Johanna Cornelia Wattier. Op het oog omdat die biografieën ons veel leerden over de mores aan het 18e eeuwse toneel, maar zeker ook om deze vakmensen voor de vergetelheid te behoeden. Hun namen mogen dan nog in de balkons van de Amsterdamse Stadsschouwburg gebeiteld staan, niemand weet nog wie ze waren en wat ze teweeg brachten.

In 1990 studeerde ik bij hem af met een omvangrijk onderzoek naar de slechte reputatie die toneelwerk van eigen bodem heeft onder onze theatermakers. Dit werk, dat als onvermijdelijke conclusie had dat een en ander gebaseerd was op een hardnekkig vooroordeel, leidde uiteindelijk mede tot de oprichting van Hans Croiset’s gezelschap Het Toneel Speelt… . Gedurende een deel van de jaren negentig van de vorige eeuw beijverde dat gezelschap zich aan het heropvoeren van oorspronkelijk Nederlandstalig repertoire.

Zelf besteedde Hildebrand in zijn laatste jaren als actief docent ook veel tijd aan het opdiepen van vergeten Nederlandstalig toneelwerk. Hij probeerde daar zijn studenten even enthousiast voor te maken als hij zelf was. Een mogelijk vruchteloze strijd in een instituut, dat inmiddels ‘Media en Cultuur’ heet, en waar in de studiebeschrijving het woord ‘theater’ nog maar twee keer voorkomt.

Agnès Varda (1928-2019) – een warm hart en een onbedwingbare lust tot filmen

Agnès Varda (rechts) in Visages villages (foto Picl)

Moeten we bedroefd zijn nu we zojuist hebben vernomen dat Agnès Varda op 29 maart in Parijs is overleden?. Natuurlijk. Maar zou ze zelf een treurzang hebben gewild? Ik vermoed van niet. Toen haar levensgezel, de filmmaker Jacques Demy in 1990 wist dat hij niet lang meer te leven had portretteerde ze hem in Jacquot de Nantes als de speelse jongen die hij in zijn jeugd was geweest. Ondanks de droeve aanleiding werd het een opvallend vrolijke en hartveroverende mix van documentaire, herinnering en bijna sprookjesachtig drama.

Agnès Varda was een van de weinige Franse filmmakers die de vrijmoedige en onstuimige geest van de befaamde Nouvelle Vague nooit kwijt is geraakt. Ze leefde film. Twee jaar geleden zagen we haar nog zelf, samen met de fotograaf J.R. Frankrijk doorkruisen in Visages villages. Meer dan vijftig titels van haar tel ik van 1955 tot 2019 op de Internet Movie Database. Heel verschillende films, van beklemmend tot vrolijk en experimenteel, speelfilms en juist ook veel documentaires. Mijn hart stal ze krap twintig jaar geleden met Les Glaneurs et la glaneuse, waarin ze ook zelf rondloopt. Maar daarover zo dadelijk meer.

Vrije geest

Haar bekendste vroege film is Cléo de 5 à 7, een experiment met real time – twee uur uit het leven van een zangeres die zich ernstig zorgen maakt. Varda kon speels zijn maar koos ook onderwerpen als Black Panthers en Vietnam, en gaf Sandrine Bonnaire een glansrol als de eenzame zwerfster in Sans toit ni loi. Juist omdat Varda zo’n vrije en onafhankelijke geest was, was ze misschien wel de aangewezen persoon om hier de grimmige kant van onafhankelijkheid en eenzaamheid te laten zien. Een film gemaakt uit liefde, een tijdloos meesterwerk.

Film en leven

De verleiding is groot om allerlei voorbeelden uit haar rijke en creatieve oeuvre op te sommen, maar ik beperk me tot Les Glaneurs et la glaneuse (2000). Film en leven waren bij Varda altijd nauw met elkaar verstrengeld, zoals ook deze winnaar van de Europese prijs voor beste documentaire laat zien. De ‘glaneurs’, dat zijn niet alleen de arenlezers op het korenveld, zoals op het schilderij van Jean-François Mellit. Het slaat ook op iedereen die wel eens snuffelt tussen weggegooide spullen. Varda ging met haar lichtgewicht digitale camera op zoek naar hedendaagse ‘arenlezers’. Ze ontmoet zowel kleurrijke excentriekelingen als daklozen en zwervers voor wie het zoeken naar afgekeurde aardappels een bittere noodzaak is. Intussen wordt duidelijk dat Varda zelf haar manier van beelden verzamelen ook als een vorm van sprokkelen ziet. Ze vindt een klokje zonder wijzers en mijmert over ouder worden, toeval en filmmaken.

Zo demonstreert ze zonder nadruk of pretentie iets waar eigenlijk haar hele oeuvre van doortrokken is. Namelijk hoe bij haar film en leven altijd door elkaar lopen. Het is een filminstinct dat maar weinigen gegeven is. In Les Glaneurs et la glaneuse zie je dan hoe dankzij die feeling en intuïtie uit al die schijnbaar toevallig bij elkaar geraapte portretjes een sprankelende en ontroerende bespiegeling groeit. Agnès Varda maakte mensenfilms, vanuit een warm hart en een onbedwingbare lust het leven te ontdekken en in beelden te vangen.

