Best Beluisterde Cultuurpers Podcast: Geen hypes meer, maar mooie boeken (over uitgeven, en waarom klein fijn is)

Wanda Gloude en Jacqueline Zirkzee (foto: Wijbrand Schaap)

Toen op 12 maart van dit jaar de longlist van de Man Booker International Prize bekend werd gemaakt vielen twee dingen op. Ten eerste natuurlijk dat onze eigen Tommy Wieringa een plekje op deze lijst van in het Engels-vertaalde fictie had veroverd. Nog opvallender was het dat elf van de dertien titels verschenen waren bij kleine, onafhankelijke uitgevers.
Die ontwikkeling van groot naar klein is ook in Nederland gaande. Misschien vormt het een deel van het antwoord op de vraag wat er in de boekenwereld moet veranderen. We spraken erover met Wanda Gloude, die voor zichzelf begon met Gloude Publishing en Out of the book, en auteur Jacqueline Zirkzee, die besloot selfpublisher te worden en haar boek in eigen beheer uitgaf.

‘De echt goede onafhankelijke uitgevers zijn culturele talentscouts geworden. Als kleine uitgever heb je de mogelijkheid om je literaire of persoonlijke voorkeur te volgen. Bij de grote uitgeefhuizen is dat heel erg moeilijk.’

Een lugubere, ultieme daad van liefde. Joris van Casteren schrijft een prachtig boek over een man en zijn dode moeder

Waarom bewaart iemand het dode lichaam van zijn moeder in huis? In Moeders lichaam schetst Joris van Casteren een fascinerend en liefdevol portret van een man, zijn moeder en een Limburgs dorpje.

‘Heb je dat verhaal gehoord over die man met zijn dode moeder?’ vroeg zijn oud-docente journalistiek een paar jaar geleden. Nee, dat had Joris van Casteren niet. Doordat hij in Amerika was geweest voor zijn boek Mensen op Mars waren de nieuwsberichten over de Limburgse Piet van der Molen, die tweeënhalf jaar het lichaam van zijn dode moeder in huis had bewaard, hem ontgaan. Moeder en zoon woonden hun hele leven samen in de Berkenstraat in Oirsbeek. De vader van Piet was al in 1997 overleden en toen de 91-jarige Gerda zelf ook haar einde voelde naderen, liet ze haar zoon beloven haar dood geheim te houden – dan kon hij gewoon daar blijven wonen en voor haar katten blijven zorgen.

Another day of life: een filmervaring die nog lang na het verlaten van het filmhuis onderhuids blijft irriteren.

Het blijft wonderlijk hoeveel emotie intelligente animatie kan genereren. In Another day of life (vanaf 14 maart in de bioscoop) wordt de Angolese verslaggeving door de legendarische Poolse journalist Ryszard Kapuściński groots in getekende beelden gevat. In combinatie met live footage en welgekozen archiefmateriaal levert dat een hellevaart van 85 minuten op die op meerdere niveau’s valt te waarderen.

Kapuściński (1932-2007) is een vroege meester van de literaire non-fictie. Hij verwierf een reputatie van onverschrokkenheid, omdat hij meestal de brandhaarden van de wereld pas opzocht als de rest van het journaille al lang en breed de veiligheid had opgezocht. Die reputatie was deels terecht, en hij cultiveerde die ook deels. Kort na het overlijden van Kapuściński – men kon er op wachten – verscheen er in zijn geboorteland dan ook een biografie waarin de meester naar verluidt (ik beheers helaas geen Pools) ernstig werd bekritiseerd. Het ging om die eeuwige, klassieke kwestie: wat is feitelijk, wat is literaire verbeelding?

Met zeebenen zweven door een 600 meter hoge toren: Das Totale Tanz Theater viert 100 jaar Bauhaus

@interactive media foundation

Zo’n 400 virtuele meters gaan we omhoog met de dansers mee. Vooraf krijgen we de waarschuwing om bij hoogtevrees recht vooruit te kijken. Voor mij was dat niet nodig, ik vond het heerlijk om mee te vliegen in de enorme ronde ruimte, wetend dat ik veilig in een stoel zat.

Choreografie, avatars, architectuur en Blixa Bargeld. Dat zijn een paar van de ingrediënten in de nieuwe VR installatie in Eye, het markante gebouw aan het IJ in Amsterdam. Das Totale Tanz Theater is geïnspireerd op het werk van Oskar Schlemmer en Walter Gropius en is gemaakt om 100 jaar Bauhaus te memoreren. En hoewel de makers zeggen niet specifiek door het Triadisches Ballet te zijn geïnspireerd alswel door de theoretische geschriften van Schlemmer, doen de kostuums wel degelijk hieraan denken. De reconstructies van het oorspronkelijke ballet gaan alle kanten op in muziek en beweging, maar deze versie van Richard Siegal is hedendaags en virtuoos.

‘Geschiedenis is lange tijd voornamelijk vanuit mannelijk perspectief belicht.’

De Spaanse schrijfster Carmen Romero Dorr © Samuel Sanchez

Haar debuutroman werd meteen een grote bestseller in Spanje. Het laatste geschenk van Paulina Hoffmann van Carmen Romero Dorr is een deels op haar eigen familiegeschiedenis gebaseerde roman over Paulina, die als jong meisje vanwege Tweede Wereldoorlog van Duitsland naar Spanje emigreert. ‘Over haar verleden, haar ervaringen tijdens de oorlog, wilde mijn grootmoeder nooit praten.’

Een mooi familie-epos, dat is Het laatste geschenk van Paulina Hoffmann, het romandebuut van de Spaanse schrijfster Carmen Romero Dorr (38). Het boek vertelt de geschiedenis van Paulina, die in Duitsland wordt geboren en als kind de Tweede Wereldoorlog meemaakt. Nadat Paulina’s vader en twee broers zijn omgekomen en haar beste – Joodse – vriendinnetje is verdwenen, brengt haar moeder Julia Paulina in veiligheid bij familie in Spanje. Paulina raakt jong zwanger, verliest haar echtgenoot al na een aantal jaren en blijft in armoede achter met twee kleine kinderen. Tot ze later uit onverwachte hoek een groot vermogen erft.

