Promotie kritisch interview met Amersfoortse wethouder belemmerd door Facebook.

In de doorlopende serie interviews met kopstukken uit de Amersfoortse cultuursector interviewde ik D66-wethouder Fatma Koser Kaya. Het werd een geanimeerd gesprek. Vreemd genoeg mag De Stadsbron, de lokale journalistieke site van Amersfoort, het interview niet promoten van Facebook, zo liet de redactie gisteren weten. Onduidelijk is waarom. Hier een fragment, het hele verhaal uiteraard op De Stadsbron:

‘Ik geloof niet in van bovenaf opleggen. Dan wordt het niet gedragen en dan wordt het ook ingewikkelder om te kiezen. Je uiteindelijke keuze moet wel gedragen worden. Dat vind ik heel belangrijk. ik ben ingehuurd door Amersfoort en ik wil dat Amersfoort een brede culturele sector heeft die gedragen en gezien wordt door de samenleving, en die past bij een groeiende stad.’

Hoeveel tijd heeft u daarvoor afgesproken? Vier jaar, acht jaar?

(Ze lacht luid) ‘Daar kan je niets over zeggen, want dat kan democratisch niet. Eerst wordt een Raad gekozen en daarna kom jij aan bod. Je gaan daar niet een voorschot op nemen. Dat vind ik echt niet kunnen, dus uw vraag aan mij is een hele foute!’

Die moet je zo nu en dan stellen. Maar er staat dus wel een stip aan de horizon voor over vier jaar?

Ja, daar ben ik voor ingehuurd.’

Dat er dan meer staat dan er nu staat?

‘Er staat nu al heel veel, alleen moet het versterkt worden, verbreed worden, en de toekomst invulling geven, zodat, of ik hier nu over vier jaar nog ben of niet, die trein wel op de rails is gezet, en dat het begint te rijden, en je weet waar je wilt uitkomen.’

De burgemeester heeft deze stad de meest gemiddelde…

(Slaat op tafel) ‘O, God…’

…stad van Nederland genoemd. 

‘Jullie zijn ook niet vernieuwend, he.’

Ik hoorde hem pas net woensdag…

‘Wij zijn buitengewoon in gewoon zijn. We willen voorkomen dat je straks zelf weer iets als bestuur verzint wat helemaal niet gedragen wordt door de bevolking. Misschien zit dat in mijn DNA. Ik zit in een heel andere manier van politiek bedrijven. Het is niet: ‘Wij vragen, u draait’, maar ‘Hoe gaan we datgene wat de stad  nodig vindt mogelijk maken’ en daar is inhoud altijd leidend in.’

Lees het hele verhaal op De Stadsbron

Ready or not: Forum Groningen is open, maar is het ook voor iedereen?

Copyright: Pieter Bannenberg/ illustratie PowerPoint presentatie

Controversieel en een doorn in het oog van velen: Forum Groningen. Het heeft de gemoederen flink bezig gehouden de afgelopen jaren. Vrijdag 29 november werd het cultuurcentrum in Groningen eindelijk geopend voor het grote publiek. De interesse voor Forum is er zeker, want de teller stond dinsdagmorgen al op 50.000 bezoekers.

Avatar

Beste lezer!

Onafhankelijke cultuurjournalistiek staat overal onder druk. Het Cultureel Persbureau blijft zich inzetten voor onafhankelijke, professionele journalistiek, zonder subsidie of advertenties van Google. Met een donatie help je de goede zaak van Cultuurpers en Annika Hoogeveen! Dank je wel!

Het prestigeproject dat de Groninger aardig wat belastingcentjes heeft gekost is, zoals we dat nu zeggen, ‘hot en trending’. Forum Groningen presenteert zich als een cultuurcentrum voor iedereen:  laagdrempelig. De vraag is of de gemiddelde Groninger, degene die niet onder de indruk is van de technische snufjes, er werkelijk gebruik van kan en gaat maken. Het gebouw is overweldigend en de ‘elitaire’ elementen kunnen mensen weerhouden van een bezoek.

Indrukwekkend of intimiderend.

Negatief commentaar op Forum wordt gelijk afgestraft op sociale media, want een dergelijk (visueel) hoogstandje kan en mag alleen maar bejubeld worden. Tijdens de perspreview was ik erg onder de indruk. Dit betekent niet dat ik de mindere punten blindelings negeer. Tien verdiepingen hoog. Immens groot. Forum is ruim en licht, maar het voelt niet klinisch aan.

Wat als eerste in het oog springt, zijn de enorme roltrappen. Deze deden mij denken aan de bewegende trappen in Harry Potter’s Zweinstein. De langste roltrap transporteerde mij mentaal naar de drukke ‘underground’ van Londen. Daar was ook er één die zo enorm steil was, dat het voelde alsof ik achteroverleunend naar boven werd vervoerd. Mensen met hoogtevrees worden hier niet blij van. Neem dus de lift.

Voor de ‘tech’-liefhebbers en kinderen is het een hemel op aarde: er is een SmartLab (kennismaken met nieuwe technieken), Storyworld (museum voor strips, animatie en games) en een Medialab met een ‘green screen’ waar je alles rondom het creatieve proces van beeldcultuur kunt leren en ervaren. Ook zijn er ruimtes voor exposities. Kortom, er is van alles te zien en doen. Progressief en innovatief, zoals de stad Groningen zich graag profileert. Voor degene die niet warm loopt voor technische snufjes is er qua entertainment een bibliotheek en bioscoop.

Mysterieus en uitnodigend.

De bioscoopzalen zijn ruim, maar niet te groot. Zo houd je een gevoel van intimiteit. De inrichting is mooi, maar leidt niet af. Het biedt wel de optie, mocht je je vervelen tijdens een arthouse film, om uit te zoeken hoeveel blokken de zaal heeft. Volgens directeur Dirk Nijdam is Forum ‘geen Pathé’. Hij is geen fan van de bioscoopketen. Wat ik wel een plus vind, is dat de stoelen goed zitten, er genoeg beenruimte is en dat er een bekerhouder aan jouw eigen armleuning vastzit.

Naast vier reguliere zalen is er ook een kleine, chique bioscoopruimte. Deze is een succes bij alle Forum bezoekers die ik tot nu toe heb gesproken. Hij biedt ruimte aan 31 mensen, heeft onder andere leren ‘loveseats’ en is uiteraard uitgerust met een bar. Mocht je de ruimte willen afhuren? Dat kan. De sfeer deed mij denken aan de Common Room in Trinity College in Dublin. Dezelfde ‘Britse’ ambiance was ook te vinden in een ruimte die ik het beste kan beschrijven als een ‘ gentlemen’s club’. Een biljarttafel, prachtig leren meubilair, opgezette kraai en een karaf met sterke drank. Daarnaast spotte ik een Cluedo bordspel. Mysterieus, warm en vintage. Heerlijk. Dus dames, pak een keu en een glas whisky en leef je uit!

Verdwalen.

Ronddwalen in de bibliotheek tussen alle boeken en dan thuis komen met titels waarvan je niet wist dat je er naar op zoek was. Ik ben sinds kinds af aan dol op de bibliotheek. Tot nu toe ben ik niet blij met de nieuwe opzet in Forum. De diverse categorieën bevinden zich op (te veel) verschillende etages. Niet ronddwalen, maar verdwalen. Een vrouw die ik sprak tijdens de opening, gaf aan dat men dit misschien had opgezet om zo de mensen vertrouwd en bekend te maken met het gebouw. Dat het over een aantal jaren weer praktischer zou worden ingedeeld. Ik deel haar hoop niet.

Machtig en prachtig.

Er is een ruim aanbod aan studieplekken. Sommige met zo’n indrukwekkend uitzicht over de stad Groningen, dat je je kunt gaan afvragen of de studenten wel aan studeren toe gaan komen. De stoelen zijn ook toegankelijk voor mensen die zich, met een kop koffie of thee, willen overgeven aan het weidse Groningse panorama. Het is overigens geen probleem als je zelf een thermoskan koffie of thee meeneemt. Uiteraard kan de bezoeker voor consumpties ook terecht bij Forum: in het gebouw bevindt zich een STACH café en het restaurant NOK.

Een oordeel over de kwaliteit van het eten en drinken kan ik jammer genoeg nog niet vellen. Echter, het uitzicht vanuit NOK is allemachtig prachtig. Verder functioneert het bijbehorende dakterras ook als ‘rooftop cinema’. Wel ben ik er al achtergekomen, dat het niet verstandig is om het terras te bezoeken als het heeft gevroren; de gladde stenen kunnen leiden tot gevaarlijke valpartijen.

Voor iedereen?

Vóór de opening was er veel commentaar op Forum. Nog steeds trouwens. Om maar een paar te noemen: “Vervuiling van de oude binnenstad,” “Miljoenen voor een gebouw dat je niet eens goed kunt zien”  en niet te vergeten, “ De Puist”. Zelf vind ik de buitenkant lijken op een buitenaardse versie van een Egyptische piramide.

Na de perspreview vroeg ik mij af of de gemiddelde Groninger een verbinding zal voelen met Forum, dat toch wel een elitaire uitstraling heeft. Een journalist die ook bij de opening aanwezig was, vroeg zich hetzelfde af. Laagdrempelig? Ik moet het nog zien. Op dit moment lijkt een bibliotheekbezoek meer op een soort van expeditie. Normaal gesproken liep ik spontaan even langs om tussen de boeken te neuzen, maar nu niet. Ik betrapte mijzelf erop dat ik geen zin had om op zoek te gaan naar mijn favoriete afdelingen. Al die etages. Jammer.

Schoonheid is niet altijd praktisch.

Voor Forum is er in sommige gevallen gekozen voor uiterlijke schijn in plaats van gebruikersvriendelijkheid. Een kennis die ik sprak gaf aan dat haar zoon bijna zijn hoofd stootte bij de bovenste roltrap, omdat er ineens een wand opduikt. Daarnaast vond ze het jammer dat er geen boekenbus meer aan de buitenkant zit en dat de reserveringen zich “ergens in een verdomhoekje” bevinden. Landelijk en internationaal zal Forum Groningen zeker scoren: het is innovatief, progressief en een visueel en architectonisch hoogstandje. Het is een aanwinst, dat is duidelijk, maar voor wie?

 

Een bezoek aan Forum Groningen is nu eigenlijk een verplicht nummer geworden. Love it or hate it, het is een gebouw dat je gezien moet hebben. Alleen dan kun je erover oordelen.

Elk jaar worden weer nieuwe ouders geboren! (Waarom theaterprogrammeurs veel meer risico moeten nemen)

Met rode konen hang ik een beetje verbouwereerd de telefoon op. Zojuist had ik een telefonische afspraak die een hele andere wending nam. Ik voerde kort gesprek met een voor mij nog onbekende theaterprogrammeur. Ze vertelde helaas niks bij ons impresariaat te programmeren, want in haar stad was er echt geen behoefte aan artistieke voorstellingen. Deze dame stelde dat haar publiek echt uniek is. Dat publiek vinden voor theatervoorstellingen anders dan een commerciële titel, in haar stad onmogelijk was. Dus dat er bij hun theater niet toegehapt wordt op de artistiek inhoudelijke voorstellingen die ik in mijn aanbod heb. Dat de kaartverkoop van die voorstellingen, ook al zijn ze van de BIS gezelschappen, echt te erg achterblijft en dat de ouders in haar stad gewoon niet zitten te wachten op “dit soort” voorstellingen.

Subtiel reageerde ik dat momenteel bijna elk theater hierin uitdagingen ziet voor de ouders van nu. Maar welke ingang ik ook probeerde om met deze vast zeer vriendelijke theaterprogrammeur mee te denken, alle ideeën werden afgewezen. Ze ging er zeker nog naar kijken. “Het aanbod is mooi, maar…”

Niet uniek.

Ik ben werkelijk verbaasd over dit gesprek. Ik zit verbluft naar mijn beeldscherm te kijken en denk “hoe dan?!”. Het gebeurt me zo vaak dat een programmeur vertelt dat jeugdtheater bij “hen” in de stad zo ontzettend moeilijk is. Dat de ouders in “hun” dorp enkel naar de commerciële namen willen gaan. Dat het voor “hun” theater echt zo anders werkt dan bij anderen. Maar daar wil ik eigenlijk wel voor eens en voor altijd van af zijn. Overal in Nederland, in elke stad en in elk dorp, is het lastig om ouders en kinderen naar het theater te krijgen. Helaas ben je daar niet uniek in! Helaas is het lastig om publiek naar het theater te krijgen, maar als je enkel commercieel theater neerzet, verander je dat natuurlijk nooit!

Tessa Friedrich als speelster van de familievoorstelling NEEHet is natuurlijk gewoonweg ontzettend moeilijk om jeugdtheater succesvol te krijgen. Het publiek vernieuwt zich immers constant. Maar hoewel dat een uitdaging is, is dat ook de kans! Want er zijn velen die het wel lukt! Het vraagt wel wat extra en het gaat niet vanzelf. Bij de andere doelgroepen kan je veel meer bouwen op je huidige publiek. Eens genoten van Orkater, dan elk jaar genieten van Orkater. Maar kinderen en ouders verversen. Elke zoveel jaar heb je een nieuwe doelgroep met nieuwe triggers en nieuwe aanknopingspunten. Dus moet je constant in contact zijn met je doelgroep en je afstemmen op hun wensen. Dat is natuurlijk veel werk!

Ouders worden ook geboren.

Maar ook een kans, want elk jaar worden er weer nieuwe ouders geboren! Dus weer nieuwe kansen om publiek voor jouw theater in zijn geheel op te bouwen. Dus ja, het is een moeilijke markt, maar dit is ook dé markt waar je het voortbestaan van jouw theater kunt garanderen. Want als ouders een geweldige ervaring hebben bij een jeugdtheatervoorstelling, dan is de kans groter dat ze ook eens naar een voorstelling in het reguliere programma gaan.

Dus mijn vragen: Wie wil je over 10 jaar in je zaal hebben? Wie zorgt ervoor dat je over 20 jaar nog kan bestaan? Met welke voorstellingen hou je jouw theater in leven? Heb je als missie om over 20 jaar enkel de voorstellingen van Roy Donders en Nienke van der Plas te programmeren? Of wil je over 20 jaar ook Orkater, Toneelschuur, Oostpool, Scapino en ga zo maar door een plekje kunnen geven? Wil je dat laatste, omdat je ook denkt dat theater meer is dan televisie op een podium? Omdat je ook denkt dat de verbeelding en verwondering in theater meer is dan een ladies night? Omdat je ook denkt dat de podiumkunsten een vak is waar zoveel passie in zit dat het mensen veel dieper kan inspireren dan wat dan ook? Omdat je er ook van overtuigd bent dat we met theater meer teweeg kunnen brengen in een leven dan enkel dat moment in die zaal? Omdat je om welke reden dan ook wilt dat jouw theater gewoon een meerwaarde heeft in jouw regio?

Wat is je bestaansrecht over twintig jaar?

Dan moet je nu anders gaan kijken naar jouw jeugdtheaterprogrammering! Dan moet je je niet verschuilen achter “de wensen” van jouw publiek die eigenlijk alleen maar gaan om korte termijn succes. Dan kan je niet denken “ons theaterpubliek is zo uniek” en “bij ons is er gewoon geen vraag naar echt jeugdtheater”. Want als je dat doet dan komt die vraag er nooit en laten we eerlijk zijn, wat is het bestaansrecht van jouw theater dan over 20 jaar?

Op dit moment zijn de meeste zalen gevuld met witte, grijze hoofden die theoretisch geschoold zijn en in hun jonge jaren hebben geleerd hoe belangrijk kunst en cultuur is. Een redelijk cruciale memo is dat deze mensen letterlijk aan het uitsterven zijn. Iedereen is zich hiervan bewust en elk theater is op zoek naar nieuw publiek. Vaak vinden ze dat in ‘commercieel aantrekkelijk’ oftewel ‘bekend van tv’. We weten allemaal dat het herhaalbezoek van dit publiek nihil is. Wellicht komen ze na deze vlogger de volgende keer kijken naar die bn-er in een dino-pak.

Persoonlijk vraag ik me af waarom je dit moet willen faciliteren, maar ik ben me bewust van mijn smaak. De kans dat het publiek dat naar Frans Bauer gaat de volgende keer naar De verleiders, Horror of een Woiski, woiski komt kijken, is natuurlijk zeer beperkt. De smaak van dit publiek is grotendeels al gevormd en er is al besloten “Theater is niks voor mij”.

Ouders zijn anders!

Voor ouders is dit heel anders! Zij willen namelijk hun kind een culturele opvoeding geven. Ook al houden ze zelf niet echt van theater, ze willen hun kinderen over het algemeen alle kansen bieden om een succesvol mens te zijn. Hoewel zij zichzelf niet identificeren met die “witte, oude, theoretisch opgeleide elite” in het theater, willen ze vaak hun kind daar wél de kans toe bieden. Wist je bijvoorbeeld dat uit onderzoek is gebleken dat een bruisend theater voor toekomstige ouders een motivatie is om in een stad een huis te kopen? Ook als ze zelf nooit naar het theater gaan!

Ouders zijn dus veel eerder geneigd om vanuit opvoeding, ontwikkeling en het plezier van het kind naar het theater te gaan. Ze willen hun kinderen gelukkig maken en opvoeden met cultuur. Als je aan weet te sluiten op deze behoefte ligt daar dus een grote kans!

Richtlijnen.

Er spelen een aantal variabelen mee in de besluitvorming om met het gezin te komen kijken en of er na die eerste keer een herhaalbezoek in zit. Ik wil er graag enkele uitlichten in het kader van de programmering. Want wellicht kun je in je programmering meer sturen dan je denkt!

Veel ouders willen de garantie dat de voorstelling die ze gaan kijken sowieso een leuke ervaring voor hun kind is. Daarom zijn ze geneigd om te kiezen voor die bekende titel. Dat kinderboek, dat sprookje, die bn-er of die “bekend van tv”-voorstelling. Deze voorstellingen spreken namelijk direct een ouder aan omdat ze Bob de Bouwer ook op Netflix kijken. Dit is vertrouwd en veilig.

In een programma met veel bekende en commerciële namen zullen de meeste ouders voor veilig kiezen. Ze nemen niet graag een risico met hun kind, want stel je voor dat het niet leuk is! Zeker voor die prijs, want met een gezin naar het theater gaan is kostbaar. Wanneer we naar de prijzen van theaterkaartjes gaan kijken, zie je dat met de toename van de prijs per kaart, de bereidheid om risico te nemen afneemt. Althans, ik heb het niet officieel onderzocht, maar ik geloof dat dit zeker met elkaar samenhangt!

Irritant.

