Halima El Ghamarti begon vlak voor Corona aan haar nieuwe baan: ‘Het nieuwe normaal? Dat is hier mijn gewone normaal.’ (Podcast en video)

Ondersteun deze auteur

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Krap drie weken was ze aan de slag toen de coronapandemie en de lockdown kwamen. Voor Halima el Ghamarti, die medio februari begon als directeur van het Jongeren Cultuurhuis Kanaleneiland en Overvecht, is er dus geen ander normaal dan het nieuwe normaal: werken vanuit huis, en dat met een organisatie die vooral bedoeld is om jongeren in Utrecht met elkaar aan de kunst te krijgen. Toch was niet alles negatief aan corona, blijkt. 

Avatar

Beste lezer!

Cultuurpers zoekt de verhalen op die je nergens anders leest. We graven dieper. We kunnen dat doen dankzij de steun van lezers zoals jij. Je donatie is meer dan welkom!
Doneer hier

Waardeer dit verhaal!

Alleen dankzij jouw donatie kunnen we de verhalen blijven vertellen die anders verdwijnen.
  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

‘Ik was eerst vooral in shock en daarna vooral aan het uitzoeken hoe we nu verder konden gaan. Ik moest in de eerste week vooral mijn team en de gemeente duidelijk maken hoe de kaders lagen.’

Normaal – zeg maar: dat wat Halima el Ghamarti niet echt meemaakte – zouden de ochtenden gevuld zijn met werkbesprekingen, terwijl in de middag de cultuurcoaches druk met creatieve jongeren uit de wijk aan het werk zouden zijn in de studio’s van het complex. ‘Beats maken, opnames online zetten, inspiratie opdoen. Theatergroepjes die community theater maken van dingen die ze hebben meegemaakt.’ 

Maar ook maken ze in het Jongeren Cultuurhuis enorm veel plannen, met de jongeren zelf, of met culturele partners uit de stad en de rest van het land. 

Dan moet het opeens enorm stil zijn, na zo’n lockdown. 

‘We hebben het geluk dat we met jongeren werken en die zijn digitaal bijzonder wijs. We kunnen ze dus online ontmoeten, op alle kanalen waar we toch al met ze verbonden zijn. We zitten dus op Insta-live met ze, of we delen met Insta-stories dingen met elkaar. Zoom-sessies hebben we ook veel met elkaar gedaan. Workshops konden ook heel goed online. Na die eerste week zijn we eigenlijk met het hele programma online doorgegaan. Ook het community-theater heeft zijn sessies gedaan, de opnamestudio’s zijn ook online gegaan.’

‘Heel veel jongeren zijn door de coronacrisis geïnspireerd geraakt om ook thuis een opnamestudio in te richten. Ze konden voor hulp terecht bij de cultuurcoach. We hebben jongeren thuis gezien, in hun privéomgeving, in hun pyjama’s, met alle haren nog in de war. Wat onwijs speciaal is, want dat heb je normaal niet. Ze zijn thuis aan de gang gegaan met songwriting.’

‘Het leukste wat je konden constateren was dat de jongeren nu veel meer gefocust waren. Ze gingen de tijd met hun coach ook veel meer waarderen. Het was soms hun enige contact, ze vinden het leuk, ze werden geholpen. Er was veel meer waardering.

Thuiswerken is voor jullie dus een zegen?

‘We hebben in ieder geval besloten, omdat het zo goed bevallen is, om de online component veel sterker te gaan maken. Live contact blijft nodig in creatieve processen, maar we gaan die online sessies wel veel beter faciliteren.’

Dat klinkt als iets opbeurends in deze voor veel mensen zware tijden.

‘We hebben het voordeel dat iedereen jong is, en zich kan aanpassen. En ze hadden de tijd. Dat maakte ons werk wel makkelijker. Maar het leven begint pas echt als je samen zit en elkaar in de ogen kunt kijken. Samen brainstormen, snel op elkaar reageren. Dat is veel leuker. We zijn er dus blij mee dat er nu meer kan.’

‘De jongeren zien dat zelf nu ook. We hebben hier goede studio’s, dus als ze nu weer vanuit hun thuisstudio hier komen zien ze opeens wal wat er nog meer mogelijk is. Die waardering is wel omhoog gegaan.’

‘Er is ook een extra dimensie bijgekomen, want tijdens de coronacrisis zaten we er sámen zo bij. We waren allemaal gelijk. De restricties waren voor iedereen hetzelfde. En je zag elkaar thuis, iedereen was alleen. Dat gaf een intieme sfeer. Dat gaf de samenwerking veel meerwaarde.’

Never waste a good crisis?

‘Dit klinkt wel heel erg blij, maar: ja. We zijn niet bij de pakken neer gaan zitten maar hebben gekeken naar wat er wel kon, en dat hebben we opgepakt.’

Andere lessen geleerd? 

‘Het is heel belangrijk voor het team om een vast ritme te hebben. En je moet, bij digitale communicatie, veel meer dingen hardop tegen elkaar zeggen. Je kunt er niet van uitgaan dat mensen je aanvoelen. Er is veel meer ruimte voor ruis, omdat je elkaar niet rechtstreeks ziet. Dat heb ik geleerd. We hebben vaste momenten voor zakelijke dingen, en ook momenten op onze socials waar we sociaal even bij kunnen kletsen. Dat moet erin blijven. Als manager heb ik dat nodig, maar de creatievelingen hebben dat ook heel hard nodig.’

‘Bovenal heb ik leren vertrouwen op het creatief denken in deze sector. Altijd denken vanuit mogelijkheden, en we  staan er samen in. Dat heeft mij persoonlijk wel geholpen.’ 

Nederlandse focus op November Music 2020 

Eefje de Visser op November Music. Foto: Lonneke van der Palm

Ondersteun deze auteur

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Met een focus op de Nederlandse muziekscene wil November Music tijdens deze 28stefestivaleditie de vitaliteit en creativiteit van componisten, makers en musici onderstrepen. Naast veel nieuw werk van eigen bodem zijn er diverse concerten met hoofdrollen voor gerenommeerde buitenlandse namen. November Music 2020 vindt plaats van 6 t/m 15 november op diverse locaties in ’s-Hertogenbosch met ruim 80 verschillende concerten.

November Music geeft dit jaar 10 opdrachten aan Nederlandse en 2 aan buitenlandse componisten, waaronder een koorwerk voor de Finse componiste Kaija Saariaho. Traditioneel opent November Music met het Bosch Requiem op vrijdag 6 november dat dit jaar natuurlijk een extra lading krijgt. De Koreaans-Nederlandse componiste Seung-Won Oh laat zich inspireren door het dodenritueel YeonDo dat Koreaanse begrafenistradities verbindt met het katholieke geloof. Na Kate Moore en Calliope Tsoupaki is zij de derde vrouwelijke componist van het Bosch Requiem op rij.

Nationaal & internationaal

November Music wil dit jaar meer dan ooit de Nederlandse muziekscene een podium bieden. Met ensembles als Asko|Schőnberg, Ragazze Quartet, Cello Octet, Cappella Amsterdam, SDH, Amsterdam Sinfonietta, Fuse en solisten als Dominique Vleeshouwers, Diamanda Dramm, Hannes Minnaar, Tomoko Mukaiyama, Harmen Fraanje, Kika Sprangers en Joe Puglia kan het publiek genieten van topkwaliteit van eigen bodem.

Wederom ontvangt November Music een van de internationale topensembles voor nieuwe muziek. Musikfabrik uit Kőln brengt in grote bezetting twee wereldpremières van Enno Poppe en een November Music opdrachtwerk van Richard Rijnvos. Met de komst van Terry Riley is de grondleggervan de minimal music te gast in een duo concert met gitarist en zoon Gyan. Andere internationale artiesten met wereldfaam zijn trompettist Dave Douglas met een nieuw project en rising star gitarist Julian Lage met zijn trio. Maar het meest in het oog springende concert is ongetwijfeld dat van pianist Brad Mehldau die in de prachtige ambiance en akoestiek van het Jheronimus Bosch Art Center twee lange solo concerten van 1,5 uur geeft.

Festivalcomponist Kaija Saariaho

De wereldberoemde Finse componiste Kaija Saariaho is dit jaar festivalcomponist. Naast het nieuwe opdrachtwerk – een samenwerking met de Donaueschinger Musiktage in Duitsland – is op vrijdag 13 en zaterdag 14 november een groot aantal werken van haar te horen uitgevoerd door specialisten als het New European Ensemble, strijkkwartet Meta4 en kantale-speelster Eija Kankaanranta. New European Ensemble is dit jaar ensemble-in-residence met een drietal gevarieerde programma’s waaronder een optreden met schrijver P.F. Thomese en muziek van componist Martijn Padding.

Vrouwelijke stemmen

Voor de eerste maal is er op het festival meer werk van vrouwelijke dan mannelijke makers te horen. Ook het aandeel vrouwelijke uitvoerders is groter dan andere jaren. November Music streeft naar meer diversiteit binnen de nieuwe muziek waaronder een gelijke verhouding man-vrouw zoals afgesproken in het Keychange programma.

De vrouwelijke stem neemt dit jaar een bijzondere plaats in op het festival. De Britse sopraan en artist-in-residence Juliet Fraser laat in een drietal concerten zien en horen hoe virtuoos, maar tegelijk ook hoe menselijk en down-to-earth nieuwe muziek kan zijn. Andere unieke stemmen zijn Sarah Maria Sun, Maarja Nuut, Aino Peltomaa, Rima Khcheich, Naomi Beeldens en uit Nederland Claron McFadden, Eefje de Visser, Helena Rasker en jonge talenten als Pitou, Sanne Rambags en Rianne Wilbers.

November Music 2020 vindt plaats van vrijdag 6 t/m zondag 15 november. De kaartverkoop start begin september. Kijk voor meer informatie op www.novembermusic.net

Over November Music

November Music is het festival voor alle avontuurlijke muziekliefhebbers. Ieder jaar brengt het de meest eigenzinnige en vooruitstrevende makers en muzikanten uit de hele wereld samen. Niet met de stroom mee of ertegenin, maar met nieuwe, eigen stromen. Juist door al die verschillende geluiden een plek te geven laat November Music een persoonlijk en eigen verhaal horen, net zoals de makers dat zelf doen.

Ervaar modern gecomponeerde muziek, jazz, wereldmuziek, muziektheater, installaties en genres die je zelf niet voor mogelijk hield. November Music creëert ontmoetingen en daagt makers uit in het diepe te springen.Het festival geeft ruimte aan grote namen, maar ook aan de kleinste proefjes. Verwacht het onverwachte.

Per 2021 maakt November Music onderdeel uit van de landelijke culturele basisinfrastructuur, de zogenaamde BIS.

NPO brengt een debat over een debat. Laat dat eens goed tot je doordringen.

Ondersteun deze auteur

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Ik heb me lang op het standje ‘eerst luisteren, dan praten’ gezet, als het ging om de manier waarop wij allemaal omgaan met de etterende zweer van het racisme in Nederland. Er is zoveel wat we niet van elkaar weten, en er is vooral zoveel dat ik van mijn Zwarte medemens niet kan weten, omdat ik me lang te weinig bewust was van mijn privileges. Zelfs als arme krabbelaar met een kwijnend zzp-bestaan. Maar nu moet ik toch iets zeggen.

Avatar

Beste lezer!

Cultuurpers zoekt de verhalen op die je nergens anders leest. We graven dieper. We kunnen dat doen dankzij de steun van lezers zoals jij. Je donatie is meer dan welkom!
Doneer hier

Waardeer dit verhaal!

Alleen dankzij jouw donatie kunnen we de verhalen blijven vertellen die anders verdwijnen.
  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Kreeg, na alle discussie, vandaag een persbericht van de Publieke Omroep, en ik zag een heel erg rare zin:

‘Zondagavond wordt in De Stelling van Nederland, om 20.25 uur op NPO 1, onder leiding van Jort Kelder gedebatteerd aan de hand van de stelling: ‘Het huidige racismedebat drijft Nederland uit elkaar’.

Lees nog eens goed

Wat staat daar? Er wordt een debat georganiseerd over een debat. Ik hoef op zich niet verder uit te leggen hoe idioot deze zin is, maar ga het toch doen. Grootste, en eerste probleem is natuurlijk dat er volgens de omroepbazen sprake is van een ‘racismedebat’. Het is in diverse reacties al voldoende verwoord door mensen die een hoop meer recht van spreken hebben, maar het gebruiken van het woord ‘racismedebat’ is even idioot als wanneer je zou spreken een ‘moord-debat’, een ‘fraudedebat’ of een ‘verkrachtingsdebat’: racisme is een misdaad en dan heeft het niet zoveel zin om daar voor- en tegenstanders van om de tafel te zetten. ‘Ben je vóór of tegen diefstal? Je mag het zeggen.’

Je kunt niet vóór racisme zijn, dus zou er alleen een discussie mogelijk kunnen zijn over de ernst van de zaak, maar dan ga je dus voorbij aan de slachtoffers: ‘hoe erg vinden we met zijn allen eigenlijk dat er vrouwen verkracht worden?’ Lijkt me niet dat dat een debat is. Dat is een kwestie van handhaving.

Raison d’être

Maar nu schijnt er dus in Nederland, volgens de NPO, een ‘racismedebat’ te worden gevoerd (waar? op Twitter? Of bij Voetbal Inside?) en gaan we dat debat niet voeren op de nationale tv, maar gaan we debatteren over de vraag of het erg is dat er een debat is.  

De omroep heeft het debatteren tot raison d’être verklaard en dus is alles een debat: of je van roken doodgaat, of je wel of niet gelooft dat Bill Gates een verkleed reptiel is, of Joden de wereld aan het veroveren zijn en of omvolking nu wel of niet plaatsvindt. En zo ja, hoe dan. 

Wedstrijd

Racisme is dus een te bediscussiëren opvatting geworden, geen misdaad. De feiten, de wetenschap, de zichtbare werkelijkheid, ze hebben definitief plaatsgemaakt voor iets waarbij uiteindelijk de beste debaters het voor het zeggen krijgen. En de beste debaters zijn meestal niet de mensen die het gelijk aan hun zijde hebben, maar vaak de mensen met het grootste charisma, of het omvangrijkste marketingbudget. Een debat is een wedstrijd, geen methode om kennis te vergroten.

Lieve NPO: niet alles hoeft sport te zijn. Stop met het uitzenden van debatten over dingen waar je eigenlijk nog gewoon niet genoeg van weet. En ga daar dan ook niet over debatteren. Begin eerst eens met luisteren, met het opzoeken van de feiten, met het het vragen naar het verhaal van mensen die dat nu niet hoorbaar kunnen of willen maken.

De themadag zal vast een boel mooie verhalen opleveren, maar dat ‘debat’ over dat ‘debat’ is er alleen voor de reuring op sociale media. En natuurlijk de terugblik-debatten bij Op1. Stel je voor dat de gespreksstof

Tot het over is blijf ik kijken naar oude science-fictionseries op de betaalzenders. Daarvan leer je veel meer over hoe de menselijke soort in elkaar zit

Goed om te weten Goed om te weten
Alles over de themadag: npo.nl/racisme

Raad noemt plan minister om Museumvereniging zichzelf te laten controleren ‘kwestieus’ en in strijd met ‘good governance’

Ondersteun deze auteur

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Net iets meer dan een jaar geleden bracht Cultuurpers het verhaal dat Wim Hupperetz, directeur van het hoofdstedelijke Allard Pierson, zijn functie als voorzitter van de adviescommissie musea en erfgoed bij de Raad voor Cultuur had neergelegd. Reden was het besluit van Minister Ingrid van Engelshoven om de controle op het beleid van de Rijksmusea uit handen te geven aan die Rijksmusea zelf. ‘Als dit doorgaat,’ zo verklaarde hij op deze site, ‘geven we straks miljoenen euro’s aan een paar musea, zonder dat hen ooit nog wordt gevraagd wat ze daar nu eigenlijk mee doen.’

Avatar

Beste lezer!

Cultuurpers zoekt de verhalen op die je nergens anders leest. We graven dieper. We kunnen dat doen dankzij de steun van lezers zoals jij. Je donatie is meer dan welkom!
Doneer hier

Waardeer dit verhaal!

Alleen dankzij jouw donatie kunnen we de verhalen blijven vertellen die anders verdwijnen.
  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Na zijn vertrek bleef het lang stil. Naar nu blijkt heeft de actie van Hupperetz toch effect gehad. De Minister heeft in februari van dit jaar, een dik half jaar na het alarm van Hupperetz, toch nog maar eens aan de Raad voor Cultuur gevraagd of haar besluit oké was. De Raad, inmiddels toch een beetje in last na de beroerde gang van zaken rondom het laatste Kunstenplan, komt nu met een advies dat feitelijk neerkomt op ‘Doe het niet, Ingrid!’:

‘De raad zou het kwestieus vinden wanneer de MV (Museumvereniging, red.) de uitvoering van de visitatie voor haar rekening neemt. Immers, de MV is de brancheorganisatie van de Nederlandse musea en in het bestuur van de MV hebben onder anderen directeuren van rijksmusea zitting. De raad vindt dat, met het oog op de onafhankelijkheid, ongeoorloofd en strijdig met de regels van good governance.’

Orgaan

Aan deze uitspraak is geen woord latijn, dus het zal toch anders moeten. De Raad adviseert de minister dan ook om toch een apart orgaan in het leven te roepen dat de visitaties uitvoert. In dat orgaan zouden onafhankelijke, gezaghebbende personen plaats moeten krijgen: ‘De raad pleit ervoor dat de meerderheid van de commissie beschikt over brede of specialistische kennis en ervaring op het gebied van musea. Internationale ervaring is een pre.’

Sterker nog: het visitatie-orgaan zou, net als dat gebeurt bij de visitaties in het Hoger Onderwijs, een eigen secretariaat moeten krijgen. En de minister zou er ook voor moeten betalen, terwijl ze nu juist zo blij was dat ze haar WC-Eend-visitatiecommissie door de Museumvereniging kon laten betalen. De Raad voor Cultuur vindt dat het slechtste idee ooit, en daar kunnen we het als belastingbetaler alleen maar mee eens zijn. Directeuren die onderling bepalen of ze het wel goed doen met de miljoenen? Iedereen is uiterst integer, maar zo bind je wel de katten op het spek.

Kasschuiven

De minister zal dus, als ze dit advies gaat volgen, de beurs moeten trekken. Alleen, zo weten we sinds maandag 29 juni 2020 definitief, extra geld zit er niet in. Dan zal ze weer wat moeten gaan kasschuiven, maar sinds die bewuste maandag weten we ook dat er een schier onuitputtelijke bron van kasschuifmateriaal voorhanden is: het aankoopfonds voor musea. Daar wordt de redding van Noorderslag en Scapino al uit betaald, daar kan vast ook het nieuwe visitatiebureau voor de Rijksmusea uit gefinancierd worden.