Met een app ben je er niet. Waarom de minister het archiveren van alle kunsten verplicht moet stellen

Het meisje met de Parel door Vermeer. Collectie Mauritshuis

De erfgoedsector is niet de meest sexy sector van de Nederlandse cultuurwereld. Ook al vliegen de bloottenstoonstellingen je dit seizoen om de oren, je denkt toch eerder aan duistere musea, monumenten, postzegelverzamelingen, oud spul. Zo kon het gebeuren dat de stichting Digitaal Erfgoed Nederland al bijna 25 jaar kon bestaan zonder dat iemand in de ‘populairdere’ kunsten (podium, film, literatuur) ervan had gehoord. in 2018 kwam daar verandering in. Met een ‘open call for ideas‘, en op aandringen van het Ministerie van OCW, werden de andere kunstsectoren van Nederland bij de les getrokken. Best nodig, want zeker in de podiumkunsten is het beroerd gesteld met de archieven. En de digitalisering laat ook te wensen over.

Fijn dus dat het productiehuis Feikes Huis gisteren een van de winnaars van de open call was, met een project waarbij live animaties en andere dingen mogelijk worden door het knutselen met Arduino-computertjes. Hoe dat precies eruit gaat zien, weet eigenlijk nog niemand, net als het plan van het Impakt-festival om de online aanwezigheid uit te breiden, of de navigatie-app ‘tiktik’ voor blinden die het van Abbe-museum ontwikkelt, maar het spreekt wel tot de verbeelding.

‘Het wiel van frustratie moet in beweging komen.’ Zorg over Nederlandse speelfilm op Filmmakerssymposium.

Filmmakerssymposium in Eye

Woensdagochtend in de bomvolle grote zaal van Eye. Het is niet voor het eerst dat zorgen over de Nederlandse speelfilm ergens onderwerp van gesprek zijn. Wel nieuw is dat op dit Filmmakerssymposium Waar leggen we de lat nu eens alleen de makers zelf aan het woord komen. En dat, zo is afgesproken, het deze keer (bijna) niet over geld mag gaan. Wel over de vraag hoe het wiel van frustratie – prachtige vondst van de Deense gast Rumle Hammerich – in beweging moet komen. Minister van OCW Ingrid van Engelshoven is er ook. Ze heeft er haar vakantie voor onderbroken.

De filmmakersenquête

Filmmakers komen in actie

Het ‘Filmmakersinitiatief 2018‘ heeft een enquête gehouden onder regisseurs, scenarioschrijvers en acteurs om te peilen hoe filmmakers zelf denken over inhoud en kwaliteit van de Nederlandse film. Ja, ook de acteurs horen er nadrukkelijk bij. Kort samengevat is de uitslag: Nederlandse filmmakers vinden Nederlandse speelfilms doorgaans middelmaat. Internationaal gezien loopt de Nederlandse speelfilm achter. Van de geënquêteerden zegt 65% in het huidige Nederlandse filmklimaat hun eigen ideeën onvoldoende te kunnen uitvoeren. Ruim de helft noemt de artistieke vrijheid beperkt.

Kleine kunstenaars getoetst op ‘terugverdienvermogen’. Raad voor Cultuur wil een groot ‘revolving fund’ voor leningen aan de kunst.

Afbeelding van Momentmal op Pixabay

De kunstwereld moet ondernemender. Dat vindt de VVD, dat vindt D66, dat vindt eigenlijk de hele Tweede Kamer. Maar hoe krijg je dat gecombineerd met de ‘intrinsieke waarde’ waar het volgens de laatste twee ministers van cultuur ook over moet gaan? De Raad voor Cultuur heeft nu, in antwoord op een vraag van minister Ingrid van Engelshoven uit maart vorig jaar, een oplossing gevonden. Naast een aantal andere regelingen die het belastingregime voor kunstenaars moeten verzachten, pleit de Raad voor een ‘revolving fund’. Dat is een fonds dat één keer geld kost, en daarna zichzelf bedruipt.

In het stuk dat vandaag, donderdag 28 februari, uitkwam, stelt de Raad dat het nog steeds sappelen is in de kunstsector. Natuurlijk zijn er een paar clubs die het goed doen, zoals in de filmwereld en de blockbustermusea. ‘De museumsector zag bijvoorbeeld zijn eigen inkomsten spectaculair stijgen,’ stelt de Raad, ‘onder meer door een toenemend aantal bezoekers, waaraan ‘blockbusters’ en een groter gebruik van de Museumkaart hebben bijgedragen. Hierdoor zijn sommige tentoonstellingen aantrekkelijke kandidaten voor sponsoring en groeien internationale, vermogende vriendenkringen.’

‘Financieringsmix’

Succes en grote namen trekken geld aan. Dat is al jaren bekend. Maar niet alle kunst is direct succesvol, of hoe dan ook winstgevend: ‘In de regel weten kunstenaars, creatieven en culturele instellingen instrumenten als crowdfunding en leningen nog niet goed in hun financieringsmix in te passen, ook omdat men van project naar project gaat en dus vaak niet verder komt dan het opstellen van een kostenbegroting op projectniveau.’

Maar toch zullen ze moeten, want substantieel meer geld van de overheid gaat er niet komen. Behalve dan die 80 miljoen die het huidige kabinet teruggeeft van het door Halbe Zijlstra c.s. ontvreemde kapitaal van 280 miljoen. Ondernemerschap is dus het toverwoord: geld halen uit de markt. Maar die markt, die ook uit particuliere gevers bestaat, zit niet echt te springen om geld te geven aan armlastige kunstenaars, die door opeenvolgende politici zijn afgeschilderd als afhankelijke nietsnutten.

Hefboom

En, het moet gezegd, in zakelijk opzicht zijn veel kunstenaars dat ook. Hun is nooit geleerd hoe ze moesten ondernemen, vertelt de Raad. De kunstvakopleidingen hebben al moeite genoeg om de kunstenaars van de toekomst goede kunstenaars te laten zijn. Als je de hoge c moet leren halen, is de boekhouding wat minder relevant.

Hier moet de overheid te hulp schieten door een hefboom te bieden: de overheid geeft het goede voorbeeld, dan volgt de markt vanzelf. De Raad ziet het zo voor zich: ‘De toegang tot financiële marktpartijen zoals banken en financiële instellingen, die normaal gesproken een financieringsbron zijn voor groei en innovatie, is voor de culturele sector de afgelopen jaren nauwelijks verbeterd. De banken zijn strenger geworden in hun risicoafweging, wat is afgedwongen door strengere regels als gevolg van de financiële crisis. Maar het zijn hier niet alleen de opgelegde regels die de sector parten speelt, veel banken vertonen risicomijdend gedrag op basis van hun eigen beleid. Hier kan de politiek banken op aanspreken, gelet op de toenemende aandacht voor de ‘maatschappelijke en nutsfunctie’ van deze instellingen.’

