Twee meer dan terechte prijzen voor ‘het enige echt innovatieve theater van Nederland’

Liesbeth Coltof. Foto: Chris van Houts

Zou het dan toch gebeuren? Zou de droom van Liesbeth Coltof echt uitkomen? 36 jaar lang maakte ze theater waarin de leeftijd van het publiek geen rol speelde. Zaterdag 6 oktober kreeg ze uit handen van Hedy d’Ancona de Oeuvreprijs uitgereikt van de vereniging van schouwburgdirecteuren (VSCD). Daarmee streeft ze Ivo van Hove voorbij. De internationaal doorgebroken leider van het Amsterdamse stadsgezelschap ontving eerder wel een oeuvreprijs van het Amsterdamse bedrijfsleven en de Belgische overheid, maar nog nooit van de Nederlandse schouwburgen. Maakt ze daarmee haar bij het dankwoord uitgesproken claim waar, dat het jeugdtheater het enige echt innovatieve theater van Nederland is? Er valt veel voor te zeggen.

Neem de voorstelling waarmee ze gisteren afscheid nam als artistiek leider van de Toneelmakerij. Het innovatieve daarvan ligt niet direct voor de hand: een oude, klassiek geworden tranentrekker van Bertolt Brecht, een decor van rollende torens van steigerpijp: het is allemaal eerder gezien. Al wordt Brecht niet heel vaak op het toneel gezet, in Nederland.

Scholieren

Het echt innovatieve zit hem echter in het publiek. Niet bij de feestelijke première, natuurlijk, maar tijdens de tournee. Dan zitten de zalen voor deze dik twee uur durende muziektheatervoorstelling vol met schoolkinderen. En die krijgen geen gemakkelijke kost voorgeschoteld. Corruptie, vluchtelingenproblematiek, verraad, foute rechters en opportunistisch proletariaat. Dingen die je eerder zou verwachten in theater voor een volwassen publiek. Er zit zelfs een scène in waarin een kind door soldaten van de tribune wordt gesleurd. Verontrustend, niet alleen voor kinderen. En dan de muziek. Frederique Spigt is niet bepaald op haar knieën gaan zitten met de liedjes en composities (15 stuks) die ze voor deze voorstelling maakte.

Wat Liesbeth Coltof met onderwerpkeuze, aanpak en vormgeving aantoont, is dat theater zonder een enkel probleem in één enkele voorstelling alle bevolkingslagen en leeftijden kan aanspreken. Ook in een kind van 10 zit een volwassen toeschouwer, zoals in elke volwassen toeschouwer nog steeds een kind van tien zit. We verwonderen ons allemaal over de wereld, en goed theater weet die verwondering naar een hoger plan te trekken.

Alles gezien

Dus zit de innovatie van het jeugdtheater ook daar in: dat je Bertolt Brecht kunt spelen alsof die zijn stuk net dit jaar geschreven heeft. En dat niemand dat erg vindt. In het theater waar kinderen niet welkom zijn is het not-done om een twintigste-eeuwse auteur uit het stof te halen. Een stadsgezelschap zal het misschien nog eens doen, maar meestal wordt je afgemaakt: eerst door de subsidiënten, die liever iets nieuws en ‘innovatiefs’ van je zien, en daarna door de critici, die alles natuurlijk ook al gezien hebben.

Des te opvallender dus, dat het juist die critici waren, die – verenigd in de Kring van nederlandse Theatercritici – in september de Prijs van de Kritiek (een in zwaar brons uitgevoerde luchtballon) toekenden aan het totale Nederlandse jeugdtheater. Ook die prijs werd zaterdag 6 oktober uitgereikt. Al eerder leidde de toekenning tot bekentenissen van kunstjournalisten in kranten, dat zij liever het jeugdtheater serieuzer zouden nemen dan ze in de praktijk deden. Nu nog een kwestie van de daad bij het woord voegen.

Verschaald

Zelf heb ik dat eind jaren negentig actief gedaan als recensent bij het Algemeen Dagblad. Ik had zelf gemerkt hoe het bijwonen van een Nederlandse jeugdtheatervoorstelling mijn soms wat verschalende liefde voor theater weer deed ontvlammen, of het nu van Pauline Mol was bij Artemis, Flora Verbrugge bij Sonnevanck, Rinus Knobel bij teneeter of al die andere grootheden bij Wederzijds, Stella (Alize Zandwijk!) of  Huis aan de Amstel.

Ze brachten de verwondering terug, het verhaal, het avontuur. Dingen die je op het toneel zag, maar nog meer de dingen die je in de zaal ervoer. En dat maakt theater zo uniek.

Het zou mooi zijn als de subsidiënten dit theater ook zouden honoreren als het beste en meest innovatieve van Nederland. Die kans is dankzij de twee prijzen weer wat groter geworden.

Deel dit:

Forse stijging vrijwilligerswerk in Nederlandse musea #fairpractice

Logo Museumvereniging

De kans dat je in een museum geholpen wordt door iemand die daar onbetaald, puur voor haar lol staat, is de afgelopen jaren aanzienlijk gestegen. Dit geldt vooral voor museumwinkels, museumcafés en garderobes, kortom, alles wat met commerciële activiteiten en bedrijfsvoering te maken heeft. Dit blijkt uit een nader onderzoek van de tamelijk juichende cijfers over 2017, die de Museumvereniging op 2 oktober naar buiten bracht. Maar je moet er dus wel even naar zoeken.

Lees hieronder wat er speelt.

Jaarcijfers publiceren is altijd een dingetje. De twee bekendste brancheverenigingen in de cultuursector maken er elk jaar een feestje van. Althans: een feestje vol goed nieuws. Of het nu gaat om onze schouwburgen en concertgebouwen, of om de musea: er is een panische angst voor negatieve publiciteit. Zelfs ‘nuance’ ligt gevoelig, al doet de Museumverenging dit jaar wel zijn best. Ondanks dat het ‘in totaal’ goed gaat met de Nederlandse musea, en er zelfs meer eigen inkomsten worden gegenereerd dan subsidie wordt ontvangen, verkeert een toenemend aantal musea in zwaar weer.

Wanneer je iets beter naar de cijfers kijkt, zie je dat de positieve resultaten vooral geboekt worden in de provincie Noord Holland. Specifieker wordt het niet, zo wisten we vorig jaar al, maar iedereen kan bevroeden dat de blijmakende ontwikkelingen vooral plaatsvinden in Amsterdam. Schagen telt daarin minder hard mee. Verder van Amsterdam zijn het vooral de kleine en middelgrote musea die steeds meer moeite hebben het hoofd boven water te houden. Het aantal musea dat puur op vrijwilligers draait, is tussen 2016 en 2017 toegenomen van 13 naar 15 procent.

Stijgen is dalen

Verontrustender is, dat het percentage vrijwillige FTE’s in diezelfde tijd steeg naar minstens 37 procent, tot zelfs 43 bij de ‘geschiedenismusea’. Dat zijn toch forsere getallen dan de – op zich positief te waarderen – stijging van het aandeel betaalde banen in de sector. Over het geheel genomen nam overigens het aantal FTE’s af van 9900 naar 9800: een marginale daling, wellicht, maar betekenisvol als je dat rekent bij de stijging van het aantal werkers in de sector. Dat steeg namelijk van 38000 naar 40000.

Volgens de Museumvereniging stijgt het aandeel betaalde FTE. Logisch: het aantal banen stijgt, terwijl het aantal FTE afneemt. Er werken dus meer mensen betaald in de musea, maar dat zijn aanzienlijk minder fulltime banen. Er zijn dus meer mensen met een vast contract, maar dat vaste contract bevat steeds minder uren. Gevoegd bij de stijging van het aandeel vrijwillige werkers is dat dus eigenlijk helemaal niet zo’n gunstige ontwikkeling. We kunnen die wellicht het beste samenvatten met: steeds minder mensen kunnen goed rondkomen van hun werk in een museum. Of: werken in een museum is voor steeds minder mensen een hoofdinkomen. Het gaat goed met musea als je er op bezoek komt, of wanneer je (betaald) directeur bent.

Het overzicht van de stijgers en dalers

2015 2016 2017
Banen 36000 38000 40000
Betaald 13000 12000 11000
Onbetaald 23000 26000 27000
FTE 10700 9900 9800

(bron: Museumvereniging)

Het blijft een beetje jammer dat de Museumvereniging de eigen cijfers zo wollig presenteert. Een oppervlakkig lezer pakt de vrolijke headline, en pas na veel heen en weer zoeken ontdekt een iets nieuwsgieriger ingesteld persoon pas wat er werkelijk staat. Het is zo jammer dat gewoon transparant zijn, een van de basiseisen van de Fair Practice Code, zo lastig blijft voor werkgevers in de kunsten.

Deel dit:

‘De meeste mensen leven liever alleen.’ Philippe Claudel over zijn indringende roman ‘De archipel van de hond’

Philippe Claudel ©Marc Brester/AQM

Op een klein eiland spoelen drie zwarte mannen aan. Dat dreigt roet in het eten te gooien van de bewoners en hun economische plannen. Dus doet iedereen liever alsof er niets is gebeurd. Archipel van de hond, de nieuwe roman van Philippe Claudel, is een beklemmend boek waar soms lichtheid doorheen kiert. De Franse bestsellerauteur maakt zich zorgen: ‘Ooit vormden nucleaire wapens het grootste gevaar, maar als je het mij vraagt is het gedrag van de mens op dit moment het gevaarlijkst.’

Grensperikelen

Vroeger, als klein jongetje, begreep Philippe Claudel (56) er niets van. Vanwege de Eerste en Tweede Wereldoorlog háátten zijn grootouders en ouders alle Duitsers in de nabije omgeving. Maar als ze in het weekend even de grens over gingen – vanuit zijn woonplaats Dombasle-sur-Meurthe in Lotharingen ben je zo in de Elzas – hoorde hij hen verzuchten hoe mooi en schoon het daar toch was, en hoe vriendelijk en beleefd de mensen. ‘Dat zeiden dezelfde volwassenen die een week eerder nog riepen dat die barbaarse Duitsers hun vijanden waren. Voor mij als kind was dat haast schizofreen.’

Deel dit:

‘Stop geen bekende Nederlander in je film als je er zelf niet in gelooft.’ Denktank moet Nederlandse Film redden

Nederlands Film Festival 2018

De promotieclip van het Nederlands Film Festival (NFF) is een flitsende, in rap-stijl gesneden compilatie. Het straalt een explosie van creatieve energie uit die ook nog helemaal bij de tijd is. Het is de beste festivalclip in tijden. Combineer dat met Niemand in de stad als sterke openingsfilm en je krijgt het gevoel dat het er goed voor staat met de Nederlandse film. En dan wordt dat feestje tijdens de NFF conferentie – de aftrap van de programmasectie voor professionals – plots bedorven door de presentatie van Filmdistibuteurs Nederland (FDN).

‘De Nederlandse publieksfilm: erop of eronder?’ staat daar in grote letters geprojecteerd op het scherm boven het panel. Eerlijk gezegd had ik die ochtend een vertegenwoordiger van de Vlaamse film ook horen zeggen dat het ‘grow or die’ was, maar daar maken ze jaarlijks maar acht bioscoopfilms. In ons land heb je het al gauw over een stuk of dertig, dus dat zal toch zo’n vaart niet lopen hier? Helaas voor de optimisten, de FDN toont cijfers.

Deel dit:

Was will das WOB? Ministerie maakt stukken rond subsidie Arbeidsmarktagenda cultuur openbaar.

Fragment uit de openbaar gemaakte stukken van het ministerie.

Het ministerie van OCW beschikt over uitstekende zwarte viltstiften. Op geen enkele manier is het me daarom gelukt te achterhalen welke krant in Amsterdam het WOB-verzoek heeft gedaan waarop minister van Engelshoven nu reageert. De lengte van het zwarte balkje kan alles zijn (behalve Coöperatief Cultureel Persbureau UA).

Maar goed: iemand doet onderzoek naar de gang van zaken rond de besteding van 400 duizend euro aan de opstelling en uitvoering van de ‘Arbeidsmarktagenda Cultuur’. De agenda waarmee, geheel volgens de normen van de polder, werkgevers en werknemers in de cultuursector iets proberen te doen aan de rampzalige arbeidsmarkt in de sector.

Openbaar

In reactie op het verzoek om openbaarmaking maakt het ministerie alle openbaar te maken gegevens nu openbaar. En dan ook echt. Het pakket wordt niet alleen aan de aanvrager gestuurd, maar aan iedereen. En zo hoort het ook. Daarom voegen we ze ook als link bij dit artikel, zodat je als lezer zelf op onderzoek kunt gaan naar mogelijke malversaties. En naar je eigen (zwartgelakte) naam.

Ik heb de afgelopen uren doorgebracht met het doorspitten van de tekst tussen de zwartregels door, en kon niet zo heel snel iets vinden dat het daglicht niet zou kunnen verdragen. Als oud-vergadertijger werd ik wel al bij voorbaat moe van de notulen van het overleg. SER en Kunsten 92 zitten met een berg kolen en geiten aan tafel, en het is niet de bedoeling dat er slachtoffers vallen. Waar ik eerder al van buiten constateerde dat het met de fair practice code van zompig naar drassig aan het gaan is: hier zie je hoe dat werkt.

Ambtenaar

Enfin: doe er als lezer je voordeel mee, het mag van de minister. En nu maar eens kijken welke krant nog weet te spreken met de ambtenaar wiens persoonlijke mening zo zorgvuldig buiten de stukken is gehouden. En of dat relevant gaat zijn.