Blijft het natuurlijk wel ironisch dat een plan om regelzucht weg te halen bij het ministerie, namelijk door alle Rijksmusea uit de Wet op het Specifiek Cultuurbeleid te slopen, leidt tot meer regels, en vooral ook meer dure adviseurs en meer kantoorpersoneel.

Geld, dat dus steeds minder aan kunst, en steeds meer aan managers wordt besteed.

AdviesVisitatiekaderrijksmusea

steen

Ondersteun deze auteur

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Een schoolvriend was bergbeklimmer. Hij kon het goed, hij deed in vakanties nooit iets anders. De schoolvriend was lang en zo sterk dat hij zichzelf aan één vinger omhoog kon trekken. Op de eerste dag na de herfstvakantie vertelde hij dat een andere klimmer van zijn groep onder zijn ogen was doodgevallen. Als ik het me goed herinner leefde hij nog een klein beetje na de val, maar was er geen redden meer aan. Bij de volgende vakantie ging mijn vriend opnieuw klimmen. ‘Waarom wil je in godsnaam wéér zo’n berg op?’ vroeg ik. Hij grijnsde, haalde zijn schouders op en zei: ‘Ik ben verkocht.’

Ingmar Heytze

Beste lezer!

Cultuurpers zoekt de verhalen op die je nergens anders leest. We graven dieper. We kunnen dat doen dankzij de steun van lezers zoals jij. Je donatie is meer dan welkom!
Doneer hier

Waardeer dit verhaal!

Alleen dankzij jouw donatie kunnen we de verhalen blijven vertellen die anders verdwijnen.
  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Dat was een groot en goed antwoord op een domme vraag. Onze verlangens zijn onkenbaar voor anderen en meestal ook voor onszelf. Je geeft eraan toe of je wordt erdoor verteerd. Je bent verkocht. Waarom wil je een berg op? Omdat-ie er staat.

Op een warme lentedag in 1879 struikelde de postbode Ferdinand Cheval over een steen in de omgeving van het kleine stadje Hauterives. De steen werd de eerste van zijn Palais Idéal, een gebouw dat hij in 33 jaar in zijn eentje bouwde van stenen die hij op zijn postronde had gevonden. Inmiddels is het een historisch monument, het enige voorbeeld van naïeve architectuur in de wereld.

Ik weet veel over het paleis. Ik heb er over geschreven, ik heb het bestudeerd, ik heb me verdiept in het lange, tragische leven van de postbode die het bouwde. Ik ben er alleen nooit geweest, en ik wil er ook niet heen.

Mijn vrouw vroeg: ‘Je bent zo bezeten van dat rare gebouw. Waarom wil je het niet één keer van je leven in het echt zien? Ben je bang dat het mooier is dan je dacht, of juist dat het tegenvalt?’

Ik was weer zeventien en zag hoe mijn schoolvriend zich met één vinger aan een kozijn in de school kon optrekken zoals iemand anders een band oppompt – niet volkomen moeiteloos, maar zonder zichtbare inspanning.

Ik zei: ‘Ik ben bang dat het er staat.’

Vincent Wijlhuizen werkt aan een coronaproof What You See Festival: ‘een hele grote groep mensen is nu veel minder zichtbaar.’ 

Vincent Wijlhuizen, Foto: Mohammad Alzoabi

Ondersteun deze auteur

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Direct nadat de lockdown in maart 2020 werd afgekondigd ging Vincent Wijlhuizen, mede-oprichter (samen met Annette van Zwol en Ieme Soes) en directeur van het What you See Festival, aan de slag om alternatieven te bedenken voor het festival dat in het najaar plaatsvindt. ‘We hebben verschillende plannen gemaakt. We hadden al een gewoon plan, dat naar alle fondsen gegaan is, maar in maart kwamen we er al vrij snel achter dat het niet ging werken. Nu is er een plan waarin alles coronaproof is. Dus gaan we door.’

Luister naar dit interview Luister naar dit interview
Luister hier naar het interview, opgenomen in de anderhalvemeterversie van Het Gegeven Paard, het café van TivoliVredenburg in Utrecht.

Avatar

Beste lezer!

Cultuurpers zoekt de verhalen op die je nergens anders leest. We graven dieper. We kunnen dat doen dankzij de steun van lezers zoals jij. Je donatie is meer dan welkom!
Doneer hier

Waardeer dit verhaal!

Alleen dankzij jouw donatie kunnen we de verhalen blijven vertellen die anders verdwijnen.
  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

 

Jullie gaan door met het festival. Hoe?

Daar zitten we nu middenin. We bekijken nu hoe we het in de schouwburg zo kunnen maken dat je wel een soort gezamenlijkheid voelt, en tegelijkertijd anderhalve meter afstand kunt houden. In de stadsschouwburg zou dat kunnen betekenen dat het publiek op het podium zit, op stoelen en bankjes die allemaal op dezelfde afstand staan. We kijken ook of we in Ekko 1 op 1 concerten kunnen geven. In Ekko mogen maar heel weinig mensen binnen, dus dan zou dat een oplossing zijn.  Dat zou heel intiem en bijzonder kunnen zijn, en dus ook positief. Dan maak je positief gebruik van de maatregelen. 

Voor Theater Kikker hebben we een plan om in groepjes door het gebouw verschillende voorstellingen te bieden, waar je dus als publiek langs beweegt. We leggen die mogelijkheden nu aan makers voor. 

Het voelt ook wel vreemd om kunst voor zo’n exclusief publiek te bieden. Zo’n festival; moet het toch ook van het massale hebben?

Ja, we nodigen allemaal makers uit om het te hebben over gender, identiteit. Die thema’s zitten heel erg verweven in ons festival. In maart, toen we onze eerste gesprekken hadden over het festival nieuwe stijl, dan ging het ook over de groepen die nu niet meer zichtbaar zijn. Bijvoorbeeld trans-mensen, die normaal gesproken allerlei gespreksgroepen en feesten afgaan om daar zichzelf te kunnen zijn, zich te vertonen, met elkaar te praten. Dat heeft de afgelopen maanden niet gekund. Alle events die rondom de Pride georganiseerd zouden worden, zijn allemaal afgelast. Daardoor wordt een hele grote groep mensen veel minder zichtbaar. 

Noodgedwongen terug in de kast?

Ja echt, bijna teruggegooid. We zijn dus nu aan het kijken of we in die nieuwe vrijheid ook een rol kunnen spelen. Of we hen weer een groot publiek kunnen bieden. In plaats van 100, weer 800 mensen in de Schouwburg. 

Hoe doe je dat? 

Dus denken we er nu over om alles twee, drie of vier keer te doen, maar dat die mensen elkaar wel ergens kruisen zodat er interactie plaatsvindt. Maar hoe ziet die interactie er dan uit? Je mag immers niet te dicht bij elkaar staan om met elkaar te praten. 

Je bent niet alleen organisator van WYS feestival, je werkt bij heel veel verschillende plekken. Jouw markt moet zijn ingestort, op 12 maart. 

Het was verschrikkelijk, om eerlijk te zijn. Toen Rutte de persconferentie hield zat ik midden in de tournee van een grotezaalvoorstelling: Hoe ik talent voor het leven kreeg. Er werkten 200 mensen aan mee, en die moesten we allemaal naar huis sturen. Ik werk ook voor Theaterfestival Boulevard, en alle projecten die ik daar deed werden ook gecancelled. Er komt nu gelukkig wel een aparte versie aan, die echt coronaproof is. Het komt dus wel terug, maar het heeft lang geduurd. 

Dat zie je met What you see feestival ook: voor corona kwam hadden we een fantastisch plan klaar liggen. Dat hebben we helemaal moeten terugtrekken. Daar hebben we flink wat tranen om moeten laten. Bij de kunstenaars, de medewerkers. We hadden ook heel veel internationaal werk. daarvan weten we niet of er ook maar één ding door kan gaan. Mag er wel gevlogen worden? Willen de makers dat wel? Bestaan die gezelschappen of theaters nog wel? Voor heel veel mensen in de sector geldt dat ze zzp’er zijn die voor heel weinig regelingen in aanmerking komen. Dat is voor  mij persoonlijk moeilijk, maar voor hen ook. Ik ben blij dat er nu iets meer kan, dus het lijkt erop of we iets meer ruimte krijgen, maar dan moet er niet een tweede golf komen, want dan vrees ik dat alles dicht gaat en zijn we nog verder van huis. 

Je kon de afgelopen maanden dus niet rustig achterover leunen?

Nee, veel mensen denken dat wel. Ik zat wel thuis, maar ik heb met zoveel mensen moeten spreken om het nieuwe plan te maken, dus veel rust was er niet. Het was een pittige tijd. Al mijn vrienden en collega’s hebben het ook niet makkelijk. Ik ben blij dat daar nu wel meer oog voor komt. De sector draait op zzp’ers. Als die allemaal hovenier gaan worden…

Jullie krijgen nu geld van de gemeente voor de komende vier jaar. Wat hebben jullie gedaan om de commissie te overtuigen?

Dit jaar is ons derde festival. Kern is dat we lange lijnen bouwen. We hebben nu makers met wie we in het eerste festival al werkten. Die kwamen in dat eerste festival een voorstelling spelen , deden in het tweede festival een onderzoek naar een voorstelling die nu, bij het derde festival in première zou moeten gaan. Zo bouwen we lange lijnen. We zijn ook bezig met het opbouwen van een internationaal netwerk van makers en festivals die met dit thema bezig zijn: gender en identiteit. We zijn ook bezig met jonge utrechtse makers, samen met Het Huis.

Gelden die lange lijnen ook voor betere oplossingen voor het anderhalvemetertheater?

Daar zijn we nu inderdaad mee bezig. We proberen dan ook vast te houden wat werkt en wat dus de best practices zijn. Dan kunnen makers zich daaraan verbinden. Het gaat natuurlijk ook om de publieksbeleving. Die kennis halen we ook bij onze buitenlandse partners vandaan. Een van onze partners is het GenderBender festival in Italië. Dat bestaat al 15 jaar, en die bedenken nu ook van alles. Een andere partner is het Orlando Festival in Bergamo. Dat was een van de brandhaarden van Corona. Die hebben vorige maand een eerste proefversie van hun nieuwe festival gehad, en doen in augustus een tweede deel. Daar hopen we ook veel van te leren.

Moet je inderdaad geen festivals organiseren die veel langer duren, zodat je veel meer voorstellingen kunt spelen voor dat kleine publiek?

Dat doen ze in Bergamo nu. Daar hebben ze de hele programmering uitgespreid, zodat ze vaker kunnen spelen. Volgens mij werkt dat heel goed. Dan zit je minder vast aan het gegeven dat al die mensen in die vier of tien festivaldagen bij elkaar moeten komen. 

Online mogelijkheden?

We hebben 1 project dat speciaal gemaakt is voor online. Daar ben ik wel voor, maar voor de rest hoop ik dat we alles live kunnen doen. Misschien met iets minder mensen. Ik ben er voorstander van dat de kunstenaar bepaalt hoe hij het wil presenteren, in [plaats van dat de omstandigheden bepalen hoe het moet. Als Corona zegt: alles online, dan ben ik daar niet voor. In veel gevallen is online een beperkende factor. 

Ben je hoopvol?

Eerlijk gezegd niet zo. Ik ben hoopvol omdat ik zie dat de culturele sector flexibel en creatief is. Ik ben niet zo hoopvol over de omgeving. De politiek zou veel meer kunnen doen. Ik zie wel politici die dat willen, maar ik zie het in de praktijk niet gebeuren. En als Corona langer blijft? Wat gebeurt er met de theatersector als de kleine theaters omvallen? Wat als poppodia gaan omvallen? Wat gebeurt er dan met de popmuziek? Daar zal de politiek echt een stap in vooruit moeten zetten. Ik  denk wel dat het kan. Er hoeft maar een iemand op te staan die met de vuist op tafel slaat, een nieuwe minister die zegt: we gaan dit doen. dan kan het gewoon, maar die moet wel opstaan. Ik heb die nog niet gezien.

Zelf ambities in die richting?

Nee. (lacht) Ik denk ook dat er een mandaat moet zijn. Er  moeten partijen zijn die dat mandaat geven, en die het niet alleen over de economische belangen hebben. Ik zie zulke partijen wel, maar als ze eenmaal in de regering zitten, blijkt dat weg te vallen. Sta maar eens op en heb het lef om, ook als je in de regering zit, te zeggen: dit kan zo niet langer. Die mensen heb ik nog niet gezien. 

 

Nationale Theater speelt eenvoudig briljant door

Bram Suijker. Foto: peter Olsthoorn

Ondersteun deze auteur

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Godzijdank gaan de zalen weer open voor meer publiek en Het Nationale Theater speelt nog even door, bijvoorbeeld met het aanstekelijke Every Brilliant Thing met Tamar van den Dop of Bram Suijker.

Peter Olsthoorn

Beste lezer!

Cultuurpers zoekt de verhalen op die je nergens anders leest. We graven dieper. We kunnen dat doen dankzij de steun van lezers zoals jij. Je donatie is meer dan welkom!
Doneer hier

Waardeer dit verhaal!

Alleen dankzij jouw donatie kunnen we de verhalen blijven vertellen die anders verdwijnen.
  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

In het Theater aan het Spui speelden woensdag 1 juli ‘s middags Tamar van den Dop en ‘s avonds Bram Suijker hun eerste Every Brilliant Thing. Het is, geloof ik, niet helemaal de bedoeling om te recenseren en als journalistje mag je – gelukkig – gewoon je ticket betalen. Een paar woorden zijn nooit weg, te meer daar er voor de voorstellingen deze week nog kaarten te koop zijn. Terwijl je zou denken dat de horden zich bij de theateringangen melden na maanden droog gestaan te hebben.

Dat schijnt met besmettingsangst te maken te hebben; doodsangst? In een theaterstoel kijken naar stukken over dood, verderf en angst, dat gaat nog wel, maar het mag niet te dichtbij komen.

Vonken over 1,5 meter

Gelukkig was acteur Bram Suijker niet zo benauwd en het afstand nemen werkte zelfs aanstekelijk toen hij uit het publiek bezoekers koos om bijrollen te spelen, zoals zijn psycholoog, vader en vooral geliefde Sam. Met de laatste, een prachtige vrouw, was de klik direct zichtbaar, en de vonken overbrugden de netjes in acht genomen 1,5 meter.

Het stel redt het niet, ze verlaat hem na vier jaar omdat hij alsmaar somberder wordt; geërfd, vreest hij, van z’n moeder die suïcidaal was. En voor wie hij, om haar op te beuren, als jochie een lijst begint te maken met de mooie dingen des levens, te beginnen met ‘schepijs’. Het helpt haar niet, maar misschien hemzelf wel. Zolang hij nieuwe geneugten ontdekt om de lijst aan te vullen, van honderd naar duizend naar honderdduizend tot tenslotte een miljoen. Maar onderwijl stokt het aanvullen, wanneer Sam het voor gezien houdt. Maar de lijst die hij weggegooid dacht te hebben, inmiddels dozen vol, heeft ze voor hem bewaard.

Aardig in Every Brilliant Thing is in interactie met het publiek dat behjalve bijrollen leveren ook de lijst mag vullen met suggesties. Niet zelf verzinnen – helaas – maar vanaf aangereikte – ontsmette – kaarten voorlezen. Vernuftig onthouden de acteurs ook de hoge nummers van de kaarten die ze door de voorstelling heen opnoemen.

Jazzy

Muziek, vooral van Amerikaanse jazz-zangers, passeert de revue, en vormt het decor met een platenspeler en een doos LP’s op het toneel, nog overgenomen van zijn vader die zich placht terug te trekken op z’n werkkamer om te luisteren terwijl zoonlief diens stemming kon raden aan de hand van de muziek. En zich later zelf precies zo terugtrok op z’n kamer om te luisteren.

Bram Suijker vind ik een geweldige acteur, en Every Briljant Thing is een vlotte monoloog; dat het leven zo de moeite waard is. Ik ben ook heel nieuwsgierig hoe Tamar van den Dop dit stuk onder regie van Erik Whien en Casper Vandeputte speelt, onder dramaturgie van Willemijn Barelds.

Precies gisteren, 1 juli, was de grens van maximaal dertig bezoekers geslecht, en waren er naar schatting zestig toeschouwers. Publiek zat in een carré rondom het toneel, wel op afstand van elkaar. Maar de intimiteit ervoer ik veel intenser dan in een gewone zaal met rijen stoelen. Dan heb je, een toevallige flirt daargelaten, zelden contact met andere bezoekers. En gisteren zag je hen de hele avond, te meer door het toebedelen van rollen aan het publiek.

Na afloop van de voorstelling gisteren mocht het publiek even blijven zitten om vragen te beantwoorden. Die gingen niet over de voorstelling of wat we nog graag zouden zien, maar over veiligheid; netjes van het HNT. Mogen de acteurs tussen het publiek doorlopen? Mogen ze een boek doorgeven? Is het afstand bewaren goed genoeg? Ik kon niet nalaten te antwoorden ‘Je gaat er keer dood, leer er maar mee leven.’ (En zorg dan dat je geleefd hebt, met of zonder lijst…)

Goed om te weten Goed om te weten

Nu het nog kan, gaat Every Brilliant Thing van HNT zien, of een andere voorstelling. Want ‘HNT speelt door’ heet het, al is er wel een zomerpauze van 18 juli tot 1 september.

O ja, wat trailers van Every Briljant Thing: van Edinburgh met schrijver Duncan McMillan;

van The Citadel Theatre

en van Belfry Theatre

en van Olny Theatre

en de HBO docu.

 

Paradiso kondigt reorganisatie aan, 60 banen verdwijnen dit jaar

Cornelis Norbertus Gysbrechts [Public domain]

Ondersteun deze auteur

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Gisteravond ontvingen we het volgende persbericht, met het verzoek het pas om 06 uur te plaatsen, uit piëteit met de mensen die het betreft. We plaatsen dit, ook al is Paradiso geen lid, vanwege het maatschappelijk belang.

volgt hier de tekst van het persbericht

Door de aanhoudende coronacrisis en de beperkte mogelijkheden die een 1,5 metersamenleving de komende periode biedt is Paradiso genoodzaakt om dit najaar te reorganiseren. Dat betekent dat er in de volle breedte van de organisatie 10% van de vaste contracten beëindigd wordt. Daarnaast worden tijdelijke contracten sinds half april niet verlengd. Dat zorgt er bij elkaar voor dat 60 van de 230 banen dit jaar verdwijnen bij het podium in Amsterdam.

