Frascati en Plan Brabant gered dankzij gebaksvorkje Ingrid van Engelshoven #tkcultuur

Ondersteun deze auteur

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Je kunt het Coronavirus veel kwalijk nemen, maar het goede nieuws is dat er sinds een dik half jaar eindelijk serieus over kunst wordt gepraat in politiek Den Haag. Het debat over de cultuurbegroting 2020 en het kunstenplan 2020-2024 dat daarin is vastgelegd, verliep maandag 23 november opvallend levendig. Het leverde ook nog wat substantieels op.

Productiehuizen Frascati en Plan Brabant werden door de minister beloond voor hun degelijke werk om wegbezuiniging te voorkomen. Ze maakten een nieuw plan om samen een gat in het talentontwikkelingssysteem te vullen. Slim en vooral niet eerder vertoond. De minister gaat nu, zoals ze zei, ‘met een gebaksvorkje door de cultuurbegroting op zoek naar geld’ om de plannen ter waarde van 1,4 miljoen euro te kunnen honoreren.

Cherrypicking

Z’n redding op het laatste moment is niet heel uniek in de Nederlandse cultuurpolitiek. In dit geval was het wel goed om te merken dat eigenlijk iedereen – binnen de cultuursector en over de breedte van het politieke spectrum – ervoor was. Ook de VVD, die onder woordvoerder Zohair El Yassini het laatste jaar opvallend deskundig en mild is over de sector, al was die dan wel weer bang dat het cherrypicking – met of zonder gebaksvorkjes – wel erg bont zou worden. Hij kan gerust zijn: redding voor de twaalf instellingen die onder de zaaglijn vielen bij het Fonds Cultuurparticipatie gaat er niet van komen, ook al waren meerdere partijen genegen om er iets voor te gaan zoeken.

Een ander heikel punt waar nu iets aan gedaan wordt, is wat we eerder deze maand meldden: instellingen, vooral musea, die door hun gemeente gesteund werden door opschorting van de huur, zagen dat in mindering gebracht op hun noodsteun vanuit de overheid. Ingrid van Engelshoven heeft inmiddels met haar collega van Sociale Zaken geregeld dat die idiote regel verdwijnt. Het gaat ook op voor steun in de vorm van leningen door Cultuur+Ondernemen en andere rijksfondsen: die worden niet langer in de omzet meegerekend voor de bepaling van de hoogte van de NOW.

Kleine makers niet beter af

Gemeentes die het geboden geld voor cultuurredding besluiten te besteden aan het verlagen van de parkeertarieven zijn overigens vrij om dat te doen. ‘Zo werkt de democratie’, stelde de minister, ‘maar een wethouder die dat doet kan wel een telefoontje van mij verwachten.’ Wij wachten even af hoeveel wethouders daarvan terugschrikken.

Zelfstandige makers waren het andere agendapunt. Zij vallen met kun kleine kunstpraktijk nogal eens buiten de boot voor de grotere coronasteun, en in de vernieuwde TOZO telt het inkomen van partners en eigen spaargeld mee. Dat kost veel kleine ondernemers in de kunstsector veel geld. Velen zijn genoodzaakt zich te laten omscholen. Daar refereerde de minister opvallend vaak aan. Feitelijk betekent dat, dat kunstenaars die niet nu al ergens onder de douche staan van de trickle-downsteun die naar grotere instellingen gaat, het zelf  moeten uitzoeken. Met hun partner, of hun huis.

Deprimerend

Wat voor de kleine zelfstandige makers geldt, geldt voor meer dingen op de verlanglijsten van de sector. De kunstsector, en zeker ook de evenementensector moet gewoon net als iedereen in de rij staan voor steun. Ingrid van Engelshoven had geen enkele intentie om de cultuursector een uitzonderingsplek te geven, zoals dat onlangs wel in Duitsland is gebeurd. Dus: geen steun voor het nachtleven, maar mogelijk wel een keer goed kijken naar De Parade.

Over het verschil in behandeling tussen luchtvaart en cultuur, of bouwmarkten en cultuur, weinig hoopvols. Met het redden van Frascati en in ieder geval een Kamer die wel degelijk het belang van de sector inziet, is de meest deprimerende gebeurtenis van het jaar – het cultuurbegrotingsdebat – toch nog met een paar lichtpuntjes afgesloten.

Maar we gaan een heel erg zware tijd tegemoet.

Goed om te weten Goed om te weten
Wie alle tweets die we deze dag uitstuurden wil lezen: Dit is de hashtag. 

Do {not} touch: van kalme, dromerige afstand tot de drang om aan te raken in IDFA’s virtual reality

ferenj - Ainslee Robson

Ondersteun deze auteur

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Vandaag opent Het DocLab van IDFA, misschien wel mijn favoriete deel van het festival. Met een eigen competitie, opdrachten en expositie, is dit het domein van het digitale experiment. Voor deze editie bezocht ik de VR werken in de Tolhuistuin en wat ik zag was van een enorme verscheidenheid. Van trage essayistische documentaires (maar dan in 360 graden) tot een spel dat heel geschikt is voor kinderen: de selectie laat zien wat er mogelijk is aan nieuwe vertelvormen voor documentaires.

Bij toeval bevatte mijn eerste selectie uitsluitend werk van vrouwelijke makers. Ik had het daar niet op uitgekozen en het viel me pas achteraf op. Ik zocht 4 werken uit die de grootste verscheidenheid in vorm en inhoud beloofden. Daarin werd ik niet teleurgesteld. Neem bijvoorbeeld Cabinets of Wonder van Susanne Kim. Op het eerste gezicht is het een avonturenspel waarin je schatkisten mag openen en raadsels mag oplossen. De entree, een wonderkamer vol kinderspulletjes, lijkt op een traditioneel spel maar het geeft toegang tot mentale wereld van kinderen die buiten de maatschappij vallen. De animaties en spelletjes geven een lichte toon aan zware verhalen over autisme of racisme. Die speelsheid maakt het heel geschikt om met kinderen zware onderwerpen aan te kunnen snijden. En voor volwassenen is het een mooi gemaakt spel voor mensen die graag overal op willen kunnen klikken in een VR werk.

Zuurstokesthetiek

Ook geanimeerd, maar dan met een heel ander onderwerp is Corpus Misty van Aubrey Heichemer. In een zachte en spekjesroze wereld vertellen vrouwen over hun lichaam, seksualiteit en genderidentiteit. Is het nog baanbrekend om te melden dat je schrok toen je voor het eerst je vulva zag, voorgeprogrammeerd door porno-idealen? Of dat je graag je eigen genderidentiteit vormgeeft? Misschien niet, maar zo lang nog niet iedereen dat laatste zonder repercussies kan doen, moeten we maar blijven hameren.

De zachte wereld representeert de veilige binnenwereld waarin je openheid over jezelf kunt spreken. Het gebrek aan tactiele ervaring zit mij hier in de weg. Ik wil al die zachte roze en gele vormen ook echt aan kunnen raken en niet alleen vervormen met mijn controllers. Ik wil schuimrubber en plastic aanraken, zoetigheid ruiken. Voor mij gaat Corpus Misty net niet ver genoeg. Ik begrijp en onderschrijf wat Heichemer wil zeggen en waarom ze voor een zuurstofesthetiek gaat. Voor mij mag het allemaal net iets extremer, iets meer schuren.

De politiek van de desoriëntatie

Ik was onder de indruk van het prachtige Ferenj: a Graphic memoire in VR van Ainslee Robson. We vliegen rond in de herinneringen van Robson, een pointillistische wereld, gemaakt van gecrowdsourcede beelden die met  technologie uit de game-wereld een 3-D wereld vormen. De bolletjes vormen en vervormen zich, naarmate we dichterbij komen tot de schoolbus; het restaurant van haar ouders in Cleveland; en Addis Abeba waar ze gewoond heeft. En overal is ze een vreemde, een ferenj. Robson gebruikt daar zelf het concept liminaliteit voor: ambiguïteit of desoriëntatie, overgang van een toestand in een volgende. Het zit in haar identiteit en in het beeld: het beweegt constant, er is geen vaste grond, geen eenduidig idee van thuis.

Door de opbouw van de beelden kom je steeds net niet aan in een volgende toestand, dan vertroebelt het beeld al weer en verandert het in een nieuwe. Het weerspiegelt de impressionistische herinneringen in al hun vluchtigheid en veranderlijkheid. Het appelleert ook aan Robson biculturele achtergrond (Ethiopisch-Amerikaans) waarmee ze nergens even vanzelfsprekend thuis is als haar omgeving. De nostalgische Ethiopische muziek refereer aan de gouden periode van die muziek, maar ook aan de periode voor de dictatuur van Mengistu. In beeld, verhaal, muziek en concept is die ongrijpbaarheid, het net niet ergens aankomen heel sterk neergezet. Ga dit werk zien!

Bridge to Sovietopia – Marie Alice Wolfszahn

Kuifje in de USSR

Van geheel andere orde is het kalm observerende 360 werk Bridge to Sovietopia van Marie Alice Wolfszahn. Het is een lineair werk, we gaan in een langzame rijder door de geschiedenis van de Soviet-architectuur. En dus van de dromen, de ambities en de ondergang van een rijk. We glijden over de grootste schotelantenne van de Sovjetunie van het Instituut voor Ionosfeer. Een naam die rechtstreeks uit Kuifje afkomstig lijkt, en waar ze elektriciteitsstoten konden opwekken die krachtiger waren dan bliksem. Ook zoeven we door een megalomaan grote staalfabriek. En we komen aan in de vergane glorie van een theaterzaal die betere tijden heeft gehad. In de arbeiderswijk kwamen maar mooi de grootste sterren. In de vorm is dit de meest traditionele documentaire, het is volstrekt lineair, niet interactief, maar gewoon: mooi gemaakte film waarin de schaal van de architectuur voelbaar wordt door de 360 graden-technologie.

Het is opmerkelijk dat in alle 9 werken die te zien zijn, vragen worden gesteld over identiteit en plaats. Hoe beïnvloedt de plaats waar je woont wie je bent? In hoeverre kun je afwijken van een norm, zonder dat het ongemakkelijk of ongelukkig wordt? Wat hebben plaats, identiteit, en politiek met elkaar te maken? Het ene werk prikkelt meer dan het andere, maar in zijn totaliteit is het een sterke editie van de IDFA VR.

Goed om te weten Goed om te weten
Praktische informatie vind je hier

The Rolling Stones-Unzipped in het Groninger Museum: dynamisch, maar toch enigszins braaf eerbetoon

Ondersteun deze auteur

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

The Stones in de Stad. Met een lichte vertraging is het dan eindelijk zover, The Rolling Stones- Unzipped is eindelijk te bezichtigen in het Groninger Museum. Je kon er haast niet omheen, de gehele Groningse binnenstad lijkt soms een invasie te zijn van uitstekende tongen; de bands iconische logo. Tegen de verwachtingen in besloot het museum eerder dit jaar om de tentoonstelling toch door te laten gaan. Een enorm risico dat op het laatste moment verkeerd leek af te lopen. ‘You can’t always get what you want’ leek van toepassing, maar uiteindelijk lijkt het met een sisser af te lopen. Unzipped is een dynamisch en muzikaal, maar toch enigszins braaf eerbetoon aan een van de meest bekende en invloedrijke rockbands ter wereld.

Cultureel fenomeen

The Rolling Stones zijn meer dan muziek. Het is een uitermate succesvol en vooraanstaand merk, dat verweven is met diverse elementen van/in de populaire cultuur. Zelfs als de huidige jonge generatie soms geen idee heeft wie Mick Jagger of Keith Richards is. Hoewel ‘vroeger was alles beter’ soms als een cliché kan overkomen, is het zeker van toepassing op het huidige muziekklimaat. Tegenwoordig hebben veel artiesten en nummers een kortere levensduur, liedjes wordt gerecycled met een andere beat eronder. Computers, autotune. Een tsunami aan nummers die niet of nauwelijks blijven hangen. In tegenstelling tot het muzikale erfgoed van de jaren ’50 tot en met ‘80. The Rolling Stones hebben daarin een essentiële rol gespeeld. Mijn ringtone is niet voor niets Paint it Black.

Het jaar 2023 markeert hun 60-jarige jubileum. Echter, zij zijn ook klein begonnen. Dat lijkt de tentoonstelling duidelijk te willen maken, wanneer je binnenstapt in de reconstructie van hun kleine en smerige 102 Edith Grove flat. Denk daarbij aan een gemiddeld studentenhuis. Het is niet een letterlijke weergave, maar gebaseerd op ‘idyllische’ herinneringen.

Audio (en) visueel

Het Groninger Museum legt gelukkig ook voldoende focus op het auditieve aspect; niet alleen word je als bezoeker getrakteerd op de diverse Stonesnummers, met als hoogtepunt het concert op Cuba in 2016, maar ook komen er fragmenten voorbij van der bandleden zelf en (populaire) culturele boegbeelden zoals regisseur Martin Scorsese. Het is nooit geheel stil in de zalen en dat hoort ook zo bij een rock-’n-roll tentoonstelling. De expositie geeft je de mogelijkheid om een eigen ‘sound’ maken; de bezoeker kan hiervoor sporen van de huidige vier bandleden gebruiken. Ook is er een reconstructie van een studio te vinden met originele instrumenten en beelden van de Stones ‘at work’.

Naast de overdaad aan kostuums—de poppen staan helaas niet in originele poses zoals bij David Bowie—en het ruime aanbod aan instrumenten, waar gitaarliefhebbers van kunnen genieten, was ik erg onder de indruk van de foto’s en (cover) art zoals posters en albumhoezen. Een reis door het (recente) verleden plus een kijkje in de totstandkoming van legendarische beelden en kunst door iconen als Andy Warhol en Alexander McQueen. The Rolling Stones hebben niet alleen grenzen verlegd op het gebied van muziek en dat laat Unzipped zien. Replica’s van podiummaquettes vond ik ook interessant, want voor de concertbezoeker is het (lege) podium toch de eerste indruk, het visitekaartje, van de show en artiest.

Beetje braaf

De Rolling Stones, bijna zes decennia rock-’n-roll. Daar hoort seks, drugs, drank en drama bij en als je de verhalen mag geloven —Keith Richards, Ronnie Wood— ging het er heftig aan toe. Helaas is hier niets van te merken in de tentoonstelling. Mick Jagger merkte op, met betrekking tot de kostuums, dat het niet alleen om de muziek ging, maar ook om imago en dat is hier ook te merken. Het is misschien te extreem om het ‘whitewashing’ te noemen. Ik persoonlijk had wel referenties of informatie gewild over de wat roerige periodes. Bijvoorbeeld van Sympathy For The Devil en de creatie van een rebels en enigszins duister imago, want zoals mijn ouders altijd zeiden: “Je was fan van of The Beatles of The Rolling Stones.”

Ook de bladzijden uit Keith Richards’ dagboek zijn braaf. Vooral gezien zijn drank-en-drugs levensstijl. Elementen die de tentoonstelling meer een ‘edge’ en wat meer inzicht hadden kunnen geven ontbreken: de invloed van Marianne Faithfull, de dood van Brian Jones de tragische dood van een fan door de handen van een Hells Angel tijdens het Altamont Free Concert in 1969 en what about Bill Wyman om maar wat te noemen. Wel worden de chaotische beelden van rondvliegend meubilair tijdens het Kurhaus concert getoond.

Het is een tentoonstelling opgedeeld in thema’s en het vormt daardoor geen verhaal, in tegenstelling tot bijvoorbeeld de David Bowie expositie. Voor een The Rolling Stones ‘waarom en hoe’ ben je bij Unzipped aan het verkeerde adres. Het draait om de vier huidige bandleden, Bill Wymans memorabilia zijn ook niet te zien.

Muziek ervaren zoals het hoort

Zoals al eerder genoemd, de concertervaring aan het einde van de tentoonstelling is genieten. Vooral in een tijd waarin we het al enige tijd hebben moeten doen zonder concerten en festivals. Zuiver geluid en beelden op diverse schermen van het 2016 concert op Cuba vanuit diverse perspectieven. Dynamisch!

Goed om te weten Goed om te weten

The Rolling Stones- Unzipped is te zien tot en met 28 februari 2021

Harriët Stroet is magistraal tegenover ‘padman’ Ruut Weissman

Harriët Stroet - beeld NTR

Ondersteun deze auteur

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Voor seksuele intimidatie kun je excuses zoeken: ‘ik was jong…het was een andere tijd.’ Je kunt spijt betuigen: ‘Dit had ik nooit mogen doen, ik heb jonge mensen voorgoed beschadigd.’ Je kunt ook de confrontatie met jezelf aangaan. In het openbaar? Ja, Ruut Weismann durfde het aan, in een schitterend rollenspel over een onderzoek naar littekens, bedacht door Judith de Leeuw en prachtig in evenwicht gehouden door actrice Harriët Stroet.

Weissman was van 1986 tot 2016 artistiek directeur van de Amsterdamse Toneelschool & Kleinkunstacademie. In 2015 schreef de Volkskrant dat Weissman in zijn eerste jaren als baas drie keer een relatie had met een studente. In de #MeToo golf kwamen daar aantijgingen van intimiderende opmerkingen en gretige handjes bij. Dat laatste ontkent Weissman.

Judith de Leeuw (1981) bedacht een documentaire waarin ze Weismann een monoloog voor toneel laat regisseren waarin Harriët Stroet (1966) verhaalt over de ervaringen met, en gevolgen van de relatie als 18-jarige actrice met een toen 29-jarige toneeldocent. Met Ruut Weissman. De hoofdpersoon brengen 9stories en NTR een intrigerend schouwspel van 80 minuten op de buis over de wording van een voorstelling is die is opgevoerd in DeLamar, maar vooral ten behoeve van de documentaire.

Vlezige bullebak

Het gaat om de aanloop naar de voorstelling die zich voornamelijk afspeelt in het Franse landhuis van Weissman. De alfaman zal de tekst wel eens even aanpassen, want de beschuldigingen aan zijn adres – regisseur en Weissman vallen uiteraard samen – deugen niet. Hij intimideert De Leeuw, valt een keer ongehoord woedend uit, vloekt en tiert en is tussendoor voortdurend (vr)etend in beeld met z’n opzichtige buik boven een kniebroek en vlezige onderbenen.

De tekst is ‘bezijden de waarheid’ en ‘moet terug naar de snijtafel’, want Weissman ‘herkent zich niet’ in de beschuldigingen, waarvan we steeds gedeelten zien en vooral horen uit de voorstelling die Stroet heeft gespeeld; passages die afdoende weergeven hoe de jonge actrice in de val liep/verliefd werd onder verkeerde machtsverhoudingen en de schade die daar nog lang het gevolg van was.