Of het bedrag  van 4 ton uiteindelijk ook doelmatig is besteed aan alle vergaderingen, adviseurs en zaalverhuurders? Dat zal de tijd leren. Vooralsnog doet de sector zelf niet echt zijn best. Het IDFA zoekt bijvoorbeeld verslaggevers. Voor 2 euro per uur. Plus eten.

Deel dit:

Hilda Paredes vereeuwigt Afro-Amerikaanse vrijheidsstrijder in haar opera ‘Harriet’

Harriet Tubman (c) Harvey B. Lindsley (Wikipedia)

Op 3 oktober gaat de opera Harriet van Hilda Paredes in première, gewijd aan de legendarische Afro-Amerikaanse vrijheidsstrijder Harriet Tubman (ca. 1822-1913). Halverwege de 19e eeuw ontsnapte zij aan een slavenbestaan, waarna ze met gevaar voor eigen leven vele lotgenoten bevrijdde via de zogenoemde Underground Railroad. 

Na jarenlang getouwtrek besloot het Amerikaanse ministerie van Financiën in september 2018 de beeltenis van Tubman op een 20-dollarbiljet te plaatsen.

Harriet werd gecomponeerd in opdracht van Internacional Cervantino, Muziektheater Transparant en Muziekgebouw aan ‘t IJ, waar ook de eerste uitvoering plaatsvindt. De charismatische sopraan Claron McFadden zingt de hoofdrol, de Vlaamse zangeres Naomi Beeldens vertolkt haar gesprekspartner Alice. Op 2 oktober spreek ik na afloop van een gratis toegankelijke openbare repetitie met de componist, regisseur Jean Lacornerie en dirigent Manoj Kamps.

Mexicaanse wortels

In Nederland is de Mexicaans-Britse Hilda Paredes (1957) weinig bekend. Hoewel ze sinds 1979 in Engeland woont, koestert ze nog altijd sterke banden met Zuid-Amerika. In 2001 kreeg ze de prestigieuze J.S. Guggenheim Fellowship voor haar opera El Palacio Imaginado. Deze is gebaseerd op een verhaal van de Chileense auteur Isabel Allende. Voor het libretto putte ze onder andere uit moderne Mexicaanse poëzie.

Zelf leerde ik Paredes in 2010 kennen tijdens een concert van het Arditti Quartet. Ik was onder de indruk van haar tweede strijkkwartet Cuerdas del destino, waarin de strijkinstrumenten fluisteren als menselijke stemmen. Maar wie is Hilda Paredes eigenlijk? Ter introductie stelde ik haar alvast drie vragen.

Ongebruikelijke speelwijzen

Wat typeert u als componist?

Ik vind veel inspiratie in het rijke culturele leven van mijn geboorteland Mexico. Vaak werk ik samen met Mexicaanse dichters en kunstenaars maar ik haak ook aan bij andere muzikale tradities. Zo word ik qua ritme en structuur geïnspireerd door de muziek van Noord-India. Ik vermijd het echter traditionele muziek te citeren of te imiteren. – Behalve als het onderwerp daarom vraagt, zoals in het geval van Harriet. Ik zet graag poëzie op muziek en adresseer in mijn opera’s psychologische, politieke, gender- en humanitaire kwesties.

De afgelopen vijftien jaar werk ik bovendien veel met elektronica. Dat heeft niet alleen mijn manier van luisteren maar ook mijn manier van componeren drastisch veranderd. Ik laat instrumenten graag anders klinken dan we gewend zijn, met behulp van alternatieve speelwijzen die ik zelf ontwikkel. Gelukkig zijn de meeste musici tegenwoordig vertrouwd met dergelijke ‘extended techniques’.

Hilda Paredes (c) Graciela Iturbide

Gecodeerde berichten als simpele deuntjes

Wat kunnen we verwachten van uw opera ‘Harriet’?

Het is een portret van de Afro-Amerikaanse vrijheidsstrijder en voormalige slavin Harriet Tubman (ca. 1822-1913). Harriet vertelt haar levensverhaal aan haar jonge protegé Alice. In het eerste bedrijf horen we over haar jeugd als slavin en over een gewelddadige verwonding van haar hoofd. Ze kreeg hierdoor religieuze visioenen die haar uiteindelijk de weg naar ontsnapping wezen.

Ze werd bekend als de Mozes van haar volk, een leider die vele slaven bevrijdde. Hiertoe maakte zij gebruik van de Underground Railroad, een netwerk van antislavernijactivisten. Via smokkelroutes konden slaven van de zuidelijke naar de noordelijke staten van Amerika of naar Canada vluchten. Zoals de meeste van haar lotgenoten was Tubman analfabeet, daarom gebruikte ze muziek om weglopers de weg te wijzen. Gecodeerde berichten werden verpakt in simpele deuntjes, die je terughoort in het tweede bedrijf.

Blijvende strijd tegen racisme

Eenmaal zelfstandig nam ze een achtjarig, lichtgekleurd meisje in huis, Margaret. Het derde bedrijf gaat over de onbeantwoorde vraag of Margaret haar dochter was, omdat de twee een ongewoon sterke band hadden. Op haar oude dag vertelde Harriet vaak verhalen aan Margarets jongste dochter Alice.

Harriet Tubman op biljet van 20 dollar

De vierde akte beschrijft de gevechten die Harriet leidde tijdens de burgeroorlog. Ook vertelt ze over Nelson Davies, een jonge soldaat die haar tweede man werd. We leren haar gedachten kennen zoals die door verschillende bronnen zijn vastgelegd. Tot slot klinkt haar boodschap aan president Lincoln. De epiloog is een boodschap van hoop en continuïteit in haar strijd tegen slavernij en racisme.

Elektronica

Hoe heeft u het werk opgezet?

Harriet is een kameropera voor twee stemmen, slagwerk, viool, gitaar en elektronica. In eerste instantie zou het een monodrama worden, verteld door Harriet. Maar tijdens het onderzoek stuitten we op haar band met Alice, de jongste dochter van Margaret. In de nieuwe opzet vertelt Harriet haar relaas aan Alice vertelt, met wie ze ook in gesprek gaat. Daarom zijn er twee zangers.

Mayra Santos-Febres heeft prachtige gedichten gemaakt, gebaseerd op het leven van Harriet en goed gedocumenteerd. Lex Bohlmeijer schreef de meeste dialogen en maakte een verhaallijn. Omdat ik moest roeien met beperkte middelen heb ik naast zang en instrumenten ook elektronica ingezet. Zo kon ik toch een breed klankspectrum ontvouwen dat recht doet aan de dramatische ontwikkeling.

Goed om te weten Goed om te weten

Hilda Paredes: Harriet: Scenes in the Life of Harriet Tubman
Muziektheater Transpararant
2 oktober 12.00-13.30 uur openbare repetitie Muziekgebouw aan ’t IJ Gratis toegankelijk op reservering Ik spreek met Hilda Paredes, regisseur Jean Lacornerie en dirigent Manoj Kamps

3 oktober 20.15 uur wereldpremière Muziekgebouw aan ‘t IJ. Info en kaarten hier. Inleiding 19.15-19.45 uur. Ik spreek met Hilda Paredes.

Deel dit:

Componist Jan van de Putte laat Fernando Pessoa stamelen

Jan van de Putte (foto van eigen website, fotograaf niet vermeld)

Vier composities wijdde Jan van de Putte (1959) aan de poëzie van Fernando Pessoa. De integrale cyclus verscheen afgelopen najaar op de dubbel-cd Bamboleamos no mundo (‘we waggelen door de wereld’). De componist treft de kern van Pessoa’s ongrijpbare teksten met al even zinsbegoochelende muziek.

Van de Putte is een van de origineelste stemmen in het Nederlandse muzieklandschap en tart graag onze verwachtingspatronen. Fragmentarische aanzetten tot klank en schijnbaar toevallige omgevingsgeluiden zijn even belangrijk als de klinkende noten zelf. Zo heeft een zangeres ‘jeuk’ in Es schweigt (1993) en strijkt een violist in Dans le coin (1999) onhoorbaar over de snaren.

Gesis, gefluister

Ee Jya nai ka Ee jya nai ka EE jya, in 2005 gecomponeerd voor de opening van Muziekgebouw aan ’t IJ, is geïnspireerd op carnavaleske Japanse dansfestijnen. Dagblad Trouw hoorde hierin ‘ongemakkelijke stiltes en plots opploffende erupties als hete lavablubs.’ Reinbert de Leeuw, die de wereldpremière dirigeerde, sprak van ‘een krankjorum stuk. Naar het eind toe staan er steeds minder noten op de pagina’s, je staat als een gek te bladeren.’

De Leeuw bestelde meteen een nieuwe compositie voor zijn Schönberg Ensemble. Dat werd Uma só divina linha voor sopraan en ensemble op teksten van Fernando Pessoa. Een zangeres produceert minutenlang wonderlijke klanken – pfffwieoow, gesis, gefluister. Als ze eindelijk haar mond echt opendoet, komt er geen geluid uit. Het stuk raakte een snaar bij het publiek en vormde de opmaat voor de vierdelige Pessoa-cyclus die nu op cd is verschenen.

Mondloze stem

Van de Putte gebruikt hierin voornamelijk teksten van Álvaro de Campos, het heteroniem waaronder Pessoa romantische gedichten schreef. Eigenlijk moet je deze muziek live horen, zo sterk is het theatrale aspect.

Uma só divina linha (‘een goddelijke lijn’) is een ode aan de nacht en rept van een ‘mondloze stem’. Je keel knijpt onwillekeurig dicht als je ziet hoe de sopraan amechtig poogt klank te produceren. Haar gefluisterde woordflarden rijgen zich tergend langzaam aaneen tot een samenhangend geheel. Na een bloedstollend dissonante climax op het woord ‘só’ vervalt de sopraan – een weergaloze Barbara Hannigan – weer in gestamel. De muziek dooft ondertussen stilletjes uit.

Addiamento (‘uitstel’) gaat over het almaar uitstellen van goede voornemens. Cimbalom en harp wisselen eindeloos tussen twee tonen, het ensemble lijkt voortdurend in een wolk van onbestemdheid te zweven. Een mezzosopraan (een ingeleefde Barbara Kozelj) declameert nu eens bezwerend dan weer hartstochtelijk haar grootse toekomstplannen. IJle strijkers en zacht tinkelende belletjes verklanken treffend de onhaalbaarheid van haar mijmeringen.

Slapeloosheid als de wijdte van sterren

Het vierdelige Bamboleamos no mundo opent met ‘Poema de cançao sobre a esperança’ (‘gedicht over de hoop’). Barbara Kozelj en de sopraan Keren Motseri omstrengelen elkaar a cappella in fraai meanderende, expressieve lijnen. In de overige drie deeltjes ondersteunt het ensemble spaarzaam maar sfeervol de lyrische, almaar duisterder wordende expressie van de solisten.

Het afsluitende Insónia (‘slapeloosheid’) is gezet voor sopraan, mezzosopraan, koor en ensemble. Musici en zangers komen in strikt genoteerde volgorde op. Zo horen we minutenlang slechts het omgevingsgeluid van de zaal voor er daadwerkelijk ‘muziek’ klinkt.

Begeleid door instrumentale bliepjes, sis- ruis- en fluisterklanken reciteert een bas verzen als ‘een slapeloosheid van de wijdte van sterren’. Maar waar in het eerste deel de ruisklanken een nachtelijke buitenwereld vertegenwoordigen, beschrijven zij nu een claustrofobische binnenwereld.

Angstaanjagende klankstapelingen

Dit laatste deel (verwarrenderwijze soms ook aangeduid als derde deel) besluit een reis naar het innerlijk. Van een ‘ontwikkeling van de natuur naar het binnenste van de ziel’ zoals Van de Putte het zelf omschrijft. Immense, angstaanjagende klankstapelingen en donderend slagwerk wedijveren met sprookjesachtige verstilling.

Met zijn contrastrijke muziek doet Van de Putte de gelaagde poëzie van Pessoa volledig recht. Reinbert de Leeuw voert Asko|Schönberg, Cappella Amsterdam en solisten met veel gevoel voor nuance door deze rijke partituur. Ook zonder beeld staat deze Pessoa-cyclus als een huis.

Jan van de Putte Pessoa-cyclus Et’cetera Records € 21,50 

 

Deel dit:

Waarom een code niets gaat veranderen aan de unfaire praktijken in de kunsten

Foto: wijbrand schaap

Het Nederlandse jeugdtheater is dit jaar bekroond met de Prijs van de Nederlandse Critici. Volkomen terecht. Dat jeugdtheater van ons is van superieure kwaliteit, divers, durft verhalen te vertellen en buiten de eigen navel te kijken. Het is meer dan jammer dat je als volwassene zonder kind niet zo vaak met dat theater in aanraking komt. Menig volwassene zou fervent theaterbezoeker worden als meer theater zou zijn als ons jeugdtheater.

Maar dat kan niet. Om meerdere redenen. De nauwe band met het jonge publiek is namelijk speciaal. Kinderen gaan met hun school naar theater, of het theater komt op school. En dat zijn lang niet altijd vrijwillige bezoeken. Theatermakers die in zo’n context werken kunnen niet anders dan rekening houden met hun publiek. Iets wat in het ‘volwassentheater’ niet tot de subsidievoorwaarden behoort. Het jeugdtheater is een sterk gereguleerd theater.

