‘Ik moest de spoken in dit huis tot leven wekken.’ Stefan Hertmans over zijn nieuwe roman De opgang

147
Stefan Hertmans ©Marc Brester/A Quattro Mani

Vier jaar en vijf versies waren nodig voor zijn nieuwe roman De opgang. En nooit eerder tijdens zijn veertigjarige schrijverschap was het schrijven voor Stefan Hertmans (69) zo’n kwelling. Gevóchten heeft hij met zijn boek, en met zijn personage, SS’er Willem Verhulst. ‘Ik moest de spoken in dit huis tot leven wekken.’

Patershol

De zwarte voordeur, afgebladderd en vaal, heeft sinds Stefan Hertmans hem veertig jaar geleden die kleur gaf, geen lik verf meer gezien. Van zijn voormalige woonhuis aan het Drongenhof in Gent zijn de ramen dichtgeplakt, als ware het pand verzegeld. Toch oogt het zonkleurige huis minder duister dan je op grond van zijn nieuwe roman De opgang zou vermoeden. Dat geldt ook voor Patershol, de welluidende naam van de vroegere achterstandswijk in Gent waar de grimmige roman zich afspeelt.

‘Hier woonde ik van 1979 tot 1999,’ wijst de Belgische schrijver. ‘Destijds was het een somber en kil huis, waar weinig zonlicht binnenviel. Alsof je in een put woonde. Nochtans heb ik er een fantastische tijd gehad. Ik was jong, er waren continu vrienden en vriendinnen over de vloer, we speelden jazz tot diep in de nacht en gingen daarna nog naar de kroeg – soms ging ik van het café regelrecht naar de academie waar ik lesgaf.’

Documentair

Net als zijn succesromans Oorlog en terpentijn en De bekeerlinge is De opgang ‘auto-docu-fictie’, een documentaire roman met Stefan Hertmans als verteller en onderzoeker van zijn eigen verleden en zijn vaderlandse geschiedenis. Het besef dat ze een drieluik vormen, drong zich pas gaandeweg op – de romans vertoonden onvermoede dwarsverbanden. Oorlog en terpentijn ging over zijn katholieke grootvader; De bekeerlinge over een joods meisje; De opgang over een protestants gezin. Ze verhalen over de gruwelen van een oorlog. En over hoe ideologie families uiteen kan drijven. En niet alleen voor sterke vrouwen is een belangrijke rol weggelegd, ook voor een huis: de woning van Hertmans’ kinderjaren, zijn huis in de Provence, en nu zijn vroegere huis in Gent.

Het huis waar Stefan Hertmans twintig jaar woonde, bleek het huis van de Belgische nazi Willem Verhulst te zijn geweest. ©Marc Brester/A Quattro Mani

Rode draad in de nieuwe roman is de bezichtiging van het pand in 1979 voordat Stefan Hertmans het koopt – een ‘opgang’ in het Vlaams – van de kelder naar de zolder. Voor de goede verstaander een speelse verwijzing naar De Goddelijke komedie van Dante en een knipoog naar de film Der Untergang over Hitler.

A Quattro Mani

Beste lezer!

Dankzij gulle donaties van lezers konden we tot nu toe verhalen zoals dit blijven brengen. Bepaal zelf wat dit verhaal van A Quattro Mani je waard is. Je donatie is zeer welkom! Zo blijven we bestaan.
Doneer hier

Waardeer dit verhaal!

Met een donatie laat je je waardering blijken voor het werk van deze auteur.
  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Twintig jaar geleden las Hertmans het boek Zoon van een ‘foute’ Vlaming van zijn vroegere professor Adriaan Verhulst, en ontdekte hij dat zijn huis aan het Drongenhof het voormalige woonhuis was geweest van SS-officier Willem Verhulst. Na de vroege dood van zijn joodse vrouw Elsa trouwde hij met de Nederlandse Mientje – de twee leerden elkaar kennen aan Elsa’s sterfbed. Willem nam Mientje mee naar Gent en ze kregen een zoon, Adriaan, en twee dochters: Letta en Suzy.

Terwijl ze in Patershol woonden groeide Willem Verhulst uit tot een belangrijke nazi-collaborateur, die op zijn kantoor aan de Korenlei lijsten samenstelde met namen van Belgische landgenoten die moesten worden opgepakt en afgevoerd, daarbij gesteund door zijn fascistische minnares Greta.

Stefan Hertmans: ‘Ik zag het drama, en het begin van een roman.’ ©Marc Brester/A Quattro Mani

‘Ik herinnerde me plotseling dat toen ik er nog woonde, er op een bepaald moment een paar mensen voor de deur stonden: een van de dochters van Willem Verhulst met haar gezin. Ze vroeg beleefd of ze binnen mochten komen, omdat ze daar als kind lang had gewoond. Natuurlijk, zei ik, en ik zette mijn boodschappen op de keukentafel terwijl zij rondkeken. Toen ik het boek van Adriaan had gelezen, besefte ik wie die vrouw was en welk verhaal achter haar bezoek schuilging.’

