Dé niet-bezoeker bestaat niet. Onderzoek in opdracht van minister maakt einde aan discussie.

Nederland heeft last van een problematiseringsprobleem. Mocht u dat een problematische term vinden, dan is dat een deel van het probleem. Sterker nog: we maken iets tot een ingewikkeld probleem en leggen dat ingewikkeld uit omdat er eigenlijk geen reden is om er een probleem van te maken. Plaats van handeling: onze nationale volksvertegenwoordiging. Aanleiding: niet iedereen profiteert evenveel van onze subsidies. En dan gaat het niet over de tientallen miljarden die bankiers en multinationals in de schoot geworpen krijgen, maar om de paar miljoen euro die we uitgeven aan kunst en cultuur.

Vorig jaar stelden Kamerleden Bergkamp (D66), Dik-Faber (CU), Rutte (VVD) en Asscher (PvdA) in een motie de vraag of er wel genoeg gedaan werd om de niet-bezoeker van kunst in kaart te brengen. Nu is daar antwoord op gekomen, en het is heerlijk om te lezen.

Prof.dr. Koen van Eijck en Prof.dr. Evert Bisschop Boele hebben een lijvige notitie geschreven, in opdracht van het ministerie. In 23 pagina’s, aangevuld met een literatuurlijst van 4 pagina’s, leggen zij zeer zorgvuldig formulerend uit dat de kamer wel wat beters zou moeten kunnen vinden om zich mee bezig te houden dan de niet-kunstbezoekende burger. Daar zijn er namelijk niet zo heel veel van. Blijkt. Ofwel: de kamerleden weten nu waar ze hun vraag kunnen steken.

Wereldtop

Nu zou het niet netjes zijn om zoiets in een wetenschappelijk stuk te zetten. Daarom vatten ze het hele sociaalwetenschappelijke oeuvre aan onderzoeken naar cultuurparticipatie-en-wat-daar-mis-mee-is zo extreem verdicht samen dat het niet anders dan met vette ironie geschreven kan zijn. De reden voor die ironie is dan dat er allereerst niet echt een probleem is. Nederland behoort tot de wereldtop van cultuurdeelname. Bijna 90 procent van de bevolking doet – actief of passief – aan cultuur. Beperken we het tot de ‘canonieke’ cultuur, blijft nog altijd 40 procent over. We hebben het dan over de deelnemers aan toneel, (klassieke) muziek, dans, literatuur. Dat is – ze gebruiken het woord niet – belachelijk veel, ook op Europese schaal.

Maar toch: 60 procent gaat niet. Politici vinden dat tegenwoordig even erg als sollicitanten naar een marketingfunctie. Dat is ook het onderwerp van heel veel onderzoek, variërend van literatuurstudie tot het voor de schouwburg van de straat plukken van willekeurige voorbijgangers. Het blijkt lastig, omdat dé niet-bezoeker gewoonweg niet bestaat. Zelfs als je het beperkt tot dé niet-geïnteresseerde niet-bezoeker. Er zijn zoveel verschillende redenen waarom mensen nou net vandaag, of net dit jaar, of dit deel van hun leven even niet aan canonieke kunst doen, dat het geen zin heeft daar een eenduidig beleid op te zetten. Daarom zijn er ook zoveel verschillende marketeers en marketing-goeroes.

Kennisniveau

Natuurlijk zijn er generalisaties te maken. Omdat het vaak gaat over kwetsbare ‘kwaliteitskunst’ die subsidie krijgt, wordt van de bezoekers meestal ook een zeker kennisniveau verwacht. Laagopgeleiden zullen wellicht wat van die kennis tekort komen en daardoor niet naar de opera gaan, althans in Nederland. Is dat erg? Misschien, maar, zo stellen de onderzoekers niet heel expliciet, dan kun je beter het opleidingsniveau van de laagopgeleide verhogen dan het kennisniveau dat de opera vraagt, verlagen.

We doen al meer dan genoeg om de publieksparticipatie te verhogen, stellen de onderzoekers. Zowel in het wegnemen van fysieke drempels als op het terrein van educatie sparen we kosten nog moeite. Met wisselend succes, maar het gebeurt. Ze citeren met duidelijk plezier een onderzoeker die het probleem als volgt omschreef ‘als een problematisering van de cultuursector zelf die vervolgens zichzelf ook als oplossing aandraagt – of preciezer: die het continueren van de huidige vorm van overheidsfinanciering van de cultuursector aandraagt als oplossing van het probleem dat de huidige vorm van overheidsfinanciering van de cultuursector leidt tot het probleem van nietbezoek.’

Op de schop

Het alternatief zou volgens de onderzoekers inhouden dat het hele bestel op de schop gaat. ‘Willen we overheidsbeleid inzetten om het bezoek aan cultuur ‘integraal en inclusief’ (dus onder alle leden van de bevolking, wellicht met een focus op de ‘niet-bezoeker’) te verhogen, dan kan een consequentie zijn dat we moeten nagaan of het bestaande overheidsgefinancierde aanbod wel voldoende relevant is voor het beoogde brede publiek. Zo niet, dan moet de financiële ondersteuning wellicht omgebogen worden richting vormen van aanbod die ook andere publiekssegmenten aanspreken. Dit is geen sinecure.’

Ze halen daarbij een EU-rapport aan, dat stelt dat in dat geval de organisatie – en ook het mandaat – van de bestaande culturele instellingen in hun geheel ter discussie komen te staan. ‘Dit kan zo ver gaan dat men ook opnieuw moet nadenken over wat ‘cultuur’ nu eigenlijk is, en waarom het een overheid past cultuurbeleid te voeren. Het kan bijvoorbeeld aanzetten tot een verschuiving van het ondersteunen van het aanbieden van passend geachte programma’s door professionele instellingen naar het ondersteunen van organisaties die mensen in staat stellen verschillende culturen in verschillende omgevingen te erkennen en uit te drukken’

Het is de vraag of de kamerleden van D66, CU, VVD en PvdA inderdaad het bestel overhoop willen halen, of dat ze nu, voor eens en voor altijd, de niet-geïnteresseerde nietbezoeker in zijn sop gaar laten koken. Of, zoals de notitie afsluitend stelt: ‘Indien de ‘niet-bezoeker’ werkelijk een problematische categorie vormt, dan is het grondig doordenken van de fundamenten van cultuurbeleid geboden.’

Lees hier het rapport ‘Canon en Mug’.

Deel dit:

WO-MAN in het theater: ‘Gek eigenlijk om ‘power’ direct aan ‘mannelijk’ te verbinden.’

Foto: Ben van Duin

Een van de inspiratiebronnen voor regisseuse Ingrid Kuijpers was een filmpje over een bepaald soort platwormen. Het heeft ook een plaats gekregen in haar voorstelling WO-MAN. Platwormen zijn tweeslachtige dieren. De paring komt neer op een gevecht om wie van de twee bevrucht wordt. Kuijpers: ,,Het exemplaar dat erin slaagt de ander zwanger te maken, heeft gewonnen. Als je zwanger bent, zit je vast aan een taak waaraan je veel energie kwijt bent. Ik vind het wel veelbetekenend dat platwormen niet in die rol terecht willen komen.”

,,Ritzah Statia en Dionne Verwey hebben een indrukwekkende power”, zegt regisseur Ingrid Kuijpers. ,,De kracht die ze hebben zou je mannelijk kunnen noemen. Om die reden wilde ik graag een voorstelling met hen maken. De voorstelling gaat over twee vrouwen die te veel kracht hebben om binnen het algemeen geaccepteerde vrouwelijke te kunnen blijven. Ik heb al vaker met Ritzah en Dionne gewerkt in producties van Golden Palace, maar ook als coach bij hun eigen projecten. Het zijn bijzondere vrouwen, fantastische spelers.”

Deel dit:

Jan van de Putte: ‘Mijn werk gaat over het veroveren van de muziek’

Auguste Bouquet: Portret van Jean-Gaspard Deburau, 1830 (bron Wikipedia)

De Nederlandse componist Jan van de Putte (1959) overschrijdt steevast de grenzen van muziek. Aarzelende aanzetten, stilte, weidse gebaren en verkenningen van ons onderbewustzijn staan net zo vanzelfsprekend in zijn partituur als klinkende tonen. Afgelopen najaar verscheen zijn vierdelige liederencyclus op poëzie van Pessoa, waarin hij de Portugese dichter trefzeker laat stamelen.

Op 8 november klinkt zijn nieuwste compositie, Cette agitation perpétuelle/cette turbulence sans but (Deze eeuwige opwinding/deze doelloze onrust). Ook hierin blijken gebaren en schijnbaar niet ter zake doende prevelementen tot de kern van het stuk te behoren. Hij componeerde dit voor Klangforum Wien, dat de wereldpremière verzorgt in Muziekgebouw aan ‘t IJ. Voorafgaand is er een openbare repetitie, van 13.00-13.45 uur.  Aansluitend zal ik met hem spreken over het hoe en waarom van zijn compositie. Als voorproefje stelde ik hem vast drie vragen.

Deel dit:

‘Geen geloof in het systeem.’ Het tweede seizoen van Netflix’s Making a Murderer.

Photo: Netflix

“Don’t let Netflix tell you what to think.”  De Netflix documentaire Making a Murderer zorgde in 2016 voor enorme ophef in de Verenigde Staten en de rest van de wereld. De samenleving was verdeeld in twee kampen: degene die geloofden dat Steven Avery schuldig was en de mensen die van mening waren dat hij wederom onschuldig in de cel zat. Tweestrijd. Net als een paar weken geleden in de zaak rondom de nominatie van Brett Kavenaugh als rechter voor het Hooggerechtshof. Dit resulteerde in het geval van Avery in petities en demonstraties, maar ook in doodsbedreigingen aan het adres van onder andere de sheriff en aanklager. Nu komt Netflix op 19 oktober met een tweede seizoen; Making a Murderer: Part Two. Ik kreeg de kans om alvast een aantal afleveringen van het nieuwe seizoen te bekijken.