Ouders vergeten bij die keuze hun eigen smaak en voorkeuren. Ze vergeten dat wanneer hun kind daar naar PeppaPig kijkt, zij zelf vaak bezig zijn met andere dingen. Dat de meeste ouders de stemmetjes en de liedjes eigenlijk irritant vinden. Ze gaan de voorstelling in met de intentie “dit is leuk voor mijn kind, dit is niet leuk voor mij”. En laten we wel wezen, de meeste van deze grote producties zijn ook eigenlijk niet leuk voor volwassenen. Alleen wanneer je kan genieten van het genot van je kind is het een positieve ervaring.

Zo vaak hoor ik ouders na één van mijn voorstellingen zeggen “Ik wist niet dat jeugdtheater ook leuk kon zijn voor míj.” Dit vind ik een groot probleem! De ouder is namelijk de beslisser! Jeugdtheater moet zowel kind als ouder een geweldige ervaring geven! Hoe vaker hij of zij naar een voorstelling voor zijn of haar kind gaat, waar ze zelf geen zak aan vinden, hoe minder herhaalbezoek. Hoe minder kans op een theaterminnende generatie en ouders die wellicht ook eens voor zichzelf naar een mooie voorstelling willen.

Peuter-kleuterknallers.

Dat het bezoek van de commerciële successen van peuters geen blijvend theaterpubliek maakt merk je. We zijn al jaren bezig met die peuter-kleuterknallers, maar de zalen van de 6+ en 8+ voorstellingen zijn enorm lastig, zelfs voor de commerciële namen. De ouders zijn met hun peuters en kleuters braaf gegaan terwijl ze er geen zak aan vonden. Want een peuter en kleuter moet nog echt vermaakt worden. 

Die ouders hebben hun plicht gedaan. “Nu kan Stefanie zelf buiten spelen en de laatste keer vond ze Doornroosje ook niet meer zo leuk. Dus blijven we lekker thuis, het scheelt geld en als ouder hoef je niet naar zo’n nasaal stemmetje te luisteren”. Dat de laatste keer Doornroosje tegenviel kwam wellicht ook omdat mama de hele tijd zat te Facebooken tijdens de voorstelling. De telefoon was blijkbaar interessanter dan de voorstelling. Maar de ouders hebben hun best gedaan, zij kunnen er niks aan doen. Die voorstelling heeft niet zo heel veel voor hun kids gedaan, maar ze zijn wel geweest.

Stop er nou toch mee!

In de afgelopen jaren lijkt het wel alsof programmeren van deze veilige commerciële producties een gegeven is geworden. Het is bij de meeste theaters niet de vraag of het geprogrammeerd wordt, maar of er naast dit programma nog ruimte is voor gelaagd en avontuurlijk jeugdtheater. Hoe minder je daarvan programmeert, hoe moeilijker daarvoor publiek te vinden is en dus hoe groter de kans dat dit aanbod helemaal gaat verdwijnen! Want hoe moet je ouders overtuigen van die gelaagde voorstelling, waarbij ze niet zeker weten wat ze krijgen, ten aanzien van zoveel commercieel geweld? Hoewel ik ook daar natuurlijk allerlei best practice voorbeelden van heb, wil ik nu alleen pleiten voor “stop er nou toch mee!”.

Soms lijkt het alsof jeugdtheater gebruikt wordt om die grote zaal vol te krijgen, om bezoekersaantallen te krijgen voor de prestatieverplichting. Jeugdtheater moet vaak ook kostendekkend zijn en er mag geen subsidie naar de programmering.

Verwondering.

Maar hoe mooi zou het zijn om jeugdtheater te gebruiken voor het doorgeven van de liefde en verwondering voor theater! Hoe mooi zou het zijn om met elkaar te onderkennen dat deze doelgroep de investering waard is! Dat als je volle zalen wilt bij Orkater, je moet beginnen met goed avontuurlijk muziektheater voor kinderen met voldoende gelaagdheid voor de ouders!

Daarom vraag ik: laat onze nieuwe generaties alsjeblieft niet opgroeien met het beeld dat theater hetzelfde is als mensen in grote pakken en een cd op de achtergrond! Alsjeblieft, zorg voor mijn geliefde theater en laat de kinderen en hun ouders zien dat het voor het hele gezin een feest kan zijn! Dat theater het leukste uitje is voor het hele gezin. Alsjeblieft, maak andere keuzes en pak die kans om dit echt welwillende publiek bij de lurven te pakken en verliefd te laten worden op theater!

Een voorstelling kan dan zoals een ‘Boer Boris zeker op een bekend kinderboek gebaseerd zijn, maar er ook voor zorgen dat ouders zich stuk lachen en met hun kinderen ergens over kunnen napraten. Het kan dan een voorstelling zijn zoals ‘De reuzedwerg die een kopje kleiner wil zijn, vol slapstick en af en toe een scheetgrapje. Maar die tegelijkertijd ook laat voelen hoe rijk en vol verbeelding klassieke muziek is! Het kan geregisseerd zijn door iemand van Goede Tijden Slechte Tijden, zoals ‘Koning van Katoren’, en dan vervolgens ook zo intens goed in elkaar zitten op het punt van dialoog, dramaturgie, muzikaliteit en uitvoering dat het ouders benieuwd maakt naar meer!

Onthoud dat een slechte eerste kennismaking met theater ook direct de laatste kennismaking met theater is. Totdat iemand ouder wordt. Verpruts het dan dus niet!

‘Het is cruciaal dat mensen die hier – ook als kunstenaar – tot wasdom komen, aan Amersfoort verbonden kunnen blijven’

Voor De Stadsbron, de journalistieke achtergrondensite van Amersfoort, breng ik de cultuursector van de Keistad in kaart. Op die site nu een interview met Friederike Weisner, directeur van Theater De Lieve Vrouw.

‘Het ontbreken van een universiteit of hogeschool zorgt er volgens Weisner voor dat de behoefte aan kennis zichtbaar is: ‘Je zult altijd als stad innovatief moeten zijn. Daar heb je verschillende creatieve geesten bij nodig, dus ook kunstenaars. Dat is toch een heel belangrijk potentieel? Dus dat moet je ook voeden, en niet alleen via grote instellingen. Niet alleen een groot theater, niet alleen een groot museum. Je hebt ook kleine initiatieven nodig, amateurkunst, educatie.’

Ze is blij dat die aandacht voor het kleine nu ook terug te vinden is in de onlangs vastgestelde Cultuurvisie: ‘De stad neemt het tot zich. Maar ondertussen wordt er weer bezuinigd. Vanuit het rijk komt er een bezuiniging aan in alle gemeentes. Dat zijn de beroemde circulaires. Er is een miljardenoverschot bij het rijk, maar gemeentes moeten bezuinigen omdat het rijk minder heeft uitgegeven.’

Weisner doelt hiermee op de tegenvallende groei van het Gemeentefonds in 2019, waardoor bijna 300 miljoen minder te verdelen is onder de gemeenten, terwijl die wel steeds meer taken toebedeeld krijgen. ‘Dat is natuurlijk te gek voor woorden. Net was hier in de gemeenteraad dat cultuurplan afgetikt, en op de volgende agenda stonden alweer bezuinigingen ter bespreking. Gelukkig heeft het College vrij snel gezegd: we komen nu niet aan cultuur, maar stel je voor! Er zijn nu wel weer sectoren waarop bezuinigd zal moeten gaan worden. Cultuur is tenslotte geen wettelijke taak van de gemeente, het blijft te veel ‘leuk voor erbij’, dus sooner or later… Het blijft altijd spannend. Dus ik roep wel dat er een bloeiend klimaat is, maar die wettelijke verankering zal in Nederland altijd een utopie blijven.’

Lees het hele verhaal op De Stadsbron. 

Muzikanten in plastic en een keiharde snaredrum – Veertig jaar orkest de ereprijs gevierd met 4 nieuwe composities – voor elk decennium één

Bij wijze van intro speelde de slagwerker van orkest de ereprijs een cadens van luchtslagen. Toen hij onverwacht een snoeiharde mep op zijn snaredrum gaf, schrok iedereen zich een hoedje. Zo, met Bewegung ohne Bewegung voor cello en ensemble van Jan van de Putte, opende het jubileumconcert van het ensemble dat in 1979 door Wim Boerman werd opgericht.

Thea Derks

Beste lezer!

Onafhankelijke cultuurjournalistiek staat overal onder druk. Het Cultureel Persbureau blijft zich inzetten voor onafhankelijke, professionele journalistiek, zonder subsidie of advertenties van Google. Met een donatie help je de goede zaak van Cultuurpers en Thea Derks! Dank je wel!

Vorig jaar kreeg fluitist/dirigent Wim Boerman de Theo Bruins Prijs voor zijn niet aflatende inzet voor talentontwikkeling en educatie betreffende moderne muziek. In 1979 stichtte hij samen met medemuzikanten orkest de ereprijs in Arnhem. Het ensemble viert nu zijn 40-jarig bestaan met vier premières, voor elk decennium één, gecomponeerd door Martijn Padding, Jan van de Putte, Kate Moore en Wilbert Bulsink.

Volharding

De ereprijs was het eerste ensemble voor moderne muziek in het Oosten des lands. In 1992 verhuisde het naar Apeldoorn en inmiddels heeft het zijn vleugels ook (inter)nationaal uitgeslagen. Het orkest begon als collectief van 15 musici, dat met zijn bezetting van 11 blazers, elektrische gitaar, basgitaar, piano en slagwerk qua klank enigszins aanhaakte bij Orkest de Volharding.

Net als zijn Amsterdamse evenknie verzorgde de ereprijs aanvankelijk vooral optredens op bijzondere (buiten)locaties, met speciaal voor deze bezetting gecomponeerde stukken. Toen de composities complexer werden, ging men werken met dirigenten en gaandeweg verruilde Wim Boerman steeds vaker zijn fluit voor de baton.

Uiteindelijk werd Boerman aangesteld als artistiek leider en dirigent. In 2005 kreeg hij van de Poolse en Russische Bond van Componisten een oeuvreprijs voor al zijn werk en inspanningen. Eind 2020 stopt hij als vaste dirigent, er wordt nog gezocht naar een opvolger.

Ruim 100 speciaal gecomponeerde stukken per jaar.

In de afgelopen vier decennia bouwde het collectief een indrukwekkend repertoire op van ruim 400 speciaal voor hen geschreven stukken. In 1995 werd de Young Composers Meeting in het leven geroepen, die componisten onder 30 jaar de kans geeft een week lang samen met de musici te werken aan een nieuwe compositie. Dit alles onder de hoede van zulke uiteenlopende ‘senior composers’ als Louis Andriessen, Hanna Kulenty, Alvin Curran en Julia Wolfe.

Onder de laureaten bevinden zich inmiddels bekende namen als Anna Meredith, Maja Ratke, Dmitri Kourliandski en Kate Moore, die De Reiger componeerde voor de driedelige jubileumserie. De concerten vonden plaats in het Orgelpark in Amsterdam (16 november) en Musis Sacrum Arnhem (20 november); het slotconcert was op zondag 1 december in theater De Gigant in standplaats Apeldoorn.

Robotcellist.

De openingscompositie, met die luchtslagen en snaredrum, was een passend begin. Grappig was daarna de opkomst van soliste Katarina Gross, die de gebaren van de slagwerker mimede met haar strijkstok, om vervolgens als een robot met staccatostapjes naar haar instrument te lopen.

Gross trok haar stok in gedecideerde, korte halen over de snaren, tegelijkertijd amechtige zuchten slakend. Gaandeweg speelde ze uitgebreidere motieven, eindigend in een cadens van steeds hogere, loepzuiver gespeelde kleine intervallen, ingebed in aangehouden tonen van het ensemble. De titel is raak getroffen: er gebeurt van alles, maar toch ademt het geheel een bewegingloze sfeer.

‘Onhoorbaar’ clavichord.

Dirk + Wim

Dirk Luijmes, Wim Boerman en orkest de ereprijs, 1-12-2019 De Gigant, Apeldoorn

Padding – jarenlang als ‘senior composer’ betrokken bij de Young Composers Meeting – componeerde het tegendraadse concert This is a loud world voor clavichord en ensemble. Boerman vertelde het publiek smeuïg over de schiere onhoorbaarheid van dit lievelingsinstrument van Bach. Vanwege zijn zachte klank bleek het noodzakelijk de overige musici te hullen in plastic, om aldus hun geluidsniveau te dempen.

Het zag er sprookjesachtig uit en het stuk opende met aanstekelijke kraakgeluidjes en geblaas op met water gevulde flesjes. Toetsenist Dirk Luijmes toonde zich een droogkomische solist, die als een Jerry Lee Lewis van de eigentijdse muziek zijn vingers wild over de toetsen haalde en het instrument zelfs wist te ‘laten rocken’, zoals De Volkskrant naar aanleiding van de wereldpremière noteerde.

‘Onkruid vergaat niet’.

Kate Moore presenteerde in De Reiger een klankveld van lang aangehouden, aan- en afzwellende tonen die weliswaar fraai zinderende boventonen genereerden maar de aandacht niet tot het einde toe wisten vast te houden. Wilbert Bulsink schreef het aansprekende Struikelgevaar, waarin draaiorgel the Busy Drone met schurende clusters het ensemble leek te willen ontregelen. Aangezien dit instrument in het Orgelpark in Amsterdam is gehuisvest, klonk het in De Gigant van band.

Na afloop van het concert was er een borrel met een fraai nawoord van bestuursvoorzitter Dingeman Kuilman. Hij merkte op dat ‘ereprijs’ in de plantenwereld geldt als  onkruid en besloot na een uitgebreide laudatio op Boerman en zijn musici gevat met de woorden: ‘Onkruid vergaat niet.’

Wim + Aspasia Nasopoulou

Wim Boerman kondigt Aspasia Nasopoulou aan als nieuwe artistiek leider

Hierna kondigde de vertrekkend artistiek leider zelf zijn opvolger aan: de Grieks-Nederlandse componist Aspasia Nasopoulou. Zij gaat in de toekomst nog meer inzetten op samenwerkingsverbanden met musici uit andere culturen.

Op naar de volgende veertig jaar dus!

Waarom ik plotseling enorm voor live muziek in elke theatervoorstelling ben.

Ik ging naar Rotterdam Zuid om Shakespeare te zien. Het stuk heette Cleopatra en iemand had geprobeerd daar een feministisch manifest van te maken. Dat is zoiets als een neushoorn door een hoepel laten springen: de Britse bard verhoudt zich tot het feminisme als Thierry Baudet tot Greta Thunberg. Het was dus niet gelukt en daar had de recensent van de hoogstopgeleide krant van Nederland dankbaar gebruik van gemaakt. Twee sterren. Enfin. NRC vond het dus niks. Zou ik het anders zien?

Avatar

Beste lezer!

Onafhankelijke cultuurjournalistiek staat overal onder druk. Het Cultureel Persbureau blijft zich inzetten voor onafhankelijke, professionele journalistiek, zonder subsidie of advertenties van Google. Met een donatie help je de goede zaak van Cultuurpers en Wijbrand Schaap! Dank je wel!

Het leek alle betrokkenen een fijne testcase, dus ging ik naar Rotterdam Zuid om in het bijna gesloopte en vernieuwde Theater Zuidplein tussen het niet-premièrepubliek te gaan zitten en te ervaren hoe dat was. Op Henri Drost van De Theaterkrant na, zitten recensenten nooit tussen het gewone theaterpubliek, dus was het best leuk om in Rotterdam Zuid tussen ongeveer 300 leerlingen uit Atheneum 3 van het Melanchton in Bergschenhoek (Rotterdam Noord en deftig) te zitten. Ze legden hun nintendo neer en genoten, ik kan niet anders zeggen. Net als de ongeveer vijftig buitengewoon reguliere diverse toeschouwers die wel uit Rotterdam Zuid kwamen. Zuidplein blijft een uniek theater, maak dat eens mee, mensen.

Powervrouwen.

Dwong mij dat als recensent in een nederige positie? Natuurlijk. Deze voorstelling, een coproductie van Danstheater Aya en Theatergroep Zep, is niet bedoeld voor de grachtengordel. Ze is bedoeld voor vmbo scholieren die nog nooit in een theater hebben gezeten en die al helemaal nooit van Shakespeare hebben gehoord.

Is het dan erg dat Brainpower de tekst soort van vertaald heeft in wel heel erg monotone versjes? Nee. Is het erg dat dit stuk niet echt langs de feministische meetlat van de betere pers van Nederland past? Ook niet. Als mensen op het toneel roepen dat ze powervrouwen zijn, ook al worden ze niet door de plot geholpen, is dat genoeg.

Vijf sterren.

Zou ik de voorstelling vijf sterren geven, alleen maar om de NRC dwars te zitten? Zeker niet. Ik ontdekte wat anders.

Deze voorstelling, met al zijn heftige dans, zijn loudness, de soundtrack vol citaten uit de hardrock en powerrap, is gemaakt om een totaal oningewijd publiek aan de stoel te nagelen, en dat lukt heel aardig. Kan best zijn dat in die zaal ( zeker met Bergschenhoekers) een of twee kids de energie oppakken. Mogelijk slaat ergens een vonk over, in de Bijlmer of Alkmaar of Breukelen, en dan zijn Sodom en Gomorra gered. Genoeg reden om dit soort grove pogingen te blijven ondersteunen.

Kan het beter? Zeker wel, maar mij bekroop een ander inzicht: waarom verbieden we het gebruik van niet-live muziek niet in het theater? Want dat was het enige dat me echt stoorde, en het enige dat van deze voorstelling een echt onmisbaar evenement had gemaakt. Let wel, er staat een zeer verdienstelijke muzikante op het podium. We zien en horen haar alleen te weinig. Haar live bijdragen sneeuwen onder in de als een wall of sound opgezette soundtrack, die geen nuance biedt, en geen menselijkheid. Wat had ik graag een live band gezien, naast die dansers, naast die acteurs.

Rammstein.

Waarom hebben we geen livemuziek bij dit soort voorstellingen? Juist omdat ze moeten communiceren met een publiek dat meer heeft met muziek dan met dans of theater? Het is natuurlijk te duur, zeker in fair practice tijden, maar wat had ik het fijn gevonden wanneer dat Rammstein-citaat tegen het einde niet van een schijfje had geklonken, maar door livemuzikanten uitgevoerd.

Orkater doet het, met gebruik van een hoop stagiaires en veel kunst en vliegwerk. Daar krijgen ze een beetje geld voor. En het werkt. Als Zep en Aya dat nu ook eens organiseren, wat zou het niet mooi zijn!

Musical.

Ik weet het, je praat dan niet meer over theater, of danstheater, maar over muziektheater, of zelfs musical. Zelfs tussen de Atheneumleerlingen in Theater Zuidplein besefte ik dat wij van de kunst te weinig beseffen dat er steeds meer mensen zijn die geen idee hebben van waar wij van de kunst mee bezig zijn. Die echt nog helemaal nooit van Shakespeare gehoord hebben, maar die wel spannend theater, heftige muziek en stevige dans mee willen maken.