Weissman in de docu: ‘Het was geen masterplan, het gebeurde gewoon….Ik vind mijzelf geen vieze man. Dat zijn keiharde woorden.’ Maar hij geeft wel grif toe dat, terugkijkend, de machtsrelaties ongezond waren. Hij kon zich dat permitteren, bijvoorbeeld ook studenten meenemen naar Parijs, daar het ‘blitzerige’ mannetje uithangen. ‘Ik denk dat de grote fout was dat zij kwam om het leven te leren en ik dat verwarde met dat ze mij wilde.’

Rien au tragique

TV-recensent Artjen Fortuin oordeelde in NRC: ‘Maar over deze film heeft hij de regie niet.’ En zijn ex-collega Herien Wensink in een prachtige recensie in de Volkskrant: ‘De kijker kan niet anders dan concluderen: Weissman is een tamelijk onmogelijke man…Handige p.r. is het allerminst.’.

Niet anders concluderen? Geen regie? Onhandige p.r.? Dat weet ik zo net nog niet. Weismann lijkt me een te briljante en intelligente regisseur om zich in een avontuur te storten dat hem voorgoed kan breken. Een alfa-manneke, een groot ego, het was bekend. En kon zijn tengels niet van jonge vrouwen afhouden.

In zijn onheuse aanvallen op roept Weissman meermalen: ‘Il faut tout prendre au sérieux, mais rien au tragique.’ (Aldolphe Thiers) en ook: ‘We zijn allemaal beschadigd. Nadrukkelijk betitelt Weissman zich als ‘De Dikke Jood’, wat doet denken aan Ischa Meijer, aan Jules Croiset zelfs. Onhebbelijk gedrag van getormenteerde mannenkinderen, het zij zo, maar niet zonder oorzaak. Een foto in het landhuis toont het gezin van de moeder van Weissman: ‘Allemaal vergast behalve m’n moeder.’ En Ruut wilde, en moest z’n moeder de zin van haar overleven bewijzen. Weissman probeert natuurlijk met een gebrek aan zelfkennis zijn gedrag en houding te vergoelijken, maar zoekt geen sympathie, wel een verklaring en begrip.

Dus werkt hij aan het begin van de docu welwillend mee aan het uitspreken van het doel van dit verhaal, en aan het eind ook aan de schuldbelijdenis. Voor beide uitingen horen we De Leeuw hem de woorden in de mond leggen. Dit Christelijke einde kwam potsierlijk over, en als het geen ironie was, vind ik dat een te zwak slot van deze prachtige documentaire.

Die voor mij wordt gedragen door het magistrale spel van Harriët Stroet. Ze bereikt een fraai evenwicht tussen beschuldiging en begrip, laat zich geen moment van de wijs brengen door liederlijk gedrag van Weissman, toont haar gepaste genegenheid en respect, hem onderwijl zacht maar beslist beledigend als onverbeterlijke ‘padman’, en kiest nooit openlijk partij voor hem of De Leeuw. Dankzij Stroet drinkt Weissman de beker tot op de bodem leeg. En zo bezorgen ze samen De Leeuw haar meesterwerk…

Renzo Martens over White Cube: ‘Het Stedelijk moet vanaf nu het hele aankoopbudget aan kunst van plantagearbeiders besteden.’

Beeld uit White Cube van Renzo Martens (beeld: Cinema Delicatessen)

Ondersteun deze auteur

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Het is ongetwijfeld een van de meest vervreemdende beelden die we tijdens de 33ste editie van het documentairefestival IDFA te zien zullen krijgen. Dat strakke, spierwitte, kubusvormige gebouw dat als een UFO in het Congolese binnenland lijkt te zijn neergedaald. Een ontregelende blikvanger in de enige Nederlandse film in de internationale competitie: White Cube.

Het is de nieuwe film van Renzo Martens, die in 2008 IDFA al eens mocht openen met het ongemakkelijke Enjoy Poverty. Daarin houdt hij straatarme Congolezen voor dat er geld te verdienen valt aan foto’s van hun ellende. Nu gaan plantagearbeiders sculpturen boetseren voor westerse kunstliefhebbers.

Veel documentairemakers zweren bij het pure kijken en vastleggen. Zie bijvoorbeeld de indrukwekkende getuigenissen van de inheemse Ayoreo in Nothing But the Sun uit Paraguay, waarmee IDFA 2020 opent. Martens pakt het met White Cube, met koloniale uitbuiting als vergelijkbare achtergrond, heel anders aan. Hij zet zelf de beroering in gang die het onderwerp van zijn film wordt.

Kunst

In White Cube zien we hoe Martens, na het fiasco van het fotografieproject in Enjoy Poverty, weer terugkeert naar Congo. Met nieuwe plannen om dit keer het leven van ernstig uitgebuite plantagearbeiders te verbeteren. Dus, moet ik hem nu een filmmaker of een activist noemen, wil ik weten als ik hem spreek over de telefoon.

Renzo Martens (foto: Max Pinckers)

“Ik ben een kunstenaar die films maakt over echte projecten in de werkelijkheid. Het is een kunstproject dat voor andere mensen misschien een beetje activistisch is, maar dat is alleen maar omdat ik serieus neem wat kunst kan doen.”

Kan kunst ook iets doen voor die mensen in Congo?

“Kunst doet altijd iets voor mensen, en als kunstenaar kan je beslissen waar en voor wie het wat kan betekenen. Als je mooie schilderijen maakt en je hebt het geluk dat het Stedelijk ze ophangt, dan weet je precies wie daarvan gaat genieten. Dat is prima, maar ik vind dat kunst ook kan gaan over hoe de wereld in elkaar zit. Dan wil ik ervoor zorgen dat niet alleen min of meer rijke mensen in welvarende gebieden iets hebben aan die kunst. Omdat ons kunstbedrijf indirect is meebetaald door mensen die heel arm zijn, moet het voor die arme mensen ook wat mooier, leuker of beter worden. Gewoon een level playing field.”

Terug naar Congo

Je bent nu ruim vijftien jaar actief in Congo. Hoe ben je daar aanvankelijk verzeild geraakt?

“In 2004 ben ik voor het eerst naar Congo gegaan. Daarvoor had ik in Tsjetsjenië Episode 1 gemaakt. In Congo wilde ik uitvergroten wat ik in Tsjetsjenië had geprobeerd, namelijk de machtsverhouding laten zien tussen mensen die kijken en mensen die bekeken worden. Tussen kijkers en de mensen waarover films worden gemaakt. Mensen die in de ellende zitten en daar uit willen komen, en hopen dat gefilmd worden daarbij helpt.”

“Die machtsverhouding wilde ik portretteren, en Congo leek me gewoon de beste plek om dat te doen. Het is zo’n beetje het lastigste land ter wereld, met een lange geschiedenis van uitbuiting, oorlog en ziektes. Er hangt een enorm symbolisch gewicht aan dat land.”

Met zijn eerste Congo-film, Enjoy Poverty, drukt Martens ons met de neus op het feit dat het westerse fotografen zijn die verdienen aan de ellende daar. Niet de Congolezen zelf. In White Cube verwijst hij naar het ongemak dat hem bekroop toen hij zich realiseerde dat hijzelf ook een aantal jaar goed had geprofiteerd van het succes van Enjoy Poverty.

Profiteren van armoede

In het begin van White Cube zegt hij zelfs: ‘Ik heb mijn hele leven geprofiteerd van armoede en ongelijkheid.’ Dat klinkt alsof het niet alleen over Enjoy Poverty gaat.

“Dat klopt. De soja die we onze varkens voeren, de kleren die we dragen, de hagelslag op je boterham, het wordt geproduceerd door mensen met een veel lagere levensstandaard dan in Nederland. We drijven op de arbeid van mensen die heel erg weinig betaald krijgen.”

Het is inderdaad tamelijk schokkend wanneer in White Cube een arbeider op een oliepalmplantage vertelt dat hij één dollar per dag verdient.

“En de vrouwen krijgen de helft. Allemaal onder het toeziend oog van de heer Polman, CEO van Unilever. [van 2009 tot 2019, LB] Human Rights Watch heeft een vernietigend rapport geschreven over de arbeidscondities op die plantages: A Dirty Investment.”

Kritische kunst

Maar waarom die uitgebuite arbeiders lastig vallen met een kunstproject?

“Daar zijn een paar redenen voor. Om te beginnen: ik weet wel iets van kunst, maar niet van waterputten en ook niet precies hoe je de arbeidsomstandigheden zou kunnen verbeteren. Ik zeg niet dat een kunstproject de beste oplossing is. Veel beter is de lonen verhogen. Misschien kunnen andere mensen Unilever voor het gerecht dagen, maar ik kan dat niet.”

“Maar ik heb zelf mogen vaststellen dat als je kritische kunst maakt, bijvoorbeeld over ongelijkheid, zoals Enjoy Poverty, dat daar een vraag naar is. Er zijn tentoonstellingen met kunst over oorlog en armoede. Het is gewoon een goed onderwerp. Dus ik dacht, als die plantagearbeiders niet kunnen leven van plantagearbeid, misschien kunnen ze dan wel leven van kritische kunst over plantagearbeid. Ik ben er zelf een sprekend voorbeeld van.”

Het eerste project dat Martens in White Cube onderneemt, met een kunstconferentie en workshops op een oliepalmplantage in Boteka, loopt uit op een fiasco. Nadat ze een mail stuurde over een vermeend geweldsincident met machetes en speren trekt de plantage (een toeleverancier van Unilever) de stekker eruit.

“Ik was doodsbenauwd. De volgende stap is dat het leger erbij wordt gehaald, en voor je het weet heb je een zogenaamde etnische oorlog. Die plantage dacht in het begin waarschijnlijk dat ik daar gewoon wat leuke kunstdingen kwam doen, en dat was ook zo.”

“Maar die plantagearbeiders hadden toch een groter doel dan kunst maken. Ze wilden het land terug dat hun ontstolen is. Ze zagen het als een mogelijkheid om die agenda zichtbaar te maken. Het bedrijf vreesde dat dat voor hen wel eens een probleem zou kunnen worden.”

‘Best art of the year’

Nieuwe kunst in Lusanga (beeld:  Cinema Delicatessen)

Meer succes heeft Martens twee jaar daarna in Lusanga, op het terrein van een verlaten Unilever-plantage. De mensen daar zijn vrij. Ze proberen zelfvoorzienend te zijn en willen de uitgemergelde grond weer vruchtbaar maken. Martens start er een intrigerend project. Door voormalige plantagewerkers geboetseerde sculpturen worden gekopieerd in chocola en verkocht aan westerse kunstliefhebbers. Een expositie in New York van dit expressieve werk krijgt in de New York Times veel lof: ‘Best art of the year.’

Land terugkopen

Met de opbrengst van de chocolade-sculpturen hebben de mensen in Lusanga al 65 hectare grond kunnen terugkopen voor hun post-plantage project.

Inmiddels is daar ook de door architecten van OMA ontworpen White Cube verrezen, als toekomstig museum en activiteitencentrum.

De White Cube in aanbouw (beeld: Cinema Delicatessen)

Dat bizarre contrast tussen die spierwitte kunsttempel en de voormalige plantage, was dat opzet?

“Het contrasteert wel met die oude plantage, maar dat is alleen maar de buitenkant. Onze musea zijn allemaal betaald door plantagearbeid.”

Zo memoreert Martens in White Cube dat het hem bij een vertoning van zijn film Enjoy Poverty in een Londense galerie opviel dat hij overal de logo’s zag van Unilever als kunstsponsor.

“Daarbij komt dat uit die regio alle kunst is weggehaald, gestolen, door het koloniale regime en door allerlei tussenhandelaren. Niks is natuurlijker dan dat we wat terugzetten.”

“Kort samengevat draait het White Cube-project erom dat de voormalige plantagearbeiders land kunnen terugkopen met de opbrengst van hun kunst. Zodat ze er ecologische voedselbossen kunnen starten waar ze zelf van kunnen leven. Het museum staat daar als een soort symbool van deze hele operatie.”

Kring van kunstenaars

Een belangrijke rol bij dat alles speelt het Cercle d’Art des Travailleurs de Plantation Congolaise (CATPC). Opgericht door de Congolese milieuactivist René Ngongo samen met de kersverse kunstenaars van Lusanga, waaronder Matthieu Kasiama. In de film komen zij en hun gedrevenheid ook steeds meer voorop te staan.

“Ja, hun aandeel is het belangrijkste. Als ik zeg: ‘Laten we daar een museum bouwen is dat misschien een grapje. Maar als zij zeggen laten we een museum bouwen om het land terug te kopen, dan wordt het interessant.”

“Mijn rol is dus minder belangrijk”, merkt Martens daarbij op.

“En wat er moet gebeuren nu dat museum er staat, is dat hun weggestolen kunst terug moet. Dat museum daar creëert een soort level playing field, zodat ook plantagearbeiders kunnen deelnemen aan die debatten.”

Er zijn veel meer plantages die teruggekocht moeten worden. Je kan niet overal een White Cube neerzetten.

“En niet alleen in Congo. Nee, ik denk dat er veel meer moet gebeuren. Bedrijven en musea moeten herstelbetalingen gaan doen voor al het geld dat daar weggezogen is. Niet alleen kunst terugsturen. Ik denk dat het Stedelijk vanaf nu hun gehele aankoopbudget aan kunst van plantagearbeiders moet besteden. En met dat geld kunnen plantagearbeiders hun land terugkopen. De White Cube is een aanzet voor een veel bredere herijking van de waardeketen van kunst.”

Kritiek, urgentie en talent

Is er veel artistiek talent onder de plantagearbeiders?

Volmondig: “Ja!”

Kunstenaars van het CATPC (beeld: Cinema Delicatessen)

“Het heeft mij ontzettend verrast. Dat het zo snel en gemakkelijk ging. Maar het hoeft je ook niet zo veel te verbazen. Onze etnografische musea liggen vol met bewijzen dat die mensen, in ieder geval een paar generaties terug, ontzettend getalenteerd waren. Vroeger waren er in elk dorp mensen die kunst maakten. Nu gaan ze het opnieuw doen.”

Er is ook wel kritiek geweest op Martens’ activiteiten daar. Is het toch weer de westerse witte man die, gesteund door allerlei fondsen, daar laat zien hoe het allemaal moet. Met goede bedoelingen weliswaar, maar toch.

“Ja, die kritiek is er zeker en die omarm ik ook. De film begint ook met een scène waarin Matthieu Kasiama opmerkt dat hij in mij aanvankelijk de teruggekeerde Unilever-oprichter William Lever zag.”

“Dit gezegd zijnde, de macht ligt weliswaar nog steeds in de boardrooms in Londen, maar de urgentie en het talent ligt bij plantagearbeiders in Congo. We hebben er ontzettend veel bij te winnen om ons oor te luisteren te leggen en eerlijk te gaan delen. Hun kunst te zien. Ik denk dat de film toont: als een witte man in zijn eentje gaat bepalen hoe het moet gaat het echt helemaal mis. Dat zie je in het begin gebeuren in de film. Je moet het echt niet aan iemand als mij overlaten, dan gaat het mis.”

“Maar als plantagearbeiders, of mensen als Matthieu Kasiama en René Ngongo simpelweg de mogelijkheid hebben om te communiceren met de rest van de wereld, dan gaan er heel veel dingen heel goed. Zij delen met mij en ik met hen, dat is alles.”

Startklaar

“De White Cube staat nu klaar om te beginnen. In 2017 is er al een soort symbolisch evenement geweest, met de CATPC en mensen uit Nederland, België, Duitsland, Frankrijk en Amerika. Maar vooral uit Congo en andere Afrikaanse landen. Nu is het wachten op wat er allemaal gaat gebeuren. Op 21 november wordt de documentaire White Cube er vertoond.”

Waarbij Martens benadrukt: “De tentoonstellingen, debatten en programma’s zijn vooral bedoeld voor de plantagearbeiders. In Kinshasa en andere grote steden is er al een infrastructuur met veel getalenteerde kunstenaars. Maar op de plantages komt nooit een kunstcurator langs, terwijl ook daar veel talent is.”

Terugkomend op zijn film: “Ik hoop vooral dat White Cube inspireert. Dat het mensen aanzet om het samen gewoon goed te maken, er een mooie, liefdevolle inclusieve wereld van te maken. Dat is helemaal niet zo moeilijk. Je hoeft zelf ook niet heel arm te worden. Gewoon mogelijkheden delen en uitwisselen, dan komt het allemaal goed.”

Is het voorstelbaar dat een volgende film hierover een Congolese maker heeft?

“Natuurlijk, er zijn fantastische Congolese filmmakers. Vorig jaar ging de prijs voor de beste korte documentaire op IDFA naar Up at Night van de Congolese regisseur Nelson Makengo.”

Goed om te weten Goed om te weten

White Cube gaat op 21 november gelijktijdig in première op IDFA in Amsterdam, en in Lusanga, DR Congo. Op 23 november is White Cube (met nagesprek) te zien bij de VPRO. Vanaf 26 november draait de film in de bioscopen. Ook te zien via picl.nl.

IDFA vindt plaats van 18 november t/m 6 december, in Amsterdam en online, en in 44 filmtheaters door het land.

TivoliVredenburg heropent: Utrechts muziekpodium hervat succesformule Walk The Line en bevestigt nieuwe programmering

Foto: Ben Houdijk

Ondersteun deze auteur

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Na een sluiting van twee weken kondigt TivoliVredenburg 100 nieuwe edities van de ‘coronaproof’ concertreeks Walk The Line aan in de maanden november, december en januari. Walk The Line is een unieke tour langs vier zalen in het Utrechtse muziekgebouw. De nieuwe bevestigingen zijn goed voor honderden speelbeurten voor artiesten uit alle muziekgenres.

Tijdens het coronaproof concept Walk The Line beleven groepen van dertig bezoekers een twee uur lang durende tour door het gebouw. Zij zien onderweg drie tot vier concerten in diverse zalen, en worden daartussen rondgeleid door het personeel. Op het programma staan muzikanten, dichters, bands en ensembles van eigen bodem, die bij Walk The Line weer voor live publiek kunnen optreden. Bij een deel van de edities wordt vooraf bekendgemaakt welke artiesten het podium betreden, bij een ander deel blijft dit een verrassing.

Algemeen directeur Jeroen Bartelse: ‘De afgelopen twee weken was het pijnlijk stil, dus het is heel fijn dat we vanaf donderdag weer open mogen. We kunnen onze bezoekers veilig ontvangen. Dat we nu weer programma’s kunnen organiseren, ook al is het op kleine schaal, is mooi nieuws voor al die artiesten, bezoekers en ons personeel.’