Revolver

De oplossing: een revolverend fonds. Dat werkt al op kleine schaal in de grote steden, en zou dus landelijk uitgerold kunnen worden. Komt erop neer dat de overheid een inleg doet, gevolgd door banken, bedrijfsleven en particulieren. Uit die inleg kunnen kunstenaars tegen gunstige voorwaarden geld lenen voor hun project. Omdat het een lening is, moeten ze het wel terugbetalen, en van dat geld kunnen nieuwe leningen verstrekt worden.

Top idee. Wel een paar maren, natuurlijk. Het blijkt tot nu toe vooral goed te werken als er vastgoed in het spel is. Banken zijn namelijk dol op onderpanden, voor het geval een kunstenaar even te laat is met afbetalen. Om het ook voor vluchtige zaken als een experimentele theatervoorstelling of een piccoloconcert geschikt te maken, is meer nodig.  De Raad zegt het zo: ‘Het beoogde fonds functioneert aanvullend op het systeem van geefgeld. Het uitgangspunt is dat geïnvesteerd wordt in verdienvermogen dat op basis van financiële criteria wordt getoetst, door middel van een beoordeling van het terugverdienpotentieel.

Cultuurprijzen

Als je geen verdienvermogen en terugverdienpotentieel hebt, kun je dus beter niet bij het revolving fund aankloppen: dan moet je gewoon subsidie aanvragen.  De Raad: ‘De criteria kunnen afgeleid zijn van (voor)opleiding, prestaties, toegekende cultuurprijzen en andere objectiveerbare criteria voor een beroepsmatigheidstoets in kunst en cultuur. Van belang is dat de daadwerkelijke toekenning van financieringsmiddelen is gebaseerd op financiële toetsing van het terugverdienvermogen en de kredietwaardigheid.’

Veel kunstenaars zijn daar huiverig voor. En geef ze eens ongelijk. Tot de criteria van veel fondsen hoort immers dat je je niets van de markt aantrekt, maar slechts bezig bent met het streven naar het allerhoogste en allerindividueelste. Het revolving fund mag dus nooit meer dan een aanvulling zijn op de bestaande subsidieregelingen.

Terrasje

Misschien moet het verhaal over kunstsubsidies daarom ook eens tegen het licht gehouden worden. Want zijn die kunstsubisdies niet al vanzelf revolving? Een goed kunstklimaat met een gevarieerd aanbod zorgt immers voor meer geluk, meer horeca, hogere huizenprijzen, meer belastinginkomsten en een gunstig vestigingsklimaat. Die 2,8 miljard die aan kunstsubsidies wordt uitgegeven, komt keihard terug in onze economie, al is het maar omdat kunstenaars van dat geld ook eten kopen, op het terras zitten en -vooral –  huur betalen.

Mooi dus dat de Raad voor Cultuur met een tamelijk omslachtig verhaal voor een gunstiger belastingklimaat en leensysteem voor de kunst pleit. De nadruk op ondernemerschap en kredietwaardigheid heeft wel een keerzijde. Laten we daar waakzaam op blijven.

Het hele advies vindt u hier:

Financiering_van_cultuur

Hoog tijd dat het literatuuronderwijs eens wat minder over mannen gaat. (Vindt Stichting Lezen)

‘Als scholen willen bijdragen aan een samenleving waarin inclusiever gedacht wordt, zouden zij literaire teksten van vrouwelijke en niet-westerse auteurs systematischer onder de aandacht moeten brengen.’ Deze aanbeveling komt nu eens niet uit de hoek van wat op de minder welriekende kanalen van Reddit SJW’s worden genoemd, maar van onderzoekers van de Stichting Lezen. Zij presenteerden eerder deze week een onderzoek naar leesgedrag en leesvoorkeuren van scholieren. De uitkomsten zijn opmerkelijk.

Laten we wel beginnen met een paar slagen om de arm. De conclusies zijn gebaseerd op de antwoorden van 1616 scholieren. Dat is inderdaad boven de drie procent van het totaal aantal eindexamenleerlingen in schooljaar 2017-2018 (91866), en dus is er een geldige steekproef van te maken. In dit geval is het natuurlijk wel even leuk om te kijken naar de non-respons, omdat dat natuurlijk ook iets zegt over voorkeuren.

Innovatie in de dans: geef jonge makers de ruimte en je krijgt het!

Water en dans hebben beweeglijkheid gemeen. Toch is er nog veel meer uit dit raakvlak te halen. Twee choreografieën in de serie New Adventures geven het publiek een waterbelevenis die zowel speels is als bespiegelend.

Onder de titel New Adventures presenteert Dansmakers Amsterdam werk van geselecteerde dansers en choreografen dat ze tijdens een studieverblijf van vier weken bij het productiehuis hebben gemaakt. Het met opheffing bedreigde productiehuis Dansmakers Amsterdam fungeert hierbij als laboratorium voor innovatie.

Wat is dat toch met de danssector in Amsterdam? Weer wordt een dansproductiehuis van subsidie beroofd.

Suzy Blok - foto Maarten Baanders

Verliest productiehuis Dansmakers Amsterdam zijn huisvesting? Samen met andere instellingen in de danssector heeft het er alles aan gedaan om het hele spectrum aan dansvoorzieningen in Amsterdam op elkaar af te stemmen en verder te ontwikkelen. Zo is in 2018 het gezamenlijke plan Danswerf ontwikkeld en als aanvraag voor een tweejarige ontwikkelingssubsidie bij het Amsterdams Fonds voor de Kunst (AFK) ingediend. Toch heeft het AFK de aanvraag voor 2019/2020 afgewezen wegens ‘een tekort aan artistieke visie’ en kritiek op de begroting.

,,Beleidsmakers hebben hun mond vol van talentontwikkeling”, zegt Suzy Blok, algemeen en artistiek directeur. ,,Daar werkt Dansmakers Amsterdam keihard aan. Het wordt gezien en gewaardeerd. Makers krijgen prijzen, presenteren lokaal, nationaal en internationaal en bereiken veel publiek. We werken veel samen met partners in de sector en creëren ontwikkelingsmogelijkheden en draagvlak. Het huis is daar essentieel in. Maar nu het dreigt dat we op straat komen te staan, is onduidelijk hoe het verder gaat. Het lijkt een kwestie van formaliteiten. Wie moet de verantwoordelijkheid op zich nemen om het probleem op te lossen?”

*Met geluid!* Waarom de show van het Holland Festival voorlopig nog niet hoeft te stoppen

Foto: wijbrand schaap

‘Please stop the show!’, riep een 83-jarige oud-recensent vanaf de achterste rij. Theater Frascati viel even stil. Zo’n onderbreking bij de traditioneel feestelijke persconferentie van het Holland Festival was er eigenlijk nog nooit geweest. En dat terwijl Faustin Linyekula net op dreef was gekomen met vertellen over de projecten die hij met zijn Studio Kanako in Kisangani uitvoert. Ze zorgden bijvoorbeeld voor openbare drinkwatertappunten toen ze bij een dansproject in een achterstandswijk schoon water nodig hadden voor de dansers.