Voor wie dit allemaal is ontgaan, hier een synopsis van de documentaire.
Deel dit:

Tosca als reality-soap bij Nederlandse Reisopera

Tosca - Nationale Reisopera 2018 (c) Marco Borggreve

De thematiek van Puccini’s opera Tosca uit 1900 is van alle tijden. Een cocktail van hartstochtelijke liefde, politieke rebellie, wellust en verraad is geconcentreerd rond de persoon van Floria Tosca. Regisseur Harry Fehr presenteert dit verhaal als een reality-soap, met impliciet commentaar op onze selfie-cultuur. Een aardige vondst, maar het is de vraag of deze het drama tot leven kan wekken. Gelukkig wordt er prachtig gezongen en gemusiceerd.

Het toneel toont een claustrofobische controlekamer. Van hieruit houden agenten iedereen via enorme monitoren in de gaten: de schermen dubbelen de beelden op het toneel. Niets ontsnapt aan de blikken van politiechef Scarpio, die een schrikbewind voert over Rome. De kale ruimte fungeert tevens als de kapel waar Mario Cavaradossi werkt aan zijn portret van Maria Magdalena. – Ogenschijnlijk, want in werkelijkheid stond Gravin Attavanti hiervoor model, de zus van politieke rebel Cesare Angelotti. Wanneer deze uit de gevangenis ontsnapt, biedt Cavaradossi hem een schuilplaats aan bij zijn villa.

Deel dit:

De Tweede Kamer is jongerenkunst geworden. Zo vervliegt de eerste vijf miljoen van de Cultuurbegroting

Duizend scholieren per dag in de Tweede Kamer. Niet minder dan dat. Dat wil Cultuurminister Ingrid van Engelshoven. Kost 4,8 miljoen. Geld dat u feitelijk gaat betalen via uw theaterkaartje, het bibliotheekboek, de museumticket. Want van die 4,8 miljoen had ook echte kunst gemaakt gemaakt kunnen worden.

Het is een grote vraag waarom het verplichte Tweedekamerbezoek bekostigd moet worden vanuit de cultuurbegroting. Dat verschillende extreemrechtse politici het hoogste orgaan in onze democratie soms een theater, dan wel schijnvertoning noemen kan toch niet de reden zijn? Het signaal gaat natuurlijk wel die kant uit. Want: wat heeft parlementsvisite in godsnaam te maken met cultuureducatie? Is onze nationale politiek cultuur? Kunst is het zeker niet.

Kasschuiven

Het is dus wederom een typisch Ruttiaanse sigaar uit eigen doos, deze greep uit het kunstbudget van 5 miljoen. Het kasschuiven waarmee Jet Bussemaker haar imago van kunstvriendelijke cultuurminister overeind hield, gaat dus gewoon door in het Kabinet nummer zover van onze gemankeerde Unilevercommissaris.

Het gaat natuurlijk wel leuke dingen opleveren. Rutte snapt ook dat de voorstellingen in zijn Kamer soms maar 15 man op de eerste rij trekken, iets wat hij eerder geheel onterecht het theater verweet. Gedwongen bezoek is dan een uitkomst, en het theater heeft daar buitengewoon veel ervaring mee. Eens in de zoveel tijd barst de bom wel weer ergens, wanneer een scholierenvoorstelling totaal de mist ingaat vanwege overlast vanuit het jongerenpubliek. Gejoel, mobieltjes, pesterijen van oudere toeschouwers: respect is voor mensachtigen met een nog niet goed ontwikkelde prefrontale cortex vaak best een dingetje.

Verplicht doodstil

Ervaren jongerentheaterprogrammeurs weten daar wel raad mee, waardoor het meestal best goed gaat. Zulke programmeurs zijn er niet in de Tweede Kamer. Dus zal – na de tocht langs de fullbodyscanner en het inleveren van de tasjes – de horde van  duizend scholieren zich op de diverse publieke tribunes storten. Om verplicht doodstil te zitten tijdens vaak onbegrijpelijke commissievergaderingen of plenaire debatten.

Gaan ze daar wijzer van worden? Waarschijnlijk niet. Al bestaat altijd de kans dat een enkeling zich tot het politieke metier aangetrokken zal voelen, of zelfs een stem bij een verkiezing gaat overwegen. Net zoals dat gaat bij echte kunst.

Te vrezen valt echter ook dat de 150 amateurspelers die nu de Kamerzetels bevolken nog genanter dan ze nu al doen om de gunst van het live publiek gaan strijden. We kunnen ons afvragen of de politiek daar beter van wordt. Wat er in ieder geval slechter van wordt, is duidelijk: de kunst. Die dit spektakel uit eigen zak moet gaan betalen.

Deel dit:

Camilla de Rossi in NTRZaterdagMatinee: drie eeuwen verlate première

Na jaren begint mijn gedram over de onzichtbaarheid van vrouwelijke componisten vruchten af te werpen. Mede dankzij de #MeToo beweging worden ook componerende dames eindelijk serieus genomen en uitgevoerd. De NTRZaterdagMatinee maakt hen dit seizoen zelfs tot speerpunt in de programmering.

Afgelopen zaterdag klonk de wereldpremière van Salto di Saffo van Calliope Tsoupaki (1963). Zij componeerde dit dubbelconcert voor panfluit, blokfluit en orkest als ‘companion piece’ voor La mer van Debussy. Haar beeldende muziek kreeg een spetterende uitvoering door Matthijs Koene, Erik Bosgraaf en het Radio Filharmonisch Orkest onder leiding van Markus Stenz. NRC beloonde het stuk met de maximale vijf sterren.

Bach, Bach en nog eens Bach

Zaterdag 13 oktober speelt de Nederlandse Bachvereniging de Nederlandse première van Il sacrifizio di Abramo van Camilla de Rossi (ca 1670-1710). Hoewel zij dit oratorium al in 1708 componeerde beleeft het pas ruim drie eeuwen later zijn Nederlandse première. Vrouwelijke componisten werden eeuwenlang over het hoofd gezien, maar De Rossi was beslist niet enig in haar soort.

Bij de Nederlandse Bachvereniging denk je aan Bach, Bach en nog eens Bach. Aanvankelijk gericht op Johann Sebastian werd het repertoire gaandeweg uitgebreid met Bachs componerende voorouders, kinderen en tijdgenoten. Pas in 2014 stonden de eerste ‘vrouwelijke noten’ op de lessenaars, met de wereldpremière van Oidípous van – jawel – Calliope Tsoupaki. Zij schreef dit oratorium in opdracht van Pierre Audi en het Holland Festival.

Van hoogste roem naar vergetelheid

Dode dames schitterden bij de Bachvereniging tot nu toe dus door afwezigheid. Zo klonk wel muziek van Händel en Vivaldi, maar bleven de kleurrijke cantates en madrigalen van Barbara Strozzi (1619-1677) ongespeeld. Zij had een prachtige sopraanstem en studeerde compositie bij Francesco Cavalli. Zelfbewust publiceerde ze acht bundels met uitsluitend eigen composities.

Als volwaardig lid van de Venetiaanse Accademia degli unisoni (Academie der gelijkgestemden), leidde zij filosofische gesprekken en bracht zij haar eigen stukken ten gehore. De musicoloog Charles Burney (1726-1814) noemde haar zelfs de bedenker van de cantate – een ontwikkeling die latere auteurs uiteraard aan mannen toeschreven.

Zonnekoning wijzigt wet

Haar jongere Franse collega Elisabeth Jacquet de la Guerre (1665-1729) sloot dit nieuwerwetse genre dankbaar in haar armen. Als muzikaal wonderkind trok zij de aandacht van de Parijse beau-monde. Koning Lodewijk XIV was zó onder de indruk van haar virtuositeit dat hij de wet wijzigde die het vrouwen verbood in het openbaar te musiceren. Zij trad toe tot zijn entourage en werd zijn protegé.

Zij componeerde naast klavecimbelmuziek opera’s, balletten en cantates. Pareltjes zijn de Bijbelse cantate Jonas en de wereldlijke cantate L’isle de Délos, die de muziekstandaards van de Bachvereniging nog niet bereikt hebben. Jammer, want Jacquet de la Guerre grossiert in levendige zanglijnen en dramatische orkestbegeleidingen vol onverwachte harmonische wendingen. Bij haar overlijden plaatste een Franse historicus haar op zijn ‘Parnassusberg’ naast Marais, Lalande en Lully.

Adellijke dames

In Duitsland en Nederland waren het vooral adellijke dames die de componeerpen ter hand namen. Zoals Wilhelmine Markgräfin von Bayreuth (1709-1758), de oudste dochter van ‘soldatenkoning’ Friedrich Willem I. Zij stichtte samen met haar echtgenoot een kunstacademie in Bayreuth en entameerde aan haar hof een bruisend muziekleven. Er werden vele opera’s uitgevoerd, waaronder haar eigen Argenore. Ook haar jongere zus Anna Amalia (1723-1787) was een begaafde componist, die onder andere het ‘Singspiel’ Erwin und Elmire schreef.

In ons land raakte barones Josina van Boetzelaer (1733-1797) als hofdame van de Oranjes gegrepen door de opera-uitvoeringen die zij organiseerden. Zij publiceerde vier bundels met meeslepende aria’s vol sprankelende melodieën en een beeldende orkestrale begeleiding. Ook Belle van Zuylen (1740-1805) componeerde verschillende opera’s, die echter allemaal verloren zijn gegaan.

Camilla de Rossi

Camilla de Rossi was in haar tijd als vrouwelijke componist dus beslist geen eenzame uitzondering. Helaas is van haar weinig meer bekend dan dat zij begin 18e eeuw actief was in Wenen. Ze omschreef zichzelf als ‘Romana’ en kwam vermoedelijk uit Rome. Hoewel ze niet in dienst was van Keizer Josef I gaf hij haar in 1707 opdracht voor het oratorium Santa Beatrice d’Este.