In totaal zijn gisteravond 100 verschillende tours bekendgemaakt. Er zijn tot negen tours per dag, verspreid over de middag en de avond. Alle informatie is te vinden op www.tivolivredenburg.nl/walktheline. Daar start op vrijdag 20 november om 10.00 uur de kaartverkoop voor de verrassingstours. Ook gaat TivoliVredenburg via Studio TivoliVredenburg door met aanbieden van online programma’s en diverse livestreams.

Zaterdag 28 november & zondag 29 november

Walk The Line: Verrassingstours

Zondag 29 november

Walk The Line: My First Festival

Zaterdag 5 december

Walk The Line: Verrassingstours

Zondag 6 december

Walk The Line: Sunday jazz

Donderdag 17 december

Walk The Line: Pieces of Tomorrow

Dinsdag 22 december

Walk The Line: Indie

Zaterdag 26 december

Walk The Line: Electronic

Dinsdag 29 december

Walk The Line: Verrassingstours

Zondag 30 december

Walk The Line: My First Festival

Zaterdag 2 & zondag 3 januari

Walk The Line: Ramblin’ Roots

Zaterdag 9 & zondag 10 januari

Walk The Line: Verrassingstours

Alles Moet Eerst Verkeerd

Ondersteun deze auteur

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.


Ik begon met uitzendwerk in een tijd dat je enigszins de lullo was als je studeerde of net gestudeerd had, omdat de corpsballenimitatie van Jiskefet zo ongekend populair was. Een gangbare begroeting onder vaste medewerkers die leuk wilden zijn was dan ook ‘Hé lul! Geneukt?’ Wie erachter kwam dat ik gedichten schreef, voegde daar meestal aan toe: ‘Hoe gaat het met je bóek, man?’

Wat in het gelach bij de koffie meestal verloren ging was de nuance dat ik niks met het verenigingsleven had. Ik bevond me in kringen van overwegend vrouwelijke, holebi-georiënteerde letterenstudenten, en voelde me enigszins weggezet als een studententype dat ik niet was.

Ongeveer vijfentwintig jaar na dato besef ik dat er meer inzat dan ik durf toe te geven. Ik behoorde tot de verrassend grote club van studenten bij wie je vanzelf aanspoelt als je nergens bij wilt horen. Dat is net zo goed een vereniging met mores en codes, maar dat zag ik pas later. Nog later ontdekte ik dat de meeste mensen uiteindelijk veranderen in wat ze nooit zouden worden. In de sectoren waar de alternatievelingen van toen nu werken wordt genetwerkt, geborreld en geregeld met een nepotisme, gretigheid en vakkundigheid waar ze bij corpora nog wat van kunnen leren.

Zelf was ik eenzaam, wanhopig en totaal niet van zins om af te studeren, terwijl dat toch wel snel moest gebeuren, toen ik me aanmeldde als uitzendkracht op de postkamer van de toenmalige verzekeringsmaatschappij AMEV (Wat stond voor ‘Alles Moet Eerst Verkeerd’, zoals het personeel me uitlegde). Elke middag sorteerde ik poststukken, werk dat je in principe kon doen als je tot tien kon tellen. De postafdeling was zo gezellig dat ik ondanks mezelf opbloeide. Elke ochtend aan mijn scriptie werken en elke middag post sorteren, duizenden brieven machinaal dichtplakken en pakketten maken, bleek de perfecte combinatie.

En zo veranderde een van de meest ongelukkige periodes in mijn bestaan in een min of meer ordelijk leven, waarin ik uiteindelijk de moed op kon brengen om af te studeren en alles te gaan doen waar ik al die tijd zo belachelijk bang voor was geweest.

PLEIN THEATER presenteert van 25 t/m 28 november De week van Karina Holla

Foto Eddy Wenting en Paulina Matusiak

Ondersteun deze auteur

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

“Karina Holla maakte niet alleen een indrukwekkend oeuvre aan fysieke en beeldende voorstellingen waarvoor zij diverse prijzen ontving, waaronder de Theo d’Or in 2018, ook was zij een belangrijke bouwsteen in het theater en inspireerde zij een hele generatie theatermakers.” – Directeur Berith Danse

Daarom presenteert het PLEIN THEATER van 25 t/m 28 november De Week van Karina Holla: Een verdieping op de voorstelling Oorlogsvrouwen en een ode aan het werk van de Nederlandse mimespeelster, actrice, choreografe en regisseuse Karina Holla en haar betekenis voor het theater.
Een verdieping op de voorstelling Oorlogsvrouwen en een ode aan het werk van de Nederlandse mimespeelster, actrice, choreografe en regisseuse Karina Holla en haar betekenis voor het theater.

Oorlogsvrouwen

Dit seizoen maakte Karina Holla de voorstelling Oorlogsvrouwen, waarin zij oorlogsverhalen speelt en vertelt van jonge Russische vrouwen die in 1941 de oorlog ingingen om tegen Hitler te vechten. De verhalen komen uit De oorlog heeft geen vrouwengezicht (1988), een boek van de Wit-Russische schrijfster en onderzoeksjournaliste Svetlana Alexijevitsj, die in 2015 de Nobelprijs voor de Literatuur kreeg. Zij interviewde driehonderd Russische vrouwen over hun ervaringen in de Tweede Wereldoorlog. Vrouwen, vaak meisjes nog, die in 1941 de oorlog ingingen om hun land tegen Hitler te verdedigen. Partizanen, piloten van gevechtsvliegtuigen, mecaniciens en scherpschutters.

In plaats van bruiden werden ze soldaten. Ze vochten net als de mannen, geweer en bajonet in de aanslag. De vrouwen dragen geweren die soms groter zijn dan zijzelf of alsof het geweer een pop is. Ze werden gevangengenomen, gefolterd en gedood. Geconfronteerd met grote wreedheid bleven ze moedig en onverzettelijk. Vrouwen die vier jaar lang geen vrouw mochten zijn.

Lang werd er gezwegen. Wat zij meemaakten aan het front was te gruwelijk. Maar ze zijn het niet vergeten. Karina Holla vertelt hun verhaal. Het verhaal van onvoorstelbaar sterke vrouwen in onvoorstelbare omstandigheden.

Media over Oorlogsvrouwen:

“Karina Holla Glorieert als krachtige oorlogsvrouw” – Theaterkrant
“Rustig vertelt theatermaker Karina Holla de gruwelijke korte verhalen die hoop en weerbaarheid ademen” – Volkskrant ★★★★
Oorlogsvrouwen bij de beste drie theaterervaringen volgens de theatercritici – Theaterkrant

Programma De week van Karina Holla | PLEIN THEATER

Naast het presenteren van de voorstelling Oorlogsvrouwen organiseert het PLEIN THEATER in samenwerking met Karina Holla rondom elke voorstelling een verdiepend programma.

  • Woensdag 25 november 20:30 | Oorlogsvrouwen – Karina Holla
  • Naprogramma: Interview door Andrea van Pol met regisseur Mette Bouhuijs en spelers Karina Holla, Roman Brasser en Rowan Kievits. Het interview wordt ook live gestreamed op de homepage van www.plein-theater.nl
  • Donderdag 26 november 20:30 | Oorlogsvrouwen – Karina Holla
  • + Nagesprek met het publiek en spelers Karina Holla, Roman Brasser en Rowan Kievits, geleid door directeur Berith Danse.
  • Vrijdag 27 november 20:30 | Oorlogsvrouwen – Karina Holla
  • + Nagesprek met het publiek en spelers Karina Holla, Roman Brasser en Rowan Kievits, geleid door directeur Berith Danse.
  • Zaterdag 28 november 20:30 | Oorlogsvrouwen – Karina Holla
  • Naprogramma:
  • Cello – Anne Sophie Fransen
  • Gedichten – Paul van der Laan
  • Zang – Marie Körbl
  • Locatie: PLEIN THEATER | Sajetplein 39

Meer informatie en tickets: www.plein-theater.nl

1 januari 2021 – NBE Nieuwjaarsconcert in Het Concertgebouw: anders dan anders

Ondersteun deze auteur

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Het traditionele Nieuwjaarsconcert van het Nederlands Blazers Ensemble (NBE) in Het Concertgebouw op vrijdag 1 januari 2021 gaat er totaal anders uitzien dan alle voorgaande edities. Omdat het op dit moment niet duidelijk is of, dan wel hoeveel, bezoekers Het Concertgebouw vanwege de RIVM maatregelen mag toelaten, is de moeilijke beslissing genomen het Nieuwjaarsconcert helemaal zonder publiek te spelen. BNNVARA zal natuurlijk wel het bijzondere concert uitzenden op 1 januari om 19:00 uur op NPO1.

Een grote tegenvaller voor zowel het NBE als het trouwe publiek, maar flexibel en inventief als het NBE is, heeft zij deze enorme teleurstelling onmiddellijk omgedraaid in een unieke kans: zonder publiek kunnen de blazers met hun Nieuwjaarsconcert afwijken van de standaard opstelling voor een concert in Het Concertgebouw. Er zijn mogelijkheden waar  voorheen nooit sprake van was: de blazers gaan deze gretig aangrijpen om de ongeëvenaarde, unieke en uit duizenden herkenbare NBE klanken op een nieuwe manier te presenteren. Voor het eerst in de geschiedenis van Het Concertgebouw en het NBE zal het Nieuwjaarsconcert niet alleen plaatsvinden op het podium, maar ook in de zaal en in ruimtes voor en achter de schermen.

Al deze spannende locaties, elk met hun eigen karakter en sfeer, vormen tijdens het concert het verrassende decor waardoor de kijker een heel nieuwe en bijzondere ervaring te wachten staat.

BNNVARA maakt de opnames van dit uitzonderlijke spektakel en zendt het Nieuwjaarsconcert uit op 1 januari om 19.00 uur op NPO 1. Het programma van die avond blijft tot vlak voor de uitzending een verrassing, maar het NBE zal haar reputatie als grensverleggend, origineel en verbindend meer dan ooit tevoren waarmaken.

Wat wel al vaststaat zijn de optredens samen met het NBE van de winnaars van de compositiewedstrijd voor jong talent.

Thema dit jaar is ‘Sta op!’, de winnaars van de voorrondeconcerten maken zich inmiddels op voor de halve finales eind november, waarna de finale in december volgt. Op de NBE website zijn alle optredens van de winnaars van de voorrondeconcerten te zien: nbe.nl/nieuws

Tandeloos cultuurdebat biedt weinig nieuwe inzichten

Zohair el Yassini (screenshot debat)

Ondersteun deze auteur

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Donderdagochtend 12 november gingen de woordvoerders cultuur van Christen Unie, VVD, D’66 en Groen Links met elkaar in gesprek over cultuur. Sprankelend werd het door LKCA  (Landelijk Kennisinstituut Cultuureducatie en Amateurkunst) Kunsten ’92, het Fonds voor Cultuurparticipatie en de Boekmanstichting georganiseerde debat echter geen moment. Dat was niet alleen te wijten aan het ontbreken van oppositiepartijen SP en PvdA, maar ook aan de gekozen vorm.

Bij drie thema’s werden vier mogelijke oplossingen geboden die de woordvoerders moesten ‘ranken’. Maar cultuurbeleid is geen Ranking the stars en vaak is het niet kiezen tussen de verschillende oplossingen, maar dragen ze samen bij aan een beter cultuurbeleid.

18e eeuw

Dat bleek gelijk bij het eerste thema: ‘diversiteit en inclusie’. Niemand zal stellen dat de overheid zich helemaal niet met diversiteit en inclusie moet bemoeien, zelfs Zohair El Yassini (VVD) niet. “Iedereen mag naar binnen, maar niet iedereen moet altijd naar binnen.” Hij krijgt bijval van Carla Faber (CU): “Diversiteit is soms ook teveel een doel op zich geworden” waarbij zij de kritiek op het Orkest van de 18e eeuw als voorbeeld geeft.

Een misleidend voorbeeld, want dit orkest kreeg geen negatief subsidieadvies omdat het te weinig divers is, maar vooral omdat de artistieke plannen niet goed genoeg waren. Maar vanzelfsprekend haakt El Yassini hier gretig op in: “Het is onzinnig dat organisaties en instellingen gestraft worden omdat ze niet divers genoeg zijn. Vertegenwoordiging en inclusie heeft niets te maken met etniciteit.”

Gelaagd

Corinne Ellemeet (Groen Links) nuanceert nog “Mensen zijn gelaagd en je wilt die gelaagdheid terug zien in de culturele sector”, maar tot een inhoudelijk gesprek over concrete plannen om dit doel te verwezenlijken komt het niet, want meteen gaat het over de disbalans in subsidiegelden tussen de Randstad en de rest van het land. ChristenUnie wil daar verandering in aanbrengen. Ook voor de VVD is regionale spreiding cruciaal en volkscultuur is daarbij een belangrijk onderdeel, al heeft  El Yassini even niet paraat of dit nog in het verkiezingsprogramma van de VVD staat (het staat erin). De belangrijke constatering van Corinne Ellemeet (Groen Links) dat er simpelweg te weinig geld naar cultuur gaat, sneeuwt onder.

Ook het tweede thema, ‘maatschappelijke opgaven’, levert weinig op. Faber wil kunst en cultuur bij alle maatschappelijke vraagstukken betrekken en geeft het werk van Daan Roosegaarde als voorbeeld. Ellemeet vindt de arbeidsmarktpositie van makers het belangrijkst: kunst is een volwaardig vak en moet als zodanig beloond worden. De inmiddels aangeschoven Salima Belhaj (D’66) Belhaj waarschuwt voor functionalisme van de kunst: “Prachtig als je kunst overal kunt inzetten, maar kunst hoeft niet per se zijn functionaliteit aantonen” en benadrukt het belang van cultuureducatie.

Halbe

Wanneer El Yassini gevraagd wordt of hij spijt heeft van Halbe Zijlstra (dat heeft hij uiteraard niet) lijkt het debat feller te worden, maar snel schakelt gespreksleider Roderik van Grieken over naar het laatste thema, ‘gelijke kansen’. Moet er meer geld naar cultuureducatie, of moeten er meer vakleerkrachten komen en welke rol spelen gemeenten daarbij? Ellemeet en Belhaj willen cultuur meer verankeren in het curriculum. Er zijn te grote verschillen tussen scholen onderling. Faber benadrukt andermaal regionale spreiding. “Als je onderwijs en de cultuursector met elkaar wilt verbinden, moet die sector er ook in elke regio zijn.”

Hoe dit te realiseren? Dat blijft onduidelijk. Zoals eigenlijk alles in dit debat. En zo kan El Yassini twee minuten praten over het viraal gegane filmpje van een ballerina met Alzheimer, maar wordt niet bevraagd over de wens van zijn partij dat provincies en gemeenten het bedrag van de rijksoverheid moeten aanvullen. Evenmin wordt gesproken over het voorstel van D’66 om het hele cultuurbestel te hervormen.

Een gemiste kans, want de verschillen tussen de cultuurplannen van de verschillende partijen zijn wel degelijk groot.

Museumvereniging slaat alarm: Tien musea dreigen binnen half jaar te sluiten, uitvoering noodsteun moet beter

Nikolai Karaneschev, CC BY 3.0 , via Wikimedia Commons

Ondersteun deze auteur

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

De steun die culturele organisaties ontvangen van de regering lijkt ruimhartig, maar we kunnen daar enige nuancering in aanbrengen. Als een gemeente namelijk noodsteun geeft aan een museum, wordt steun vervolgens verrekend met de landelijke regeling voor ondernemingen (NOW). Daardoor komt de steun niet ten goede aan het museum, maar aan het rijk. Gevolg is dat sommige musea zelfs slechter af dan zonder die gemeentelijke steun.

De Museumvereniging luidt vandaag daarover de noodklok. Zeker tien musea dreigen voor de jaarwisseling om te vallen. Dat blijkt uit een enquête die vandaag wordt gepubliceerd.

Vastgoed rules

Een van de problemen is vastgoedm aldus de Museumvereniging: ‘wanneer gemeentes belastingen aan musea kwijtschelden of als een gemeente de huur verlaagt van een pand waarin een culturele organisatie gevestigd is: ook die goedbedoelde tegemoetkomingen worden verrekend met de NOW.’ Waardoor de huur via de vestzak van de een toch weer in de broekzak van de ander (of was het de een?)  terecht komt.

Dit is ironisch. Bijna alle subsidies die gemeenten verlenen aan kunstinstellingen, zijn subsidies waarin een groot deel van het geld bedoeld is om de huur te betalen aan diezelfde gemeente.  De afdeling culturele zaken subsidieert niet alleen kunst, maar ook de afdeling vastgoed van diezelfde gemeente. Nu alles problematisch wordt, vanwege corona, komt aan het licht hoe idioot die situatie is. Zelfs de steun die bedoeld is om de musea te redden, komt niet bij die musea terecht.

Geld echt voor cultuur

De oplossing? Lastig, omdat cultuur geen kerntaak is van gemeenten. Daardoor mogen ze het geld dat voor cultuur bedoeld is, ook aan andere zaken besteden. Dit najaar zegde OCW 150 miljoen toe voor het Gemeentefonds, als onderdeel van een steunpakket van in totaal 482 miljoen. Deze constructie, zo stelt de Museumvereniging,  heeft alleen zin als dit geld daadwerkelijk concreet geoormerkt wordt voor cultuur, zodat het niet aan andere zaken mag worden besteed. De Museumvereniging pleit er daarom voor dat die 150 miljoen in een brede doeluitkering in het Gemeentefonds aan de kerngemeenten wordt toegekend, zoals eerder gebruikelijk was met de beeldende kunstregeling.

Wat hier eigenlijk staat is: geef het geld aan de kunst en het erfgoed, en niet aan de infrastructuur die we eromheen gebouwd hebben. Misschien is dit een oproep om dat hele systeem van subsidies waarmee huren betaald worden waarmee projectontwikkelaars hun toekomst zeker stellen eens nader te bekijken.

Wij kijken mee.

Thea Beckmanprijswinnares Martine Letterie: de vrouw die sneller schrijft dan haar schaduw

Ondersteun deze auteur

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

In 25 jaar tijd schreef Martine Letterie een kleine bibliotheek aan jeugdboeken bij elkaar: maar liefst 120 titels in alle leeftijdscategorieën verschenen er al van haar hand. Onlangs won ze met Verboden te vliegen de Thea Beckmanprijs 2020.

 Afgelopen maand, tijdens de Kinderboekenweek, was het weer een gekkenhuis. Martine Letterie, die in december 62 wordt, racete het land door voor scholenbezoek. Nu doet ze dat het hele jaar rond, gemiddeld tweemaal in de week. Maar in de Kinderboekenweek is het natuurlijk extra druk. Even uitblazen dus, al zal dat niet meevallen voor een vrouw die sneller schrijft dan haar schaduw.