“Het is overduidelijk dat Paradiso één van de laatste plekken in Nederland is die weer op volledige capaciteit mag draaien. Daarmee treft de coronacrisis ons extra zwaar en is de onzekerheid zo nog groter”, aldus interim-directeur Michiel Kleiss. “Hoewel er uitzicht is op een substantieel extra bedrag aan steun vanuit de overheid, maakt dat geen einde aan de financiële onzekerheid en dekt dit nog niet het geld dat wij maandelijks verliezen. Paradiso gaat het zonder deze reorganisatie niet redden. En zelfs dan is de toekomst onzeker. Pas met extra sectorspecifieke maatregelen zoals het verlengen van de NOW-regeling tot maart 2021, krijgt Paradiso perspectief op een toekomst.”
Paradiso verkeert sinds het uitbreken van de coronacrisis in financieel zwaar weer. Het podium is een non-profit organisatie die voor 94% afhankelijk is van eigen inkomsten, waardoor de opgebouwde reserves snel opraken. Op dit moment houdt de NOW-regeling vanuit de overheid Paradiso deels op de been.
Paradiso – Foto door Knelis.jpg

Culturele grootverdieners: jump eens door je karma

Ondersteun deze auteur

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Mijn verhaal over culturele grootverdieners bleek de talk of the town in de cultuursector. Niet publiekelijk, dus vooral achter de schermen, werd ik benaderd. Een van de weinige mensen die zich wel in het openbaar uitte was Henk Scholten. Op Facebook reageerde hij op een column van journalist Aukje van Roessel over de vragen die de Haagse gemeenteraad had gesteld over die grootverdieners, naar aanleiding van dit artikel.

Ingrid van Frankenhuyzen

Beste lezer!

Cultuurpers zoekt de verhalen op die je nergens anders leest. We graven dieper. We kunnen dat doen dankzij de steun van lezers zoals jij. Je donatie is meer dan welkom!
Doneer hier

Waardeer dit verhaal!

Alleen dankzij jouw donatie kunnen we de verhalen blijven vertellen die anders verdwijnen.
  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Henk Scholten op Facebook

Henk Scholten ‘Weten jullie hoeveel de directeur van de NS verdient? Ruim 550.000 euro. Ik heb al eerder indirect op de ‘onthulling’ van Ingrid gereageerd, toen richting raadslid Peter Bos. Wat mij in dit hele verhaal het meest verbaast is dat het als onthulling of erger nog onderzoeksjournalistiek wordt gepresenteerd, terwijl in kranten als NRC en Volkskrant regelmatig lijstjes gepubliceerd worden over directiesalarissen van goede doelen, musea, orkesten etc. Wie herinnert zich niet de ophef nav zo’n lijstje dat toenmalig KCO-directeur Jan Raes meer verdiende dan de Balkenende-norm. Het is dus helemaal geen nieuws. Door het in Corona-tijd te presenteren, terwijl de bedragen allemaal over 2018 en 2019 gaan, krijgt het eerlijk gezegd een nogal populistisch tintje.’

Natuurlijk kun je een opvatting hebben en/of een debat voeren over directiesalarissen in de kunst en cultuur. Maar doe het dan wel gefundeerd.
‘Ik ben met pensioen (net als Luuk van Eijk die als toenmalig directielid van Stadsschouwburg Amsterdam en Julidans vast ook meer verdiende dan de gemiddelde danser op of technicus achter het podium), dat maakt het misschien makkelijker om buiten ‘de wandelgangen’ te reageren. Natuurlijk kun je een opvatting hebben en/of een debat voeren over directiesalarissen in de kunst en cultuur. Maar doe het dan wel gefundeerd. Kijk bijvoorbeeld naar de gemiddelde verhouding tussen directiesalarissen en overige medewerkers zoals dat in alle sectoren gebruikelijk is.’

‘Wek niet de indruk dat de jaarlijkse loonsom hetzelfde is als een bruto maandsalaris. Zeg niet te gemakkelijk dat directiesalarissen in de cultuur worden betaald door de overheid: zeker bij podia is de overheidsbijdrage gemiddeld lager dan 50% van de begroting. Verwijs niet naar de CAO Theater en Dans als het over podiumdirecteuren gaat want die vallen daar niet onder. Maak geen populistische vergelijkingen met Booking of KLM want die directies verdienen, net.als bij de NS of in andere (semi)publieke sectoren als de zorg, het WO en HBO, de omroep etc (heel) veel meer dan directeuren in de cultuur.’

‘Of mensen een deel van hun salaris (of in mijn geval aow/pensioen) beschikbaar stellen in deze situatie is hun eigen afweging. Ik heb mijn gepensioneerde collega’s opgeroepen dat te doen, maar het is hun eigen keuze. En nogmaals, een debat beginnen over de hoogte van (directie)salarissen in (bijvoorbeeld) de cultuur is natuurlijk volstrekt legitiem, maar of je er juist deze Corona-periode voor moet gebruiken (als je tenminste een debat wilt en geen makkelijk succes) vraag ik me af. Overigens even goede vrienden Ingrid (want daar was je geloof ik bang voor) en als Willemstad te ver is zijn jullie ook welkom in Italie.’

Mijn antwoord aan Henk Scholten

De vergelijking met de KLM of Booking vind ik ook niet heel relevant, behalve als het gaat om het mechanisme van een financieel onbeweeglijke top.
Ha Henk , ik ben blij met je uitgebreide reactie (veel mensen schromen om in het openbaar te reageren en nemen alleen achter de schermen contact op). Volgens mij is het gewoon een blog, voortgekomen uit een Linkedin-bericht van de directeur van de Museumvereniging om de fair pay niet toe te passen omdat het niet uit eigen begroting betaald zou kunnen worden. Stupéfait was ik.

Ik presenteer het nergens als een gedegen onderzoek: ik heb immers geen hoor en wederhoor toegepast. De kop was van Wijbrand Schaap, zoals je weet gaan journalisten niet over koppen. De vergelijking met de KLM of Booking vind ik ook niet heel relevant, behalve als het gaat om het mechanisme van een financieel onbeweeglijke top.

De schroom om publiekelijk te reageren is wel een thema, want ik was bezig met een nieuw verhaal en  de journalistieke vragen die ik stelde aan bijvoorbeeld het Nederlands Dans Theater blijven onbeantwoord of komen in de vorm van één ontwijkende zin. Ik schrik (nou ja) wel van het gebrek aan transparantie, meer dan in andere sectoren waarin ik vaak werk. Dat Paul Lightfoot naast zijn artistiek directeurschap van meer dan 100.000 euro  met zijn eigen bedrijf ook nog verdient aan het opvoeren van zijn werk en daardoor net onder Balkenende blijft, is ook via andere bronnen op te sporen.

Het gaat me niet zozeer om de getallen maar wel om de verhoudingen tussen overheidsgeld en verdiensten. Benno Tempel van het Kunstmuseum (die met 150.000 euro in de lijst past), wordt in zijn fulltime functie ook nog ‘gedetacheerd’ bij het Escher Museum voor bijna 60.000 euro (2017). Dat geld vloeit terug naar het Kunstmuseum waarmee hij in feite anderhalve baan in 1 baan doet.

Je auto verkopen om je kinderen te kunnen voeden

De onthulling van de salariscijfers had misschien geen intrinsieke nieuwswaarde maar in tijden van corona vind ik het wel degelijk publicatiewaardig en relevant. Ik hoor verhalen over muzikanten die hun instrumenten moeten verkopen, acteurs die hun auto noodgedwongen de deur uitdoen om hun kinderen te kunnen voeden en hun huur te kunnen betalen. Ze vallen onder geen enkele corona-regeling door ‘verkeerde’ criteria. Dus er is iets grondig mis in het hele neoliberale systeem in de cultuur. En er is een hele laag van bestuurders en directies die het systeem mede heeft opgetuigd (ik begreep uit een reactie die ik kreeg dat er instellingen zijn die zich fel hebben verzet tegen de fair practice/pay).

Het zou van kracht en leiderschap getuigen om onszelf in de spiegel aan te kijken om te zien wat we zélf kunnen doen voor een gezonde sector
Volgens mij is het een denkfout om te zeggen dat mijn verhaal verkeerd getimed en populistisch is. Niet alleen draag ik mijn hart links, ik zie de coronacrisis juist als een gelegenheid om zaken te veranderen; het is immers een schuldloze crisis. We kunnen niet wijzen naar de politiek die ons iets aandoet.

Hoe schrijnend ook: corona is een – door omstandigheden afgedwongen – kans om alles wat niet goed gaat onder de loep te nemen en systemen die niet meer kunnen werken met een lege portemonnee, aan te pakken. Het zou van kracht en leiderschap getuigen om onszelf in de spiegel aan te kijken om te zien wat we zélf kunnen doen voor een gezonde sector. Crisis betekent tijd voor zelfreflectie: wat kunnen we van binnenuit veranderen om als sector te overleven en te blijven floreren?

Willekeurige pech

Ik merk dat er twee reacties van de sector zijn: er moet meer geld bij van de overheid en wij zijn van alle corona-slachtoffers het zieligste slachtoffer. Alle directeuren die ik in het verhaal noem – ze hadden de willekeurige pech om hun jaarverslagen openbaar te maken – zullen hun hypotheken en auto kunnen blijven betalen. De directeur van de NS ook en ja, zijn salaris vind ik pervers (ik geloof trouwens dat ie aan de 4 ton zit). Alleen de reflex dat híj pas veel verdient lijkt verdacht veel op andere grootverdieners als bankiers die zichzelf vergelijken met hun collega’s in het buitenland.

Die argumentatie die menig cultuurmens abject vindt (er gaan hele toneelstukken over), is ook in de cultuursector gaande: waarom mag je geen Balkenende-salaris verdienen als een directeur uit een andere sector hetzelfde verdient? Cultuur noemt zichzelf progressief maar eenmaal aan de top slaat het salonsocialisme toe. Er wordt goed verdiend aan de kunst maar niet in de kunst. Het verschil met een gemiddelde bank is echter dat ook een bankmedewerker een goed salaris verdient. In de cultuursector zijn weinig mensen met behoorlijk betaalde banen (en als ze er zijn blijven ze jarenlang hangen in de managerslaag).

Waterhoofd aan belangen- en breancheverenigingen

Zo vond ik het opvallend dat er maar liefst 111 belangen- en brancheverenigingen, koepelorganisaties en federaties bestaan in de cultuursector, al dan niet door externen als ministeries gefinancierd. Er is dus een enorme schil c.q. waterhoofd aan bestuurders die het maken van kunst faciliteert en er vaak een heel goed inkomen aan overhoudt.  Zie het als een kerstboom (makers) die wordt opgetuigd met de mooiste kerstballen, engelenhaar en andere versiersels, maar de boom zelf sterft. Die kerstspullen blijven. Voor volgend jaar.

De miljoenen die de overheid ons nu geeft houden het systeem van de have’s en have not’s in stand.
De miljoenen die de overheid ons nu geeft houden het systeem van de have’s en have not’s in stand. In ruil coor de miljardenlening voor een KLM worden door Den Haag loonoffers gevraagd, een nieuw groener beleid, kortom er worden voorwaarden gesteld aan de redding. Rogier van Boxtel offert 10% van zijn loon op bij de NS; we moeten er allemaal om lachen als het om tonnen gaat maar hij doet het. Uit de wandelgangen begreep ik dat dat bij een overleg de culturele grootverdieners smalend hadden gelachen om het idee dat zij wat zouden inleveren van hun topsalaris.

Nestbevuiler

We reageren niet transparant op financiële kwesties of op #metoo-kwesties: we houden op de apenrots de taboes voor onszelf en dat zorgt voor een aantal onfrisse zaken die gelukkig steeds vaker komen bovendrijven.

Ik ben voor nestbevuiler uitgemaakt. Dat ben ik op een bepaalde manier ook en ik kan het me ‘veroorloven’ want net als jij ben ik niet (meer) afhankelijk van de sector. Tegelijkertijd denk ik: het zou van echt leiderschap getuigen als je een dialoog aangaat met mensen die aan de bel trekken. In de cultuursector heb ik nog geen enkele systeembeweging gezien voor een doorstart. Ik vind het een gemiste kans. Van alles bedrijfstakken en sectoren waarin ik me door de aard van mijn werk begeef, is de cultuursector een van de meest sektarische. Vol taboes over geld en over macht.

Nou is er wel hoop voor een post-corona culturele sector. Vandaar hier wat systeem-overwegingen.

Overheidsingrijpen

Hoe lossen we de financiële ongelijkheid in de sector op? De sector zelf blijkt geen krimp te geven. We denken allemaal in bestaande structuren. De top die aan de Balkenende-norm zit, is dat noodzakelijk? Hoe onrechtvaardig is het dat de instellingen die verhoudingsgewijs het meeste zelf verdienen buiten subsidies om (denk aan een filmhuis), eerder zullen sneuvelen dan een zwaar gesubsidieerd gezelschap als Het Nationale Theater?

Ik pleit voor een kleine revolutie die vrees ik alleen mogelijk is door overheidsingrijpen.
Dus van alle Chinese borden die in de lucht gehouden worden, zijn het niet de creatiefste en wendbaarste maar de institutioneelste die blijven. Ik pleit voor een kleine revolutie die vrees ik alleen mogelijk is door overheidsingrijpen. Een overheid die behalve grenzen stelt aan topsalarissen, een echt faire betalingsverdeling eist, de belangenbehartigingsindustrie in de sector comprimeert/stroomlijnt en dat geld herverdeelt voor veel meer guerillakunst. Minder bestuurslagen  en -banen en wel kleinschaliger initiatieven die ondersteund worden door faciliterende instellingen. Een sector waarin letterlijk en figuurlijk beweging zit. Voltaire schreef al: il faut cultiver son jardin. Voorlopig blijft niets hetzelfde door corona dus veranderen moet.

#metoo en ondermijning

een vaak ongezonde bedrijfscultuur gaat generaties mee
Wie kunst wil maken is afhankelijk van instituten en machthebbers. Bij gezelschappen en instellingen zitten vaak mensen aan de macht die zelf ooit begonnen zijn als danser, acteur, muzikant, beeldend kunstenaar etc. Van jongs af aan zijn ze in een bubbel terechtgekomen waarin zaken als in- en outgroep-denken, ondermijning, angstcultuur en machtsmisbruik usance waren.

Jong geleerd is oud gedaan dus een vaak ongezonde bedrijfscultuur gaat generaties mee. Niemand die iemand een spiegel voorhoudt of durft voor te houden. Je krijgt geen goede voorbeelden. Ik hoorde een verhaal over een danser die eindelijk de moed verzameld had om een brief te schrijven naar de Raad van Toezicht over ondermijning en handtastelijkheden. Waarop een lid van de RvT zei: ja maar als ik die danseres zie wil je haar toch ook gewoon knuffelen? Ik hoorde een verhaal over een studente die niet in haar eentje over de gang wilde lopen om naar de wc te gaan omdat ze bang was ‘diegene’ tegen te komen die zei: als je niet doet wat ik van je verlang weet ik niet of je je diploma wel haalt.

Een (artistiek) directeur die van onderaf komt bovendrijven is niet noodzakelijkerwijs een goed leidinggevende
Avonden kan ik ermee vullen, de schrijnende verhalen waarin je ambitie om kunst te maken gefnuikt wordt door een ongezond systeem. Aan de top van dat systeem staan mensen die vergroeid zijn met het systeem. Selecteer managers en directeuren op criteria die passen bij die functie. Een (artistiek) directeur die van onderaf komt bovendrijven is niet noodzakelijkerwijs een goed leidinggevende. Toen ik jong was en mijn eerste schreden zetten op het dramaturgische pad bij ‘s lands grote gezelschappen ben ik afgehaakt. Ik zag mensen afgefakkeld worden door mensen met macht en dacht: zo’n onveilige omgeving ga ik (mentaal) niet overleven.

Een van de manieren om ongezonde macht te breken is doorschuiven. Bij ministeries is het bijvoorbeeld gebruikelijk om ambtenaren te rouleren in het 3-5-7-model.  Daarin worden ze gestimuleerd om na drie jaar na te denken over een nieuwe functie en na vijf jaar van functie te veranderen, en uiterlijk na zeven jaar de functie te verlaten. Bij de grote instituten zou die flexibilisering van de managerslaag (soms zitten ze er al tientallen jaren), die ongezonde machtsbubbel kunnen doorbreken. Er komt ruimte voor nieuwe prikkels van ‘buitenaf’. Dit voorkomt een hoop #metoo-perikelen, misstanden en carrières die in de kiem gesmoord worden door ondermijning en een angstcultuur.

Verkokering en tunnelvisie

Om verkokering en tunnelvisie te voorkomen, zou iedereen op een leidinggevende positie verplicht een kijkje buiten de sector moeten nemen. Niet met andere cultuurmanagers samen op leiderschapscursus maar juist buiten de deur kijken. Het werkt altijd heilzaam om te zien hoe het er in andere werelden aan toegaat: loop een traject, een bedrijven-uitwisselingsprogramma mee, volg een cursus buiten je blikveld o.i.d. om van een compleet andere (organisatie)cultuur te leren. Precies zoals een reis maken door een vreemd land je blik verruimt.

We hebben helden nodig die het voortouw nemen. We worden door populisten elitair genoemd, we maken randstadkunst voor de happy few en zoals in elk cliché: er zit een kern van waarheid in. De geest moet open voor nieuwe verhalen en bijbehorende leiders. We mogen niet meer onbeweeglijk zijn.

Raad van Toezicht

Zoek dus juist niet naar mensen op wie we lijken maar naar mensen op wie we niet lijken.
Professionaliseer de raden van toezicht. Vaak zijn ze uniform (de witte mens die bij een andere cultuurinstelling werkt of werkte) of bij de grotere instellingen zijn het vaak corporate mensen met een kunsthobby. Maak de raden divers qua leeftijd, beroep, afkomst. Laat de overheid strenge eisen stellen aan de samenstelling van raden van toezicht om old boys-netwerken, apenrotsen en monoculturen te voorkomen.  Zoek dus juist niet naar mensen op wie we lijken maar naar mensen op wie we niet lijken.

Ik hoop oprecht dat corona een blessing in disguise is voor het systeem waarin we zitten. Gooi structuren om want het geld is er toch niet meer en de makers hebben zich noodgedwongen allemaal omgeschoold. Hou niet alleen maar vast aan wat er was. Grootverdieners: jump eens door het karma van het eigen geldelijk belang.