Volgens de zelfbenoemde logemuppet was het allemaal ‘performance’. Hij vond het welletjes. Dat hij de conferentie onderbrak terwijl net een zwarte artiest aan het woord was, zal hopelijk aan toeval te wijten zijn.

Luister hier naar het fragment:

Sahara

Toeval of niet, dat het Holland Festival dit jaar heeft gekozen om zich bij het programma te laten leiden door twee spraakmakende artiesten uit subsaharaans Afrika geeft urgentie mee. De hoge cultuur krijgt nu een flinke injectie uit een culturele bron die wat dichter bij de mensen staat. William Kentridge en Faustin Linyekula, de een Zuidafrikaan, de ander Kongolees, brengen een geluid mee dat we niet eerder zo scherp binnenkregen, zelfs niet onder de zeer op de actualiteit gefocuste Ruth Mackenzie.

Dat geluid is het geluid van zowel ongehoorde Afrikaanse slachtoffers van de eerste wereldoorlog als de levenslust en rauwe kracht van muziek en dans uit de plek waar hiphop zijn inspiratie vandaan haalt. Linyekula gaat ook Amsterdam Zuidoost in met Parlement Debout, een optocht waarin lokale en internationale kunstenaars aan bod komen. Mogelijk van bovenaf in de gaten gehouden door een politiehelicopter.

Stockhausen

Vier van die vliegmachines zullen overigens opdraven boven de Gashouder van de Westergasfabriek waar ze acte de presence moeten geven als instrument bij Aus Licht. Dat monsterproject, een selectie van 15 uur uit het 29 uur durende meesterwerk Licht van Karl Heinz Stockhausen, is even markant als gedenkwaardig. Stockhausen, de megalomane componist die door sommigen wordt gehaat, maar inmiddels door meer mensen wordt omarmd, staat immers voor de vernieuwing in de laatste vijf decennia van de twintigste eeuw. Het Holland Festival speelde zich ondanks uitstapjes naar de popcultuur toch af in de zalen waar klassieke muziek en opera nodig opgefrist dienden te worden. De meest integrale, en bovenal meest eervolle uitvoering die Stockhausen nu krijgt onder regie van Pierre Audi zet dus een punt in die geschiedenis. Misschien zelfs wel erachter.

Er staan immers nieuwe vernieuwingen te wachten. Hiphop-cultuur bijvoorbeeld. Op zich is die al sinds de late jaren zeventig van de vorige eeuw bepalend voor de popmuziek. Pas de laatste maanden verschijnen er grote stukken over in de krant. Maar Hiphop is dus al jaren huge. Met Kanye West als de inmiddels al weer bijna achterhaalde moderne Stockhausen van de Hiphop, en moderne dans uit de banlieues als niet te negeren oerkracht. Frans en rap. een betere combi is er niet, zoals zal blijken uit de voorstelling Le Jeune Noir à l’épée, die te zien zal zijn in het Muziekgebouw. Dat Baudelaire rapteksten schreef: er is opeens zoveel mogelijk.

Zonder muur

De komende maanden zullen we je op de hoogte houden van de show die voorlopig nog wel even doorgaat in Amsterdam. In samenwerking met het Holland Festival brengt Cultuurpers voorbeschouwingen en analyses, en belichten we de beste doelpunten. Zonder betaalmuur. Wil je niets missen? Word lid!

Goed om te weten Goed om te weten

In totaal presenteert het Holland Festival 64 producties met 139 voorstellingen, concerten en evenementen, verdeeld over 26 dagen, waaronder 9 wereldpremières, 7 Europese premières en 20 Nederlandse premières. Het festival duurt van 29 mei tot en met 23 juni 2019. Bekijk het programma hier.

Kijk hier naar de videos die we op twitter schoten van de persconferentie:

 

NS presenteert de eerste treinthriller op WhatsApp. Auteurs Jowi Schmitz en Louis Stiller testen de ervaring

‘De eerste Nederlandse WhatsApp-thriller’ werd eind januari gelanceerd. Vijf dagen lang kon een select gezelschap schermlezers dit ‘real time’-verhaal volgen. Schrijvers Jowi Schmitz en Louis Stiller waren onder hen en app’ten met elkaar over deze nieuwe vorm van verhalen vertellen.

Zondag

Louis > Ineens een heel bergje namen in mijn whatsapp (inclusief ‘paps’ en ‘mams’).

Jowi > Ik geef ze voor de zekerheid de bijnaam NS. Acht contactpersonen in één keer in mijn postvak, da’s toch alsof je een weekje acht leenpoezen in huis neemt. Ik denk dat het wel gaat lukken, maar als ik ze daar, een dag voor de logeerpartij begint, wat onwennig tussen mijn andere contactpersonen zie staan, hoop ik stiekem dat ze niet op mijn bed zullen pissen.

Louis > Wat gaan we meemaken?

Jowi > Het is in ieder geval een thriller. Speuren. Puzzelen. Stel ik me zo voor.

Louis > Een treinthriller!

Jowi > Zou dit een nieuwe vorm van lezen worden? Boeken de deur uit en alleen maar appjes lezen?

Louis > Het is in ieder geval een andere manier van verhalen vertellen. Ik ken wel meer van dit soort games, waarbij ze doen alsof je een telefoon van iemand hebt gevonden – Mr. Robot – of in verbinding staat met een ruimtestation waar je iemand moet instrueren, dus ik ben benieuwd wat ze er bij de NS van maken.

Maandag

Jowi > Eerste bericht. Twee kopjes koffie op een treintreetje. Dat begint goed.

Louis > Wat zouden ze precies van ons willen?

Jowi > Moeten we meedoen? Op welke manier dan?

Louis > We zullen het meemaken.

Louis > Hans Chef. Dat zal wel niet z’n achternaam zijn, maar z’n functie.

Jowi > Hans Chef NS, staat er bij mij. Ik heb nog andere Hans’en in m’n contactenlijst.

Louis > Hij wil met haar praten. Wie?

Jowi > Sarah. Staat eronder.

Louis > Oeps. Sarah heeft ‘iets’ gezien waar Hans haar over wil aanspreken.

Jowi > Het duurt wel lang. Heb jij al weer iets binnengekregen?

Louis > Nee.

Jowi > Al zes uur lang niets gebeurd.

Louis > Het is maandag. Ze moeten er nog inkomen.

Jowi > En wij ook.

