‘Dit ben ik, luister naar me, kijk naar me.’ Hoe ‘schandaalfotograaf’ Erwin Olaf tot fotograaf van het koningshuis uitgroeide

Palm Springs, 'The Kite' (2018) ©Erwin Olaf

De beelden in zijn hoofd zijn altijd heel sterk, zelfs al weet hij op voorhand niet wat ze betekenen. Fotograaf Erwin Olaf werk intuïtief en ziet pas achteraf waar zijn fotoseries over gaan. Zoals Palm Springs, zijn nieuwe werk dat sinds dit weekend te zien is op de dubbeltentoonstelling in het Gemeentemuseum en Fotomuseum in Den Haag. ‘Fantasie is voor mij de kurk waarop ik in dit leven drijf. Het maakt mijn leven mooier en groter.’

Chessmen XVII (1988) ©Erwin Olaf

De overzichtstentoonstelling brengt de ontwikkeling in het werk van Erwin Olaf mooi in beeld. Verwierf hij bekendheid vanwege zijn taboedoorbrekende fotoseries van ingesnoerde naakte mensen (Chessmen, 1987-1988) of bejaarde pin-ups (Mature, 1999), in het nieuwe millennium werd zijn werk ingetogener, met series zoals Grief (2007), over verdriet en eenzaamheid. Van ‘schandaalfotograaf’ werd hij een gearriveerd kunstfotograaf, die vorig jaar de eer kreeg de staatsieportretten van de koninklijke familie te maken.

De boekenwereld is de kluts kwijt

(Beeld: Mohamed Abdelgaffar, Pexels.com)

 

Dat uitgevers en schrijvers het lastig hebben, is geen nieuws. Dat er iets moet veranderen in het contact met de lezers ook. Maar wat? Dat is de grote vraag waar nog niemand een antwoord op heeft. De uitgevers zijn in een razend tempo hun aanzien, hun monopolie en vaak ook hun grachtenpanden kwijtgeraakt. Aan de andere kant is het fenomeen selfpublishing aan een opmars bezig.

Waarom ik de volgende keer aardig zal zijn tegen een bedelaar.  (Wat Ilay den Boer al niet voor elkaar krijgt)

Fotograaf: Jan Sol
Fotograaf: Jan Sol

Omdat het recordmooi weer was wandelde ik zondag 17 februari 2019 van Amsterdam Centraal naar Theater Bellevue. Ik zou de voorstelling ‘En dus zal ik weer gaan.’ gaan zien, van Ilay den Boer, iemand die ik vroeger intensief volgde, maar sinds ik geen betaald meningverkoper meer ben, uit het oog was verloren. De titel van de voorstelling beschouwde ik als een oproep tot een goed voornemen. Daarom was ik weer gegaan.

Toen gebeurde er iets. Ergens op De Singel zag ik hem al van ver aankomen, tussen de groepen toeristen, en hij had mij ook al gespot, als kennelijk aanspreekbaar. Ik was in een zonnig humeur, maar gehaast, en ik wilde de man met het Lex Goudsmit-uiterlijk niet direct afwijzen. Op zijn vraag of hij mij wat mocht vragen, zei ik daarom ‘ja’. Direct daarna zei hij: ‘Ik ben dakloos en…’ . Het chagrijn sloeg toe. Ik beende weg met de woorden ‘ik ook.’ Waarop hij zei: ‘ik hoop het niet voor u.’ Hij klonk oprecht verbaasd.

‘Pas als ik het heb opgeschreven weet ik wat ik van iets vond.’ Nicolien Mizee over smurfen, kabouters en moord

Schrijfster Nicolien Mizee ©Roger Cremers

‘Wil je mijn smurfen even zien?’ Uit de mond van ieder ander zou zo’n vraag vreemd klinken, maar bij Nicolien Mizee kijk je nergens van op. De boeken van de Haarlemse schrijfster zijn immers vaak een tikkeltje vreemd en absurd, en vooral ook geestig. De interviewband staat al uit, de thee is op, en Mizee haalt een soort maquette tevoorschijn met daarop de ‘plattegrond’ van het landgoed met volkstuintjes die de setting vormen van haar nieuwe boek Moord op de moestuin. ‘Kijk,’ wijst ze naar de smurf met ganzenveer en perkamentrol in de hand, ‘dat is hoofdpersoon Judith, dus eigenlijk ikzelf. Knutselsmurf met een grote klisteerspuit is dokter Zeelenburg, en die daar…’ – Smurfin en Gargamel staan ieder aan één kant van een perenboom – ‘… zijn Guusje en Kenny.’

Alle ballen op Cuijk. Waarom het echt een goed idee is dat Nederland elk jaar een Culturele Hoofdstad krijgt.

M carbunaru [CC BY-SA 3.0 (https://creativecommons.org/licenses/by-sa/3.0)], from Wikimedia Commons
M carbunaru [CC BY-SA 3.0 (https://creativecommons.org/licenses/by-sa/3.0)], from Wikimedia Commons

Wat zou het mooi zijn wanneer Zutphen volgend jaar Culturele Hoofdstad van Nederland zou zijn, als trotse vertegenwoordiger van zichzelf en dankzij een stevige impuls vanuit haar ommeland: de provincie Gelderland. Kunnen ze gelijk de uitzichtloze situatie van het lokale theater aanpakken, kunnen ook de kids uit de buitenwijk naar hiphop in een echte zaal en weet iedereen in Nederland dat Zutphen ertoe doet. Het jaar daarna is de eer aan Goes, en probeert Zeeland als provincie zich sterk te maken voor een jaar dat nog mooier is. Nog een jaar later is Saba aan de beurt. Of Cuijk.

De provinciale overheden in Nederland hebben op dit moment niets met kunst en cultuur. Bij alle beleidsherzieningen en bezuinigingen van de afgelopen jaren zijn ze er gewoon tussenuit geknepen. Een uitgebreid onderzoek van het Landelijk Kennisinstituut Cultuureducatie Amateurkunst heeft dat definitief aangetoond. Er is hier en daar wat aandacht voor cultuureducatie op basisscholen, en soms is daar gedoe over, maar ook de culturele professionals hebben feitelijk geen idee wat er in de provinciale hoofden omgaat.

‘Een moord op een hoer, waar allemaal hoge heren bij betrokken waren.’ Tomas Ross over de nooit opgehelderde moord op de Haagse Blonde Dolly

Hoe kwam de Haagse prostituee Blonde Dolly aan haar miljoenen? En waarom werd haar moordenaar nooit opgepakt, terwijl overduidelijk was wie haar moet hebben gewurgd? Dat ruikt naar een complot, en complotten zijn als koren op de molen van schrijver Tomas Ross. In Blonde Dolly buigt hij zich over een van de oudste en meest mysterieuze cold cases van Nederland.