Honderdtwintig boeken, wat een onvoorstelbare productiviteit.

‘Ja, maar daar zitten ook AVI-startboekjes bij voor kinderen die gaan leren lezen, hoor. In het begin schreef ik er heel veel, nu nog maar heel af en toe. Ik schrijf voor alle leeftijden, maar met de nadruk op de middenbouw, groep 5 tot en met 8 en het voortgezet onderwijs. Mensen vragen me weleens hoe ik weet welk verhaal voor welke leeftijd is. Kennelijk heb ik daar intuïtie voor en voel ik goed aan wat een kind weet en ervaart op een bepaalde leeftijd. Maar waar ik dat precies vandaan haal, weet ik niet.’

Verboden te vliegen is een prachtig geïllustreerd oorlogsverhaal over een gezin met duiven, die in beslag genomen dreigen te worden door de Duitsers. Hoe kwam je op dat idee?

‘Rick de Haas, mijn vaste illustrator en ook een goede vriend, heeft een huisje in Frankrijk. In de zomer gaan mijn man en ik, als we ergens gaan kamperen, vaak ook een paar dagen bij Rick langs. Afgelopen zomer waren Ricks zus en een vriendin van haar die we nog niet kenden, er ook. Die vriendin vertelde over haar jeugd in de jaren vijftig, in een gezin met elf kinderen in een Brabants dorpje. Eens per jaar was daar duivenfeest, vertelde ze. Dan aten ze duivenkroketten, duivensoep, duivenragout. Rick en ik kregen het idee om een soort prentenboek te maken over een duif die hoort dat dat duivenfeest eraan komt en denkt “o, leuk!” en dan langzamerhand ontdekt dat dat helemaal niet zo leuk is. Mijn uitgeverij vroeg of mijn nieuwe boek over de Tweede Wereldoorlog kon gaan. Toen ik ging lezen, ontdekte ik allemaal fantastische dingen over duiven in de Tweede Wereldoorlog.’

Martine Letterie en Rick de Haas ©Sake Elzinga

Wat was je meest bijzondere ontdekking?

‘De duidelijke en bizarre parallel tussen de duiven en de jodenvervolging: ook duiven werden op lijsten gezet en afgevoerd en kwamen niet meer terug. Het contrast met de duif als symbool voor vrede en vrijheid is dan wel heel wrang en mooi. Er was ook een lijst met ‘dappere duiven’, omdat ze tijdens de oorlog boodschappen overbrachten tussen geallieerde troepen – dat verzín je zelf toch niet? Altijd als je historisch onderzoek doet, ontdek je zulke opmerkelijke verhalen.’

Geschiedenis

Waarom schrijf je graag historische boeken voor kinderen, en wat is het belang ervan?

‘Ik denk dat kinderen veel kunnen leren van de geschiedenis. Als mensen zich er meer van bewust zijn, gaan ze ook anders kijken naar het nu. Veel mensen weten bijvoorbeeld niet meer dat toen tijdens de Tweede Wereldoorlog de joden uit Duitsland op de vlucht sloegen, de rest van Europa de grenzen sloot. Daar hebben we het niet meer over, maar ook nu hebben we daar weer mee te maken als het gaat vluchtelingen. Als je die geschiedenis kent, verandert en nuanceert dat je beeld van de huidige tijd. Dan weet je bijvoorbeeld dat vluchtelingenproblematiek van alle tijden is, en dat er in de zeventiende eeuw meer immigranten woonden in Nederland dan mensen van eigen bodem.’

©Rick de Haas

Je werd al vaker genomineerd voor de Thea Beckmanprijs. Hoe is het om nu ook daadwerkelijk gewonnen te hebben?

‘Wat ik eigenlijk net zo leuk vind als het winnen van de prijs zelf, is dat de Thea Beckmanprijs gewicht heeft gekregen. Bij de eerste nominatie ging het er heel anders aan toe dan nu. We zaten in een klein zaaltje in het Archeon op kleuterbankjes. Inmiddels is het een feestelijke uitreiking en merk je dat de prijs is uitgegroeid tot een serieuze onderscheiding met betekenis.

Ik heb alle historische romans van Thea Beckman gelezen. Hasse Simonsdochter was mijn lievelingsboek, omdat ik haar een van Beckmans meest geloofwaardige personages vind en omdat het onder meer in mijn eigen omgeving speelt, in Zutphen. Een van de eerste stukken die ik schreef was een artikel in de Zutphense krant over wat je van het boek kon terugvinden in de stad. In die tijd was ik nog juf Nederlands op het Stedelijk Lyceum en ging ik met leerlingen van mijn school bijvoorbeeld naar de herberg in de Rodetorenstraat.’

©Rick de Haas

Jeugdboeken

Is elk onderwerp geschikt te maken voor een jeugdboek?

‘Dat denk ik wel, en ook voor elke leeftijd. Het vraagt alleen om keuzes maken in wat je vertelt en hoe je dat doet. Je moet heel dicht bij het perspectief van een kind te blijven en ook niet alles in één keer vertellen.’

Wat is het belangrijkste bij het schrijven van een goed jeugdboek?

‘Een goede balans tussen de informatie en je verhaal. Dat is een grote valkuil voor beginnende historische kinderboekenschrijvers, en dat begrijp ik als geen ander: tijdens je research stuit je op zoveel leuke dingen, en die wil je dan eigenlijk kwijt allemaal in je verhaal.’

Had jij zelf jeugdhelden eigenlijk? Of een boek dat je heeft veranderd?

‘Ja, ik kende Alleen op de wereld van Hector Malot uit mijn hoofd. Ik vond het zo’n prachtig verhaal. Het boek dat nog van mijn vader is geweest en waaruit hij me voorlas, is me nog heel dierbaar en daarom heb ik het laten restaureren. Laatst heb ik het weer eens uit de kast gehaald, omdat ik vernomen had dat Malot het schreef om kinderen Frankrijk te laten leren kennen. Ik las het opnieuw met de kaart van Frankrijk in de hand, en dat was weer zo anders en leuk.’

En toen je ouder was?

‘Op mijn zestiende hield ik heel veel van Couperus. Eline Vere heb ik wel vier keer gelezen. Thomas Hardy vond ik ook fantastisch – ja, ik hield toen ook al van historische settings.’

Geen onderscheid

Liefde voor verhalen begint bij kinderen. Het vreemde is: volwassenen vinden dat kinderen meer moeten lezen. Tegelijk nemen we jeugdliteratuur nauwelijks serieus en besteden kranten en tijdschriften er maar heel weinig aandacht aan.

‘ja, dat klopt. In de media wordt er wel aandacht besteed aan auteurs voor volwassenen, maar niet aan jeugdboekenschrijvers. Veel jeugdboeken zijn ook prachtige boeken voor volwassenen, maar dat wordt over het hoofd gezien. We vinden het vanzelfsprekend dat je als volwassene dat soort boeken niet leest, maar waarom eigenlijk niet? Collegaschrijver Sjoerd Kuyper zei ooit  – en dat vind ik een zeer goede uitspraak – dat die indeling verkeerd is: je zou geen onderscheid moeten maken tussen volwassenenliteratuur en kinderboeken. Ja, natuurlijk zijn er wel boeken voor de kleintjes. Maar wat we doorgaans ‘jeugdboeken’ noemen, is eigenlijk literatuur voor alle leeftijden.’

Goed om te weten Goed om te weten

Verboden te vliegen en ander werk van Martine Letterie en Rick de Haas is verschenen bij Leopold.

 

Niet langer de vreemde eend in de bijt: Ryanne van Dorst over haar ontwapenende programma Nachtdieren

Presentator Ryanne van Dorst ©Nancy Andeweg

Ondersteun deze auteur

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Om 8 uur ’s avonds een biertje drinken, oké, maar een nachtelijk interview, nee, dat zag Ryanne van Dorst, presentator van het programma Nachtdieren, niet zo zitten. Sinds corona is ze zelf eigenlijk niet meer zo’n nachtmens, vertelt ze, in het Rotterdamse café bij haar om de hoek. Van Dorst bestelt een Gember Goud. ‘Eéntje dan,’ zegt ze met een brede lach. ‘Afgelopen weekend ben ik 36 geworden, en ik ben daar nu nog – wat is het vandaag, woensdag? – van aan het bijkomen. Maar deze is wel érg lekker. En gebrouwen door vrouwen. Proost!’

Van Dorst gaat op zoek naar de verhalen van de mensen die niet slapen ©Ryanne van Dorst

In haar programma Nachtdieren gaat Ryanne van Dorst weer op zoek naar nachtbrakers, nachtwerkers en andere slapelozen. Het is een fascinerend en mooi tv-programma, en Van Dorst lijkt wel patent te hebben op bijzondere ontmoetingen. Loopt ze aan het begin van de nacht in Dordrecht over straat, treft ze daar ineens een albinomeisje, dat juist met haar zus een wandelingetje maakt, omdat het overdag te licht is.

De magie van de nacht blijft aantrekkelijk, vindt ze. ‘Ik kom zoveel verschillende figuren tegen. Veel vrije geesten werken graag ’s nachts, omdat de rust hun inspiratie en creativiteit voedt. Ik herken dat; ik hield zelf ook van de eenzaamheid en stilte van de nacht en kon me ’s nachts altijd veel beter concentreren. Maar de lockdown heeft dat veranderd. Van de ene op de andere dag zat ik thuis omdat alle optredens met mijn band – onze nieuwe plaat was net uit – werden afgeblazen. Ineens was het overdag buiten net zo rustig en leeg als ’s nachts.’

Van Dorst neemt een slok van haar biertje en kijkt naar buiten. ‘Sodeknetter!’ roept ze in haar onvervalste Rotterdamse tongval. ‘What the fuck!’ Bewonderend kijkt ze naar een mooie vrouw die voorbij wandelt en even later het café binnenkomt. Van Dorst lacht. ‘Ehh… sorry, ik was effe afgeleid. Waar hadden we het over?’

Verfrissend

Lange zwarte haren, zwarte kleding, een zwart leren jack – Ryanne van Dorst is een uitgesproken en opvallende verschijning. Meer nog dan haar uiterlijk is het haar ontwapenende eerlijkheid, haar recht-voor-z’n-raap-schaamteloosheid, die Van Dorst tot zo’n verfrissende en bijzondere televisiepersoonlijkheid maken. Muziekliefhebbers kennen haar misschien als Elle Bandita of als frontvrouw van haar huidige band Dool. Op tv deed ze mee aan Ranking the Stars, Expeditie Robinson, De slimste mens en De gevaarlijkste wegen van de wereld, waarin ze met zangeres Famke Louise door Rwanda reed. Ze is jurylid in het nieuwe programma Drag Race Holland, waarin tien mannen met elkaar strijden om de titel van beste drag queen.

Maar het meest kenmerkend zijn de programma’s die Ryanne van Dorst zelf maakte. Zoals Geslacht! (2017), over de rol van sekse in de maatschappij, waarin ze onthulde dat ze zelf als hermafrodiet is geboren, dus met zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtskenmerken. In Holland! (2018) ging ze op zoek naar de Nederlandse identiteit. En inmiddels is Nachtdieren aan het derde seizoen bezig.

‘Televisie bied me een platform om andere werelden aan de mensen thuis te serveren. Het mysterie van de nacht op de beeldbuis brengen bleek een goede formule, al zeg ik het zelf. Uit reacties die ik krijg blijkt dat kijkers het interessant en spannend vinden, en niet wisten dat er ’s nachts nog zoveel gebeurt.’

Je programma’s gaan vooral over identiteit en afwijken van de norm. Waarom?

‘Ik wil het bijzondere gewoon maken en het gewone bijzonder maken. Programma’s als deze worden al snel een soort freakshow, maar ik probeer de mensen die ik interview écht te begrijpen. Door niet alleen te kijken naar iemands gekte, maar die gekte ook invoelbaar te maken. Iedereen is wel een beetje gek, alleen is dat bij de een zichtbaarder of extremer dan bij de ander. Ik ben er heilig van overtuigd dat iedereen een verhaal heeft dat de moeite waard is.’

‘Van tevoren weet ik nooit wat ik tegenkom. Het ene moment bevind ik me in iemands ellende en verdriet, het volgende moment lig ik met een één of andere webcamgirl op een bed te praten over sadisme en masochisme, en een beetje te geinen over haar seksspeeltjes die her en der rondslingeren. Soms zit ik wel twee uur met één iemand te lullen.’

‘Een van de aangrijpendste momenten in het nieuwe seizoen was de ontmoeting met een kunstenaar in een tunneltje in Haarlem. Compleet beschonken was hij midden in de nacht zijn hond aan het uitlaten. In de coronaperiode had hij zijn geliefde én zijn galeriehoudster verloren, en hij had geen afscheid van hen kunnen nemen. Die man was kapót. Omdat hij nergens zijn verdriet kwijt kon, stortte hij met dubbele tong zijn hart bij mij uit. Hij had zoveel verdriet en pijn – zijn machteloosheid en eenzaamheid leken wel dubbel zo heftig vanwege het corona-isolement. Dat raakte me diep, maar ik wist niet goed hoe ik moest reageren, omdat die anderhalve meter afstand zo in de weg zat. Ik ben helemaal niet iemand die anderen direct zoent of aanraakt of whatever, maar ik merkte aan alles dat die man op dat moment gewoon een knuffel nodig had. Dat dat niet kon, vond ik zó treurig.’

Wat maakt dat mensen zich durven blootgeven aan jou?

‘Ehh… dat weet ik niet precies. Ik heb niet zoveel te verbergen, misschien speelt dat een rol? En ik ben niet bang om snel tot de kern te komen.’

Die directheid zou ook kunnen afschrikken.

‘Dat gebeurt soms ook wel. Ik durf confronterende vragen te stellen, maar ga er niet al vanaf het begin van een gesprek hard in, want dan zou iemand geneigd kunnen zijn zich te gaan verdedigen. Ik probeer de ander uit te nodigen – of uit te dagen – iets over zichzelf te vertellen, en geef ook een stukje van mezelf. Er zit geen techniek achter of zo, ik werk vanuit mijn eigen interesse en nieuwsgierigheid.’

‘Ik was een druk kind, met te veel energie.’ ©Nancy Andeweg

Zonder oordeel

De kracht van Ryanne van Dorst schuilt in het feit dat ze nergens van opkijkt, en niet oordeelt. Misschien komt dat wel doordat ze zelf als geen ander weet hoe het voelt als je er niet helemaal bij hoort. Van Dorst groeide op in een warm arbeidersgezin in Vlaardingen, als oudste van drie meiden. Ze was een druk kind, met te veel energie. ‘Nu zouden ze meteen het stempel ADHD op me hebben geplakt. Ik kon niet goed stilzitten, luisterde niet op school en ging met iedereen de strijd aan.’

Het resulteerde in een bewogen jeugd, waarin ze van school werd gestuurd, op haar 15e van huis wegliep om in Barcelona te gaan demonstreren tegen de Wereldbank, en een tijdje in een kraakpand woonde. Ze voelde zich anders, hoorde er niet bij, maar pas toen ze op haar 20e, min of meer bij toeval, van de huisarts hoorde dat ze als hermafrodiet was geboren – dus met zowel vrouwelijke als mannelijke geslachtskenmerken –  viel het kwartje. Eindelijk begreep ze waarom het hokje ‘man’ of ‘vrouw’ nooit kloppend had gevoeld. ‘Ik heb er lang over gedaan mijn verleden een plek te geven. Het maken van Geslacht! heeft daar veel aan bijgedragen.’

Wat had je zelf aan zo’n programma gehad toen je jong was?

‘Als kind voelde ik aan alles dat ik niet was zoals de andere meisjes in de klas, dat er iets anders was aan mij, maar ik kon er nooit de vinger op leggen wát. Als er destijds een programma was geweest als Geslacht!, had dat veel voor me betekend. Ik zou de herkenning hebben gevonden die ik nergens ervoer. Ik heb me altijd een vreemde eend in de bijt gevoeld. Nachtdieren zou ik ook graag hebben gekeken. ’s Nachts ligt de modale mens, het klootjesvolk, in bed en degenen die net effe andere eigenschappen hebben of sowieso al niet helemaal in de maatschappij passen, zijn dan juist wakker. Programma’s als deze zouden me hebben laten zien dat er meer mensen zijn zoals ik.’

Ben je niet bang te veel in het weirdo-hoekje terecht te komen?

‘Dat is vlak na het maken van Geslacht! wel even gebeurd, ja; bij elk item over gender belden ze mij. Daar heb ik dus geen trek in. Van aanvragen die ik krijg, wijs ik 90 procent af. Ik neem alleen deel aan programma’s waarvan ik zelf iets kan leren of die me interessant lijken. Dat vind ik belangrijker dan geld. Héél zelden doe ik iets alleen maar voor de centen, zoals Ranking the Stars. Maar dat was ook vanwege Paul de Leeuw – als hij belt, kom ik opdraven.’

‘Waar het mij om gaat bij een programma is dat ik er beter of wijzer van word, dat ik er iets van kan leren of er een nieuwe ervaring mee toevoeg aan mijn leven. Dat moet voor de kijker ook zo zijn. Ik hoop dat mijn programma’s ertoe bijdragen dat mensen meer gaan nadenken over wie ze willen zijn en hoe ze willen leven, zodat ze daarin betere keuzes kunnen maken. Want als je maar het halve leven kent, de halve waarheid, kun je geen échte keuze maken.’

Ryanne van Dorst: ‘Als je maar het halve leven kent, kun je geen echte keuze maken.’ ©Annemieke van der Togt

Urgentie

Voel je je nu meer geaccepteerd zoals je bent?

‘Sinds een aantal jaar wel. Dat heeft misschien met mijn zichtbaarheid en bekendheid te maken. Ik merk dat het enge van mijn voorkomen af is. Mijn zwarte haar en leren jack vinden mensen op het eerste gezicht soms een beetje bedreigend, maar ik merk dat ze nu sneller denken: o, met haar kan ik wel lachen of praten. In de samenleving, in elk geval in de Randstad, is er meer diversiteit dan vroeger. Het feit dat de buitenwereld me meer lijkt te accepteren heeft geholpen anders naar mezelf te kijken. Ik ben mezelf beter gaan begrijpen en accepteren. Eindelijk vind ik mezelf nu oké. Zoals ik me nu voel, zo kan ik nog wel een tijdje door. Daarom vind ik het lastig om ouder te worden.’

Wat is daar erg aan?