Ik heb er jarenlang voor gepleit dat ‘we’ voor deze doelgroep niet ‘op de knieën moesten, dat we de hoogste kunst moesten koesteren en Mozes naar de berg moesten laten komen. Sinds deze avond kijk ik daar anders naar.

Pukkel.

Wij, de liefhebbers van het schone, het pure en het ultiem kwetsbare zijn een bijna te verwaarlozen minderheid, een weg te bezuinigen pukkel op de neus van Nederland. Laat een paar mensen als Peter Pluymaekers alsjeblieft doorgaan met het verkennen en ontginnen van de drassige gronden waar nog geen gracht gegraven is. Geef ze geld om de show compleet te maken. Huur – letterlijk – De Staat in. Zaai het zaad, reik die hand, ga op op de knieën.

Niet allemaal tegelijk. Uiteindelijk moeten we allemaal naar het hoogste streven, wat dat ook moge zijn. Voor de een is dat Shakespeare, voor de ander Jibbe Willems of Elfriede Jelinek. Maar laten we niet op de vingers trappen van de mensen die, op onze touwladder, onder ons, omhoog proberen te klimmen.

‘De keuze om freelancers onder te betalen is onbegrijpelijk en een smet op het blazoen.’ – ‘Leiders in Cultuur’ roepen op tot eerlijke betaling ZZP’ers

‘Hoeveel talentvolle makers moeten we nog verliezen aan andere sectoren, omdat ze de ondermaatse waardering niet kunnen rijmen met de kwaliteit van hun product? Mensen kiezen op den duur eieren voor hun geld, wanneer kinderen moeten gevoed of hypotheken betaald. De sector holt zichzelf uit als we niet beter voor ons talent zorgdragen.’ Dertig leiders in de cultuursector spreken zich vandaag, middels een open brief in dagblad Trouw, uit tegen de slechte betaling van zzp’ers door de Nationale Opera en Ballet.

Aanleiding is de rechtszaak die de Kunstenbond heeft aangespannen tegen het gezelschap, waarvan de vijf directieleden elk gemiddeld anderhalve ton per jaar toucheren, omdat koorleden worden ingehuurd tegen een tarief van rond de 25 euro bruto per uur. ‘Veel te vaak wordt er in onze sector uitgegaan van een intrinsieke motivatie van de uitvoerende, waardoor er een ‘race-to-the-bottom’ ontstaat, waarop de term “uitbuiting” onomstotelijk van toepassing is’, stellen de ondertekenaars, waaronder Johan GIjsen, directeur van het bekroonde festival Le Guess Who in Utrecht, Willem Jaap Zwart van het Enschedese Concordia en Mieke Franssen van het VSB Fonds (en ondergetekende).

Minder aanbod

In een kunstsector, waar het doorgaans gebruikelijk is, om de vuile was binnen te laten hangen, is de stap van de kunstmanagers en ZZP’ers een unicum. Doorgaans neemt men het risico niet: openlijke kritiek kan de kansen op werk in gevaar brengen. Dat de ondertekenaars bovendien stellen, dat een vermindering van het aanbod desnoods op de koop toe moet worden genomen, is al even opmerkelijk: ‘Bij gegeven budgetten is het de taak van de directie van de instelling om, in goed Nederlands, de tering naar de nering te zetten.’

Lees hieronder de hele brief.

kruimels

Podiumkunsten blij met kluitje in het riet van de Kamer

Bescheiden gejuich in de podiumkunstwereld. Een motie die op 18 november werd ingediend door Corinne Ellemeet (GroenLinks), samen met PvdA, CDA en D66, dwingt minister Van Engelshoven te onderzoeken wat de gevolgen zijn van de bezuinigingen op het Fonds Podiumkunsten, vóórdat de subsidie wordt verdeeld. De Kamer heeft dat op 26 november goedgekeurd. Prachtig, zou je zeggen, want als duidelijk wordt dat die bezuiniging leidt tot opheffing van meerdere gezelschappen uit het middensegment, moet er iets gebeuren. Vast. Alleen: wat?

Avatar

Beste lezer!

Onafhankelijke cultuurjournalistiek staat overal onder druk. Het Cultureel Persbureau blijft zich inzetten voor onafhankelijke, professionele journalistiek, zonder subsidie of advertenties van Google. Met een donatie help je de goede zaak van Cultuurpers en Wijbrand Schaap! Dank je wel!

Nergens in de motie staat iets over wát er moet gebeuren. Moeten de bezuinigingen ongedaan worden gemaakt? Moet er dan meer geld bij? Of is dan alleen het geweten van de minister nog meer onder druk gezet dan het nu al is? De vraag is bijvoorbeeld al helemaal of de grootste regeringspartij VVD op dat moment bereid zou zijn om water bij de wijn te doen. De kans is groot dat ze dat – na het inleveren van hun VROEM-imago en de dividendbelasting, plus het stikstofgedoe – al helemaal niet meer van plan zijn.

Niet vooruitlopen

Maar er is nog een veel groter probleem: je weet immers pas wat de gevolgen van een bezuiniging op zo’n fonds zijn als bekend is hoeveel er is aangevraagd, en hoeveel er is toegewezen, en aan wie. Dat weet nog niemand in het voorjaar, als het onderzoek moet plaatsvinden. Dat zei de minister al toen de motie werd ingediend, en toen klonk er iets over inschattingen vooraf, maar het lijkt ondoenlijk om in juni vooruit te gaan lopen op adviezen die pas op 1 augustus bekend worden.

De wens van een Kamermeerderheid om gevolgen te onderzoeken voordat die gevolgen er zijn, is dus een nogal onmogelijke. Hoogstens zal er een nadere duiding volgen van de mogelijke kaalslag na de bezuiniging, maar dan nog. Stel dat het onderzoek zulke desastreuze uitkomsten voorspelt dat de wet veranderd moet worden. Wat gebeurt er dan met de reeds ingediende aanvragen? Wat gebeurt er met de afspraken tussen Rijk, Fonds en lokale overheden? Hoe fair is die practice dan nog als gezelschappen op halve kracht doorsudderen omdat driekwart van het gevraagde bedrag nog niet kan worden beoordeeld omdat de procedure nog onderzocht wordt?

Wie het weet mag het zeggen. In de comments. 

Het Drentse landschap fascineert en betovert in Barbizon van het Noorden

Door de storm aan publiciteit lijkt Vincent van Gogh’s ‘Onkruid verbrandende boer’ (1883) de ster van de nieuwe tentoonstelling Barbizon van het Noorden – De ontdekking van het Drentse landschap 1850-1950. Het middelpunt van de expositie laat, zoals het een goede diva betaamt, nog even op zich wachten. Het is ‘fashionably late’. Er is wel alvast een plekje gereserveerd.

Avatar

Beste lezer!

Onafhankelijke cultuurjournalistiek staat overal onder druk. Het Cultureel Persbureau blijft zich inzetten voor onafhankelijke, professionele journalistiek, zonder subsidie of advertenties van Google. Met een donatie help je de goede zaak van Cultuurpers en Annika Hoogeveen! Dank je wel!

De interesse voor de Van Gogh leidt de aandacht bijna af van de andere meesters die in het Drents Museum te zien zijn. Bijna. Met namen zoals Israëls, Mesdag en Moulijn is ‘Barbizon van het Noorden’ een droomtentoonstelling die de complexiteit en diversiteit van het Drentse landschap in al haar facetten toont en daarmee doet verlangen naar het genieten van en onthaasten in de prachtige, ongerepte Drentse natuur.

Hunebedden en jeugdherinneringen

Vanwege de manier waarop de mens omgaat met de natuur duurt het niet lang meer voordat we die alleen nog maar kunnen bewonderen in een museum of op een beeldscherm. Het Drentse landschap beslaat een groot gedeelte van mijn leven. Ik ben opgegroeid in Drenthe, met haar mooie bossen, interessante hunebedden en authentieke terpdorpen. Zondagmorgen voorop de fiets bij mijn vader naar de heide, eendjes voeren, luisterend naar spechten en op zoek naar eekhoorntjes. Of met mijn ouders op de fiets naar mijn opa en oma in Rolde. Ik heb er fijne herinneringen aan. Nu ik in een stad woon, mis ik dit wel; het ontspannende effect van de wonderen der natuur. Maar ook de tijd waarin het tempo even wat lager lag en we meer genoten van de groene ruimte om ons heen.

In samenwerking met Het Drentse Landschap heeft het Drents Museum een tentoonstelling neergezet die dit nostalgische gevoel bij mij naar boven haalt. Het verlangen om erop uit trekken. Wandelschoenen aan en camera mee.

 

Inspiratie

Een drang om de Drentse natuur vast te leggen, hadden de schilders in de negentiende eeuw ook. Inspiratie leidt tot creatie. Het is van alle tijden. Voor de kunstenaars zelf was het hun intentie om weer te geven en uiteraard te verkopen. Maar de kunstwerken hebben nóg een doel. Ze tonen een wereld van vergane schoonheid en drukken daarbij en daarmee het publiek met de neus op de feiten. Dat leidt soms ook tot een gevoel van treurigheid. Bescherm de laatste stukjes van het authentieke Drentse landschap: de dorpen en ongerepte natuur. Wees er zuinig op!

Wederom heb ik enkele kunstenaars ‘ontdekt’ van wier schilderijen ik enorm kan genieten; Julius van de Sande Bakhuyzen en Egbert van Drielst. Vooral ‘Rustende koeienhoeder aan oever van door bomen omzoomde waterkant’ van Van de Sande Bakhuyzen sprak me aan. Een idyllisch tafereel, met een goed gebruik van reflectie in het water en contrasterende donkere kleuren van de bomen met bijna pasteltinten van het open veld. Een lust voor het oog.

Organisch

De opzet van de tentoonstelling voelt natuurlijk aan. Organisch. In de periode waar de expositie op focust, 1850-1950, was de uitvinding van de verftube een keerpunt. Bij het zien van de decoratie op de wanden doet het me denken aan zowel het dynamische, vloeiende Drentse landschap, maar ook aan de golvende manier waarop een verfstreng soms uit de tube op het palet terechtkomt.

Over kleurenpalet gesproken; de warme, maar frisse kleuren die gebruikt zijn voor de wanden complimenteren de kunstwerken op een prachtige manier. Het contrast met de werken zorgt ervoor dat ze in het oog springen. Vooral nu de maanden van guur en koud weer voor de deur staan, geeft de expositie een gevoel van zonneschijn en warmte. Dit combineert het museum slim met het geluid van fluitende vogeltjes. Ontspanning en onthaasten. Na een bezoekje aan ‘Barbizon van het Noorden’, kun je jouw meditatie app een dagje rust geven.

 Vloeiende onderbrekingen

Binnen de thema’s vinden er ook stijlwisselingen plaats; Haagse School met De Ploeg en potloodtekeningen. Dit doet niet af aan het algehele gevoel van de tentoonstelling. Hoewel ik ze wel kon waarderen, behoren de werken van Berend Groen – ‘Oude begraafplaats bij Loon’ (1983) en ‘Stroomlandschap bij Taarlo’ (1998)– duidelijk tot de epiloogperiode. Net als de foto ‘Erica’ van Kunstenaar van het jaar 2020 Saskia Boelsums. Het is een fascinerend en oogstrelend werk, waarbij ik er praktisch met de neus op stond om er zeker van te zijn dat er geen penseel aan te pas is gekomen.

Het plekje naast Vincent van Gogh’s ‘De Turfschuit (1883) blijft nog even kaal, maar ook zonder dat werk is Barbizon van het Noorden –De ontdekking van het Drentse landschap 1850-1950 zeer zeker de moeite waard om te bezoeken. Bij het zien van de meesterwerken is het begrijpelijk waarom de kunstenaars naar Drenthe trokken en zich geïnspireerd voelden door het diverse landschap. Het is essentieel om het overgebleven authentieke van Drenthe met alle macht te beschermen en behouden.

Patrick Nederkoorn: ‘We hebben alles op orde en blinken nergens in uit.’

Patrick Nederkoorn (Foto: Nico Brons)

Voor De Stadsbron interviewde ik Patrick Nederkoorn, cabaretier, maar in een vorig leven ook politicus, over zijn stad, Amersfoort: 

Je hebt hier acht jaar lang een beslissende rol gehad in de politiek. In je programma reken je daar een beetje mee af. Je stelt dat je heel erg op vorm was, en soms inhoud verkocht waar je later helemaal niet achter bleek te staan. Daar ben je later zelfs nog mensen in gaan trainen.

‘Dat is een beetje opportunistisch geweest. Een tijdschrift vroeg mij iets te vertellen over theater en politiek en toen dacht ik: daar kan ik munt uit slaan, dus toen heb ik een website gemaakt. Ik geloof dat ik in zes politieke fracties door het land heen getraind heb. Misschien iets meer. Dat was heel erg op vorm en performance.’

Nu kijk je daar anders tegenaan. Is ‘Ik betreur de ophef’ een afrekening?

‘Ik zie mijn voorstelling helemaal niet als een aanklacht tegen de politiek. Ik hemel de mensen die goed zijn juist heel erg op. Ik heb wel moeite met degenen die erin zitten en zich vereenzelvigen met het spel. Dat is wat ik belicht en ik denk ook dat ik dat gedaan heb. Ik was daar ook heel goed in.’ 

Inmiddels is er een nieuwe Raad en een nieuwe wethouder van cultuur waar iedereen die ik spreek best blij mee is. In haar cultuurvisie staat ook dat ze wil dat Amersfoort een eigen verhaal krijgt. Wat zie jij voor mogelijkheden?

‘Het eerste waar ik aan denk bij het verhaal van Amersfoort is: Vinexwijken. Deze stad is in de afgelopen jaren verdubbeld in inwonertal. Het is een uit de kluiten gewassen stadje. Het zorgt ervoor dat er veel mensen wonen die hier een plek zochten waar ze met hun gezin konden zijn en makkelijk naar hun werk konden. Verder had je een actieve club in het centrum en die paar wijken daaromheen. Dat zijn twee werelden.’

‘Dat zie je ook in de culturele hoek. Die wordt bepaald door mensen die altijd al in dat centrum actief waren: mensen die hier in de jaren zeventig een kunstopleiding hebben gevolgd.’ 

‘Daarna is alles wat met hogescholen te maken heeft uit Amersfoort geschrapt. Dus niemand is er weer teruggekomen. Net als in Kampen, waar eind jaren tachtig de kunstacademie vertrok, moeten we het van díe specifieke groep kunstenaars hebben.

Lees het hele verhaal op De Stadsbron

Open je ogen, kijk en denk na, ga in gesprek. Opening IDFA 2019 laat de sublieme uitersten van de documentaire zien.

Sunless Shadows (foto: IDFA)

De 32e editie van het International Documentary Filmfestival Amsterdam werd gisteravond in Theater Carré geopend met de vertoning van Sunless Shadows. Deze indringende documentaire van Mehrdad Oskouei brengt je op een plaats waar je zo op het eerste gezicht liever niet bent. Een kleine jeugdgevangenis in Iran, waar jonge vrouwen zitten opgesloten wegens medeplichtigheid aan de moord op hun vader of een ander mannelijk familielid.

Leo Bankersen

Beste lezer!

Onafhankelijke cultuurjournalistiek staat overal onder druk. Het Cultureel Persbureau blijft zich inzetten voor onafhankelijke, professionele journalistiek, zonder subsidie of advertenties van Google. Met een donatie help je de goede zaak van Cultuurpers en Leo Bankersen! Dank je wel!

Recht in de camera gesproken ontboezemingen van die vrouwen, sommigen nog tieners, zijn de raak gekozen ankerpunten voor dit ongewone groepsportret. Gaandeweg voeren de impressies van dit leven achter de muren tot een wrange constatering. Hier opgesloten vinden deze vrouwen meer geluk dan ze in de vrije buitenwereld ooit hadden. Een bijna surrealistische tegenstelling.

Zelfs het verdriet om hun eveneens opgesloten en tot de doodstraf veroordeelde moeders verandert daar weinig aan. De moorden waren wanhoopsacties. De enige uitweg die ze zagen om aan de mishandelingen van hun gewelddadige vader of echtgenoot te ontsnappen. Hoewel in de tweede helft van de film even het gevaar dreigt dat nieuwe indrukken soms niet veel meer toevoegen, blijft het statement recht overeind.

Terwijl de camera bijna de hele tijd binnen de muren blijft, ontstaat een beklemmend beeld van een door mannen gedomineerde samenleving daarbuiten. Dat vooral is de kracht van Sunless Shadows. Een van de meiden vertelt wat er gebeurde toen ze na de zoveelste mishandeling met haar verwondingen en een gebroken been eindelijk naar de politie ging. Ze werd weggestuurd met de schampere opmerking dat ze het er wel naar gemaakt zou hebben.

Engagement en expressie

Beelden uit Daybreak Express (foto: IDFA)

Sunless Shadows is de officiële openingsfilm. De openingsavond zelf ging van start met een kleine, maar puntgave verrassing van een heel andere orde. In het glorieuze oranje ochtendlicht snellen de eerste treinen richting New York om de mensen naar hun werk te brengen. Daybreak Express uit 1953 (ook te zien op YouTube) is de eerste oefening van D.A. Pennebaker. Een van de grote pioniers van de documentaire zoals we die nu kennen. In slechts vijf minuten groeit dit montage-experiment uit tot een feest van ritme, beeld en beweging. Een kleine stadssymfonie op de stuwende jazz van Duke Ellington. Met nog een aantal films uit zijn oeuvre, waaronder het Dylan-portret Dont Look Back (1967) brengt IDFA een ode aan deze in augustus overleden grootmeester.

Samen laten Sunless Shadows en Daybreak Express twee kanten zien van het veelzijdige documentaire-genre. Het engagement met – en de reflectie op de werkelijkheid naast experiment en persoonlijke expressie. Open je ogen, kijk en denk na, ga in gesprek. Zo valt het motto van dit jaar ‘Reflect on Reality’, te vertalen.

Reality, society, history, future – deze trefwoorden duiken op in de festivaltrailer. We leven in zorgwekkende tijden, zo stelde Orwa Nyrabia, artistiek directeur van IDFA, tijdens de opening.

Maar met het oog op die toekomst had hij de gelukkige ingeving gehad om de echte openingstoespraak te gunnen aan de jongste filmmaker van IDFA 2019: de 21-jarige Canadees-Vietnamese regisseur Carol Nguyen.

Geluk om nu jong te zijn

Een stevige jetlag – zojuist terug van haar eerste bezoek aan het land van haar ouders – verhinderde niet dat ze in bevlogen bewoordingen haar eigen achtergrond verbond met de huidige bewegingen in de media. Daaronder de aandacht voor gendergelijkheid en diversiteit. “Als je het mij vraagt is het nu de beste tijd om een vrouwelijke filmmaker te zijn”. Om af te ronden met “Deze generatie heeft het allemaal definitief op de agenda gezet. Daarom ben ik optimistisch. Wat een geluk om nu jong te zijn.”