Een jaar later stond Il sacrifizio di Abramo op de lessenaars van de Weense hofkapel. Camilla de Rossi gebruikte hiervoor een libretto van Francesco Maria Dario, dat vier personen opvoert. Centraal staan Abraham (tenor) en zijn zoon Isaac (altus); kleinere rollen zijn er voor Sara, de echtgenote van Abraham en een engel (beide sopraan).

Soepele recitatieven

Rossi schrijft soepele recitatieven en ontroerende aria’s. Opmerkelijk zijn de twee chalumeaux die de vredige droom van Abraham begeleiden vlak voor God hem opdraagt zijn zoon te offeren. De chalumeau is een voorloper van de klarinet, die pas een jaar daarvoor in Wenen was geïntroduceerd.

De Rossi was dus zeer bij de tijd en had bovendien een fijnzinnig gevoel voor klankkleur. Ook in haar andere opera’s zet zij bepaalde instrumenten in voor een dramatisch effect. Zo vertegenwoordigen trompetten de schurkachtige strijders in Santa Beatrice d’Este en symboliseert een theorbe de onschuld van de hoofdpersoon van haar oratorium Sant’Alessio.

Een buitenkans om haar schitterende muziek nu live te horen in de NTRZaterdagMatinee. Hopelijk volgen snel ook haar andere drie oratoria. – En misschien ook eens een hernieuwde uitvoering van Oidípous van Tsoupaki.

Goed om te weten Goed om te weten

Zaterdag 13 oktober 2018, NTRZaterdagMatinee, 14.00 uur
Nederlandse Bachvereniging: Il sacrifizio di Abramo van Camilla de Rossi. Info en kaarten hier.

Dit artikel is een bewerking van een stuk dat ik schreef voor het vriendenblad van de Nederlandse Bachvereniging. 

 

Deel dit:

‘Zo’n liefde tussen die twee, waaróm mag dat eigenlijk niet?’ Jaap Robben schrijft in ‘Zomervacht’ over een verstandelijk beperkte jongen.

Jaap Robben Marc Brester/AQM

Zijn ouders werkten in een instelling voor verstandelijk gehandicapte mensen, en daarom zat Jaap Robben als kind menig uurtje krulspelden in doosjes te stoppen. Het vormde de kiem voor zijn roman Zomervacht. ‘Ik wilde een spannend boek schrijven met een gehandicapte als een van de hoofdpersonen, omdat je vrijwel nooit over die wereld leest.’

Vier jaar na zijn zeer succesvolle debuutroman Birk is Jaap Robben (34) terug met Zomervacht, een wrange en grappige roman over een gezin met een kras. Sinds de scheiding van zijn ouders woont de 13-jarige Brian met zijn klaploper van een vader in een caravan. Moeder heeft Brians zwaar verstandelijk beperkte broer Lucien onder haar hoede. Maar als zij op reis is en Lucien vanwege een verbouwing van de instelling waar hij woont in de zomerperiode thuis moet worden opgevangen, nemen Brian en zijn vader de zorg op zich. Het laat zich raden dat dit voor de nodige problemen zorgt.

Deel dit:

Twee meer dan terechte prijzen voor ‘het enige echt innovatieve theater van Nederland’

Liesbeth Coltof. Foto: Chris van Houts

Zou het dan toch gebeuren? Zou de droom van Liesbeth Coltof echt uitkomen? 36 jaar lang maakte ze theater waarin de leeftijd van het publiek geen rol speelde. Zaterdag 6 oktober kreeg ze uit handen van Hedy d’Ancona de Oeuvreprijs uitgereikt van de vereniging van schouwburgdirecteuren (VSCD). Daarmee streeft ze Ivo van Hove voorbij. De internationaal doorgebroken leider van het Amsterdamse stadsgezelschap ontving eerder wel een oeuvreprijs van het Amsterdamse bedrijfsleven en de Belgische overheid, maar nog nooit van de Nederlandse schouwburgen. Maakt ze daarmee haar bij het dankwoord uitgesproken claim waar, dat het jeugdtheater het enige echt innovatieve theater van Nederland is? Er valt veel voor te zeggen.

Neem de voorstelling waarmee ze gisteren afscheid nam als artistiek leider van de Toneelmakerij. Het innovatieve daarvan ligt niet direct voor de hand: een oude, klassiek geworden tranentrekker van Bertolt Brecht, een decor van rollende torens van steigerpijp: het is allemaal eerder gezien. Al wordt Brecht niet heel vaak op het toneel gezet, in Nederland.

Deel dit:

Forse stijging vrijwilligerswerk in Nederlandse musea #fairpractice

Logo Museumvereniging

De kans dat je in een museum geholpen wordt door iemand die daar onbetaald, puur voor haar lol staat, is de afgelopen jaren aanzienlijk gestegen. Dit geldt vooral voor museumwinkels, museumcafés en garderobes, kortom, alles wat met commerciële activiteiten en bedrijfsvoering te maken heeft. Dit blijkt uit een nader onderzoek van de tamelijk juichende cijfers over 2017, die de Museumvereniging op 2 oktober naar buiten bracht. Maar je moet er dus wel even naar zoeken.

Lees hieronder wat er speelt.

Jaarcijfers publiceren is altijd een dingetje. De twee bekendste brancheverenigingen in de cultuursector maken er elk jaar een feestje van. Althans: een feestje vol goed nieuws. Of het nu gaat om onze schouwburgen en concertgebouwen, of om de musea: er is een panische angst voor negatieve publiciteit. Zelfs ‘nuance’ ligt gevoelig, al doet de Museumverenging dit jaar wel zijn best. Ondanks dat het ‘in totaal’ goed gaat met de Nederlandse musea, en er zelfs meer eigen inkomsten worden gegenereerd dan subsidie wordt ontvangen, verkeert een toenemend aantal musea in zwaar weer.

Deel dit:

‘De meeste mensen leven liever alleen.’ Philippe Claudel over zijn indringende roman ‘De archipel van de hond’

Philippe Claudel ©Marc Brester/AQM

Op een klein eiland spoelen drie zwarte mannen aan. Dat dreigt roet in het eten te gooien van de bewoners en hun economische plannen. Dus doet iedereen liever alsof er niets is gebeurd. Archipel van de hond, de nieuwe roman van Philippe Claudel, is een beklemmend boek waar soms lichtheid doorheen kiert. De Franse bestsellerauteur maakt zich zorgen: ‘Ooit vormden nucleaire wapens het grootste gevaar, maar als je het mij vraagt is het gedrag van de mens op dit moment het gevaarlijkst.’

Grensperikelen

Vroeger, als klein jongetje, begreep Philippe Claudel (56) er niets van. Vanwege de Eerste en Tweede Wereldoorlog háátten zijn grootouders en ouders alle Duitsers in de nabije omgeving. Maar als ze in het weekend even de grens over gingen – vanuit zijn woonplaats Dombasle-sur-Meurthe in Lotharingen ben je zo in de Elzas – hoorde hij hen verzuchten hoe mooi en schoon het daar toch was, en hoe vriendelijk en beleefd de mensen. ‘Dat zeiden dezelfde volwassenen die een week eerder nog riepen dat die barbaarse Duitsers hun vijanden waren. Voor mij als kind was dat haast schizofreen.’

Deel dit:

‘Stop geen bekende Nederlander in je film als je er zelf niet in gelooft.’ Denktank moet Nederlandse Film redden

Nederlands Film Festival 2018

De promotieclip van het Nederlands Film Festival (NFF) is een flitsende, in rap-stijl gesneden compilatie. Het straalt een explosie van creatieve energie uit die ook nog helemaal bij de tijd is. Het is de beste festivalclip in tijden. Combineer dat met Niemand in de stad als sterke openingsfilm en je krijgt het gevoel dat het er goed voor staat met de Nederlandse film. En dan wordt dat feestje tijdens de NFF conferentie – de aftrap van de programmasectie voor professionals – plots bedorven door de presentatie van Filmdistibuteurs Nederland (FDN).

‘De Nederlandse publieksfilm: erop of eronder?’ staat daar in grote letters geprojecteerd op het scherm boven het panel. Eerlijk gezegd had ik die ochtend een vertegenwoordiger van de Vlaamse film ook horen zeggen dat het ‘grow or die’ was, maar daar maken ze jaarlijks maar acht bioscoopfilms. In ons land heb je het al gauw over een stuk of dertig, dus dat zal toch zo’n vaart niet lopen hier? Helaas voor de optimisten, de FDN toont cijfers.

Deel dit:

Was will das WOB? Ministerie maakt stukken rond subsidie Arbeidsmarktagenda cultuur openbaar.

Fragment uit de openbaar gemaakte stukken van het ministerie.

Het ministerie van OCW beschikt over uitstekende zwarte viltstiften. Op geen enkele manier is het me daarom gelukt te achterhalen welke krant in Amsterdam het WOB-verzoek heeft gedaan waarop minister van Engelshoven nu reageert. De lengte van het zwarte balkje kan alles zijn (behalve Coöperatief Cultureel Persbureau UA).

Maar goed: iemand doet onderzoek naar de gang van zaken rond de besteding van 400 duizend euro aan de opstelling en uitvoering van de ‘Arbeidsmarktagenda Cultuur’. De agenda waarmee, geheel volgens de normen van de polder, werkgevers en werknemers in de cultuursector iets proberen te doen aan de rampzalige arbeidsmarkt in de sector.

Deel dit:

Hilda Paredes vereeuwigt Afro-Amerikaanse vrijheidsstrijder in haar opera ‘Harriet’

Harriet Tubman (c) Harvey B. Lindsley (Wikipedia)

Op 3 oktober gaat de opera Harriet van Hilda Paredes in première, gewijd aan de legendarische Afro-Amerikaanse vrijheidsstrijder Harriet Tubman (ca. 1822-1913). Halverwege de 19e eeuw ontsnapte zij aan een slavenbestaan, waarna ze met gevaar voor eigen leven vele lotgenoten bevrijdde via de zogenoemde Underground Railroad. 

Na jarenlang getouwtrek besloot het Amerikaanse ministerie van Financiën in september 2018 de beeltenis van Tubman op een 20-dollarbiljet te plaatsen.