Ten slotte, Henk. Met die vrienden valt het gelukkig allemaal erg mee hoor. Ze vinden het wel grappig dat ik wat tegen zere schenen schop, vooral mijn vrienden uit de cultuursector. De meesten hebben geen huis in Italië. Veel van hen kunnen het woord pensioen niet eens spellen. Of hebben geen auto om er te komen. Dat gaat me aan mijn hart.

Eurosonic/Noorderslag en Scapino mogelijk gered. Maar dan wel ten koste van nieuwe kunstaankopen. #tkcultuur

Ondersteun deze auteur

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Creativiteit uit zich in de Nederlandse politiek vooral in het boekhouden. Op 29 juni, vlak voor het begin van het drie maanden durende zomerreces, vond de Tweede Kamer zowaar geld om popfestival Noorderslag en dansgezelschap Scapino te redden van de ondergang. Die ondergang zou in het nieuwe kunstenplan, dat in 2021 ingaat, een feit worden, omdat de Raad voor Cultuur geen plek voor ze had in de culturele basisinfrastructuur, ondanks een positief oordeel van de betreffende adviescommissies.

Avatar

Beste lezer!

Cultuurpers zoekt de verhalen op die je nergens anders leest. We graven dieper. We kunnen dat doen dankzij de steun van lezers zoals jij. Je donatie is meer dan welkom!
Doneer hier

Waardeer dit verhaal!

Alleen dankzij jouw donatie kunnen we de verhalen blijven vertellen die anders verdwijnen.
  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Dat kost geld, natuurlijk, en dat is iets wat Nederlandse cultuurministers sinds 2010 niet meer hebben. Daarom is de Tweede Kamer al sinds die tijd gewend aan ‘kasschuiven’. Die praktijk houdt in dat je binnen de begroting van het ministerie een potje geld vindt waar mogelijk de hanen wat minder luid om zullen kraaien. Zo is er ooit een greep gedaan in een vergeten pensioenkas.

Aankoopfonds

Dit keer vonden – nog tijdens het debat – de regeringspartijen geld voor de redding van het Groningse showcasefestival en de Rotterdamse dansgroep in het aankoopfonds nederlandse musea. In dat potje is de komende vier jaar dus per jaar minimaal 2,5 miljoen minder voorhanden. Geld, waarmee bijvoorbeeld voorkomen kan worden dat waardevolle kunst uit particuliere collecties naar het buitenland verdwijnt.

Het potje kasschuiven was het enige positieve resultaat van het debat van 29 juni. Het Coronadebat, ingelast om de bijzondere positie van de cultuur in de coronacrisis te onderstrepen, was stevig. Alle partijen, zelfs de VVD, verweten de minister de cultuursector onvoldoende te steunen in de coronacrisis.

Vrije ondernemers

De VVD nam het op voor de vrije ondernemers in de bovenkant van de  sector, Groen Links, SP en PvdA maakten zich luidruchtig druk om de ondernemers aan de onderkant ervan: de zzp’ers. De Partij voor de Dieren verslikte zich in de hele toestand, en moet volgend jaaar maaar eens terugkomen met een wel goed ingevoerde woordvoerder.

Voor iedereen gold dat de tijden verwarrend werden, omdat de VVD het opnam voor de kunst en de linkse partijen het moesten opnemen voor doorgaans buitengewoon goed verdienende talenten en sterren, die door een inkomensval van vele tientallen procenten hun huizen dreigen kwijt te raken, en zich gaan omscholen tot iets wat in Nederland toekomstbestendiger is dan een bestaan als topviolist.

Kroonjuweel

De minister ging er op haar beurt fel tegenin. Met aanzienlijk minder ehh’s dan we van haar gewend zijn maakte ze duidelijk dat haar hart voor cultuur nog steeds klopt. Dat dat niet tot echte daden kan leiden, is dan weer het treurige resultaat van het regeerakkoord waaraan ze haar baan te danken heeft. Er zit geen millimeter ruimte in voor cultuur, omdat premier Mark Rutte, na de nederlagen met de dividendbelasting en de 100 kilometer, geen enkel kroonjuweel meer over heeft als hij een verruiming van het kunstbudget zou toestaan.

Ingrid van Engelshoven bleef dus wijzen op de generieke maatregelen waarvoor het kabinet had gekozen bij de bestrijding van de crisis die Covid-19 aan het veroorzaken is. Dat de culturele sector veel zwaarder, en breder, en dieper, en langduriger getroffen gaat worden dan welke andere sector van onze economie ook, is iets waar ze maar moeizaam op in wilde gaan. Werkers in de kunsten, maar ook mensen die van cultuur willen genieten, moeten tot Prinsjesdag wachten voordat duidelijk wordt hoe de kunstsector de herfst van 2020 door gaat komen. Dat zullen opnieuw tijdelijke maatregelen zijn.

Deprimerende gedachte

Na tien jaar kunstdebatten volgen is duidelijk dat er nog lang geen zicht is op verlichting. Met een festivalloze zomer in het vooruitzicht is dat een deprimerende gedachte. De kasschuifoperaties van de Kamer worden steeds pathetischer, de manier waarop binnen de sector de ellende naar steeds de zwakste schouders wordt verplaatst, ook. Alles wijst op een culturele sector die dankzij de ongerichte korting door het eerste kabinet-Rutte totaal verwoest is. Het geshop van de Kamer in de begroting, opportunistisch optreden van ambtenaren, ministers en belangenbehartigers deed de rest. De intens verdeelde lobby-organisaties verscheurden wat nog heel was.

Ik ga met een zwaar gevoel de zomer in. We mogen blij zijn dat er nog zoiets bestaat als een kunstsector, want die draaide sinds 2013 dus door op onderbetaalde en overwerkte zzp’ers. Die nooit klagen, want dat is slecht voor de klantrelaties. Corona legt die systeemfout bloot, en het optreden van Kamer en Kabinet maakt daar nu een open wond van. Die zeker tot Prinsjesdag zal blijven stinken. Want tot die tijd zijn de doekjes voor het bloeden even op. Het enige antwoord dat ik drie keer hoorde: de sector moet investeren in leergangen ondernemerschap voor kunstenaars. Als dat geen klap in het gezicht is…

Drie maanden

Beter is een cursus ‘wat is een zzp’er?’ voor bestuurders. Saillante opmerking van de minister: gesubsidieerde en geredde organisaties zouden zzp’ers die in dienst waren van geannuleerde voorstellingen blijven doorbetalen. Twee fouten hier: zzp’ers zijn niet in dienst, en de toezegging gaat over reeds aangenomen opdrachten. Niet over het werk waarvoor de ondernemer nog niet eens gevraagd was, omdat het project nog niet gepland was, en ook niet meer gepland gaat worden.

Zzp’ers, driekwart van de werkers in de cultuur, plannen meestal niet langer dan drie maanden vooruit. Deze zomer duurt drie maanden. Daarna is er niks. Daar is geen compensatiemaatregel op toegerust. Al gaat de minister op verzoek van GroenLinks nog wel even laten onderzoeken hoe erg de pijn van de zzp’ers in de sector nu eigenlijk precies is. Want zelfs minister Koolmees had zich verbaasd over de bizarre contractstructuren in de sector.

Nou. Als minister Koolmees het zegt…

Cultuur Opstart Lening vanaf 29 juni beschikbaar voor culturele en creatieve sector via Cultuur+Ondernemen.

Ondersteun deze auteur

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Het ministerie van Onderwijs, Cultuur & Wetenschap stelt via Cultuur+Ondernemen € 30 miljoen beschikbaar voor de Cultuur Opstart Lening. Deze lening maakt deel uit van het pakket van € 300 miljoen aanvullende ondersteuning voor cultuur van het ministerie van OCW. De lening stelt culturele en creatieve organisaties in staat te investeren in de opstart van het nieuwe seizoen. Aanvragen voor de lening kunnen vanaf maandag 29 juni 12.00 uur worden ingediend bij Cultuur+Ondernemen.

De Cultuur Opstart Lening biedt organisaties financiële ruimte voor investeringen in producties, programma’s, projecten of producten om weer inkomsten te kunnen verwerven. Dat is juist nu nodig, want de culturele en creatieve sector zijn hard geraakt door de coronacrisis en de reserves om te investeren met eigen middelen zijn nihil. Minister Van Engelshoven van OCW zegt daarover, “De Cultuur Opstart Lening kan bijdragen aan een gezonde exploitatie van ondernemingen in de culturele en creatieve sector. Het kan net dat steuntje in de rug geven zodat ze weer nieuwe voorstellingen kunnen maken en inkomsten kunnen genereren. En dat is hard nodig.”

Het is mooi dat de minister binnen de € 300 miljoen middelen vrijmaakt voor leningen. “Voor veel culturele en creatieve organisaties is lenen nog onbekend terrein, terwijl een cultuurlening een passende financieringsoplossing kan zijn om artistieke plannen te verwezenlijken. Dat laat onze praktijk zien” aldus Titia Haaxma, directeur van Cultuur+Ondernemen.

Over de Cultuur Opstart Lening

Culturele en creatieve organisaties die minimaal 50% eigen inkomsten genereren kunnen aanspraak maken op een lening van € 10.000 tot maximaal € 500.000, met een maximum van twee leningen per organisatie. De Cultuur Opstart Lening wordt verstrekt tegen 1 % rente. Aanvragen kunnen vanaf 29 juni tot en met 31 december 2020 worden ingediend.

Meer informatie over de Cultuur Opstart Lening en de voorwaarden is te vinden op de website www.cultuur-ondernemen.nl/cultuuropstartlening

Over Cultuur+Ondernemen

Cultuur+Ondernemen is het kennisplatform voor ondernemerschap in de culturele en creatieve sector. Cultuur+Ondernemen ondersteunt en adviseert kunstenaars, creatieven en culturele en creatieve organisaties over ondernemen, financieren en goed bestuur. Cultuur+Ondernemen biedt via het Fonds Cultuur+Financiering al jaren leningen en garantstellingen voor de culturele en creatieve sector.

De Tweede Kamer zal de ramp voor de cultuur alleen maar erger maken. (Tenzij die kiest voor verandering.)

Ondersteun deze auteur

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Maandag 29 juni praat de Tweede Kamer over het advies van de Raad voor Cultuur. Een advies dat, zo constateerde de Volkskrant vrijdag 26 juni terecht, veel meer kritiek krijgt dan eerdere adviezen. Daarmee bevestigt de krant opnieuw wat wij al direct na het uitbrengen ervan op 4 juni opschreven: er is sprake van een totaal gebrek aan transparantie, een vermoeden van belangenverstrengeling en ambtelijke willekeur. Niet in één geval, maar in vele gevallen: de festivals, de (pop)muziek, de dans, en last but not least: de ontwikkelinstellingen.

Avatar

Beste lezer!

Cultuurpers zoekt de verhalen op die je nergens anders leest. We graven dieper. We kunnen dat doen dankzij de steun van lezers zoals jij. Je donatie is meer dan welkom!
Doneer hier

Waardeer dit verhaal!

Alleen dankzij jouw donatie kunnen we de verhalen blijven vertellen die anders verdwijnen.
  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Een kleine vijftig van die instellingen, die allemaal geld aangevraagd hebben en niet in alle gevallen werden gehonoreerd, verbazen zich over de manier waarop de advisering tot stand gekomen is. ‘Een meerderheid van de instellingen die deze brief hebben ondertekend zien grote hoeveelheden onjuistheden in hun advies staan. Naast kleine technische foutjes zijn soms ook uitspraken van de Raad aantoonbaar gebaseerd op een oppervlakkige lezing van de desbetreffende aanvragen.’

Geen gebouw

Zo constateren de opstellers een vorm van willekeur, al nemen ze dat woord niet in de mond: ‘Sommige instellingen worden geprezen om hun talentbeleid terwijl andere met een aantoonbaar betere trackrecord hyperkritisch worden benaderd. Voor sommige aanvragen was het ontbreken van een gebouw onmiddellijk reden voor afwijzing terwijl andere aanvragers een positief advies kregen op voorwaarde dat ze nog voor huisvesting zouden zorgen. Bij sommigen worden diversiteitsregels strenger toegepast dan bij andere aanvragers.’

Het gaat nog verder: ‘In haar adviezen lijkt de raad niet altijd het onderscheid te kunnen maken tussen een oppervlakkige aanpak en een op alle fronten weldoordacht diversiteitsbeleid. Er lijkt geen goed onderscheid te zijn tussen instellingen die pas zeer recent op enigerlei wijze met inclusiviteit aan de slag zijn gegaan en organisaties die dit proces vanaf hun ontstaan in hun DNA hebben en organisaties die dit proces eerlijker en diepgaander doorlopen.’ En dan hebben we het nog niet eens over de koehandel (sic) rond Oerol en de curieuze gang van zaken rond Joop van den Endes MusicalMakers.

Kansloos

Was de Raad voor Cultuur een te beoordelen aanvrager geweest, was de Raad kansloos geweest. Vraag is nu hoe het zo ver heeft kunnen komen. Een korte terugblik leert dat de Raad dat volledig aan zichzelf, en aan minister Ingrid van Engelshoven te danken heeft. Vorig jaar kwam laatstgenoemde met een uitgangspuntenbrief waarin een basisinfrastructuur stond geschetst die helemaal niets meer te maken had met de BIS zoals die in 2008 in de steigers was gezet.

In jaren van soebatten in de Kamer, onvolledig lobbywerk en cherrypicking ontstond een visieloos ratjetoe. Ondertussen groeiden de verschillen tussen de have’s en have-not’s en kregen we een eredivisie (de BIS) en een tweede garnituur (De fondsen). Zo was het systeem nooit bedoeld. Het systeem was bedoeld om een basis van nationaal belangrijke ‘functies’ veilig te stellen, waarbij de flexibiliteit en de ontwikkeling gewaarborgd zou zijn via de cultuurfondsen.

Er is genoeg over gezegd, ook hier, maar dat stelsel is dus overhoop gehaald en wat we ervoor terugkrijgen is een systeem waarin willekeur en belangenverstrengeling als het ware ingebouwd zijn.

Lobby

Wat zou de Kamer maandag moeten doen? We gaan in het debat zien hoeveel succes de lobbyisten van de diverse deelsectoren gehad hebben in het voeren van de cultuurwoordvoerders. De PVV zal over het Afrikaans beginnen en Nederland overal boven willen hebben, en alle serieus te nemen partijen zullen samen, via moties, de vage lappendeken die de BIS nu al is geworden, nog vager maken. Komen de gevraagde (minstens 40) miljoenen er structureel bij? Ik denk het niet. Het zal bij wat incidentele goedmakertjes blijven.

Het enige waar we op kunnen hopen is dat de Kamer besluit tot een overgangsperiode, uiterlijk tot 2024, waarin een totaal nieuw subsidiestelsel kan worden ontworpen. Ik heb in een vorig bericht al een voorzetje gegeven. Gratis. Scheelt toch weer een paar ton aan dure adviseurs. Maak er gebruik van.

If not: donaties zijn zeer welkom!

Goed om te weten Goed om te weten
Cultuurpers zal via de twitteraccount @cultuurpers verslag doen van het debat, via de hashtag #tkcultuur.

Met lokale worteling van gesubsidieerde kunst neem je het populisme wind uit de zeilen

Ondersteun deze auteur

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

De laatste dagen verschijnen op diverse plekken voorzetjes voor een nieuw systeem om de kunst in Nederland te financieren. Lastige stukken, en tot nu toe niet getuigend van heel erg veel doortastendheid. In Het Parool vindt een aantal prominenten, waaronder Tinkebel en reclameman Kessels, dat er minder in hokjes moet worden gedacht, en dat we, behalve op kwaliteit, ook op betekenis moeten gaan letten bij het vaststellen van het recht op subsidie.

Avatar

Beste lezer!

Cultuurpers zoekt de verhalen op die je nergens anders leest. We graven dieper. We kunnen dat doen dankzij de steun van lezers zoals jij. Je donatie is meer dan welkom!
Doneer hier

Waardeer dit verhaal!

Alleen dankzij jouw donatie kunnen we de verhalen blijven vertellen die anders verdwijnen.
  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

‘Het nu honoreren van plannen die vóór de coronacrisis zijn gemaakt, zorgt voor een grote achterstand. Wie vooruit wil, wie wil veranderen, kiest ervoor nu eerst scherp te analyseren, te luisteren en te kijken. Dat betekent pas ­daarna nieuwe plannen, nieuwe instituten en nieuwe kansen ruim baan geven. Daarmee geven we niet het proces, maar de gierend noodzakelijke verandering van cultuur ruim baan. Adviezen uit het verleden geven geen garantie voor de toekomst.‘ Het is een herhaling van een bericht dat eerder op Cultuurpers voor enige discussie zorgde.

Hybride

In Theaterkrant staat een pleidooi voor een eenvoudige driedeling. Sally Mometti, een kunstenaar die is omgeschoold tot MBA, stelt ook dat het keurslijf te strak is. De subsidiegever rekent volgens de opstelster iedereen teveel af langs dezelfde meetlat. Zij pleit voor een onderscheid tussen, artistieke, hybride (artistiek/commercieel) en commerciële kunst, waarbij de eisen ook verschillen:

‘Het uitgangspunt voor een nieuw subsidiesysteem zou moeten zijn het onvoorwaardelijk ondersteunen van een groot aantal artistieke producties en een substantieel deel van de hybride producties. De overheid is erbij gebaat om de artistieke en hybride producties niet op een hoop te gooien, maar het onderscheid te erkennen en dus ook de meetinstrumenten waarmee men afgerekend wordt te differentiëren. Hier is het voorstel dat voor artistieke producties kwalitatieve meetinstrumenten de artistieke waarde monitoren en dat alle kwantitatieve indicatoren worden losgelaten. Voor hybride producties is er een combinatie van kwantitatieve en kwalitatieve meetinstrumenten denkbaar, die gezamenlijk een oordeel vellen over of het Rijk wel of geen subsidie toekent elke vier jaar.’

Best een ingewikkeld voorstel, want hoe meet je kwaliteit, en wat is eigenlijk hybride? Mag iemand die onder ‘artistiek’ wil vallen (en welke kunststudent wil dat niet)  helemaal geen geld verdienen? Het gevolg van deze spagaat onderkent Mometti: ‘De hybride bak is groot, met veel concurrentie, en in deze categorie moet men dus manieren vinden om purpose en profit op een duurzame wijze samen te smelten teneinde zich te onderscheiden, zowel ten opzichte van de concurrentie als richting de subsidiënt.’ 