Jowi > Eindelijk. Zarifa moet Chef Hans van zich afschudden. Sarah is duidelijk niet op haar werk geweest.

Louis > En ‘Paps’ maakt zich ook zorgen.

Jowi > Mams ook.

Louis > Tinder Jens. Jens van Tinder vond het gezellig en ziet haar morgen.

Jowi > Als ze komt.

Louis > Meneer Sorrysorrysorry. Die heeft het vast gedaan.

Jowi > Maar wat heeft-ie gedaan? Waar is het lijk?

Louis > Vriendinnen delen hun Tinderervaringen.

Jowi > Sarah heeft zich ziekgemeld.

Louis > Zijn beste vriendinnen altijd te vertrouwen, is nu de vraag?

Jowi > Enge man. We moeten hem wantrouwen, dus hij zal het wel niet gedaan hebben. Vast een vals spoor. Op het laatst blijkt hij haar redder.

Louis > Maar wat heeft hij gedaan? Dat weten we nog steeds niet.

Jowi > We weten nog niks, eigenlijk.

Louis > Zou dat lang duren?

Dinsdag

Jowi > Hoezo liegen?

Louis > Wat weet paps nog meer? Misschien is hij wel fout.

Jowi > Leuk. Een foute vader.

Louis > Maar wel lief voor Mams.

Jowi > Hij zegt dat hij haar wel gelooft. Heb ik een antwoord gemist? Wat zegt Saar? Even in mijn telefoon zoeken.

Louis > Niks!

Jowi > Nee.

Louis > Blijkbaar krijgen we niet alle berichten te zien. Alleen de antwoorden.

Jowi > Ze spelen vals. Dat vind ik jammer. Je moet geen info weghouden bij je getuigen. Dan is het spel niet meer zo leuk.

Louis > Dus wij zijn de getuigen.

Jowi > Tot nu toe wel.

Louis > Zarifa is nog altijd even zorgzaam. Verdacht?

Jowi > Iedereen is verdacht in dit spel, totdat je je onschuld hebt bewezen. Dat zal tot vrijdag duren.

Jowi > Jens is op weg naar een fijne avond, denkt hij.

Louis > Het zijn een soort herhalingen van gisteren.

Jowi > Hans Chef NS meldt zich ook.

Louis > Iemand die roept ‘vertrouw me’ is niet te vertrouwen.

Jowi > Als je de interpunctie weglaat geloof je er al helemaal geen bal meer van.

Louis > Hans Chef heeft recent iets meegemaakt met Sarah en wil haar daarvoor op het matje roepen.

Jowi > Zou leuk zijn als Mams met iets snedigs op de proppen komt.

Louis > En de mystery guest meldt zich ook.

Jowi > Alle personages zijn nu op het toneel verschenen, zie ik aan het lijstje.

Louis > En dit is ze dan. Zo te zien op Amsterdam Centraal, bij de Thalys.

Jowi > Grote tas op de rug. Duidelijk op de vlucht. Die moet ze ergens gescoord hebben onderweg.

Louis > Niks van gehoord.

Jowi > Moeten we gewoon maar aannemen.

Louis > Zit je nou op je stoel en denkt: oei oei, die Sarah?

Jowi > Niet echt. Jij?

Louis > Ik ook niet.

Jowi > En nog iets raars: wie heeft die foto genomen? Veel te goed en te scherp voor een willekeurige bewakingscamera.

Louis > Is een van de personages haar op het spoor? Jens? HansChefNS? Paps? Anoniem?

Jowi > En waarom maakt die speurder een foto?

Louis > Zou er nog iemand zijn die we niet kennen?

Jowi > De onbekende sluipmoordenaarfotograaf?

Woensdag

Jowi > Arnhem. Onze Sarah zwerft wat af in de trein.

Louis > Waar zou ze ’s nachts zijn? Ze is toch op de vlucht?

Jowi > In hotels? Slapend in gerangeerde treinen? Het is jammer dat je dat niet meekrijgt.

Louis > Ik weet niet wie ze is en wat ze wil, alleen dat ze op de vlucht is. Dat is nogal magertjes.

Jowi > Ik zou vrienden met haar willen zijn. Al haar geheimen horen. Die illusie zou ik graag mee hebben gekregen, maar dat doen ze niet.

Louis > Ik appte per ongeluk iets aan Sarah (was voor jou bedoeld) en kreeg toen dit:

Jowi > Wij zijn een soort harde schijf.

Louis > Mogen we niet echt meespeuren?

Louis > Eindelijk. Op dag 3 krijgen we de backstory.

Louis > Chef Hans die iemand neersteekt met een mes. Sarah die wegvlucht. Chef Hans die daarna appt: ‘Wat heb je gezien?’

Jowi > De complete backstory. Op dag 3. Israël. IT. Een diplomate.

Louis > Het meisje dat door Hans werd neergestoken.

Jowi > Wel heel veel tegelijkertijd. En zo abstract.

Louis > En waarom zou Sarah er niet mee naar de politie gaan?

Louis > Precies wat we al zeiden: we krijgen haar berichten om als een soort harde schijf te fungeren.

Jowi > Maar waarom dan niet haar uitgaande berichten? Wel de antwoorden van de anderen.

Louis > Raarrr.

Jowi > Sterker nog: de politie jaagt blijkbaar achter haar aan.

Louis > Omdat ze iets gezien heeft? Raarrr.

Jowi > Is Zarifa te vertrouwen?

Louis > Denk het wel. Ze is de bezorgde vriendin-van-het-werk.

Jowi > Hmm. Misschien. En is Sarah zelf te vertrouwen? Politie achter haar aan, mannen in pakken die haar bureau en computer doorzoeken.

Louis > AIVD?

Jowi > *gaapt*

Louis > Moeder-dochterconflictje ertussendoor.

Jowi > TinderJens was eerst verbolgen, maar nu helpt hij haar trouw.

Louis > Maar wat doet-ie precies?

Jowi > Patches. Het gaat alleen maar over patches. Patches hier, patches daar.

Louis > Kijk daar staat een adelaar. Een halfom en twee tartaar.

Jowi > Handig zo’n nerd als Tindervriend.

Louis > TinderJens, voor al uw patches.

Jowi > Toch is het een flauw plaatje: als je inzoomt staat er nog niks waar je iets aan hebt.

Louis > Alles voor de sfeer.

Jowi > Maar ook niet meer dan dat.

Louis > Sarah in Leeuwarden. Tegenover het station zat vroeger zo’n hotel met knetterende nylon lakens.

Jowi > Hotel Terminus.

Louis > Precies.

Jowi > Dat soort details had ik ook willen horen.

Louis > Of zien: mooie foto van knetterende nylon lakens.