Deel dit:

Waarom regen het publiek bij openluchtbioscoop Zienemaan en Sterren niet deert

Het zou de ideale zwoele zomeravond kunnen zijn: een filmpje kijken onder een idyllische sterrenhemel. Op de herfstachtige avond van vrijdag 6 september blijkt openluchtbioscoop Zienemaan en Sterren echter meer een oefening in uithoudingsvermogen. Het regent, de temperatuur daalt, maar het Groningse publiek blijft onverstoord zitten: kop d’r veur en parapluutje open.

“Iedere stad had een openluchtbioscoop behalve Groningen. Dat is natuurlijk belachelijk!” zegt organisator Jorine Witte. “Het is zo’n goed concept om mensen op een laagdrempelige manier in aanraking te laten komen met mooie films,” vertelt programmeur Harmen Huizenga.” Jorine en Harmen werkten samen bij Zienema, de bioscoop van poppodium VERA waar zij iedere dinsdagavond bijzondere films vertoonden. Jorine: “Wij voelden ons geroepen om ook in Groningen een openluchtbioscoop op de kaart te zetten.” Zo begon Zienemaan en Sterren ooit in 2011 in het klein op het Groningse Ebbingekwartier met een breed filmdoek voor een grasveld.

Het decor voor de ideale instagramfoto

Inmiddels beleeft Zienemaan en Sterren haar achtste editie en is uitgegroeid tot de grootste openluchtbioscoop van Noord-Nederland. Het voormalige suikerunieterrein is de thuishaven van dit driedaagse filmfestival. Het is een prachtlocatie en lijkt het decor voor de ideale instagramfoto: achter het filmdoek baadt de suikerfabriek in een mysterieuze paarse gloed, de gekleurde lampjes van de barretjes steken gezellig af bij de industriële setting. Op vrijdag 6 september bezoek ik het festival. Zienemaan en Sterren doet dan zijn naam eer aan met een heuse Russische ruimtefilm: Salyut 7.

Foto: Lies Mensink

De Fatboys liggen uitnodigend klaar, knusse kleedjes hangen over de stoelen en de eerste gasten nemen ze al in gebruik. Linda en Rinze uit Roden zijn er vroeg bij. Op de eerste rij zitten zij klaar voor een reis naar de ruimte. Google bracht ze naar Zienemaan en Sterren: “We zijn een avondje uit in Groningen en zochten op internet naar een leuk evenement. Het was dit of stoelendansen op de Grote Markt,” vertelt Linda. Er staat een buitje gepland, maar zijn ze voorbereid op de regen? Het antwoord luid kort “nee.” Ze kruipen iets verder onder hun dekentje.

 “Russische Ruimtevaart is veel toffer dan NASA!”

Foto: Lies Mensink

Minstens zo slecht voorbereid zijn Remon en Peter. Deze twee stoere mannen vind ik -zoals gebruikelijk- bij een statafel met een biertje in de hand. “Wij zijn heel goed voorbereid op de regen,” grapt Peter, “als in: wij hopen heel erg hard dat het niet gaat regenen.” “Kijk!” wijst Remon hoopvol, “die wolk daar trekt al weg!”

Noch Remon noch Peter zijn eerder op Zienemaan en Sterren geweest, terwijl zij beiden werkzaam zijn bij VERA en daarmee bekend met het concept. Het was de film die dit keer de doorslag gaf. Remon toont trots zijn T-shirt. Ik lees Pockockmoc, “Roskosmos,” verklaart Remon, hij blijkt een kenner van de Russische spelling, “je kunt mijn naam ook als ‘Pemoh’ schrijven.” Wat volgens Pemoh een Russische film over ruimtevaart zo aanlokkelijk maakt: “Russische ruimtevaart is veel toffer dan NASA; ze waren overal eerder”. “En het verhaal uit de film is waargebeurd.” vult Peter aan. “Ah, net zoals de Amerikaanse maanlanding?” vraag ik. Peter lacht. Hij maakt zijn vingers tot aanhalingstekens, “Ja, ‘waargebeurd’.”

“Ik heb niets met Science-Fiction”

Op de vrijdagavond van Zienemaan en Sterren komt het thema ruimte op verschillende manieren terug: er staat een door sponsor Vedett geleverde raket en er schalt een ruimteplaylist door de speakers. Terwijl David Bowie met Space Oddity aftelt voor de film; 10, 9, 8… telt een bezoeker achter mij voor iets anders af: “3, 2, 1 hoppa”, met zijn billen droogt hij de natte stoel. Deze bezoeker blijkt zich minder goed te hebben ingelezen: “Ik moet je heel eerlijk zeggen: ik heb niets met Science-Fiction,” zegt hij tegen zijn metgezel. “Huh? Maar ik dacht dat jij zo’n spaceman was!” “Nee ik houd van Space Oddity das heel iets anders!”

Foto: Douwe de Boer

De film van de avond Salyut 7 heeft niets met Science-Fiction te maken. Salyut 7 vertelt het waargebeurde verhaal van de tot op heden meest technisch uitdagende missie in de ruimtevaart. Als het Russische controlecentrum in 1985 het contact verliest met het onbemande ruimtestation Salyut 7 slaat de paniek in de Sovjet-Unie toe. Wanneer een rondtollend onbemand object van ruim 20.000 ton neerstort op Aarde zal een catastrofe plaatsvinden. Die ramp wordt uiteraard nog groter als het midden in de Koude Oorlog toevalligerwijs in de VS terechtkomt. Er zit maar één ding op: het ruimtestation bemannen. Salyut 7 is een ijzingwekkend spannende film en biedt een verfrissend ander perspectief.

“Russische ruimtefilms zijn veel meer down to earth”

“De meeste ruimtefilms zijn Amerikaans,” vertelt programmeur Harmen, “en toch was er een andere grote speler in de ruimtevaart: de Sovjet-Unie.” De Russische cinema is volgens Harmen traag, ingetogen en vol twijfel met een vleugje melancholie. Hij merkt gevat op: “Russische ruimtefilms zijn veel meer down to earth. Er is meer focus op het menselijke, het existentiële. Salyut 7 heeft het beste van twee werelden: Het valt precies tussen het bombastische van Hollywood en het ingetogener werk van de Russen.”

Tijdens de film ontnemen donkere wolken het zicht op de maan en sterren. Terwijl de film prachtig gewichtloosheid toont in een scène waar satelliet Salyut 7 vol zwevende waterdruppels zit, vallen in Groningen de druppels naar beneden. De regenponcho’s gaan uit de tas en bezoekers verplaatsen hun stoel om kleurrijke paraplu’s open te klappen. Het is nog altijd sfeervol op het festivalterrein, met een beetje fantasie lijken de paraplu’s net parasols. De temperatuur begint te dalen, maar het is nog altijd niet zo koud als in het Russische ruimtestation op het scherm. Ook de Russische astronauten klagen niet in vliegende vrieskist Salyut 7 “Het is net Sochi in de winter,” zegt de een en haalt zijn schouders op.

“Twee jaar geleden was het nog erger en ook toen bleef iedereen zitten”

Foto: Obed Brinkman

In de pauze warmen de bezoekers zich aan wijn en thee, maar niemand gaat weg. Nait soezen (niet zeuren) lijkt het motto. “Nou je ziet het,” zegt Harmen, “zelfs de regen deert de mensen niet.” Het verbaast mij, net zoals het de organisatie zelf twee jaar eerder verbaasde: “Twee jaar geleden was de regen nog erger en ook toen merkten we dat iedereen bleef zitten. Het gaf ons in ieder geval vertrouwen dat we nog door konden gaan,” vertelt Harmen. “Zolang de film pakkend genoeg is blijft het publiek kijken.” Bij Salyut 7 is dat het geval. De suspense is constant voelbaar door de enorme bombastische soundtrack. Het publiek kan gelukkig af en toe weer ademhalen in schitterende duizelingwekkende shots die doen denken aan Gravity.

“Het eerste jaar was echt een eye-opener”

Salyut 7 is een film die de open lucht aan kan. Harmen: “Ik houd bij het selecteren van een film altijd in mijn achterhoofd of de film blijft staan in de open lucht. Sommige films zijn prachtig, maar toch wat ingetogen en klein. De dialoog moet wel goed overkomen.” Jorine vult aan: “In het eerste jaar hadden we hele luidruchtige films gekozen. We dachten toen: mensen zijn supersnel afgeleid, dus we moeten echt films hebben die de aandacht blijven trekken. Dat eerste jaar was echt een eye-opener voor ons, want wat bleek: iedereen bleef netjes in rijen zitten. Het was veel meer een ‘bioscoop’ dan wij hadden verwacht. Het jaar daarna hebben we wat stillere films geprogrammeerd.”

 “Ik probeer zo divers mogelijk te programmeren”

Harmen en Jorine
Foto: Obed Brinkman

Het oprekken van de bioscoopconventies is juist iets wat Harmen en Jorine op Zienemaan en Sterren proberen te doen. “We doen nu sinds een paar jaar de concertfilm. Daarbij hopen we dat mensen misschien toch gaan dansen, dat er wat reuring is, net alsof je echt bij een concert staat te kijken. Na eerder concertfilms van Herman Brood, David Bowie en The Talking Heads te hebben getoond, is het voor de achtste editie tijd voor concertfilm Monterey Pop. “Ik probeer altijd zo divers mogelijk te programmeren,” vertelt Harmen, “omdat je dan ook een heel divers publiek aanschrijft. Voor de vrijdag hebben we Russisch en ruimtevaart, voor de zaterdag een concert met hippies en flowerpower, dan zondag punk en aliens in How to Talk to Girls at Parties. Zo is er voor ieder wat wils.”

Foto: Ron Perdok

Zelfs kinderen zijn bij Zienemaan en Sterren aan het goede adres. Sinds drie jaar toont de organisatie in de middag kinderfilms in “Zienemini”. Het knusse café in de Suikerfabriek, de Wolkenfabriek, leent zich perfect voor die setting. Moeder Nathaly bezoekt op zaterdagmiddag De dieren uit het Hakkebakkebos met haar dochter en diens vriendinnetje. “We komen ieder jaar naar Zienemini. Het is veel leuker dan een gewone bioscoop. De kinderen kunnen hier rustig van hun plek gaan om te spelen.” Haar dochter komt haar halen: “Snel mama! De film begint!”

“Wij proberen altijd meer te doen dan alleen een film te tonen”

Voor filmfestival Zienemaan en Sterren is een film tonen meer dan slechts op play drukken. Jorine: Ik vind het heel jammer dat de huidige bioscoopbranche enkel een film afdraait; dat kan ook gewoon thuis op de bank. Wij proberen altijd meer te doen dan alleen een film te tonen. We geven een inleiding en laten een deskundige aan het woord als het even kan. Zodat wij met onze filmevenementen echt iets toevoegen.” Zo wordt voor de hoofdfilm altijd een goede korte film getoond. Een genre waar in de reguliere bioscoop geen plek voor is.

“Het moeilijke van een evenement in de openlucht blijft dat je van tevoren nooit weet waar je aan toe bent,” zegt Harmen. “Vorig jaar hadden we een perfecte editie, windstil en een avondzonnetje, dan zit je zo met 700 man. Als het regent zijn de bezoekersaantallen beduidend lager.” Toch maakt een regenachtige nacht bij Zienemaan en Sterren duidelijk dat Groningers niet van suiker zijn. Al dan niet voorbereid laten ze zich niet wegjagen door een beetje water.

Aftermovie: Joris Bakker

Deel dit:

VACATURE – Zakelijk leider (m/v) 0,8 fte per 1 januari 2019

Mugmetdegoudentand is een eigenzinnig Amsterdams theatergezelschap dat al meer dan dertig jaar succesvol theater en af en toe televisie maakt. De groep maakt nieuw Nederlands repertoire dat de tijdgeest met persoonlijke stem beschrijft. De Mug maakt plm 4 voorstellingen per jaar, waaronder een ambitieus Europees project in 2020. De Mug wordt meerjarig (planperiode tot 2021) gesubsidieerd door de gemeente Amsterdam en het Fonds Podiumkunsten.

Vanwege het aanstaande vertrek van de huidige zakelijk leider zoekt mugmetdegoudentand een zakelijk leider (m/v) per 1 januari 2019.

Profiel

De zakelijk leider is verantwoordelijk voor het financieel beheer, voert het management van de instelling en onderhoudt daarvoor contacten met samenwerkingspartners, culturele instellingen, overheden en sponsoren. Verder stelt de zakelijk leider de jaarbegroting op,rapporteert daarover aan het bestuur en bewaakt de voortgang.
Samen met de algemeen directeur/artistiek leider is de zakelijk leider  medeverantwoordelijk voor de ontwikkeling van de plannen – producties en de exploitatie – voor de middellange termijn.

Gevraagde kwalificaties

  • De zakelijk leider beschikt over strategisch inzicht en is communicatief.
  • Hij/zij is schrijfvaardig, uiteraard ook in het Engels.
  • Hij/zij is bestuurlijk sensitief en opereert vanuit een effectief netwerk in de podiumkunsten.
  • Hij/zij beheerst de financiële aspecten (fiscaal, exploitatie, verslaglegging, fondsenwerving, rapportages) van een kleine dynamische kunstorganisatie.
  • Hij/zij weet voor de belangen van de Mug collegiaal en zelfstandig zijn/haar weg te vinden.
  • Affiniteit met theater in het algemeen is een must en affiniteit met de voorstellingen van de Mug is een pré.

Wat biedt theatergezelschap mugmetdegoudentand?

  • Een dienstverband in eerste instantie voor een jaar, met perspectief op verlenging;
  • Arbeidsvoorwaarden op basis van opleiding en ervaring, georiënteerd op de CAO Dans en Theater;
  • Adequate werkomgeving, standplaats Amsterdam.