Helemaal toevallig waren deze woorden vast niet. In een eerder persbericht had IDFA al met enige trots laten weten dat 64% van de competitiefilms dit jaar van vrouwelijke makers zijn. Voor het hele programma is dat 47%.

Oorlog en liefde

Dit jaar vertoont IDFA meer dan 300 films. Om een zo groot mogelijk publiek te bereiken is het aantal locaties in Amsterdam uitgebreid. Onder meer met de Openbare Bibliotheek, het Artis Planetarium en het Centraal Station.

Het aanbod is veelzijdig als altijd. Van een verhaal over liefde en oorlog (For Sama) tot een inkijkje in de belangrijkste economische wereldconferentie (The Forum), of het experimenteel stoeien met digitale media in het programma DocLab. Daarnaast ook een aantal themaprogramma’s, waaronder It Still Hurts, waarin wordt stilgestaan bij de manieren waarop de Tweede Wereldoorlog tot op de dag van vandaag doorwerkt.

Hoofdgast is Patricio Guzmán, geëngageerd filmmaker uit Chili, het land waar de bevolking onlangs weer in opstand is gekomen. Als jonge filmmaker legde hij in de jaren zestig vast wat er in zijn land gebeurde tijdens en na de staatsgreep van Pinochet. Ook toen hij later uitweek naar het buitenland bleef Chili zijn onderwerp. In zijn nieuwste film The Cordillera of Dreams maakt hij het verhaal van zijn land breder. Herinneringen van kunstenaars naast de dromen van de nieuwe generatie.

Rotjochies

Rotjochies (Punks) (foto: IDFA)

De openingsfilm Sunless Shadows maakt deel uit van de internationale competitie voor lange documentaires. De enige Nederlandse film die meedoet in de internationale competitie is Rotjochies van Maasja Ooms. Een van heel dichtbij vastgelegd portret van een vijftal onhandelbare pubers die op een boerderij in Frankrijk een soort laatste kans krijgen. Als ze zichzelf daar niet in het gareel krijgen wacht de gesloten inrichting.

Twee jaar geleden maakte Ooms ook al veel indruk met Alicia. Een aangrijpend portret van een meisje dat, terwijl ze dreigt te ontsporen, door Jeugdzorg van instelling naar instelling wordt geschoven. Rotjochies, op IDFA onder de internationale titel Punks, is in zekere zin een soort vervolg daarop. Met dit verschil dat deze pubers nog veel moeilijker iets van zichzelf laten zien dan destijds Alicia.

Dat ze geen zin hebben om na het ontbijt even te helpen met afruimen is nog het minste waar de kordate hulpverlener Petra tegenaan loopt. Onthutsend om te zien is de manier waarop ze zich verschansen achter een masker van onverschilligheid en ontkenning. Ook tijdens de meest indringende gesprekken met de jeugdwerker. Als je dat in aanmerking neemt is het toch heel speciaal dat Ooms kennelijk vertrouwen genoeg kreeg om ze van heel dichtbij te filmen. Bijna paradoxaal dat je daardoor juist extra goed ziet hoe moeilijk het voor die vier jongens en een meisje is om de deur op een kier te zetten. Bij Mitchel, die zijn moeder verloor en botst met zijn vader, gebeurt dat voor het eerst als hij een rap maakt.

Ooms legt het vast zonder commentaar of interviews. Eerlijke, betrokken observaties die het niet mooier maken dan het is. Je blijft hopen, en toch houdt je je hart vast. Tamelijk uniek om dat zo mee te maken.

Goed om te weten Goed om te weten

IDFA is nog t/m 1 december. Rotjochies (Punks) is maandag 25 november ook te zien op NPO2. De winnaars in de verschillende competities worden op woensdagavond 27 november bekend gemaakt.

‘Als je eenmaal achterdochtig wordt, ontwikkel je steeds meer angstgevoelens’ – Meriç Artaç adresseert angst en wantrouwen in haar kameropera Madam Koo

Nederland, Amsterdam, 20 december 2018 Meric Artac, componist Foto: Merlijn Doomernik Alle rechten voorbehouden / All rights reserved

‘Een nieuw stuk wordt meestal maar één keer gehoord, daarna verdwijnt het voorgoed in een la.’ Een dergelijke verzuchting hoor ik vaak, in alle toonaarden. Niet alleen van componisten, maar ook van ensembles, concertorganisatoren, musici en zelfs subsidieverstrekkers.

Thea Derks

Beste lezer!

Onafhankelijke cultuurjournalistiek staat overal onder druk. Het Cultureel Persbureau blijft zich inzetten voor onafhankelijke, professionele journalistiek, zonder subsidie of advertenties van Google. Met een donatie help je de goede zaak van Cultuurpers en Thea Derks! Dank je wel!

Goed nieuws dus dat de opera Madam Koo van Meriç Artaç deze maand 2 x herhaald wordt, woensdag 11 december in CC Amstel in Amsterdam, zaterdag 14 in nieuwemuziekfestival Dag in de Branding. De Turks-Nederlandse componist (Istanbul 1990) heeft het geluk hier twee seizoenen lang artist-in-residence te zijn. – En zo zelf mede de programmering te kunnen bepalen. Ik sprak haar eerder over haar plannen voor Cultuurpers.

Madam Koo, een productie van Diamantfabriek, ging in 2018 in première in CC Amstel Amsterdam en wordt met dezelfde bezetting herhaald in het Korzo Theater in Den Haag. De thematiek van deze opera is gezien de gepolariseerde maatschappelijke verhoudingen actueler dan ooit.

In 2016 creëerde je samen met Ingrid Askvik Zonderland over asielzoekers die verpletterd worden in de bureaucratie. Madam Koo gaat over achterdocht en angst, wat is de link?

‘Die zit hem vooral in bepaalde woorden die Ingrid en mij prikkelen en nieuwsgierig maken. In onze producties gaan we deze nader onderzoeken. In Zonderland was het begrip ‘wachten’ een uitgangspunt, met name het idee dat mensen niet weten hoe lang ze zich in hun wachtpositie zullen bevinden. In Madam Koo staat ‘verdenking’ centraal. Gevoelens van verdenking en angst hangen nauw samen.’

‘In 2016 heb ik het personage van Madam Koo gecreëerd en toen ik Ingrid hierover vertelde was ze meteen geïnteresseerd. We zijn begonnen met het onderzoeken van de betekenis en implicaties van het woord “verdenking” in onze huidige wereld. We vonden het interessant dat als je eenmaal achterdochtig wordt je dit moeilijk onder controle kunt krijgen. Het brengt je gemakkelijk uit balans, waardoor je steeds meer angstgevoelens ontwikkelt.’

‘We tonen dit in de manier waarop Koo haar evenwicht probeert te bewaren in haar huis, waartoe ze verschillende rituelen heeft ontwikkeld. Vanuit een diepe behoefte om controle op haar leven te houden telt ze haar parels en haar huisraad. Ze geeft alles meticuleus een eigen plek, opdat ze zich veilig kan voelen en zo haar innerlijke balans kan bewaren.’

Huis als wip

‘Madam Koo en haar buurman Mr. Oak wonen in hetzelfde gebouw, maar zijn elkaars tegenpolen. Het is alsof ze op een wip zitten, daarom noemen we het een “balanshuis”. Mr. Oak woont onder Madam Koo, in de kelder. Hij is een uitvinder en heeft grote dromen. Hij bouwt “een trap die naar een plek gaat, een plek waar nog niemand is, voor een heldere horizon”.’

‘We weten niet veel over zijn achtergrond. Hij zegt dat hij alles gezien heeft, “alle benen tijdens de oorlog, ze werden één voor één weggevoerd”. Misschien was hij een vervolgde Jood, misschien voelt hij zich gewoon schuldig omdat hij niets heeft gedaan. Het belangrijkste is echter dat hij gemotiveerd is om een betere wereld te creëren.’

‘Beide personages hebben hun eigen motivaties en zijn totaal verschillend. Mr. Oak is luidruchtig bezig met zijn uitvindingen en zijn appartement is een puinhoop, Madam Koo is zeer georganiseerd. Ze zitten gevangen in hun eigen wereld, hun eigen gedachten, hun appartement dat ze nooit verlaten. Het is hun veilige zone. Mr. Oak heeft jarenlang zijn angst opgebouwd: vrees voor de straat, voor het onbekende. De laatste keer dat hij uitging was zo lang geleden dat hij enkel nog herinneringen aan de oorlog heeft.’

‘Er is ook nog een derde personage, het kind Miku. Ze is een vriendin van Mr. Oak en wil ook vrienden worden met Madam Koo. Ik noem haar ‘Groot Vraagteken’ omdat ze alleen maar vragen stelt, zoals kinderen doen. De manier waarop de volwassenen haar bekijken verandert voortdurend door het stuk heen; Miku is hun referentiepunt.’

Wie heeft het libretto geschreven?

‘Dat heb ik zelf gedaan, ik schrijf graag teksten voor mijn muziektheater/operaproducties. In die zin is het stuk echt anders dan Zonderland, want deze keer was er geen inbreng van de uitvoerders. Ingrid en ik ontwikkelden het concept samen en vervolgens begon ik het libretto te schrijven en de andere personages te ontwikkelen. Ingrid hielp mij om vlotte scèneverbindingen en een goede doorstroming te creëren. Flow is erg belangrijk voor het stuk. Daarom stuurde ik haar van meet af aan mijn ontwerpen, zodat zij er commentaar op kon leveren.’

Wie is Madam Koo en wat is haar verhaal?

‘Madam Koo is een personage dat ik enkele jaren geleden ontworpen heb. Ik maak altijd eerst een schets van mijn hoofdrolspelers en geef ze dan een stem met mijn compositie. Toen ik me Madam Koo voor het eerst voorstelde koesterde ze grote verdenkingen jegens haar haar man. Ze vreesde dat hij haar bedroog; het was het enige waar ze aan kon denken.’

Ekaterina Levental als Madam Koo, flyer Diamantfabriek

‘Toen verdiepte ik me verder in haar karakter en probeerde te achterhalen waar die gevoelens vandaan kwamen. Geleidelijk verlegde ons uitgangspunt zich naar een meer algemeen concept van verdenking, en hoe dit Madam Koo beïnvloedt. Haar intense relatie met haar kat Pitsi zou je bijvoorbeeld kunnen opvatten als onderhuidse jaloezie op haar man.’

De perstekst rept van ‘absurdisme en humor’ – wat kunnen we verwachten?

‘In zekere zin is dit niet echt een dramatische opera. We benaderen het thema in de stijl van opera buffa: met humor en lichtheid spreken over serieuze zaken. Het onderwerp is vrij geladen, dus we drukken de terreur en angst op symbolische wijze uit. Absurdistische elementen zijn bijvoorbeeld de overdrijvingen en misverstanden van Madam Koo. We plaatsen het brede onderwerp in een kleine omgeving, want dergelijke gevoelens beginnen bij onszelf en verspreiden zich over de wereld.’

‘In principe is het personage van Miku het absurde element in de opera. Haar enige wens is om vrienden te worden met Madam Koo, die haar echter ziet als een potentiële terrorist. Zij beschouwt Miku als iemand die haar huis kan vernietigen. Zo komt het woord “perspectief” in het spel: wat we als goed of slecht interpreteren varieert al naar gelang onze invalshoek.’

Hoe heb je de instrumenten gekozen en waarom?

‘Ik kies veelal kleuren voor elk personage en voor de algemene klank. Ook creëer ik graag contrast binnen de compositie en de relatie tot het podium. De fluit en basklarinet vertegenwoordigen het contrast tussen Madam Koo en Mr. Oak. Miku is licht en speels, daarom wordt haar rol gedubbeld door piccolo en vibrafoon. Snaarinstrumenten vertegenwoordigen het “balanshuis”. Telkens als er iets gebeurt, creëren ze een glissando of een ander effect, om weer te geven wat er op het podium gebeurt.’

‘Gongs staan voor de tijd en de seizoenen. Elke keer als een seizoen verandert, wordt dit gekenmerkt door drie slagen op de gongs. Zo zijn ze intrinsiek verbonden met het verhaal en gaan ze ermee in dialoog. De musici zijn onderdeel van de handeling, daarom hebben we ze midden op het podium geplaatst, net als de zangers. Mr. Oak gebruikt gestemde hamers om zijn uitvindingen te bouwen, Miku speelt met die hamers en allerlei speelgoedinstrumenten. Het ensemble zingt ook, al reagerend op het toneel.’

‘Soms worden ze zelfs gedirigeerd door Madam Koo. – In wezen zijn de muzikanten haar bezittingen waar ze zo veel om geeft!’

Debuut Sacha Bronwasser is een gerijpte en bovenal intrigerende roman

Échte schrijvers debuteren voor hun dertigste, zeggen sommige uitgevers, maar er zijn ook uitgevers – en auteurs – die zich niets van zulke conventies aantrekken. Gelukkig maar, want Niets is gelogen, het romandebuut van kunsthistorica Sacha Bronwasser (1968), tevens voormalig kunstrecensente van de Volkskrant, mag er zijn. Een boek waarin kunst, kijken en voelen een hoofdrol spelen.

Rouwkaart

A Quattro Mani

Beste lezer!

Onafhankelijke cultuurjournalistiek staat overal onder druk. Het Cultureel Persbureau blijft zich inzetten voor onafhankelijke, professionele journalistiek, zonder subsidie of advertenties van Google. Met een donatie help je de goede zaak van Cultuurpers en A Quattro Mani! Dank je wel!

Hoofdpersoon is kunstjournalist Gala Versluis, die een rouwkaart in de bus krijgt van een man die ze vijf jaar eerder één avond heeft meegemaakt, op de opening van een tentoonstelling in Kortrijk. Gala was uitgenodigd de opening te voorzien van een praatje. Na afloop gingen zij, kunstenares Lisa, haar echtgenoot Maxim, galeriehouder Paul, Gala’s goede vriendin Fatima en Pé Derkinderen, een bekwame gynaecoloog en een bevlogen kunstliefhebber met een gezicht ‘als een te vaak gebruikte verhuisdoos’, nog iets drinken.

Met ‘Niets is gelogen’ schreef Sacha Bronwasser een uitstekend debuutroman waarin kunst een belangrijke rol speelt. ©Claudette van de Rakt

Er vormt zich een net, onzichtbaar mycelium. Kleverige draden spinnen ondergronds of misschien wel in de lucht, we zien ze tenslotte niet. Ze dwarrelen langs het bruine jasje van Pé en haken in de wol, slaan om de smalle pols van Fatima, pakken zachtjes Paul en mij, nu toch net even dichter bij elkaar dan de bedoeling was, gezamenlijk bij de enkels en trekken Lisa en daarmee ook Maxim langzaam los uit de omgeving, Zachtjes, zachtjes, zoetjesaan. We hebben nog tijd.

Het loopt volkomen anders dan verwacht. En hoewel ze Pé Derkinderen nooit meer treffen, blijkt deze bizar verlopen avond voor alle betrokkenen een beslissende rol te hebben gespeeld in hun leven.

Als een Rubik’s kubus probeert Gala ieders verschillende herinneringen samen te puzzelen tot één geheel, wat nog niet meevalt.

Onze avond ontspringt uit dezelfde bron en mondt uit in dezelfde zee, maar daartussen ligt de rivierdelta van de Nijl. Zwemmen er vissen die elkaar nooit zullen tegenkomen, groeien er planten die de ander niet zal zien, verschillen de geuren en valt het zonlicht onder een andere hoek. Niets is gelogen, het is allemaal even waar.

Leven en dood

Het gaat alleen niet zozeer om de gebeurtenissen, als wel om het resultaat ervan. Een moment van confrontatie met de dood die inspireert tot beter of intenser leven. Of in het geval van Gala: überhaupt weer tot leven. Eindelijk kan ze de dood van haar vader en haar eigen bijna-doodervaring aanvaarden en verdergaan met haar bestaan.

Niets is gelogen is een met durf en zelfvertrouwen geschreven, gerijpte en bovenal intrigerende roman. Een boek als een schilderij, waarbij je steeds weer een nieuw detail opvalt als je de tijd neemt er aandachtig naar te kijken.

Goed om te weten Goed om te weten
Sacha Bronwasser, Niets is gelogen
AmboAnthos, € 20,99

Na het debat over de begroting moet de podiumkunstsector nog meer geduld hebben. Tot het voorjaar.

De cultuursector moet nog even geduld hebben. Minister Ingrid van Engelshoven was maandag 18 november, tijdens de behandeling van de cultuurbegroting in de vaste Kamercommissie Cultuur, niet van plan ook maar iets aan haar beleid te veranderen. Ondanks een vrij breed gedragen wens van met name de oppositie om wat te doen aan de korting van 8,6 miljoen op het budget van het Fonds Podiumkunsten, wil ze hoogstens in het voorjaar kijken of het met het aantal kansrijke aanvragen uit de hand is gelopen.

Avatar

Beste lezer!

Onafhankelijke cultuurjournalistiek staat overal onder druk. Het Cultureel Persbureau blijft zich inzetten voor onafhankelijke, professionele journalistiek, zonder subsidie of advertenties van Google. Met een donatie help je de goede zaak van Cultuurpers en Wijbrand Schaap! Dank je wel!

Over die korting zei ze overigens dat het niet echt een korting, maar een verschuiving is. De publieke tribune reageerde honend. Immers: niet iedereen die nu geld heeft, schuift mee. Nog steeds hangt boven de markt dat er geen geld meer is om zo’n 50 tot 60 kleine en middelgrote makers en gezelschappen na 2020 te blijven ondersteunen.

Wait until Spring…

‘Pas in het voorjaar wordt duidelijk hoeveel er is aangevraagd, en dan nog is het maar afwachten of al die aanvragen wel aan de minimale kwalitietsnorm voldoen’, zei de minister tegen Corine Ellemeet van Groen Links. Die had – met Lodewijk Asscher (PvdA) en Peter Kwint (SP) – gevraagd om nu al de geplande korting ongedaan te maken. Zelfs Salima Belhaj van D66 neigde wel naar een motie in die richting, al wilde ze haar minister niet te veel dwarszitten. De partij moet immers nog steeds luidkeels vieren dat ze 80 miljoen structureel extra voor de kunsten heeft weten te ritselen tijdens de formatie met de starre VVD. Jammer genoeg is de kritiek op de negatieve kanten van het voortgezette VVD-beleid luider dan dat goede nieuws. Komt ook omdat het merendeel van het nieuwe geld vooral naar de toch tamelijk rijk bedeelde erfgoedsector gaat.