Vuistdikke boeken en plagiaat door spookschrijvers: wanneer schrijven een industrieel verdienmodel wordt

Afbeelding van OpenClipart-Vectors via Pixabay

De Amazon-versie van Kobo-plus, Kindle Unlimited, is fantastisch voor selfpublishers. Je krijgt als schrijver 0,005 dollar per gelezen pagina uitgekeerd. Dit leidt echter ook tot misbruik en oplichting op gigantische schaal, meldt The Guardian in een diepgravend stuk.

Zo zijn er ‘auteurs’ die hele dikke boeken via het abonnementssysteem aanbieden, en lezers daarin een beloning bieden wanneer ze alle 3000 pagina’s omslaan en helemaal tot het eind ‘doorlezen’. Dat is dan mooi 15 euro per lezer.

Andere auteurs schakelen via het freelanceplatform Fiverrr ghostwriters in die voor soms idioot lage bedragen een boek van 25000 woorden (formaat bouquetreeks) voor je schrijven. In een paar dagen. Dat ze daarbij soms gewoon een boek van iemand anders kopiëren en via een dienst als Deepl vertalen, maakt de boel nog vrolijker.

In Nederland heeft Amazon nog geen vergelijkbaar systeem in ontwikkeling. Kobo plus doet vooralsnog alleen zaken met uitgevers en betaalt niet rechtstreeks aan auteurs. Wanneer zoiets ook in Nederland van de grond komt, is het even afwachten of de scammers hier ook aan de slag gaan. Met een klein taalgebied als het onze is de kans op maandinkomens van een ton of meer, zoals in het Engelse taalgebied, vrijwel nihil.

Lees het hele artikel hier.

Aan de andere kant van de Noordzee werkt het: de nationale ‘City of Culture’. Tijd om het ook in Nederland serieus te nemen.

Hull. Wie kent die stad? Ik alleen van horen zeggen. Er vaart een boot heen, en met de trein ben je er in een kleine 9 uur. Voor diegenen onder ons met vliegschaamte. En het ligt in Yorkshire, dat we kennen van Monty Python. Maar verder?  Sinds woensdag 27 maart ben ik wijzer, mede dankzij een promotioneel feestje dat het gemeentebestuur van Hull in het Van Gogh-museum organiseerde. Want Hull is Yorkshire, dus David Hockney, dus Van Gogh. En Hull heeft cultureel zelfbewustzijn gekregen doordat de stad in 2017 culturele hoofdstad van het Verenigd Koninkrijk was.

Wat jammer dat dat idee hier nog niet van de grond komt. Wat een gemiste kans op verbeterd regionaal zelfbewustzijn. Zoals ik dat bij de mensen uit Hull zag tijdens de private meeting in het Van Gogh Museum. Hull is overigens ook zelf naar het Van Gogh toegestapt om zich aan te bieden als sponsor. Dat gebeurt niet vaak.

Nuttig

De stad en zijn Yorkshire’se ommeland wil op de kaart komen bij Nederlanders en de rest van de wereld. De expo van het Van Gogh gaat immers de wereld over, die hoe kun  je je beter profileren als regio, dan door mee te liften met zo’n expositie. Slim. En nuttig ook voor het thuisfront.

Over deze overweldigend mooie expositie is al veel geschreven. Alle recensies kloppen. Dit is een expo waar je blij van wordt. Omdat je kunt meekijken met een schilder die een wonder ziet in elke grasspriet, die snapt dat schilderen iets anders is dan fotograferen en die met al die liefde ook een link legt tussen het Zuid Frankrijk van Van Gogh en zijn eigen Yorkshire Wolds. In de kunst zijn geen grenzen. Daar is alleen ander licht. Maar hoe mooi huwen daar het goud van de Provence met de English evergreens.

Wie de kans krijgt om nog ergens een tijdslot te krijgen moet niet aarzelen.

(Met PODCAST) Nederland een kwart miljard meer waard door boeken. (En daar profiteren maar een paar schrijvers van)

Iemand die bij een uitgeverij werkt, genereert daarmee voor zichzelf een inkomen van 42.379,79 euro. Dat is iets meer dan het gemiddelde inkomen van mensen in de boekhandel, die het slechts met een gemiddelde van 31.000 euro per persoon moeten stellen. Dit inkomen wordt grotendeels gegenereerd door auteurs en vertalers. Die verdienen – gemiddeld – 1540,55 euro. Per persoon. Per jaar.

Mocht je denken: daar zit iets een beetje scheef, dan klopt dat. Het CPNB presenteerde vandaag een paar onderzoeken over de ‘impact’ van het boek, en deze uitkomsten stonden er ook in, al sprak men daar liever over totalen dan over gemiddelden. Het doet best pijn. Maar ja, er zijn natuurlijk veel meer mensen die boeken schrijven dan mensen die boeken uitgeven of verkopen. Dat maakt de spoeling aan schrijverskant nogal dun. Er zijn heel erg veel schrijvers voor wie het werk niet meer dan een hobby is, en een paar die er heel erg fijn van op vakantie kunnen.