Organisatie

De zakelijk leider wordt op kantoor ondersteund door een productieleider en een PR medewerker.

Procedure

Hebt u belangstelling voor deze functie en meent u te voldoen aan de gevraagde kwalificaties, dan nodigen wij u uit vóór 5 oktober uw motivatiebrief en een beknopt CV te sturen naar sollicitatie@mugmetdegoudentand.nl. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Margreet Huizing, margreet@mugmetdegoudentand.nl / 06-57567059.

Uw sollicitatie zal vanzelfsprekend vertrouwelijk worden behandeld.

Deel dit:

Freek en Hella de Jonge houden open huis in het Groninger Museum

Foto: Groninger Museum

Eindelijk heeft het Groninger Museum het voor elkaar. Zes weken lang kun je Hella en Freek de Jonge bewonderen in het museum. Niet alleen hun kunst, maar ook de mensen achter de werken. Kunst meets performance art meets reality show. Van 10.00 t/m 17.00 uur. Een blik werpen in de keuken van het echtpaar; ook letterlijk, want Hella gaat in de echte keuken dagelijks een degelijk ontbijt maken. Dit ontbijt heeft er, volgens Hella, voor gezorgd dat ze beiden nog zo fit en gezond zijn. Naast zichzelf, stellen Freek en Hella werken— zowel oud als nieuw— uit hun privécollectie tentoon. Net als het mozaïek ‘Water en Vuur’ dat het startpunt van de expositie vormt, toont Het Volle Leven een mozaïek van hun leven en omdat volledig te ervaren heeft de bezoeker alle zintuigen nodig.

Groninger aardbevingsproblematiek

Freek de Jonge heeft zich zichtbaar sterk gemaakt voor Groningen en haar inwoners; de aardbevingen en de daaropvolgende strijd tegen onder andere de onwillige NAM en de Nederlandse overheid. De tentoonstelling bevat ook een gedeelte dat de focus legt op deze problematiek. Een rommelend huis met een scheur van top tot teen; een montage gemaakt door Hella dat het proces van Freek en zijn strijd voor Groningen weergeeft inclusief beelden van de fakkeltocht van afgelopen januari. Horen, zien en voelen zijn de zintuigen die sowieso aangesproken worden bij dit element. Het gebruik van geur durf ik (nog) niet te zeggen, maar het feit dat de aardbevingsproblematiek nog niet is opgelost is toonbeeld van slechte smaak.

Deel dit:

26 september, 17:00 uur De lezersborrel van Cultuurpers: het begin van een mooie vriendschap?

Tien jaar geleden kreeg ik een nieuwe bril. Twee weken later reed een gepensioneerde oogarts met zijn auto door mijn linkerbeen heen en een maand daarna is, vanuit een – gelukkig tijdelijke – rolstoel, het idee voor het Cultureel Persbureau geboren. Mede omdat de kunstredacties van de Geassocieerde Persdienst en NRC gedecimeerd werden. 26 september is dus maar een datum, maar wel een datum met een verhaal. Dat viert het Cultureel Persbureau graag met actieve lezers en volgers als jij, die dit nu leest.

Tien jaar alweer, waarin we van gesubsidieerd rijk naar commercieel straatarm bewogen en nu ergens daartussen hangen, met nog steeds hetzelfde gevoel van journalistieke noodzaak en kunstliefde en de wil om de verhalen te blijven vertellen die verteld moeten worden. Jaren waarin het stimuleringsfonds voor de journalistiek ons niet wilde helpen, omdat ‘kunst’, volgens het bestuur, ‘geen rol speelde in het maatschappelijk debat’, en we toch doorgingen.

Jubeljaar

Op 26 september vieren we niet het echte jubileum: dat doen we in het voorjaar van 2019, wanneer het echt 10 jaar geleden is dat het Cultureel Persbureau het levenslicht zag.  Maar deze woensdag is het begin van het jubeljaar, waarin we graag met jullie een toost uitbrengen op wat er nog allemaal te gebeuren staat.

Maak kennis met een paar van onze auteurs, vraag eens hoe dat nou eigenlijk werkt, zo’n club en deel je beste geheimtip met onze sterverslaggevers.

Kom binnen, maar geef wel eerst je komst op. Dat kan via onderstaande knop:

Eventbrite - Kijkje in de keuken. Ledenborrel Coöperatief Cultureel Persbureau

Deel dit:

Intiem festival Film by the Sea viert twintigste editie en moet nu verjongen, aldus scheidend directeur

CineCity Vlissingen is de locatie voor Film by the Sea

In de trein naar Vlissingen dient het festival zich al aan. Schuin tegenover mij converseren twee dames over films en boeken. Ze bladeren in een programma en vragen zich af of het zal lukken Sophia Loren te zien. Inderdaad, mijn vermoeden klopt. Ze gaan een weekend naar Film by the Sea. “Het is onze eerste keer. We gaan veel naar festivals samen en dit stond al lang op ons lijstje.” Ze verheugen zich op de collegereeks ‘Liefde voor verhalen’ die ze gaan volgen. Ze kennen de organisator van dit programma-onderdeel Harry Peters van lezingen in het filmhuis in Alkmaar.

Het prachtige, stoer-sensuele posterbeeld voor Film by the Sea dat beeldend kunstenaar Aat Veldhoen dit jaar ontwierp siert de entree van de CineCity-bioscoop in Vlissingen. Gisteren is hier de twintigste editie van het festival geopend met een gala-voorstelling van Becoming Astrid. De Zweedse biopic over de jonge Astrid Lindgren, later beroemd geworden als schepper van onsterfelijke jeugdliteratuur. Denk aan Pippi Langkous en Ronja de Roversdochter. Vandaag barst in alle acht zalen het evenement echt los.

Boekverfilmingen

Film en literatuur noem je hier in Vlissingen al snel in één adem. Al vanaf de tweede editie heeft Film by the Sea zich geprofileerd met een hoofdcompetitie van boekverfilmingen. Artistiek directeur Leo Hannewijk, die het festival in 1999 samen met Ad Weststrate van CineCity oprichtte, zag daar destijds een kans. “Ik ontdekte dat er op de hele wereld geen enkel festival bestond dat was gewijd aan boekverfilmingen. Terwijl toch een kwart van het filmaanbod uit boekverfilmingen bestaat. Het was een manier om Film by the Sea tussen al het festivalgeweld onderscheidend te maken. Overigens staan bij de beoordeling de filmische kwaliteiten voorop. Het is niet nodig dat de jury, dit jaar voor de vijfde keer onder voorzitterschap van Adriaan van Dis, al die verfilmde boeken ook heeft gelezen.”

Leo Hannewijk (foto Lex de Meester)

Hannewijk beaamt dat Film by the Sea geen festival is dat zich perse toespitst op het doen van nieuwe ontdekkingen. “Het is niet nodig om Rotterdam te imiteren. Al gebeurt het natuurlijk wel eens dat we, omdat we aan het begin van het nieuwe filmseizoen staan, een titel van Rotterdam afsnoepen.” Bij de keuze ligt de nadruk op arthousefilms en mooie bioscooptitels uit Europa en Amerika. “Het verre Oosten zijn we niet zo in gespecialiseerd.”

Het lééft

In vergelijking met de neiging tot overdaad die we elders wel zien is het relatief kleine Film by the Sea aangenaam compact en overzichtelijk. Aan een tafeltje op het Cinecafé-terras zegt Hannewijk: “Het is intiem en niet zo formeel.”

Dat is ook wat bezoekers die ik spreek prettig vinden. “Alles in één bioscoop bij elkaar. Het lééft”, vinden de trouwe festivalgangers Ivette (57) en Marth (23). “Het is goed georganiseerd en de mensen zijn aardig.” De gezellige sfeer is ook iets dat Annie (63) aanspreekt. Ze is er nu met een vriendin uit Middelburg en komt hier al vanaf het begin. Ze is ook als vrijwilliger scout voor het festival en kijkt daarvoor veel films. Children of the Snowland en Breathing Into Marble zijn bijvoorbeeld twee titels die ze kan aanbevelen.

CineCity is de locatie, met een klein deel van het programma in het nieuwe Vlissings Filmtheater. 125 titels in totaal, waarvan 25 schoolvoorstellingen. Een flink deel van het aanbod bestaat uit films die al een distributeur hebben en later in het jaar worden uitgebracht. En eerlijk gezegd zie ik zelfs een paar titels die al draaien in de bioscoop, zoals BlacKkKlansman. Maar ook, zoals Hannewijk aangeeft, “heeft 25% van de selectie nog geen distributeur. Daarvoor bieden we een podium.”

Sophia Loren in Una giornata particolare

Veel aandacht trekt Film by the Sea dit jaar met hoofdgast Sophia Loren, die morgen de Grand Acting Award voor acteurs met een bijzondere staat van dienst krijgt uitgereikt. Een van de laatste echte diva’s van de Europese film is ze genoemd. In 1977 speelde Loren naast Marcello Mastroianni de ontroerende en aangrijpende hoofdrol in Una Giornata Particolare van Ettore Scola. “Een film die”, aldus Hannewijk, “ook veel voor mijn ontwikkeling betekende.”

Daarbij was Scola in 2003 de eerste filmmaker die de Lifetime Achievement Award van Film by the Sea kreeg uitgereikt.

Bergman

Een blikvanger van de 20ste editie is het Bergman-retrospectief. Dit is het door het Zweeds Filminstituut georganiseerde eerbetoon aan Ingmar Bergman, de beroemde Zweedse filmmaker die dit jaar 100 jaar geworden zou zijn. Vlissingen is er snel bij. Pas volgend jaar zal dit fraaie programma in Eye en op andere locaties in Nederland te zien zijn.

Zo kort na mijn aankomst zie ik hier nog weinig collega-filmjournalisten rondlopen, maar Hannewijk vindt wel dat de bekendheid gestaag is toegenomen. “Toch is het gek dat een journalist van de VPRO bij de verslaggeving vanuit Venetië The Sisters Brothers als een van de hoogtepunten noemt, maar dan niet even vermeldt dat het ook de slotfilm is van Film by the Sea.”

Filmroes

Volgens Hannewijk komt een flink deel van de bezoekers inmiddels van buiten de regio. Zo te zien klopt dat wel. Van de festivalgangers die ik zo af en toe aanschiet komt ruim een derde van buiten Zeeland. Na de uitloop van de verfilming van Ian McEwans On Chesil Beach tref ik bijvoorbeeld de Amsterdammers Bart (45) en Roos (43) met twee vrienden. Ze zijn opgeleid aan de Filmacademie en dompelen zich hier al sinds 2008 jaarlijks onder in een filmroes. Wat ze zojuist zagen vinden ze niet geweldig, maar dat tempert hun enthousiasme voor het festival niet. Als charme van Film by the Sea noemt Bart de kleinschaligheid, plus de afwisseling van arthouse met grotere titels. Ze blijven hier meerdere dagen.

Telde Film by the Sea in 1999 nog maar 5.000 bezoeken, tegenwoordig is dat gestegen tot rond de 46.000. Ter vergelijking: Vlissingen telt 45.000 inwoners. Het festival heeft volgens Hannewijk een goede naam en er is veel om trots op te zijn. Vandaar de hamvraag: waarom stopt Leo Hannewijk (1955) er dan nu mee?

Verjonging

“Na twintig jaar vind ik dat het tijd wordt om het stokje over te dragen. Ik wil nog graag andere dingen gaan doen, zoals bijvoorbeeld een groot cultureel project rond de Oostkerk in mijn woonplaats Middelburg. Het festival heeft ook verjonging nodig. Een groot deel van het publiek bestaat inmiddels uit vijftigplussers. En voor het organiseren van die verjonging ben ik niet de geschikte figuur. Ik twitter bijvoorbeeld niet. Hier ligt een mooie taak voor mijn opvolger.”

De eerste film die ik hier zelf zie is I Am Not a Witch. Een intrigerend Afrikaans drama dat inmiddels de Britse Oscarinzending is en komende donderdag in de Nederlandse bioscoop wordt uitgebracht. In de zaal rondkijkend vraag ik me af of die 46.000 bezoeken dit jaar wel gehaald gaan worden. Maar de magere twintig bezoekers bij deze film zijn een uitzondering. Latere voorstellingen zijn goed bezocht, en naarmate de dag vordert wordt het in de CineCity-foyer, het aangrenzende Cinecafé en de als feestlocatie neergezette Spiegeltent steeds drukker. Vooral het Filmboekenbal dat laat op de avond van start gaat met muziek en een vleugje burlesque (niet helemaal mijn smaak) trekt een grote menigte. Als ik hier om me heen kijk valt het ook met die vergrijzing wel mee. De eerste dag van mijn Film by the Sea-weekend zit er op.

De noodzaak van verhalen

Zondag. Ik stap binnen bij het Vlissings Filmtheater om een van de filmcolleges mee te pakken. Toevallig loop ik Harry Peters tegen het lijf, de film & literatuurdeskundige die dit programma-onderdeel al een flink aantal jaren, deels samen met Gerlinda Heywegen organiseert. Gisteren heeft hij zelf de aftrap gegeven met een voordracht over het thema ‘de onbetrouwbare verteller’. Gevolgd door een voorstelling van het alle verhaalconventies tartende Tiere. Volgens beschrijving op de festivalwebsite een ‘grote mindfuck’. En volgens Peters geïnspireerd door de onmogelijke realiteiten van tekenaar Escher.