Tot het allerlaatst heeft Tomas Ross (74) aan Blonde Dolly zitten schaven. ‘Ik heb fouten gemaakt, niet te geloven,’ verzucht hij, terwijl hij een sjekkie draait. ‘Het boek speelt zich af in Den Haag in 1959 en ik woonde daar destijds zelf, 15 was ik. Ik was dol op films en had Porgy and Bess gezien. Ik had het nog opgezocht: de film was in het voorjaar van 1959 in première gegaan. Dolly werd eind oktober vermoord. In het boek had ik die twee met elkaar verbonden. Maar die première betrof Amerika, in Nederland kwam de film pas in het voorjaar van 1960 uit en toen was Dolly al vijf maanden dood.

Kindermuziek gered, maar relatie tussen Noord Brabant en philharmonie zuidnederland blijft ‘koeltjes’

Foto: MaxPixel CC0

Wat er precies gezegd is, blijft vooralsnog onbekend. Dat er flink gesproken is, is duidelijk. In ieder geval is het resultaat helder: de Philharmonie Zuidnederland (die niet met hoofdletters geschreven wil worden) doet weer netjes mee met de kunsteducatieprojecten in Noord Brabant. De fanfare en ketelmuziek, waarmee het Limburgs-Brabantse fusie-orkest eerder aankondigde alle kindertjes, samen met drie kleinere jeugdtheaterinstellingen, in de steek te laten, is verstomd.

Handreiking

De formulering in de brief van de Philharmonie is wel grappig: ‘Partijen zijn het erover eens dat het stopzetten van educatieve activiteiten – hoewel vanuit het onzekere financieel perspectief van het orkest voor dat jaar begrijpelijk – in alle opzichten onwenselijk is. Bestuur en Raad van Toezicht van philharmonie zuidnederland hebben daarom een handreiking gedaan om uit de ontstane impasse te geraken. Het orkest heeft toegezegd vanaf februari 2019 zijn medewerking aan te bieden aan de programmering van educatieve projecten van de partners in het jaar 2020 om de continuïteit ervan in Noord-Brabant te waarborgen.’

Vloekend en tierend een teder gedichtje tikken. Biografe Elsbeth Etty toont Willem Wilmink in al zijn complexiteit

Zo goed en vlot als het schrijven van gedichten en liedjes hem afging, zo moeizaam viel het dagelijks leven hem. Schrijver Willem Wilmink groeide uit tot een Twentse volksheld, maar bleef in zijn hart een kind, zo blijkt uit de biografie van literair criticus Elsbeth Etty. ‘Iemand die, aldus zijn beste vriend Herman Finkers, niet eens een schaar kon vasthouden.’

Met mededogen, maar ook kritisch toont Elsbeth Etty (67) in haar boek In de man zit nog een jongen de dichter Willem Wilmink (1936-2003) in al zijn complexiteit. Door zijn talent en niet-aflatende werklust groeide hij uit tot een van de geliefdste auteurs van Nederland, hofleverancier van liedjes voor populaire televisieprogramma’s als De film van Ome Willem, Klokhuis, Sesamstraat, Kinderen voor Kinderenen De Stratenmakeropzeeshow. Scherp is het contrast met de man die hij buiten zijn werk was: naar eigen zeggen altijd 11 jaar oud gebleven, een kind in volwassen gedaante die nog geen ei kon bakken en kapotte kleren aan elkaar niette met een nietmachine.

Brabantse ruzie tussen orkest en provincie gaat ten koste van kinderen, scholen en kleine gezelschappen.

Tropenmuseum, part of the National Museum of World Cultures [CC BY-SA 3.0 (https://creativecommons.org/licenses/by-sa/3.0)]

Vrijdag 1 februari 2019 vindt er cultureel topoverleg plaats in het Noord Brabantse Provinciehuis. Reden: De ‘Orkexit’, ofwel, het besluit van de Philharmonie Zuid Nederland om alle educatie-activiteiten in Noord Brabant per direct te staken. Daardoor worden niet alleen duizenden kinderen van cultuur beroofd, maar ook een aantal kleine jeugdtheatergezelschappen in grote financiële problemen gebracht. De Philharmonie, een fusie-orkest, ontstaan uit het Brabants Orkest en Limburgs Symfonie-orkest, ontvangt in totaal meer dan 10 miljoen euro subsidie, maar straft de jeugdtheatermakers en de kinderen uit de provincie Brabant nu omdat het bestuur van die provincie een jaar geleden 5 ton op de provinciale subsidie van 2 miljoen kortte.

Verbijsterd

Theatergezelschap Schippers&VanGucht is zwaar teleurgesteld, door de eenzijdige actie van het orkest. Vorige week stuurde het gezelschap een brief op poten waarin de verbijstering werd toegelicht: ‘Niet alleen onthouden we de kinderen in Brabant zo een mooie voorstelling, maar ook wordt Schippers&VanGucht plotsklaps geconfronteerd met een afname van het aantal speelbeurten. Terwijl de hoogte van ons subsidie bij het landelijke FPK is gebaseerd op aantallen speelbeurten en wij daarop worden afgerekend. Als klein gezelschap zijn wij niet in staat om een dergelijke klap op te vangen: wij hebben geen vervangende productie op de plank liggen of personeel in dienst die iets anders kan spelen. Het niet behalen van het aantal speelbeurten leidt tot subsidiekorting. En daarenboven: het subsidie-volume van philharmonie zuidnederland (zelfs met provinciale korting) staat in geen enkele verhouding tot ons subsidie-volume.

Seks verkoopt, originaliteit niet. Opnieuw gaan twee musea uit de kleren om naaktheid te vieren.

Pr-beeld van Museum Jan Cunen in Oss (geblurd door ons omdat Facebook de (kuise) foto niet accepteert)

Wanneer wij een tijdje geen verse, actuele berichten op de site hebben, verandert ons lijstje ‘meest gelezen berichten’ hiernaast altijd drastisch. Binnen twee dagen zijn alle verhalen trending waarin de woorden ‘naakt’, ‘bloot’ of ‘seks’ voorkomen. Seks verkoopt namelijk. Als je van clicks van bronstige mannen houdt, tenminste. Deze specifieke doelgroep leest helaas niet zo veel cultuurnieuws. Maar aandacht is aandacht dus doen musea daar ook iets mee.

Na een eerste start met duidelijk integer bedoelde tentoonstellingen in de museums Kranenburg (Bergen) en No hero (Delden) hebben nu meer musea ontdekt dat bloot een zekere garantie biedt op publiek. Daarom zijn nu ook Rijksmuseum Twenthe en Jan Cunen in Oss uit de kleren gegaan.