Behalve de prijs voor de meeste MBA-buzzwords in een enkele zin, wint Mometti ook de eremedaille voor het presenteren van de herformulering van een probleem als de oplossing van dat probleem. Immers: de kunstpraktijk is over de hele linie vooral hybride.

Stokpaard

Er is dus iets anders nodig, en nu kan ik op deze plek wel weer mijn oude stokpaard van stal halen en wederom met veel vuur verdedigen dat we af moeten van het Haags-Amsterdamse primaat in de subsidiebepaling, maar laat ik het anders aanvliegen. Als kunstenaars of kunstbeleidsmakers een stelsel bedenken om het maken en presenteren van kunst te financieren, denken zij vanuit de productie.

Dat is het oude verheffingsideaal: we moeten iets van waarde produceren, ongeacht de vraag bij de bevolking, zodat die de keuze krijgt om ook het gezonde voer te eten, naast de ongezonde bulk van snackbar Jopie en McDondalds. Die gezonde keuze laten we centraal produceren in de Randstad en rijden we vervolgens uit over het land. Waarbij we het uitserveren overlaten aan plekken waar de lokale overheid tafeltjes en stoeltjes neergezet heeft.

Op dit moment is 13% van het aanbod in onze theaters te rekenen tot het gezonde en goede voedsel, dus zitten we bij lange na niet bij de schijf van vijf met ons kunstaanbod in de regio.

Albert Heijn

Dat denken vanuit aanbod past niet meer in deze tijd, waarin ook juist de haute cuisine samen met de hausse in lokale bierbrouwers – om de analogie met voedsel erin te houden – de weg bereidde voor meer lokale profilering bij de grootgrutters. Geen Albert Heijn ontkomt er meer aan om reclame te maken met streekproducten. Want dat verkoopt, dat schept een band, en dat is goed voor iedereen.

Wat in de food-sector dus puur uit commercieel belang is gegroeid, zou de kunstsector ten voorbeeld moeten dienen. Waarom kunnen we het produceren en presenteren van kunst, en dan met name podiumkunst, niet lokaal maken? De Raad voor Cultuur deed in zijn allereerste advies voor het nieuwe kunstenplan een dappere voorzet, maar is kennelijk zo keihard teruggefloten dat er in  alle volgende adviezen zo luid over gezwegen werd dat het pijn deed aan de oren.

Het had tot gevolg dat allerlei regio’s totaal voor niets een regioprofiel hebben geproduceerd. In het uiteindelijke advies, twee jaar later, hielden we er alleen het einde van Scapino aan over. Dat moest immers sneuvelen omdat Groningen ook een tof dansgezelschap had.

Angst voor populisme

De afgelopen jaren heb ik met veel mensen gesproken over die lokale focus van een nieuw subsidiesysteem. In die gesprekken gaf vrijwel iedereen me gelijk, maar voegde daar wel in dezelfde zin aan toe dat dat natuurlijk nooit zou gaan lukken. ‘En de PVV/FvD, natuurlijk!’

Vooral die angst voor de populisten zit er goed in bij de kunstsector. Je kunt moeilijk ontkennen dat Noord-Brabant voor iedereen een schrikbeeld is. Wie durft dan nog het kunstbeleid voor mogelijk elitaire, kwetsbare – en ontwikkelingskunst uit handen te geven aan de nukken van een populistisch provinciebestuur?

Toch zie ik in de Brabantse ontwikkeling ook iets positiefs. De populisten die hun landelijke lijsttrekker volgen in het roepen over grachtengordels en witte wijn, lopen in hun eigen buurt tegen hele andere mensen aan. Dan zijn het plots je buren, de school van je kinderen, het dorpshuis en de lokale bieb waar je aan komt. Dan kun je je niet verschuilen achter landelijk beleid, dan moet je lokaal met de billen bloot.

Duits model

Toen Halbe Zijlstra zijn rampzalige beleid afkondigde gaf hij lokale overheden een vrijbrief om ook te bezuinigen op kunst, want ‘bevel van hogerhand.’ Zouden we kiezen voor een ‘Duits’ model, waarbij de centrale overheid zich vooral op erfgoed en nationale waardes richt, terwijl de kunst lokaal en regionaal wordt geproduceerd, geconsumeerd en waar nodig gesubsidieerd, is het risico dat een afstandelijke populist in Den Haag verwoesting kan aanrichten in Enschede een stuk kleiner. Dat een radicaal in Enschede de kunst in Groningen zal beschadigen is niet te verwachten. Nog los van het feit dat die Enschedese radicaal zijn eigen buren niet zal willen ontrieven.

Juist het wankelmoedige optreden van de Raad voor Cultuur, en de ongezonde invloed die particuliere, commerciële belangen lijken te hebben op zijn advisering, maken een inperking van de macht van die Raad en de centrale fondsen noodzakelijk. Verdeel het geld voor cultuur dus geoormerkt en naar rato van de bevolkingssamenstelling over stedelijke regio’s en provincies en laat ze daar met elkaar uitmaken wat ze met de muziek, het theater, de beeldende kunst en de educatie doen. Zorg dat makers zich weer vestigen in de steden waar ze in de kroegen en in de AH hun publiek ontmoeten.

Verhalen ‘ophalen’?

Als we het even tot de theaters beperken: een stuk of tien stedelijke regio’s in Nederland zijn rijp voor een producerend stadstheater. Naast de vier grote steden in de randstad zijn dat Arnhem-Nijmegen, Brabantstad, Zeeland, Zuid-Limburg (Maastricht/Parkstad), Twente en Groningen. Dat zijn regio’s die genoeg publiek hebben, en een prettig vestigingsklimaat voor makers. Een stadstheater kan met een brede programmerings- en productieopdracht een programma samenstellen waarin kwetsbare, commerciële en educatieve kunst een plaats vinden. In het jeugdtheater werkt dit namelijk al fantastisch.  Misschien is er zelfs kruisbestuiving mogelijk en kunnen lokale publiekssuccessen gebruikt worden voor extra investeringen in experimenten.

De makers kennen de plaats, voelen hun publiek aan en weten welke verhalen er spelen. Daar plukken ook grote commerciële producenten de vruchten van, die dan in de regionale theaters een veel trouwer publiek treffen dan ze nu doen. En ze hoeven niet, zoals de zeer randstedelijk opgezette nieuwe musicalproducent Musicalmakers nu aankondigt, 2 keer per jaar verhalen op te gaan halen, om er vervolgens in en voor de randstad musicals van te maken.

#Corona-classics 4 Hannes Minnaar: ‘Ik rolde in het frame van klassiek-romantische pianovirtuoos’

Hannes Minnaar (c) Simon van Boxtel

Ondersteun deze auteur

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Hannes Minnaar valt met zijn neus in de boter. Zijn #coronatournee met de Goldbergvariaties van Bach start op 1 juli, precies de dag waarop het maximum aantal concertbezoekers wordt losgelaten. – Mits 1,5 meter afstand et cetera. Hoewel de Grote Kerk in Zwolle aanzienlijk meer dan honderd personen kan toelaten is het concert al helemaal uitverkocht. De gelukkigen die een kaartje hebben bemachtigd worden voorafgaand getrakteerd op het gloednieuwe Gedanken zu Bach van Daan Manneke.

Thea Derks

Beste lezer!

Cultuurpers zoekt de verhalen op die je nergens anders leest. We graven dieper. We kunnen dat doen dankzij de steun van lezers zoals jij. Je donatie is meer dan welkom!
Doneer hier

Waardeer dit verhaal!

Alleen dankzij jouw donatie kunnen we de verhalen blijven vertellen die anders verdwijnen.
  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Hij schreef het speciaal voor dit programma, op verzoek van Hannes Minnaar. Moderne muziek is niet de eerste associatie die zich opdringt bij zijn naam. ‘Toch heb ik me er altijd voor geïnteresseerd’, benadrukt de jonge pianist. ‘Als tiener speelde ik muziek van componisten als György Ligeti, Simeon ten Holt en JacobTV, op eigen initiatief!’ – Dat veranderde toen hij ging studeren aan het Conservatorium van Amsterdam: ‘Tijdens mijn opleiding lag de nadruk op het klassiek-romantische repertoire.’

Pianovirtuoos

In 2010 raakte zijn carrière in een stroomversnelling toen hij de derde prijs won in het Koningin Elisabethconcours. ‘Daardoor rolde ik als vanzelf in het frame van de klassiek-romantische virtuoos, werd gevraagd voor pianoconcerten van Beethoven, Chopin en Rachmaninov. Fantastisch repertoire, maar met een uitvoeringsgeschiedenis die als lood op je schouders drukt. Paradoxaal genoeg werkten de interpretaties van al die fenomenale voorgangers voor mij juist inspirerend en scherpslijpend. Door alle twijfel heen ontdekte ik steeds meer m’n eigen stem. En mijn liefde voor eigentijdse muziek is nooit verdwenen.’

Zo speelde hij tijdens zijn debuut in de serie Meesterpianisten in 2019 drie deeltjes uit Vingt regards sur l’Enfant-Jésu van Messiaen. ‘Het paste perfect in mijn programma, met ook muziek van César Franck. Bovendien wilde ik al lange tijd iets van de vroege Messiaen spelen. Zoals “Le Baiser de l’Enfant-Jésus”. Dat is een totaal opgaan in (bijna?) kitscherige klankschoonheid, zonder ook maar een spoortje van ironie of guilty pleasure. Het is een totale, liefdevolle fascinatie voor een aantal welluidende akkoorden met paradijselijk effect. Door dit stuk ging ik me afvragen wat nu eigenlijk muziek is. Het werkt alleen als je je er helemaal aan overgeeft.’

Tombeau pour Ton de Leeuw

Op het repertoire van zijn Van Baerle Trio prijkt ook Tombeau pour Ton de Leeuw van Daan Manneke. Hoewel die lessen volgde bij Messiaen hoort Minnaar geen verwijzingen naar de muziek van de Franse grootmeester. ‘In Tombeau pour Ton de Leeuw schemert veeleer Daans liefde door voor renaissance- en vroege barokmuziek. De gestiek is gamba-achtig, zwierig, met modale in plaats van tonale harmonieën. Dat geldt trouwens voor veel van zijn muziek.’

Dankzij dit stuk leerde Minnaar de componist persoonlijk kennen. ‘Het toeval wil dat we door onze Zeeuwse wortels wel vergaand verbonden zijn. Mijn vader komt uit hetzelfde dorp als Daan, Kruiningen – vlakbij Yerseke waar ik zelf opgroeide. Voor mijn vader geboren was gaf kwam Daan bij mijn grootouders aan huis om mijn oudere ooms en tantes pianoles te geven. En mijn eerste pianolerares was een zus van Daans vrouw. Toch duurde het ondanks dat alles tot die trioversie van Tombeau pour Ton de Leeuw voor we met elkaar in contact kwamen.’

Bachkoraal

In 2018 speelde Minnaar ter gelegenheid van Mannekes tachtigste verjaardag de première van diens pianocyclus Grote Archipel. Het 50 minuten durende stuk is geschreven voor zes verschillende pianisten. ‘We zaten met z’n zessen op het podium, luisterend naar elkaar. Om de beurt speelden we het deel dat aan ons was opgedragen, een mooie en unieke ervaring. Het deeltje voor Jelena Bazova bevatte letterlijke citaten van een Bachkoraal, waar Daan een bijzondere, eigen draai aan gaf.’

Minnaar werd zo aangenaam getroffen dat hij Manneke vroeg een solostuk met Bachverwijzingen voor hem te schrijven. ‘Hij reageerde gelukkig positief en gaandeweg kreeg mijn idee meer vorm. Het leek me aardig de nieuwe compositie als inleiding op de Goldbergvariaties te programmeren voor een tournee in 2021. Daan ging akkoord, maar toen deed zich opeens deze “coronatournee” voor.’

‘Gelukkig was Daan al tijdens de crisis begonnen, zodat hij zijn compositie op tijd kon voltooien. Deze duurt slechts een kleine tien minuten, maar bestaat uit zes losse deeltjes die samen een geheel vormen, een soort mini Archipel. In het hart staat een intens droevige Aria/Ayre, waarin de harmonieën van het Bachkoraal ‘Ach wie flüchtig, ach wie nichtig’ verwerkt zijn in de linkerhand, terwijl de rechterhand fragmenten citeert uit ‘Flow my tears’ van John Dowland.’

‘Daaromheen staat totaal andere muziek, onder andere een berceuse en twee toccata’s. Het geheel eindigt in een krachtige dominant die fungeert als dubbele punt voor G-groot, de toonsoort van de Goldbergvariaties. Ik ben er heel blij mee. Gedanken zu Bach is helemaal van deze tijd en past ideaal in het programma.’

‘Afzender Boulevard’: een kleinschalig zomerprogramma met theater en méér, van de makers van Boulevard

Artemis, foto Henk Claassen

Ondersteun deze auteur

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Onder de noemer ‘Afzender Boulevard’ duiken deze zomer, vooral in de tweede week van augustus, 25 voorstellingen, performances en installaties op in ‘s-Hertogenbosch. Hun gedeelde motto is ‘Nader de ander’. Want na maanden van afzondering, gepaste afstand en ontwijking gloeit het verlangen om [wat] dichterbij te komen.

Boulevard viert in 2020 de veerkracht van makers en publiek met een programma vol live ontmoetingen. In dit vreemde tussenjaar beoefenen we de vergeten kunst van de nabijheid. Nieuwsgierig naar elkaar, nieuwsgierig naar het onbekende. We doen dat vanzelfsprekend met inachtneming van de RIVM-richtlijnen; daarom geen volle zalen en pleinen, maar intieme projecten verspreid in de tijd.

“Dit voorjaar moesten we plotsklaps afstand nemen van het gewone leven en van andere mensen. Het thema ‘Nader de ander’ roept op om weer samen te komen. Niet bij een festival helaas, maar we zijn ongelooflijk blij dat we met steun van vele partners alsnog een prachtig live theaterprogramma kunnen realiseren. Onze makers nodigen uit tot een zoektocht naar nabijheid en het delen van verhalen,” aldus Viktorien van Hulst, directeur.

Het programma van 2020 toont werk van onder meer: Alexandra Broeder, Bart van den Woesteijne, Benjamin Verdonck, Boukje Schweigman, Dries Verhoeven, Francesca Lazzeri, Guilherme Miotto, Minou Bosua, Strijbos&VanRijswijk, Sven Ratzke, The100Hands, Willemijn Zevenhuijzen/Theater Artemis.

Live programma

Onder de naam ‘Afzender Boulevard’ worden op verschillende locaties voorstellingen getoond en nieuwe theaterprojecten met groepen uit de stad ontwikkeld. Theatermaker Benjamin Verdonck fietst door de stad en presenteert miniatuur-theater, de makers van Building Conversation spreken in to Care as Caress over de dilemma’s van zorgen en zorgzaam zijn en componisten Strijbos&VanRijswijk tekenen voor een geluidswandeling. Dries Verhoeven brengt de reprise van U bevindt zich hier, Boukje Schweigman presenteert met Spectrum een nieuwe ruimtelijke installatie, Theater Artemis gaat in première met Happy Clappy, een schooltje gerund door clowns, terwijl Francesca Lazzeri in haar installatie my shadow used to have a density de sociale en emotionele consequenties van de COVID-19-pandemie onderzoekt. En in een eigen openluchttheater worden deze Bossche Zomer muziektheater, concerten en familievoorstellingen gepresenteerd.

Voor verschillende titels zijn tickets te koop, andere projecten worden gemaakt met en voor specifieke groepen stadsgenoten en zijn online via woord- en beeldverslagen te volgen.

En méér

Naast het programma van Nederlandse en Vlaamse kunstenaars voor bezoekers van dichterbij, continueert Boulevard de samenwerking met verschillende internationale partners. Het gaat deze zomer vooral om uitwisseling met collega’s en kunstenaars op afstand. Het internationale programma is te volgen via de site. Via de website zijn ook links te vinden naar twee podcast-series die ontwikkeld zijn rondom verhalen uit het festival.

Op zaterdag 15 augustus realiseert Boulevard i.s.m HONI en Gemeente ‘s-Hertogenbosch, met steun van Brabant Remembers, een televisieuitzending rondom de 75-jarige capitulatie van Japan in het voormalig Nederlands-Indië. Aan dit programma werken muzikanten en acteurs met Indische en Molukse wortels mee, redactie: Vincent Wijlhuizen en Bo Tarenskeen.

Kaartverkoop

Binnenkort start de online verkoop via www.afzenderboulevard.nl, door de kleine capaciteit per voorstelling is er slechts een beperkt aantal kaarten beschikbaar.

Het aanbod is nog volop in ontwikkeling en wordt de komende weken in fasen verder bekend gemaakt via online communicatie.

De 36e editie van Theaterfestival Boulevard vindt plaats in 2021.

Survey toont noodzaak noodsteun voor zzp’ers in de culturele sector

Ondersteun deze auteur

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Er moet dringend noodsteun komen voor de grote groep zzp’ers in de culturele sector. De 300 miljoen aan noodsteun die de overheid aan het begin van de corona-crisis heeft vrijgemaakt voor deze sector, sijpelt nauwelijks naar hen door. Dat blijkt uit een survey onder meer dan 1500 freelancers, met name musici, makers en technici, aan de vooravond van het debat over cultuur in de Tweede Kamer.

Er dreigt een kaalslag in de podiumkunsten, blijkt uit de survey. Bijna 61% van de respondenten geeft aan dat opdrachten tot en met december gecanceld zijn. Bijna 40% heeft zelfs te maken met annulering na december. Meer dan 70% is redelijk tot zeer bezorgd over zijn of haar financiële situatie vanaf september. Gevraagd naar de noodzaak om werkzaamheden buiten de sector te vinden of uit te breiden, zegt 43% zich daartoe in grote mate genoodzaakt te voelen. In totaal wil 27% zich laten omscholen.

“De survey laat zien wat wij voortdurend horen van collega’s: mensen staan met de rug tegen de muur. Het is vijf voor twaalf. Ze zijn onzeker over de toekomst. Het gaat om mensen die de afgelopen jaren, ondanks alle bezuinigen in de sector, in staat waren hier een goed inkomen in te verdienen. Maar door de corona-crisis teren zij snel in op hun reserves. Als op korte termijn geen zicht is op aanvullende maatregelen of volledige herstart van de werkzaamheden, overbruggen vele zzp’ers de crisis niet”, zeggen musici Mattijs van de Woerd en Marjolein Niels, die het onderzoek initieerden, samen met het Platform voor Freelance Musici en met medewerking van GroenLinks.