“Verhalen vertellen is voor mensen een noodzaak. Een manier om de chaos beheersbaar te maken”, aldus Peters. Dat geldt zowel voor boeken als films, alleen werkt het in beide gevallen net even anders. “Literatuur vertelt eerst, en laat daarmee iets zien. Een film toont eerst iets, waarna we daar betekenis aan kunnen geven.” Waarmee hij de strekking van zijn gisteren gehouden inleiding aanstipt: wie maakt nu eigenlijk het verhaal? Zijn wij dat als kijker zelf niet?”

Verzorgingshuis

Intussen zijn de college-deelnemers – hier wel veel grijze kuiven – de zaal uitgestroomd waar ze Being John Malkovich gezien hebben. Ook al een tamelijk ongewoon verhaal waarin het mogelijk blijkt in het hoofd van iemand anders te stappen. An & Dré (samen 140) uit Vlissingen bezoeken al vier jaar het festival en komen speciaal voor de college’s. Ze kennen Harry en Gerlinda en vinden de reeks heel interessant. Het zorgt voor verdieping en laat je ook anders kijken. Dat probeert An althans.

Ook twee middelbare dames (‘Noem ons maar studievriendinnen.’) komen op het festival veel films zien en zijn voor het derde jaar collegegangers. Ze vinden de reeks fantastisch, maar zijn niet tevreden over de nieuwe locatie. Het Vlissings Filmtheater zit namelijk onder één dak met het woonzorgcentrum Scheldehof. Ook de vandaag te openen expositie van werk van Aat Veldhoen vinden we hier. Maar hoe prachtig de oude scheepswerf waar alles is ondergebracht ook is verbouwd, de vriendinnen missen hier de festivalsfeer. Daarnaast vinden ze de combinatie met het zorgcentrum niet prettig. Volgens hen zijn er meer die er zo over denken.

Huisfilosoof

Na de pauze treedt Stine Jensen aan, de huisfilosoof van Film by the Sea. Haar betoog gaat over het intrigerende fenomeen ‘aap en vrouw’, een combinatie die sinds King Kong met zekere regelmaat in films opduikt. De studievriendinnen vinden het een mooi betoog, maar Dré laat me na afloop weten dat hij liever een meer psychologische invalshoek had gezien. “Er zat meer in dit onderwerp.”

Terug in CineCity ben ik net op tijd om te zien dat Van verlies kun je niet betalen, over een bejaarde Vlissingse groenteman, bezig is uit te groeien tot een echte festivalhit. De documentaire maakt deel uit van het blok Zeeuwse films – vast festivalonderdeel. Gisteren al voor 700 bezoekers in première gegaan in de XL-zaal. Nu opnieuw druk bezocht en hoog gewaardeerd, afgaande althans op de reactie van Linda (28) en David (37). “Ik ben speciaal voor deze film gekomen. Ik ken de maker en kwam als jongetje in die groentewinkel. Een heel mooie documentaire, echt een verhaal over het leven. Een aanrader.” Wallie Pollé van Windmill Film is er ook en laat me weten de documentaire uit te gaan brengen, samen met de korte film De letterschilder.

Sophia Loren

Dan ter afronding van de dag snel naar de CineCity-XL-zaal voor de huldiging van Sophia Loren. Alles zoals het hoort, met mooie woorden van oud-festivalvoorzitter Hedy d’Ancona over de bevrijding van vrouwen, de prijsuitreiking door minister Ingrid van Engelshoven, een staande ovatie en een ontroerde dankwoorden van Loren. Mooi dat ze hier is.

Eerder deze middag had de dame bij de stand van de Vlissingse boekhandel ‘t Spui me gevraagd of ik al op de boulevard was geweest. “De trots van Vlissingen.” Het blijkt vlakbij te zijn. Dat pak ik nu dus mee, op weg naar het station voor de trein terug. Een prachtige avondwandeling langs oude en nieuwe kades, strandjes en uitzicht op de Westerschelde, waar grote containerschepen statig voorbij varen.

Jan Doense nieuwe directeur

En wie gaat nu het stokje van Leo Hannewijk overnemen, vraagt u zich natuurlijk af. Het bestuur van Film by the Sea heeft als opvolger Jan Doense gekozen: doorgewinterd filmliefhebber, zakelijk leider van De Filmkrant, filmproducent en ervaren organisator van filmfestivals. Hij gaat leiding geven aan de inhoudelijke invulling van het festival. Het team van CineCity blijft de uitvoering verzorgen.

Jan Doense (foto: Joao Carlos Rodrigues)

Voor hij in november in functie treedt wil Doense nog niet veel kwijt over mogelijke plannen. Ter geruststelling laat hij de huidige fans van Film by the Sea ieder geval weten geen grote koerswijziging voor ogen te hebben.

“Het is een uniek festival dat stevig in zijn schoenen staat en een trouw publiek heeft. Ik ga zeker broeden op nieuwe ideeën zonder aan de huidige formule afbreuk te doen.”

Als voorbeeld noemt hij nieuwe CCXL-zaal, die volgens hem nog beter benut zou kunnen worden met voorstellingen voor een groot publiek. Over de hier en daar geopperde suggestie dat het festival moet verjongen is hij tamelijk laconiek.

“Ik ben vier jaar jonger dan Leo Hannewijk, dus dat verschil is niet zo groot. Maar ik twitter wel. Verder wil ik over die verjonging niet al te krampachtig doen. Het hoeft niet perse allemaal jong en hip te worden. Het is ook leuk dat er een trouw en wat ouder publiek is dat Rotterdam te turbulent vindt.”

“Film by the Sea is een relaxed festival zonder al te veel industrie waar zowel filmliefhebbers als mensen uit de filmbranche graag komen. Ik zie het als een soort klein Cannes aan de Schelde, een prettige plek om te vertoeven, vlakbij een mooie boulevard om even pauze te nemen en oesters te eten.”

“Toen ik werd gevraagd of ik de artistieke leiding wilde overnemen kwam dat op een goed moment. In de tijd dat ik directeur was van het Imagine Film Festival [Hij nam daar in 2008 afscheid, LB] had ik de bijnaam Mr. Horror, maar ik heb meer te bieden. Nu eens geen genrefestival. Het trekt me juist aan dat Film by the Sea een breed aanbod heeft.”

Doense heeft van vaderszijde wel Vlissingse roots, maar blijft voorlopig in Amsterdam. “Ik verheug me op het lezen van boeken tijdens lange treinreizen. Ik ga er nog niet wonen, maar zal er uiteraard wel vaak zijn. Om te beginnen kom ik iedere week op dinsdagavond in het kader van ‘Film by the Sea door het jaar’ een film inleiden. Dat is een mooie manier om het publiek te leren kennen.”

Goed om te weten Goed om te weten

Het ’20th international film festival Film by the Sea’ zoals het voluit heet, vindt plaats van 7 t/m 16 september in Vlissingen.

Deel dit:

Zonder geheugen blijft ons theater zich gedachteloos vernieuwen, blijkt op het @theaterfestival

Het Nederlandse theater herinnert zich steeds minder. Dat bleek afgelopen vrijdag tijdens een tweetal bijeenkomsten in ITA, het gebouw waar ooit de Stadsschouwburg gevestigd was. Tijdens Nieuwe Grond, een onderdeel van het Nederlands Theaterfestival, ging het over erfgoed.

De ene bijeenkomst zal mogelijk herinnerd worden door de zes aanwezigen: de twee gasten plus presentator, en hun drie toeschouwers. De andere bijeenkomst zat vol met archivarissen, dramaturgen, journalisten en beleidsmakers. Daar werd gesproken over de diepgevoelde wens om het geheugengat te dichten dat achterbleef na de door verhalenverteller en onderminister Halbe Zijlstra gedwongen opheffing van het Theaterinstutuut Nederland (TIN), nu zes jaar geleden.

Deel dit:

Reinbert de Leeuw op zijn 80e verjaardag overladen met eerbewijzen

REINBERT 80 met Femke Halsema en Maarten van Boven, foto Ada Nieuwendijk

Begeleid door Asko|Schönberg zingt Katja Herbers delen uit Im wunderschönen Monat Mai, Reinberts bewerking van klassiekers van Schubert en Schumann. De schrijnende teksten krijgen een geestige twist in het laatste lied. In ‘Röslein auf der Heiden’ is niet het breekbare bloempje uit het origineel maar Reinbert zelf het ‘slachtoffer’.

“Und der wilde Knabe brach
Reinbert auf der Heiden;
Reinbert wehrte sich und stach,
Half ihm doch kein Weh und Ach,
Mußte es eben leiden.
Reinbert, Reinbert, Reinbert roth,
Reinbert auf der Heiden.”

Deel dit:

‘Mijn wil is het enige wat ik kan controleren.’ Hoe Benedict Wells’ moeilijke jeugd hem deed uitgroeien tot bestsellerauteur

Schrijver Benedict Wells ©Roger Eberhard

Robert Beck, de hoofdpersoon van Benedict Wells’ debuutroman Becks laatste zomer, hoopt als bijna-veertiger alsnog zijn droom waar te maken: een carrière in de muziek. Wells (34) weet wat het is om alles op alles te zetten om je droom na te jagen. Een moeilijke jeugd zette hij om in literatuur, en hij werd er verdomd succesvol mee.

Deel dit:

PODCAST: Theaterfestival 2018 opent met strafbaar feit.

1Op 6 september 2018 liet Chokri Ben Chika zijn gevoel voor humor achter in België. Hij toog met een gevulde jerrycan naar de Amsterdamse Stadsschouwburg en pleegde een strafbaar feit. Hij bedreigde een tot de nok gevulde Rabozaal met een niet van echt te onderscheiden nepwapen. Hij vertelde dat hij bewondering had voor de anonieme Tunesiër die met zijn zelfverbranding het begin had ingeluid van de Arabische lente. Deze avond zou ook het NOS Journaal eindelijk weer eens met theater openen, verzekerde hij de doodstille zaal.

Luister hier naar de speech en de dramatische afronding na 30 minuten:

Deel dit:

Waarom Noorderzon het Groningste festival van Nederland is.

Foto: Wijbrand Schaap

Soms valt er een gat in de flanerende menigte in het Groningse Noorderplantsoen. Vaak is dat het gevolg van een buurtbewoner met muscle-dog, die ondanks de drukte zijn dagelijkse rondje blijft maken. Het is een van die grappige dingen die Noorderzon een heel eigen karakter geven, als het meest Groningse van alle zomerfestivals die ons land rijk is.

Er is natuurlijk meer. De stad is anders, het klimaat is noordelijker, de bezoekers blonder en het programma onverwacht wilder dan op vergelijkbare festivals in Zeeland, Den Bosch of Amsterdam.

Verschillen

Dat onderscheid tussen de zomerfestivals leek mij lange tijd kunstmatig. Immers, alleen iemand die ze allemaal bezoekt zou gelijkenis in de programmering opvallen, terwijl de voornaamste doelgroep die reizen helemaal niet maakt. Die doelgroep komt immers uit de eigen regio en gaat echt niet Nederland door trekken naar al die andere festivals. Het is wel de reden dat landelijk werkende kunstverslaggevers en subsidiegevers kunnen klagen dat ze sommige voorstellingen op alle festivals tegenkomen.

Het is dus mooi dat het Groningse publiek echt iets heel anders beleeft dan het publiek in Den Bosch of Heerlen, ook al zijn er een paar gelijke ingrediënten: een kermisachtig gedeelte met veel voer en drank in verschillende stadia van duurzaamheid en chique, laagdrempelig kleinschalig theater in tentjes of containers, iets groots op een centrale plek en bijzonder theater op locaties waarvoor je soms ook even moet reizen.

College

In Groningen besloot ik mij dit keer eens te storten in iets wat Noorderzon ook speciaal maakt: een heel programma met een soort ‘studium generale’-achtige colleges van geleerde mensen voor een iets breder festivalpubliek. Zo kwam ik terecht in een glazen tent waar schrijver en NRC-columnist Christiaan Weijts iets zou gaan vertellen over ‘de kracht van kunst’. Het bleek te gaan om een promotie voor het zoveelste platform voor ‘kunstkritiek’, waarvoor Weijts een bundel had samengesteld.

Helen Frik en Christiaan Weijts

Anders dan de vaak best toegankelijk geschreven artikelen in de bundel blonk de presentatie uit in vaagheid en dure woorden, waarbij Weyts overduidelijk terecht was gekomen in de allergie van zijn beoogde gesprekspartner, de Groningse beeldend kunstenares Helen Frik. Het werd dus geen geanimeerde middag over kunst op een noordelijk festival, maar een moeilijk gesprek over de zin van dit alles.

Container

Dat hadden twee heren in een container, even verderop in het Noorderplantsoen, overigens ook. Maar dan grappiger. Iets over een schuilkelder en het einde der tijden, en twee hele grote mannen heel dicht op je, die het niet alleen over eten en drinken hadden, maar ook over seks, en dat ook met daden bijzetten. Licht confronterend, maar door de onpretentieuze aanpak ontwapenend genoeg om je ook weer wat gedachten mee te geven over hoe en wat als alles ophoudt.

Groningen heeft een eigen cultuur en een eigen geschiedenis. Dat is te zien in het Groninger museum, waar nog steeds die prachtige tentoonstelling is te zien over De Ploeg. Dat was een gezelschap dat in zijn eigen bonkigheid het Groningse land en de Groningse ziel in beeld wist te vatten, in een tijd waarin de rest van de wereld zich laafde aan het im- en expressionisme. Diezelfde bonkigheid ervoer ik bij die twee mannen in hun zeecontainer: volks, niet super professioneel, maar bevlogen en zonder kapsones. Een beetje zoals het publiek dat door het Groningse park flaneert.