‘Na 36 jaar voel ik me eindelijk een beetje lekker in mijn vel en ik wil niet dat dit verandert. Maar straks ben ik 45 of 50, en dan wordt mijn lichaam kut. Dat voel ik nu al; een kater duurt al een paar jaar geen ochtendje meer, maar soms wel een paar dagen. Ik voel onrust. Druk. Ik heb altijd al duizend dingen tegelijk gedaan, maar het gevoel dat ik nóg meer moet doen, is sterker dan ooit – ik wil nog platen maken en heb allerlei ideeën voor programma’s. Want ik ben al fucking 36, snap je. Ik heb nooit verder gedacht dan 27 en nu ben ik opeens 36. Hállo! Ik ben ouder dan Jezus, ouder dan Kurt Cobain, ouder dan al mijn helden. Dadelijk ben ik ouder dan Ozzy Osborn.’

 Je voelt haast?

‘Ja, of beter gezegd: nog meer urgentie. Eerst kwam de urgentie voort uit: ik ben boos. Nu is dat: ik wil nog zoveel, voordat het niet meer kan.’

Maar je bent 36! Misschien word je wel 100.

‘Alsjeblieft niet. Nou ja, in extreem goede gezondheid misschien. Maar op een gegeven moment word je toch een beetje moe van het leven. Ik wil niet dat mijn vuur langzaam uitdooft. Als ik me niet meer gepassioneerd voel over wat ik doe, hoeft het van mij niet meer. Voorlopig wil ik nog heel veel doen en maken, maar ik weet niet wanneer die passie ophoudt.’

Heb je last van een midlifecrisis?

‘Wát?! Wat zeg jij nou?’ Van Dorst schudt haar hoofd. ’Je bent niet goed, joh.’

Veel mensen ervaren een soort kantelpunt rond hun veertigste.

‘We hebben het niet over 40, ik ben een dertiger! Ik wil dit niet horen!’

Precies: hartstikke jong nog.

Van Dorst lacht. ‘Misschien heb ik wel een Peter Pan-syndroom en wil ik altijd jong blijven. Nou ja. Weet je… waar ik vroeger nog weleens een dag niks deed en een beetje lag te gamen of blowen, denk ik nu: nee, fuck it, Van Dorst, máák wat, dóé wat met je luie reet. Maakt niet uit of dat nou werken is of dat ik de hele dag in de keuken sta om een nieuw recept uit te proberen…’

Wanneer is die urgentie erin geslopen?

‘Afgelopen jaar. Ik was amper thuis; of ik was in de studio, of ik was met de camera op pad, dan wel aan het repeteren of met een busje op tour en aan het optreden hier en daar. Toen ineens alle shows niet doorgingen, dacht ik: alles wat ik nog meer wil doen, moet ik nú gaan doen, want straks wordt het misschien weer heel druk met werk. Zo ben ik begonnen met Spaans leren, om mijn geheugen te trainen. Wat ik ermee moet, geen idee, want ik heb een pleurishekel aan Spanje en aan Latijns-Amerika en ik ken ook helemaal geen Spanjaarden of Mexicanen. En van tapas hou ik ook niet.’

Maar waarom dan in vredesnaam Spaans?

‘Ik zat naar een Spaanse film te kijken en dacht ineens: die taal wil ik ook leren! Stel, ik ga toch nog eens naar Colombia of zo, en ik wil coke bestellen, dan kan ik dat doen in het Spaans. Dos gramos de coca, por favor. Vroeger speelde ik soms mee met MAX Geheugentrainer, het boodschappenspel bij omroep MAX. Op dagen dat ik mijn halve hoofd had weggeblowd, was ik slechter dan die bejaarden op televisie. Nu dacht ik: nee, ik kijk ‘s ochtends geen televisie meer, ik ga een taal leren. Dat werd dus Spaans. Ik doe het elke dag twintig minuutjes, tijdens het ontbijt. Dan zet ik meteen al mijn brein aan. Carpe diem, zogezegd, pluk de dag. Of nee, carpe noctem. Kijk, krijg je van mij zomaar een kop voor je artikel cadeau. Carpe noctem, pluk de nacht. Hm, hoe zou je dat eigenlijk zeggen in het Spaans?’

Goed om te weten Goed om te weten
Nachtdieren is te zien bij BNNVara op NPO3.
Over Ryanne van Dorst

Geboren 11 september 1984 in Vlaardingen

Opleiding Havo (niet afgemaakt)

Loopbaan Gitarist en zangeres in Bad Candy (2002-2004) en daarna in de vrouwenpunkrockband The Riplets. Begint in 2005 een solocarrière onder de naam Elle Bandita. Sinds 2016 frontvrouw van de rockband Dool. Krijgt bekendheid door deelname aan programma’s als Op zoek naar God, Jouw vrouw, mijn vrouw Vips, Expeditie Robinson, De slimste mens en Ranking the Stars. Maakt vanaf 2017 ook zelf tv-programma’s bij de NPO, zoals Geslacht!, Holland! en Nachtdieren, en treedt op als interviewer in het programma Hoe was jij op school? Is jurylid in Drag Race Holland.

Privé Van Dorst heeft een vriendin; ze wonen niet samen.

November Music 2020  op het allerlaatste moment afgelast

Foto: Angeline Swinkels

Ondersteun deze auteur

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Als gevolg van de nieuwste covid-maatregelen wordt November Music 2020 op het allerlaatste moment afgelast. De organisatie had zo’n 70 verschillende concerten met 9 eigen opdrachten corona-proof voorbereid. Grotere zalen en meerdere uitvoeringen van een concert werden gekozen als antwoord op de beperkte publieksomvang die eerdere corona-maatregelen vereiste. Met musici, crew, ingehuurd personeel, leveranciers en zalen zijn al in een vroegtijdig stadium (financiële) afspraken gemaakt hoe te handelen in geval van afgelasting.

Lang leek het erop dat November Music als een van de weinige festivals dit jaar door kon gaan. Het tiendaagse festival is opgebouwd uit afzonderlijke concerten en het publiek koopt voor ieder concert een ticket. Zo kon tot het laatste moment op concertniveau worden bekeken of het verantwoord was om een concert door te laten plaatsvinden.

Dit weekend zou het festival openen met Bosch Requiem 2020 YeonDo, geschreven in opdracht van November Music door de Koreaans-Nederlandse componiste Seung-Won Oh. Na Kate Moore en Calliope Tsoupaki is zij de derde vrouwelijke componist van het Bosch Requiem op rij. Festivalcomponist Kaija Saariaho zou naar ’s-Hertogenbosch komen om de concerten met haar muziek bij te wonen. Van het programma zouden circa 10 concerten online live worden gestreamd als aanvulling op de uitvoering met publiek. Nu komen alle uitvoeringen te vervallen. November Music heeft altijd gekozen voor concerten en live streams met mensen in de zaal.

De volledig online voorbereide New Music Conference, gaat wel door. Deze dag voor makers, musici en professionals in de nieuwe muziek wordt door November Music en Buma Cultuur georganiseerd op vrijdag 13 november.

Kunst op je werk houdt medewerkers gezond

Ondersteun deze auteur

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Het ervaren van kunst is in 2019 officieel gezond verklaard door de World Health Organization. Concordia kunstuitleen maakt het ervaren van de positieve effecten van kunst voor iedereen toegankelijk.

Bij het inrichten van een gezonde werkomgeving wordt vaak gedacht aan een gezonde lunch, ergonomische bureaus of een luchtzuiverende plantenwand. Maar ook kunst bevordert het welbevinden van mensen en is een laagdrempelige manier om in te zetten op de gezondheid van bedrijven en medewerkers. Zo verbetert kunst de arbeidsproductiviteit, vermindert het stress, wakkert het de creativiteit aan en zorgt het voor nieuwe energie bij mensen.

Positieve effecten van kunst benutten

Kunst kan een ruimte aankleden en decoreren, maar daarnaast kent kunst dus nog vele positieve effecten. Concordia kunstuitleen zet de positieve effecten van kunst in om werkplekken in balans te brengen en gezonder te maken. Door de positieve effecten van een kunstwerk te matchen met de benodigde prikkel worden werkplekken voorzien van de juiste energie. Voor een klein bedrag per maand maakt Concordia kunstuitleen deze positieve effecten van kunst toegankelijk voor iedereen.

Goed om te weten Goed om te weten

Concordia

Concordia is een culturele instelling gevestigd in Enschede en maakt via theater, film, beeldende kunst en haar kunstuitleen kunst vanzelfsprekend. De kunstuitleen bestaat uit een eigen kunstcollectie van meer dan 600 werken van (lokale) kunstenaars die te huur zijn voor elke lege muur in huis en kantoor. Met keuze uit meer dan 600 kunstwerken is er altijd een match te maken tussen de positieve effecten van een bepaald werk en de ruimte waarin deze tot uiting moeten komen. Een kunstconsulent van Concordia adviseert gratis de kunstwerken die passen bij de behoefte en bezorgen en monteren vervolgens het gekozen kunstwerk.

Verrassende uitkomst Musicalgate? Albert Verlinde vertrekt plotseling bij Stage Entertainment

Ondersteun deze auteur

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Nederland is niet groot genoeg voor twee grote musicalproducenten. Dat is de enige conclusie die getrokken kan worden uit het vertrek van Albert Verlinde bij Stage Entertainment. Terwijl hij volop bezig was het bedrijf door de covidcrisis heen te helpen, kondigde hij vandaag aan per 1 december de pijp aan maarten te geven. Of moeten we zeggen ‘Joop’?

Als er een ding de afgelopen tijd duidelijk werd in musicalland, was het dat Joop van den Ende, de mecenas die rijk werd van groot amusement en televisieshows, hem het leven zuur maakte. Albert Verlinde nam het ‘kindje’ van Joop, Stage Entertainment, een paar jaar geleden over, en behaalde er grote successen mee. Alleen, in de pers bleef Joop erop hameren dat dat succes allemaal niet aan Albert te danken was, maar aan Joop: Tina was van Joop, Lazarus ook, Mama Mia natuurlijk.

MadiaLane

De verhouding tussen de twee was slecht, en dat werd het afgelopen jaar alleen maar erger. Joop vond dat Verlinde het bedrijf naar de knoppen hielp, en tuigde ondertussen het bedrijf van zijn dochter op: Media Lane werkte op de vertrouwde manier van Van den Ende in een hybride model, waarbij tv en theater elkaar fijn aanvulden.

En toen was er musicalgate. De plotse oekaze in Amsterdam, eerder dit jaar, toen in eendrachtige samenwerking met de Raad voor Cultuur een Ontwikkelinstelling voor Musicals uit de hoge hoed werd getoverd. Een stichting (MusicalMakers) die een dag voor het indienen van de subsidieaanvraag werd opgericht door de directeur van Joop van den Ende’s DeLaMar Theater, en een zekere stichting ROSE die plots uit vier verschillende hoeken meer dan een miljoen subsidie ontving, en geschuif met vastgoed in Amsterdam West waar uiteindelijk een mooie ruimte bij kwam voor Media Lane, Rose en MusicalMakers, die inderhaast opgerichte stichting.

Paar miljard

Allemaal Joop, al zit hij er in persoon niet bij. De paar miljard die de mecenas bezit blijken steevast een magneet voor ettelijke miljoenen aan overheidssubsidie, wanneer hij zelf, of via zijn Foundation, bij een project instapt. En dat was nooit meer Stage Entertainment.

Dat zorgde er vervolgens voor dat Stage Entertainment werd ingesloten. Hoe het in detail verlopen is zal ongetwijfeld de komende tijd nog wel duidelijker worden, maar de groeimogelijkheden waren uitgeput. De negatieve pers die Verlinde over zich heen kreeg zal ook niet geholpen hebben, net als het nieuws dat er – in een nieuw theater in Leusden – ook nog een Johan Cruyffmusical aankomt. (waarover binnenkort meer)

Nieuwe lockdowns zouden Stage nog niet in het hart raken, daarvoor is het bedrijf te sterk en zijn er genoeg steunmaatregelen vanuit de overheid. Het is de wereld ná Corona (if any) die zorgen moet baren. Maar daarover nog even niets. In het persbericht over zijn vertrek zegt Albert Verlinde: ‘Nu de programmering voor de komende tijd staat, kan ik met een gerust hart weg.’

Dat is een bijzonder eufemisme.

Kijktip: When You Hear the Divine Call – Hoe een politiek onderwerp poëtisch wordt

Genson, het neefje van filmmaker Festus Toll, in When You Hear the Divine Call

Ondersteun deze auteur

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Toon ambitie, kom uit de hokjes, maak uitdagend werk, verbreed de blik! Met enige regelmaat horen we dergelijke aansporingen aan het adres van de Nederlandse film. Is er al beweging? Gouden Kalf-winnaar Buladó is inmiddels onze Oscar-inzending. Dat zal voorstanders van meer kleur in de Nederlandse film tevreden stemmen. En kijk zondag eens naar When You Hear the Divine Call van Festus Toll, een wat bescheidener maar even sprekend voorbeeld van nieuw licht in de Nederlandse film.

In deze korte, maar rijke documentaire impressie gaat de maker op zoek naar zijn Keniaanse achtergrond. Helemaal op zijn eigen manier, waarbij gevoel en experiment voorrang krijgen. Want, zo lijkt hij te willen zeggen, informatieve documentaires zijn er al genoeg. Op het Nederlands Filmfestival sprong When You Hear the Divine Call er genoeg uit om genomineerd te worden voor de Prijs van de stad Utrecht. De jury noemde het een bevrijdend ego-document.

Bicultureel

Filmmaker Festus Toll

Festus Toll is een kind van twee culturen. Letterlijk ook, want zijn moeder komt uit Kenia, zijn vader is Nederlands. Als filmmaker studeerde hij in 2017 af op AKV|St.Joost met We Will Maintain, bekroond met de TENT Academy Award. Een documentaire waarin hij de biculturele identiteit verkent en het cliché dat de multiculturele samenleving mislukt zou zijn aan de kaak stelt. When You Hear the Divine Call is een vervolg daarop.

“In mijn afstudeerfilm kijk ik naar de Nederlandse samenleving”, licht hij toe in een telefoongesprek. “In When You Hear the Divine Call grijp ik mijn kans om op verkenning te gaan in Kenia.”

In de film volgt hij zijn oom Mike. Deze liet in 1990 Kenia achter zich, op zoek naar groener gras, zoals hij zegt. Nu heeft Mike serieuze plannen voor een permanente terugkeer naar Kenia. Daartegenover, in Nederland, Festus Tolls nog piepjonge neefje Genson. Diens geboorte vormde het startschot voor de film. De maker zelf is de derde hoofdpersoon – door ons te laten kijken met zijn blik.

Sleutelmoment

Tussen de herinneringen en mijmeringen van zijn oom en de doopdienst voor Genson, in een vrije montage van oude home-movies en poëtische impressies van Festus zelf, fungeert één beeld als sleutelmoment. We zien Festus als jongen van twaalf, die in de tuin van zijn tante beleefd luistert naar de filosofische woorden van oom Mike. Die houdt hem voor dat hij een thuisloos kind is. ‘Je hoort niet bij Afrika en niet bij Europa.’ Maar hij merkt ook op: ‘Dus je hebt zowel Europa als Afrika nodig.’

Dat is de positieve kant, zoals Festus stelt. “Je hebt allebei nodig om te ontdekken wie je bent. Het is een geluk dat ik ook allebei van mijn ouders heb meegekregen. Ik draag de film nu op aan Genson. Over twintig jaar zal die zoektocht voor hem nog steeds relevant zijn.”

Wat betekent het begrip ‘thuis’ nu voor Festus?

“Thuis is een gevoel, een verlangen naar waar je wilt aankomen. Daarom is mijn tweede film ook poëtischer. Ik projecteer het op mijn oom, die na dertig jaar in Europa nu ook bicultureel is.”

Vrije beelden

In When You Hear the Divine Call kan een Nederlandse doopdienst pal naast een begrafenis in Kenia staan. Een 80-jarige danst in Nairobi onder dezelfde sterrenhemel als waar het kind in Nederland naar opkijkt. Veel vrijere beelden en associaties dan in een traditionele documentaire die alles netjes op een rij zet.

“Voor mij is het maken van een film vooral een manier om een gevoel over te brengen. Een trip door een voor de kijker nog onbekende wereld. Het verhaal versmelt met het beleven, dat zou ik in documentaires graag meer willen zien.”

“Mijn ouders hadden mij al vaker meegenomen naar Kenia, maar nieuw was nu dat ik voor de eerste keer mijn indrukken ook echt kon registreren. Ik heb het ook voor mijzelf tastbaar gemaakt als een echt deel van mijn leven dat ik kan delen met mijn oom en mijn neefje.”

“Mijn oom is nog niet definitief vanuit Oostenrijk teruggekeerd naar Kenia. Het stond gepland voor maart, maar met de pandemie is alles onzeker geworden. Zijn zoektocht moet het onderwerp worden van mijn derde film die ik heb ontwikkeld in het kader van de IDFA-academy. Donderdag lever ik het plan in.”

Dat kan dan de afronding worden van een opvallende trilogie. Opvallend, want een onderwerp waarover doorgaans in politieke termen wordt gedacht krijgt door een persoonlijke, poëtische benadering een nieuwe en universeel aansprekende dimensie.

Goed om te weten Goed om te weten
When You Hear the Divine Call wordt zondag 8 november uitgezonden door de VPRO op NPO 3. De film maakt deel uit van de reeks Teledoc Campus, korte, filmische documentaires van nieuwe makers. Nog iedere zondag t/m 6 december.

Niet te missen livestreams in November Music

Ondersteun deze auteur

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

De Cello Biënnale cancelde op het laatste moment alle concerten en stapte over op livestreaming, met dank aan Radio4. Met veel succes: het festival trok bijna 60.000 bezoekers – and counting uiteraard, want de meeste opnames blijven online beschikbaar. Ondertussen houdt November Music de moed erin: de directie zet in op live concerten met maximaal dertig man publiek.

In een email-update naar pers en publiek uitte ze wel haar zorgen: ‘Het worden enkele spannende dagen. Na de persconferentie van a.s. dinsdag weten we of November Music 2020 definitief door kan gaan. Uiteraard hebben we alles zo ingericht dat we voldoen aan alle veiligheidseisen met maximaal dertig bezoekers per concert, anderhalve meter afstand en zonder horeca rondom.’

Spannend inderdaad, ook voor mij als muziekpublicist. Vanwege het beperkte aantal kaarten is het niet of nauwelijks mogelijk persoonlijk concerten te bezoeken. Gelukkig heeft de organisatie nu al besloten tien voorstellingen via gratis streaming beschikbaar te stellen.