IFFR 2019: Wat ik leerde over internet-memes, en hoe die films infecteren.

#MEMEPROPAGANDA Goes to Rotterdam (foto IFFR)

Wat hebben kattenfilmpjes, de als Trump vermomde stripfiguur Pepe the Frog en het griezelfenomeen Slenderman met elkaar te maken? Het zijn allemaal internet-memes. Ik moet bekennen dat ik die term pas leerde kennen toen ik deze week op het IFFR in het Rabbit Hole dook. Rabbit Hole is de titel van een van de meer curieuze programma-onderdelen op het Rotterdamse filmfestival. Het internet als het konijnenhol uit Alice in Wonderland. Je stapt erin en je hebt geen idee waar je uitkomt. Bijvoorbeeld bij het extreem-bizarre feministische filmtraktaat Make Me Up.

Aldus presenteert het IFFR een reeks korte en enkele lange films die op een of andere manier door memes zijn geïnspireerd. Daarnaast is er in een hoek van Het Nieuwe Instituut een Meme Café ingericht. Een soort internet-café met computerschermen waarop kunstenaars hun visie op de meme-wereld presenteren. Zelf memes maken kan daar ook – maar misschien deed u dat al lang. In het Meme Café heb ik me over het fenomeen bij laten praten door programmeur Inge de Leeuw en door Aria Mag en Silvia dal Dosso, mede-oprichters van het artistieke onderzoekscollectief Clusterduck.

Langdradige Juditha Triumphans bij DNO

Juditha Triumphans Nationale Opera (c) Marco Borggreve

Oratoria zijn notoir ondramatisch, omdat zij slechts sec een verhaal vertellen en niet inzoomen op menselijke emoties. Juditha Triumphans vormt hierop geen uitzondering en de vertelling zelf heeft weinig om het lijf. Om haar stadje te verlossen van zijn belagers voert Judith hun generaal dronken en hakt vervolgens zijn kop eraf. Dit zou een meeslepend verhaal kunnen opleveren, ware het niet dat geen enkel personage ook maar enige twijfel kent. De uitkomst staat bovendien van begin af aan vast, van ontwikkeling is geen sprake.

Antonio Vivaldi componeerde zo’n 50 opera’s maar maakt zijn debuut bij De Nationale Opera met een oratorium, Juditha Triumphans. Hij schreef dit in 1716 om de overwinning van Venetië op de Turken te vieren. Die hadden twee jaar lang het eiland Corfu belaagd, maar werden met behulp van een Habsburgs leger verdreven. Vivaldi en zijn librettist Giacomo Cassetti zagen in Judith die de Joden redt van de Assyriërs de ideale allegorie. De beeldschone weduwe uit het apocriefe Bijbelverhaal representeert de trotse lagunestad, de door haar onthoofde Holofernes vertegenwoordigt de Ottomanen.

Minister Van Engelshoven: ‘CaDance is een cadeau’. Geef haar eens ongelijk.

Foto: Rob Hogeslag

Pieken en dalen, meteen al op de openingsavond van CaDance, het festival voor hedendaagse dans. Van tenenkrommend lange dans tot ten hemel schreiend drama. Hoogtepunten: danseres Sammie Hermans en het gehele Mom:Me.

Verplettering

Nieuw artistiek directeur Stacz Wilhelm benoemt in het bijzijn van de minister tijdens zijn openingsspeech de harde bezuinigingsjaren sinds 2013. De zogenaamde vanzelfsprekendheid van kunst wil hij vervangen door verwondering. Verplettering had hij ook kunnen kiezen. Dan maakt dans pas echt indruk en dat is wat het doet op de openingsavond. Omlijst door een verbluffende solo op internationaal topniveau van het Nederlandse talent Bboy Shinshan en een doorgeconceptualiseerde dansinstallatie van Amos Ben-Tal, vormen W van Samir Calixto en Mom:Me van Ryan Djojokarso de twee vlaggenschepen van CaDance.

Zonder TivoliVredenburg was het niets geworden met de verbetering van het Utrechtse stationsgebied.

TivoliVredenburg tijdens de bouw. Foto: Wijbrand Schaap
TivoliVredenburg tijdens de bouw. Foto: Wijbrand Schaap

Er is een artiestencafé in Utrecht dat maar weinig Utrechters kennen. En dan bedoel ik niet Theatercafé De Bastaard, waar inmidddels een hele generatie acteurs, filmmakers en schrijvers vandaan komt, maar de artiestenfoyer van TivoliVredenburg. Ik heb er een paar keer gegeten en rondgehangen, als embedded verslaggever van De Nacht van de Poëzie, wanneer het tot heel erg laat in de nacht doorgaat.

Het muzikale zalencomplex dat deze week zijn vijfjarig jubileum viert heeft in de kelder een zelfbedieningsrestaurant tussen de kleedkamers. Op een gemiddelde avond eten daar de orkestmusici van een klassiek orkest gebroederlijk naast een jazz-zangers en de in zwart leer gestoken leden van een deathmetal band. Er schijnen al diverse nieuwe fusionprojecten te zijn ontstaan in die kelder.

Ingewanden

De artiesten mogen dan allemaal eten in de kelder, soms spelen ze dertig meter hoger. En dan nog weer 30 meter naar rechts. Een van de meest zinsbegoochelende karaktertrekken van TivoliVredenburg is dan ook niet het fascinerende uiterlijk, waarover later meer, maar het inwendige, dat deel waar je als gewone bezoeker niet komt. Iets wat ik zelf een paar keer heb kunnen zien, bij rondleidingen, of die enkele keer dat ik backstage mocht: een doolhof blijft het, maar het werkt.

TivoliVredenburg is daarom nog het best te omschrijven als een festivalmachine, of eigenlijk meer nog: het vleesgeworden decor van een nog te schrijven sciencefictionserie, een Star Trek Enterprise, waar tussen machinekamer en brug verbindingen verborgen liggen als ‘Jefferies Tubes’ achter de centrale corridors.

Het gebouw is ook – net als het oude gebouw van Muziekcentrum Vredenburg – een desoriënterend gebouw. Het is hondsmoeilijk om eenmaal binnen te bepalen waar je je  – van buitenaf gezien – bevindt. Daardoor is het bij de vele open gevels steeds weer fascinerend om een nieuw uitzicht op je eigen stad te hebben, zelfs na tientallen bezoeken. Midden in de wereld, en toch los daarvan. Beter kan een kunstgebouw het wezen van kunst niet in zichzelf samenvatten.