Jodenjager

Hertmans raakte steeds meer geïntrigeerd door Willem Verhulst: een man die met een joodse getrouwd was geweest, die de Nederlandse pacifistische pedagoog Kees Boeke kende en toch een jodenjager werd.

O, ja: Je hoeft geen lid te zijn om dit te kunnen lezen. We hebben wel leden nodig om dit te kunnen schrijven. Word daarom nu lid.

Maar vooral ook werd hij geraakt door de Nederlandse Mientje, die misschien nog wel meer de hoofdpersoon is van de roman dan Willem. ‘Wat was er met deze Mientje gebeurd, die haar man zag veranderen in een nazi, terwijl ze zelf doordrongen was van humanisme – tot in de jaren zestig in de Grand Bazar stond Mientje hier in Gent op de speelgoedafdeling andere moeders af te raden soldaatjes en speelgoedwapens te kopen voor hun zoons. Waarom heeft zij zich nooit écht van hem afgekeerd? Die vraag heb ik mezelf vaak gesteld. Ze was te gelovig, te loyaal. God beproefde haar en dat moest ze zien te dragen. Daarnaast hield ze haar gezin bij elkaar voor haar kinderen, omdat ze een traditionele burgervrouw was, in een vreemd land bovendien. Misschien voelde ze zich ook eenzaam.’

Hertmans bij en stuk van de blauweregen die Mientje ooit in de tuin plantte. ©Marc Brester/A Quattro Mani

Volgens haar dochters voelde ze zich wellicht ook schuldig, vertelt Hertmans, omdat Mientje de verzorgster van Elsa was en Willems hand vasthield terwijl zij stierf. ‘Aan Elsa’s sterfbed had hij die jonge, argeloze boerenvrouw uit Arnhem verleid. Er bestaan foto’s van Mientje en Greta, de minnares van Willem, waarbij ze hier in Mientjes huis op de koer zaten. Dat verdroeg ze allemaal. Ze was een tragische figuur, maar ik wilde haar ook in haar grootsheid laten zien.’

‘In de tijd dat Willem in het gevang zat en zij kamers moest gaan verhuren om rond te kunnen komen, richtte ze zich op als een vuurtoren. Met haar huurders zat ze over filosofie en politiek te discussiëren. In haar dagboek las ik dat ze zich een week voor haar dood nog druk maakte over de oorlog in Vietnam.’

Op de nacht dat Mientje stierf, lag Willem twee verdiepingen hoger in het huis aan het Drongenhof te slapen. Hij hoorde niets. ‘En dan was er nog het bizarre gegeven dat Willem na zijn dood op zijn joodse vrouw Elsa begraven wilde worden. Wat ben je dan? Een schoft? Een idioot? Ik zag het drama, en het begin van een roman. Een verhaal over liefde, huwelijk en politiek. Ik moest de spoken van dit huis tot leven wekken en proberen te achterhalen wat er is gebeurd in die kamers.’

Dodenkamer

Letta vertelde hem over de voorkamer waar een Hitler-beeld stond en die ze van hun moeder de “dodenkamer” moesten noemen. ‘Mientje verplichtte Willem daar zijn uniform achter te laten; hij mocht alleen binnenkomen als hij zijn burgerkleren had aangetrokken. Willem was een “schrijftafelgangster”, iemand die zelf zijn handen niet vuilmaakte, maar zijn misdaden pleegde vanachter een bureau. Maar vanaf ’43 was hij bang. Hij had een gummiknuppel in huis en als hij van kantoor naar huis ging, moest een van zijn dochters hem komen halen bij de Vrijdagmarkt, want “een vader met een dochtertje zouden ze misschien wel met rust laten”. Wat had hij uitgespookt dat hij dit nodig achtte?’

Voor je verder leest...

Inmiddels zijn al bijna 300 mensen met een hart voor kunst lid. We groeien snel! Alleen dankzij onze leden kunnen we dit soort verhalen blijven vertellen.

Word ook lid, door HIER te klikken!

Diepe kloof

Hoeveel mensen er door toedoen van Verhulst in concentratiekampen zijn beland, is onbekend. Ook een precieze verklaring voor zijn daden geeft Hertmans niet; wel laat hij zien hoe een complex aan factoren de jonge Willem steeds verder in de armen van de zwarthemden dreef. Het vroege verlies van zijn moeder, het verlies van één oog, indruk willen maken op de meisjes… Maar vooral: de diepe kloof tussen het Vlaamse en Franstalige deel van België.

Vlaamse nationalisten beschouwden steun aan het nazisme, dat een einde zou maken aan de Waalse superioriteit, als een vaderlandslievende daad. De haat jegens de Walen zat diep; tijdens de Eerste Wereldoorlog waren het de Franstalige officieren die de dienst uitmaakten en de Vlaamse soldaten offerden als kanonnenvoer.