Modaal

‘In Nederland kunnen maar 55 schrijvende personen modaal of hoger leven van de directe inkomsten uit de verkoop van hun boeken. Nog eens zestig auteurs verdienen met hun royalty’s een bedrag tussen het minimuminkomen en modaal,’ stelt KVB Boekwerk. Die gegevens brachten we al eerder. Volgens de denktank van het boekenvak doet de rest het op eigen kosten. Of die van hun levenspartner, via subsidies, inkomsten uit uitleningen van bibliotheken, schnabbels, columns en optredens. Waarvoor overigens geldt: hoe succesvoller de schrijver, hoe meer inkomen, juist ook uit die aanvullende bronnen. Zij worden bijvoorbeeld ook uitgenodigd voor Het Boekenbal.

Dit alles mag overigens niet verhullen dat heel Nederland in zijn geheel blijer wordt van het feit dat er schrijvers zijn die boeken schrijven. Lezen maakt namelijk niet alleen gelukkig, het ontspant ook. Het zorgt voor meer inlevingsvermogen – bekende uitzonderingen daargelaten – en je leeft er zelfs langer door – bekende uitzonderingen daargelaten. Het is nu definitief door wetenschappelijk onderzoek vastgesteld. En om het allemaal nog gezelliger te maken: papieren boeken maken gelukkiger dan elektronische boeken, zeker als die papieren boeken gezocht en gekocht worden in een echte boekwinkel.

Culturele meerwaarde

Ook de impact van de boekwinkel is onderzocht, namelijk. Een boekhandel in de buurt maakt je huis meer waard. Net als dat geldt voor een galerie, museum of theater. De correlatie tussen woningwaarde en de aanwezigheid van een boekhandel wordt in het onderzoek helaas niet verder uitgewerkt. Zo is niet duidelijk of een boekwinkel zich eerder zal kunnen handhaven in een buurt waar opleidingsniveau en geletterdheid hoog zijn, en dus gemiddeld ook duurdere huizen staan. De vraag is of het vestigen van een boekhandel in een krachtwijk als Kanaleneiland Noord in Utrecht de waarde van de huizen daar automatisch zal doen stijgen. Bovendien krijgt een boekwinkel geen subsidie, en zal die dus alleen daar overleven waar de omzet het best gegarandeerd is.

Wanneer men echter met succes kan verdedigen dat een boekwinkel leefbaarheidsverhogend werkt, zou een beroep op subsidie voor het vestigen van boekhandels in ‘moeilijke’ wijken in het verschiet kunnen liggen.

Hoe dan ook: het boekenvak – de schrijvers, de boekwinkels, de uitgevers – voegt in zijn geheel bijna 220 miljoen euro aan waarde toe aan de Nederlandse economie. Dat is best veel. En daar schrijven we graag over.

Luister hier naar de podcast:

‘Een vrouw kan nog steeds niet ongestraft erotische boeken schrijven’

‘De strijd voor vrouwenrechten had toch eigenlijk al gestreden moeten zijn, maar zo voelt dat de laatste tijd niet meer. Mannen hebben nog steeds een diepgeworteld gevoel dat ze boven vrouwen moeten staan. Waar komt dat toch vandaan? Waar haalt iemand als rapper Boef het idee vandaan dat hij vrouwen, die zo aardig waren hem een lift te geven, zomaar ‘kech’ (= hoer) kan noemen? En dan politici! Donald Trump met zijn “Grab them by the pussy”. Thierry Baudet met zijn “Vrouwen willen overmand worden”. Al mijn boeken gaan over macht en machtsmisbruik, over erotiek en spanning tussen de seksen. De combinatie macht en seksualiteit is taboe. Dat fascineert mij enorm.’

Seksslavinnen

Stefanie van Kasteel, pseudoniem van een Nederlandse journaliste, publiceerde onlangs haar roman Duna. In haar eerdere werk speelt bdsm (bondage, discipline, sadomasochisme) een centrale rol. De Kunstenaar en De Vlucht zijn boeken in het genre Vijftig Tinten. Bdsm draait om vrijwillig de macht bij een ander leggen. Zonder die vrijwilligheid is er sprake van misbruik. En dat is waarin Van Kasteels nieuwe boek Duna verschilt van haar twee eerdere boeken. Het verhaal, dat zich afspeelt in de dertiende eeuw, is doortrokken van machtsmisbruik en vrouwenhandel.

Overleven

Hoofdpersonage Duna wordt met drie andere vrouwen ontvoerd door roofridders, ofwel: door mensenhandelaars, om een moderner woord te gebruiken. De vrouwen worden klaargemaakt om verkocht te worden als seksslavinnen. Een helse tocht voert hen door het Nederland, België en Frankrijk van de middeleeuwen. Verkrachtingen en gruwelijkheden worden onverbloemd beschreven, maar daarnaast kent het boek ook liefde en romantiek.