Harriet werd gecomponeerd in opdracht van Internacional Cervantino, Muziektheater Transparant en Muziekgebouw aan ‘t IJ, waar ook de eerste uitvoering plaatsvindt. De charismatische sopraan Claron McFadden zingt de hoofdrol, de Vlaamse zangeres Naomi Beeldens vertolkt haar gesprekspartner Alice. Op 2 oktober spreek ik na afloop van een gratis toegankelijke openbare repetitie met de componist, regisseur Jean Lacornerie en dirigent Manoj Kamps.

Mexicaanse wortels

In Nederland is de Mexicaans-Britse Hilda Paredes (1957) weinig bekend. Hoewel ze sinds 1979 in Engeland woont, koestert ze nog altijd sterke banden met Zuid-Amerika. In 2001 kreeg ze de prestigieuze J.S. Guggenheim Fellowship voor haar opera El Palacio Imaginado. Deze is gebaseerd op een verhaal van de Chileense auteur Isabel Allende. Voor het libretto putte ze onder andere uit moderne Mexicaanse poëzie.

Zelf leerde ik Paredes in 2010 kennen tijdens een concert van het Arditti Quartet. Ik was onder de indruk van haar tweede strijkkwartet Cuerdas del destino, waarin de strijkinstrumenten fluisteren als menselijke stemmen. Maar wie is Hilda Paredes eigenlijk? Ter introductie stelde ik haar alvast drie vragen.

Ongebruikelijke speelwijzen

Wat typeert u als componist?

Ik vind veel inspiratie in het rijke culturele leven van mijn geboorteland Mexico. Vaak werk ik samen met Mexicaanse dichters en kunstenaars maar ik haak ook aan bij andere muzikale tradities. Zo word ik qua ritme en structuur geïnspireerd door de muziek van Noord-India. Ik vermijd het echter traditionele muziek te citeren of te imiteren. – Behalve als het onderwerp daarom vraagt, zoals in het geval van Harriet. Ik zet graag poëzie op muziek en adresseer in mijn opera’s psychologische, politieke, gender- en humanitaire kwesties.

De afgelopen vijftien jaar werk ik bovendien veel met elektronica. Dat heeft niet alleen mijn manier van luisteren maar ook mijn manier van componeren drastisch veranderd. Ik laat instrumenten graag anders klinken dan we gewend zijn, met behulp van alternatieve speelwijzen die ik zelf ontwikkel. Gelukkig zijn de meeste musici tegenwoordig vertrouwd met dergelijke ‘extended techniques’.

Hilda Paredes (c) Graciela Iturbide

Gecodeerde berichten als simpele deuntjes

Wat kunnen we verwachten van uw opera ‘Harriet’?

Het is een portret van de Afro-Amerikaanse vrijheidsstrijder en voormalige slavin Harriet Tubman (ca. 1822-1913). Harriet vertelt haar levensverhaal aan haar jonge protegé Alice. In het eerste bedrijf horen we over haar jeugd als slavin en over een gewelddadige verwonding van haar hoofd. Ze kreeg hierdoor religieuze visioenen die haar uiteindelijk de weg naar ontsnapping wezen.

Ze werd bekend als de Mozes van haar volk, een leider die vele slaven bevrijdde. Hiertoe maakte zij gebruik van de Underground Railroad, een netwerk van antislavernijactivisten. Via smokkelroutes konden slaven van de zuidelijke naar de noordelijke staten van Amerika of naar Canada vluchten. Zoals de meeste van haar lotgenoten was Tubman analfabeet, daarom gebruikte ze muziek om weglopers de weg te wijzen. Gecodeerde berichten werden verpakt in simpele deuntjes, die je terughoort in het tweede bedrijf.

Blijvende strijd tegen racisme

Eenmaal zelfstandig nam ze een achtjarig, lichtgekleurd meisje in huis, Margaret. Het derde bedrijf gaat over de onbeantwoorde vraag of Margaret haar dochter was, omdat de twee een ongewoon sterke band hadden. Op haar oude dag vertelde Harriet vaak verhalen aan Margarets jongste dochter Alice.

Harriet Tubman op biljet van 20 dollar

De vierde akte beschrijft de gevechten die Harriet leidde tijdens de burgeroorlog. Ook vertelt ze over Nelson Davies, een jonge soldaat die haar tweede man werd. We leren haar gedachten kennen zoals die door verschillende bronnen zijn vastgelegd. Tot slot klinkt haar boodschap aan president Lincoln. De epiloog is een boodschap van hoop en continuïteit in haar strijd tegen slavernij en racisme.

Elektronica

Hoe heeft u het werk opgezet?

Harriet is een kameropera voor twee stemmen, slagwerk, viool, gitaar en elektronica. In eerste instantie zou het een monodrama worden, verteld door Harriet. Maar tijdens het onderzoek stuitten we op haar band met Alice, de jongste dochter van Margaret. In de nieuwe opzet vertelt Harriet haar relaas aan Alice vertelt, met wie ze ook in gesprek gaat. Daarom zijn er twee zangers.

Mayra Santos-Febres heeft prachtige gedichten gemaakt, gebaseerd op het leven van Harriet en goed gedocumenteerd. Lex Bohlmeijer schreef de meeste dialogen en maakte een verhaallijn. Omdat ik moest roeien met beperkte middelen heb ik naast zang en instrumenten ook elektronica ingezet. Zo kon ik toch een breed klankspectrum ontvouwen dat recht doet aan de dramatische ontwikkeling.

Goed om te weten Goed om te weten

Hilda Paredes: Harriet: Scenes in the Life of Harriet Tubman
Muziektheater Transpararant
2 oktober 12.00-13.30 uur openbare repetitie Muziekgebouw aan ’t IJ Gratis toegankelijk op reservering Ik spreek met Hilda Paredes, regisseur Jean Lacornerie en dirigent Manoj Kamps

3 oktober 20.15 uur wereldpremière Muziekgebouw aan ‘t IJ. Info en kaarten hier. Inleiding 19.15-19.45 uur. Ik spreek met Hilda Paredes.

Deel dit:

Componist Jan van de Putte laat Fernando Pessoa stamelen

Jan van de Putte (foto van eigen website, fotograaf niet vermeld)

Vier composities wijdde Jan van de Putte (1959) aan de poëzie van Fernando Pessoa. De integrale cyclus verscheen afgelopen najaar op de dubbel-cd Bamboleamos no mundo (‘we waggelen door de wereld’). De componist treft de kern van Pessoa’s ongrijpbare teksten met al even zinsbegoochelende muziek.

Van de Putte is een van de origineelste stemmen in het Nederlandse muzieklandschap en tart graag onze verwachtingspatronen. Fragmentarische aanzetten tot klank en schijnbaar toevallige omgevingsgeluiden zijn even belangrijk als de klinkende noten zelf. Zo heeft een zangeres ‘jeuk’ in Es schweigt (1993) en strijkt een violist in Dans le coin (1999) onhoorbaar over de snaren.

Gesis, gefluister

Ee Jya nai ka Ee jya nai ka EE jya, in 2005 gecomponeerd voor de opening van Muziekgebouw aan ’t IJ, is geïnspireerd op carnavaleske Japanse dansfestijnen. Dagblad Trouw hoorde hierin ‘ongemakkelijke stiltes en plots opploffende erupties als hete lavablubs.’ Reinbert de Leeuw, die de wereldpremière dirigeerde, sprak van ‘een krankjorum stuk. Naar het eind toe staan er steeds minder noten op de pagina’s, je staat als een gek te bladeren.’

De Leeuw bestelde meteen een nieuwe compositie voor zijn Schönberg Ensemble. Dat werd Uma só divina linha voor sopraan en ensemble op teksten van Fernando Pessoa. Een zangeres produceert minutenlang wonderlijke klanken – pfffwieoow, gesis, gefluister. Als ze eindelijk haar mond echt opendoet, komt er geen geluid uit. Het stuk raakte een snaar bij het publiek en vormde de opmaat voor de vierdelige Pessoa-cyclus die nu op cd is verschenen.

Mondloze stem

Van de Putte gebruikt hierin voornamelijk teksten van Álvaro de Campos, het heteroniem waaronder Pessoa romantische gedichten schreef. Eigenlijk moet je deze muziek live horen, zo sterk is het theatrale aspect.

Uma só divina linha (‘een goddelijke lijn’) is een ode aan de nacht en rept van een ‘mondloze stem’. Je keel knijpt onwillekeurig dicht als je ziet hoe de sopraan amechtig poogt klank te produceren. Haar gefluisterde woordflarden rijgen zich tergend langzaam aaneen tot een samenhangend geheel. Na een bloedstollend dissonante climax op het woord ‘só’ vervalt de sopraan – een weergaloze Barbara Hannigan – weer in gestamel. De muziek dooft ondertussen stilletjes uit.

Addiamento (‘uitstel’) gaat over het almaar uitstellen van goede voornemens. Cimbalom en harp wisselen eindeloos tussen twee tonen, het ensemble lijkt voortdurend in een wolk van onbestemdheid te zweven. Een mezzosopraan (een ingeleefde Barbara Kozelj) declameert nu eens bezwerend dan weer hartstochtelijk haar grootse toekomstplannen. IJle strijkers en zacht tinkelende belletjes verklanken treffend de onhaalbaarheid van haar mijmeringen.

Slapeloosheid als de wijdte van sterren

Het vierdelige Bamboleamos no mundo opent met ‘Poema de cançao sobre a esperança’ (‘gedicht over de hoop’). Barbara Kozelj en de sopraan Keren Motseri omstrengelen elkaar a cappella in fraai meanderende, expressieve lijnen. In de overige drie deeltjes ondersteunt het ensemble spaarzaam maar sfeervol de lyrische, almaar duisterder wordende expressie van de solisten.

Het afsluitende Insónia (‘slapeloosheid’) is gezet voor sopraan, mezzosopraan, koor en ensemble. Musici en zangers komen in strikt genoteerde volgorde op. Zo horen we minutenlang slechts het omgevingsgeluid van de zaal voor er daadwerkelijk ‘muziek’ klinkt.