Vrijdag 6 november 19.00 uur: Bosch Requiem YeonDo

We mogen in onze handjes knijpen dat dit ook het traditionele openingsconcert betreft met een gloednieuw Bosch Requiem. Op 6 november trapt de Koreaans-Nederlandse Seung-Won Oh af met een wel heel bijzondere versie. Zij grijpt in Bosch Requiem: YeonDo terug op een Koreaans dodenritueel. In het verstilde stuk speelt westers en Koreaans slagwerk een belangrijke rol en het koor zingt zowel Latijnse als Koreaanse teksten.

Om de rituele sfeer te verhogen wordt het publiek uitgenodigd zelf deel te nemen, door samen met de slagwerkwerkers met belletjes te rammelen. ‘Dit is een moment ter vertroosting van de dode zielen’, vertelde Oh me in een interview. – Ik steek wat kaarsjes aan en houd mijn belletjes onder handbereik!

Zaterdag 7 november 16.00 uur: Juliet Fraser / Nicoline Soeter

De Brabantse Nicoline Soeter is niet alleen componist maar ook artistiek leider van De Link, een concertserie voor nieuwe muziek in Tilburg. Onlangs nog werd ze uitgebreid geïnterviewd in de NRC over het succesvolle podium dat steeds meer landelijke uitstraling krijgt.

Soeter werkt vaak met elektronica en schrijft muziek van een dromerige klankschoonheid. Haar zanglijnen hebben een ruimtelijke puurheid die bij wijlen de zwierige muziek van een Hildegard von Bingen oproept. Soeter is daarmee de ideale partner van Juliet Fraser. De Britse sopraan gaat geen uitdaging uit de weg en beweegt zich moeiteloos door alle denkbare muziekstijlen.

Wie bovenstaande link volgt zal echter denken: Nicoline Soeter, duh? Haar naam ontbreekt op de programmapagina. Hoe nu? Soeters eigen site biedt uitkomst. Daar lezen we dat haar nieuwe stuk voor Fraser en het Explore Ensemble is uitgesteld naar 2021. Jammer, maar niet getreurd: Fraser zet er een smaakmakend alternatief programma voor in de plaats. Zij zingt twee speciaal voor haar gecomponeerde solo’s voor zang, elektronica en video.

Van de Australische Lisa Illean klinkt A through-grown earth, ‘een golvende textuur die subtiel schakelt tussen microtonale en niet-getempereerde stemmingen’, aldus een criticus. Van de Amerikaanse Nomi Epstein zingt Fraser Collections for Juliet. Het ruim tien minuten durende stuk is opgebouwd uit een gedetailleerde set instructies en een arsenaal van drie tot vier glissandi.

Dit leidt tot ‘een grote rijkdom van tot op microniveau hoorbare details. Terwijl de stem moeizaam stijgt en daalt ervaar je een overweldigende lichamelijkheid’, schreef de pers. Juliet Fraser bracht beide composities eerder dit jaar uit op de cd Spilled out from Tangles.

Donderdag 12 november 15.00 uur: Hannes Minnaar / Rob Zuidam

In 2013 componeerde Rob Zuidam het eerste Bosch Requiem, ter gelegenheid van het (bijna) 500e sterfjaar van Jeroen Bosch. Sindsdien gaf November Music elk jaar een andere componist de opdracht een nieuw Requiem te schrijven.

Minnaar plaatst vandaag Zuidams gloednieuwe, speciaal voor hem gecomponeerde pianocyclus Nox op de lessenaars. Het vijfdelige stuk heeft sterk wisselende sferen, die Minnaar feilloos weet te treffen, zoals te horen op een recent verschenen cd. Het vierde deel draagt als bijschrift “Afscheid van Reinbert op Zorgvlied”. – Vernoemd naar de laatste rustplaats van Reinbert de Leeuw, die afgelopen februari overleed.

In een interview zei Minnaar over Nox: ‘De muziek is verrassend toegankelijk: zeer communicatief en soms ronduit tonaal, maar vooral heel erg Zuidam: weelderig, betoverend en bij vlagen erg emotioneel.’ Zakdoeken in de aanslag dus.

Vrijdag 13 november 21.00 uur: 21.00 uur – philharmonie zuidnederland / Kaija Saariaho

Een heel orkest op het podium? Nee, maar met een strijkorkest, slagwerkers, pauken, harp en celesta zitten er toch aardig wat musici op het podium. Toch lijkt het portretconcert van huiscomponist Kaija Saariaho vooralsnog door te gaan. Duimen dat Rutte en De Jong a.s. dinsdag niet alsnog roet in het eten gooien, want het programma is om je vingers bij af te likken.

Het steeds avontuurlijker programmerende orkest brengt het feeërieke fluitconcert Aile du songe, met de onvolprezen Camilla Hoitenga als solist. De Amerikaanse fluitiste is een absolute Saariaho-specialist, voor wie de Fins-Franse meerdere werken componeerde. Ze werkten nauw samen aan de vele subtiele speelaanwijzingen waarmee Saariaho de voor haar zo kenmerkende rijkdom aan klankkleuren tevoorschijn tovert.

Het stuk is geïnspireerd op een versregel uit de bundel Vogels van Saint-John Perse: ‘Aile falquée du songe vous nous retrouverez ce soir sur d’autre rives!’ (Valse vleugel van de droom, je ontmoet ons vanavond op andere oevers!) Perse ziet de vlucht van vogels als metafoor van levensmysteries en Saariaho heeft diens gelaagde taal weten te vangen in een enorme variëteit aan klanknuances.

Het concert wordt voorafgegaan door Thin Air, dat Componist des Vaderlands Calliope Tsoupaki componeerde naar aanleiding van de coronacrisis. Zij tekende vorig jaar voor het Bosch Requiem. Met Thin Air voor willekeurig welke bezetting wil zij mensen een hart onder de riem steken. De compositie wordt als estafette bij alle Nederlandse festivals uitgevoerd, vandaag door zangeres en violiste Claire Adams.

Hierna volgt het korte See the Sky About the Rain voor 3 slagwerkers, dat Anthony Fiumara eerder dit jaar componeerde in opdracht van philharmonie zuid. Het concert wordt toepasselijk besloten met het aangrijpende Terra Memoria van festivalcomponist Kaija Saariaho. Zij droeg dit werk op aan de nagedachtenis van al diegenen die niet meer onder ons zijn.

Ook op zaterdag 14 en zondag 15 november valt er nog veel moois te beleven via de livestream. Hou dus de site van November Music in de gaten, want wie weet komt er nog wel (veel) meer….

Naschrift 4 november. Vanwege de nieuwe coronamaatregelen van 3 november heeft November Music het hele festival afgelast. Het zal dus ook niet via livestreams te beleven zijn. Een ongelooflijke domper!

Altviolist Emlyn Stam van New European Ensemble: ‘Het mooiste moet nog komen!’

Ondersteun deze auteur

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

November Music heeft dit jaar niet alleen een huiscomponist, maar ook een huisgezelschap, het New European Ensemble. De Haagse club speelt vanzelfsprekend mee in het openingsconcert met het Bosch Requiem van Seung-Won Oh. En natuurlijk presenteren ze een portretconcert met greatest hits van composer-in-residence Kaija Saariaho. Ze brengen bovendien de geestige Grensvariaties van Martijn Padding en P.F. Thomesé, die zelf optreedt als verteller. Altviolist en artistiek leider Emlyn Stam vertelt over ontstaan en ambities van zijn ensemble.

‘Het New European Ensemble (NEuE) begon in 2009 vanuit een kleine vriendenkring aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag’, zegt Stam. ‘De echte initiators waren Christian Karlsen, de eerste artistiek leider en dirigent, en de Zweedse gitarist Jacob Kellerman. Ze wilden het prachtige 20e-eeuwse en eigentijdse ensemblerepertoire uitvoeren. Christian vertrok in 2014 om zich op zijn internationale carrière te focussen, Jacob is nog altijd lid. Al snel kwamen ook ikzelf, mijn broer Willem Stam en de klarinettisten James Meldrum en Ryanne Hofman erbij. Daarna dijde het ensemble verder uit tot de huidige vijftien leden.’

Actualiteit

Aanvankelijk was het simpelweg de bedoeling hedendaagse muziek op een zo hoog mogelijk niveau te spelen. Maar al snel ging het kriebelen. Stam: ‘Na een jaar ontstond een drang om manieren te zoeken ons repertoire te verbinden met de maatschappelijke actualiteit. We werkten bijvoorbeeld samen met Amnesty International aan een productie van Voices van Hans Werner Henze. Gaandeweg werd het verbinden van hedendaagse en 20e-eeuwse muziek aan maatschappelijke vraagstukken de centrale missie van het ensemble.’

Het NEuE begon in een tijd dat Nederland al wemelde van de ensembles. Waarom nóg een nieuw gezelschap? ‘Die vraag hebben we onszelf in het begin ook vaak gesteld. We stellen hem geregeld opnieuw, om te bepalen of we artistiek gezien nog steeds een belangrijke koers varen. Ondertussen merken we dat onze missie steeds actueler wordt, nu er zoveel bezuinigd wordt op de cultuursector.’

Dwarsverbanden

‘Om nieuwe publieksgroepen te bereiken willen we in de toekomst ook eigen projecten ontwikkelen. Bijvoorbeeld door dwarsverbanden aan te met film, literatuur en nieuwe technologieën. Met dergelijke interdisciplinaire connecties hopen we de muziek toegankelijker te maken. We willen de luisteraar een sleutel bieden om deze op een eigen manier te beluisteren en beleven. Belangrijk is wél dat de muziek altijd centraal blijft staan.’

‘Ik kan me ook voorstellen dat we een sixties-feest organiseren met muziek van Stockhausen. Zo hopen we de continuïteit van het hedendaagse muziekleven voor de toekomst veilig te stellen. Daarbij is het belangrijk dat NEuE nooit gaat voelen als een alledaagse baan, zoals soms het geval is bij symfonieorkesten. De frisheid, vernieuwing en avontuurlijkheid moeten blijven, alsmede de hoge druk om te presteren. NEuE wil een ensemble zijn waar je met veel plezier naar toe gaat om te musiceren.’

Subsidie

NEuE ontstond in een tijd dat hedendaagse muziekensembles nog rijkelijk werden gesubsidieerd. Halbe Zijlstra maakte daar in 2010 abrupt een einde aan, een jaar na oprichting van het ensemble. ‘Dat was ellendig’, erkent Stam, ‘het gaf ontzettend veel onzekerheid. Jaar na jaar wisten we niet of er voldoende financiering zou komen voor onze projecten. We hebben doorgezet en bestaan nog.’

‘Als ik oudere collega’s spreek vind ik het pijnlijk te horen in welke utopische muziekcultuur zij gewerkt hebben. Ik denk dat het vergroten van ons draagvlak de enige manier is om de financiering van nieuwe muziek te waarborgen. – Het was diep tragisch hoe het Nieuw Ensemble werd wegbezuinigd en hoe belangrijke groepen als het Ives Ensemble stevig werden gekort.’

Maar moet moderne muziek eigenlijk wel gesubsidieerd worden, ook al trekt deze maar weinig publiek? ‘Ik vind subsidie voor nieuwe muziek een absolute noodzaak! Juist vanwege het experimentele karakter en het relatief kleine aantal liefhebbers. De overheid financiert ook onderzoek in theoretische natuurkunde, die voor een nog beperkter aantal mensen te begrijpen valt. Eigentijdse muziek biedt innovatieve klanken en is een reflectie van onze huidige maatschappij. Daarom moet zij ondersteund worden. Helaas gaat verreweg het meeste subsidiegeld naar orkesten, operahuizen en concertzalen, die vooral historisch en conservatief repertoire brengen.’

Emlyn Stam (c) Rob Overmeer

Orale traditie

Het NEuE werkt veel met levende componisten. Welke uitdagingen brengt dat met zich mee? ‘Dat verschilt heel erg per componist. Mensen als Magnus Lindberg, Mark Anthony Turnage of Kaija Saariaho zijn erg fijn in de omgang. Ze noteren op een heldere wijze, luisteren aandachtig naar wat er gespeeld wordt en geven praktische feedback. Andere componisten zetten hun muzikale ideeën onduidelijk op papier waardoor heel veel discussie nodig is om die te begrijpen. Dan ontstaat een soort ‘oral tradition’, waarmee de speeltechnieken mondeling worden doorgegeven, zoals in het geval van Stefan Maier.’

‘Dat aanleren van individuele muziektalen kost moeite, maar hoe vaker je samenwerkt hoe beter je ze gaat begrijpen. Dat laatste is essentieel, bijvoorbeeld in de werken van Bright Sheng. Als je gewoon de noten speelt mis je de essentie van de Chinese volksmuziek die erachter schuilt. Door met hem te werken leerden we die naar voren te halen en soms zelfs de uitgeschreven details te negeren. Bij iemand als José Maria Sánchez-Verdú gaat het veelal over stilte en geruis, maar wel geruis met een typische eigen sfeer. Die krijg je pas onder de knie als je meerdere van zijn stukken vaker hebt uitgevoerd.’

Als huisensemble speelt NEuE in November Music onder andere het Bosch Requiem van Seung-Won Oh. Hoe is die samenwerking verlopen? Stam: ‘Met Seung-Won Oh wilden we al langer samenwerken, we zijn blij dat dit nu gaat gebeuren in YeonDo. Het heeft een aantal verassende componenten. Uitzonderlijk voor een Requiem zijn de vier slagwerkers, die vele verschillende gongs en ook Koreaans instrumentarium bespelen. Ook het gebruik van de Koreaanse taal is bijzonder, dat wordt een grote uitdaging voor het koor. Het wordt bovendien nog een klus om de spanning  vast te houden, vanwege de vele verstilde momenten. Maar het stuk is nog volop in ontwikkeling en er komen vast nog aanpassingen tijdens het repetitieproces.’

Klankkleur

Op 14 november volgt een portretconcert van Kaija Saariaho. Hoe verhoudt zich haar muziek tot die van Seung-Won Oh? ‘Beiden werken veel met klankkleur. Bij Oh staat dit vaak in verbinding met de Koreaanse volksmuziek en slagwerk, Saariaho werkt vanuit het zogeheten spectralisme. Zij kleurt harmonieën en klankcombinaties met een precisie zoals Debussy dat een eeuw geleden ook deed. Haar muziek wisselt sterk van sfeer en karakter en zij heeft een groot gevoel voor drama en opbouw. Dat is goed te horen in ons programma.’

Met populaire werken als het vioolconcert Graal théâtre, het celloconcert Notes on Light en Solar voor ensemble lijkt dit een presentatie van greatest hits. Vanwaar die keuze? ‘We kennen Saariaho al sinds 2014, toen we een portretfestival rond Saariaho organiseerden in Den Haag, waarbij ze de hele week aanwezig was. Inmiddels hebben we vrijwel al haar ensemble- en kamermuziekstukken gespeeld en dit zijn onze favorieten.’

Solar is een scheurend stuk met een prachtige harmonische onderklank en een spannende wisselwerking tussen elektronica en ensemble. Graal théâtre is uitgesproken karaktervol en sprankelend en Notes on Light biedt een rijk palet aan samenklanken, met grote gebaren. Alle drie zijn typerend voor haar harmoniekeuzes en eigenzinnig gebruik van het instrumentarium. Zoals flageoletten bij de strijkers en multiphonics bij de houtblazers.’

Corona

Vooralsnog kunnen de concerten in Den Bosch doorgaan met maximaal dertig bezoekers, maar corona kan elk moment roet in het eten gooien. Hoe gaan Stam en zijn ensemble hiermee om? ‘Dat hangt af van November Music. Zelf zijn we bij de eerste lockdown in maart meteen begonnen met streamen van huiskamerconcertjes. Dit hebben we twintig weken volgehouden, door het dieptepunt van de crisis heen. In het begin was het best eng, want potentieel kijken heel veel mensen, die elke fout horen die je maakt. En je kunt na afloop niet editen.’

‘Bovendien mis je de live ervaring, de interactie met het publiek en de klank in de ruimte. Dat je noodgedwongen ver uit elkaar moet zitten is een extra uitdaging. Daardoor kun je elkaar tijdens repetities en concerten moeilijker horen, met alle gevolgen van dien. En het is ongezellig na afloop meteen naar huis te moeten in plaats van samen nog wat te drinken. Maar inmiddels hebben we een routine opgebouwd, met een eigen protocol en korte lijntjes naar podia en festivals.’

‘Zodra er nieuwe maatregelen worden afgekondigd gaan we in overleg over de eventuele gevolgen en aanpassingen. Als we in een zwaardere lockdown belanden zullen we zeker weer huiskamermconcerten gaan streamen. Streaming lijkt me sowieso een blijvertje, de vraag is alleen: hoe koppel je er een verdienmodel aan? Daar hebben we nog geen antwoord op gevonden, maar we blijven zoeken.’

Straatorkest

Als alles goed gaat speelt NEuE op 15 november Grensvariaties van Martijn Padding en P.F. Thomesé, die zelf als verteller optreedt. Ze brachten het op 24 oktober in première in het festival Dag in de Branding in thuisbasis Den Haag. Wat voor soort stuk is het? ‘Het is een merkwaardige voorstelling waarin Thomése midden in het ensemble zit en nieuw geschreven verhalen voorleest. Hij blikt veelal terug op het verleden, zijn jeugd, zijn overleden eerste kind en zijn familiegeschiedenis. Rode draad zijn grenzen tussen leven en dood, tussen landen, tussen innerlijke en uiterlijke werkelijkheden.’

‘Padding schreef geheel in zijn eigen stijl muziek voor een vijfkoppig ensemble bestaande uit fluit, klarinet, trompet, altviool en harp. De muziek moet klinken als een soort armoedig straatorkest maar zit tegelijkertijd vol humor, pit en reflectie. Als musici bespelen we een batterij aan verschillende instrumenten en voorwerpen en worden we ver uit onze comfortzonde geduwd. Optreden met Thomése is ook een bijzondere ervaring. Hij spreekt zacht en beheerst maar heeft op zijn eigen manier veel charisma en aantrekkingskracht. De schoonheid van zijn teksten raakt me absoluut. We ervoeren een fijne wisselwerking tussen hoe wij musiceren en de toon en timing waarmee hij voordraagt.’

Het mooiste moet nog komen

Grensvariaties is een van de samenwerkingsverbanden met andere disciplines. Waarop kijkt Stam met het meeste plezier terug? Het hoogtepunt is nog in de maak’, zegt hij met rotsvast vertrouwen in de toekomst. ‘Het betreft een project rond 1984 naar de roman van George Orwell, met nieuwe muziek van Mihkel Kerem. We maakten een film met acteur Boris van der Ham en speelden zelf ook scènes na uit het boek. Deze worden afgewisseld met een video van de integrale uitvoering van het stuk.’

Maar eerst blijft hij duimen dat de concerten in November Music doorgaan met live publiek. ‘Als dat niet kan, vinden we beslist een andere oplossing!’