Een adequaat noodpakket is nodig om kapitaalvernietiging en een braindrain te voorkomen, zegt GroenLinks. De partij hielp om de survey mogelijk te maken, om zo beter inzicht te krijgen voor beleidsvoorstellen. “Het onderzoek geeft een ontluisterend beeld van de kaalslag die dreigt in de culturele sector. Er is een stille ramp gaande. Er is te weinig oog voor de specifieke situatie van de grote hoeveelheid mensen zonder vast contract die zich inzet voor deze sector”, zegt Niels van den Berge, Tweede Kamerlid van GroenLinks.

Volgens Van den Berge is gebrek aan inzicht in de situatie van zzp’ers mede de oorzaak van de traagheid van het kabinet om met noodsteun over de brug te komen. “Met dit onderzoek hebben we een beeld willen geven. Je ziet dat de steun die nu is vrijgemaakt – 300 miljoen euro – vooral gaat naar culturele instellingen, en niet naar de vele zzp’ers. Wij roepen het kabinet dan ook op: zet een tweede stap.“

Een noodpakket van 1 miljard euro is nodig voor de culturele sector, waaronder een steunfonds van 200 miljoen voor freelancers en zelfstandigen zeggen PvdA, SP en GroenLinks. Volgens het CBS is de sector goed voor 3,7 procent van het Bruto Binnenlands Product. De cultuursector draait voor zo’n 60% op zzp’ers, die met diverse (kortlopende) projecten en activiteiten aan de kost komen. Zo’n 30.000 ZZP-ers kunnen nu geen aanspraak maken op steunmaatregelen.

Geen maximum aantal bezoekers in theaters; spelen voor breder publiek weer mogelijk

Ondersteun deze auteur

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Vanaf 1 juli kunnen er weer meer mensen naar voorstellingen en culturele festivals. In theaters, bioscopen en concertzalen geldt dan geen maximum meer van 30 personen. Vanaf dan is de ruimte leidend in plaats van het aantal bezoekers. Wel moeten de basisregels zoals 1,5 meter in acht genomen worden. Daarnaast vindt vooraf een gezondheidscheck plaats, is vooraf reserveren noodzakelijk en heeft iedereen een vaste zitplaats in de zaal.

Dat heeft het kabinet vandaag besloten op basis van adviezen van het Outbreak Management Team (OMT). Ook voor voorstellingen en festivals buiten geldt geen maximum aantal personen meer.

Minister Van Engelshoven: “Fantastisch dat theatermakers, acteurs, muzikanten en andere performers hun kunsten weer aan een breder publiek kunnen tonen. Zij moesten lang wachten, afgelopen tijd was heel erg moeilijk. De gevolgen van de coronacrisis voor de cultuursector zijn groot. Maar nu is daar dan eindelijk die stip op de horizon. Nu kunnen meer mensen genieten van prachtige voorstellingen. Want spelen voor publiek is toch het mooiste wat er is.”

Voor locaties met doorstroom van bezoekers zoals musea en monumenten met publieksfunctie blijft het maximum aantal bezoekers afhankelijk van het beschikbare oppervlakte per gebouw. Bij voorstellingen waarbij reserveren en de gezondheidscheck vooraf niet gebeurt, geldt voor binnen een maximum van 100 bezoekers en voor buiten een maximum van 250 bezoekers.

Veilig repeteren en optreden

Voor kunstbeoefenaars, zoals acteurs, cabaretiers en dansers, waarbij contact noodzakelijk is, geldt de 1,5 meter alleen voor zover dat mogelijk is. Zij zijn niet langer beperkt in de keuze voor bepaalde voorstellingen (de afgelopen tijd met name solo) en er is weer ruimte voor allerlei creatieve ideeën en invalshoeken. In de protocollen van de brancheorganisatie voor de podiumkunsten (NAPK) staat beschreven hoe zij veilig kunnen repeteren en optreden.

Jeugdtheater

Ook goed nieuws voor het jeugdtheater. Kinderen tot 18 jaar hoeven geen 1,5 meter afstand van elkaar te houden, zo adviseert het RIVM. Nu de ruimte leidend is, biedt dit veel perspectief. Voor scholen is het weer mogelijk om cultuureducatie op te pakken en met de hele klas naar het theater te gaan.

Zangers

Repeteren en optreden wordt weer mogelijk voor zangkoren en zangensembles. Onder welke voorwaarden, daarover komt het RIVM op zeer korte termijn met een advies.

De Tweede Kamer heeft tot maandag 29 juni de tijd om de cultuur(sector) te redden.

Anefo / CC0

Ondersteun deze auteur

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

2,6 miljard euro. Het is een bedrag dat zo groot is dat het niemand wat zegt. Het is minder dan de belastingsteun die KLM krijgt, dat wel. Vandaag bracht Kunsten 92, de kunstenbrede lobby-organisatie, in een ongekende samenwerking met alle belangenverenigingen en branche-organisaties, naar buiten dat die 2,6 miljard de schade is die de kunstensector oploopt door de beperkende maatregelen vanwege de coronapandemie.

Avatar

Beste lezer!

Cultuurpers zoekt de verhalen op die je nergens anders leest. We graven dieper. We kunnen dat doen dankzij de steun van lezers zoals jij. Je donatie is meer dan welkom!
Doneer hier

Waardeer dit verhaal!

Alleen dankzij jouw donatie kunnen we de verhalen blijven vertellen die anders verdwijnen.
  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Laten we dus zeggen dat de schade een boel enorm onvoorstelbaar groot is. Er gaan organisaties omvallen, en als we niet oppassen is er ook helemaal niets meer te presenteren als ooit een vaccin de zalen weer vol laat lopen. Immers: er kunnen geen opdrachten verleend worden aan ensembles, kunstenaars, theatergezelschappen, en orkesten. Die gaan ander werk zoeken. Het is in 2009 en daarna al gebeurd in mijn eigen sector: de journalistiek. Het zal nu gebeuren in de kunsten. De keten, waar minister Ingrid van Engelshoven zich al om bekommerde, gaat instorten. We krijgen er wel een boel artistiek ingestelde pakjesbezorgers en boa’s voor terug.

Investeringsfonds

De brief van de lobby vraagt om veel maatregelen, zoals verlenging van de steun die het Kabinet tot 1 juli verschafte, via loonsubsidie, uitkeringen en andere compensaties ter waarde van 300 miljoen. Er moet ook – bovenop de 60 miljoen die het Ministerie van Binnenlandse Zaken eerder aan de cultuur van gemeenten deed toekomen, nog eens 240 miljoen bij om de ingewikkelde huurtoestanden een beetje overeind te kunnen houden (veel kunstinstellingen krijgen van de gemeente subsidie om de huur aan de gemeente te kunnen betalen).

Verder is een investeringsfonds nodig, en moet de coulance voor gesubsidieerde instellingen worden volgehouden tot er een vaccin is en de wereld weer terug kan naar het oude normaal (If ever). Gesubsidieerde instellingen hoeven zich dan niet te houden aan de prestatie-afspraken zoals publieksbereik en aantallen producties. Al die steun komt wel met een eis: er mag geen geld naar instellingen die zich niet aan de fair practice code houden. Er moet natuurlijk ook gelet worden op andere niet helemaal zuivere toestanden. Dat wordt nog een hele puzzel.

Hepafilters niet nodig

Ondertussen gaat vakantieminnend Nederland weer massaal de lucht in, zonder zich aan wat voor afstandsregel dan ook te houden. Het RIVM neemt een flink risico door de verhalen van de prijsvechtende luchtvaartmaatschappijen over wonder-airco’s en miraculeuze HEPA-filters te volgen. De lucht in een state of the art theater is schoner. Dat bewijst deze brief die zakelijk directeur Suzanne van Dommelen-Bruins van TivoliVredenburg vorige week aan het RIVM verstuurde, en die via Facebook openbaar werd:

Lief RIVM,

Wat een goed nieuws voor de luchtvaart! Geen maximum en geen 1,5 m. Dat willen wij ook want wijzelf en alle cultuur, pop- en evenementencollega’s in het land redden het zo niet veel langer. Dus willen jullie svp ook heel erg snel ons ventilatiesysteem komen beoordelen? Jullie zitten bij ons om de hoek. En het klopt wat de luchtvaartexperts zeggen, dat hun systeem anders werkt dan bij ons. Ons systeem is beter want wij recirculeren namelijk NIET. In onze zalen wordt altijd alleen maar verse lucht van buiten aangezogen en afgevoerd, zeer frequent. Daarom hebben wij ook geen HEPA filters nodig, dat is alleen voor hergebruik van lucht. Maar als het helpt om van die 30 en 100 mensen en 1,5 meter af te komen, zetten we er zo een paar HEPA filters bij hoor.

Verder vragen we onze bezoekers al op verschillende momenten of ze niet ziek zijn, of ze met eigen vervoer komen om het OV te ontlasten, of ze hun handen willen ontsmetten, of ze onze eenrichtingsroutes willen volgen en maken we alles wat aangeraakt wordt vaak schoon.

Samen met ons ventilatiesysteem zou ook bij ons het risico op besmetting heel erg klein moeten zijn.

Er wordt nu met veel verschillende maten gemeten.

Lief RIVM, komen jullie ons ook redden met een wijs onderzoek? 

Maandag heeft de Tweede Kamer het voorlopig laatst woord hierover. Daarna wordt het zomer en zullen alle zomerfestivals zich verbijten omdat ze niets meer kunnen doen, in de enige periode dat ze geld konden verdienen. Dit nog versterkt door een halfslachtig optreden van minister Van Engelshoven en de Raad voor Cultuur. We berichtten eerder over de gevolgen die dat heeft voor twee festivals. De rest van de zomerfestivals sluit zich aan bij de kritiek. Hun brief tref je hieronder aan.

4 miljoen voor podiumkunstenfestivals lost knelpunten op

‘We zijn voor nu even klaar met Zoomen’. Holland Festival kijkt met gemengde gevoelens terug op editie 2020 (met geluid)

Emily Ansenk, fotograaf Lenny Oosterwijk

Ondersteun deze auteur

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Ze zijn voor het eerst sinds de lockdown op 13 maart weer gedrieën op het kantoor bij elkaar. Het interview, waarin directeur Emily Ansenk, muziekprogrammeur Jochem Valkenburg en theaterprogrammeur Annemieke Keurentjes  de balans opmaken van de eerste – en hopelijk enige – online editie van ‘s lands meest prestigieuze podiumkunstenfestival, vindt een dag na de afsluiting plaats.

Er was geen afterparty voor de medewerkers, geen terugblik op feestelijke avonden in Carré, de Stadsschouwburg of het Concertgebouw. En Annemieke Keurentjes en Jochem Valkenburg zaten de volgende ochtend ook niet in de trein op weg naar een voorstelling die ze voor volgend jaar wilden boeken.

Podcast

Alles is anders, deze editie. We praten erover en ze vertellen wat ze geleerd hebben, en wat ze – eventueel – meenemen naar volgende edities. Wat ze in ieder geval mee gaan nemen? ‘De Podcast’, zegt Annemiek Keurentjes: ‘De podcast die we samen met de Groene Amsterdammer maakte was de perfecte sfeerinleiding op het festival. Daar gaan we zeker volgend jaar mee door.’

Daarom nu, in een iets prinitivere setting, geluid (dat we dan maar en podcast noemen, maar vooral een registratie is: het gesprek in een stil kantoor van het Holland Festival. Met 8D effect, dat wel. Sort of.

Goed om te weten Goed om te weten
Zie voor de verdere details het Persbericht.

HOLLAND FESTIVAL 2020 VERBINDT MAKERS EN PUBLIEK IN GEFRAGMENTEERDE TIJD

Associate Artist 2020: Bill T Jones

Ondersteun deze auteur

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Het Holland Festival 2020 kende een uitzonderlijke jaargang, door de coronapandemie ging het voor het eerst in zijn geschiedenis fysiek niet door. In plaats daarvan kreeg het een online programma als invulling. Holland Festival online programma 2.0-2.0 was de 73ste editie van het festival en de tweede waarbij gewerkt werd met een associate artist. Dit jaar was dat choreograaf, regisseur, schrijver en danser Bill T. Jones. Het festival wilde met het online programma recht doen aan de makers die het dit jaar aan zich verbonden had en aan de bijzondere positie van de associate artist. Het werd een digitale proeftuin met een gevarieerd en samenhangend aanbod rond het thema In pursuit of the we – in times of social distancing dat voor iedereen online gratis toegankelijk was, met de bedoeling ook nieuw publiek te bereiken. In tijden van fysieke afstand en isolatie vond het festival op deze manier toch de aansluiting met zijn makers en met vertrouwd en nieuw publiek.

Facts & figures

Het online programma omvatte dertien verschillende formats waaronder streamings, podcasts, videoclips, brievenreeksen, masterclasses, (na)gesprekken, films en een online expositie. Van vierendertig makers en gezelschappen werd elf dagen lang werk getoond in zevenendertig programmaonderdelen. Het festival trok op basis van de Google Analytics-gegevens ruim 42.000 bezoekers naar de eigen website. De gebruikte streamingdienst YouTube telde ruim 100.000 views van de getoonde Holland Festivalprogramma’s.

Associate artist en festivalthema

Bill T. Jones schonk het festival het thema In pursuit of the we. Jones besteedde in zijn werk altijd al aandacht aan thema’s als ras, gender en (on-)gelijkheid, maar zijn blik verschoof gaandeweg van het individu naar het ‘wij’. In zijn geannuleerde voorstelling Deep Blue Sea zou Jones solo beginnen en eindigen met honderd dansers op het podium. Dit gegeven kwam terug in I know…, een digitaal ritueel van Jones in samenwerking met videokunstenaar Ruben Van Leer. Meer dan honderd ingezonden videoboodschappen over wat mensen ‘echt weten’ kwamen samen in een visueel mozaïek. Het festival produceerde ook The Problem, een videomontage over de ideeënwereld achter Deep Blue Sea. En Is there a we?, een gesprek tussen Jones en schrijver Ellen Ombre, beeldend kunstenaar Melanie Bonajo en activist/choreograaf Naomie Pieter onder leiding van presentator Ikenna Azuike. Schrijver en Jones-kenner Alessandra Nicifero stelde het interactieve portret How Can I Recognize You? samen, waarin Jones’ meer dan veertig jaar durende loopbaan in tekst, foto’s en videobeelden een digitale weergave kreeg. Tot slot gaf Jones voor het Holland Festival in samenwerking met De Nationale Opera een masterclass voor jonge muziektheatermakers.

Samen met Bill T. Jones ging het Holland Festival op zoek naar die “wij”. De wereldwijde pandemie en protesten in navolging van de dood van George Floyd maakten het festivalthema nog urgenter en actueler. Naar aanleiding van de voorstelling The Just & The Blind gingen spoken word-artiest Marc Bamuthi Joseph, componist en violist Daniel Bernard Roumain en choreograaf en danser Drew Dollaz tijdens een live streaming met elkaar en het publiek in gesprek over de actualiteit en over institutioneel racisme in de Verenigde Staten en elders.

Muzikale wereldpremières

Voor het project When Paths Meet – verschoven naar Holland Festival 2021 – werkt de wereldberoemde zanger, componist en muzikant Sami Yusuf samen met Cappella Amsterdam en het Amsterdams Andalusisch Orkest. Yusuf presenteerde speciaal voor Holland Festival 2.0-2.0 een nieuw nummer, het op afstand gerealiseerde ONE. Hij gebruikte Duitse teksten van de 13e-eeuwse christelijke metafysicus Meister Eckhart en Arabische teksten van Abu al-Hasan al-Shushtari, de 13e-eeuwse Andalusische mysticus en dichter. De teksten zijn thematisch verbonden: ze spreken van één zien, één weten, één liefde. ONE werd sinds zijn wereldpremière tijdens het online programma wereldwijd al meer dan 100.000 keer bekeken. Alicia Hall Moran bouwde vanuit haar huiskamer de voorstelling the motown project om tot een muziekvideo waarvoor al haar muzikanten hun partijen thuis opnamen. Cappella Amsterdam en het Orkest van de Achttiende Eeuw brachten met Bitter/Sweet een ode aan Frans Brüggen, oprichter van het orkest, maar eveneens aan Louis Andriessen, componist van het in de titel genoemde Sweet. Tijdens de opnames van het concert nam blokfluitiste Lucie Horsch de Nederlandse Muziekprijs in ontvangst uit handen van Minister Van Engelshoven.

Opvallende projecten

Het festival werkte mee aan een audioproject van de Schotse geluidskunstenaar Zoe Irvine in samenwerking met Bergen Nasjonale Opera, This Evening’s Performance Has Not Been Cancelled. Het publiek belde met medewerkers van diverse Europese operahuizen en festivals en sprak bij het Holland Festival over Rusalka van De Nationale Opera en The Murder of Halit Yozgat van Ben Frost en Staatstheater Hannover. Tijdens de repetities van The Murder of Halit Yozgat werd in juni een film gemaakt die als online streaming te zien was. Het festival nam deel aan het initiatief Festivals for Compassion waarin Thin Air, een nieuwe solocompositie van componist des vaderlands Calliope Tsoupaki te horen was, voor het festival uitgevoerd door gitarist Wiek Hijmans. Daarnaast was er werk te zien van Ho Tzu Nyen, Rokia Traoré, Snarky Puppy, Micha Hamel, BOG. en een registratie van Susanne Kennedy’s Drei Schwestern. Garin Nugroho’s film Memories of my body, de Indonesische Oscarinzending voor beste buitenlandse film in 2020, opende het online programma.

Luisteren en kijken

De Groene Amsterdammer maakte een podcastreeks voor het Holland Festival. Presentator Stephan Sanders sprak met kenners en critici over Alicia Hall Morans the motown project, Elaine Mitcheners The Vocal Classics of the Black Avant-Garde, Glory & Tears van het Collectief Love & Revenge, Jozef Wouters INFINI 1-16 en over de Afrikaans-Amerikaanse theatermaker Rufus Collins. Het enige programma waarvoor het publiek tickets kon kopen was Jem Finers Longplayer, een duizend jaar durende compositie voor klankschalen, waarvan elke bezoeker een fragment van een halfuur kon beluisteren in het torentje van het Amsterdamse Lloydhotel.

Het Holland Festival ziet deze editie als een proeftuin en onderzoekt of het nieuwe vormen voortzet in komende edities. Het festival heeft vierendertig makers een podium geboden, het heeft een nieuw, groot en jonger publiek bereikt en het heeft zijn online zichtbaarheid vergroot.

Nederland krijgt er een nieuwe, grote musicalproducent bij. Met een dik miljoen staatssteun.