‘Ontberingen en onveiligheid waren aan de orde van de dag in de middeleeuwen, althans zo beoordelen wij dat als we met de ogen van nu naar die periode kijken. In het leven van gewone mensen in de middeleeuwen ging het om overleven, In onze relatief veilige tijd in Nederland kunnen we ons dat niet meer voorstellen. De mensen hadden te maken met honger en kou. En elk moment konden plunderaars, bendes en roofridders toeslaan. Het lag aan je heer of hij in staat was zijn gebied goed te beschermen en dus jouw veiligheid te waarborgen.’

Historisch kloppend

Duna speelt zich af in 1252. Willem II, de vader van Floris de Vijfde, is graaf van Holland. Een voor die tijd buitengewoon machtig man, koning van het Heilige Roomse Rijk. Als hij in 1256 niet zo gruwelijk aan zijn einde was gekomen, zou hij keizer zijn geworden. De datum voor de plechtigheid was al bekend.

‘Ik heb grondig studie gemaakt van de dertiende eeuw, van de officiële feiten rond graaf Willem II van Holland tot de gewoonste dingen van het dagelijks leven. Dat was niet eenvoudig, want het is een periode waarover weinig is vastgelegd. Ik wilde een decor maken dat historisch kloppend is. Zo kwam ik op detailvragen als: wat droegen vrouwen onder hun bovenkleding? Dat moet je toch weten als je een uitkleedscène wilt kunnen beschrijven. Het antwoord, “niets”, vond ik in een Franse bron. Vrouwen werkten hard op het platteland. Als ze moesten poepen of plassen, moest dat snel gebeuren. Ze tilden de rok op en gingen ergens gehurkt zitten.’

De erotische scènes in ‘Duna’ zullen veel mensen schokkend vinden.

‘Ik had me zo in die middeleeuwse situatie ingeleefd dat ik het gruwelijke uit het oog verloor. Bij het schrijven voelde ik me een vrouw van toen. Ik leefde me in Duna in en probeerde niet met de normen en waarden van nu naar het leven van toen te kijken. Ik verplaatste me zo intensief in die tijd dat ik erdoor werd overspoeld. Duna heeft ook geen andere keuze. Haar vrijheid is haar ontnomen en om te overleven moet ze meebewegen op de golven. In die harde tijden werd verkrachting anders beoordeeld dan nu. Nu levert een verkrachting een trauma op. In die tijd gold: als ik een verkrachting overleef, is het verder niet zo erg. Daarom werd er algemeen minder veroordelend op verkrachtingen gereageerd.’

Overweldigd en verkracht

‘In onze tijd wordt een romanscène waarin een vrouw overweldigd en verkracht wordt vooral als schokkend ervaren. Het valt immers onder misbruik. Toch bleek, toen ik mensen mijn manuscript liet lezen, dat ze de gruwelijke scènes waarin de vrouwen werden gemolesteerd en verkracht ook opwindend vonden. Mannen, maar ook vrouwen. Ze schaamden zich opeens voor hun reactie. Het ‘hoort niet’, opgewonden raken van een verkrachting.’

Stefanie van Kasteel keurt het zelf niet af verkrachtingsscènes te schrijven. ‘Het is schokkend, maar het hoort bij het verhaal. Waarom mag een moord wel worden beschreven en dit niet?’

Met de bdsm-scènes in haar eerste twee boeken speelde Van Kasteel in op een behoefte. Sinds de verschijning van het boek Vijftig tinten grijs van E.L. James lijkt bdsm maatschappelijk geaccepteerd te zijn.

Omslag in de seksualiteitsmoraal

‘Dat boek heeft een omslag in de Nederlandse seksualiteitsmoraal ontketend. Bdsm-attributen zijn tegenwoordig niet alleen in seksshops te koop. Je ziet ze ook in gewone winkels, van Hunkemöller tot de Chinese discounter die handboeien omkleed met bont verkoopt.’

‘Vijftig Tinten Grijs sprak mij niet zo aan. Het is erg Amerikaans. In Nederland wordt het bij meisjes op jonge leeftijd erin geramd dat ze zelfstandig, sterk en geëmancipeerd moeten zijn. Maar als vrouw hebben ze blijkbaar toch hun verlangen om zich door een man te laten leiden, de man in de slaapkamer de touwtjes in handen te geven. Ze fantaseren over mannelijke dominantie. De hele week is ze druk met werk en de verzorging van haar kinderen. Het in de lucht houden van alle ballen. Dan fantaseer je soms over de machtige en knappe Mr. Grey die jou in zijn helikopter komt ophalen, die je peperdure nieuwe kleren geeft en met je vrijt tot je sterretjes ziet. Mannen raken eerder geprikkeld door het zien van porno, een vrouw raakt opgewonden van fantasieën.’