Stadspleinen

Herzberger zelf, de architect die de Grote Zaal ontwierp en supervisor was bij de vormgeving van het nieuwe paleis, ziet het resultaat liever als een stad: ‘Eigenlijk werden allerlei verschillende gebouwen bij elkaar gevoegd door verschillende architecten’, verklaart hij in een interview met de lokale krant DUIC. ‘Ik was supervisor voor een een soort verticale stad met vijf gebouwen en stadspleinen ertussen. Het grote geluk is dat er vrij veel ruimte tussen die gebouwen over is gebleven. Dat is nu de foyerruimte waar zoveel activiteiten zijn.’

Nu is die foyerruimte wel een dingetje. Als centraal dorps- of stadsplein leeft het zo nu en dan flink op wanneer er activiteiten voor worden georganiseerd, maar daarbuiten is het een beetje doods en verlaten. Het is dan vergelijkbaar met de ook als dorpsplein opgezette foyer van het Theater aan het Spui in Den Haag. Daar is nog wel wat werk aan nodig dus, zeker om te voorkomen dat het – in tijden waarin het onverhoopt eens wat minder gaat met de cultuureconomie – daarboven niet meer altijd bemenst kan worden.

UItwisseling

De vraag is ook of het centrale plein het beoogde effect heeft: een forum waar mensen uit verschillende concerten naartoe komen en daar verrassende ontmoetingen hebben met liefhebbers van andere muziek. De toeschouwers die ik sprak voor deze serie dachten geen van drieën dat zoiets zou kunnen werken. De overstap van pop en rock naar het klassieke aanbod in de Grote Zaal van Vredenburg is makkelijker dan andersom. Ik ben in ieder geval zelf geen mensen tegengekomen die zo’n oversteek hebben gemaakt.

Dat heeft ook wel te maken met de inrichting. De Grote Zaal van TivoliVredenburg sluit niet echt aan op het daar meters boven gelegen plein, dus moet je echt moeite doen om er te komen voor de mogelijke kruisbestuiving. Dat kan natuurlijk wel in Het Gegeven Paard, het open café op de begane grond, maar daar is de kans dan weer groter dat je na de matinee overdag tussen de hardwerkende zzp’ers eindigt, en ‘s avond bij de uitgelopen vrijmibo van een van de vele bedrijven in de omgeving, of verder weg. De ligging van het café is immers ideaal voor mensen die willen afspreken met vrienden en collega’s uit andere hoeken van het land.

Uiteindelijk is die kruisbestuiving iets wat we vooral moeten overlaten aan de festivals waar het gebouw zo ongelooflijk goed geschikt voor is. Het inmiddels met prijzen overladen festival Le Guess Who? bijvoorbeeld. Dat is een uniek festival dat gebruikmaakt van alle mogelijkheden tot vermenging die TivoliVredenburg te bieden heeft. Hier zie je de ware kracht van het ontwerp het best. En dat werkt sterker dan iedereen (althans de buitenstaanders die ik ken) van te voren had durven bevroeden.

Moneypit

Met dat in het achterhoofd is het eigenlijk fascinerend hoe snel en overweldigend het succes is van TivoliVredenburg. Dit dure en hier en daar geluidslekke gebouw was natuurlijk al too big to fail voor de gemeente. Het werd daardoor een mogelijke moneypit voor gretige bouwondernemers die graag een paar miljoen boven de begroting eindigen om verliezen elders goed te maken.

Het gebeurde allemaal, en dat in een tijd waarin Utrecht een van de eerste steden was die te maken kreeg met populisten in de gemeenteraad. Opmerkelijk genoeg waren de Utrechtse leefbaren een stuk meer cultuurminded dan hun leefbare collega’s in andere steden, waardoor het gebouw er in al zijn unieke grilligheid toch kon komen.

Den Haag

Hoe dat ook anders kan, is duidelijk aan het worden in Den Haag. Daar heeft de gemeente het op zich genomen om in het Spuikwartier een nieuw cultuurpaleis te bouwen. Iets prestigieus moest het worden, maar daar gaat nu van alles mis. Kijk hieronder eens naar de plaatjes die de ontwikkeling van het gebouw laten zien, van artist impression waar iedereen blij van werd, tot iets dat aan de eisen van de politiek werd aangepast, tot datgene wat er nu werkelijk gebouwd wordt.

Over wat er mis is in Den Haag gaan we hopelijk binnenkort meer schrijven. De vraag is immers hoe erg zoiets is. Dat Den Haag geen sprookjespaleis krijgt maar een cultuurcentrum dat veel wegheeft van een warenhuis uit de wederopbouw, hoeft aan de muziek en dans die er speelt geen afbreuk te doen. Het oude Muziekcentrum Vredenburg (vreemde naam eigenlijk, ‘muziekcentrum’. Typisch jaren zeventig) zag er ook niet uit. Het was ook nog eens met een paar mislukte sluizen verbonden met de overdekte steegjes van de vorige versie van Hoog Catharijne. Een luchtbrug met daarin uitgestalde piano’s van de inmiddels failliete muziekhandel Staffhorst, een barretje dat nooit werkte en een alleen via een middeleeuws ogende wenteltrap bereikbare eerste verdiep dat een restaurant huisvestte voordat dat hele gebied door junks werd overgenomen en daarna afgesloten werd. Het was een nare hoek van Utrecht. De muziek leed er niet onder.

Muziekbeleving

Natuurlijk gaat het bij kunstgebouwen niet om de buitenkant. Herman Hertzberger, de architect van het oorspronkelijke Vredenburg, zal de eerste zijn die dat toegeeft: ‘Een mooie buitenkant was ook niet mijn eerste taak als architect. Het had wat gezelliger gekund, maar ik heb altijd de muziekbeleving als uitgangspunt gehad – in tegenstelling tot een hoop andere architecten die zouden gaan voor een mooie buitenkant.’

Toch is het nu de buitenkant die TivoliVredenburg tot een binnenstadsoppepper van jewelste heeft gemaakt. Vanaf het grote plein op 6 hoog kun je nu immers goed zien hoe de overkant van het Vredenburg, de busbaan naar de binnenstad, het ene na het andere horecapand een upgrade doormaakt. Het begint er zowaar op te lijken dat de ooit als UCP ingezette aanpak van het Utrechtse stationsgebied effect heeft. En dat is vooralsnog eigenlijk alleen te danken aan die fantastische muziekstad die TivoliVredenburg is.