Zelfmoord

In de Machinefabriek, het onderkomen van het Noord Nederlands Toneel, was ik getuige van een van de voorstellingen die op een andere manier uniek zijn voor Noorderzon: een zinsbegoochelend mooie combinatie van live animatie, film, poppenspel en dans met een inktzwart thema: een jonge vrouw die geplaagd door dromen van een sexy kangoeroe ten onder gaat aan een overdosis slaapmiddel.

Zelfmoord was ook het thema van een heel bijzondere audiowandeling die actrice en theatermaakster Veerle van Overloop aanbood: One Million People and Me. Lopend door de oostelijke buitenwijken van Groningen kreeg ik te horen hoe nabestaanden achterblijven na de zelfmoord van een bekende. Het duurde even voor bij mij het kwartje viel, maar toen het viel, viel het ook met een dreun. Door de intimiteit van de koptelefoon werden de gehoorde gedachten mijn eigen gedachten. Ik liep anders door de stille straten. Blikken van voorbijgangers konden me weinig meer schelen.

Ik verkeerde in een eigen wereld, ook al liep ik in een groep. Precies dat is wat zelfmoordenaars en hun nabestaanden op een vreemde manier samenbindt. Rouw en doodsdrift liggen dicht bij elkaar, Je kijkt naar al die stille huizen en straten en weet dat in elk van die huizen, of voorbijgangers een suïcide kan worden overwogen. Het is helemaal in stijl met wat Micha Wertheim deze week in een mooi essay in De Correspondent opschreef. Kunst is het resultaat van, en de oplossing voor, eenzaamheid.

Zingen

Is het dan allemaal zo droevig? Zeker niet. In de samenwerking met de wetenschap die Noorderzon heeft opgezet, woonde ik ook nog een college bij van de wetenschapper Chris Tonelli, die de compleet vrije improvisatie in zang propageert. Gewoon gezellig met zijn allen geluid maken, zonder je te bekommeren of het klinkt, vals is of nergens op slaat. Feitelijk in strijd met alle esthetiek waar mensen als Christiaan Weyts nog boeken over vol kunnen schrijven.

In al zijn bevrijdende therapeutische werking was het ook een beetje eenzaam: iedereen deed lekker zijn eigen ding, en of het samen wat opleverde was uiteindelijk niet aan de uitvoerders, maar aan de toehoorders. Die elk voor zich een eigen verhaal bij het gebeuren hadden.

Brullen

Ik heb lekker meegebruld. Dat voelde goed. Net als de wijn, daarna, in de wijnbar van het festival, waar goede gesprekken wachtten. Want die zijn er uiteindelijk altijd, op zo’n festival. Waardoor je je weer wat minder alleen hoeft te voelen.

Dat is waar de zomerfestivals goed voor zijn. Ook in Groningen.

Deel dit:

Zweven door doolhoven van graffiti en poëzie in bekroonde VR-installatie Chalkroom van Laurie Anderson en Hsin-Chien Huang

Impressie van een bezoek aan de Chalkroom. (foto Eye)

De vaste grond is verdwenen. Dankzij de VR-bril zweef ik door een lichtgevend poortje en hoor de stem van Laurie Anderson in mijn oor: “You are now in the heart of the Chalkroom.” Als ik om me heen kijk glijdt mijn blik als een soort schijnwerper langs een woud van graffiti en krijtschetsen dat de zwarte wanden bedekt. Door de controllers die ik bij aanvang in handen kreeg gedrukt in verschillende richtingen te bewegen kan ik alle kanten op bewegen. Het begin van een speurtocht door een doolhof van kamers, tunnels en nauwe gangen. Een wereld vol woorden, tekeningen en gefluisterde zinnen waar je vrijelijk bij kan wegdromen.

Chalkroom is het virtual reality-project van zangeres en performancekunstenaar Laurie Anderson en de Taiwanese mediakunstenaar Hsin-Chien Huang. Vorig jaar op het filmfestival van Venetië uitgeroepen tot beste VR-Experience. Nu de derde presentatie in de reeks Xtended, het virtual reality-programma van Eye.

Grenzeloze droom

Kunstenaars zijn nog steeds bezig te ontdekken wat de mogelijkheden van VR zijn. Dat blijkt bijvoorbeeld uit het feit dat Anderson en Huang een benadering kiezen die tegengesteld is aan die van Alejandro Iñárritu met Carne y Arena. Dat was vorige presentatie in Xtended. Iñárritu plaatst je in een bedrieglijk echte ruimte (zand onder je voeten) waar je rond kan lopen tussen virtuele vluchtelingen. De gebeurtenissen hebben een min of meer vast verloop – je staat als het ware midden in een kort verhaal.

Chalkroom is grenzeloos en doet denken aan een droom waarin je kan vliegen, een fenomeen dat een belangrijke inspiratie voor Anderson was. Bij Iñárritu kan je echt rondlopen in een afgebakende ruimte. Bij Anderson blijf je – net als bij de meeste VR-voorstellingen – gewoon op je draaistoel zitten terwijl je toch onbeperkt rondvliegt. De gebeurtenissen hebben hier ook geen vast verloop. Je kiest zelf je richting en de verschillende kamers. Mensen kom je hier niet tegen – afgezien van Andersons stem en hier en daar een aantal animatiefiguurtjes.

Mediteren of avontureren

Voor iedere bezoeker is de ervaring anders. Dus eigenlijk moet u dit verslag van mijn beleving met een korrel zout nemen. In theorie kan je er ook net zo lang in ronddwalen als je wilt. In de praktijk is in Eye de ervaring beperkt tot 15 minuten per keer. Wie meer wil moet opnieuw instappen. Zelf voelde ik door die beperking wel een zekere spanning. Aan de ene kant de neiging om zo snel mogelijk alles te proberen en overal rond te kijken. Aan de andere kant het gevoel dat het misschien beter is om er iets uit te lichten en daar rustig de tijd voor te nemen. Mediteren of avontureren, het kan allebei, maar natuurlijk niet tegelijk.

Zoals Anderson op haar website vertelt is Chalkroom voor de makers een experiment. Toen Huang haar benaderde voor een VR-productie was haar eerste reactie: “Nee, dat is niets voor mij.” Dat omdat ze VR vooral met games associeerde. Maar toen Huang het een goed idee vond iets anders te proberen, iets met een meer handgemaakte uitstraling, ging ze alsnog om.

Dan is het grappig om te zien dat Chalkroom, zoals het nu is gerealiseerd, toch heel veel game-achtige elementen heeft. Naast het naar eigen believen rondzweven kan je ook kiezen uit acht verschillende ‘kamers’, eigenlijk werelden met ieder hun eigen mogelijkheden. Kies je bijvoorbeeld ‘Free flight’, dan kan je zelfs het Chalkroom-labyrint ontstijgen. Vanuit een hoge positie tussen de wolken kan je er dan op neerkijken. In ‘Dog’ vertrouwt Anderson je toe dat ze droomde dat ze een hond was. In ‘Words’ laat je zelf met een soort toverstaf een tekst op de wand verschijnen. Woorden die, zo fantaseer ik, verwijzen naar de dood van Andersons vader. In ‘Cloud’ laat je de krijtschetsen loskomen van de wand waarna ze als een spiraalnevel rondcirkelen. Overal kunnen op allerlei plaatsen poëzieflarden opduiken.

Verhalenstof

Een boom van taal in Chalkroom. (foto Eye)

We zien dat hun aanpak aansluit bij het idee dat VR geschikter is voor een ervaringsmachine dan voor een film in een jasje van 360 graden. Bevrijd van het verhaal kiest de bezoeker zijn eigen koers. Overigens is het in dit verband verwarrend dat die ervaring soms – ook door Anderson – een ‘travel through stories’ wordt genoemd. Ik heb me daar wel even het hoofd over gebroken. Eerlijk gezegd weet ik niet precies wat ik me moet voorstellen bij zo’n ongetwijfeld conceptueel bedoelde reis door verhalen. Is het omdat de ruwe stof van verhalen, de woorden, letters en frasen soms als sneeuwvlokken om je heen dwarrelen? Is het de poëtische zinsnede dat ‘dingen gemaakt zijn van woorden’? Hier onder meer prachtig gevisualiseerd als een boom met letters als bladeren. Tot nu toe mijn favoriete onderdeel.

Zo valt er ongetwijfeld nog veel meer te associëren en te interpreteren, maar het lijkt mij het beste er niet al te ingewikkeld over te doen. Laat het maar over je komen. Vrij zweven in een prachtig vormgegeven driedimensionaal labyrint, is dat al niet mooi genoeg?

Programma: VR, films, lezing

Chalkroom is van 30 augustus t/m 9 september dagelijks te ervaren in Eye Filmmuseum in Amsterdam. Dit VR-programma wordt in de filmzaal aangevuld met korte performanceregistraties en enkele lange films van Anderson, waaronder het even betoverende als ontroerende Heart of a Dog.

Laurie Anderson zelf is op vrijdag 7 september (20:00 uur) in Eye. Ze houdt een voordracht over haar werk, het belang van storytelling in de politiek en het nut van falen. Een presentatie met beeld, muziek en verwijzingen naar de helden die Anderson inspireren.

Deel dit:

Paradisodebat 2018: Optimistische kunstsector wil minder aanbod en beter loon.

Minder aanbod van gesubsidieerde kunst is goed voor het land. Antoinette Laan, cultuurwoordvoerster van regeringspartij VVD, vindt dat al zeker 8 jaar. Zij stelde reeds in 2011, toen nog als wethouder in Rotterdam, dat ze niet begreep waarom kunstinstellingen op doordeweekse dagen open waren. Immers: iedereen was dan aan het werk en kon dus toch niet komen kijken.

Luister hier naar de podcast met speeches en reacties.

Ze zei dat tijdens het Paradisodebat van dat jaar, voor kunstprofessionals de traditionele afsluiting van de Uitmarkt in Amsterdam. Gisteren, zondag 26 augustus 2018, was Antoinette Laan tijdens weer een Paradisodebat getuige van een kunstwereld die het unaniem met haar eens leek te zijn. Kunstenbreed klonk: met het huidige budget kan de productie niet overeind gehouden worden. Het aanbod moet dus omlaag. Al had niet iedereen daar dezelfde motivatie voor als de collega van kunstkenner en zomergast Eric Wiebes.

Levendig

De meeste aanwezigen vonden het verminderen van het aanbod vooral goed als signaal aan de samenleving dat er nu toch echt meer investering in de kunsten nodig is.

Dit alles gebeurde in een bijeenkomst die opvallend levendiger was dan eerdere edities. Misschien was dat dankzij het optimisme: er is eindelijk een duidelijk cultuurminnende minister. De sfeer werd ook geholpen door de verfrissende inbreng van twee van de in totaal 5 keynote-sprekers: Naomi Velissariou en Marian Duff. Laatstgenoemde is mode- en kunstcurator met roots in Suriname en een werkterrein dat zich uitstrekt van de Bijlmer tot Onze Lieve Heer op Zolder. Ze riep de aanwezige kunstbestuurders en -organisatoren op om nu eens niet de ‘diverse’ en ‘nieuwe’ of ‘jonge’ maker als sideshow bij je grote show te programmeren. Zo pleitte ze ervoor om durf te tonen en juist die nieuwe en onverwachte talenten tot hoofdact te bombarderen. Iets waarvoor men buiten de eigen comfortzone moet treden. Zonder dat vertrouwen gaat het volgens haar nooit lukken om een eerlijker en diverser kunstaanbod te krijgen.

Verlegen

Naomi Velissariou wist met een vloeiend en welsprekend betoog de organiserende partij, Kunsten ’92, in verlegenheid te brengen. Zij moest het in haar keynote hebben over diversiteit, en hintte erop dat ze voor die klus was gevraagd vanwege haar exotische (Griekse) achternaam. Zij droomde hardop over een tijd waarin het niet meer over diversiteit hoeft te gaan, omdat ooit een dag komt dat iedereen gewoon mee mag doen, ongeacht uiterlijk, identiteit of afkomst.

Het debat zou gaan over de Fair Practice Code. Uiteindelijk ging het vooral over geld. Logisch, daar gaan debatten in Paradiso tijdens de Uitmarkt altijd over, maar dit keer was er meer substantie. De Fair practice Code zelf is ook niet zo’n handig uitgangspunt. Het ding is in zijn korte bestaan inmiddels al uitgegroeid tot een tamelijk wollig geheel waar werkelijk niemand het oneens mee kan zijn: de tekst spaart massaal kolen en geiten.

Het grote ding waar iedereen tot nu toe omheen liep en waar het gisteren dan eindelijk over ging was natuurlijk de beroerde arbeidssituatie in de kunsten. Ik heb daar in de aanloop natuurlijk al een en ander over geschreven, nu lag het open en bloot op tafel: het gaat zo niet langer.

Impuls

Minister Ingrid van Engelshoven was daar in haar toespraak ook duidelijk over: de culturele sector moet iets doen aan de verbetering van de arbeidsvoorwaarden, en als dat gebeurt wil zij wel kijken of er extra geld voor komt. Het begint met een impulsje van 2,5% nu, maar zou in 2021 tot iets groters kunnen uitgroeien.

Fijn natuurlijk, een meedenkende minister, maar de situatie is nu al zo slecht dat sneller handelen noodzakelijk is. De productiedwang moet er snel uit, zo lieten meerdere kunstenaars en instellingen weten. Alleen zo kun je echt werk maken van hogere kwaliteit en betere beloning. Dat betekent dat de kunstfondsen al sneller dan ze nu bereid lijken hun subsidievoorwaarden ingrijpend zullen moeten aanpassen. En de politiek moet daar aan mee willen werken.