Bevrijding

‘Het is een bevrijding voor veel mensen, zeker ook vrouwen, dat bdsm niet meer als iets gestoords wordt gezien. Dat ze in de slaapkamer kunnen uiten wat ze willen. Ik speel dan ook graag op deze tendens in. We hebben gevochten om zelf onze keuzes te kunnen maken in het leven. We hebben gestreden voor gelijkwaardigheid. Nu strijden we verder, tegen seksisme, voor gelijke lonen, gelijke lastenverdeling in het huishouden. We zijn er nog niet. Waarom kunnen we niet ook vechten voor keuzevrijheid in de slaapkamer? Het spelen met machtsverhoudingen is spannend. Macht erotiseert.’

‘In Nederland is de man de laatste decennia minder overheersend geworden, vrouwen pakken hun aandeel in de samenleving, maar het gaat met strijd en soms onverholen seksisme gepaard van mannen als Boef en Baudet. Als we de machtsstrijd voortaan alleen nog in de Nederlandse slaapkamers uitvechten dan gaat zowel de samenleving als ons seksleven er een stuk beter uitzien.’

Schokkende reacties

Maar hoe pakt het uit als Van Kasteel in Duna scènes schrijft die op machtsmisbruik neerkomen? Ze publiceert haar werk onder pseudoniem en dat is niet voor niets. De erotische lading in al haar boeken kan mensen op verkeerde gedachten zetten. Als zelfstandig ondernemer in de media vreest ze klanten te verliezen als die te weten komen wat ze schrijft. En ze wil haar gezin tegen ongezonde aandacht beschermen. Maar bovenal zijn het de stuitende reacties van mannelijke lezers die haar hebben doen besluiten zich achter een pseudoniem onherkenbaar te maken. Deze keerzijde heeft er vooral mee te maken dat Duna door een vrouw is geschreven. Veel mannelijke lezers hebben volgens Van Kasteel het primitieve idee dat een vrouw die over seks schrijft dan ook meteen fysiek beschikbaar is.

Afspraakje met een spannende schrijfster

‘Op mijn website staat informatie over mijn werk, met een contactformulier voor het bestellen van boeken. Via dat formulier krijg ik ook vragen en reacties binnen van lezers, heel leuk en motiverend, maar sommige mannen gebruiken dat om te proberen een afspraakje met de spannende schrijfster te maken. Dat is nog niet zo erg, maar sommigen gaan verder en geven de maten van hun piemel op of vertellen wat ze allemaal met mij willen doen en zijn zeer expliciet. Dat maakt me boos. Als ik schrijf over erotiek wil dat toch niet direct zeggen dat ik met iedereen naar bed ga? Een auteur van thrillers gaat toch ook niet moordend door het leven?’

‘Als ik het bericht negeer of zelf boos terug schrijf omdat wat ze sturen toch echt te gortig is, krijg ik alleen maar nog naardere mails. Eén iemand stuurde zelfs een foto van zijn piemel mee, met het verzoek op een bepaald moment maar even naar het Van der Valkhotel aan de A4 te komen voor een beurt. Absurde reacties. Ik vraag me dan af of mannen die over erotiek schrijven ook dergelijke mails krijgen. Zouden vrouwen dan denken: “Mmmh, ik ga die geile schrijver eens een berichtje sturen?” Ik denk het niet, maar laat me graag verrassen.’

Koop bij bol.com

Wanneer mensen oorlog en geweld in het gezicht hebben gezien, zijn verhalen het hardst nodig: Shell Shock in Eye. (waarom ik Taxi Driver nog eens wil zien)

Walz with Bashir (foto Eye)

De wereld is chaotisch. Om de chaos te bezweren vertellen we verhalen. En het gevoel van chaos en verwarring is het grootst wanneer mensen oorlog en geweld in het gezicht hebben gezien. Dan zijn verhalen het hardste nodig. Zo ongeveer zou je het nieuwe Eye-themaprogramma Shell Shock kunnen samenvatten. De kracht van verhalen is het motto van het rijk gevarieerde pakket films en andere evenementen. De titel verwijst naar naar de psychische klap waarmee soldaten in WO I van het slagveld terugkeerden.

Films die vertellen over getraumatiseerde soldaten, over vluchtelingen en getuigen van onbegrijpelijke tragedies, en hoe die te verwerken. Films waarmee filmmakers op hun eigen, persoonlijke manier het ongrijpbare vorm proberen te geven. “Kunst laat ons thuiskomen in het trauma dat leven heet.” Dat was op de openingsavond van Shell Shock de slotzin van de gesproken column van filosoof Hans Schnitzler. Zo zijn al sinds mensenheugenis verhalen een manier om te zoeken naar structuur en betekenis. Juist films zijn bij uitstek geschikt om directer dan vaak met het woord mogelijk het onzegbare te laten zien. Zo stelde programmeur Anna Abrahams het bij de opening.