‘Verhalen zijn niet zo boeiend, het gaat erom wat je ziet’ – Tsai Ming Liang en de kunst van het kijken

The Deserted - Tsai Ming-Liang

Eye filmmuseum trapt het Virtual Reality seizoen af met The Deserted van Tsai Ming Liang. Tsai zelf was in het land voor een masterclass, inleidingen en interviews. En hoewel zijn films anders doen vermoeden, is hij een zeer geanimeerd spreker. In zijn masterclass vertelde hij over zijn carrière, zijn samenwerking met muze en vaste acteur Lee Kang-Sheng, en zijn positie in de filmwereld. Ik hield al van zijn werk, nu hou ik ook van de man.

The Deserted is Tsai Ming Liang eerste VR werk en het is van een enorme schoonheid. Lee Kang-Sheng is hoofdpersoon in een bijna uur lang werk over sterfelijkheid, het verstrijken van de tijd en verval. Het verval is lichamelijk als Lee zichzelf stroomstootjes toedient om zijn rugpijn te verlichten. In zijn dagelijkse leven heeft hij daar ook last van, een van de redenen om dit werk dicht bij huis te maken. Ook in de architectuur is het duidelijk: vervallen gebouwen met afbladderende muren, geen ruiten en water op de grond. Als er een tropische regenbui valt, krijg ik kippenvel. Architectonisch verval en regen zijn terugkerende elementen in al zijn werk.

‘Kijk, daar laat iemand zijn ananas uit!’ Hoe journalist Lex Boon verliefd werd op de koningin onder de fruitsoorten

Lex Boon ©Marc Brester/AQM

Iedereen heeft ze weleens gezien, die ananasplanten van de Ikea. Bij veel mensen staan ze een tijdje in de kamer, tot ze doodgaan en in de kliko eindigen. Maar voor journalist Lex Boon (35) was het moment waarop hij zo’n plantje cadeau kreeg van zijn (ex-)vriendin een keerpunt in zijn leven. Hij raakte verslingerd aan de gekroonde vrucht en vloog de hele wereld over om het verhaal achter de ananas te ontrafelen. Boon schreef er een heerlijk tragikomisch boek over: AnanasEen geschiedenis in opzienbarende verhalen en onverwachte ontmoetingen.

Sacha Polak over de gehavende maar sterke vrouw in Dirty God, openingsfilm 48ste IFFR. Emotie is dit jaar het motto

Vicky Knight in Dirty God (foto: Cinéart)

Pijn? Kracht? Vastberadenheid? Hoop? Bezorgdheid? Verlangen? Wat lezen we allemaal op het door littekens getekende gezicht van Jade in Sacha Polaks nieuwe film Dirty God, waarmee op 23 januari het International Film Festival Rotterdam (IFFR) van start gaat.

Festivaldirecteur Bero Beyer stelt dat onze manier waarop we naar de wereld kijken sterk gedreven wordt door emotie. Vandaar het nieuwe motto: Feel IFFR. Na IFFR als filmplaneet (2017) en de ontmoeting met de bewoners (2018) gaat het nu om de emotie achter het beeld en het gevoel dat een film kan opwekken.

Raad voor Cultuur: Nederland onderschat zijn eigen muziektheatercultuur. (Waarom de opera nog steeds talent zoekt in het buitenland)

Het Fonds Podiumkunsten schiet tekort in het professionaliseren en verduurzamen van de muziektheatersector. Dat stelt de Raad voor Cultuur in een gisteren al gelekt advies over de toekomst van het muziektheater in Nederland. Het vandaag aan de rest van Nederland gepresenteerde advies wil daarom meer verschillende muziektheatermakers en – gezelschappen overhevelen van het Fonds Podiumkunsten naar de Culturele Basisinfrastructuur. Dit mede vanwege het grote gevaar voor de artistieke vrijheid die het huidige bestel in zich draagt:

…Tenslotte is artistieke vrijheid een voorwaarde voor de totstandkoming van artistiek en maatschappelijk relevant werk. Onder de huidige productie- en prestatiedwang gaan gezelschappen en makers gevoelige thema’s in hun werk vaak uit de weg, waar het podium bij uitstek een plek is om zulke thema’s bespreekbaar te maken.’

PODCAST! Govert Schilling en Leoni Jansen vinden via Twitter troost in totale nietigheid. (Waarom ook Joni Mitchell onsterfelijk is)

Govert Schilling (foto: Wijbrand Schaap)

Het begon allemaal met een tweet. Leoni Jansen, zangeres, stapte na een optreden in Winsum in de auto, en keek nog even om zich heen. Ze zag dat de sterrenlucht, ver van de grote lichten in de Randstad, mooi was. ‘Net aan de terugreis begonnen uit Winsum, mist laag bij de grond, heldere hemel. Op rechts denk ik Castor en Pollux te zien…’, schreef ze op twitter.

Waarom je ‘Im wunderschönen Monat Mai’ in Paradiso niet mag missen

Reinbert de Leeuw - ets van Guus Glass

Woensdag 16 januari presenteert Reinbert de Leeuw in Paradiso zijn cyclus Im wunderschönen Monat Mai. Een unieke kans hem nog eens aan het werk te zien in zijn wereldwijd geloofde meesterwerk. In 2003 verraste hij vriend en vijand met deze op liederen van Schumann en Schubert geïnspireerde compositie. Was dat niet vloeken in de kerk? Arnold Schönberg had de romantiek begin twintigste eeuw immers definitief ten grave gedragen. Na de Tweede Wereldoorlog hadden zijn erfgenamen Boulez en Stockhausen nog eens een extra steen op het graf gerold.

Dat uitgerekend De Leeuw, dé apologeet van de nieuwe muziek, een ode zou brengen aan de Romantiek leek ondenkbaar. Maar de wereldpremière in Paradiso met het Schönberg Ensemble en de Duitse actrice Barbara Sukowa oogstte jubelrecensies. Ruim vijftien jaar later keert Im wunderschönen Monat Mai terug in Paradiso, dit keer met actrice/zangeres Katja Herbers. De Leeuw zit opnieuw aan de piano en dirigeert het Asko|Schönberg, opvolger van het Schönberg Ensemble.

Petra Gerritsen gaat bijna elke vrije avond naar een concert. ‘Je bent met je eigen groep. Maar hoe erg is dat?’

Petra Gerritsen

‘Ik werk vijf avonden in de week en dus moet ik speciaal uitzoeken wanneer ik naar een concert kan. Soms neem ik er vrij voor. En dan zeggen ze wel: “hé, ga je alweer naar een concert?”, en dan zeg ik: “Natuurlijk ga ik weer naar een concert”. Maar ik vind het ook niet extreem.’ Petra Gerritsen is proces expert bij PostNL en bezoekt zeer regelmatig een concert in TivoliVredenburg. ‘Ik ga gemiddeld een keer in de week, soms drie keer.  Sinds anderhalf jaar werk ik vijf avonden per week. Daarvoor was het drie avonden, dus had ik wat meer ruimte en kon ik wat meer schuiven.’