Donderdag

Jowi > Jens heeft de hele nacht gepatcht. Of is het gepatched?

Louis > Maar waarom? Met welk doel?

Louis > Hans heeft met het filmpje gerommeld en de bewijslast omgedraaid. (Je mag nu weer gapen.)

Jowi > Zou Zarifa de zwakke schakel zijn?

Louis > Of doet ze dit met opzet? Afspreken en Sarah erin luizen?

Jowi > Anonymus meldt zich ook weer.

Louis > De Israëliërs.

Jowi > *gaap*

Louis > Slaap jij wel genoeg.

Jowi > Ik woon op een boot, dat schommelt heerlijk. Komen ook uitstekende verhalen van trouwens. Maar we dwalen af.

Louis > Ik moet naar Amersfoort vanmiddag. Kijken of ik Sarah of Zarifa daar aantref.

Jowi > Dat is nog eens journalistieke toewijding. Ga nu! Snel!

Louis > Alles voor het verhaal.

Jowi > Wordt het toch nog spannend.

Louis > Jens is ook niet zo blij met Zarifa’s bemoeienis.

Jowi > Het naïeve collegaatje. Weer zo’n cliché.

Louis > Zarifa. Dus toch!

Jowi > Kijk toch hoe bang ze kijkt! Ze probeert onze Saar juist te beschermen!

Louis > Die Jens is ook wel merkwaardig goed op de hoogte van alles.

Jowi > Jens en mam. Daar hou ik het op. Dat zijn de bad guys.

Louis > Ha!

Jowi > En Paps rijdt motor: die gaat haar redden.

Louis > 17:49. Nieuw bericht van Zarifa. Waarom Sarah niet op station Amersfoort was. Dat vroeg ik me ook al af: ik heb Sarah daar ook niet gezien om 13:35 toen ik er langstreinde. Ook geen Zarifa. Wel een tas die verdacht veel leek op de hare. Maar daar zat een Spaanse toerist aan vast.

Jowi > Sarah is ondertussen doorgereisd naar Zeist, zie ik.

Louis > Stations die ze tot nu toe aandeed: Arnhem Leeuwarden Zeist. ALZ. Zou dat een aanwijzing zijn?

Jowi > Je moet er zelf iets van maken.

Louis > Ik zit niet op het puntje van m’n treinstoel. Jij?

Jowi > Nee.

Louis > Even, toen ik in Amersfoort was.

Jowi > Ik merk dat ik m’n interesse in het verhaal aan het verliezen ben, omdat het einde toch niet te voorspellen valt met de aanwijzingen die we nu krijgen. Daarvoor houden ze teveel informatie achter.

Louis > Klopt. En ik ben nog steeds niet echt geïnteresseerd in het lot van Sarah. Ik ken haar niet en leer haar ook niet kennen dus het zal wel. Hetzelfde geldt voor het verhaal. Geheime diensten, patches, het zal allemaal wel.

Vrijdag

Louis > Is het afgelopen?

Jowi > Nog even uitleggen. Wacht tot de lichten gedoofd zijn.

Louis > Er kan nog een trein komen.

Jowi > Al die clichés. Iedereen voldoet aan z’n verwachtingen.

Louis > De blonde heldin op de vlucht. De nietsontziende baas. De Tinder–nerd die de boel redt.

Jowi > Het naïeve collegaatje. De mieperige moeder. Waarom niet een paar echte spannende, dwarse karakters?

Louis > Maar zelfs dan is het verhaal te mager. Je komt er niet in en het is voorbij voor je erg in hebt.

Jowi > Op zich is zo’n real time story best een leuk idee, maar stop dan wat werk in het verhaal en de personages en niet alleen in de techniek.

Louis > Hoe zouden wij het doen, als we de mogelijkheden hadden?

Jowi > Meer verhaal, minder techniek. En een sterkere band smeden tussen het personage en de lezer. Nu laat het ons allemaal koud.

Louis > Wat me ook tegenviel was de rol van de trein: behalve die nietszeggende stationsaanwijzingen zie je helemaal niets van treinen, coupés, treinreizigers. Terwijl Sarah toch de hele tijd onderweg is. Zo weinig sfeer, zo weinig herkenning. Waarom niet een foto van een station waar je nog net de laatste drie letters DAM kunt lezen. Is ze in Rotterdam, Amsterdam, Schiedam of Appingedam? Dat alleen al zet je hoofd aan het werk.

Jowi > Je zou nog zoveel verder kunnen gaan. Waarom mogen wij haar geen aanwijzingen geven? Haar helpen. Ze had bij ons op de boot mogen slapen. Hadden anderen haar weer bij ons moeten zoeken.

Louis > Spannend!

Jowi > Alles voor de goede zaak. De vorm vind ik wel wat hebben: een paar dagen lang af en toe appjes ontvangen, je ontfermen over iemand op de vlucht.

Louis > Soort tamagotchi.

Jowi > Die gingen bij mij ook allemaal dood.

PODCAST! De ogen vertellen maar de helft van het verhaal. Maar dat is al heel veel. Nathan Mooij exposeert met unieke dubbelportretten in Apeldoorn

Bezoekers van de expo van Nathan Mooij in Apeldoorn (Foto: Wijbrand Schaap)

Nathan Mooij heeft iets met ogen. Niet vreemd voor een fotograaf, maar zijn specialisme leidt wel tot bijzondere dingen. Vanuit het nogal clichématige idee dat ogen de spiegel van de ziel zijn, is hij gaan uitzoeken wat, hoe en waarom dat precies zo werkt. Er is namelijk iets aan de hand met onze rechter- en linker hersenhelft en hoe die onze blik op de wereld bepaalt.

Donderdag 14 februari opende een expositie van zijn laatste werk in Museum CODA in Apeldoorn. Ik ging kijken en sprak met Nathan Mooij, over de gedachten achter zijn werk.

‘Dit ben ik, luister naar me, kijk naar me.’ Hoe ‘schandaalfotograaf’ Erwin Olaf tot fotograaf van het koningshuis uitgroeide

Palm Springs, 'The Kite' (2018) ©Erwin Olaf

De beelden in zijn hoofd zijn altijd heel sterk, zelfs al weet hij op voorhand niet wat ze betekenen. Fotograaf Erwin Olaf werk intuïtief en ziet pas achteraf waar zijn fotoseries over gaan. Zoals Palm Springs, zijn nieuwe werk dat sinds dit weekend te zien is op de dubbeltentoonstelling in het Gemeentemuseum en Fotomuseum in Den Haag. ‘Fantasie is voor mij de kurk waarop ik in dit leven drijf. Het maakt mijn leven mooier en groter.’