Le salaire de la peur

Over die VVD vervolgens het volgende: Er schijnen mensen in de kunst en cultuur te werken, die je makkelijk kunnen inpakken met mooie woorden en zoete smeekbeden. Dat is namelijk hun vak. Daarom heeft de VVD onder Mark Rutte besloten dat elk half jaar een nieuw en onbekend, maar wel ambitieus kamerlid het woordvoerderschap Cultuur krijgt. Zo zorg je ervoor dat je geen relaties opbouwt en lobbyisten geen idee hebben wie ze voor zich hebben. Zo kun je dus hard blijven tegen de kunst. Want de VVD vindt dat dat moet. Hardheid is nodig omdat de kunstsector verwend is en subsidie ook tot verwende toeschouwers leidt. Mensen, bijvoorbeeld, met een kleine beurs die geen idee hebben hoe duur kunst wel niet is.

Elke nieuwe VVD-woordvoerder moet zich natuurlijk ook onderscheiden, want anders stijg je nooit op uit het rioolputje dat het woordvoerderschap cultuur eigenlijk is. Daarom heeft de nieuwste, El Yassini, bedacht dat het een goed idee zou zijn als op het kaartje voor een museum of opera vermeld zou worden wat het kaartje eigenlijk zou kosten, en welk bedrag de belastingbetaler bijdraagt. Een typische VVD proefballon, en iedereen reageerde zoals dat hoort: boos. Boos genoeg om het punt maar vaak genoeg te laten herhalen. Zo dringt het goed door bij de achterban, die met El Yassini vindt dat de cultuursector geen idee heeft hoe duur die eigenlijk is. Want dat niet zo nobele doel stak erachter, bleek in 2e termijn, toen het Kamerlid dit bijna letterlijk zei.

 

‘Natuurlijk kunnen we dat ook voor andere sectoren, zoals de zorg doen,’ riposteerde de VVD’er een vraag in die richting van de minister, ‘maar de cultuursector is toch van de fijne experimenten, en dit past daar mooi bij.’ De motie in die richting werd door de minister ontraden.

The Fugitive

Is er verder nog hoop te putten voor (podium)kunstenaars uit het debat? Het was levendig, dat is alvast iets, maar het was ook een gelegenheid voor alle aanwezige kamerleden om hun vaste riedels af te draaien, de PVV voorop. Dat partijen als PvdD, FvD, Denk en Christenunie niet eens de moeite hadden genomen om te komen, zegt veel.

De massaal opgekomen bezorgde podiumkunstenaars, gesteund door studenten van de diverse theaterscholen, moesten grotendeels buiten het debat uitzitten. Hun vertrouwen in de politiek zal er niet door gegroeid zijn. In het voorjaar is er nog een laatste kans, als mocht blijken dat de subsidiepotjes van Fonds en Raad voor Cultuur zwaar overvraagd blijken te zijn. Dan zou het mogelijk kunnen zijn dat de Kamer tot een eerste reparatie besluit.

Goed om te weten Goed om te weten


We hebben via twitter tot in detail verslag gedaan van het debat. Check daarvoor onze twitterfeed en de hashtag #tkcultuur.

‘Bibliotheek heeft geen respect voor kunstenaars!’ Verkoop van werken uit de Kunstuitleen tegen zere been Amersfoortse kunstwereld.

Werk van de amersfoorter Emile van dder Kruk, aangeboden voor een basisprijs van 120 euro

Dit weekend ontdekte galeriehouder Henk Logman tot zijn schrik dat kunstwerken van de Amersfoortse Kunstuitleen te koop werden aangeboden op een Belgische veilingsite. Op zijn facebookpagina meldt hij: ‘Het bijzondere aan het geheel is dat de nu nog in leven zijnde kunstenaars daarvan niet op de hoogte zijn gebracht. Ik had op z’n minst verwacht dat dat zou zijn gebeurd. Ik vind het getuigen van weinig respect voor de kunstenaars.’

De tip kwam van Bob Kovel, die niet alleen zelf kunstenaar is, maar die in de jaren negentig ook als voorzitter van de aankoopcommissie van de Kunstuitleen zelf een groot aantal werken voor Amersfoort heeft uitgekozen. Hij herkende op de veilingsite eigen werk, en werk van zeker vier andere Amersfoortse kunstenaars: ‘Ik heb het ook bij hen nagevraagd, en zij hebben ook nooit van de Kunstuitleen gehoord dat hun werk verkocht zou worden’.

Niet vernietigd

De Amersfoortse Bibliotheek, die de verzameling beheert, zou het volgens Logman zelfs nog bonter hebben gemaakt: ‘Het bleek dat er zelfs een kunstwerk is verkocht dat volgens de betreffende kunstenaar vernietigd had moeten worden omdat het werk beschadigd was en hij schadeloos is gesteld.’ In dit geval blijkt het te gaan om werk van de bekende Amersfoortse kunstenaar Ron Jagers. Die blijkt op de hoogte: ‘Ik had twee werken bij de kunstuitleen in de uitleen. Dus niet gekocht door welke commissie dan ook. Beide werken zijn in de bieb dusdanig beschadigd geraakt door verkeerde opslag, dat zij als total loss beschouwd konden worden. Ik heb daar een vergoeding voor gekregen.’

‘Ik ging er van uit dat de werken vernietigd zouden worden. Klaarblijkelijk heeft men het anders aangepakt. Inderdaad buiten mijn medeweten zijn de werken op de site gezet en in beschadigde toestand aan de man/vrouw/mens gebracht.’

Lees het hele verhaal op De Stadsbron

Hoe de wonderdokter in vergetelheid raakte – en waarom schrijver Rinus Spruit hoopt op eerherstel

Hij bracht hypnose en psychotherapie als behandelmethodes naar Nederland en had een bloeiende praktijk met de bekende schrijver Frederik van Eeden. Maar noem de naam Albert Willem van Renterghem, en er zal bij (vrijwel) niemand een belletje gaan rinkelen. Met zijn boek De wonderdokter hoopt samensteller Rinus Spruit op eerherstel.

A Quattro Mani

Beste lezer!

Onafhankelijke cultuurjournalistiek staat overal onder druk. Het Cultureel Persbureau blijft zich inzetten voor onafhankelijke, professionele journalistiek, zonder subsidie of advertenties van Google. Met een donatie help je de goede zaak van Cultuurpers en A Quattro Mani! Dank je wel!

Albert Willem van Renterghem (1845-1939) gold ooit als “de wonderdokter van Goes”. Na het bijwonen van consulten door de Franse dokter Ambroise Liébeault, de grondlegger van de hypnosetherapie, besloot de Zeeuwse plattelandsarts ook zijn patiënten met deze nieuwe methode te gaan behandelen. De resultaten overtroffen ieders verwachtingen. De bekende schrijver en arts Frederik van Eeden overtuigde hem een kliniek in Amsterdam te beginnen. Van Renterghem ging in de leer bij Sigmund Freud en Carl Jung, vertaalde enkele van hun boeken en bracht zo de psychotherapie naar Nederland. Maar ondanks zijn grote verdiensten voor de psychiatrische zorg in ons land, verdwenen zowel Albert van Renterghem als diens autobiografie in de vergetelheid. Tot schrijver Rinus Spruit, zelf Zeeuw en oud-verpleegkundige, over deze wonderdokter hoorde.

Schrijver Rinus Spruit

Hoe kwam u dit verhaal op het spoor?

‘In 1993 las ik in een huis-aan-huis blad dat er 90 exemplaren van de autobiografie van dokter Van Renterghem waren bijgedrukt. Hij had het in 1920 geschreven en er destijds tien van laten maken. Ik las dat deze man arts op het platteland was geweest op Zuid-Beveland, en dat hij later naar Amsterdam was gegaan en daar hypnose en psychoanalyse is gaan uitoefenen. Daar wilde ik meer van weten. Zijn autobiografie gaf een mooi beeld van de gezondheidszorg van de negentiende en begin twintigste eeuw. Die was heel primitief. Artsen hadden hun patiënten nog vrijwel niets te bieden: er was geen penicilline, en ziekten als tuberculose en suikerziekte waren niet te genezen. Er konden zelfs geen operaties plaatsvinden omdat er geen narcose was.’

‘Mensen stierven aan allerlei infectieziekten, zoals difterie. Van Renterghem schreef openhartig en met humor over wat hij meemaakte. Als je het leest, is het net alsof je er zelf bij bent. Ik vond het jammer dat niet iedereen daar kennis van kon nemen. Maar ja, het boek was 1400 bladzijden dik; hij had er alles in opgeschreven, tot en met de menukaart van de restaurants waar hij gegeten had.’

De familie Van Renterghem

Voor wie was het boek bestemd? Louter voor zijn familie?

‘Met het schrijven van deze autobiografie is hij in 1920 begonnen, na zijn werkzame leven. Hij liet tien exemplaren drukken: zes voor zijn familie, en dan nog vier voor het archief van twee bibliotheken en twee universiteiten. De boeken moesten verzegeld blijven tot 1975, ik denk vanwege de privacy van de patiënten die hij had behandeld en die met naam en toenaam werden vermeld. Hij liet aan de gemeente Goes weten dat het boek in 1975 openbaar mocht worden voor publiek. Dus hij had er denk ik toch wel een grotere bedoeling mee.’

Albert Willem van Renterghem

Hoe heeft u een boek van 1400 pagina’s teruggebracht tot een leesbaar verhaal?

‘Ik heb scherpe keuzes moeten maken. Zo heb ik allerlei familieaangelegenheden weggelaten, evenals de vele reizen met zijn vrouw en de jaren dat hij scheepsarts was bij de marine. Ik heb geprobeerd de essentie van zijn leven uit het boek te destilleren. Dus het begin als plattelandsarts in Heinkenszand, het moment waarop hij in aanraking kwam met hypnose, zijn contact met schrijver en arts Frederik van Eeden, hun praktijk in Amsterdam, die uitgroeide tot een nieuwe kliniek op de Van Breestraat. Zijn contact met Sigmund Freud en met Carl Jung, en zijn ontdekking van de psychoanalyse. Van Renterghem werd gezien als de man die de psychoanalyse in ons land heeft geïntroduceerd. Hij was voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Psychoanalyse; een man van aanzien, ook internationaal. Patiënten kwamen van heinde en verre, noemden hem “de wonderdokter uit Goes”. Hij werd beschouwd als dé man op het gebied van geestelijke gezondheidszorg in Nederland. Professor en psychiater H.C. Rümke omschreef hem als een “legendarische gestalte” en zei dat de bloei van de psychotherapie aan hem te danken was.’

Hoe verklaart u dan dat hij tegenwoordig volkomen onbekend is?

‘Hij is in 1939 overleden, dus de oorlogsjaren zitten ertussen; dat zal hebben meegespeeld. Tegenwoordig is hypnose bovendien iets waar veel mensen vraagtekens bij zetten, en ik denk dat ze hem daarom niet meer helemaal serieus namen. Een andere goede verklaring kan ik er niet voor vinden.’

Hoe werkte de behandeling met hypnose?

‘Hij bracht zijn patiënten in slaap, zei dingen als: “U wordt beter” of “Uw pijn zal verdwenen zijn” en deed hen suggesties aan de hand. Daar wist hij veel mensen mee te genezen. Hij behandelde vooral patiënten met psychosomatische klachten: lichamelijke klachten die een psychische oorzaak hebben. In Amsterdam ging hij zich steeds meer gaan richten op psychische ziekten. Hij gaf zelf trouwens de voorkeur aan hypnosetherapie boven psychoanalyse, omdat dit een sneller en beter resultaat gaf, en hij er dus meer mensen mee kon helpen. Gezien de resultaten is het jammer dat deze methoden tegenwoordig niet of nauwelijks nog worden toegepast.’

Van Renterghem als jongeman.

Geeft u eens een voorbeeld van zo’n genezing?

‘Op het spreekuur kwam dorpsslager Rottier, een oude bekende van dokter Van Renterghem. De man leed al jaren aan pijn op de borst, rechts onder het sleutelbeen. Er was geen afwijking te vinden, en geneesmiddelen hielpen nooit. Van Renterghem was net terug uit Frankrijk van zijn studie bij dokter Liébeault, en vroeg zich af die methode zou helpen. Hij bracht de patiënt onder hypnose, legde zijn hand op de pijnlijke plaats en verzekerde de slager dat zijn pijn verdwenen en voorgoed geweken was. “Adem eens diep!” zei Van Renterghem, “en  nog eens, en nog eens. Voel je wel hoe heerlijk vrij je borst nu is? Je zult geen pijn meer hebben!” Hij verzekerde zijn patiënt dat hij fris, lekker en zonder pijn zou ontwaken. En inderdaad: toen Rottier weer bij bewustzijn was, had hij geen pijn meer. Zo ging dat vaak.’

Welke passages hebben u het meeste geraakt?

‘Dat zijn er twee. Hij schrijft over een meisje van 12, dat sterft aan tuberculose. Hij komt elke dag langs en ziet haar steeds zieker worden. Ze hebben elke keer mooie gesprekken. Op een dag komt hij en is ze net overleden. Hij condoleert de moeder en zij zegt: “Marietje heeft nog een zakje snoepjes gegeven voor u, om aan uw kinderen te geven.” En dan is hij zo ontroerd dat hij moet huilen.’

‘Ook het verhaal over zijn zieke dochtertje heeft veel indruk gemaakt. Het 6-jarige meisje heeft difterie, een ziekte waar op dat moment nog geen medicatie voor is, en ten gevolge van een luchtpijpvernauwing krijgt ze het steeds benauwder. Dan houdt er een koets halt voor het huis van de dokter; de koetsier vraagt of de dokter onmiddellijk wil meekomen, omdat de burgemeester van Heinkenszand het erg benauwd heeft. Van Renterghem verkeert in tweestrijd: blijft hij bij zijn kind of gaat hij naar de burgemeester? Hij laat zijn vader bij zijn dochtertje waken en vertrekt. Bij terugkomst – de burgemeester is dood – is het meisje ook stervende. Er is maar één behandeling mogelijk en dat is tracheotomie, oftewel een gaatje in de luchtpijp maken. Hij slaagt er niet in zijn dochter op tijd te redden.’

De praktijk op de Van Breestraat in Amsterdam

Welke rol heeft Frederik van Eeden in het geheel gespeeld?

‘De tussenkomst van Van Eeden betekende het kantelpunt in Van Renterghems carrière. Van Eeden hoorde over diens succes met hypnose en vroeg of hij een spreekuur van de huisarts kon meemaken. De hypnosebehandelingen maakten diepe indruk op Van Eeden. “Jij moet niet in Goes blijven vegeteren,” schreef hij aan Van Renterghem. “Jij moet naar Amsterdam komen dan kunnen we daar samen een kliniek beginnen voor therapeutisch hypnotisme.” Dat was het begin van Van Renterghems grandioze carrière. Zonder die tussenkomst was hij als gewone huisarts blijven hangen in Goes.’

Van Renterghem met zijn kleinzoon Tonnie.

Wat viel er voor u als auteur uit dit project te halen? Het is immers de tekst van een ander.

‘Dat klopt, ik heb er ook vrijwel niets aan veranderd. Maar ik heb het boek wel als het ware gecomponeerd door mijn keuzes in wat ik wel en niet wilde opnemen. Dat vond ik ook mooi werk. Hij schrijft heel openhartig, ook over alles wat hij niet goed deed, de sterfgevallen, de verliezen in zijn familie. Dat kan ik niet verbeteren.’

Goed om te weten Goed om te weten

De wonderdokter van Rinus Spruit is verschenen bij Cossee, € 20,99

Animatiefestivals in Amsterdam en Utrecht bundelen krachten en zijn nu KABOOM

De Zweedse animatiefilm Top 3 van Sofie Edvardsson (foto: KABOOM)

Het nieuwe animatiefestival dat op 9 november van start gaat heeft een naam die knalt: KABOOM. Feest dus voor liefhebbers (en wie is dat niet) van animatie in al zijn verschijningsvormen. Eerst van 9-12 november in Utrecht met een programma voor kids en familie, aansluitend van 13-17 november in Amsterdam voor volwassen kijkers.

Leo Bankersen

Beste lezer!

Onafhankelijke cultuurjournalistiek staat overal onder druk. Het Cultureel Persbureau blijft zich inzetten voor onafhankelijke, professionele journalistiek, zonder subsidie of advertenties van Google. Met een donatie help je de goede zaak van Cultuurpers en Leo Bankersen! Dank je wel!

Maar wacht eens. We hadden toch al twee animatiefestivals? Dat klopt, maar die hebben nu hun krachten gebundeld. Het zit ongeveer zo:

Fusie

In de eerste plaats was er natuurlijk het in 1985 opgerichte Holland Animation Film Festival (HAFF) dat Utrecht als thuisbasis had. In 2007 kwam daar het KLIK! Amsterdam Animation Festival bij met een sterk overlappend programma. In 2018 ontstond er bij het HAFF conflict over de koers, met het terugtreden van directeur Gerben Schermer en de afgelasting van editie 2018 tot gevolg. Hoe moest het verder?

Het HAFF benaderde KLIK! en na een jaar van gedegen gesprekken kwamen beide organisaties tot de conclusie dat ze elkaar goed aanvullen. Goed dus om in de toekomst de krachten te bundelen, zo vertelt perscontact Maxi Meissner. Het resultaat is KABOOM, georganiseerd als gezamenlijk project met een staf die deels uit oudgedienden, deels uit nieuwe mensen bestaat. Intussen wordt achter de schermen gewerkt aan een echte fusie van beide organisaties.

Aardman en Zuid-Korea

Zoals beide voorgangers al deden, biedt KABOOM een breed overzicht van de hedendaagse stand van zaken op animatiegebied, van experimenteel tot films voor breed publiek. Dat hoeven niet perse premières te zijn, maar dat de nieuwste Toy Story ontbreekt komt omdat er dit jaar geen samenwerking met Disney-Pixar is. Dat wordt overigens ruimschoots goedgemaakt door een focus te richten op de Britse Aardman-studio (denk aan Wallace & Gromit). Een andere special is werk uit Zuid-Korea, dat hier zelden te zien is.

De nadruk ligt op korte films, in een verbazingwekkende verscheidenheid uit een groot aantal landen. Daar gaat het hart van de organisatie echt naar uit. Betrekkelijk nieuw is de uitbreiding van het aanbod voor kids en familie, dat uitwaaiert over de stad Utrecht. Niet alleen films, maar ook workshops en activiteiten met plaatselijke partners. In Amsterdam ligt de nadruk op het aanbod voor volwassen publiek en professionals.

Op de Industry Day in Utrecht komen op 12 november filmmakers, distributeurs, festivalprogrammeurs en andere professionals bij elkaar. Zo hoopt KABOOM de animatiewereld te helpen ontwikkelen.

Er zijn competities voor lange en korte animaties, studentenfilms, Nederlands kort, opdrachtfilms, korte films voor kinderen en virtual reality.