Geheime zender

Ze kwam in 1988 naar Utrecht, om aan de kunstacademie te gaan studeren. Hoewel ze uit een hervormd nest op de Veluwe kwam, was popmuziek haar belangrijkste reden om concerten te bezoeken: ‘Bij ons was popmuziek ‘geheime zender’-muziek. We luisterden naar Vader Abraham en Bonnie St-Clair. Ik ging elke week naar de kerk. Vanaf mijn veertiende kreeg ik belangstelling voor de meer alternatieve muziek. De Verrukkelijke Vijftien van de Vara, bijvoorbeeld. Ik ging ook VPRO luisteren. Het begon denk ik met The Simple Minds en U2. Op de Mavo in Nunspeet dacht ik al: ik moet hier weg. Daarom ben ik MBO mode gaan doen, en daarna de kunstacademie in Utrecht.’

In Utrecht werd Petra vast bezoeker van Tivoli Oudegracht; in Muziekcentrum Vredenburg kwam ze zelden. Inmiddels is haar muzikale smaak breder, ze bezoekt ook zeer regelmatig klassieke concerten. ‘Klassiek ben ik meer gaan luisteren omdat een vriendin me vroeg om mee te gaan naar een serie klassieke symfonieën. Daardoor ben ik er meer in geïnteresseerd geraakt.’

Vermenging

Dat haar smaak verbreed is, ligt volgens haar niet per se aan het nieuwe gebouw. ‘De sfeer is alvast niet te vergelijken. Dat oude gebouw had natuurlijk wel iets. Veel mensen waren daar rouwig om, en zeiden dat het nooit wat zou kunnen worden, maar ik vind het prima, het nieuwe TivoliVredenburg.’

Ze heeft wel haar twijfels of er daadwerkelijk vermenging plaatsvindt tussen de verschillende publieksgroepen: ‘Het idee was, dat wanneer alles in één gebouw zou zitten, er een soort van… dat alle mensen na die concerten samen zouden komen. Dat popliefhebbers met klassiekemuziekliefhebbers samen zouden napraten. Nou, dat geloof ik niet hoor. Je bent met je eigen groep. Maar hoe erg is dat? Het zijn mooie ideeën, maar die komen dan in de praktijk niet zo uit.’

Eén aspect van die praktijk bevalt haar wel goed: ‘Ik vind vooral de festivals leuk. Transition en Le Guess Who? bezoek ik nu sinds een paar jaar. Daardoor kom ik makkelijker in contact met andere genres. Dan staat alles open voor iedereen en word je niet rechtstreeks een zaal binnengeleid. Je kunt overal naar binnen. Daar leent het gebouw zich ook heel goed voor. Maar dat kan dus alleen bij festivals. Je kunt niet het hele gebouw zo open zetten, dat iedereen overal maar naar binnen en naar buiten kan lopen. Als je mensen echt kennis wilt laten maken zou dat het beste zijn, maar dat werkt natuurlijk niet. Als je bij een klassiek concert zit en er lopen de hele tijd mensen in en uit? Dat werkt niet.’

De toeschouwer is de ster
Wie zijn toch die mensen met wie je in de zaal zit? Welk verhaal gaat er achter die bestelling voor dat ene ticket schuil? In het kader van het dubbeljubileum van TivoliVredenburg in Utrecht portretteert het Cultureel Persbureau bezoekers van die gebouwen. Fanatieke bezoekers. Die met hun verhaal het beeld van een vernieuwend bouwwerk verrijken.

Spotify

Om te bepalen waar ze heen gaat, volgt Petra haar eigen voorkeur, maar ze vertrouwt ook op tips van anderen: ‘Van sommige genres, als klassiek en jazz, weet ik gewoon te weinig om te kunnen bepalen waar ik heen wil. Dat wordt wel minder, omdat ik steeds meer namen herken, wat ik weer te danken heb aan die festivals. Daarom vind ik series ook leuk. Je hebt de Sunday Afternoon Jazz, dat is dan een keer of acht.’

‘Ik kon mijn broer niet meekrijgen, want ik doe wel veel met hem samen, maar op zondag zit hij bij het voetbal. Een andere vriendin wilde zich liever niet vastleggen in het weekend, dus nu heb ik besloten die serie alleen te doen. Daar haal ik ook dingen uit. Vervolgens zoek ik de muziek op via Spotify, daar kan ik verder luisteren. Ik schrijf ook heel veel op, want mijn geheugen voor dat soort dingen is niet al te best. Rondom mijn computer ligt het helemaal vol met lijstjes met namen van artiesten.’

Volkskrant

‘Voor pop kijk ik regelmatig op de website bij ‘Net bevestigd’, of er nieuwe acts zijn die ik wil gaan zien. Dat staat – anders dan bij klassiek – niet al een jaar van tevoren vast. Dat is ook wel prettig. Je hoeft niet alles vast te hebben staan om leuke dingen mee te maken.’

Recensies leest ze zo nu en dan: ‘Ik lees de Volkskrant en ik ga meestal wel als eerste naar de kunstpagina. Als er recensies zijn van nieuwe platen dan scan ik die wel even of er iets bij is dat me direct aanspreekt. De sterren zeggen vaak niet alles, maar meestal leid ik het af uit mijn eigen ervaring. Als ik een bepaalde artiest al wel eens gezien heb, kan ik mijn mening toetsen aan de recensie. Dan leer ik ook welke persoon zo schrijft als ik ook vaak denk. Maar dan nog: je wilt toch eerst zelf luisteren. Ik ben niet goed in namen van recensenten, maar ik vind Gijsbert Kamer wel een goeie, die vaak met mijn mening overeenkomt.’

Enthousiast

En dan zijn er nog de inleiders bij de klassieke muziek. Essentieel, volgens Petra: ‘Ik kies wel uit bij wie ik ga zitten. Er zijn inleiders waar ik heel goed naar kan luisteren, en mensen die met een heel technisch verhaal komen, waarvan ik denk: waar heb je het over? Ik ben een paar keer geweest, en dan schrijf ik de naam op als ik niet tevreden ben. Maar er is ook een dame, en daar ga ik wel graag heen: Thea Derks. Zij is altijd heel enthousiast en weet dingen over te brengen. Anderen voegen soms niks toe. Dan zit je maar te luisteren en weet je niet waar het over gaat.’

Andere verhalen in deze serie:

Fred Wondergem: ‘Er is altijd meer dat je niet ziet dan wat je wel ziet.’

Veertig keer per jaar naar TivoliVredenburg: ‘Je komt overal als je van muziek houdt, hè.’