Begeleid door instrumentale bliepjes, sis- ruis- en fluisterklanken reciteert een bas verzen als ‘een slapeloosheid van de wijdte van sterren’. Maar waar in het eerste deel de ruisklanken een nachtelijke buitenwereld vertegenwoordigen, beschrijven zij nu een claustrofobische binnenwereld.

Angstaanjagende klankstapelingen

Dit laatste deel (verwarrenderwijze soms ook aangeduid als derde deel) besluit een reis naar het innerlijk. Van een ‘ontwikkeling van de natuur naar het binnenste van de ziel’ zoals Van de Putte het zelf omschrijft. Immense, angstaanjagende klankstapelingen en donderend slagwerk wedijveren met sprookjesachtige verstilling.

Met zijn contrastrijke muziek doet Van de Putte de gelaagde poëzie van Pessoa volledig recht. Reinbert de Leeuw voert Asko|Schönberg, Cappella Amsterdam en solisten met veel gevoel voor nuance door deze rijke partituur. Ook zonder beeld staat deze Pessoa-cyclus als een huis.

Jan van de Putte Pessoa-cyclus Et’cetera Records € 21,50 

 

Deel dit:

Waarom een code niets gaat veranderen aan de unfaire praktijken in de kunsten

Foto: wijbrand schaap

Het Nederlandse jeugdtheater is dit jaar bekroond met de Prijs van de Nederlandse Critici. Volkomen terecht. Dat jeugdtheater van ons is van superieure kwaliteit, divers, durft verhalen te vertellen en buiten de eigen navel te kijken. Het is meer dan jammer dat je als volwassene zonder kind niet zo vaak met dat theater in aanraking komt. Menig volwassene zou fervent theaterbezoeker worden als meer theater zou zijn als ons jeugdtheater.

Maar dat kan niet. Om meerdere redenen. De nauwe band met het jonge publiek is namelijk speciaal. Kinderen gaan met hun school naar theater, of het theater komt op school. En dat zijn lang niet altijd vrijwillige bezoeken. Theatermakers die in zo’n context werken kunnen niet anders dan rekening houden met hun publiek. Iets wat in het ‘volwassentheater’ niet tot de subsidievoorwaarden behoort. Het jeugdtheater is een sterk gereguleerd theater.

Deel dit:

Waarom regen het publiek bij openluchtbioscoop Zienemaan en Sterren niet deert

Het zou de ideale zwoele zomeravond kunnen zijn: een filmpje kijken onder een idyllische sterrenhemel. Op de herfstachtige avond van vrijdag 6 september blijkt openluchtbioscoop Zienemaan en Sterren echter meer een oefening in uithoudingsvermogen. Het regent, de temperatuur daalt, maar het Groningse publiek blijft onverstoord zitten: kop d’r veur en parapluutje open.

“Iedere stad had een openluchtbioscoop behalve Groningen. Dat is natuurlijk belachelijk!” zegt organisator Jorine Witte. “Het is zo’n goed concept om mensen op een laagdrempelige manier in aanraking te laten komen met mooie films,” vertelt programmeur Harmen Huizenga.” Jorine en Harmen werkten samen bij Zienema, de bioscoop van poppodium VERA waar zij iedere dinsdagavond bijzondere films vertoonden. Jorine: “Wij voelden ons geroepen om ook in Groningen een openluchtbioscoop op de kaart te zetten.” Zo begon Zienemaan en Sterren ooit in 2011 in het klein op het Groningse Ebbingekwartier met een breed filmdoek voor een grasveld.

Het decor voor de ideale instagramfoto

Inmiddels beleeft Zienemaan en Sterren haar achtste editie en is uitgegroeid tot de grootste openluchtbioscoop van Noord-Nederland. Het voormalige suikerunieterrein is de thuishaven van dit driedaagse filmfestival. Het is een prachtlocatie en lijkt het decor voor de ideale instagramfoto: achter het filmdoek baadt de suikerfabriek in een mysterieuze paarse gloed, de gekleurde lampjes van de barretjes steken gezellig af bij de industriële setting. Op vrijdag 6 september bezoek ik het festival. Zienemaan en Sterren doet dan zijn naam eer aan met een heuse Russische ruimtefilm: Salyut 7.

Foto: Lies Mensink

De Fatboys liggen uitnodigend klaar, knusse kleedjes hangen over de stoelen en de eerste gasten nemen ze al in gebruik. Linda en Rinze uit Roden zijn er vroeg bij. Op de eerste rij zitten zij klaar voor een reis naar de ruimte. Google bracht ze naar Zienemaan en Sterren: “We zijn een avondje uit in Groningen en zochten op internet naar een leuk evenement. Het was dit of stoelendansen op de Grote Markt,” vertelt Linda. Er staat een buitje gepland, maar zijn ze voorbereid op de regen? Het antwoord luid kort “nee.” Ze kruipen iets verder onder hun dekentje.

 “Russische Ruimtevaart is veel toffer dan NASA!”

Foto: Lies Mensink

Minstens zo slecht voorbereid zijn Remon en Peter. Deze twee stoere mannen vind ik -zoals gebruikelijk- bij een statafel met een biertje in de hand. “Wij zijn heel goed voorbereid op de regen,” grapt Peter, “als in: wij hopen heel erg hard dat het niet gaat regenen.” “Kijk!” wijst Remon hoopvol, “die wolk daar trekt al weg!”

Noch Remon noch Peter zijn eerder op Zienemaan en Sterren geweest, terwijl zij beiden werkzaam zijn bij VERA en daarmee bekend met het concept. Het was de film die dit keer de doorslag gaf. Remon toont trots zijn T-shirt. Ik lees Pockockmoc, “Roskosmos,” verklaart Remon, hij blijkt een kenner van de Russische spelling, “je kunt mijn naam ook als ‘Pemoh’ schrijven.” Wat volgens Pemoh een Russische film over ruimtevaart zo aanlokkelijk maakt: “Russische ruimtevaart is veel toffer dan NASA; ze waren overal eerder”. “En het verhaal uit de film is waargebeurd.” vult Peter aan. “Ah, net zoals de Amerikaanse maanlanding?” vraag ik. Peter lacht. Hij maakt zijn vingers tot aanhalingstekens, “Ja, ‘waargebeurd’.”

“Ik heb niets met Science-Fiction”

Op de vrijdagavond van Zienemaan en Sterren komt het thema ruimte op verschillende manieren terug: er staat een door sponsor Vedett geleverde raket en er schalt een ruimteplaylist door de speakers. Terwijl David Bowie met Space Oddity aftelt voor de film; 10, 9, 8… telt een bezoeker achter mij voor iets anders af: “3, 2, 1 hoppa”, met zijn billen droogt hij de natte stoel. Deze bezoeker blijkt zich minder goed te hebben ingelezen: “Ik moet je heel eerlijk zeggen: ik heb niets met Science-Fiction,” zegt hij tegen zijn metgezel. “Huh? Maar ik dacht dat jij zo’n spaceman was!” “Nee ik houd van Space Oddity das heel iets anders!”

Foto: Douwe de Boer

De film van de avond Salyut 7 heeft niets met Science-Fiction te maken. Salyut 7 vertelt het waargebeurde verhaal van de tot op heden meest technisch uitdagende missie in de ruimtevaart. Als het Russische controlecentrum in 1985 het contact verliest met het onbemande ruimtestation Salyut 7 slaat de paniek in de Sovjet-Unie toe. Wanneer een rondtollend onbemand object van ruim 20.000 ton neerstort op Aarde zal een catastrofe plaatsvinden. Die ramp wordt uiteraard nog groter als het midden in de Koude Oorlog toevalligerwijs in de VS terechtkomt. Er zit maar één ding op: het ruimtestation bemannen. Salyut 7 is een ijzingwekkend spannende film en biedt een verfrissend ander perspectief.

“Russische ruimtefilms zijn veel meer down to earth”

“De meeste ruimtefilms zijn Amerikaans,” vertelt programmeur Harmen, “en toch was er een andere grote speler in de ruimtevaart: de Sovjet-Unie.” De Russische cinema is volgens Harmen traag, ingetogen en vol twijfel met een vleugje melancholie. Hij merkt gevat op: “Russische ruimtefilms zijn veel meer down to earth. Er is meer focus op het menselijke, het existentiële. Salyut 7 heeft het beste van twee werelden: Het valt precies tussen het bombastische van Hollywood en het ingetogener werk van de Russen.”

Tijdens de film ontnemen donkere wolken het zicht op de maan en sterren. Terwijl de film prachtig gewichtloosheid toont in een scène waar satelliet Salyut 7 vol zwevende waterdruppels zit, vallen in Groningen de druppels naar beneden. De regenponcho’s gaan uit de tas en bezoekers verplaatsen hun stoel om kleurrijke paraplu’s open te klappen. Het is nog altijd sfeervol op het festivalterrein, met een beetje fantasie lijken de paraplu’s net parasols. De temperatuur begint te dalen, maar het is nog altijd niet zo koud als in het Russische ruimtestation op het scherm. Ook de Russische astronauten klagen niet in vliegende vrieskist Salyut 7 “Het is net Sochi in de winter,” zegt de een en haalt zijn schouders op.

“Twee jaar geleden was het nog erger en ook toen bleef iedereen zitten”

Foto: Obed Brinkman

In de pauze warmen de bezoekers zich aan wijn en thee, maar niemand gaat weg. Nait soezen (niet zeuren) lijkt het motto. “Nou je ziet het,” zegt Harmen, “zelfs de regen deert de mensen niet.” Het verbaast mij, net zoals het de organisatie zelf twee jaar eerder verbaasde: “Twee jaar geleden was de regen nog erger en ook toen merkten we dat iedereen bleef zitten. Het gaf ons in ieder geval vertrouwen dat we nog door konden gaan,” vertelt Harmen. “Zolang de film pakkend genoeg is blijft het publiek kijken.” Bij Salyut 7 is dat het geval. De suspense is constant voelbaar door de enorme bombastische soundtrack. Het publiek kan gelukkig af en toe weer ademhalen in schitterende duizelingwekkende shots die doen denken aan Gravity.