100 jaar Nederlandse animatie

Een van de themaprogramma is 100 jaar Nederlandse animatie. Eigenlijk 101 jaar, want het oudst vertoonde filmpje is Een avontuurtje in het luchtruim uit 1918. Daarnaast biedt dit overzicht een aangenaam weerzien met veel prachtige kleine klassiekers, waaronder het in 2001 met een Oscar bekroonde Father and Daughter van Michaël Dudok de Wit.

Workshop Hand Painted Paradise met Steven Woloshen (foto: KABOOM)

Sterk uitgebreid in vergelijking met voorgaande jaren is het aanbod Virtual Reality en Augmented Reality. Een van de voorstellingen die Meissner tipt is Fight. In deze interacteive live performance met Augmented Reality krijgen animaties leven ingeblazen door een echte martial arts beoefenaar. Een andere tip is Hand-Painted Paradise, een workshop van Steven Woloshen die je leert direct op film een animatie te schilderen. Dat we dat in de digitale tijd nog mogen meemaken! Voor de jonge bezoekers is er in Kinepolis Utrecht een breed scala aan zelf-doe activiteiten onder de titel Exploration Station.

Als ondergetekende ook iets mag tippen dan is dat niet alleen de kans om te bingen met alle afleveringen van Undone, maar ook bijvoorbeeld de origineel vormgegeven korte films Intermission Expedition (toeristen worstelen met loslaten van routine) van Wiep Teeuwisse en het bijna abstracte Flow van Adriaan Lokman. De internationaal al veelvuldig bekroonde lange Franse animatie J’ai perdu mon corps ontbreekt jammer genoeg op KABOOM, maar wel is er het op Annecy bekroonde Away, een wonderbaarlijke droomreis van een jongen, een motorfiets en een kleine vogel. Van Gints Zilbalodis uit Letland. Zien!

Goed om te weten Goed om te weten

KABOOM Utrecht is van 9 t/m 12 november op diverse locaties. KABOOM Amsterdam van 13 t/m 17 november rond het Westergasfabriek terrein. Website: KABOOM

‘Denk niet te snel dat je iemand kent.’ Zes levensinzichten van schrijfster Rosita Steenbeek

Schrijfster Rosita Steenbeek ©Marc Brester/A Quattro Mani

Ze overleefde een hersenbloeding en een ernstig auto-ongeluk. Doodsangst heeft schrijfster Rosita Steenbeek (62) daardoor niet meer, wel juist een enorme levenslust. Het heeft haar verrijkt. ‘Door de dood in de ogen te zien, begreep ik dat liefde het belangrijkste is in het leven.’

1. Zonder relatie kun je ook gelukkig zijn

A Quattro Mani

Beste lezer!

Onafhankelijke cultuurjournalistiek staat overal onder druk. Het Cultureel Persbureau blijft zich inzetten voor onafhankelijke, professionele journalistiek, zonder subsidie of advertenties van Google. Met een donatie help je de goede zaak van Cultuurpers en A Quattro Mani! Dank je wel!

‘Ik ben al een aantal jaren alleen en dat vind ik prima. Ik ervaar veel liefde in vriendschappen en voor mijn moeder, mijn jongere broer en twee zussen; mijn vader leeft helaas niet meer. Dat zijn grote liefdesrelaties in mijn leven. Ik herinner me nog dat toen ik heel klein was en mijn ouders elkaar omhelsden, ik mijn armpjes naar hen uitstrekte om opgetild te worden. Die liefde tussen hen, daar wilde ik bij zijn. Het is een oerbeeld uit mijn jeugd. Doordat ik ben voortgekomen uit grote liefde, kan ik meer tegenslag aan. Het heeft mij een stevig fundament gegeven.

‘Een relatie is voor mij geen voorwaarde om gelukkig te zijn.’ ©Marc Brester/A Quattro Mani

Ik ging ervan uit dat mij dat ook zou gebeuren: dat ik de man van mijn leven zou ontmoeten en kinderen zou krijgen. Het liep anders. Een grote liefde diende zich niet op het juiste moment aan. Later paste het praktisch gezien ook niet meer bij mijn manier van leven. Ik woon al dertig jaar in Rome en reis veel naar Nederland en andere plekken. Vroeger dacht ik dat mijn geliefde wel zou meereizen, maar niet iedereen kan of wil dat.

Natuurlijk mis ik iets wezenlijks. Ik zou het liefst iemand aan mijn zijde hebben gehad met wie ik alle verschillende fasen kan meemaken. Maar een relatie is voor mij geen voorwaarde om gelukkig te zijn. Ik ben goed alleen. Ik beleef die verschillende fasen in mijn lange vriendschappen. Daardoor kan ik er ook meer voor anderen zijn, zoals voor mijn fantastische moeder van 84, met wie ik elke dag Skype. Waarschijnlijk was een relatie belangrijker voor me geweest als ik saaier werk had gehad, maar ik heb een vervullend en inspirerend beroep. Als ik met een boek bezig ben, is dat een relatie op zich. Niet als surrogaat natuurlijk, maar schrijven is wel een manier om met mijn medemens in verbinding te staan. Het is zingeving en een ontdekkingsreis tegelijk: ervaringen omzetten in een boek is louterend, spannend en soms ook troostrijk. En ik heb het nodig om daarmee alleen te kunnen zijn.’

‘Alleen door met elkaar in gesprek te gaan, onze verhalen met elkaar te delen, komen we voorbij onze eigen mening en oordelen.’ ©Marc Brester/A Quattro Mani

2. Denk niet te snel dat je iemand kent

‘Mijn oma Rose, naar wie ik ben vernoemd, was een Duitse jodin. Ze heeft geleefd tot mijn vijfendertigste. Bij het verschijnen van mijn debuut zei mijn vader al dat ik over haar moest schrijven, maar ik begreep niet waarom. Pas jaren later ontdekte ik dat zij en al die andere leuke kosmopolitische familieleden van mij – ooms en tantes uit Brazilië, Canada, New York, Israël – eigenlijk vluchtelingen waren uit nazi-Duitsland. Mijn charmante, elegante oma, die altijd alles onder controle had en evenwichtig was, bleek de vreselijkste dingen te hebben meegemaakt en veel familieleden te hebben verloren tijdens de Holocaust.

Het deed me beseffen dat we veel te snel denken een ander te kennen. Alleen door met elkaar in gesprek te gaan, onze verhalen met elkaar te delen, komen we voorbij onze eigen mening en oordelen. Dat heb ik opnieuw ervaren toen ik de afgelopen twee jaar in aanraking kwam met vluchtelingen. Ik was door de CPNB gevraagd een essay over compassie te schrijven. Ik wilde mijn persoonlijke ervaringen met compassie mengen met iets uit de actualiteit. Toen ik een documentaire zag over een arts die zich inzette voor de vluchtelingen die op Lampedusa strandden, besloot ik daarnaartoe te gaan. Ik kwam in een totaal andere wereld terecht, waar je in het bevoorrechte rijke westen gemakkelijk aan voorbij kunt leven.

‘Ik zou het iedereen gunnen om eens een weekje in een vluchtelingenkamp te gaan helpen – wat gaan je ogen daarvan open.’ ©Marc Brester/A Quattro Mani

Mijn boek Wie is mijn naaste? Mijn verhaal over de vluchtelingenopvang is daar het vervolg van. Meerdere keren verbleef ik een aantal weken op Lampedusa en in een vluchtelingenkamp in Libanon, vlakbij de Syrische grens. Ik werd hartelijk opgenomen door die Syrische families. Ze deelden het weinige dat ze hadden, vertelden over de verschrikkingen die ze hadden meegemaakt. Maar er was ook veel vrolijkheid. Met de meisjes en jonge vrouwen speelde ik spelletjes, we zongen liedjes en dansten onder de sterren. Ik sliep bij de Syrische vrouwen in de tent, matras tegen matras. Ze vroegen oprecht geïnteresseerd naar mijn leven, wilden foto’s zien van mijn familie. Ik leerde daar ook vrouwen in nikab kennen, van die zwarte schimmen waar ik vroeger een oordeel over had. Onder die doeken bleken echter humoristische, krachtige vrouwen verstopt te zitten. Ook met een aantal Afrikaanse minderjarige asielzoekers ben ik bevriend geraakt. Jongens die gerijpt en wijs zijn door alles wat ze hebben meegemaakt. Het enige wat ze willen is een normaal leven en ze zijn bereid daar hard voor te werken.

Ik zou het iedereen gunnen om eens een weekje in zo’n kamp te gaan helpen – wat gaan je ogen daarvan open. De hulporganisatie Operazione Colomba heeft als motto: waarom zou mijn leven meer waard zijn dan dat van een ander? Dat is zó waar. We zijn allemaal mens. Om dat te beseffen, moeten we veel meer kennis nemen van elkaars verhaal.’

‘De confrontatie met sterfelijkheid heeft me verrijkt. Het deed me al vroeg inzien hoe kostbaar het leven is en dat ik mijn tijd hier niet maar een beetje wilde uitzitten.’ ©Marc Brester/A Quattro Mani

3. Doodsbesef doet leven

‘Ik ben me al vroeg bewust geworden van de broosheid van het leven. Op mijn dertiende kreeg ik een hersenbloeding op school. Een halfjaar lang lag ik in een verduisterde kamer. Gek genoeg was ik voor mezelf niet bang om dood te gaan, ik dacht vooral dat ik mijn ouders dat niet kon aandoen. Ik hield er een blinde vlek en epilepsie aan over. De vanzelfsprekendheid van het leven was weg. Met mijn hartsvriendinnen had ik lange gesprekken over de zin van het bestaan. Later maakte ik nog een keer zoiets mee. In 2002, een maand na de dood van mijn vader, kregen we na afloop van een ‘troostetentje’ een ernstig auto-ongeluk. De neef van mijn vader, die de auto bestuurde, kwam daarbij om en mijn moeder en ik raakten ernstig gewond. Vele maanden lagen we naast elkaar in het ziekenhuis.

De confrontatie met sterfelijkheid heeft me verrijkt. Het deed me al vroeg inzien hoe kostbaar het leven is en dat ik mijn tijd hier niet maar een beetje wilde uitzitten. Ik wil het leven ten volle te leven, er het beste en mooiste van maken. Door de dood in de ogen te zien begreep ik dat liefde het belangrijkste is. Daardoor maak ik andere keuzes. Toen het met mijn vader bijvoorbeeld niet zo goed ging, besloot ik naar hem toe te gaan in Nederland, ook al was ik door een tijdschrift gevraagd om Odysseus na te reizen. Tijdens wat later zijn laatste maanden bleken te zijn, kon ik daardoor elke dag in zijn en mijn moeders nabijheid verkeren.

‘Ik laat me niet meesleuren door zorgen.’ ©Marc Brester/A Quattro Mani

Ik denk dat ik beter in het hier en nu ben gaan leven en meer lichtheid ervaar. Ik laat me niet meesleuren door zorgen. Soms kan ik me erover verbazen dat anderen zich opwinden over onbelangrijke dingen of enorm druk zijn met het najagen van bezit. Of het niet willen hebben over dood, ziekte of andere nare dingen die je als mens kunnen overkomen. Dan sluit je je ogen voor een wezenlijk aspect van het bestaan, vind ik. Leef het leven met alles wat daarbij hoort, ook de dalen. Door de dood tot reisgenoot te maken, kun je de mooie en ook de eenvoudige dingen beter op waarde schatten, je zegeningen tellen én vieren.’

‘Als je openstaat voor het onverwachte, blijft het leven verrassend.’ ©Marc Brester/A Quattro Mani

4. Er moet ruimte blijven voor het onverwachte

‘Ik heb ontdekt dat voor mij de meest ideale manier om te leven – en te schrijven – draait om balans tussen overgave en controle. Plannen maken, maar ook ontvankelijk zijn voor onverwachte wendingen. Niet te krampachtig aan iets vasthouden, maar ook geen speelbal worden – dat is de kunst. Daarvoor probeer ik goed te luisteren naar mijn intuïtie. Dat heeft ervoor gezorgd dat ik na mijn afstuderen in Rome ben gebleven, omdat ik hier een sterk gevoel van thuiskomen ervoer, ook al had ik me voorgenomen om daarna verder te reizen naar Parijs en New York. Toen ik werd gevraagd voor dat essay over vluchtelingen, was ik eigenlijk bezig met een roman over de Oudheid. Maar ik raakte zo betrokken bij het vluchtelingendrama, dat ik besloot deze roman even te laten liggen en het antieke Rome voor Lampedusa en Libanon te verruilen.

Als je openstaat voor het onverwachte, blijft het leven verrassend. Hoeveel mensen dromen er niet al jaren van om een grote reis te maken of willen eigenlijk weg bij hun partner? Doe dat dan! Je moet je nooit laten leiden door angst voor het onbekende of voor verandering, want het leven ís verandering. De tijd verstrijkt en op een gegeven moment kan het misschien niet meer.’

‘Ik heb gemerkt dat leeftijd betrekkelijk is. Daardoor kan ik bevriend raken met mensen die ouder of juist veel jonger zijn dan ik.’ ©Marc Brester/A Quattro Mani

5. Nieuwsgierigheid houdt je jong

‘Als klein kind wilde ik graag bij de volwassenen zitten en verstopte ik me onder de kussens van de bank om naar hun gesprekken te kunnen luisteren. Als er werd gezegd dat iets niet voor kleine kinderen was, dacht ik bij mezelf: Ik begrijp dit net zo goed als jullie, want in mijn diepste wezen ben ik een oude man.

Toen ik als twintiger relaties kreeg met oudere mannen, riep ik al dat hun leeftijd er niet toe deed. En dat wás ook zo. Ik viel niet per se op oudere mannen, zoals iedereen dacht. Ik ontmoette toevallig deze mannen, die eigenlijk gewoon jongens waren gebleven en heel creatief waren. Nu denk ik dat die aantrekkingskracht misschien toch wel een beetje met mijn vader te maken had, op wie ik heel dol was. Hij was letterkundige, een geestige en taalgevoelige man. Door hem was ik zo bevattelijk voor die oudere, sprankelende geesten. Later kwam ik erachter dat sommige mannen van mijn eigen leeftijd of jonger dat ook hadden en kreeg ik een langdurige relatie met iemand die bijna twintig jaar jonger was dan ik.

Ik heb gemerkt dat leeftijd betrekkelijk is. Daardoor kan ik bevriend raken met mensen die ouder of juist veel jonger zijn dan ik. Voor mij zijn originaliteit en nieuwsgierigheid belangrijk, openheid en levenslust. Sommigen hebben dat nog volop op hun tachtigste, anderen al niet meer op hun dertigste. Ik streef ernaar om zelf ook die nieuwsgierige en open levenshouding te behouden. Ik vind het niet erg om ouder te worden, ook niet fysiek. Je moet niet krampachtig aan de jeugd vasthouden, vind ik. Alleen aan de innerlijke jeugd.’

‘In de kerk hoorde ik altijd wel iets wat me raakte.’ ©Marc Brester/A Quattro Mani

6. Religie geeft handvatten voor het leven

‘Ik begrijp dat voor iemand die op een beklemmende manier met het geloof is opgevoed, met allerlei verboden, het een opluchting is om daarvan verlost te zijn. Maar ik heb godsdienst op een prettige manier meegekregen. Mijn beide opa’s waren dominee; van mijn moeders kant zijn ze predikant sinds de Reformatie. Mijn vader kon prachtig uit de Bijbel voorlezen en vertelde niet alleen over het christelijk geloof, maar ook over het hindoeïsme, boeddhisme, het jodendom. Van mijn moeder en oma leerde ik om de bijzondere momenten te vieren. Feestelijke diners, de stoel versieren als iemand jarig was, aandacht voor rituelen. Naar de kerk gaan heb ik nooit als drukkend ervaren. Ik hoorde altijd wel iets wat me raakte en vond het fijn om samen te zingen en te bidden met mensen van alle leeftijden, rangen en standen.

Het is mooi om in een traditie te staan, omdat dat veel geeft. Dat besef ik des te sterker op momenten van dood en afscheid, zoals tijdens de indrukwekkende rouwdienst van mijn vader. Ik realiseerde me dat mijn godsdienstige opvoeding me handvatten heeft gegeven om met de grote momenten in het leven om te gaan, door er met rituelen, oude teksten, liederen en gebed vorm aan te geven.

Mijn geloof is niet meer dat kinderlijke geloof van een vader in de hemel, maar de figuur van Jezus is voor mij nog steeds een concrete inspiratie. Je naasten liefhebben, vergevingsgezind zijn, dat zijn waarden die ik belangrijk vind en in de praktijk probeer te brengen. Het gevoel gedragen te worden, ervoer ik heel sterk toen ik maandenlang op mijn rug in het ziekenhuis lag, buiten de tijd, niet meer bang voor de dood. Het was een bewegingloze pelgrimage. Een vorm van verlichting.’

Over Rosita Steenbeek
Schrijfster Rosita Steenbeek (1957) debuteerde in 1994 met de roman De laatste vrouw. Ze publiceerde diverse romans, zoals Schimmenrijk, Ballets Russes en Ander licht, en non-fictie-boeken, waaronder boeken over Rome en Intensive Care. Haar familiegeschiedenis verwerkte ze tot de roman Rose, een familie in oorlogstijd (2015). Ter gelegenheid van de Maand van de Spiritualiteit schreef Steenbeek vorig jaar het essay Heb uw vijanden lief. Haar nieuwe boek Wie is mijn naaste? Mijn verhaal over de vluchtelingenopvang verscheen vorig jaar.

Met geluid. Eerherstel voor Marga Klompé; Actie Tomaat tijdens herdenking definitief begraven.

Marga Klompé.

Er moest maar eens een einde komen aan de mythe. Nan van Houte, voormalig directeur van het kleine theater Frascati in Amsterdam, heeft Aktie Tomaat begraven. Tijdens Requiem voor Tomaat, op 4 november 2019, maakte ze glashelder dat deze legendarische gebeurtenis door onze theaterhistorici een te grote broek aan is gemeten. Toen in 1969 een paar tomaten naar het al lang kwijnende toneel van de Nederlandse Comedie werden gegooid, was dat hoogstens een markant moment, maar de veranderingen die eraan worden toegeschreven, waren allang in gang gezet.

Avatar

Beste lezer!

Onafhankelijke cultuurjournalistiek staat overal onder druk. Het Cultureel Persbureau blijft zich inzetten voor onafhankelijke, professionele journalistiek, zonder subsidie of advertenties van Google. Met een donatie help je de goede zaak van Cultuurpers en Wijbrand Schaap! Dank je wel!