Het Boekenbal. Alles moet je een keer in je leven gedaan hebben

Bekende Nederlandse Auteurs in ITA. Foto: Wijbrand Schaap

Daar stond ik dan. Naast DE RODE LOPER. In Het PERSVAK. Alles moet je een keer in je leven gedaan hebben en dit was MIJN MOMENT. Het BOEKENBAL in De STADSSCHOUWBURG die vanwege de carrière van de baas omgedoopt is in ITA. Links van mij TEAM VOLKSKRANT, rechts van mij een schattige KRULLENBOL van de LINDA en daartussendoor een journalist op wiens naam ik nu nog steeds niet kan komen. Hij durfde wel. Vragen stellen vanuit deze positie, aan mensen die langskwamen in hun positie.

Ik niet.

Ik stond bevroren met mijn telefoon in de handen de boel live te streamen via Twitter. Veel verder kwam ik niet. Had vragen voorbereid. Iets over moeders, en hoorde links en rechts naast mij die vragen gesteld worden, en kreeg, en passant, de antwoorden mee die ik ook gekregen zou hebben, had ik de vragen durven stellen. En die al zeker tien keer door DE BEKENDE op de rode loper gegeven waren aan de vele collega’s achter het hekje in het persvak.

Freek

Het BOEKENBAL is het grootste schrijversfeest van Nederland, in belang net iets boven de NIEUWJAARSBORREL van AUTEURSRECHTENWAAKHOND Lira. Dat komt omdat er op het Boekenbal ook BEKENDE NEDERLANDERS, POLITICI EN UITGEVERS komen, en andere mensen die belangrijk zijn om het boekenvak meer aanzien te geven. Zoals FREEK DE JONGE, die bewust te laat komend op de rode loper al aankondigde dat hij niet stil zou blijven over THIERRY BAUDET.

Maar het blijft toch een beetje raar, die bewust geschapen Joop van den Ende/OSCAR NIGHT sfeer. Schrijvend Nederland is niet zo bar glamoureus. De meeste schrijvers, JAN SIEBELINK EN CONNIE PALMEN even daargelaten, zijn niet zo tuk op schijnwerpers en fotografen. Als er een ding duidelijk werd, tijdens mijn debuut naast de RODE LOPER, was dat het aantal mensen dat deze loper overkruiste als ware het een bak gloeiende kolen van een doorgedraaide WELNESSGOEROE, veruit in de meerderheid was.

Toilet

Kan ook zijn dat ik zocht naar herkenning, want ik raak net zo in paniek van van beroemdheid als de gemiddelde persoon. En dan zie ik graag dat anderen dat ook hebben. Veel gêne dus, nog meer ongemak. En veel beveiliging, waardoor uw toch al licht CLAUSTROFOBISCHE VERSLAGGEVER een beetje bang werd toen hij het persvak niet uit mocht voor toiletbezoek. Natuurlijk, de boel was naar binnen verplaatst uit veiligheidsoverwegingen, en de geheime gast, MICHEL HOUELLEBECQ, is mogelijk een TERREURMAGNEET, maar het voelde lastig.

De CPNB doet zijn stinkende best om het Boekenbal allure te geven, nadat het een aantal jaren geleden danig versukkeld was tot een ranzig feestje waar alleen nog maar pers en derderangs auteursvolk kwam. Nu worden er weer grote schrijvers gevierd, al stelen Bekende Nederlanders met goede GHOSTWRITERS nog de show.

‘Moet jij niet in Utrecht zijn, bij de stille tocht?’, vroeg radio 1-verslaggever Jeroen Wielaert mij, op weg naar de zaal, waar hij wel, en ik niet het juiste polsbandje voor had.

De video’s

PODCAST! Waarom het papieren boek nooit zal verdwijnen

Het papieren boek zal nooit verdwijnen. Daarvan zijn zowel Robbert Hak (Storytel) als Maarten Richel (New Book Collective) overtuigd. En dat terwijl ze allebei bezig zijn met nieuwe manieren om boeken op de markt te brengen. ‘De uitgeefwereld zal veel meer hybride worden. Het boek moet in al zijn verschillende vormen op zoveel mogelijk plekken aanwezig zijn.’

Robert Hak

‘De consument gebruikt steeds meer verschillende media en zijn aandacht raakt versnipperd. Onze grootste uitdaging is dan ook om daarbinnen een plekje voor het verhaal te blijven bevechten’, zegt Robbert Hak, Head of Storytel Original. Deze abonnementsdienst voor luisterboeken startte in 2005 in Zweden en is sinds mei 2013 ook in Nederland actief. Wereldwijd heeft de dienst zo’n achthonderdduizend abonnees. Cijfers over Nederland wil hij helaas niet delen, maar volgens Robbert Hak is Nederland een snelgroeiende markt. ‘In Zweden is het gebruik van luisterboeken al volstrekt mainstream. Daar is Storytel wat Spotify voor muziek is. In Nederland zijn we nog niet zo ver, maar we groeien hard.’