Chessmen XVII (1988) ©Erwin Olaf

De overzichtstentoonstelling brengt de ontwikkeling in het werk van Erwin Olaf mooi in beeld. Verwierf hij bekendheid vanwege zijn taboedoorbrekende fotoseries van ingesnoerde naakte mensen (Chessmen, 1987-1988) of bejaarde pin-ups (Mature, 1999), in het nieuwe millennium werd zijn werk ingetogener, met series zoals Grief (2007), over verdriet en eenzaamheid. Van ‘schandaalfotograaf’ werd hij een gearriveerd kunstfotograaf, die vorig jaar de eer kreeg de staatsieportretten van de koninklijke familie te maken.

De boekenwereld is de kluts kwijt

(Beeld: Mohamed Abdelgaffar, Pexels.com)

 

Dat uitgevers en schrijvers het lastig hebben, is geen nieuws. Dat er iets moet veranderen in het contact met de lezers ook. Maar wat? Dat is de grote vraag waar nog niemand een antwoord op heeft. De uitgevers zijn in een razend tempo hun aanzien, hun monopolie en vaak ook hun grachtenpanden kwijtgeraakt. Aan de andere kant is het fenomeen selfpublishing aan een opmars bezig.

Waarom ik de volgende keer aardig zal zijn tegen een bedelaar.  (Wat Ilay den Boer al niet voor elkaar krijgt)

Fotograaf: Jan Sol
Fotograaf: Jan Sol

Omdat het recordmooi weer was wandelde ik zondag 17 februari 2019 van Amsterdam Centraal naar Theater Bellevue. Ik zou de voorstelling ‘En dus zal ik weer gaan.’ gaan zien, van Ilay den Boer, iemand die ik vroeger intensief volgde, maar sinds ik geen betaald meningverkoper meer ben, uit het oog was verloren. De titel van de voorstelling beschouwde ik als een oproep tot een goed voornemen. Daarom was ik weer gegaan.

Toen gebeurde er iets. Ergens op De Singel zag ik hem al van ver aankomen, tussen de groepen toeristen, en hij had mij ook al gespot, als kennelijk aanspreekbaar. Ik was in een zonnig humeur, maar gehaast, en ik wilde de man met het Lex Goudsmit-uiterlijk niet direct afwijzen. Op zijn vraag of hij mij wat mocht vragen, zei ik daarom ‘ja’. Direct daarna zei hij: ‘Ik ben dakloos en…’ . Het chagrijn sloeg toe. Ik beende weg met de woorden ‘ik ook.’ Waarop hij zei: ‘ik hoop het niet voor u.’ Hij klonk oprecht verbaasd.

‘Pas als ik het heb opgeschreven weet ik wat ik van iets vond.’ Nicolien Mizee over smurfen, kabouters en moord

Schrijfster Nicolien Mizee ©Roger Cremers

‘Wil je mijn smurfen even zien?’ Uit de mond van ieder ander zou zo’n vraag vreemd klinken, maar bij Nicolien Mizee kijk je nergens van op. De boeken van de Haarlemse schrijfster zijn immers vaak een tikkeltje vreemd en absurd, en vooral ook geestig. De interviewband staat al uit, de thee is op, en Mizee haalt een soort maquette tevoorschijn met daarop de ‘plattegrond’ van het landgoed met volkstuintjes die de setting vormen van haar nieuwe boek Moord op de moestuin. ‘Kijk,’ wijst ze naar de smurf met ganzenveer en perkamentrol in de hand, ‘dat is hoofdpersoon Judith, dus eigenlijk ikzelf. Knutselsmurf met een grote klisteerspuit is dokter Zeelenburg, en die daar…’ – Smurfin en Gargamel staan ieder aan één kant van een perenboom – ‘… zijn Guusje en Kenny.’

Alle ballen op Cuijk. Waarom het echt een goed idee is dat Nederland elk jaar een Culturele Hoofdstad krijgt.

M carbunaru [CC BY-SA 3.0 (https://creativecommons.org/licenses/by-sa/3.0)], from Wikimedia Commons
M carbunaru [CC BY-SA 3.0 (https://creativecommons.org/licenses/by-sa/3.0)], from Wikimedia Commons

Wat zou het mooi zijn wanneer Zutphen volgend jaar Culturele Hoofdstad van Nederland zou zijn, als trotse vertegenwoordiger van zichzelf en dankzij een stevige impuls vanuit haar ommeland: de provincie Gelderland. Kunnen ze gelijk de uitzichtloze situatie van het lokale theater aanpakken, kunnen ook de kids uit de buitenwijk naar hiphop in een echte zaal en weet iedereen in Nederland dat Zutphen ertoe doet. Het jaar daarna is de eer aan Goes, en probeert Zeeland als provincie zich sterk te maken voor een jaar dat nog mooier is. Nog een jaar later is Saba aan de beurt. Of Cuijk.

De provinciale overheden in Nederland hebben op dit moment niets met kunst en cultuur. Bij alle beleidsherzieningen en bezuinigingen van de afgelopen jaren zijn ze er gewoon tussenuit geknepen. Een uitgebreid onderzoek van het Landelijk Kennisinstituut Cultuureducatie Amateurkunst heeft dat definitief aangetoond. Er is hier en daar wat aandacht voor cultuureducatie op basisscholen, en soms is daar gedoe over, maar ook de culturele professionals hebben feitelijk geen idee wat er in de provinciale hoofden omgaat.

‘Een moord op een hoer, waar allemaal hoge heren bij betrokken waren.’ Tomas Ross over de nooit opgehelderde moord op de Haagse Blonde Dolly

Hoe kwam de Haagse prostituee Blonde Dolly aan haar miljoenen? En waarom werd haar moordenaar nooit opgepakt, terwijl overduidelijk was wie haar moet hebben gewurgd? Dat ruikt naar een complot, en complotten zijn als koren op de molen van schrijver Tomas Ross. In Blonde Dolly buigt hij zich over een van de oudste en meest mysterieuze cold cases van Nederland.

Tot het allerlaatst heeft Tomas Ross (74) aan Blonde Dolly zitten schaven. ‘Ik heb fouten gemaakt, niet te geloven,’ verzucht hij, terwijl hij een sjekkie draait. ‘Het boek speelt zich af in Den Haag in 1959 en ik woonde daar destijds zelf, 15 was ik. Ik was dol op films en had Porgy and Bess gezien. Ik had het nog opgezocht: de film was in het voorjaar van 1959 in première gegaan. Dolly werd eind oktober vermoord. In het boek had ik die twee met elkaar verbonden. Maar die première betrof Amerika, in Nederland kwam de film pas in het voorjaar van 1960 uit en toen was Dolly al vijf maanden dood.