Naschrift 4 november. Helaas kreeg Stam ongelijk. Vanwege de nieuwe coronamaatregelen van 3 november heeft November Music het hele festival afgelast. Het zal dus ook niet via livestreams te beleven zijn. Een ongelooflijke domper!

‘Helaas kan ik mijn dochters niet voorbereiden op de wereld van straks’. Presentator Art Rooijakkers schreef een boek over de toekomst voor zijn tweeling

Art Rooijakkers ©Lin Woldendorp

Ondersteun deze auteur

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Zijn dochters, een tweeling van 3, zullen vermoedelijk het jaar 2100 halen. Maar dat zal hij zeer waarschijnlijk zelf niet meer meemaken. Art Rooijakkers (46) zucht – hij vindt het nu al een vreselijke gedachte. In wat voor wereld zullen Puk en Keesje straks leven, vroeg hij zich af. Zullen ze permanent mondkapjes moeten dragen of zich laten volspuiten met fillers? Zullen ze nog schrijven of alleen nog typen en swipen? Is het nog nodig om 40 uur per week te werken of nemen robots het meeste werk over? En hoe zal het straks met de natuur zijn gesteld?

Rooijakkers sprak erover met allerlei wetenschappers en deskundigen, en wijdde er een reeks columns aan in Het Parool, die hij tijdens de lockdown herschreef, aanvulde en uitbreidde met nieuwe hoofdstukken. Het resultaat: De eeuw van mijn dochters. Hoe onze wereld er straks uitziet. ‘Ik vind het vaderschap geweldig, maar heb er ook een hele bak zorgen bij gekregen. Dit boek is mijn poging om grip te krijgen op de toekomst en daarmee grip op hún toekomst.’

Heeft het vaderschap je veranderd?

‘Ja, ik kijk heel anders naar het leven dan vroeger. Toen was ik met veel sturm und drang bezig vooruit te komen en voelde ik me nog haast onsterfelijk. Nu niet meer; ik ben vrienden en familieleden verloren en ervaar hoe snel het leven voorbijvliegt. Bruce Springsteen zei tijdens een van de laatste optredens die ik bezocht: “The older you get, the more it means”. Dat ontroerde me diep, want het is zó waar. In dit jaar waarin alles stilstaat heb ik geleerd meer te kijken naar wat dichtbij is, naar waar het echt om draait: mijn familie en vrienden. Dat besefte ik des te sterker door het schrijven van dit boek, maar ook doordat mijn eigen vader op het hoogtepunt van de pandemie in het ziekenhuis verdween. Hij is hartpatiënt en moest worden opgenomen. Vanwege corona konden we nauwelijks bij hem, en dat was heftig. Gelukkig leeft hij nog. Maar een goede vriend van me, campagnestrateeg Erik van Bruggen, overleed dit voorjaar en dat sloeg letterlijk en figuurlijk een gat. Hij had twee jonge kinderen.’

Hoe confronterend is dat? Ben je bang dat jou dat ook overkomt?

‘Soms wel. De hartproblemen van mijn vader zijn genetisch, dus ik slik al een aantal jaren cholesterolmedicijnen. Dat is iets voor oudere mensen, dacht ik altijd, maar nee – ik moet het ook. Hoe gezond ik ook eet, als ik geen medicijnen slik, kunnen mijn aderen dichtslibben. Als Brabander eet ik liever een worstenbroodje dan een salade, maar ik wil mijn twee kinderen als het even kan wel graag naar de volwassenheid begeleiden. Nu klinkt het misschien alsof ik dagelijks gebukt ga onder de angst voor de dood. Dat is natuurlijk niet zo, maar ik ben me wel veel sterker bewust geworden van mijn sterfelijkheid.’

Is je angst groter omdat je vader relatief laat bent geworden, toen je al bijna 43 was?

‘Misschien speelt dat onbewust wel een rol. Als ik op mijn 20e kinderen had gekregen, had ik waarschijnlijk meer tijd met ze gehad. Mijn vriendin Andrea en ik waren al lang samen, maar ik was te druk met het veroveren van de wereld. Zo cliché is het. Te druk met m’n…’

Rooijakkers aarzelt en valt stil.

Te druk met je carrière?

‘Ehm… Ik weet niet of ik een carrière heb. In elk geval was ik druk met m’n eigen ontwikkeling.’

Je werkt al twintig jaar bij de televisie. Waarom zou dat geen carrière mogen heten?

‘Mensen in het bedrijfsleven hebben een carrière. Of een advocaat of accountant, die opklimt tot partner. Ik struikel van het ene programma en project in het  andere. Er zit geen lijn in, het is een reeks in elkaar overlopende toevalligheden.’

Mister De Mol

De lijst van programma’s waaraan Art Rooijakkers meewerkte is lang. Toch is hij bij het publiek nog steeds het meest bekend doordat hij jarenlang het boegbeeld was van het populaire programma Wie is de mol? ‘Ik word nog steeds op het programma aangesproken, mensen vragen me of ik het programma niet mis. Nee, het is een prachtprogramma, maar na zeven jaar tijd vond ik het tijd voor een frisse wind. Of ik het vervelend vind dat anderen er nog steeds over beginnen? Helemaal niet. Om met Gerard Reve te spreken: het is gezien, het is niet onopgemerkt gebleven.’

Als presentator is Rooijakkers opgeruimd, vriendelijk en innemend, maar niet heel uitgesproken. Hij is nu eenmaal geen man van stellige meningen, zegt hij. ‘Of dat typisch Brabants is of gewoon iets van ons gezin, weet ik niet, maar bij ons thuis waren we erg van het harmoniemodel. Dat heeft een mooie kant, maar heeft er ook voor gezorgd dat ik minder sterk voel wat ik zélf vind of wil. Ik vind het fascinerend als iemand heel stellige meningen heeft. Voor mij voelt het bijna tegennatuurlijk om ergens stellig over te zijn.’

In de Volkskrant werd je imago vorig jaar omschreven als ‘paspop-achtig’. Dat klinkt als: een beetje gezichtsloos, kleurloos.

‘Dat artikel verscheen een paar dagen voordat Zomer met Art begon. Ik zat in een hogedrukpan en heb het toen niet gelezen, want ik wilde bij de opnamen me niet te bewust zijn van mezelf, maar onbevangen een leuk programma maken. Televisie is als een lachspiegel. Ze legt een vergrootglas op je karakter, vergroot je eigenschappen uit en maakt daarmee een plat plaatje van je. De diepte van je persoonlijkheid komt helemaal niet over op tv. Een allemansvriend ben ik niet, maar van nature ben ik inderdaad geen polemische figuur, en dat zal ik ook nooit worden. Een collega omschreef me ooit als een ‘chemiesletje’.’

 Een chemiesletje?

Rooijakkers moet er hartelijk om lachen. ‘Daarmee bedoelde ze dat veel mensen snel een klik met mij voelen. Dat komt, denk ik, doordat ik geïnteresseerd ben in de ideeën en drijfveren van de ander. En in plaats van de verschillen te benadrukken zoek ik naar de overeenkomsten. Ik ben het vleesgeworden poldermodel.’

Waar komt dat vandaan?

‘Het zal te maken hebben met mijn karakter en het nest waar ik uit kom, maar misschien ook met het feit dat ik op de basisschool werd gepest. In tegenstelling tot de andere jongens in mijn klas had ik niet zoveel talent voor voetbal, maar kon ik wel goed leren. Onze leraar overhoorde ons elke week veertig spreekwoorden. Hij hield onze score bij op het bord alsof het de eredivisie was. Niet echt pedagogisch verantwoord voor de kinderen onderaan en bovenaan de lijst. Ik stond bovenaan.’

‘Misschien was het pesten afgenomen als ik een beetje minder mijn best had gedaan, maar daar was ik te trots voor. Het lukte me niet om expres foute antwoorden te geven en slechte cijfers te halen. Dan hebben de pesters gewonnen, dacht ik, en dat gunde ik ze niet. En aan de andere kant heb ik er een krankzinnige kennis van spreekwoorden en gezegdes aan overgehouden. Nou ja, ik wil niet met spek schieten, maar het is beter dan van krikken noch mikken weten.’

Werd je uitgescholden of geslagen?

‘Beide. Op de speelplaats werd het spelletje ‘overlopertje’ gedaan: je moest van de ene naar de andere kant van het plein rennen en kinderen in het midden moesten je zien te tikken; dan was je af. Ik werd niet getikt, maar onderuit geschopt. Hup, weer een hechting in mijn kin. Een jongen op een andere school die aan stokkarate deed, moest mij ook hebben. En dus liep ik met een omweg naar school om de confrontatie uit de weg te gaan. Misschien heeft mij dat gevormd en conflictvermijdend gemaakt. Ik ga niet als een boeddha door het leven, maar zoek de confrontatie ook niet op. Gelukkig hield het pesten op toen ik naar de middelbare school ging in Eindhoven. Daar kon ik mezelf opnieuw uitvinden en de spoken uit het verleden achter me laten.’

Te veel meningen

Eigenlijk ligt het vak van televisiepresentator met zijn karakter niet zo voor de hand, zegt Rooijakkers. ‘Maar er zit ook iets in mij dat gezien en gehoord wil worden.; Toch wil hij niet de zoveelste televisiepersoonlijkheid zijn die zo nodig een mening moet hebben over van alles en nog wat. ‘Wat mij betreft zijn er al te veel mensen met een mening op tv. Het is alleen maar lucht verplaatsen van links naar recht, maar er worden úren mee gevuld. Ik praat liever met mensen die iets kunnen of weten dan met mensen die iets vinden.’

Waarom kies je voor entertainmentprogramma’s? Komt je inhoudelijke kant daar wel voldoende uit de verf?

‘Ik vind niet dat mijn serieuze kant te weinig zichtbaar is. Sinds een aantal weken presenteer ik bij BNR The Big Five, een dagelijks interviewprogramma waarin ik een uur lang met iemand de diepte in ga over een bepaald thema. Ik schreef columns in Het Parool en vorig jaar maakte ik een muziekdocumentaire over Van Dik Hout. Een programma als Praat Nederlands met me is misschien niet hetzelfde als het Groot dictee der Nederlandse taal, maar heeft wel inhoud. Dus ik durf te stellen – jawel, zowaar een mening – dat ik entertainment met inhoud maak.’

Je bent ook al jarenlang ambassadeur voor Stichting Vluchteling. Kun je dat verhaal ergens kwijt?

‘Sinds 2015 is de wind guurder geworden, merk ik. Vanaf dat jaar kwamen er steeds meer bootjes met vluchtelingen naar Europa, en draaiden de reacties 180 graden om. Vroeger was het zo dat als ik een vluchtelingenkamp had bezocht en daarover iets deelde op de sociale media of in een talkshow, mensen getroffen waren door dat menselijke leed. Maar de laatste jaren werkt het woord ‘vluchteling’ als een rode lap op een stier en word ik soms stijf gescholden. Stichting Vluchteling zorgt voor tenten, drinkwater en medicijnen voor mensen die slachtoffer zijn van een natuurramp of oorlog.’

‘Wat je politieke overtuiging ook is, ik kan me echt oprecht niet voorstellen waarom je daar op tegen zou zijn. Zo’n 80 miljoen mensen in deze wereld zijn op de vlucht. Dat vind ik onverteerbaar. In Caracas, de hoofdstad van Venezuela, sprak ik een man die ambtenaar bij de gemeente was geweest. Hij was gevlucht voor de corrupte overheid en zijn vrouw en hij leefden op straat. Ze sliepen bij toerbeurt, zodat hun dochter niet kon worden gekidnapt voor de seksindustrie. Ze hadden het plan om naar een neef te gaan, honderden kilometers verderop, waarvoor ze hoge bergpassen zouden moeten oversteken.’

Voorrecht

‘Door alles wat ik heb gezien besef ik nog sterker wat een voorrecht het is dat ik een veilige, huiselijke plek heb om naartoe te gaan, waar mijn vriendin, kinderen en vrienden zijn. Miljoenen mensen hebben de pech dat niet te hebben.’

Rooijakkers kijkt strak voor zich uit en veegt de tranen van zijn wangen. ‘Zo’n ervaring neem ik wel mee naar huis. Het is allemaal pech en willekeur.’

Ben je nog hoopvol over de toekomst voor je dochters?

‘Optimisme is onze morele plicht. Als je dat loslaat, wat blijft er dan nog over? Op het geboortekaartje van mijn dochters stond ‘gelukszoekers’, omdat ik dat een mooi woord vind. Nu is het een scheldwoord, maar zijn we niet allemáál gelukszoekers? Ik had nog overwogen om er ‘geluksvogels’ van te maken, want ook dat ben je, als je geboren wordt in een van de veiligste en meest stabiele landen ter wereld. We hebben hier zo veel geluk. De wereld waarin mijn kinderen opgroeien is onrustiger dan die ooit is geweest. Aan de andere kant geloof ik in de kracht van de wetenschap, en ik hoop dat er een briljante geest opstaat die een oplossing weet te vinden voor de gevolgen van klimaatverandering. Hoe meer mensen, hoe groter de kans dat er een genie tussen zit.’

Waar maak je je het meest zorgen over?

‘Het klimaat en de natuur. We zijn nu met bijna 8 miljard mensen, en aan het eind van deze eeuw zijn dat er 11 miljard. De mens eist te veel ruimte op, en we vernielen ons landschap. Zijn er straks nog weilanden, kunnen mijn dochters nog wilde dieren zien in het echt? Komt er een nieuwe wereldoorlog? Zulke zorgen heeft elke ouder, maar ik denk dat vorige generaties wel het idee hadden dat hun kinderen het beter zouden krijgen dan zij. Die vanzelfsprekendheid is weg.’

Wat wil je ze meegeven voor hun leven?

‘Door het schrijven van dit boek ben ik gaan beseffen dat ik mijn kinderen niet kan voorbereiden op de wereld waarin zij volwassen zullen zijn. Ik kan ze niet nu al leren wat ze later nodig hebben in een samenleving die nog niet bestaat. Wat ik wel weet, is dat de wereld sneller om zijn as is gaan draaien. Veranderingen gaan sneller dan vroeger. Wat ik ze dus vooral wil leren is flexibiliteit en het vermogen met veranderingen om te gaan. Ik hoop ze zoveel zelfvertrouwen mee te geven dat ze de wereld met een open blik tegemoet kunnen treden.’

De eeuw van mijn dochters is verschenen bij Balans, € 19,99

Over Art Rooijakkers

Geboren: 29 augustus 1974 in Geldrop

Opleiding: Academie voor Journalistiek in Tilburg

Loopbaan: Begint zijn televisiecarrière in 2000 bij AT5 en vervolgens het actualiteitenprogramma NOVA. Wint in 2001 een prijs voor jong journalistiek talent. Presenteert bij NET5 een reeks van programma’s, waaronder Peking Express, Outback Jack en Return to Sender. Stapt in 2011 over naar AVROTROS. Wint dat jaar Wie is de mol? en presenteert vervolgens dat programma tot 2018, naast onder meer Helden in de wildernis. Begint in 2018 bij RTL4, met programma’s als Praat Nederlands met me en Rooijakkers over de Vloer. Doet in 2020 mee aan Het perfecte plaatjeen publiceert het boek De eeuw van mijn dochters. Is naast presentator al jaren ambassadeur voor Stichting Vluchteling.

Privé: Rooijakkers heeft samen met zijn vriendin Andrea een tweeling van 3.

Compromisloze danskunstenaar Koert Stuyf inspireert nog steeds (1938-2020)

Compromisloze danskunstenaar Koert Stuyf inspireert nog steeds (1938-2020)
Foto: Zan van Alderwegen

Ondersteun deze auteur

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Koert Stuyf is onverwacht overleden. Berooid, zoals een groot kunstenaar dat betaamt, en nog steeds befaamd. De grote kranten schrijven nu weer over hem.

Ongekende hoogte

Een markante persoonlijkheid, met een fabelachtige carrière in de dans. Pieken bereikt, letterlijk tot in de nok van Carré, en dalen uitgediept. Van een magistrale samenwerking met een Aldo van Eyck (over Stuyf: “Zijn werk is het beste, ooit vertoond op de Nederlandse podia”), een Reinbert de Leeuw en Philip Glass, tot een appartementje in Slotervaart en een AOW.

Herenigd met zijn Ellen Edinoff, zoals hij dat zou willen. Een onafscheidelijk danspaar waren ze, tot Ellen (“een van de grootste danseressen van onze tijd, een fenomeen, een onovertroffen meesteres slechts vergelijkbaar met een Martha Graham”, de Volkskrant) in 2013 overleed. Niet lang daarvoor maakte ze een indrukwekkende comeback met Intaglio, tijdens een avond samengesteld door Philip Glass in de Rabozaal van de Stadsschouwburg Amsterdam. Nicole Beutler wijdde een ballet aan haar: The Re-invention of Ellen Edinoff, Solo from 5: ECHO, dat dit jaar te zien was.

Vrijgevig

Elke danser is wel nostalgisch aangelegd. Helden of iconen uit de danswereld krijgen een bijzondere en eervolle podiumplek in de inspiratie van jonge dansers, van choreografen en ook van het publiek. Zo ook Koert Stuyf en Ellen Edinoff, en hun Stichting Eigentijdse Dans. Hoe meer onduidelijkheid en hoe minder tastbaar; hoe magischer de herinnering of uitstraling van die namen, die voorstellingen of dat tijdperk.

Ik was dan ook dankbaar en verrast toen ik een antwoord kreeg van Koert. Natuurlijk wilde hij een doek (hij was zeer productief met schilderen) en een foto afstaan voor een prijsuitreiking! Terwijl niemand hem jarenlang kon bereiken, toonde Koert zich ontwapenend, broederlijk en behulpzaam. Het leverde uiteindelijk een mooie ontmoeting op. De bovengenoemde voorstelling die later een afscheidsvoorstelling bleek (Ellen zou komen te overlijden aan een ziekte waaraan ze toen al leed), bood de gelegenheid Koert te filmen en boven mijn verwachting en die van cameraman Leo van Emden, te interviewen.

(lees verder onder de video)

Het was galeriehouder Rob Malasch die na vier jaar ploeteren dit evenement tot zijn eigen verbazing tot stand bracht; Koert kon namelijk niet alleen in zijn kunst compromisloos zijn, maar ook in zijn leven, en het een was bij Koert onlosmakelijk verbonden met het ander. Dat betekende eerder een bruut einde van een geweldige impact op de danswereld in de jaren zeventig, met daarna een onbegrijpelijke, jarenlange en zelfopgelegde isolatie.