“Het eerste jaar was echt een eye-opener”

Salyut 7 is een film die de open lucht aan kan. Harmen: “Ik houd bij het selecteren van een film altijd in mijn achterhoofd of de film blijft staan in de open lucht. Sommige films zijn prachtig, maar toch wat ingetogen en klein. De dialoog moet wel goed overkomen.” Jorine vult aan: “In het eerste jaar hadden we hele luidruchtige films gekozen. We dachten toen: mensen zijn supersnel afgeleid, dus we moeten echt films hebben die de aandacht blijven trekken. Dat eerste jaar was echt een eye-opener voor ons, want wat bleek: iedereen bleef netjes in rijen zitten. Het was veel meer een ‘bioscoop’ dan wij hadden verwacht. Het jaar daarna hebben we wat stillere films geprogrammeerd.”

 “Ik probeer zo divers mogelijk te programmeren”

Harmen en Jorine
Foto: Obed Brinkman

Het oprekken van de bioscoopconventies is juist iets wat Harmen en Jorine op Zienemaan en Sterren proberen te doen. “We doen nu sinds een paar jaar de concertfilm. Daarbij hopen we dat mensen misschien toch gaan dansen, dat er wat reuring is, net alsof je echt bij een concert staat te kijken. Na eerder concertfilms van Herman Brood, David Bowie en The Talking Heads te hebben getoond, is het voor de achtste editie tijd voor concertfilm Monterey Pop. “Ik probeer altijd zo divers mogelijk te programmeren,” vertelt Harmen, “omdat je dan ook een heel divers publiek aanschrijft. Voor de vrijdag hebben we Russisch en ruimtevaart, voor de zaterdag een concert met hippies en flowerpower, dan zondag punk en aliens in How to Talk to Girls at Parties. Zo is er voor ieder wat wils.”

Foto: Ron Perdok

Zelfs kinderen zijn bij Zienemaan en Sterren aan het goede adres. Sinds drie jaar toont de organisatie in de middag kinderfilms in “Zienemini”. Het knusse café in de Suikerfabriek, de Wolkenfabriek, leent zich perfect voor die setting. Moeder Nathaly bezoekt op zaterdagmiddag De dieren uit het Hakkebakkebos met haar dochter en diens vriendinnetje. “We komen ieder jaar naar Zienemini. Het is veel leuker dan een gewone bioscoop. De kinderen kunnen hier rustig van hun plek gaan om te spelen.” Haar dochter komt haar halen: “Snel mama! De film begint!”

“Wij proberen altijd meer te doen dan alleen een film te tonen”

Voor filmfestival Zienemaan en Sterren is een film tonen meer dan slechts op play drukken. Jorine: Ik vind het heel jammer dat de huidige bioscoopbranche enkel een film afdraait; dat kan ook gewoon thuis op de bank. Wij proberen altijd meer te doen dan alleen een film te tonen. We geven een inleiding en laten een deskundige aan het woord als het even kan. Zodat wij met onze filmevenementen echt iets toevoegen.” Zo wordt voor de hoofdfilm altijd een goede korte film getoond. Een genre waar in de reguliere bioscoop geen plek voor is.

“Het moeilijke van een evenement in de openlucht blijft dat je van tevoren nooit weet waar je aan toe bent,” zegt Harmen. “Vorig jaar hadden we een perfecte editie, windstil en een avondzonnetje, dan zit je zo met 700 man. Als het regent zijn de bezoekersaantallen beduidend lager.” Toch maakt een regenachtige nacht bij Zienemaan en Sterren duidelijk dat Groningers niet van suiker zijn. Al dan niet voorbereid laten ze zich niet wegjagen door een beetje water.

Aftermovie: Joris Bakker

Deel dit:

VACATURE – Zakelijk leider (m/v) 0,8 fte per 1 januari 2019

Mugmetdegoudentand is een eigenzinnig Amsterdams theatergezelschap dat al meer dan dertig jaar succesvol theater en af en toe televisie maakt. De groep maakt nieuw Nederlands repertoire dat de tijdgeest met persoonlijke stem beschrijft. De Mug maakt plm 4 voorstellingen per jaar, waaronder een ambitieus Europees project in 2020. De Mug wordt meerjarig (planperiode tot 2021) gesubsidieerd door de gemeente Amsterdam en het Fonds Podiumkunsten.

Vanwege het aanstaande vertrek van de huidige zakelijk leider zoekt mugmetdegoudentand een zakelijk leider (m/v) per 1 januari 2019.

Profiel

De zakelijk leider is verantwoordelijk voor het financieel beheer, voert het management van de instelling en onderhoudt daarvoor contacten met samenwerkingspartners, culturele instellingen, overheden en sponsoren. Verder stelt de zakelijk leider de jaarbegroting op,rapporteert daarover aan het bestuur en bewaakt de voortgang.
Samen met de algemeen directeur/artistiek leider is de zakelijk leider  medeverantwoordelijk voor de ontwikkeling van de plannen – producties en de exploitatie – voor de middellange termijn.

Gevraagde kwalificaties

  • De zakelijk leider beschikt over strategisch inzicht en is communicatief.
  • Hij/zij is schrijfvaardig, uiteraard ook in het Engels.
  • Hij/zij is bestuurlijk sensitief en opereert vanuit een effectief netwerk in de podiumkunsten.
  • Hij/zij beheerst de financiële aspecten (fiscaal, exploitatie, verslaglegging, fondsenwerving, rapportages) van een kleine dynamische kunstorganisatie.
  • Hij/zij weet voor de belangen van de Mug collegiaal en zelfstandig zijn/haar weg te vinden.
  • Affiniteit met theater in het algemeen is een must en affiniteit met de voorstellingen van de Mug is een pré.

Wat biedt theatergezelschap mugmetdegoudentand?

  • Een dienstverband in eerste instantie voor een jaar, met perspectief op verlenging;
  • Arbeidsvoorwaarden op basis van opleiding en ervaring, georiënteerd op de CAO Dans en Theater;
  • Adequate werkomgeving, standplaats Amsterdam.

Organisatie

De zakelijk leider wordt op kantoor ondersteund door een productieleider en een PR medewerker.

Procedure

Hebt u belangstelling voor deze functie en meent u te voldoen aan de gevraagde kwalificaties, dan nodigen wij u uit vóór 5 oktober uw motivatiebrief en een beknopt CV te sturen naar sollicitatie@mugmetdegoudentand.nl. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Margreet Huizing, margreet@mugmetdegoudentand.nl / 06-57567059.

Uw sollicitatie zal vanzelfsprekend vertrouwelijk worden behandeld.

Deel dit:

Freek en Hella de Jonge houden open huis in het Groninger Museum

Foto: Groninger Museum

Eindelijk heeft het Groninger Museum het voor elkaar. Zes weken lang kun je Hella en Freek de Jonge bewonderen in het museum. Niet alleen hun kunst, maar ook de mensen achter de werken. Kunst meets performance art meets reality show. Van 10.00 t/m 17.00 uur. Een blik werpen in de keuken van het echtpaar; ook letterlijk, want Hella gaat in de echte keuken dagelijks een degelijk ontbijt maken. Dit ontbijt heeft er, volgens Hella, voor gezorgd dat ze beiden nog zo fit en gezond zijn. Naast zichzelf, stellen Freek en Hella werken— zowel oud als nieuw— uit hun privécollectie tentoon. Net als het mozaïek ‘Water en Vuur’ dat het startpunt van de expositie vormt, toont Het Volle Leven een mozaïek van hun leven en omdat volledig te ervaren heeft de bezoeker alle zintuigen nodig.

Groninger aardbevingsproblematiek

Freek de Jonge heeft zich zichtbaar sterk gemaakt voor Groningen en haar inwoners; de aardbevingen en de daaropvolgende strijd tegen onder andere de onwillige NAM en de Nederlandse overheid. De tentoonstelling bevat ook een gedeelte dat de focus legt op deze problematiek. Een rommelend huis met een scheur van top tot teen; een montage gemaakt door Hella dat het proces van Freek en zijn strijd voor Groningen weergeeft inclusief beelden van de fakkeltocht van afgelopen januari. Horen, zien en voelen zijn de zintuigen die sowieso aangesproken worden bij dit element. Het gebruik van geur durf ik (nog) niet te zeggen, maar het feit dat de aardbevingsproblematiek nog niet is opgelost is toonbeeld van slechte smaak.

Deel dit:

26 september, 17:00 uur De lezersborrel van Cultuurpers: het begin van een mooie vriendschap?

Tien jaar geleden kreeg ik een nieuwe bril. Twee weken later reed een gepensioneerde oogarts met zijn auto door mijn linkerbeen heen en een maand daarna is, vanuit een – gelukkig tijdelijke – rolstoel, het idee voor het Cultureel Persbureau geboren. Mede omdat de kunstredacties van de Geassocieerde Persdienst en NRC gedecimeerd werden. 26 september is dus maar een datum, maar wel een datum met een verhaal. Dat viert het Cultureel Persbureau graag met actieve lezers en volgers als jij, die dit nu leest.

Tien jaar alweer, waarin we van gesubsidieerd rijk naar commercieel straatarm bewogen en nu ergens daartussen hangen, met nog steeds hetzelfde gevoel van journalistieke noodzaak en kunstliefde en de wil om de verhalen te blijven vertellen die verteld moeten worden. Jaren waarin het stimuleringsfonds voor de journalistiek ons niet wilde helpen, omdat ‘kunst’, volgens het bestuur, ‘geen rol speelde in het maatschappelijk debat’, en we toch doorgingen.

Jubeljaar

Op 26 september vieren we niet het echte jubileum: dat doen we in het voorjaar van 2019, wanneer het echt 10 jaar geleden is dat het Cultureel Persbureau het levenslicht zag.  Maar deze woensdag is het begin van het jubeljaar, waarin we graag met jullie een toost uitbrengen op wat er nog allemaal te gebeuren staat.