Actiebereid

Of en hoe dat moet gaan gebeuren, daarover is het laatste woord nog niet gezegd. Dat de nood echt aan de man is, werd daar in Paradiso wel voor alle aanwezigen heel erg duidelijk. Niet alleen de SER, maar ook werkgevers, zoals die van de podiumkunsten, verzameld in de NAPK, lieten weten nu echt werk te willen maken van een betere beloning. Dat er al iets aan is gedaan in de podiumkunsten-CAO is natuurlijk prachtig, maar dan moet er ook iets gebeuren aan de gewoonte om iemand voor 5 uur aan te nemen en dat volgens de CAO te betalen, in de wederzijdse wetenschap dat de klus minstens 20 uur kost.

De kunstenbond is helemaal actiebereid, en weet zich daarin gesteund door Mariëtte Hamer van de Sociaal Economische Raad. Zij riep de aanwezige kunstenaars op om  massaal lid te worden van de vakbond.

Een enkele aanwezige ZZP’er vroeg zich af hoeveel werk er werkelijk gemaakt zou gaan worden van de intentie om nu eens te stoppen met de tarievenrace naar de bodem. Dat een aantal werkgevers, zoals het Holland Festival, aangaf nooit iemand gratis te laten werken, is een mooi begin. Maar we zijn er nog niet.

Deel dit:

Zonder extra geld is diversiteit in onze cultuur onhaalbaar. Het woord is zondag 26 augustus aan de minister

Goed nieuws van de cultuurfondsen: ‘diversiteit’ wordt een serieuze voorwaarde bij de vraag of je subsidie krijgt voor je culturele ding of niet. Natuurlijk zal een en ander tot discussie leiden. Om te voorkomen dat mensen terugvallen op het Jeroen Pauw-argument (wij willen wel vrouwen in de uitzending, maar er zijn niet genoeg goeie die ook willen), stelt de groep fondsen nadrukkelijk dat ‘kwaliteit’ maatgevend blijft bij het beoordelen van de aanvragen. Natuurlijk zal het hier en daar tot het gebruikelijke aanvraagopportunisme leiden: elke nieuwe kunstenplanperiode leidt tot nieuwe jasjes voor dezelfde projecten. Jongeren, cultureel ondernemerschap, diversiteit: een kwestie van redigeren en sturen. Het hoeft niet altijd tot fundamentele wijzigingen te leiden.

En daar hebben we wel iets te pakken. Cultuur (en journalistiek trouwens ook) zijn namelijk geen populaire sectoren in Nederland. Wie er echt bij wil horen, zal niet zo gauw kiezen voor een onzeker bestaan als journalist (fake news, lügenpresse), of als kunstenaar (subsidieslurper, linkse uitvreter). Wie tot een minderheid behoort en aan een slechte maatschappelijke positie wil ontsnappen, zal liever een nuttig beroep kiezen, of een sector met aanzien, dan wel geld, zoals sport of de medische hoek. 

Neoliberaal

Aanzien kan nog lukken, maar geld verdienen is best wel een dingetje in de kunsten. Al helemaal in de gesubsidieerde kunsten. Zeker sinds Halbe Zijlstra de cultuursubsidies decimeerde en het neo-liberalisme opbloeide bij de directies en besturen van gesubsidieerde instellingen. Legio zijn de berichten over kunstenaars die zelf moeten betalen voor het inrichten van hun expositie of het schrijven of repeteren van hun voorstelling. Bij gesubsidieerde instellingen waarvan de directie tegen de balkenendenorm zit.

En mogen wij in het westen een traditie hebben waarin hongerende kunstenaars soort van respect krijgen (potentiële van goghjes, permanent failliete rembrandtjes), in veel van de culturen die tegenwoordig deel uitmaken van het Nederlandse palet heeft ‘arme krabbelaar’ geen enkele romantische connotatie.

Loos gebaar?

Grote kans dus, dat het streven naar meer diversiteit in kunstenaars, verhalen, besturen en personeelsbestanden weinig op zal leveren. Zolang er geen normaal inkomen in de  kunsten te verdienen valt.

Daarom is het stuk van de verzamelde fondsen niet zo heel veel waard, zolang er geen financiële consequenties aan vast zitten. Wie nieuwe doelgroepen binnen wil halen zal daar een eerzaam bestaan tegenover moeten stellen. Een normaal inkomen, met zicht op groei. Niet vier maanden sappelen om uiteindelijk voor iets meer dan een bijstandsuitkering avond aan avond voor halflege zalen op te treden.

Paradisodebat

Zondag 26 augustus, tijdens het jaarlijkse Paradisodebat, wordt het daarom spannend. Gaat onze minister van cultuur, die daar een keynote zal houden, echt iets over geld zeggen? Het is wel de bedoeling. Het debat staat immers in het teken van Fair Practice: eerlijke betaling voor eerlijk werk in de kunstsector.

Eerder heeft de minister al laten doorschemeren dat voor die eerlijke betaling niet echt extra geld beschikbaar zal komen. Dat geld moet immers naar multinationals en hun aandeelhouders. Als er niet meer geld voor eerlijke honorering van kunstenaars komt, moet er minder kunst gemaakt worden, zodat het bestaande geld eerlijker verdeeld wordt. Dat is feitelijk een no go voor de cultuursector, en zeker ook de fondsen.

Boter bij de vis

De fondsen zetten nu in op diversiteit, maar trekken daar geen geld voor uit. Ze zetten marginaal in op verbetering van de arbeidsvoorwaarden, maar willen niet beknibbelen op het aanbod. Nieuwe groepen krijg je daarmee niet warm voor de sector. De minister zou dus weleens gedwongen kunnen zijn wél af te dwingen dat er minder kunst wordt gemaakt, teneinde meer diversiteit in de kunst te krijgen.

Ik schat, met de natte vinger, dat het aanbod met zeker 30%, maar misschien wel 50% omlaag moet om alle ambities waar te maken bij het huidige budget. De vraag is nu of de huidige kunstsector daarmee akkoord gaat.

Zondag 26 augustus weten we meer.

Deel dit:

Planeet Tim Burton landt in Vlaanderen: ‘Een snelkookpan vol bizarre en ontregelende ideeën’

C-mine Tim Burton
(Photo by Jun Sato/WireImage)

De Vlaamse wafelbakker van de Willy Wonka Wafl Factory in het Burton Cafe heeft alle films van Tim Burton gezien, zegt hij vantussen een strak hipsterbaardje. ‘Zeker omdat je de menukaart moest voorbereiden’, zeg ik. Op het menu van het – tijdelijke – Burton Café in expositieruimte C-min staan onder meer: Charlie Chocolate Wafl, Scissorhands Wafl, Oompa Loopa Wafl, Beetlejuice smaakwaters, Mr Bloom Tostado en andere Burton Lane Cinema Snacks. ‘Neen’, zegt de wafelbakker. ‘Ik was al fan.’ We komen overeen dat het gemakkelijk plukken is uit het sprookjesachtige oeuvre van Tim Burton, een van de invloedrijkste filmmakers van de laatste decennia.

Lugubere omgeving

Foto HTheirlynck

De internationale, rondreizende expositie The World of Tim Burton staat vanaf 15 augustus in haar volle glorie in een lugubere, Burtonachtige omgeving: de erfgoedsite C-mine in Genk, België. Ingeklemd tussen de schachtbokken en ophaalmachines van een voormalige steenkolenmijn, veel gruizig zwart tegen onheilszwangere luchten – helemaal Burtons biotoop. Nieuw is de The World of Tim Burton alleen voor de Benelux. De tentoonstelling was eerder te zien in New York (in MoMa, met meer dan 810.500 bezoekers destijds de op twee na meest bezochte), Parijs, Tokio, São Paulo en Praag. Eind september komt Tim Burton in eigen persoon naar Genk.

Deel dit:

Een pleidooi voor kijken en gissen @tfboulevard

Foto: Roel van Berckelaer

Theaterfestival Boulevard nodigde deze editie het publiek uit stil te staan bij de twee kanten van identiteit: haar onveranderlijkheid maar vooral haar maakbaarheid. Dit alles onder de noemer what you see is what you guess. Als er een voorstelling is waarop dit van toepassing is, dan moet dat wel Goat Song zijn. Een fascinerende vijftig minuten durende woordeloze voorstelling van actrice Mees Bergman en de jonge Noorse regisseur Espen Hjort (Theater Utrecht).

In de trein vanuit Den Bosch moest ik als vanzelf denken aan het pleidooi van Wijbrand Schaap op deze site voor ‘een herwaardering van het schrijven als vak, omdat dat echt wat anders is dan het leveren van basismateriaal voor theaterkunstenaars’. Een herkenbaar pleidooi, maar dat alleen hout snijdt voor theater dat tekst als (basis)materiaal gebruikt. Ik zag dit jaar echter ook vier voorstellingen op Boulevard waarbij tekst geen of juist een andere functie heeft.

Tekst als louter klank

In Eet je bord leeg van De Toneelmakerij speelt taal een grote rol. Logisch, want het Amsterdamse jeugdtheatergezelschap heeft als uitgangspunt ‘de verbindende kracht van de taal. De consequente keuze voor teksttoneel geeft de Toneelmakerij te midden van het huidige, zeer gemêleerde jeugdtheaterlandschap een unieke positie.’

En gesproken wordt er, maar de taal wordt in Eet je bord leeg teruggebracht tot gebrabbel en het Engels dat ouders gebruiken als ze een ruzie met elkaar proberen te camoufleren. Juist door tekst terug te brengen naar de klankenstroom die het voor allerkleinsten is, vertelt De Toneelmakerij een voor iedereen herkenbaar verhaal.

Waarom tekst als je ook kunt dansen?

Ook in Woest! van Sally Dansgezelschap Maastricht een ruzie tussen twee ouders, hier over de driftbuien van een kind. Tekst speelt hier geen enkele rol: Woest! is moderne dansvoorstelling voor kleuters. Juist de ruzie over hoe om te gaan met woede-uitbarstingen van het kind, resulteert in een scheiding tussen moeder en vader. Niet alleen de dans, maar ook het decor van Janco van Barneveld waarin alles breekt, tot en met de speelvloer aan toe, vertelt hier het verhaal.

Beeld en expressie zijn in Woest! zo duidelijk dat tekst daar alleen maar afbreuk aan zou doen. Want dat dit verhaal geen woorden behoeft, blijkt als na afloop kinderen de speelvloer mogen betreden voor een workshop van de educatiemedewerkers van het gezelschap. Niet alleen vertellen ze zonder moeite wat ze net hebben gezien, door middel van dans tonen ze tonen vervolgens zelf woede, blijdschap en angst.

Alle tekst uit het raam

‘Hé! Wat doet die afvalcontainer hier?’ Het is de enige gesproken tekst in Echte vrouwen joggen in regenpak, de voorstelling die Jetse Batelaan (nu Theater Artemis) en Elien van den Hoek (nu Het Houten Huis) zeventien jaar geleden maakten tijdens hun studie aan de Amsterdamse Toneelschool. Beiden voelden weinig voor de opdracht met modern repertoire aan de slag te gaan en wilden liever zelf iets nieuws maken.

Het resulteerde in een voorstelling over vier mannen die in maatpak Schuberts Die Nacht in een kas zingen en een ‘vrouw in rood mantelpak’ die ze op even komische als rücksichtslose wijze verwijdert. Louter oppervlakkig absurdistisch theater biedt de voorstelling echter allerminst en Echte vrouwen joggen in regenpak was sneller uitverkocht dan een man uit een raam kan vallen. Dat zal vermoedelijk bij de speelbeurten op Noorderzon niet anders zijn.

Tekst op de achtergrond

Goat Song kent helemaal geen tekst, is niet glashelder en heeft weliswaar een duidelijke structuur, maar wat en of die iets te betekenen heeft, is aan de toeschouwer. De tekst in programmatoelichting biedt niet zozeer houvast, maar aanknopingspunten.

Het is aan ieder om in Borgmans performance een nogal intimiderende klimgeit, een zeehond, een vogel of een verward personage te zien. En daarin een al of niet een aanwezige of juist niet aanwezige diepere laag te zien. Het is gissen.

Durf te gissen

Eet je bord leeg en Woest! zijn gemaakt door jeugdtheatergezelschappen. En hoewel Jetse Batelaan en Elien van den Hoek zeventien jaar na de eerste opvoering van Echte vrouwen joggen in regenpak vooral jeugdtheater maken, was deze voorstelling oorspronkelijk niet voor kinderen bedoeld. Maar met recht staat nu ‘alle leeftijden’ op het affiche.

Betekent dit dat het teksttheater louter voor volwassen is? Vrijwel alle jeugdtheatergezelschappen bewijzen jaar in jaar uit met vele producties het tegendeel. Ik denk eerder dat het tegendeel het geval is: waar kinderen nog dichtbij een wereld staan die uit louter beeld, klank en beweging bestaat, hebben volwassenen daar meer moeite mee.

Dat teksttheater goede tekst nodig heeft, is evident. Maar goed theater kan ook zonder tekst. Alle vormen van theater hebben goede makers en dus ook goede schrijvers nodig. Maar bovenal een publiek dat goed kijkt en het aandurft af en toe ook louter te gissen. Juist betekenis proberen toe te kennen aan iets dat niet in woorden is gevat, niet direct in woorden is te vatten, is waardevol. Waarom denk ik dat wat ik net gezien heb dit kan beteken? Wat zegt dit over mij, hoe ik naar de wereld kijk?