 

Ben jij zo'n toeschouwer?
Heb je zelf een bijzonder verhaal over TivoliVredenburg? Laat het ons weten!

Bioscoopsector herstelt (op het nippertje), maar Nederlandse film blijft zorgenkind (lijstjes!)

Rami Malek als Freddie Mercury in Bohemian Rhapsody - best bezochte film 2018 (foto 20th Century Fox)

Na alle lijstjes met beste films van 2018 is nu het woord aan de markt. Was de kaartverkoop naar tevredenheid? Ja, maar op het nippertje. Waren de hoogst gewaardeerde films ook de best bezochte? Niet altijd. En loopt het publiek weer warm voor de Nederlandse film? Helaas niet. Dinsdagmiddag presenteerden de Nederlandse Vereniging van Bioscopen en Filmtheaters (NVBF) en Filmdistributeurs Nederland (FDN) in het Tuschinski-theater de jaarcijfers. Aan het eind van de middag werden drie prijzen – De Jan Nijland Zilveren Roos en Roosje, en de Loftrompet – uitgereikt voor bijzondere verdienste voor de filmwereld.

Bezoek stabiel

Als we het jaar in één cijfer willen samenvatten: het totaal aantal bezoeken in de Nederlandse bioscopen en filmtheaters was in 2018 35,7 miljoen. Of dat goed is hangt een beetje af van het perspectief. Het is 0,8% minder dan vorig jaar. De gestage stijging van de afgelopen jaren lijkt daarmee tot staan gekomen. Aan de andere kant: in de eerste zeven maanden leek 2018 nog op een forse terugval af te stevenen. Het gebrek aan sterke titels, het mooie zomerweer en het WK-voetbal werden als schuldigen aangewezen. Dat dit verlies in de laatste vijf maanden (bijna) geheel is goedgemaakt stemt dan weer heel tevreden, en misschien zelfs optimistisch voor de toekomst.

True Detective maakt in derde seizoen de flop van seizoen 2 goed (wij zagen de eerste afleveringen).

Carmen Ejogo en Mahershala Ali

Het eerste seizoen van True Detective uit 2014 was een enorm succes. Een Southern moordmysterie met een occult tintje. Naast de ‘wie heeft het gedaan’ verhaallijn gaat het seizoen vooral ook over de gecompliceerde karakters van Martin Hart en Rust Cole (overtuigend gespeeld door Woody Harrelson en Matthew McConaughey). Er was een rauwe en voelbare chemie tussen de twee. De serie was een mix van symbolisme, psychologie en seriemoord waar de kijker zich op kon uitleven. Dit resulteerde in complete theorieën over wie uiteindelijk de ‘Yellow King’ was. Halsreikend werd er daarom uitgekeken naar het tweede seizoen. Dit bleek een flop. Een drama, en niet in de goede zin van het woord. Nu, vijf jaar na het eerst seizoen, probeert HBO met een derde serie het succes van 2014 te evenaren en de kijker het tweede seizoen te laten vergeten.

Ziggo zendt True Detective seizoen 3 uit vanaf 14 januari, maar ik kreeg de kans om de eerste vijf afleveringen te bekijken.

Fred Wondergem: ‘Er is altijd meer dat je niet ziet dan wat je wel ziet.’

Fred Wondergem

‘Als ik nu bij een klassiek concert in de zaal kijk denk ik wel: het zit nu vol, maar over twintig jaar is tachtig procent dood. De onderkant moet dus gevoed worden, en TivoliVredenburg doet dat goed. Ze doen het bijvoorbeeld met Out of the Blue, dat is een programma waar je lekker eten krijgt en door een bijzondere host door de muziek geleid wordt.’

Fred Wondergem is een van de drie ‘heavy users’ van TivoliVredenburg die ik voor deze kleine serie interview. Hij is met recht een veelvraat: hij gaat 45x per jaar naar een concert in TivoliVredenburg, maar dat is niet alles. Hij bezoekt ook elk jaar het mede vanuit Utrecht georganiseerde Into The Great Wide Open op Vlieland, en bezoekt daarnaast nog een stuk of veertig concerten elders. Plus, en daar hecht hij erg aan: de vaste stoelen die hij heeft in De Kleine Komedie. ‘Er zijn limieten aan hoeveel je kunt zien. Er is altijd meer wat je niet ziet dan wat je wel ziet. Zeker bij dingen als ‘Le Guess Who?’. Dan zijn er zeven dingen tegelijk, dus kan ik een ding zien en zijn er zes dingen die ik niet zie.’

De toeschouwer is de ster
Wie zijn toch die mensen met wie je in de zaal zit? Welk verhaal gaat er achter die bestelling voor dat ene ticket schuil? In het kader van het dubbeljubileum van TivoliVredenburg in Utrecht portretteert het Cultureel Persbureau bezoekers van die gebouwen. Fanatieke bezoekers. Die met hun verhaal het beeld van een vernieuwend bouwwerk verrijken.

Fear of missing out

De vraag komt op of hij – als vijftiger – geen last heeft van FOMO, de beruchte Fear of Missing Out, die het leven van veel millennials tot een hel maakt? Hij kan erom lachen: ‘Daar ben ik mee gestopt. Ik heb het in het verleden wel gehad, hoor. Dat begon al vrij snel na mijn eerste festival. Dat was in 1982 nog met één podium, op Torhout. Dat was makkelijk, maar later, op die festivals met meerdere podia, bleef ik maximaal drie nummers bij het ene, drie nummers bij het andere, en dan weer terug naar wat ik het beste vond. Nu ben ik weer rustig. Als het goed is, blijf ik. Dat heen en weer rennen ben ik kwijt.’

Niet dat Fred uit een heel erg muzikaal nest komt. ‘Ik ben opgegroeid in Zeeland, als jongste van acht in een gereformeerd gezin. Mijn vader had vooral de neiging om als hij binnenkwam als eerste de radio uit te doen.’

Torhout

Zijn concertcarrière begon met Mike Oldfield in 1979, een gebeurtenis die hij in 2019 gaat vieren bij een concert van Joe Jackson. In 1982 ging hij op de fiets naar Torhout, waar Talking Heads en U2 optraden: groepen die het begin van zijn muzikale ontdekkingsreis betekenden.

In de jaren tachtig kwam hij voor zijn studie Medische Biologie naar Utrecht. Tivoli en Café België werden zijn vaste uitgaansplekken. Klassieke muziek, daar deed hij toen nog niet echt aan, al bezocht zijn vriendin series bij Vredenburg waar hij een enkele keer mee naartoe ging.