Maak kennis met een paar van onze auteurs, vraag eens hoe dat nou eigenlijk werkt, zo’n club en deel je beste geheimtip met onze sterverslaggevers.

Kom binnen, maar geef wel eerst je komst op. Dat kan via onderstaande knop:

Eventbrite - Kijkje in de keuken. Ledenborrel Coöperatief Cultureel Persbureau

Deel dit:

Intiem festival Film by the Sea viert twintigste editie en moet nu verjongen, aldus scheidend directeur

CineCity Vlissingen is de locatie voor Film by the Sea

In de trein naar Vlissingen dient het festival zich al aan. Schuin tegenover mij converseren twee dames over films en boeken. Ze bladeren in een programma en vragen zich af of het zal lukken Sophia Loren te zien. Inderdaad, mijn vermoeden klopt. Ze gaan een weekend naar Film by the Sea. “Het is onze eerste keer. We gaan veel naar festivals samen en dit stond al lang op ons lijstje.” Ze verheugen zich op de collegereeks ‘Liefde voor verhalen’ die ze gaan volgen. Ze kennen de organisator van dit programma-onderdeel Harry Peters van lezingen in het filmhuis in Alkmaar.

Het prachtige, stoer-sensuele posterbeeld voor Film by the Sea dat beeldend kunstenaar Aat Veldhoen dit jaar ontwierp siert de entree van de CineCity-bioscoop in Vlissingen. Gisteren is hier de twintigste editie van het festival geopend met een gala-voorstelling van Becoming Astrid. De Zweedse biopic over de jonge Astrid Lindgren, later beroemd geworden als schepper van onsterfelijke jeugdliteratuur. Denk aan Pippi Langkous en Ronja de Roversdochter. Vandaag barst in alle acht zalen het evenement echt los.

Boekverfilmingen

Film en literatuur noem je hier in Vlissingen al snel in één adem. Al vanaf de tweede editie heeft Film by the Sea zich geprofileerd met een hoofdcompetitie van boekverfilmingen. Artistiek directeur Leo Hannewijk, die het festival in 1999 samen met Ad Weststrate van CineCity oprichtte, zag daar destijds een kans. “Ik ontdekte dat er op de hele wereld geen enkel festival bestond dat was gewijd aan boekverfilmingen. Terwijl toch een kwart van het filmaanbod uit boekverfilmingen bestaat. Het was een manier om Film by the Sea tussen al het festivalgeweld onderscheidend te maken. Overigens staan bij de beoordeling de filmische kwaliteiten voorop. Het is niet nodig dat de jury, dit jaar voor de vijfde keer onder voorzitterschap van Adriaan van Dis, al die verfilmde boeken ook heeft gelezen.”

Leo Hannewijk (foto Lex de Meester)

Hannewijk beaamt dat Film by the Sea geen festival is dat zich perse toespitst op het doen van nieuwe ontdekkingen. “Het is niet nodig om Rotterdam te imiteren. Al gebeurt het natuurlijk wel eens dat we, omdat we aan het begin van het nieuwe filmseizoen staan, een titel van Rotterdam afsnoepen.” Bij de keuze ligt de nadruk op arthousefilms en mooie bioscooptitels uit Europa en Amerika. “Het verre Oosten zijn we niet zo in gespecialiseerd.”

Het lééft

In vergelijking met de neiging tot overdaad die we elders wel zien is het relatief kleine Film by the Sea aangenaam compact en overzichtelijk. Aan een tafeltje op het Cinecafé-terras zegt Hannewijk: “Het is intiem en niet zo formeel.”

Dat is ook wat bezoekers die ik spreek prettig vinden. “Alles in één bioscoop bij elkaar. Het lééft”, vinden de trouwe festivalgangers Ivette (57) en Marth (23). “Het is goed georganiseerd en de mensen zijn aardig.” De gezellige sfeer is ook iets dat Annie (63) aanspreekt. Ze is er nu met een vriendin uit Middelburg en komt hier al vanaf het begin. Ze is ook als vrijwilliger scout voor het festival en kijkt daarvoor veel films. Children of the Snowland en Breathing Into Marble zijn bijvoorbeeld twee titels die ze kan aanbevelen.

CineCity is de locatie, met een klein deel van het programma in het nieuwe Vlissings Filmtheater. 125 titels in totaal, waarvan 25 schoolvoorstellingen. Een flink deel van het aanbod bestaat uit films die al een distributeur hebben en later in het jaar worden uitgebracht. En eerlijk gezegd zie ik zelfs een paar titels die al draaien in de bioscoop, zoals BlacKkKlansman. Maar ook, zoals Hannewijk aangeeft, “heeft 25% van de selectie nog geen distributeur. Daarvoor bieden we een podium.”

Sophia Loren in Una giornata particolare

Veel aandacht trekt Film by the Sea dit jaar met hoofdgast Sophia Loren, die morgen de Grand Acting Award voor acteurs met een bijzondere staat van dienst krijgt uitgereikt. Een van de laatste echte diva’s van de Europese film is ze genoemd. In 1977 speelde Loren naast Marcello Mastroianni de ontroerende en aangrijpende hoofdrol in Una Giornata Particolare van Ettore Scola. “Een film die”, aldus Hannewijk, “ook veel voor mijn ontwikkeling betekende.”

Daarbij was Scola in 2003 de eerste filmmaker die de Lifetime Achievement Award van Film by the Sea kreeg uitgereikt.

Bergman

Een blikvanger van de 20ste editie is het Bergman-retrospectief. Dit is het door het Zweeds Filminstituut georganiseerde eerbetoon aan Ingmar Bergman, de beroemde Zweedse filmmaker die dit jaar 100 jaar geworden zou zijn. Vlissingen is er snel bij. Pas volgend jaar zal dit fraaie programma in Eye en op andere locaties in Nederland te zien zijn.

Zo kort na mijn aankomst zie ik hier nog weinig collega-filmjournalisten rondlopen, maar Hannewijk vindt wel dat de bekendheid gestaag is toegenomen. “Toch is het gek dat een journalist van de VPRO bij de verslaggeving vanuit Venetië The Sisters Brothers als een van de hoogtepunten noemt, maar dan niet even vermeldt dat het ook de slotfilm is van Film by the Sea.”

Filmroes

Volgens Hannewijk komt een flink deel van de bezoekers inmiddels van buiten de regio. Zo te zien klopt dat wel. Van de festivalgangers die ik zo af en toe aanschiet komt ruim een derde van buiten Zeeland. Na de uitloop van de verfilming van Ian McEwans On Chesil Beach tref ik bijvoorbeeld de Amsterdammers Bart (45) en Roos (43) met twee vrienden. Ze zijn opgeleid aan de Filmacademie en dompelen zich hier al sinds 2008 jaarlijks onder in een filmroes. Wat ze zojuist zagen vinden ze niet geweldig, maar dat tempert hun enthousiasme voor het festival niet. Als charme van Film by the Sea noemt Bart de kleinschaligheid, plus de afwisseling van arthouse met grotere titels. Ze blijven hier meerdere dagen.

Telde Film by the Sea in 1999 nog maar 5.000 bezoeken, tegenwoordig is dat gestegen tot rond de 46.000. Ter vergelijking: Vlissingen telt 45.000 inwoners. Het festival heeft volgens Hannewijk een goede naam en er is veel om trots op te zijn. Vandaar de hamvraag: waarom stopt Leo Hannewijk (1955) er dan nu mee?

Verjonging

“Na twintig jaar vind ik dat het tijd wordt om het stokje over te dragen. Ik wil nog graag andere dingen gaan doen, zoals bijvoorbeeld een groot cultureel project rond de Oostkerk in mijn woonplaats Middelburg. Het festival heeft ook verjonging nodig. Een groot deel van het publiek bestaat inmiddels uit vijftigplussers. En voor het organiseren van die verjonging ben ik niet de geschikte figuur. Ik twitter bijvoorbeeld niet. Hier ligt een mooie taak voor mijn opvolger.”

De eerste film die ik hier zelf zie is I Am Not a Witch. Een intrigerend Afrikaans drama dat inmiddels de Britse Oscarinzending is en komende donderdag in de Nederlandse bioscoop wordt uitgebracht. In de zaal rondkijkend vraag ik me af of die 46.000 bezoeken dit jaar wel gehaald gaan worden. Maar de magere twintig bezoekers bij deze film zijn een uitzondering. Latere voorstellingen zijn goed bezocht, en naarmate de dag vordert wordt het in de CineCity-foyer, het aangrenzende Cinecafé en de als feestlocatie neergezette Spiegeltent steeds drukker. Vooral het Filmboekenbal dat laat op de avond van start gaat met muziek en een vleugje burlesque (niet helemaal mijn smaak) trekt een grote menigte. Als ik hier om me heen kijk valt het ook met die vergrijzing wel mee. De eerste dag van mijn Film by the Sea-weekend zit er op.

De noodzaak van verhalen

Zondag. Ik stap binnen bij het Vlissings Filmtheater om een van de filmcolleges mee te pakken. Toevallig loop ik Harry Peters tegen het lijf, de film & literatuurdeskundige die dit programma-onderdeel al een flink aantal jaren, deels samen met Gerlinda Heywegen organiseert. Gisteren heeft hij zelf de aftrap gegeven met een voordracht over het thema ‘de onbetrouwbare verteller’. Gevolgd door een voorstelling van het alle verhaalconventies tartende Tiere. Volgens beschrijving op de festivalwebsite een ‘grote mindfuck’. En volgens Peters geïnspireerd door de onmogelijke realiteiten van tekenaar Escher.

“Verhalen vertellen is voor mensen een noodzaak. Een manier om de chaos beheersbaar te maken”, aldus Peters. Dat geldt zowel voor boeken als films, alleen werkt het in beide gevallen net even anders. “Literatuur vertelt eerst, en laat daarmee iets zien. Een film toont eerst iets, waarna we daar betekenis aan kunnen geven.” Waarmee hij de strekking van zijn gisteren gehouden inleiding aanstipt: wie maakt nu eigenlijk het verhaal? Zijn wij dat als kijker zelf niet?”