‘Ik had vooraf gedacht dat deze nacht zou eindigen met seks, en vond dat ik dat verdiende.’ Tom Stranger en Thordis Elva schreven samen een boek over verkrachting

Zijn hart sloeg over toen hij in 2005 een mail zag binnenkomen van zijn vroegere IJslandse vriendinnetje. De mail bracht een waarheid aan het licht die Tom Stranger jarenlang had geprobeerd weg te drukken: hij had zijn vriendin Thordis Elva verkracht. Hun even schokkende als moedige verhaal deelden Elva en Stranger in een TEDx-lezing en een gezamenlijk boek, 7200 seconden – de duur van de daad die hun beider levens voor altijd veranderde.

De datum staat voor altijd in zijn geheugen gegrift: 17 december 1996. De toen 18-jarige Australische uitwisselingsstudent Tom Stranger (inmiddels 40) ging met zijn 16-jarige vriendin Thordis Elva naar een kerstbal. Doordat ze voor het eerst alcohol dronk werd zij die avond doodziek. Stranger bracht haar naar huis, en vergreep zich aan haar. Jaren later stuurde Elva hem een mail om hem met de gevolgen van zijn daad te confronteren. Er volgde een jarenlange correspondentie en een ontmoeting van een week in Kaapstad, om begrip en vergiffenis te vinden.

Baudet wil de wedergeboorte van een beschaving. Het is even de vraag welke. (Maar eigenlijk weten we dat al)

Het ontbrak nog net aan de zware muziek en gothische stormbeelden in de Game of Thrones trailer waarvan Thierry Baudet in de nacht van woensdag 20 op donderdag 21 maart 2019 de tekst uitsprak.

‘En zo staan we hier, te elfder ure, tussen de brokstukken van wat ooit de grootste en mooiste beschaving was die de wereld heeft gekend. Een beschaving die alle uithoeken van de wereld bestreek. En die de mooiste architectuur, de mooiste muziek en de mooiste schilderkunst heeft voortgebracht die ooit onder de sterrenhemel heeft bestaan.’

De leider van de winnaar van de provinciale staten stond, terwijl hij deze ‘brokstukken’ beschreef, in de foyer van hotel- en theatercomplex Figi in Zeist. het zal je als hotelmanager maar gezegd worden. Maar hij had zowaar een punt te pakken. Figi, dat was jarenlang een kwijnend stuk vergane artdeco-glorie in een rijke buurgemeente van de bloeiende stad Utrecht. Sinds kort is Figi echter gerenoveerd, architectonisch bij de tijd gebracht en programmeert het theater verrassend veel modern en gesubsidieerd theater: Orkater, Conny Jansen Danst. En Maarten van Rossem. 

Welke beschaving?

Wat fascineert, is de beschaving waar de visionaire politicus het over heeft. Voorzover bekend is er namelijk geen beschaving geweest die alle uithoeken van de wereld bestreek. Het Helleense rijk schopte het onder Alexander de Grote net tot aan de Indus, maar stelde weinig voor in het huidige Europa. De Romeinen zaten dan weer vooral ín Europa, maar haalden nooit de overkant van de Rijn. En daar staat Baudet nu. Tussen de brokstukken.

Hij moet dus wel doelen op de Germanen, die inderdaad in de omgeving van Zeist Romeinen hebben weggepest. Hun architectuur? Iets met hunebedden, klokbekers en veenlijken. Een wereldrijk? Nou nee. 

‘Boreale wereld’

‘Maar net als al die andere landen in onze boreale wereld worden we kapot gemaakt door de mensen die ons juist zouden moeten beschermen. We worden ondermijnd door onze universiteiten, onze journalisten, door de mensen die onze kunstsubsidies ontvangen en die onze gebouwen ontwerpen.’

Hier doet onze Leidse oud-student een uitspraak die niet heel erg Thorbeckiaans is. Allereerst weten we nu zeker welke beschaving hij bedoelt. Niet de mediterrane beschavingen van de Grieken en Romeinen, maar de ‘noordelijke’. Daarnaar verwijst het dogwhistle-woord ‘Boreaal’, dat Baudet voor de gelegenheid heeft overgenomen van de ruimdenkend Franse politicus Jean Marie Le Pen.

Hij stelt vervolgens dat journalisten, universiteiten en mensen die kunstsubsidies ontvangen de Nederlanders eigenlijk zouden moeten beschermen. Dat is toch best opmerkelijk. Journalisten zijn er om te zoeken naar ‘de ware toedracht’, universiteiten zijn plekken waar naar ‘vergroting en verdieping van kennis’ wordt gezocht, en de mensen die kunstsubsidie ontvangen zorgen ervoor dat Zeist een plek als Figi kan onderhouden. Dat al deze plekken en beroepen er zijn om wie of wat dan ook te beschermen, is een novum.

Geloof

‘Men gelooft niet meer in Nederland, dat is zeker. Niet meer in de westerse beschaving ook. Niet meer in onze taal, die inmiddels is afgeschaft op onze universiteiten. Men gelooft niet meer in onze kunsten, in ons verleden. Men gelooft niet meer in onze feestdagen, onze helden, de traditionele stedenbouw.’