Van Houte was sterk geëmotioneerd, zeker toen zij de inmiddels al even mythologische recensent Loek Zonneveld in herinnering bracht. Ze wees de verzamelde incrowd op een paar details in de geschiedenis. Zo was er in de jaren zestig allang vernieuwend theater te zien in kleine zaaltjes in Den Haag, Utrecht en Rotterdam. Alleen Amsterdam bleef achter. Fijntjes wees ze er ook op dat net in dat jaar de eerste lichting studenten van de opleiding dramaturgie van school kwam. Die zocht naar een toepassing van al het geleerde. Of naar een plek in de handboeken die ze hadden bestudeerd. En dan waren er nog de raden-communisten, die de Culturele Revolutie naar Nederland wilden halen.

Niets veranderd

Fantastisch daarom, dat tijdens de herdenking, op 4 november 2019, ‘hoogtepunten’ uit de discussie van 1969 werden nagespeeld. Ontluisterend om mee te maken hoe de discussie van toen vrijwel identiek is aan nu. Kijk maar eens naar de talloze fora, symposia en meet-ups die nu plaatsvinden op festivals. Of het jaarlijkse Paradisodebat. Kunst moet altijd van alles, dat is in 50 jaar niet veranderd. Sterker nog: zoals Van Houte in haar speech al aangaf: misschien moet kunst wel steeds meer. Maar kan die steeds minder.

UIteindelijk is Nan van Houtes speech, te beluisteren vanaf minuut 21 in de podcast, een groot eerbetoon aan Marga Klompé, de eerste vrouwelijke minister van Nederland. Zij was het die de na ‘Tomaat’ doorgevoerde veranderingen allang in de planning had. De minister, die ook de Bijstandswet invoerde, was een cultuurminister waar je alleen maar van kunt dromen. Iemand met een ruim hart en oog voor de vrijheid van de kunstenaar.  Als lid van de Katholieke Volks Partij had ze geen enkel probleem om Gerard Reve een grote prijs uit te reiken, kort nadat hij wegens het legendarische ‘Ezelsproces’ de woede van gelovig Nederland over zich had afgeroepen.

Collateral damage

De avond werd dankzij Van Houte’s speech geen viering van een oud succes. De mythe van ‘Tomaat’ werd ten grave gedragen: de veranderingen waren toch wel gekomen, daar waren die tomaten, inclusief de ‘collateral damage’ die ze in het leven van de ´oude garde veroorzaakten, niet voor nodig. En dat volk, waarvoor iedereen in 1969 zo graag de nek uitstak, dat volk, die arbeidersklasse, is inmiddels iets waar de mensen op het toneel een beetje bang voor zijn.

Luister in onze raw-podcast naar de speech van Ewald Engelen, die dat op zijn bekende manier uitlegt, gevolgd door een fragment uit de heropgevoerde discussie uit 1969 en tot slot de prachtige speech van Nan van Houte.

Broedplaatsen hadden we al, maar waar was de broedmachine? Is Art-up Incubator de redding voor cultureel Nederland?

Vijftig jaar geleden vlogen enkele tomaten en rookbommen door de Amsterdamse Stadsschouwburg. Dat wordt op 4 november herdacht in ITA, de vroegere Stadsschouwburg, met een bijeenkomst waarvoor blijkens de vele mailtjes die ik krijg nog niet alle kaarten zijn verkocht. Ondertussen verschijnen er lijvige essays in het vakblad en vraagt menigeen zich af of er niet weer eens een tomaat door een zaal moet vliegen. Spannend, natuurlijk, maar in 1969 hobbelde de theatersector ook een paar jaar achter de (maoïstische) actualiteit aan, dus zo’n enorme vaart zal het niet lopen. Al kan ik er na vanavond heel anders over denken.

Avatar

Beste lezer!

Onafhankelijke cultuurjournalistiek staat overal onder druk. Het Cultureel Persbureau blijft zich inzetten voor onafhankelijke, professionele journalistiek, zonder subsidie of advertenties van Google. Met een donatie help je de goede zaak van Cultuurpers en Wijbrand Schaap! Dank je wel!

Wat er ondertussen wel gebeurt: kunstenaars moeten zich zakelijker opstellen. Het volstaat niet meer om je met je allerindividueelste uiting van je allerindividueelste emotie vanuit je werkplek in een postindustriële rafelrand te melden bij een subsidieloket. Daar wil men tegenwoordig ook een businessplan met echte targets hebben, en daarvoor hebben de meeste kunstenaars niet doorgeleerd op de kunstopleiding.

Innovatieve geschiktheid

Dat vraagt om een plan. En laat daar nu een plan liggen? Deze maand is de start-up ‘Art-Up’ gelanceerd. Een initiatief van twee mensen die met succes het programma Leiderschap in Cultuur hebben doorlopen, en nu een eigenlijk best wel goed plan hebben uitgewerkt. Het komt erop neer dat je je aanmeldt met je organisatie (ze doen alles, van éénmanszaak tot BV), en dat je vervolgens, bij gebleken innovatieve geschiktheid, een half jaar stevig begeleid en doorgezaagd wordt over je plan, coaches krijgt, intervisie, een mentor, the works.

Hoop buzzwords uit de consultancy-bingo, maar ik kan uit eigen ervaring melden dat het werkt. Dat Leiderschapsprogramma heb ik in het zelfde jaar gevolgd als Jon Heemsbergen en Anne Houwing. Langs diverse burn-out afgronden en bijnarampen hebben we het overleefd en mede daardoor bestaat bijvoorbeeld deze site ook nog. Niet omdat er opeens iemand met een zak geld klaarstond, maar omdat ik mezelf de weg leerde wijzen naar dat overlevingsmodel. Dat zijn nu donaties en contributies, en daar komt nog een groter verhaal over. (TL;DR: het werkt!)

Of dat met de twee initiatiefnemers van Art-Up ook gaat lukken? Ze hebben in ieder geval een jaloersmakend stel cultuurfondsen en geldschieters achter zich weten te krijgen, en dat alleen zou al vertrouwen moeten geven. Ik vind het best jammer Cultuurpers geen start-up meer is. Zou zo meedoen.

Enfin. Omdat ik het een jofel plan vind, krijgen ze dit juichende stukje gratis van me. Al blijven donaties natuurlijk welkom, he. 🙂

‘Wikileaks is nog nooit op één fout betrapt’ – Iris ter Schiphorst schrijft Assange: Fragmente einer Unzeit

Iris ter Schiphorst

‘Er is op dit moment een informatieoorlog gaande, die aantoont hoe belangrijk data zijn. De zaak-Assange is daarvan het meest schrijnende voorbeeld.’ De Nederlands-Duitse componist Iris Ter Schiphorst schreef een stuk over Julian Assange, de inmiddels omstreden verklaarde oprichter van Wikileaks.

Thea Derks

Beste lezer!

Onafhankelijke cultuurjournalistiek staat overal onder druk. Het Cultureel Persbureau blijft zich inzetten voor onafhankelijke, professionele journalistiek, zonder subsidie of advertenties van Google. Met een donatie help je de goede zaak van Cultuurpers en Thea Derks! Dank je wel!

Ze heeft daar een missie mee: ‘Hoewel Wikileaks nog nooit op één fout betrapt is, wordt Assange beticht van spionage en landverraad en als een crimineel vervolgd. Zowel in Engeland als Amerika trachten politici de wet op de vrijheid van meningsuiting aan te passen, opdat onwelgevallige informatie als staatsgevaarlijk kan worden aangemerkt.’

Het Duitse Ensemble Modern speelt donderdag 7 november de wereldpremière van Assange: Fragmente einer Unzeit. Wat karakteriseert Iris ter Schiphorst als componist?

‘Ik ga in op onderwerpen die me persoonlijk erg boos maken, meestal zijn deze op het eerste gezicht ‘buitenmuzikaal’…. Zo reageer ik in mijn ensemblewerk Zerstören I (‘Vernielen’) op de aanslag op de Twin Towers. Die leidde tot het ontstaan van een nieuwe vorm van irrationaliteit, waarin de politiek terugvalt op primitief geweld. Tegelijkertijd werpen verschillende religies zich op als hoeders van archaïsche normen en waarden. Dit is vooral voor vrouwen een fatale, beangstigende ontwikkeling.’

‘In mijn documentaire muziektheaterstuk Volk unter Verdacht (‘Het volk als verdachte’) ga ik in op de werkwijze van de Staatsveiligheidsdienst in de DDR. In Das Imaginäre nach Lacan voor sopraan, orkest en live elektronica reflecteer ik op onze manier van waarnemen.’

Vooroordelen en wetteloosheid

‘Een zangeres draagt fragmenten voor uit klassieke Arabische poëzie, nu eens gestoken in Arabische dan weer in Europese kledij. Zij herhaalt vaak letterlijk haar verzen, maar uitgesproken in een andere gedaante. Zo stel ik de vraag of wij onafhankelijk zijn in onze waarneming of ons laten leiden door vooroordelen. In Meine kleine Lieder adresseer ik de ruk naar rechts in het huidige Duitsland.’

Waar gaat je nieuwe stuk over?

‘Assange: Fragmente einer Unzeit gaat over de bedreiging van onze vrijheid als individu. Het draait om de aantasting van de vrijheid van meningsuiting, de persvrijheid en ten diepste over het gevaar dat ons allen bedreigt wanneer de wet plotseling niet meer van toepassing is. De zaak rond Julian Assange toont wat er gebeurt als iemand ‘onaangename’ waarheden verkondigt.’

‘Assange is een meermaals onderscheiden Australische journalist, die optreedt als woordvoerder van het in 2006 opgerichte platform Wikileaks. Deze website biedt onderzoeksjournalisten de kans anoniem misstanden aan de kaak te stellen. Het platform heeft sindsdien veel zaken onthuld. Zoals de wantoestanden in Guantanámo Bay, over hoe westerse staten oorlog voeren op basis van fake news, hoe zij belastingparadijzen creëren, verkiezingen manipuleren en klokkenluiders de mond snoeren.’

Wij moeten ons als kunstenaars uitspreken

‘Helaas lijken veel mensen hierin slechts matig geïnteresseerd, maar het gaat ons allen aan. Om te spreken met Edward Snowden: “Wanneer het onthullen van een misdrijf wordt behandeld als een misdaad, worden we door misdadigers geregeerd.” Nu journalisten vervolgd en zelfs vermoord worden is het belang van transparantie groter dan ooit. Wij moeten ons als kunstenaars uitspreken, want niets minder dan de toekomst van onderzoeksjournalistiek en persvrijheid staat op het spel.’

Hoe heb je de compositie opgezet?

‘Ik gebruik korte fragmenten uit toespraken en uitspraken van politici die zich hebben uitgelaten over de zaak-Assange. Deze opnamen heb ik bewerkt en geprogrammeerd voor een sampler, die wordt bediend door een van de pianisten. Tegelijkertijd probeer ik in de muziek zelf uit te drukken hoezeer deze situatie me verontrust. De muziek overstemt vaak de solosopraan, ook al zingt zij versterkt. Het geheel maakt me zo van streek omdat duidelijk is dat deze vorm van rechteloosheid ons allen kan treffen’

Goed om te weten Goed om te weten
Ensemble Modern / Enno Poppe
Iris ter Schiphorst: Fragmente einer Unzeit
Muziekgebouw aan ‘t IJ, 7 november 20.15 wereldpremière
Verkadefabriek Den Bosch 8 november 20.45 uur

Op 7 november organiseert Muziekgebouw aan ‘t IJ van 16.30-17.00 uur een gratis toegankelijke openbare repetitie. Na afloop spreek ik met Ter Schiphorst en dirigent Enno Poppe. Het concert wordt de volgende dag herhaald in November Music, waarover ik hier eerder een voorbeschouwing schreef.

OK Boomer. De Code Diversiteit & Inclusie gaat de kunstwereld veranderen. Of was die allang veranderd?

Van 42 naar 18 pagina’s. Eigenlijk is daarmee alles al gezegd over de nieuwe Code Diversiteit en Inclusie die vrijdag 1 november het levenslicht zag. Na alle wolligheid en mitsen en maren van de oorspronkelijke Code Culturele Diversiteit, is het nieuwe ding een wonder van helderheid. Is misschien ook wel nodig, in deze tijden van identiteitsoorlogen, waar ter linker- en rechterzijde van het debat de emoties nogal eens hoog willen oplopen.

Avatar

Beste lezer!

Onafhankelijke cultuurjournalistiek staat overal onder druk. Het Cultureel Persbureau blijft zich inzetten voor onafhankelijke, professionele journalistiek, zonder subsidie of advertenties van Google. Met een donatie help je de goede zaak van Cultuurpers en Wijbrand Schaap! Dank je wel!

Niets van dat alles in het Kinderboekenmuseum in Den Haag, waar een fijn bont gezelschap, hoewel nog steeds overwegend wit, de nieuwe code ontving. Veel plek ook voor de minder voor de hand liggende gevallen van diversiteit en inclusie: waar menigeen alleen denkt aan mensen van kleur, andere genders en andere afkomst, gaat het natuurlijk ook om mensen met een handicap. Fijn dus dat één van de twee &-awards deze dag was bestemd voor WatTelt, een club die streeft naar een maatschappij waarin doven en slechthorenden volledig kunnen meedoen.

Vijf vingers

Maar wat houdt die code in? Joan Tol, die op deze vrijdag het stokje overnam van voorzitter Siebe Weide, legde het nogal hands-on uit. ‘Het is niet zo simpel om die code opeens toe te passen. Vergelijk het met stoppen met roken, je hebt een hele nieuwe mindset nodig.’ Om de gebruikers over de streep te trekken is de code in vijf principes, of stappen, samen te vatten. ‘Ik heb de hand-pitch bedacht. Bijna iedereen heeft een hand. Niet iedereen heeft een hand, en niet iedereen heeft een hand met vijf vingers, dat realiseer ik me ook als het gaat om inclusief denken, maar laat ik het uitleggen met mijn eigen hand.’

‘Principe nummer één, de duim, is dat je je bewust bent van de noodzaak van diversiteit en inclusie. Tweede principe is de wijsvinger, waarmee je aangeeft waar je naartoe wilt gaan. Integreer diversiteit en inclusie in je visie. Dan hebben we de volgende interessante vinger. Deze ‘middelste’ vinger heeft heel erg te maken met het creëren van commitment en draagvlak. Dat ga je heel erg nodig hebben. Realiseer je dan ook dat je te maken krijgt met weerstand. Daar moet je dus maling aan hebben. De ringvinger staat voor trouw. Maak een plan. Schrijf dat ook op, want je hebt het nodig als je subsidie wilt aanvragen. Tenslotte, de pink, dat is een beetje een rare twist, maar evalueer wat je doet. Dat zijn de vijf principes van de code. Iedereen snapt hem nu!’

Dubbele code

Cultuurminister Ingrid van Engelshoven kreeg vervolgens de code in haar handen gedrukt, met een ferm ‘succes ermee’. In haar dankwoord benadrukte de minister dat de code diversiteit en inclusie nu ook subsidievoorwaarde is, net als de code fair practice. Kunstinstellingen die subsidie aanvragen zullen vanaf nu dus niet alleen de code moeten toepassen, maar ook moeten uitleggen hoe ze dat doen. Een en ander is dus heel wat minder vrijblijvend dan de vorige code, en dat stelt meteen al diverse instellingen voor moeilijke keuzes. Zo werd vorige maand al duidelijk dat de combinatie van de code fair practice en die voor diversiteit en inclusie voor een geweldige aardverschuiving gaat zorgen bij het Fonds Podiumkunsten. Niet alleen is er minder geld voor minder mensen, dat moet ook nog eens over meer nieuwe makers verdeeld worden.

De Minister wil het ook niet té strikt maken: ‘De code onderschrijven als subsidievoorwaarde betekent niet dat je alleen subsidie krijgt als je op alle gebieden een tiptop organisatie bent. Maar wel dat je bereid bent eraan te werken en een plan van aanpak maakt.’

‘Akkefietje met Stef Blok’

‘Diversiteit is dat je wordt uitgenodigd op het feestje,’ vervolgde ze, ‘en inclusie betekent dat je ook daadwerkelijk mee mag dansen op de dansvloer. Juist de cultuur is een plek in de samenleving waar iedereen mee moet doen.’

Van Engelshoven erkende dat ook het ministerie van OCW zelf nog wat werk te verzetten heeft: ‘De vorige zomer, naar aanleiding van een akkefietje met Stef Blok, hebben we scherp gekeken naar hoe we het zelf doen in Den Haag op de ministeries, als het gaat om diversiteit. Toen bleek dat OCW helemaal onderaan bungelde. We doen het goed als het gaat om man-vrouw-verhoudingen, maar in cultureel opzicht doen we het helemaal niet zo goed.’

Roddelen met open ogen

Als remedie is de minister gaan luisteren naar medewerkers. Ze maakt nu deel uit van het ambassadeursnetwerk diversiteit op het ministerie. Ze hoorde van een slechthorende medewerker dat die niet meekwam met de roddels bij het koffie-apparaat, omdat mensen met de rug naar haar toe stonden. Voortaan dus roddelen terwijl je iedereen aankijkt, was haar oplossing. Of dat nu dankzij de code is?

Vraag wordt, voor de komende jaren, of deze code, net als die voor de fair practice, echt iets gaat veranderen. Loopt het beleid niet, zoals het hoort, keurig achter de feiten aan? Zo gaat het immers ook met de fair practice code: die kwam op een moment dat het water kunstenaars aan de lippen stond, na jaren van uitholling van de arbeidsvoorwaarden onder druk van bezuinigingen. Zoiets geldt eigenlijk ook wel voor de code. Die is eigenlijk alleen nuttig voor organisaties met bestuurders in de Gerard Cox-leeftijd, de ‘boomers’ die het allemaal maar gelul vinden.

Op dit moment verandert de wereld namelijk al ingrijpend, zo vertelde ook Joan Tol: ‘Er is een hele generatie in opkomst voor wie diversiteit een vanzelfsprekendheid is. Hele competente mensen die op een gegeven moment op posities komen waar zij de beslissers zijn.’

Goed om te weten Goed om te weten

Lees alles over de code diversiteit en inclusie.

Luister naar een deel van de toespraken tijdens de introductie.

Hogescholen zijn veel te lang buiten schot gebleven in alle discussies over onderwijs.

“Als jij het vertelt lijkt het allemaal zo logisch”, zei een goede vriend vorige week, “als een bestuur dit zou horen…”

Hannah Roelofs

Beste lezer!

Onafhankelijke cultuurjournalistiek staat overal onder druk. Het Cultureel Persbureau blijft zich inzetten voor onafhankelijke, professionele journalistiek, zonder subsidie of advertenties van Google. Met een donatie help je de goede zaak van Cultuurpers en Hannah Roelofs! Dank je wel!

Onderwijs, elke dag staat het in de krant en debatteren we ons maatschappijbreed suf over het belang van goed onderwijs, over de lerarentekorten en de grootte van klassen. Terwijl het kabinet muisstil zit in de hoop er onderuit te komen om broodnodige structurele verbeteringen zelf te initiëren. Hetzelfde doen ze met de boeren en de stikstofcrisis, Schiphol, de bouw, Zwarte Piet en vaccinaties. Het is een beleid van pappen en nathouden en de burgers het onderling laten uitvechten.