Stefan Hertmans: ‘Vanbinnen is een Vlaming nog altijd een gespannen mens; kribbig en defensief.’ ©Marc Brester/A Quattro Mani

‘Ook dat is een link met Oorlog en terpentijn,’ knikt Hertmans. ‘In dezelfde jaren dat mijn grootvader tijdens de Eerste Wereldoorlog in de loopgraven zat, zie je Willem in de kroeg drinken en radicaliseren. In de eerste decennia van de vorig eeuw werd de Vlamingen het recht op hun eigen taal niet vergund. Deze roman legt een vergrootglas op de emoties van mannen als Verhulst, van wie er vele waren. Zij voelden zich miskend, een slachtoffer. De onderbuik van de Vlaamse samenleving is daar nooit overheen gekomen. Een Vlaming doet zich vaak voor als een gulle Bourgondiër, maar vanbinnen is hij nog altijd een gespannen mens; kribbig en defensief.’

‘Idealisme’

De Vlaamse nationalisten voelden zich miskend en streden voor de ‘bevrijding’ van Vlaanderen – zo werd dat genoemd, vertelt Hertmans. ‘Een Waalse fascist was een fascist, een NSB’er was een fascist, maar een Vlaamse fascist, nee, dat was een idealist! Dat foute excuus gaat tot op de dag van vandaag mee. Door het enorme aantal Vlaamse SS’ers in de Tweede Wereldoorlog blijven de Franstaligen de Vlamingen doodverven als fascisten en dat voedt weer het slachtofferschap van het Vlaamse deel.’

‘Het zijn twee onverminderd sterke krachten, die elkaar nog altijd in stand houden. Spreken over goed en fout is daarom in Vlaanderen iets volkomen anders dan in Nederland. In Nederland is fout fout en goed goed. In België ligt dat ingewikkelder. Ook een niet-nationalistische Vlaming kan nooit onbezwaard zeggen dat hij trots is op zijn land.’

Dezelfde muziek

Wie De opgang leest, begint meer te begrijpen van België: de gigantische gespletenheid van het land, van de frictie tussen de twee landsdelen, en van de opkomst en het succes van het Vlaams Blok. Ook Hertmans is beter gaan beseffen hoe diep de gespletenheid en “het verdriet van België” gaat. ‘Het is verontrustend dat ik vandaag de dag bij politici in de top van het Vlaams nationalisme dezelfde “muziek” hoor als destijds. Ze willen zich het liefste afsplitsen. De vlag van België doen ze af als een vod.’

Hertmans gaat in de roman de confrontatie aan met de argeloosheid die hij als jongeman had, het gebrek aan kennis en besef van wat zich in het verleden had afgespeeld; een nonchalance die hij veel om zich heen ziet. Op zeker moment rende de jonge Hertmans in een jolige bui mee met een demonstratie door Patershol, maar omdat hij niet oplette, voegde hij zich per ongeluk bij een rechts-flamingante groep.

‘Dat deed me beseffen dat als je nonchalant bent en opgroeit in een milieu waarin niet over politiek wordt gesproken, je heel gemakkelijk in een verkeerde hoek terecht kunt komen. Zeker als de zaken niet zo duidelijk zijn, zoals in het geval van het Vlaamse “idealisme”. Ik denk dat het goed is als je die taal leert herkennen, het deuntje. Als je weet waar die vandaan komt en waar die toe heeft geleid, stelt dit je in staat betere keuzes te maken.’

Stefan Hertmans: ‘ “De opgang” was mijn moeilijkste boek ooit.’ ©Marc Brester/A Quattro Mani

Gruwel

Ondanks de fraaie opbouw is De opgang taaier dan zijn vorige twee romans, erkent Hertmans. ‘Dit was mijn moeilijkste boek ooit. Maandenlang voelde ik vooral afkeer: ik wil dit niet, ik kán dit niet. Het was een gruwel, ik werd er depressief van. Je voelt als lezer, denk ik, dat Verhulst ook voor mij een raadsel blijft.’

Elke ochtend ons nieuws in je mailbox?

Wanneer je lid wordt kun je elke dag een update in de mail krijgen, met onze laatste berichten.

Word ook lid, door HIER te klikken!


Al lid? Login

Maar is dat erg? Hertmans weet als geen ander dat behagen niet het doel is van literatuur; verhalen mogen schuren en wringen, tergen, ontregelen of moeite kosten. ‘Als schrijver wil ik ongevoelig blijven voor succes. Dit was een boek dat ik móést schrijven. Oorlog en terpentijn was een wit boek, over een “heilige”. De opgang is de tegenhanger: een zwart boek over een “duivel”. Wat de reacties ook zullen zijn, de maker in mij heeft er vrede mee.’

Het grootste compliment heeft hij al op zak. Toen Letta Verhulst het las, zei ze: ‘Nu het verhaal van mijn familie op papier staat, heb ik eindelijk rust.’

Hertmans heft zijn glas Augustijnerbier en lacht.

Het is volbracht.

Goed om te weten Goed om te weten
De opgang van Stefan Hertmans is verschenen bij De Bezige Bij, € 24,99

Waardeer dit verhaal!

Met een donatie laat je je waardering blijken voor het werk van deze auteur.
  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.