Wie de ‘men’ is die Baudet hier bedoelt, is een beetje onduidelijk, maar kennelijk zit iedereen die momenteel een functie heeft in journalistiek, wetenschap of kunst daar wel bij. En natuurlijk is het best jammer dat de VU de studie Nederlandse Taal en Letterkunde heeft gestopt, maar er zijn nog vakgroepen genoeg in de rest van het land. Dat onderwijs er tegenwoordig vooral in het Engels wordt gegeven, is om onze studenten meer kans te geven op de internationale arbeidsmarkt, waar Nederlands al een tijdje niet meer de voertaal is. Studenten vragen daar zelf om.

Hegel

‘Op deze dag is de uil van Minerva dan toch opgestegen.’ Fijn dat Baudet hier de Duitse filosoof Hegel citeert, al is niet helemaal duidelijk wat die hier precies doet. Hegeliaanse filosofie is namelijk buitengewoon links en revolutionair. Maar dan legt hij het uit, met een citaat van de vorig jaar overleden dichter Menno Wigman: ‘De zon was mij nooit opgevallen, als hij niet steeds was ondergegaan, schreef Menno Wigman‘.

Volgens al zijn vrienden zou Menno Wigman ernstig bezwaar hebben gemaakt tegen een intellectueel grootlicht als Thierry Baudet, maar de dode dichter is helaas niet meer in staat verhaal te halen.

Straatbeeld

‘Als dit alles niet was gebeurd, deze ongecontroleerde immigratie die ons straatbeeld zo vertekent, al die linkse indoctrinatie in het onderwijs, al die lelijke architectuur… was ik nooit de politiek ingegaan. Maar wij zijn naar het front geroepen, omdat het moet.’

Hier stelt de voorman van Forum voor Democratie dat immigratie ‘ons straatbeeld vertekent’. Hij heeft het hierbij dus over iets uiterlijks, en omdat immigratie gaat over mensen, en niet over dingen, stelt hij hier dus dat nieuwe mensen door hun komst met hun uiterlijk ons straatbeeld vertekenen. Lees dat nog eens goed.

Had hij het over lelijke architectuur gehad, was er weinig aan de hand geweest, smaken verschillen. Nu hij het over het uiterlijk van mensen heeft gaat het niet meer over smaak maar over iets anders. Daar staat, meen ik, iets over in onze grondwet.

Hoogtepunt

Vervolgens nadert de speech – en de spreker, wiens geslacht nu bijna zichtbaar tegen de katheder bonkt – zijn hoogtepunt: Wij zijn het product van 300.000 jaar evolutie. Wij hebben ijstijden overleefd, we hebben mammoeten gevloerd. Wij zijn dragers, erfgenamen van de grootste beschaving die ooit heeft bestaan. Wij dragen een unieke kracht en enkele tientallen jaren van linkse indoctrinatie door het onderwijs en de media kunnen dat nooit begraven. Iets wat in ons zit kan nooit worden afgepakt.’

Weer kan de vraag van die ‘grootste beschaving’ waarvan ‘wij’ erfgenamen zijn, niet beantwoord worden met Grieken of Romeinen, maar bij mensen die in onze streken op mammoeten hebben gejaagd. Zoals Frank Westerman zegt, die elders op deze site al wordt geciteerd: dat waren mensen die op de bodem van de huidige Noordzee op dwergpony’s jaagden voordat klimaatverandering de zeespiegel liet stijgen tot het huidige niveau (and counting): Homo Sapiens, gemengd met Neanderthalers. Voorlopers van de inheemse bevolking die zich later in de omgeving van Zeist vestigde om daar de Romeinen aan de overkant van de Rijn te pesten.

Tientallen jaren

Dan wordt het een beetje lastig om te duiden. De neergang waar Baudet zo bang voor is, is ‘slechts enkele tientallen jaren’ aan de gang. Hij noemt niet hoeveel tientallen. Zijn dat er 2, 3, of 4? Volgens alle Baudettiaanse maatstaven waren de linksmensen toen al aan de macht in kunst, architectuur en wetenschap. Meer, dan? 8 tientallen? Wat was er toen ook alweer ‘erfgenaam van de grootste beschaving die ooit heeft bestaan’? Niet iets Grieks of Romeins. Er was maar één rijk dat zich zo noemde, maar het is natuurlijk onvoorstelbaar dat Baudet zich dáárvan erfgenaam wil noemen

Gelukkig streven de stemmers op Baudets Forum voor Democratie niet naar een herstel of wedergeboorte van de dictatuur van het blanke, ‘boreale’ soort mensen. Hij wil immers graag samenwerken, zo besluit hij: ‘Wij zijn het vlaggenschip van de renaissancevloot, en andere schepen kunnen zich bij ons voegen.’

Goed om te weten Goed om te weten
De hele toespraak is hier te bekijken.
6,079FansLike
1,339VolgersVolg
16,031VolgersVolg
50% Complete

Dank voor je bezoek!

Wil je echt niets meer missen? Schrijf je dan in voor onze GRATIS nieuwsbrief
Holler Box