Als leraar Engels in de dop verbaas me ik me voortdurend

Ik verbaas me over de dingen die we voor de Hogeschool van Amsterdam moeten doen, voor een tweedegraads bevoegdheid. En, met terugwerkende kracht, verbaas ik me ook nog over de dingen die ik twintig jaar geleden op de Universiteit Utrecht moest doen.

Waarom moest ik op de universiteit een website bouwen? Maar kreeg ik nooit een vak hoe je een fatsoenlijke paper moest schrijven? En waarom word ik op de Hogeschool van Amsterdam om de oren geslagen met vakken zoals ‘research writing’ en wetenschappelijk correcte bronvermeldingen?

studieboeken voor de lerarenopleiding

De Hogeschool Utrecht maakt het trouwens nog bonter dan de Hogeschool van Amsterdam, die hebben een ‘onderzoekscompetentie’ aan hun lerarencurriculum toegevoegd. Hogescholen die universiteitje spelen en universiteiten die hogeschooltje spelen, wie is daar nou mee gediend?

Persoonlijk zou ik nu liever een extra vak klassenmanagement of differentiëren volgen. Dat heb ik namelijk keihard nodig voor mijn stage op een ROC. Met klassen vol leerlingen met rugzakjes, 16 jarigen die amper Engels gehad blijken te hebben, nieuwkomers die net Nederlands leren spreken en oh ja, die ene gesjeesde gymnasiast die zich dood verveelt in mijn lessen.

Het klinkt heel leuk hoor, dat ik ‘Shakespeare in huis heb’, maar mijn klasgenoot die de 26 beste spiekmethodes uit eigen ervaring kent, is potentieel pas echt een topleraar.
We hebben het voortdurend over ‘het lerarentekort’, maar we hebben het veel te weinig over de opleidingen die legio nieuwe leraren en allerhande zij-instromers mogen opleiden. Alleen de instapeisen van de pabo staan ter discussie.

Als hogeschoolstudent met werkervaring in andere vakgebieden blijf ik me verbazen over de starheid en logheid van het systeem. Ja, ik wil en gun iedere leerling heel goed opgeleide leraren, met een grote algemene ontwikkeling. Maar de weg daarnaar toe lijkt nooit ter discussie te staan in het publieke domein.

Leve de literatuur, maar noodzakelijk?

Een voorbeeld. Mijn klasgenoten hebben literatuurvakken en velen van hen worstelen daarmee, Pride and Prejudice is niet hun kopje thee. Ik heb daar vrijstellingen voor, maar de opleiding versnellen is voor mij bijna niet mogelijk. Mijn klasgenoten en ik leren voor een tweedegraads bevoegdheid, dat wil zeggen de onderbouw van het voortgezet onderwijs. De boeken die ze nu moeten lezen en het niveau van begrip dat ze moeten beheersen zullen ze never nooit hoeven toepassen in hun onderwijspraktijk.

foto: Hannah Roelofs

Persoonlijk zou ik het liefst met Shakespeare in de brugklas beginnen (en dat heb ik op een middelbare school waar ik een kunstvak gaf ook gedaan). Maar redelijk, nodig of efficiënt? Nee. Laat mensen die doorleren voor een eerstegraads bevoegdheid die literatuurvakken volgen, nu lopen er studenten op stuk met een achtergrond die je broodnodig hebt in een grootstedelijke onderwijs omgeving.

Het klinkt heel leuk hoor, dat ik ‘Shakespeare in huis heb’, maar mijn klasgenoot die de 26 beste spiekmethodes uit eigen ervaring kent, is potentieel pas echt een topleraar.

Onnodige talentverspilling

Ik en vele anderen luisteren voorlopig naar het klappen van de zweep en springen door hoepels van eisen. Ogen op de bevoegdheid en door. Mijn omgeving vindt me ‘dapper’. Maar met een op maat programma had ik al bijna klaar kunnen zijn, nu zit ik nog 2,5 jaar aan de hogeschool vast. Ongeveer de helft van de HBO studenten op een lerarenopleiding schijnt af te vallen in het eerste jaar. Bij de deeltijdopleidingen zitten een hoop mensen met baan en/of een gezin, die het onderwijs veel te bieden hebben, maar die het zich niet kunnen permitteren om vier jaar lang onbezoldigd te investeren.

Misschien dat de politiek gevoelig is voor het argument dat dit kapitaalvernietiging is. Dat past immers helemaal in ons neoliberale discours. Maar erger vind ik ‘de talentverspilling’ die plaatsvindt. Ik heb al te veel veelbelovende docenten in de dop de handdoek in de ring zien gooien. Hogescholen zijn blijkbaar gebaat bij een vierjarige opleiding en hun eigen, logge, curriculum? In mijn ogen zijn ze veel te lang buiten schot gebleven in alle discussies over onderwijs.

Scholen moeten er zijn voor de leerling, in plaats van leerlingen voor de scholen. En dat geldt ook voor de plekken waar de docenten van de toekomst worden opgeleid.

No Time To Die? Op de New Cinema Conference gaat het over marketing – en nauwelijks over Netflix.

Speerpunten voor de bioscoopbranche volgens bezoekers van de conferentie New Cinema.

Wat zal de bioscoopwereld de komende jaren het meest opschudden? De nieuwe James Bond-film? Of een op uw voorgaande bioscoopbezoeken afgestemde persoonlijke filmtip die zomaar op uw smartphone opduikt? Of misschien een technische innovatie die voor een heel nieuwe filmbelevenis zorgt?

Leo Bankersen

Beste lezer!

Onafhankelijke cultuurjournalistiek staat overal onder druk. Het Cultureel Persbureau blijft zich inzetten voor onafhankelijke, professionele journalistiek, zonder subsidie of advertenties van Google. Met een donatie help je de goede zaak van Cultuurpers en Leo Bankersen! Dank je wel!

Zomaar een paar zaken die opdoemen rond het onderwerp van de deze week gehouden conferentie New Cinema. Anderhalve dag voordrachten en presentaties in Eye, voor een zaal gevuld met vertegenwoordigers van bioscopen, filmtheaters, distributeurs en andere betrokkenen. Georganiseerd door de Nederlandse Vereniging van Bioscopen en Filmtheaters (NVBF), samen met Eye, Filmdistributeurs Nederland en Filmonderzoek Nederland. Een follow-up van het evenement dat de NVBF ruim drie jaar geleden organiseerde onder de titel Cinema 2020. Stond toen de digitalisering hoog op de agenda, nu gaat het om de uitdagingen waar de branche de komende vijf jaar voor komt te staan.

Netflix

Overigens is het uitgangspunt tamelijk comfortabel. In haar openingswoord onthult NVBF-voorzitter Winnie Sorgdrager dat 2019 qua bioscoopbezoek in de richting van een topjaar gaat. Zo zijn er meer feiten die aangeven dat Nederland het in Europa lang niet slecht doet. Gemeten naar bezoek is bijvoorbeeld de Top 20 minder dominant dan in andere landen.

Bioscoopbezoek in Europa.

Ook is Nederland een van de weinige landen die over de afgelopen 18 jaar een stijgend bezoek laten zien.

Wat uitdagingen betreft dacht ik ook direct aan het opvijzelen van het Nederlandse marktaandeel, en aan Netflix. Opmerkelijk genoeg is over het eerste hoegenaamd niets gezegd. Niet veel meer dan de opmerking dat er diverser aanbod moet komen, plus de aanbeveling meer risico te nemen. De aanwezigen (zie hieronder) hebben er weinig vertrouwen in.

En Netflix? Ergens valt de opmerking dat Netflix niet met de bioscoop concurreert, maar met Fortnite en slaaptijd. Maar toch krijg ik het gevoel dat er om de pot heen wordt gedraaid. Pas tegen het eind van de bijeenkomst geeft Wendy Bernfeld (Rights Stuff BV) een snelle schets van het Video on Demand-landschap en noemt zij het de ‘olifant in de kamer’.

Blockchain

Bij gebrek aan kristallen bol blijft het natuurlijk lastig om vooruit te kijken, al is het maar vijf jaar. Misschien is dat de reden dat veel bespiegelingen eerder een impressie van de huidige situatie zijn, terwijl toch niet de minste sprekers zijn uitgenodigd. Wel de nodige leerzame statistiek, minder uitdagende vergezichten. En dan meestal nog in betrekkelijk algemene termen. Enkele aanwezigen die ik halverwege spreek hebben dan nog weinig nieuws gehoord.

Wel noteer ik uitspraken als: stel je doelen hoog, net als toen de eerste mensen naar de maan gingen. Als je ambitieus genoeg bent komt de innovatie vanzelf. Wees open-minded. Of: de tech-lieden van Silicon Valley hebben het niet alleen voor het zeggen.

Het meest concreet is misschien nog wel de Indiase filmmaker Anurag Kashyap. Hij ergert zich aan het gebrek aan inzicht dat hij als filmmaker krijgt van de distributie- en vertoningsketen. Met behulp van de blockchain-techniek werkt hij nu aan een platform waar makers hun film uploaden, die daarna tegen betaling te bekijken is. Makers kunnen precies zien wat er gebeurt

Uitdagingen

Wanneer moderator Robert Daverschot alle sprekers vraagt wat volgens hen de grootste uitdaging waar de bioscoop de komende tijd voor staat. Dat leverde stellingen op als:

  • Personalisering van de marketing.
  • De strijd om de vrije tijd.
  • Bestaande formules doorbreken.
  • Samenwerking bioscoop en VoD
  • Nieuwe redenen bedenken om daar de bioscoop te gaan.

Intussen kan ook de zaal via de smartphone live antwoord geven op een aantal vragen. Zo zien we dat de meerderheid niets ziet in een centraal online-verkooppunt voor bioscoopkaartjes, een voorstander is van experimenteren met release-windows (wat al gebeurt), niet verwacht dat Netflix een eigen bioscoopketen zal beginnen en geen vertrouwen heeft in een stijging van het Nederlandse marktaandeel.

Bioscoopbeleving

Als ik een rode draad probeer te vinden merk ik dat het minder om technologische vernieuwing gaat, maar veel meer over verfijnde marketing en het verbeteren van de ervaring van het bioscoopbezoek. Niet alleen extra luxe stoelen, maar ook de voor- en nazorg. De bioscoop moet niet op een winkel lijken, zoals een spreker opmerkt. Zorg voor een fijne sfeer, maak eens een praatje met de bezoekers, geeft ze tips voor een andere film die ze misschien interesseert. En waarom vijf bezoeken niet beloond met een gratis kaartje voor de zesde – of zoiets.

Het meest bondig en tegelijk veelzijdig is Patrick von Sychowski van het ironisch getitelde, maar informatieve platform Celluloid Junkie. Als aftrap van de meeting vat hij trends, ontwikkelingen en aandachtspunten samen in een A tot Z. Dat kunt u ongetwijfeld straks vinden in het binnenkort te publiceren conferentieverslag. Ik noem alleen een paar voorbeelden.

De A staat voor Alibaba, de Chinese online-shoppinggigant die ook in filmfinanciering gaat. De D is van Disney+, die zich met Netflix en anderen in de VoD-strijd mengt. Maar op hoeveel streamers wil een filmliefhebber zich abonneren? E is de Escape room, de nieuwe concurrerende attractie voor een uitje met vrienden. En met Z haalt hij het voorbeeld aan van Zoo Palast, de 100-jarige Duitse bioscoop. Terwijl het in heel Duitsland sukkelen is met het bioscoopbezoek, is het geheel vernieuwde, opgewaardeerde en van leuke attracties (water- en lichtshow) voorziene Zoo Palast de uitzondering.

Onderzoek

Vers van de pers komt ook het door ABN Amro gepubliceerde rapport Netflix jaagt innovatie in de bioscoop aan ter tafel. In samenwerking met Filmonderzoek Nederland hield de bank een onderzoek onder een steekproef van ruim 1000 bioscoopgangers. Wie zijn ze en wat verlangen ze.

Twee bevindingen als voorbeeld. Het kan de moeite waard zijn om te experimenteren met flexibele prijzen, dus meer betalen voor een première, en minder voor een zitplaats vlak voor het doek. Ook geconstateerd: wie graag naar Netflix kijkt, gaat ook veel naar de bioscoop.

Mooie afronding is het praatje met drie sprekers, als live-podcast opgenomen voor de site Film Disruptors van Alex Stolz. Heel aardig om Michel Reilhac (programmeur van de VR-competitie in Venetië) eerst zijn hoofd hoog in de VR-wolken te zien steken met een fantasie over een virtuele bioscoop. Waarna hij op aarde landt met een bijna ouderwetse aanprijzing van de traditionele cinemabeleving.

En James Bond? Tja, het schijnt dat er na de stroom van blockbusters met Marvel-helden nu toch ietsje minder van dit soort veilige eventfilms in de steigers staan. De hoop voor 2020 is dus gevestigd op No Time to Die, verwacht in april.

Goed om te weten Goed om te weten

  • Het NVBF-verslag van de conferentie zal over enkele weken beschikbaar zijn via newcinema.nl.
  • Het rapport van de in 2016 gehouden conferentie Cinema 2020 is hier te downloaden.

Waarom de prachtige jaarcijfers van de schouwburg- en concertgebouwdirecties duidelijk maken dat het stelsel om moet. 

Het gaat weer eens waanzinnig met de Nederlandse theaters en concertgebouwen. De directies, verzameld in de VSCD, slagen er ieder jaar weer in om in het najaar met werkelijk fantastische cijfers naar buiten te komen. Ook dit jaar is het gejuich niet van de lucht. Alles groeit. Het aantal banen, en het aantal vrijwilligers, bijvoorbeeld. (beiden met 3% gestegen in 2018, trendbreuk met voorgaande jaren waarin het aantal banen niet groeide, maar het aantal vrijwilligers wel).

Avatar

Beste lezer!

Onafhankelijke cultuurjournalistiek staat overal onder druk. Het Cultureel Persbureau blijft zich inzetten voor onafhankelijke, professionele journalistiek, zonder subsidie of advertenties van Google. Met een donatie help je de goede zaak van Cultuurpers en Wijbrand Schaap! Dank je wel!

Waarom ben ik zo cynisch? Er is toch warempel echt goed nieuws te melden? Immers, de bezoekcijfers stijgen (+8%), het aantal voorstellingen neemt toe (+3%). Dus: wat loop ik te mekkeren?

Laten we zeggen dat de Vereniging van Schouwburg- en Concertgebouwdirecties elk jaar een persbericht uitbrengt met dezelfde opbouw en er dus ook elk jaar slecht nieuws in de laatste alinea’s verborgen zit. Ook dit jaar vinden we daar iets waar mensen die van ‘kwetsbare’ kunst houden en mensen die over subsidie gaan van zullen schrikken: het gesubsidieerde theater- en muziekaanbod daalt verhoudingsgewijs opnieuw. Tenminste, als we hogere wiskunde toepassen op de cijfers, want de VSCD noemt alleen percentages en verhoudingen, maar dus geen absolute cijfers. Bedrijfsgeheim, gevoelige informatie, dat soort dingen. En zonder absolute aantallen zeggen percentages helemaal niks.

Percentage van wát?

Wat is er aan de hand met het gesubsidieerde aanbod? Welnu, dat stijgt met 1 procent, al zegt de VSCD er niet bij van welk percentage naar welk percentage dat is. Volgens de laatste schattingen uit 2017 schommelt het rond de 13 procent, dus mooi dat het nu weer op 14 staat. Mogelijk. Wel jammer dat het publiek voor dat aanbod niet meegroeit. Sterker nog: dat krimpt met 3 procent. Was al niet veel, in eerdere jaren steeg het publiek minder hard dan het aanbod. Nu zet die trend zich dus in negatieve zin voort.

Wat wel enorm groeit, het staat er echt, is het gesubsidieerde aanbod in de categorie ‘overig’. Wat kunnen we daaronder rekenen, volgens de VSCD? ‘Onder ‘overig’ vallen urban arts, theatercolleges, literaire lezingen en meer. Deze voorstellingen worden 21 procent meer geprogrammeerd en 18 procent meer bezocht.’ Prachtig natuurlijk, maar proberen we de kabbalistische exegese even toe te passen op de totalen, gaat het hierbij om iets totaal marginaals. Immers: het totale gesubsidieerde aanbod stijgt met 1 procent, dan is de bijdrage van de groei van de categorie ‘overig’ dus niet echt van invloed. Laten we het houden op een groei van 10 naar 12 voorstellingen. Dat is 21 procent.

Vrij aanbod

Waarom maak ik me nu zo druk om die cijfers, die maar zo’n klein deel van het totaal uitmaken? Met 87 procent van het aanbod in theaters en concertgebouwen gaat het toch fantastisch? De reden waarom iedereen zich hier druk om zou moeten maken is eenvoudig: Nederland subsidieert theaters en concertgebouwen, en subsidieert kunst om in die theaters en concertgebouwen te laten zien. Op dit moment gaat echter een groot deel van het subsidiegeld dat we met zijn allen aan theaters en concertgebouwen uitgeven, naar ‘vrij’, ofwel ‘commercieel’ aanbod. Dat aanbod kan dus bestaan dankzij die subsidies. Sterker nog: de Nederlandse theaters en concertgebouwen maken dat commerciële aanbod dankzij subsidie mogelijk. Ook de musicals van Stage, ook de seventies tribute bandjes die overal rondtoeren.

En terwijl dit ‘gemakkelijke’ aanbod de programma’s vol stopt, aanbod waarover je niet al te lang hoeft na te denken, maar ook aanbod dat niets met de ‘bildung’ te maken heeft waarvoor die gebouwen ooit zijn neergezet, houden de directies steeds vaker de handen ver van het aanbod dat hun bestaansreden is.

Vijftien zalen

Vorig jaar nog vroegen de directies om extra geld van de overheid om dat moeilijke aanbod beter te verteren te maken voor hun leden. Gezien het feit dat het ‘moeilijke’ aanbod al jaren minimaal is, lijkt me dat geen kwestie van geld, maar van wil. Aan die wil ontbreekt het dus bij het merendeel van de schouwburg- en concertgebouwdirecties. Daar moeten we iets aan doen.

Ik zou zeggen: zadel al die schouwburgen en concertzalen die nu met lange tanden hun gesubsidieerde levertraan doorslikken niet met dat aanbod op. Geef dat ‘kwetsbare’ aanbod, mét een zak geld, aan schouwburgen en concertzalen die er wél heil in zien. Dat zijn er een stuk of vijftien. Meer niet. De gesubsidieerde kunst zal bloeien.

6,076FansLike
1,512VolgersVolg
16,031VolgersVolg