© Twycer / www.twycer.nl

Ondersteun deze auteur

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

We wisten het al, maar nu is het officieel. MusicalMakers gaat naar de plek waarvoor Circus Elleboog geen geld meer had. Het in grote haast opgerichte musical-lab ‘MusicalMakers’ waarmee de VandenEnde Foundation voor het eigen theater (DeLaMar) 750.000 euro subsidie wist binnen te harken, aangevuld met de minimaal 500.000 euro die samenwerkingspartner Stichting ROSE in Den Haag en Amsterdam kreeg, bracht vandaag het persbericht naar buiten.

Avatar

Beste lezer!

Cultuurpers zoekt de verhalen op die je nergens anders leest. We graven dieper. We kunnen dat doen dankzij de steun van lezers zoals jij. Je donatie is meer dan welkom!
Doneer hier

Waardeer dit verhaal!

Alleen dankzij jouw donatie kunnen we de verhalen blijven vertellen die anders verdwijnen.
  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Wij wisten dat natuurlijk vorige week al, en gisteren bevestigde Joop van den Ende het ook in een interview met De Volkskrant: hij is niet tevreden over de kwaliteit van veel nieuw musicalaanbod, en wil dat zelf nieuw ontwikkelen, met zijn eigen mensen. Voor zijn eigen club.

Tegen Hein Janssen vertelt hij:  ‘We merkten dat het musicalaanbod qua niveau naar beneden ging. Vooral nieuw gemaakte producties vielen tegen. Dan reserveer je in DeLaMar dus drie maanden voor Mandela, en blijkt dat een heel slechte voorstelling te zijn. Of je zit met zoiets als ’t Schaep met 5 Pooten opgescheept. Waarom wordt dat in vredesnaam gemaakt? Maar goed, het ontwikkelen van nieuw repertoire is het moeilijkste wat er is, en zeer kostbaar. Daarom is het goed dat er nu zo’n productiehuis voor nieuwe en cultureel diverse musicals komt.’

MediaLane

Van den Ende laat in dat interview ook weten dat hij geen kaartjes meer hoeft te verkopen. Die last rust nu inderdaad op de schouder van dochter Iris, die met haar bedrijf MediaLane in de voetsporen van haar vader is getreden. Zij is op zoek naar kantoor- en repetitieruimte, en zal dus naar alle waarschijnlijkheid ook intrekken bij DeLaMa-West, net als Rose Stories, dat via meerdere subsidieaanvragen is toegetreden tot zowel de basisinfrastructuur van Amsterdam, als die van den Haag.

Daarmee ontstaat duidelijk iets meer dan een klein onafhankelijk ontwikkellaboratorium voor nieuwe musicals. Albert Verlinde, tussen wie en Joop van den Ende volgens laatstgenoemde een ‘kilte’ ontstond nadat Verlinde het bedrijf Stage Entertainment van Van den Ende overnam, heeft er dus een grote concurrent bijgekregen. Met staatssteun.

Dat de meest knuffelbare mecenas van Nederland, die vlak voor de verkoop van Stage Entertainment persoonlijk 300 miljoen euro uit het bedrijf wegsluisde nu een beroep doet op overheidssteun voor het ontwikkelen van nieuw repertoire voor hoofdzakelijk zijn eigen theaters, blijft curieus. Dat dit mede mogelijk is gemaakt door een Raad voor Cultuur waarin zijn langjarige vriend en ondergeschikte  Erwin van Lambaert een prominente stem heeft, wordt steeds opvallender.

Het Platform voor Freelance Musici in actie

Marjolein Niels en Mattijs van de Woerd

Ondersteun deze auteur

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

29 juni is een belangrijke dag voor de cultuur: de Tweede Kamer gaat dan in debat over de noodsteun aan de sector. Onze boodschap aan de politiek: “300 miljoen euro noodsteun die OCW voor de cultuursector beschikbaar heeft is bij lange na niet genoeg om de sector overeind te houden. Neem de motie van PvDA, GroenLinks en SP aan!”

In de aanloop naar het debat van 29 juni zet het Platform voor Freelance Musici samen met de Creatieve Coalitie zich in voor een betere positie van de makers met een drietal acties: Survey on Stage, Ode aan de Cultuur en de Rode Loper van de Afgelaste Voorstellingen. Alle acties richten zich net op een andere component. De survey zorgt ervoor dat er voldoende gegevens zijn om een goed debat te voeren, De Ode laat ziet hoe belangrijk het publiek cultuur vindt en de rode loper maakt inzichtelijk hoeveel podiumkunst verloren is gegaan.

Survey on Stage – een onderzoek naar de verborgen pijn van zzp’ers in de podiumkunsten.

Onder de naam ‘Survey on Stage’ hebben vertegenwoordigers uit de sector een enquête opgesteld om de gevolgen van de coronacrisis voor zzp’ers binnen de podiumkunsten inzichtelijker te maken. De verhalen onder makers en uitvoerders zijn alarmerend, maar harde cijfers ontbreken.

‘De Nederlandse podiumkunsten liggen goeddeels stil en niemand weet voor hoe lang’, schrijven initiatiefnemers Marjolein Niels en Mattijs van de Woerd (beiden beroepsmusici en lid van het Platform voor Freelance Musici). De impact op dansers, acteurs, musici, makers, technici en producten, veelal werkzaam als zzp’er, is naar verwachting groot. ‘Van klassieke muziek en jazz tot urban en dance, van toneel en cabaret tot ballet en musical, de zorgen zijn hetzelfde: financiële tekorten, ontoereikende steunmaatregelen en gebrek aan perspectief.’

Met vragen als ‘Wat is mijn terugval in inkomsten sinds maart?’, ‘Tot wanneer zijn opdrachten geannuleerd?’ en ‘In hoeverre ben ik geholpen met de steunmaatregelen voor zelfstandigen?’ moet de enquête meer duidelijkheid geven over de werk- en inkomstensituatie van zzp’ers. De resultaten kunnen politici en beleidsmakers input geven voor het cultuurdebat in de Tweede Kamer op 29 juni.

De enquête is opgesteld samen met het Platform voor Freelance Musici en krijgt steun van onder meer de belangenorganisaties Kunsten ’92, de Creatieve Coalitie en de Kunstenbond/Ntb en GroenLinks. De enquete is in te vullen tot 22 juni.

Ode aan de Cultuur challenge – #Reddecultuur

De ode ‘challenge’ richt zich op een zichtbare solidariteit in de sector en een verbintenis van het publiek met kunst en cultuur. De actie moet ruchtbaarheid geven aan de kunstsector in de aanloop van het debat op 29 juni.

Op dinsdag 19 mei spraken Ali B, Gijs Scholten van Aschat, Ann Demeester, Eric van Eerdenburg en Tinkebell met Lodewijk Asscher over de impact van de maatregelen tegen het coronavirus op kunst en cultuur in Nederland. Het idee is ontstaan voor een grote landelijke kunst- en cultuurchallenge waarbij kunstenaars, musici, makers en het publiek odes geven aan elkaar.

Op zondag 21 juni was de aftrap van deze challenge. Acteurs, dansers, rondleiders, musici, kunstenaars etc zetten onder de hashtags #reddecultuur en #odeaandecultuur hun ode online en nomineren vijf vrienden om ook een ode te brengen aan een maker, instelling, acteur etc. Het Platform voor Freelance Musici en de Creatieve Coalitie verwachten dat deze challenge zich als een inktvlek verspreidt en duidelijk maakt hoeveel cultuur gewaardeerd wordt. Deze actie is een samenwerking met de PvDA.

De Rode Loper van de Afgelaste Voorstellingen

Door de Corona-Crisis zijn er honderden voorstellingen afgelast. Om in een beeld samen te vatten hoeveel cultuur we hiermee missen is de Rode Loper van de Afgelaste Voorstellingen ontstaan.Kijk hier naar een filmpje van de initiatiefnemers. Op 29 juni zullen alle 42 leden van de Creatieve Coalitie iemand afvaardigen naar het Plein in Den Haag om de rode loper uit te rollen voor alle politici die deelnemen aan het debat. Het Platform voor Freelance Musici is uiteraard ook van de partij met een afvaardiging.

De loper wordt steeds langer en langer. We hopen dat de kamerleden zich realiseren dat ze de motie van de PvDA, GroenLinks en de SP, om 700 miljoen extra aan cultuur te besteden aan moeten nemen én dat dat geld niet alleen naar de instellingen moet gaan, maar direct beschikbaar moet worden gesteld aan de hard getroffen makers in de cultuur. Want de mensen op de vloer en op het podium merken helemaal niets of weinig van de huidige maatregelen.

Met deze drie acties hoopt het Platform voor Freelance Musici op verschillende manieren aandacht te genereren voor de kunstsector en roept ze zzp’ers op om voor maandagavond de enquête in te vullen en een ieder werkzaam in de sector of cultuurliefhebber om een ode te brengen.

…………………………………

Blijf op de hoogte via de Platform voor Freelance Musici-Facebookpagina, via onze nieuwsbrief, of via onze website

www.pvfm.nl

‘Samenleven met anderen is moeilijk.’ De Franse schrijfster Leïla Slimani over identiteit, wortels en het gevoel nergens bij te horen

Schrijfster Leïla Slimani

Ondersteun deze auteur

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Na de publicatie van sociaal-maatschappelijke boeken als In de tuin van het beest, Seks en leugens en de Prix Goncourt-winnende roman Een zachte hand groeide de Frans-Marokkaanse schrijfster Leïla Slimani (39) de afgelopen jaren uit tot een belangrijke stem in de Franse literatuur. Ze werd door president Macron benoemd tot ambassadeur van de Franse taal en cultuur en door het Amerikaanse tijdschrift Vanity Fair uitgeroepen tot de op een na meest invloedrijke Franse persoon van dit moment.

A Quattro Mani

Beste lezer!

Cultuurpers zoekt de verhalen op die je nergens anders leest. We graven dieper. We kunnen dat doen dankzij de steun van lezers zoals jij. Je donatie is meer dan welkom!
Doneer hier

Waardeer dit verhaal!

Alleen dankzij jouw donatie kunnen we de verhalen blijven vertellen die anders verdwijnen.
  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Met haar nieuwe roman Mathilde houdt de Française het dichter bij huis. Dit eerste deel van de trilogie Het land van anderen gaat over haar familiegeschiedenis. Na de Tweede Wereldoorlog wordt de Franse Mathilde, gebaseerd op Slimani’s grootmoeder, verliefd op Amine, een Marokkaanse officier in het Franse leger.  Mathilde en Amine vertrekken naar Marokko en vestigen zich op zijn familieboerderij in een klein dorpje in de omgeving van Rabat en krijgen een dochter, Aïcha, en zoon Selim. Tegen de achtergrond van de onafhankelijkheidsstrijd van Marokko ontwikkelt Mathilde zich tot plattelandsdokter.

Buitenstaander

Wat zette u aan tot het schrijven van deze persoonlijke en meer traditionele roman?

‘Mijn vorige boeken waren verhalen met een sterke hoofdpersoon die zich afspeelden in een stad als Parijs, in onze huidige tijd. Wrede boeken ook, en op een bepaalde manier klinisch en koud. Ik wilde een andere kant van mezelf laten zien, meer lyrisch en liefdevol. Bovenal wil ik met het schrijven van deze familiegeschiedenis ontdekken en begrijpen wie ik ben. Waarom ik me altijd een buitenstaander voel, een vreemde. Waarom ik iemand ben die nergens bij hoort. Die in het land van anderen leeft. Waar komt dat gevoel vandaan? Om dat te begrijpen moest ik terug naar mijn grootouders.’

Wat voor vrouw was uw grootmoeder?

‘Ik ben de kleindochter van een vrouw die tamelijk onafhankelijk was, heel modern voor haar tijd. Mijn grootmoeder – Mathilde in het boek – moest haar plek zien te vinden in een patriarchale en gewelddadige wereld, maar ook in haar familie en gemeenschap. Als meisje uit de Elzas behoorde ze niet tot de Marokkaanse gemeenschap van haar man, ze begreep zijn religie noch zijn taal. Ze had een moeilijker leven dan ik vooraf besefte. Maar ook voor mijn grootvader moet hun situatie ingewikkeld zijn geweest. Dat heeft me veel geleerd over liefde. Liefde vraagt om echt proberen te begrijpen wie de ander is. En het betekent ook dat je in een relatie in zekere zin afstand neemt van jezelf, van wie je bent.’

Uw oma verhuisde van Frankrijk naar Marokko en bewoog zich tussen twee culturen. U groeide op in Marokko en verhuisde om te studeren naar Frankrijk. Herkent u die verscheurdheid?

‘Een belangrijk verschil tussen mij en mijn oma is dat zij een heel sterke identiteit had. Ook al woonde ze in Marokko, leerde ze de taal en hield ze van het land en zijn inwoners, ze voelde zich duidelijk Elzasiaans. Zo’n duidelijke identiteit voel ik niet. Tussen haar generatie en die van mij is er sprake geweest van allerlei vermenging tussen culturen. Daardoor heb ik nooit het gevoel ervaren dat ik écht ergens bij hoor.’

Schrijfster Leïla Slimani groeide uit tot een van de toonaangevende stemmen in de Franse cultuur ©Catherine Hélie

Hoe komt dat? Zij nam haar Franse identiteit mee naar Marokko. Voor u werkte dat dus niet op dezelfde manier, u voelde zich geen Marokkaanse die deze identiteit meenam naar Frankrijk?

‘Dat zal duidelijk worden in deel twee van de trilogie, die over mijn moeder, mijn ouders gaat. Zij groeiden op in Marokko tijdens de kolonisatie. Ze waren Marokkaans, maar gingen naar een Franse school, leerden de Franse taal, de Franse normen en waarden, de Franse geschiedenis. Dus in hun eigen land werd hen de cultuur van een ander land bijgebracht. Dat leverde een complexe identiteit op, die zij weer doorgaven aan mijn zussen en mij. Mijn moeder was de eerste gynaecologe van Marokko, mijn vader was een hoge ambtenaar. Ze waren ruimdenkend en niet religieus en leerden ons dat vrijheid, democratie en gelijkheid tussen man en vrouw belangrijk waren. Daar ben ik ze dankbaar voor, maar tegelijkertijd leefden we daardoor ook in een eigen wereldje. Mijn leven was anders dan dat van de meeste Marokkaanse kinderen. Dat maakte me soms kwaad, omdat ik wilde zijn zoals mijn Marokkaanse vrienden, met hun religie en tradities en hun Marokkaanse gezinnen.

Mijn ontheemde gevoel is dus denk ik meer verbonden met mijn ouders dan met mijn grootouders. Het derde deel gaat over mijn generatie, met veel immigranten, in Frankrijk, de Verenigde Staten, Engeland of elders. Over de problematiek van de globalisering en immigratie, en het verlies van identiteit. In de wereld van vandaag beschouwen we het als iets goeds om veel te reizen, een kosmopoliet te zijn. Wortels zijn minder belangrijk dan voorheen. Mijn grootouders waren sterk gehecht aan hun land – letterlijk. Ze hadden een boerderij; voor hen was grond heel belangrijk. Terwijl ik het gevoel heb dat ik overal zou kunnen wonen.’

Welke invloed heeft dat gebrek aan wortels op uw bestaan?

‘Toen ik jonger was, voelde ik me vaak eenzaam en kon ik jaloers zijn op mensen die tot een gemeenschap of groep behoren. Maar aan de andere kant is het voor mij als schrijver juist een voordeel is om een buitenstaander zijn, en anderen en de wereld te kunnen observeren. Nu vind ik het gevoel een vreemdeling te zijn juist prettig. Het geeft ook vrijheid.’

Misschien u hoort toch wel bij een groep: generatiegenoten met datzelfde ontheemde gevoel.

‘In zekere zin wel, en daarom wil ik er ook over schijven, omdat meer mensen zich ermee zullen kunnen identificeren. Mensen die rondlopen met dezelfde vragen: waarom voel ik me nergens thuis? Waarom hoor ik nergens bij? Na de verschijning van het eerste deel heb ik veel brieven ontvangen van mensen die zeiden dat ze het verhaal van mijn familie herkennen en nu beter begrijpen waar ze vandaan komen.’

Leïla Slimani: ‘Ik heb het trauma dat ik van mijn moeder had geërfd, achter me kunnen laten.’ ©Catherine Hélie

Wat hebt u over uzelf ontdekt door uw familiegeschiedenis te ontrafelen?

‘Mijn uitgever wees me er ooit op dat in mijn eerste roman het woord ‘schaamte’ heel vaak voorkwam. Hij vroeg me waarom dat zo’n issue voor me was, maar daar wist ik destijds het antwoord niet op. Waarom schaamde ik mezelf zo vaak, of was ik bang voor het oordeel van anderen? Dat komt bij mijn moeder vandaan; bij het meisje dat arm was, uit een gemengd huwelijk was voortgekomen en dus van een gemengd ras was, dat werd uitgelachen om haar rare haar, om haar rare ouders. Dat trauma, die schaamte, heb ik van mijn moeder geërfd. Nu ik weet waar dat vandaan komt, heb ik dat kunnen afleggen en achter me kunnen laten. En niet alleen ik ben ervan bevrijd, mijn moeder ook. We hebben er veel over gepraat, en ik heb haar kunnen laten zien dat het voorbij is. Voor even waren onze rollen omgedraaid en kon ik haar vertellen dat ik begreep en herkende wat ze heeft meegemaakt en gevoeld, en hoe moeilijk dat is geweest. Mijn moeder is een bescheiden vrouw met een groot gevoel van waardigheid; ze zou zich nooit ergens over beklagen. Maar op een bepaalde manier heb ik heel goed begrepen waar ze vandaan is gekomen en wat het voor haar heeft betekend. Want toen ze Mathilde las en over zichzelf als klein meisje had gelezen, zei ze: ‘Ik heb je dit nooit verteld, maar toch heb je het begrepen’. Ik heb echt geprobeerd me in dat meisje te verplaatsen, dat meisje dat zich zo verloren voelde, dat trots was op haar ouders en niet begreep waarom haar huidskleur en krulhaar zo’n heikel punt was, waarom haar ouders vernederd werden. Voor een kind is het funest als zijn ouders worden vernederd, dat heeft een heel ingrijpende invloed. Ook dat wilde ik laten zien.’

Hebt u dat zelf ook meegemaakt?

‘Ja, ik weet wat het is. Vanwege een politieke kwestie verloor mijn vader zijn baan toen ik 13 was, hij mocht het huis niet uit, had geen paspoort. In een patriarchaal land als Marokko was dat nogal wat. Mensen spraken niet meer met hem. Op mijn twintigste werd mijn vader in de gevangenis gegooid vanwege een politieke kwestie. Toen hij onschuldig werd bevonden, was hij al gestorven. Voor een kind is de vernedering van zijn ouders zeer ingrijpend, en elk kind reageert daar anders op. Iemand kan bijvoorbeeld proberen de waardigheid van zijn ouders te herstellen door er alles aan te doen om te slagen in het leven. Om die reden wilde ik er denk ik ook over schrijven: om mijn moeder een vleugje trots en vreugde te geven.’