Compromisloze danskunstenaar Koert Stuyf inspireert nog steeds (1938-2020)

Herstel en verzoening

Wat een verlossing dat Ellen dan toch nog een keer kon optreden. In de zucht die ze slaakt in het gefilmde interview, zie je de last van haar af glijden. Wat een ervaring ook voor Koert die met zijn blote bast in de kleedkamer voor de camera, toch weer even podiumkunstenaar kon zijn.

De laatste keer dat ik hem zag was in een lunchroom. Hij stond erop de beste appelbol in Den Haag te trakteren. Had een nieuw project in gedachten. Intaglio (diepdruk) zou echter zijn laatste wapenfeit blijven. Tenzij hij postuum nog een aap uit de mouw haalt.

Ik zal zijn sporadische berichtjes missen.

Lees hier het persbericht

(Foto’s: Zan van Alderwegen)

‘Onze samenleving zit in een huwelijkscrisis’. Ernest van der Kwast over zijn nieuwe roman Ilyas

Ernest van der Kwast ©Stephan Vanfleteren

Ondersteun deze auteur

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Uitgerekend corona-minister Hugo de Jonge, in 2017 nog wethouder in Rotterdam, was degene die schrijver Ernest van der Kwast op een nieuw spoor in zijn leven bracht. Een pad dat leidde naar zijn nieuwe roman Ilyas. In zijn talkshow Rotterdam Late Night sprak Van der Kwast met De Jonge over diens programma om 7000 Rotterdamse jongeren uit de problemen te helpen, en stelde kritische vragen over de mentoren die dit moesten gaan begeleiden. Geërgerd zei De Jonge: ‘Waarom ga je het eigenlijk niet zelf doen?’

Zo komt het dat Van der Kwast inmiddels alweer drie jaar jonge stadsgenoten helpt hun leven op de rit te krijgen.

Huishoudster

In Ilyas draait het om zo’n jongen. Hoofdpersoon Peter Lindke is conservator bij museum Boijmans van Beuningen, en woont met zijn vrouw Kee en hun twee zoons in een mooie koopwoning. Maar nadat Lindke zich uitspreekt over de in zijn ogen onjuiste toeschrijving van een schilderij aan Rembrandt van Rijn, verliest hij zijn baan. Dat verzwijgt hij voor zijn vrouw, want hun huwelijk wankelde toch al.

Zijn Bulgaarse huishoudster schrikt zich rot als ze hem ineens onverwacht thuis aantreft, en ze raken voor het eerst met elkaar in gesprek. Als Peter ontdekt dat zij problemen heeft, besluit hij haar te helpen: hij belt met schuldeisers, regelt kinderbijslag, huur- en zorgtoeslag en brengt haar administratie op orde. Zij is zo opgelucht en dankbaar, dat ze vervolgens met haar kennis Ilyas aan komt zetten, een twintiger met forse schulden.

Een roman die losjes is gebaseerd op ware gebeurtenissen, en zich buigt over de vraag waarom het nodig is om anderen te helpen, waarom je het zou willen doen en of het zin heeft.

Een roman over het werk van Rembrandt en de ongelijkheid in onze samenleving, een bijzondere combinatie. Hoe kwamen die twee bij elkaar?

‘In 2012 speelde in museum Boijmans van Beuningen de kwestie van de toeschrijving van het schilderij Tobit en Anna; Rembrandt-kenner Ernst van de Wetering meende dat het doek van Van Rijn was, Boijmans-conservator Jeroen Giltaij was van mening dat het niet door de meester zelf was gemaakt, maar door een leerling of een navolger. Nadat hij dat had verkondigd in De Wereld Draait Door, werd hij op non-actief gesteld. Nu vond ik dat schilderij of die kwestie op zich niet zo interessant, maar wat ik wel interessant vond was: stel, je beroep houdt ineens op, wat ga je dan doen? Raak je depressief, hoe oplossingsgericht ben je, hoe geef je zin aan je leven?’

Handschoen

‘In diezelfde periode begon ik me af te vragen wat ik zelf zou kunnen betekenen voor de samenleving. Ik realiseerde me dat ik met mijn schoonmaakster alleen een transactie had: zij maakte schoon, ik legde geld neer. Waarom vraag ik haar eigenlijk niet hoe het met haar gaat? Wat speelt er achter haar voordeur? Toen we een gesprek aanknoopten en ik ontdekte dat ze problemen had, besloot ik haar te helpen, omdat ik de instanties weet te vinden en me niet laat wegsturen. Dus toen Hugo de Jonge mij tijdens dat interview uitdaagde om mentor te worden, besloot ik die handschoen op te pakken. De roman buigt zich over de vraag waarom het nodig is om anderen te helpen, waarom je het zou willen doen, en of iemand wel geholpen wíl worden.’

Hoe moeilijk is het om de problemen van deze jongeren op te lossen?

‘Soms valt dat best mee. Het eerste meisje dat ik begeleidde, kon geen werk vinden. Ze kon niet goed rekenen en had niveau 2 in de zorg, terwijl in vacatures steeds om niveau 3 werd gevraagd. Ze vertelde me dat ze in de thuiszorg had gewerkt en mensen in de lift tilde. Bij vrouwen die haartjes op hun kin hadden, trok ze die eruit met een pincet. ‘Wauw,’ dacht ik, ‘jij voelt je klein omdat je niet goed kunt rekenen, maar je bent hartstikke zorgzaam en bevlogen.’ Dát was wat een werkgever moest horen. We maakten samen een cv en ik hielp haar de juiste woorden te vinden. De volgende dag had ze een baan.’

En op een gegeven moment kreeg je ook zo’n jongen als Ilyas onder je hoede?

‘Ja, in het echt was dat een Nederlandse jongen met Somalische ouders. Hij had grote schulden, maar het lukte om hem in de schuldhulpverlening te krijgen. Dat is het een zwaar traject: iemand moet drie jaar lang zien rond te komen van zo’n 50 euro per week, moet hard werken en mag geen nieuwe schulden maken. Dat vond hij moeilijk vol te houden, en hij bleek ook nog een cannabisverslaving te hebben. Hij kwam te laat op afspraken, kwam niet opdagen op zijn werk. Zat ik daar, met mijn oplossingsgerichtheid.’

‘In het begin werd ik kwaad, maar het is belangrijk dat je naast iemand blijft staan. Je kunt het niet vóór iemand doen, maar wel meegaan bijvoorbeeld naar de afkickkliniek, en dat heb ik ook gedaan. Dit werk heeft mijn denken enorm verrijkt. We zijn zo snel geneigd over anderen te oordelen terwijl we helemaal niet weten wat er precies aan de hand is.’

Wat heeft het jou geleerd?

‘Dat er een grote groep mensen is die niet de mate van intelligentie en zelfredzaamheid in huis heeft, niet de juiste denkpatronen, die we in onze liberale samenleving van iedereen verwachten. Vaak hebben ze behoorlijk wat bagage en weinig steun of hulp vanuit hun omgeving. Ik heb één jongere onder mijn hoede bij wie ik de enige ben die weet hoe het met hem gaat en in wat voor situatie hij zit. Dat is eenzaam.’

‘Ook op ander vlak is er grote ongelijkheid. Iemand die te weinig geld heeft om boodschappen te doen, gaat noodgedwongen van zijn huurtoeslag leven, kan uiteindelijk de huur niet meer betalen en bouwt schulden op bij de woningcorporatie. Mensen die om hulp vragen worden vaak op voorhand al met veel argwaan bejegend, alsof ze fraudeurs zijn, dat helpt ook niet. Degenen die falen krijgen boetes, en als ze die niet kunnen betalen, komen daar nog meer boetes en extra kosten overheen, net zo lang tot iemand zo diep in de problemen raakt, dat hij zijn huis uit moet.’

Samenredzaamheid

‘In plaats van altijd maar hoog op te geven van zelfredzaamheid, zouden kwetsbare mensen wel wat meer in bescherming mogen worden genomen. Laatst kwam ik het woord ‘samenredzaamheid’ tegen – wat mij betreft het woord van het jaar.’

Maar de kloof tussen bevolkingsgroepen en tussen arm en rijk wordt eerder groter dan kleiner.

‘Laten we vooropstellen dat de segregatie in landen als India of Zuid-Afrika nog vele malen erger is. In mijn boek heb ik wel geprobeerd een ontwikkeling te laten zien zoals die zich in steden als Rotterdam voltrekt, waar in plaats van sociale huurwoningen nieuwe koopwoningen worden gebouwd, maar dan met een afgesloten binnenterrein. Kinderen spelen minder in de openbare buitenruimte en gaan naar witte scholen. Zo ontstaan ook hier steeds meer ‘gated communities’, letterlijk en figuurlijk afgesloten gemeenschappen.’

De roman stelt de vraag of, als het al zo moeilijk is om verbondenheid te vinden in je relatie, het dan wel mogelijk is om verbinding te maken met mensen die je niet kent en niet op jou lijken? Wat is uiteindelijk jouw antwoord daarop?

‘Ik denk dat we elkaar kunnen vinden, als we onze schouders eronder zetten. Peter en Kee zitten in een huwelijkscrisis, maar dat geldt ook voor onze samenleving. We weten elkaar steeds minder te vinden. Hoe meer onderling zwijgen, hoe harder een relatie wordt. We hebben zoveel moeite om met elkaar te praten, en er is ook zoveel schaamte. Het zou goed zijn als we elkaar meer vragen stellen. Bijvoorbeeld waar iemand bang voor is of naar verlangt.

Ik besef nu nog sterker hoe groot de voorsprong is die mijn eigen kinderen hebben ten opzichte van kinderen die thuis niet worden voorgelezen of worden meegenomen naar het theater of de film. Hun wereld is zoveel groter. Toen ik een van de jongeren meenam naar een tentje aan het Noordplein voor een kop koffie, gewoon een gezellig café met een speelse inrichting, zei hij: “Ik wist niet dat er zulke mooie plekken in de stad bestonden”.’

Goed om te weten Goed om te weten

Ilyas, De Bezige Bij, € 22,99
var bol_sitebar={“id”:”bol_1603794222275″, “baseUrl”:”partner.bol.com”,”urlPrefix”:”https://aai.bol.com/openapi/services/aai/”,”productId”:”productid=9300000005461547″,”familyId”:””,”site_id”:”25155″,”target”:true,”rating”:true,”price”:true,”deliveryDescription”:true,”button”:true,”link_name”:”Ilyas%2C%20Ernest%20Kwast”,”link_subid”:”a4m”,”background_color”:”#FFFFFF”,”text_color”:”#CB0100″,”link_color”:”#0000FF”};https://partner.bol.com/promotion/static/js/partnerProductlink.js

Plein Theater overhandigt petitie aan wethouder van Kunst en Cultuur Touria Meliani én start crowdfunding: Steun het Plein Theater nu!

Foto: Nellie de Boer

Ondersteun deze auteur

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Drie weken terug is het Plein Theater een petitie gestart en verzoekt daarmee de Gemeente Amsterdam, en in het bijzonder wethouder van Kunst en Cultuur Touria Meliani, om financiële steun te verlenen voor het behoud van het theater. Donderdag 22 oktober werd de petitie met meer dan 1600 handtekeningen door directeur Berith Danse en voorzitter Bert Barten overhandigd aan wethouder van Kunst en Cultuur Touria Meliani. Het Plein Theater verzocht de wethouder hierbij nadrukkelijk om ook financiële steun te verlenen aan het theater van Amsterdam Oost ter overbrugging van de corona-crisis, net als andere gemeentelijke instellingen.

Als vervolg op de petitie start het Plein Theater ook een crowdfunding en roept cultuurliefhebbers, bezoekers, buurtbewoners en iedereen met een hart voor het Plein Theater op om steun te bieden in de corona-crisis. De actiecampagne met de titel ‘Steun het Plein Theater nu!’ is nu online!

Het Plein Theater steunen kan hier!

Waarom een crowdfunding?

Het Plein Theater is het podium van de wereld om ons heen, een uniek theater in Amsterdam Oost met theater, dans en muziek voor kinderen, jongeren en volwassen. Helaas dreigt er na 38 jaar sluiting door de nasleep van COVID-19 en het uitblijven van structurele steun.

Het Plein Theater is een belangrijk podium in de stad met een korte afstand tot de wijk én een internationale oriëntatie, een springplank voor jong talent en een producerend theater.

Het ziet er naar uit dat het Plein Theater in de loop van 2021 de financiële klap van de corona-crisis niet gaat overleven. Eerder dit jaar deed de stichting van het theater, Stichting PodiumPartners, een aanvraag voor een vierjaren-subsidie bij de A-Bis en het Amsterdam Fonds voor de Kunst, maar deze werd helaas niet gehonoreerd. Door de dubbele tegenslag van geen vierjarige steun én de nasleep van COVID-19, dreigt het Plein Theater in de loop van 2021 de deuren te moeten sluiten.

Juist NU is het belangrijk dat wij bij kunnen dragen aan verbinding en saamhorigheid door middel van kunst en theater én aan de ontwikkeling en kansen van podiumkunstenaars!

Daarom roepen wij cultuurliefhebbers, bezoekers, buurtbewoners en iedereen met een hart voor het Plein Theater op om ons te helpen!

Wij beloven dat jouw bijdrage elk bezoek aan het Plein Theater in de toekomst waard zal zijn!”

TivoliVredenburg organiseert Amerikaanse verkiezingsavond in vier zalen

Ondersteun deze auteur

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Op dinsdag 3 november 2020 gaat Amerika naar de stembus. TivoliVredenburg in Utrecht presenteert een live programma rondom deze spannende verkiezingen. Met de huidige maatregelen mogen er maximaal 30 bezoekers in een zaal. Daarom wordt er een livestream opgezet in vier zalen, zodat zoveel mogelijk mensen toch live mee kunnen genieten. Voor de mensen die net naast een kaartje grepen, is het programma ook thuis via de livestream te volgen.

Het hoofdprogramma vindt plaats in de Grote Zaal, maar ook in Hertz, Cloud Nine en Pandora is
de Election Night te volgen via een livestream op groot scherm. Iedere ‘satellietzaal’ heeft een eigen host, via wie er verbinding wordt gemaakt naar de Grote Zaal en die de vragen vanuit de zaal inventariseert. Tussen de inhoudelijke blokken is er passend entertainment. TivoliVredenburg had graag zo’n 1200 bezoekers ontvangen die samen het stemmen zouden kunnen volgen. Dat plan werd steeds verder afgeschaald. Maar alsnog kunnen geïnteresseerden de verkiezingen volgen, of via de livestream of in een van de verschillende zalen.

Tessa Hagen, programmeur Kennis en Debat bij TivoliVredenburg: “Zodra we wisten dat we maar 30 mensen per zaal mochten ontvangen, gingen we bedenken wat wél kon. Geïnspireerd door Arjen Lubach hebben we deze constructie bedacht: een spannend experiment! Ons streamteam is goed op stoom, dus de interactie tussen alle zalen via videoverbindingen is geen probleem. Zo maken we er in alle zalen een verkiezingsavond van om niet te vergeten!”

Programma Election Night

Vanuit de Grote Zaal analyseren wetenschappers, journalisten en campaigners deze veelbesproken verkiezingen. Hoe is de situatie in de verschillende swing states? Welke thema’s leven er het meest bij de kiezers? Hoe staat het land ervoor na vier jaar Trump? En hoe zien de plannen van de nieuwe president eruit? Onder meer Maarten Zwiers (American Studies, Rijksuniversiteit Groningen), Maarten Kolsloot (oud-correspondent), Markha Valenta (docent Amerikanistiek, Universiteit Utrecht) en Dan Hassler-Forest (mediawetenschapper Universiteit Utrecht) delen hun visie.

Goed om te weten Goed om te weten
Election Night 2020 – dinsdag 3 november 2020
Aanvang 20.00 uur
Livestream tickets € 5
www.tivolivredenburg.nl/election

Vlees en bloed

Ondersteun deze auteur

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Iedereen zit thuis. De meeste criminelen ook. Dat merk je vooral digitaal. Een half jaar geleden kwam de stroom van spam op gang: van brutale tot bijna aandoenlijke afpersingspogingen, de abstracte poëzie van automatisch vertaalde alarmberichten en klunzig gehengel naar bankgegevens.

Voor dat soort berichten ben ik niet zo bang. Ik ben dichter. Ik ben al gewend om te lezen onder het bekende motto van Martinus Nijhoff: ‘Lees maar, er niet staat wat er staat.’ Wat er wel staat, moet worden gewantrouwd op alle mogelijke manieren, omdat alleen die leeshouding een lezer naar het wonder van de poëzie kan brengen – en uit de klauwen van cybercriminelen houden. Bovendien ben ik vijftig. Ik weet niet zeker of die leeftijd er iets mee te maken heeft, maar ik leef veel meer in de tastbare wereld dan iemand van 25. Ik heb al dat spul waar we inmiddels de godganse dag op lopen te kijken, drukken en wrijven, nog zien komen. Natuurlijk, in de echte wereld bevindt zich een tweede, virtuele realiteit, zo veelvormig, fijnmazig, diep en vertakt dat je nauwelijks nog aan echt leven toekomt als je erin duikt, maar die tweede wereld neem ik over het algemeen toch net iets minder serieus. In tegenstelling tot de eerste realiteit kan ik haar uitzetten, ook al doe ik dat te weinig. En al weet ik dat je ook in de tweede realiteit allerlei dingen kan doen en laten met ernstige gevolgen in de eerste, ik moet het toch altijd nog maar zien.

Des te stommer is wat me deze week overkwam: er stond een monteur voor de deur die zich achteraf wat vreemd gedroeg. Het vreemdste was dat hij zo ongeveer met zijn neus tegen de voordeur stond toen ik opendeed. Sinds maart dit jaar doet niemand dat meer. Iedereen die iets van je moet belt aan en deinst dan anderhalve meter terug. Sommigen rollen er voor de zekerheid een matje bij uit, zodat ze niet per ongeluk te dichtbij staan.

Deze jongeman meldde dat hij de watermeter even moest bekijken namens Vitens. Nu is die bij ons in de hal, dus hij kon zo de kruipruimte in. Hij kwam weer tevoorschijn, bedankte me vriendelijk en vertrok.

‘Dit klopt niet,’ zei mijn vrouw, en ze sloeg aan het bellen. Natuurlijk had ze gelijk: bij Vitens wisten ze van niets. Ik had totaal argeloos een oplichter binnengelaten die vrolijk even kwam kijken hoe het met onze sloten gesteld was en wat er zoal te halen viel. Door zijn smoes was hij toevallig niet verder gekomen dan een hal met een idioot erin die bereid is om elke lulsmoes te geloven, als hij maar wordt verteld door iemand van vlees en bloed.

6,238FansLike
1,686VolgersVolg
16,125VolgersVolg