Dat hij nu wel vaak gaat, komt door het nieuwe gebouw. Dat heeft gezorgd voor programma’s waarin de verschillende programmeurs samenwerken, om zo nieuw publiek voor elkaars muziek te vinden.

‘Voor mij was “Pieces of Tomorrow” de opener. Dat is een programma met klassieke muziek voor popliefhebbers. Twee programmeurs, de een voor pop en de ander voor klassiek, bedachten dat ze iets samen konden gaan doen. Op vrijdag heb je dus altijd het klassieke Avrotros VrijdagConcert. Het orkest is dan vaak al een avond eerder aanwezig. Op donderdag spelen ze een van de drie stukken van vrijdag: Het Piece of Tomorrow. ‘ Hij snapt de verbazing: ‘Ja, je verzint het niet zelf.’

Ongedwongen

‘Het begint wat later, DJ St Paul draait muziek in de sfeer en geest van het klassieke stuk, interviewt de dirigent, en het orkest zit in wat lossere kleding. Je neemt je biertje mee. Je kunt in- en uitlopen, en na afloop zijn er wat plekken rond de zaal waar je kunt blijven hangen.’

Dat klinkt een stuk ongedwongener dan wat je zou verwachten bij een klassiek concert. Maar er is meer, zoals het programma maestro Jules, dat ook een relaxtere benadering zoekt van de klassieke canon. ‘Voor de pauze legt Maestro Jules uit waar het stuk over gaat. Het orkest zit er in heel kleurige kledij bij en je wordt met pictogrammen door de muziek heen geleid. Die tekens geven aan wat het ‘mannelijke thema’ is, en wat het ‘vrouwelijke’. Tegenwoordig kan ik daardoor ook Coda’s herkennen.’

Seizoensbrochure

‘En nu plannen we elk seizoen vanuit de klassieke seizoensbrochure. Hij wordt van kaft tot kaft gelezen, en dan heb ik 60, 70 dingen aangekruist waar ik heen wil. Dat brengen we terug tot een stuk of dertig en dat moet ook nog afgestemd worden met De Kleine Komedie. En er moet ruimte blijven voor de popmuziek.’ Hij lacht. ‘Het is bijna een baan.’

Bij zijn keuze laat Fred zich deels leiden door wat hij al kent, ‘maar ik kies toch ook altijd een aantal afwijkende dingen. Ik wil blijven snuffelen, blijven ontdekken!’. Hij hecht daarbij ook heel sterk aan de tips van professionals die te vinden zijn in de brochures van TivoliVredenburg: ‘Johan Gijsen, de directeur van Le Guess Who, stond er vorig jaar bijvoorbeeld in. Hun tips neem ik heel serieus, dat levert altijd fantastische dingen op.’

Duidelijk is dat Fred Wondergem niet op reguliere media afgaat bij zijn keuzes: ‘Ik heb voldoende eigenwijsheid opgebouwd. Recensies lees ik wel eens, maar vooral als ik er via twitter op gewezen word.’

Slechte bands

Voor deze muziekaficionado is het gebouw een uitkomst, al blijkt dat vooral tijdens de festivals. Rond de klassieke muziek in TivoliVredenburg hangt, ondanks drempelverlagende programma’s, nog teveel exclusiviteit. ‘Het is ook geen doorzichtige wereld. Het is moeilijker te bepalen wat goed is. In de popmuziek geldt: heb je een keer een plaat van een matige band gekocht en vond je het de tweede keer weer niks, ga je daar de derde keer geen cd meer van kopen.’

‘Bij klassieke muziek moet je maar net de goede uitvoering te pakken hebben. De ene Vier Jaargetijden kan heel suf klinken, terwijl de andere adembenemend is. Ik denk ook dat je daar pas op latere leeftijd gevoel voor ontwikkelt. Maar dan moet je er dus ook eerder mee in aanraking komen.’

Suicide Bar

Maar het gebouw verandert ook veel: ‘Als in het oude Vredenburg een popconcert klaar was en het licht aanging, kwamen de zeer onaangename schoonvegers al de mensen uit de zaal jagen. Het was niet prettig om daar langer dan een kwartier na afloop nog te zijn. Nu is het juist: de bar is open, blijf nog even hangen. De publiekswaardering vanuit de organisatie is wel 100 procent anders. Ik voel me echt waanzinnig te gast.’

‘Wat nog wel zou moeten: de opening van de ‘Suicide Bar’. Dat is een puist aan de buitenkant van de Pandora, op acht hoog. Ik heb die twee keer gezien bij een rondleiding door de architect. Dat is volgens hem zo’n ruimte die een beetje dezelfde rol zou kunnen spelen als het ‘gangetje’ in het oude Tivoli. Een plek waar je met je date de eerste kus kunt uitwisselen zonder dat je vrienden het zien. Ik weet waar het is, maar steeds als ik aan de deur voel, zit hij op slot.’

Andere verhalen in deze serie:

Veertig keer per jaar naar TivoliVredenburg: ‘Je komt overal als je van muziek houdt, hè.’

Ben jij zo'n toeschouwer?
Heb je zelf een bijzonder verhaal over TivoliVredenburg? Laat het ons weten!

Tweede Kamer krijgt minder te zeggen over kunstsubsidies. (Als de minister haar zin krijgt)

Sommige mensen lezen kerstverhalen tijdens de kerstdagen, anderen de interviewbijlagen van de kranten, en een enkeling doet dat met beleidsstukken. Vrij veel mensen hebben de afgelopen dagen dus de ‘Adviesaanvraag’ van onze Minister van Cultuur gelezen. Ik in ieder geval. Wie dat ‘officieel’ niet gedaan kunnen hebben, zijn de leden van de Raad voor Cultuur, want het hele pakket kwam pas binnen toen daar iedereen al met de kater van de kerstborrel thuis zat. Als ze het lezen, kunnen ze al goed zien waar de minister op uit is. Dat is best veel.

Er zijn een kleine duizend pagina’s aan regionale profielen ingeleverd bij Cultuurminister Ingrid van Engelshoven. Uit de aanvraag blijkt dat de minister, noch iemand op het ministerie, die allemaal echt gelezen zal hebben. Is ook niet nodig: het hele pakket is doorgegeven aan de Raad voor Cultuur, die ze wel moet lezen. Of althans: de suggestie moet wekken dat de profielen gelezen zijn, als hij begin april met een advies komt. Voor nu is het belangrijk te letten op wat de minister eigenlijk voor advies wil hebben.

6,029FansLike
1,247VolgersVolg
16,025VolgersVolg
50% Complete

Dank voor je bezoek!

Wil je echt niets meer missen? Schrijf je dan in voor onze GRATIS nieuwsbrief
Holler Box