U had krachtige vrouwen als voorbeeld: uw grootmoeder was plattelandsdokter, uw moeder de eerste gynaecologe van Marokko.

‘Klopt, en mijn vader was ook feministisch. Onze ouders hielden ons voor dat we ambitieus moesten zijn en hard moesten werken. Studeren, studeren en nog eens studeren. Zodat we ons eigen geld zouden kunnen verdienen en niet afhankelijk zouden zijn van een echtgenoot. We konden worden wat we maar wilden als we maar wel zouden uitblinken. Dus als je clown wilde worden: prima. Maar dan wel de beste clown van de wereld. Ze geloofden in ons, en dat gaf veel vertrouwen en kracht. Natuurlijk gaf het ook druk, maar wel een goede vorm van druk. Je kinderen leren kansen te benutten is denk ik beter dan wanneer je ze leert dat het allemaal niet uitmaakt en ze middelmatigheid bijbrengt.’

Schrijfster Leïla Slimani: ‘We moeten proberen verdraagzaam te zin, begrip en respect te hebben, en compassie.’ ©Catherine Hélie

Wat kunnen we leren van dit verhaal?

‘Dat de wereld complex is en niet op te delen valt in goed of slecht, zwart of wit of meer van zulke simpele tegenstellingen. Het gaat erom dat we proberen de ander te begrijpen. Samenleven met anderen is moeilijk, of het nou in een land is, in een familie of in een relatie. Soms moet je met elkaar vechten, en bovenal moet je proberen verdraagzaam te zijn, begrip en respect te hebben, en compassie. Je hoort soms mensen zeggen dat culturen en nationaliteiten niet met elkaar moeten vermengen, dat we de zuiverheid van beschavingen moeten bewaren. Wie je daarin wil laten geloven, geeft een valse voorstelling van zaken. Dat is een ideologie die heel gevaarlijk is. De wereld is complex, de mens is complex. Literatuur laat die complexiteit zien en laat er licht op schijnen. Elk monster heeft ook goed in zich en elke engel heeft ook een duistere kant. Wil je weten wie iemand is, dan moet je vooral kijken naar wat iemand doet. We worden vooral gedefinieerd door onze daden, onze waarden, dat waar we in geloven en voor strijden. Wat zegt het feit dat op mijn paspoort staat dat ik Marokkaans en Frans ben over mij? Belangrijker is of je moedig of sterk bent, dat je moeder en geliefde bent.’

U hebt de afgelopen jaren veel invloed gekregen. Waar wilt u die voor aanwenden?

‘Vroeger geloofde ik niet in rolmodellen. Maar ik ben me gaan realiseren dat ik als klein meisje nooit boeken las of films keek met hoofdpersonen die op mij leken. Als ik een tijdschrift opensloeg stond daar nooit een vrouw in wie ik mijzelf herkende. Dus misschien is het wel zo dat als een meisje in Marokko, Algerije of Tunesië een boek van me leest of een tijdschrift openslaat en daarin mijn gezicht tegenkomt, beseft dat als een vrouw met zo’n gezicht als ik, met dit haar en deze huidskleur, met deze naam, het zover geschopt heeft, ook zíj kan worden wat ze maar wil. Dat zij daar recht op heeft.’

Goed om te weten Goed om te weten

Leïla Slimani, Mathilde; vertaling Gertrud Maes (deel 1 van de trilogie Het land van anderen) is verschenen bij Nieuw Amsterdam, € 22,99

Spaanse schrijver Carlos Ruiz Zafón (55) overleden. ‘Ik heb mezelf veel druk opgelegd.’

Carlos Ruiz Zafón ©David Ramos

Ondersteun deze auteur

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Met de miljoenenseller De schaduw van de wind, het eerste deel van het vierluik Het Kerkhof der Vergeten Boeken, vestigde Carlos Ruiz Zafón in één klap zijn naam als schrijver. Zijn roman Het labyrint der geesten, die eind 2017 verscheen, was het sluitstuk van een jarenlange krachtmeting met zichzelf. Niet lang daarna werd hij ziek; begin 2018 kreeg Zafón te horen dat darmkanker had. De Spaanse schrijver is 55 jaar geworden.

A Quattro Mani

Beste lezer!

Cultuurpers zoekt de verhalen op die je nergens anders leest. We graven dieper. We kunnen dat doen dankzij de steun van lezers zoals jij. Je donatie is meer dan welkom!
Doneer hier

Waardeer dit verhaal!

Alleen dankzij jouw donatie kunnen we de verhalen blijven vertellen die anders verdwijnen.
  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Ter nagedachtenis aan deze meeslepende verhalenverteller laten we hem nog éénmaal aan het woord over dat laatste boek.

Bijna 850 pagina’s telt Het labyrint der geesten, de nieuwe roman van Carlos Ruiz Zafón (1964). De vorige drie delen van Het Kerkhof der Vergeten Boeken waren ook geen dunnetjes, maar voor de afronding van zijn vierluik heeft Zafón niet op inkt en papier bezuinigd. Zo’n volle complexe roman in een paar regels samenvatten is onbegonnen werk, maar het boek draait om de vraag wat er met Mauricio Valls is gebeurd, de beruchte voormalige gevangenisdirecteur die het heeft geschopt tot minister en plotseling is verdwenen nadat hij meerdere dreigbrieven heeft ontvangen. Alicia Gris en Juan Manuel Vargas onderzoeken de zaak en dat brengt Alicia in contact met hoofdpersonen uit de eerdere delen, onder wie boekhandelaar Daniel Sempere en Fermín Romero de Torres.

Uiteraard is net als in de voorgaande romans ook in dit slotdeel een belangrijke rol weggelegd voor een boek, in dit geval Het labyrint der geesten van Victor Mataix. Op kunstige wijze weet Zafón alle draadjes op zijn tamelijk complexe weefgetouw met elkaar te vervlechten.

Het labyrint der geesten heeft drie jaar langer op zich laten wachten dan u had gedacht. Waarom?

‘Ik heb over geen van de boeken zo lang gedaan als over deze roman, het was verreweg ‘t moeilijkste deel om te schrijven. Soms moest ik een tijdje stoppen, en ik heb veel passages opnieuw geschreven. Ik denk altijd lang na voordat ik begin met schrijven, want de architectuur van deze romans is heel belangrijk en vraagt veel aandacht. Als ik eenmaal begin, neemt het schrijven en schaven meestal een jaar in beslag, ongeacht de omvang van het boek. Nu duurde het drie jaar.’

Voelde u bij dit laatste deel meer druk op uw schouders?

‘Ja, maar ik legde mezelf die druk op. Dit boek was immers het sluitstuk, dus de lezersverwachtingen, de spanningsopbouw – álle puzzelstukjes moesten kloppen. Het moest precies zo worden als ik in mijn hoofd had, daar kon ik geen concessies aan doen. Dus steeds als ik merkte dat iets niet helemaal klopte, moest ik terug om dat te veranderen, en dat had dan weer consequenties voor de rest, als de rimpelingen in het water.’

Wat heeft u bijvoorbeeld moeten veranderen?

‘Het belangrijkste personage in deze roman, Alicia Gris, was in mijn oorspronkelijke idee een man. Daar deugde niets van. Ik had weliswaar een lijstje van wat dat personage allemaal moest doen, maar het personage zelf kwam niet tot leven. Pas na een tijd besefte ik dat dit personage een vrouw moest zijn, een zeer specifieke vrouw. Toen viel het op z’n plaats.’

Carlos Ruiz Zafón ©David Ramos

Wat voor vrouw is Alicia?

‘Ik zie haar als een deel van mezelf. Mijn kleine duistere engel. De gruwelen van de oorlog hebben haar fysiek en geestelijk beschadigd en haar het leven ontnomen dat ze voor zich zag, wat haar ertoe heeft gedwongen iemand te worden die ze niet wil zijn. Dat levert een voortdurende innerlijke strijd op. Ze heeft een schild om zich heen gevormd, waarmee ze de buitenwereld bespeelt; soms is ze een femme fatale, soms een fragiel madammetje, dan weer een mysterieuze vrouw. Ze is het allemaal tegelijk en ook weer niet. Wat ze duidelijk wél is, is een wezen van licht en duisternis. Iemand zonder scrupules, met een tamelijk analytische en koude perceptie van de wereld. Ze wil een beter mens zijn, en verlost raken van haar pijn en razernij, het verlangen de wereld te gronde te richten.’

Waarin lijkt ze op u?

‘Mijn waarneming en manier van analyseren lijkt op die van haar. Ze is iemand met wie ik me zeer verwant voel. Te midden van alles wat ze bevecht, weet ze altijd wat ze moet doen en blijft ze trouw aan zichzelf. Eigenlijk zijn er drie personages die een deel van mij representeren: Alicia Gris; Julián Carax, de obscure schrijver uit het eerste deel en een soort gothic karikatuur van mijzelf, met mijn slechtste eigenschappen; en Fermín Romero de Torres, die mijn morele kompas en gevoel voor humor vertegenwoordigt.’

Met welke verhaallijn of personage heeft u het meest geworsteld?

‘Met alles! Ik ben een verhalenverteller. Dat betekent dat je een theaterstuk creëert, met licht en rook en spiegels, muziek en decors, kostuums, make-up, en dat je figuren heen en weer laat bewegen en tekst geeft. Voor mij is het vakmanschap van het vertellen belangrijker dan het verhaal op zich. Dus ik worstel met de hele constructie, met al die onderdelen die nodig zijn en die ik zo goed mogelijk probeer neer te zetten. In elk geval zo goed mogelijk als ik kan.’

Carlos Ruiz Zafón ©David Ramos

U heeft bijna twintig jaar aan deze tetralogie gewerkt, waarin zo veel verhaallijnen en tientallen personages een rol spelen. Hoe heeft u de regie daarover gehouden?

‘Vooraf heb ik tegen mezelf gezegd: dit werk wordt een complex geheel, met plots en subplots en nog meer subplots die zelf ook weer subplots hebben. Als een jongleur die tientallen ballen in de lucht houdt. Je kunt er steeds eentje bijnemen, tot je op het punt komt dat er een dreigt te gaan vallen. Mijn regel was: ik maak het zo complex als ik kan hanteren, zonder mijn toevlucht te moeten nemen tot aantekeningen. Ik heb gelukkig een goed geheugen. Ons brein is een machine en de ene machine kan dit, de andere dat. Dit is hoe mijn brein werkt. Ik hou van complexe dingen, van labyrinten.’

Wilt u de lezer uitdagen of vooral uzelf?

‘Vooral mezelf, denk ik. De lezer moet de illusie krijgen dat het simpel is, alsof je door kristalhelder water zwemt, en niet hoeven terugbladeren omdat hij iets niet begrijpt. Mijn doel is in de eerste plaats ervoor te zorgen dat de lezer zich goed vermaakt en zich helemaal in die wereld onderdompelt. Daartoe moet ik het op de best mogelijke, de meest verleidelijke en boeiendste manier vertellen. Als alles klopt, plant een verhaal gaandeweg kleine zaadjes in het hoofd van de lezer, die tot bloei komen als hij het boek uit heeft. Die onzichtbare zaadjes bieden andere perspectieven en ideeën, en zorgen ervoor dat hij anders naar dingen kijkt dan daarvoor. Dat is wat ik hoop te bewerkstelligen.’

Nu kopen:

Het labyrint der geesten is verschenen bij Signatuur, € 29,99

Festival Annecy 2020 – Zijn animatiefilms te wit?

Het panel Black Women in Animation (beeld: Anneliese Salgado)

Ondersteun deze auteur

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Is de animatiewereld te wit? Wie de opgewekte zwarte figuren op de poster van het animatiefestival van Annecy ziet, zou zeggen van niet. Maar dat posterbeeld slaat nog op de aandacht die het festival van plan was te geven aan animatiefilms van Afrikaanse makers. Nu het festival online is gegaan, is besloten om dit belangrijke onderdeel te verschuiven naar volgend jaar. Verstandig, want in een echte festivalentourage zal het ongetwijfeld beter tot zijn recht komen.

Leo Bankersen

Beste lezer!

Cultuurpers zoekt de verhalen op die je nergens anders leest. We graven dieper. We kunnen dat doen dankzij de steun van lezers zoals jij. Je donatie is meer dan welkom!
Doneer hier

Waardeer dit verhaal!

Alleen dankzij jouw donatie kunnen we de verhalen blijven vertellen die anders verdwijnen.
  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Dat neemt niet weg dat de vraag actueel is. Zeker nu de Black Lives Matter-beweging wereldwijd om zich heen grijpt. Het festival had al een virtuele ontmoeting met de Amerikaans-Iers-Canadese organisatie Women in Animation (WIA) op het programma staan. Waarop WIA besloot het niet alleen over vrouwen in de animatiebusiness te hebben, maar om ‘Black Women in Animation’ tot de opening van een viertal online-panels te maken.

Vrouwen zijn in deze tak van film nog niet sterk vertegenwoordigd. Slechts 3% van de animatieregisseurs is vrouw, zo rekende Annecy vorig jaar uit. Van de schrijvers is dat 9%. En dan hebben we het nog niet over zwarte vrouwen in de business, en in de films.

Festivalposter Annecy 2020

Want inderdaad, kijken we naar de twee competities voor lange animatiefilms op Annecy dan vinden we geen gekleurde hoofdpersoon, met uitzondering van een zwart katje, een grijs spookje, een jungle-aapje en een snoezig blauw buitenaards wezentje. Verbreden we de blik tot de bijfiguren dan laten het Saoedische sprookje The Knight and the Princess en de Chileense familiefilm Nahuel and the Magic Book een mix van meer kleuren zien, maar toch. Al kan je natuurlijk van mening verschillen over de vraag waar je Koreaanse of Japanse figuren indeelt. En allicht zal het ontbreken van lange animatiefilms uit de Verenigde Staten en Afrikaanse landen het beeld wat vertekenen.

Zwarte animatievrouwen

In het panel Black Women in Animation, dat nog tot 30 juni is terug te zien, laten vier optimistisch en zelfverzekerd ogende zwarte animatievrouwen hun licht over de kwestie schijnen. Wat zijn hun persoonlijke ervaringen, ook als kind, en is het belangrijk om meer zwarte helden en heldinnen in animatiefilms te hebben?

Misan Sagay is geboren in Nigeria, volgde een opleiding als arts en kwam bij toeval in de filmwereld terecht. Pas toen ze zes jaar was, en verhuisde naar Engeland, realiseerde ze zich dat ze zwart was. En was verbaasd over de vijandige bejegening die ze soms ondervond. Nu schrijft ze voor Netflix haar eerste animatiescript, gesitueerd in Afrika, met een jonge vrouw van kleur in een belangrijke rol.

Jade Branion besloot na tien jaar meewerken aan promo’s voor Oprah Winfrey, en na anderhalf jaar rond de wereld reizen, dat ze haar eigen stem als schrijver wilde laten horen.

Karen Rupert Toliver werd zich bewust van haar identiteit toen ze het enige zwarte kind op een privéschool in Dallas was. Inmiddels is ze als Executive Vice President bij Sony Animation in de positie om iets te kunnen betekenen.

Camille Eden, nu Vice President van de afdeling werving en talentontwikkeling bij Nickelodeon Animatie, ontdekte haar liefde voor animatie op de filmschool. Maar zag ook dat er nauwelijks kleurgenoten in die wereld waren.

Je voelt je onzichtbaar

Waarom zou je je juist in de animatiesector over deze kwestie druk moeten maken? Omdat, zo stelt het panel, animatiefilms heel vaak de eerste films zijn die kinderen te zien krijgen. Terugblikkend op hun eigen jeugd, weten ze hoe het voelt wanneer die verhalen zich afspelen in een andere wereld waarin ze zich niet herkennen. Een tamelijk rampzalige ervaring voor een kind, stelt Sagay. Gespreksleider Jamal Joseph, activist en filmprofessor aan de Universiteit van Columbia, vat het aldus samen: ‘Je ziet films met happy endings en helden die de wereld redden, maar jij hoort er niet bij.’ ‘Je voelt je eenzaam en onzichtbaar’, bevestigt Branion.

The Princess and the Frog

Eden weet nog hoe bijzonder ze het vond om met haar dochtertje naar de Disney-film The Princess and the Frog te gaan. Die zwarte prinses was de uitzondering die de regel bevestigt. Hulde voor Disney, maar wie volgt dit voorbeeld op?

De satire Dear White People (film en serie) laat zien dat er verandering is. Maar er moet nog steeds meer diversiteit komen, constateert Toliver. Dus niet alleen verhalen over witte redders. Maar ze is tegenwoordig niet meer bang ontslagen te worden als ze die kwestie ter sprake brengt. ‘De deur is opengegaan, nu moeten we talent zoeken en binnenhalen,’ is haar conclusie. Het is belangrijk dat er meer zwarte schrijvers en filmmakers komen die vanuit hun eigen ervaring werken. Sagay moet nog steeds hartelijk lachen wanneer ze zich de witte filmmaker herinnert die een verhaal met een zwarte hoofdpersoon wilde schrijven. Of ze hem niet een paar tips kon geven.

Ontnuchterende ervaring

En om dat nieuwe schrijftalent een kans te geven moet er meer gebeuren. Ook de studio’s en productieteams moeten meer divers worden. Want niet alleen Eden, maar ook de andere drie kennen de ontnuchterende ervaring de enige zwarte vrouw in het vertrek te zijn. Terwijl, dat weten ze, er zo veel talent is. Dat is ook de reden dat Eden het belangrijk vindt dat er niet alleen meer diversiteit in de verhalen komt, maar ook dat die talentvolle zwarte vrouwen gevonden worden. Netwerken en actief talent opsporen en binnenhalen is net zo belangrijk. Met name Toliver en Eden hebben dit tot hun missie gemaakt.

‘Niet opgeven nu’, is de bemoedigende aansporing voor hun beginnende collega’s waar het panel mee afsluit.

Goed om te weten Goed om te weten
Het animatiefestival Annecy, inclusief het WIA-panel, is nog t/m 30 juni via online.annecy.org te zien. Ga voor het panel naar de rubriek Cartes Blanches. Voor 15 euro koop je via de website een accreditatie die toegang geeft tot het hele festival.
6,219FansLike
1,686VolgersVolg
16,125VolgersVolg