Deel dit:

Gender krijgt Japanse touch op Theaterfestival Boulevard @tfboulevard

Foto: Kyabajo

‘Geen kwaad woord over Lego of Knexx. Maar identiteit is het meest opwindende bouwpakket.’ Zo opent het voorwoord van Theaterfestival Boulevard in Den Bosch. What you see is what you guess is deze keer het motto. Het verwijst naar de kloof tussen hoe de ander je ziet en hoe je je zelf voelt. Identiteit in de breedste vorm: van gender tot religie, van lichaamsbouw tot nationaliteit. Tijdens het Performing Gender-programma komen deze thema’s mooi samen.

Dance makes differences

Gender krijgt een bijzondere plaats in deze editie van Boulevard. Het festival ontvanbt ‘Performing Gender – Dance makes differences’, een rondtrekkend tweejarig programma voor Europese dansers, gericht op gender en seksuele identiteit. Naast Boulevard doen de dansers onder meer festivals in Bologna, Ljubljana, Madrid en Leeds aan.

Daarom kunnen tijdens deze editie van Boulevard genieten van tal van interpretaties van het genderthema. 71BODIES1DANCE, bijvoorbeeld, van danser en choreograaf Daniel Mariblanca. In Denemarken, Noorwegen, Zweden en Spanje vond hij 71 transgenders, die samen met hem een show uitvoeren waarin dans, film en fotografie samenkomen.

Of Kyabajo van de Koreaans-Japanse Jija Sohn, die haar dansstudie in Amsterdam volgde. De titel verwijst naar het beroep van barhostess, dat in Japan met veel aanzien wordt bekeken. In die zin is deze performance vergelijkbaar met Sohns vorige show, Geisha’s Miracle (2016), waarin ze ook reflecteerde op vrouwelijkheid en de clash tussen traditie en moderniteit.

Macht of onderdanigheid

Tijdens deze performance giet Sohn in uitdagende poses alcohol in opgestapelde cocktailglazen. Ze spreidt haar benen terwijl ze vanuit de hoogte op een zwevende barkruk balanceert. Ze maakt muziek door met haar vingers over halfgevulde glazen te glijden. De details zetten aan tot nadenken: is de boksachtige cape die ze draagt een verwijzing naar haar strijdlust of naar de naïviteit van een sprookjesfiguur? Is haar vraag om een sterke man uit het publiek die haar van haar barkrukconstructie kan tillen een teken van macht of onderdanigheid? Zijn haar vrouwelijke bewegingen en aangezette strelingen onderdeel van haar rol of van de parodie daarop? Doet ze dit uit vrije wil? Geniet ze van haar eigen performance, of is ook dat genot onderdeel van haar rol? Hoeveel macht heeft de kyabajo zelf?

Zo blijft Sohns performance relevante vragen oproepen. Vragen die tegelijkertijd een waardevol inkijkje bieden in de Japanse gendercultuur. Een cultuur die net zo goed wordt onderdrukt als gevierd, die even gekunsteld als waarachtig aandoet. Zeker in de overtuigende vorm waarin die op Theaterfestival aan de kijker wordt gepresenteerd. Het genderdebat is een multiculturele stem rijker.

Goed om te weten Goed om te weten

De presentatie van het Performing Gender-project vindt plaats op 11 augustus in de Bank van Leening onder de naam ‘Vijf miniaturen en een gesprek’. De dansers laten dan de voorstelling zien die zij tijdens het festival hebben vormgegeven.

Deel dit:

Waarom ik plots de schrijvers miste in Den Bosch @tfboulevard

Publiek op weg naar Valavond

Meestal als ik iemand spreek die zich toneelschrijver noemt, zegt deze ‘slechts’ leverancier te zijn van een ‘halfproduct’. Dat antwoord krijg ik nooit van een jonge acteur, en al helemaal nooit van een regisseur. Zij zijn het die theater maken van de halfproducten die geleverd worden door schrijvers. Acteurs en regisseurs laten zich liever aanspreken als ‘theatermaker’.

Niks mis mee. Zolang dat theater dat ze maken maar onontkoombaar, meeslepend of op zijn minst overtuigend is. En daar schort het best vaak aan. Tijdens de laatste editie van Theaterfestival Boulevard in Den Bosch werd me dat weer een paar keer duidelijk.

Het heeft te maken met een paar misverstanden over wat nou eigenlijk schrijvers zijn.

Notulen

Een schrijver, zo lijkt het algemene standpunt, schrijft dialogen en bouwt daar een verhaal mee op. Dat wordt vervolgens door licht, muziek, geluid, acteertalent en regisseursinzicht tot voorstelling gemaakt. Nu kunnen acteurs tegenwoordig heel leuk scenes improviseren en regisseurs heel goed verhalen bouwen, dus dialogen en verhalen zijn er al. Er is nood aan een notulist die alle briljante creaties opschrijft.

Een schrijver met durf is in deze analogie een notulist die zijn notulen per ongeluk al voor de eerste repetitie heeft ingeleverd. Kans groot dat de acteurs en regisseur dat van een boel eigen draaien gaan voorzien. Want zulke notulen zijn zeker een halfproduct. Theater maak je niet achter een bureau.

Muziek

Toch betwijfel ik dat, althans voor een deel. Toneelschrijfkunst is een specialisme in het hele scala van theatrale vaardigheden, maar veel essentiëler dan we nu vaak denken. Het gaat immers niet alleen om het vastleggen van woorden en een verhaallijn. Het gaat om het scheppen van een kunstwerk van klank, ritme en melodie dat dankzij de vertolking door acteurs betekenis krijgt.

Net als in de muziek kunnen er prachtige dingen ontstaan vanuit improvisatie door de uitvoerders, maar niet voor niets is er ook in de muziek een grote rol weggelegd voor de auteur, de componist. Zeker als het om grotere bouwwerken gaat. dan kun je niet volstaan met een opeenvolging van solo’s, afgewisseld met groepsovergangen, wat vaak bij geïmproviseerd werk het geval is.

Veel voorstellingen waarbij de groep de auteur is bestaan uit monologen, afgewisseld door een enkele dialoog. Niet omdat dat goedkoop is, al helpt dat. Het is omdat de allenspraak het makkelijkste middel is waarmee je zelf een personage bouwt. Dat personage kan vervolgens in dialoog treden met een ander personage. Vaak, als de acteurs hun dialoog zelf verzonnen hebben, zal die dialoog alleen functioneel zijn. Er moet van a naar b bewogen worden, een conflict uitgewerkt, dat soort dingen. Plotgedreven lopendebandwerk, niks mis mee, daar schrijven mensen bestsellers mee.

Breaking Bad

Het zou interessant zijn om eens te kijken hoeveel monologen er in internationaal algemeen erkend theater zitten. Niet zo heel veel, en zeker minder dan in de gemiddelde zelfgebakken voorstelling in het Nederlandstalige theater. Om nog maar te zwijgen van televisie, een genre waar nog altijd een grote rol voor schrijvers is weggelegd. Hoeveel monologen zitten er in Breaking Bad?

Toneelschrijver zijn is dus een vak, dat een talent veronderstelt in het scheppen van situaties en sferen waarin acteurs met een combinatie van klank, melodie en ritme inhoud en betekenis overbrengen. Hun personages winnen aan diepgang door onvermoede wendingen die alleen een buitenstaander kan ingeven. Hun reacties en acties zijn bijzonderder dan een normaal mens kan bedenken.

Buitenstaander

Woorden in het theater zijn geen middel, zo min als noten in muziek een middel zijn. Ze zijn de essentie van het kunstwerk en door hun onderlinge samenwerking, harmonie en dissonantie vormen zij een uniek gebouw, dat door mensen tot leven gebracht kan worden, mits voldoende getalenteerd. Dat kunstwerk moet bijna noodzakelijkerwijs door een relatieve buitenstaander geschapen worden. Iemand met inzicht en overzicht, iemand met een eigen agenda.

Zelf doen door acteurs en regisseurs kan, en levert soms waanzinnig mooi theater op. Met de nadruk op soms. Het Werkteater is niet voor niets legendarisch. Best veel vaker leidt het tot halve producten.

Valavond

Het recentst maakte ik dat op woensdagavond mee, op een zandverstuiving in Rosmalen, ten oosten van Den Bosch. De Noorderlingen, een gezelschap dat bestaat uit theatermakers-in-opleiding uit Groningen, heeft op die schitterende locatie een voorstelling mogen maken. Waarmee het halve product al gemaakt was, want je hoeft voor een zinsbegoochelend effect niet veel meer te doen dan op zo’n zandverstuiving een tribune neerzetten en de voorstelling vlak na zonsondergang te plannen. Het beeld is alvast Ok. Nu nog muziek erbij, Check, en je hoeft eigenlijk als acteursgroep niet veel meer te doen dan wild rondrennen of mooi stilstaan in het strijklicht.

Zo geschiedde. Er is nog iets van een verhaal bij geïmproviseerd. Young adult-verwijzingen naar een rite de passage, wat referenties aan zombiefilms, Netflix serie Stranger Things en een man in een Star Trek glitterjurk. De taal is met hoofdletters, luid, ritmeloos, vol persoonlijke grote monologen en rollende ogen.

Nu is het natuurlijk erg makkelijk om een door jonge theatermakers in opleiding  gemaakte voorstelling af te doen als puberaal, maar toch: hier hebben professionals aan het roer gestaan. Professionals die dachten dat je met mooi licht en fantastische muziek – want dat was allemaal dik in orde op die zandverstuiving – ook mooi theater maakt. In al dit productiegeweld ontbrak een schrijver. Iemand die een partituur componeert met een dwingend ritme, scherpe wendingen en een spannend verhaal. Nu was het product niet eens half geslaagd, maar voor zeker driekwart mislukt.

Smartlap

Het ontbreken van schrijvers voelde ik ook bij het drieluik Stabat Mater, eerder op de dag. Drie voorstellingen: dans, zang en videokunst, op basis van de oersmartlap der smartlappen: het door een anonieme middeleeuwse monnik geschreven gedicht Stabat Mater, later het mooist op muziek gezet – vind ik dan – door Pergolesi.

Hier klonk die muziek niet, maar ging het om eigen interpretaties van het thema van de huilende moeder Gods door een choreografe, een zangeres en een videokunstenares. Het was een religieus gebeuren, dat drieluik. Natuurlijk is een drieluik al een religieuze kunstvorm, dat alles werd uitgevoerd in drie kerkgebouwen maakte het nog goddelijker. Dat gold ook voor de rituele, zeer subtiel uitgevoerde schokschouderdans van Patricia Okenwa. Eenvoudig en daardoor sterk, al had het kindergeluid niet gehoeven: dat neigde naar smartlappenkitsch, en was daardoor niet ontroerend.

Jehova

Wie erg hard een schrijver nodig had, was Cora Burggraaf. Deze zangeres en performer had in de lutherse kerk een programma gemaakt rond de door Hendrik Andriessen op muziek gezette gedichten van Henry Ghéon: Mirroir de Peine. Prachtige muziek, schitterende liederen, mooi ongepolijst uitgevoerd met begeleiding van een harmonium.

Iemand, en dat was zeker geen schrijver, vond het echter nodig er een verhaal omheen te maken, dat niet alleen uit de biografie van de dichter bestond, overigens wegens de dramatischs zondeval en bekering de natte droom van iedere jehova’s getuige, maar ook een soort benoeming bevatte van het rituele samenzijn in dit prachtige Lutherse kerkje. Onnodig en daardoor deed het af aan het effect van de liederen. Een schrijver had hier echte wonderen gedaan.

Manifesto

In de kloosterzaal van wat nu het instituut voor Datawetenschap is, hingen acht videoschermen met daarop 9 vrouwen, allemaal incarnaties van performance kunstenares Ulrika Kinn Svensson. Ze hadden allemaal een verhaal dat ongeveer even lang duurde, allemaal een ander aspect van het vrouw en moeder zijn belichtend, en allemaal eindigend in tranen. Aan het eind zingen en dansen ze samen een liedje. Kunstig, al haalt het het niet bij die fenomenale installatie Manifesto van Julian Rosefeldt, die vorig jaar een hit was op het Holland Festival. De teksten waren gewoon niet scherp genoeg, en dat werd erger gemaakt door het nogal amateuristisch uitvergrote acteren.

Met goede teksten had er minder minder geacteerd hoeven te worden.

Voetstuk

Na wat eerste reacties van makers op mijn tweet over deze avond het volgende: dit betoog is geen pleidooi voor het op een voetstuk zetten van de schrijver, zoals sommige zelotische operafanaten dat willen doen met de componisten van opera’s. Ik pleit slechts voor een herwaardering van het schrijven als vak, omdat dat echt wat anders is dan het leveren van basismateriaal voor theaterkunstenaars. En die visie heeft in mijn ogen nu al te lang de overhand.

Multitasken doet het theater geen goed. Acteurs steken het beste al hun energie en talent in het vertolken, zoals regisseurs het beste hun energie steken in het concipiëren van een totaalbeeld. Kijk maar eens naar De Vloer Op.

Toneel ontleent zijn werking nog steeds grotendeels aan de vertelde verhalen en de gesproken taal. Het scheppen van kunst met die taal is een vak apart. Dat doe je er niet even bij.

Deel dit:
50% Complete

Dank voor je bezoek!

Wil je echt niets meer missen? Schrijf je dan in voor onze GRATIS nieuwsbrief
Holler Box