Verzorgingshuis

Intussen zijn de college-deelnemers – hier wel veel grijze kuiven – de zaal uitgestroomd waar ze Being John Malkovich gezien hebben. Ook al een tamelijk ongewoon verhaal waarin het mogelijk blijkt in het hoofd van iemand anders te stappen. An & Dré (samen 140) uit Vlissingen bezoeken al vier jaar het festival en komen speciaal voor de college’s. Ze kennen Harry en Gerlinda en vinden de reeks heel interessant. Het zorgt voor verdieping en laat je ook anders kijken. Dat probeert An althans.

Ook twee middelbare dames (‘Noem ons maar studievriendinnen.’) komen op het festival veel films zien en zijn voor het derde jaar collegegangers. Ze vinden de reeks fantastisch, maar zijn niet tevreden over de nieuwe locatie. Het Vlissings Filmtheater zit namelijk onder één dak met het woonzorgcentrum Scheldehof. Ook de vandaag te openen expositie van werk van Aat Veldhoen vinden we hier. Maar hoe prachtig de oude scheepswerf waar alles is ondergebracht ook is verbouwd, de vriendinnen missen hier de festivalsfeer. Daarnaast vinden ze de combinatie met het zorgcentrum niet prettig. Volgens hen zijn er meer die er zo over denken.

Huisfilosoof

Na de pauze treedt Stine Jensen aan, de huisfilosoof van Film by the Sea. Haar betoog gaat over het intrigerende fenomeen ‘aap en vrouw’, een combinatie die sinds King Kong met zekere regelmaat in films opduikt. De studievriendinnen vinden het een mooi betoog, maar Dré laat me na afloop weten dat hij liever een meer psychologische invalshoek had gezien. “Er zat meer in dit onderwerp.”

Terug in CineCity ben ik net op tijd om te zien dat Van verlies kun je niet betalen, over een bejaarde Vlissingse groenteman, bezig is uit te groeien tot een echte festivalhit. De documentaire maakt deel uit van het blok Zeeuwse films – vast festivalonderdeel. Gisteren al voor 700 bezoekers in première gegaan in de XL-zaal. Nu opnieuw druk bezocht en hoog gewaardeerd, afgaande althans op de reactie van Linda (28) en David (37). “Ik ben speciaal voor deze film gekomen. Ik ken de maker en kwam als jongetje in die groentewinkel. Een heel mooie documentaire, echt een verhaal over het leven. Een aanrader.” Wallie Pollé van Windmill Film is er ook en laat me weten de documentaire uit te gaan brengen, samen met de korte film De letterschilder.

Sophia Loren

Dan ter afronding van de dag snel naar de CineCity-XL-zaal voor de huldiging van Sophia Loren. Alles zoals het hoort, met mooie woorden van oud-festivalvoorzitter Hedy d’Ancona over de bevrijding van vrouwen, de prijsuitreiking door minister Ingrid van Engelshoven, een staande ovatie en een ontroerde dankwoorden van Loren. Mooi dat ze hier is.

Eerder deze middag had de dame bij de stand van de Vlissingse boekhandel ‘t Spui me gevraagd of ik al op de boulevard was geweest. “De trots van Vlissingen.” Het blijkt vlakbij te zijn. Dat pak ik nu dus mee, op weg naar het station voor de trein terug. Een prachtige avondwandeling langs oude en nieuwe kades, strandjes en uitzicht op de Westerschelde, waar grote containerschepen statig voorbij varen.

Jan Doense nieuwe directeur

En wie gaat nu het stokje van Leo Hannewijk overnemen, vraagt u zich natuurlijk af. Het bestuur van Film by the Sea heeft als opvolger Jan Doense gekozen: doorgewinterd filmliefhebber, zakelijk leider van De Filmkrant, filmproducent en ervaren organisator van filmfestivals. Hij gaat leiding geven aan de inhoudelijke invulling van het festival. Het team van CineCity blijft de uitvoering verzorgen.

Jan Doense (foto: Joao Carlos Rodrigues)

Voor hij in november in functie treedt wil Doense nog niet veel kwijt over mogelijke plannen. Ter geruststelling laat hij de huidige fans van Film by the Sea ieder geval weten geen grote koerswijziging voor ogen te hebben.

“Het is een uniek festival dat stevig in zijn schoenen staat en een trouw publiek heeft. Ik ga zeker broeden op nieuwe ideeën zonder aan de huidige formule afbreuk te doen.”

Als voorbeeld noemt hij nieuwe CCXL-zaal, die volgens hem nog beter benut zou kunnen worden met voorstellingen voor een groot publiek. Over de hier en daar geopperde suggestie dat het festival moet verjongen is hij tamelijk laconiek.

“Ik ben vier jaar jonger dan Leo Hannewijk, dus dat verschil is niet zo groot. Maar ik twitter wel. Verder wil ik over die verjonging niet al te krampachtig doen. Het hoeft niet perse allemaal jong en hip te worden. Het is ook leuk dat er een trouw en wat ouder publiek is dat Rotterdam te turbulent vindt.”

“Film by the Sea is een relaxed festival zonder al te veel industrie waar zowel filmliefhebbers als mensen uit de filmbranche graag komen. Ik zie het als een soort klein Cannes aan de Schelde, een prettige plek om te vertoeven, vlakbij een mooie boulevard om even pauze te nemen en oesters te eten.”

“Toen ik werd gevraagd of ik de artistieke leiding wilde overnemen kwam dat op een goed moment. In de tijd dat ik directeur was van het Imagine Film Festival [Hij nam daar in 2008 afscheid, LB] had ik de bijnaam Mr. Horror, maar ik heb meer te bieden. Nu eens geen genrefestival. Het trekt me juist aan dat Film by the Sea een breed aanbod heeft.”

Doense heeft van vaderszijde wel Vlissingse roots, maar blijft voorlopig in Amsterdam. “Ik verheug me op het lezen van boeken tijdens lange treinreizen. Ik ga er nog niet wonen, maar zal er uiteraard wel vaak zijn. Om te beginnen kom ik iedere week op dinsdagavond in het kader van ‘Film by the Sea door het jaar’ een film inleiden. Dat is een mooie manier om het publiek te leren kennen.”

Goed om te weten Goed om te weten

Het ’20th international film festival Film by the Sea’ zoals het voluit heet, vindt plaats van 7 t/m 16 september in Vlissingen.

Deel dit:

Zonder geheugen blijft ons theater zich gedachteloos vernieuwen, blijkt op het @theaterfestival

Het Nederlandse theater herinnert zich steeds minder. Dat bleek afgelopen vrijdag tijdens een tweetal bijeenkomsten in ITA, het gebouw waar ooit de Stadsschouwburg gevestigd was. Tijdens Nieuwe Grond, een onderdeel van het Nederlands Theaterfestival, ging het over erfgoed.

De ene bijeenkomst zal mogelijk herinnerd worden door de zes aanwezigen: de twee gasten plus presentator, en hun drie toeschouwers. De andere bijeenkomst zat vol met archivarissen, dramaturgen, journalisten en beleidsmakers. Daar werd gesproken over de diepgevoelde wens om het geheugengat te dichten dat achterbleef na de door verhalenverteller en onderminister Halbe Zijlstra gedwongen opheffing van het Theaterinstutuut Nederland (TIN), nu zes jaar geleden.

Deel dit:

Reinbert de Leeuw op zijn 80e verjaardag overladen met eerbewijzen

REINBERT 80 met Femke Halsema en Maarten van Boven, foto Ada Nieuwendijk

Begeleid door Asko|Schönberg zingt Katja Herbers delen uit Im wunderschönen Monat Mai, Reinberts bewerking van klassiekers van Schubert en Schumann. De schrijnende teksten krijgen een geestige twist in het laatste lied. In ‘Röslein auf der Heiden’ is niet het breekbare bloempje uit het origineel maar Reinbert zelf het ‘slachtoffer’.

“Und der wilde Knabe brach
Reinbert auf der Heiden;
Reinbert wehrte sich und stach,
Half ihm doch kein Weh und Ach,
Mußte es eben leiden.
Reinbert, Reinbert, Reinbert roth,
Reinbert auf der Heiden.”

Deel dit:

‘Mijn wil is het enige wat ik kan controleren.’ Hoe Benedict Wells’ moeilijke jeugd hem deed uitgroeien tot bestsellerauteur

Schrijver Benedict Wells ©Roger Eberhard

Robert Beck, de hoofdpersoon van Benedict Wells’ debuutroman Becks laatste zomer, hoopt als bijna-veertiger alsnog zijn droom waar te maken: een carrière in de muziek. Wells (34) weet wat het is om alles op alles te zetten om je droom na te jagen. Een moeilijke jeugd zette hij om in literatuur, en hij werd er verdomd succesvol mee.

Deel dit:

PODCAST: Theaterfestival 2018 opent met strafbaar feit.

1Op 6 september 2018 liet Chokri Ben Chika zijn gevoel voor humor achter in België. Hij toog met een gevulde jerrycan naar de Amsterdamse Stadsschouwburg en pleegde een strafbaar feit. Hij bedreigde een tot de nok gevulde Rabozaal met een niet van echt te onderscheiden nepwapen. Hij vertelde dat hij bewondering had voor de anonieme Tunesiër die met zijn zelfverbranding het begin had ingeluid van de Arabische lente. Deze avond zou ook het NOS Journaal eindelijk weer eens met theater openen, verzekerde hij de doodstille zaal.

Luister hier naar de speech en de dramatische afronding na 30 minuten:

Deel dit:
6,041FansLike
1,132VolgersVolg
16,074VolgersVolg

Wat nu? Een betaalmuur?!

Klopt, we geven (bijna) niks gratis weg!

We hebben je support namelijk nodig. Anders ga je ons missen.

Holler Box
50% Complete

Dank voor je bezoek!

Wil je echt niets meer missen? Schrijf je dan in voor onze GRATIS nieuwsbrief
Holler Box