Kindermuziek gered, maar relatie tussen Noord Brabant en philharmonie zuidnederland blijft ‘koeltjes’

Foto: MaxPixel CC0

Wat er precies gezegd is, blijft vooralsnog onbekend. Dat er flink gesproken is, is duidelijk. In ieder geval is het resultaat helder: de Philharmonie Zuidnederland (die niet met hoofdletters geschreven wil worden) doet weer netjes mee met de kunsteducatieprojecten in Noord Brabant. De fanfare en ketelmuziek, waarmee het Limburgs-Brabantse fusie-orkest eerder aankondigde alle kindertjes, samen met drie kleinere jeugdtheaterinstellingen, in de steek te laten, is verstomd.

Handreiking

De formulering in de brief van de Philharmonie is wel grappig: ‘Partijen zijn het erover eens dat het stopzetten van educatieve activiteiten – hoewel vanuit het onzekere financieel perspectief van het orkest voor dat jaar begrijpelijk – in alle opzichten onwenselijk is. Bestuur en Raad van Toezicht van philharmonie zuidnederland hebben daarom een handreiking gedaan om uit de ontstane impasse te geraken. Het orkest heeft toegezegd vanaf februari 2019 zijn medewerking aan te bieden aan de programmering van educatieve projecten van de partners in het jaar 2020 om de continuïteit ervan in Noord-Brabant te waarborgen.’

Vloekend en tierend een teder gedichtje tikken. Biografe Elsbeth Etty toont Willem Wilmink in al zijn complexiteit

Zo goed en vlot als het schrijven van gedichten en liedjes hem afging, zo moeizaam viel het dagelijks leven hem. Schrijver Willem Wilmink groeide uit tot een Twentse volksheld, maar bleef in zijn hart een kind, zo blijkt uit de biografie van literair criticus Elsbeth Etty. ‘Iemand die, aldus zijn beste vriend Herman Finkers, niet eens een schaar kon vasthouden.’

Met mededogen, maar ook kritisch toont Elsbeth Etty (67) in haar boek In de man zit nog een jongen de dichter Willem Wilmink (1936-2003) in al zijn complexiteit. Door zijn talent en niet-aflatende werklust groeide hij uit tot een van de geliefdste auteurs van Nederland, hofleverancier van liedjes voor populaire televisieprogramma’s als De film van Ome Willem, Klokhuis, Sesamstraat, Kinderen voor Kinderenen De Stratenmakeropzeeshow. Scherp is het contrast met de man die hij buiten zijn werk was: naar eigen zeggen altijd 11 jaar oud gebleven, een kind in volwassen gedaante die nog geen ei kon bakken en kapotte kleren aan elkaar niette met een nietmachine.

Brabantse ruzie tussen orkest en provincie gaat ten koste van kinderen, scholen en kleine gezelschappen.

Tropenmuseum, part of the National Museum of World Cultures [CC BY-SA 3.0 (https://creativecommons.org/licenses/by-sa/3.0)]

Vrijdag 1 februari 2019 vindt er cultureel topoverleg plaats in het Noord Brabantse Provinciehuis. Reden: De ‘Orkexit’, ofwel, het besluit van de Philharmonie Zuid Nederland om alle educatie-activiteiten in Noord Brabant per direct te staken. Daardoor worden niet alleen duizenden kinderen van cultuur beroofd, maar ook een aantal kleine jeugdtheatergezelschappen in grote financiële problemen gebracht. De Philharmonie, een fusie-orkest, ontstaan uit het Brabants Orkest en Limburgs Symfonie-orkest, ontvangt in totaal meer dan 10 miljoen euro subsidie, maar straft de jeugdtheatermakers en de kinderen uit de provincie Brabant nu omdat het bestuur van die provincie een jaar geleden 5 ton op de provinciale subsidie van 2 miljoen kortte.

Verbijsterd

Theatergezelschap Schippers&VanGucht is zwaar teleurgesteld, door de eenzijdige actie van het orkest. Vorige week stuurde het gezelschap een brief op poten waarin de verbijstering werd toegelicht: ‘Niet alleen onthouden we de kinderen in Brabant zo een mooie voorstelling, maar ook wordt Schippers&VanGucht plotsklaps geconfronteerd met een afname van het aantal speelbeurten. Terwijl de hoogte van ons subsidie bij het landelijke FPK is gebaseerd op aantallen speelbeurten en wij daarop worden afgerekend. Als klein gezelschap zijn wij niet in staat om een dergelijke klap op te vangen: wij hebben geen vervangende productie op de plank liggen of personeel in dienst die iets anders kan spelen. Het niet behalen van het aantal speelbeurten leidt tot subsidiekorting. En daarenboven: het subsidie-volume van philharmonie zuidnederland (zelfs met provinciale korting) staat in geen enkele verhouding tot ons subsidie-volume.

Seks verkoopt, originaliteit niet. Opnieuw gaan twee musea uit de kleren om naaktheid te vieren.

Pr-beeld van Museum Jan Cunen in Oss (geblurd door ons omdat Facebook de (kuise) foto niet accepteert)

Wanneer wij een tijdje geen verse, actuele berichten op de site hebben, verandert ons lijstje ‘meest gelezen berichten’ hiernaast altijd drastisch. Binnen twee dagen zijn alle verhalen trending waarin de woorden ‘naakt’, ‘bloot’ of ‘seks’ voorkomen. Seks verkoopt namelijk. Als je van clicks van bronstige mannen houdt, tenminste. Deze specifieke doelgroep leest helaas niet zo veel cultuurnieuws. Maar aandacht is aandacht dus doen musea daar ook iets mee.

Na een eerste start met duidelijk integer bedoelde tentoonstellingen in de museums Kranenburg (Bergen) en No hero (Delden) hebben nu meer musea ontdekt dat bloot een zekere garantie biedt op publiek. Daarom zijn nu ook Rijksmuseum Twenthe en Jan Cunen in Oss uit de kleren gegaan.

IFFR 2019: Wat ik leerde over internet-memes, en hoe die films infecteren.

#MEMEPROPAGANDA Goes to Rotterdam (foto IFFR)

Wat hebben kattenfilmpjes, de als Trump vermomde stripfiguur Pepe the Frog en het griezelfenomeen Slenderman met elkaar te maken? Het zijn allemaal internet-memes. Ik moet bekennen dat ik die term pas leerde kennen toen ik deze week op het IFFR in het Rabbit Hole dook. Rabbit Hole is de titel van een van de meer curieuze programma-onderdelen op het Rotterdamse filmfestival. Het internet als het konijnenhol uit Alice in Wonderland. Je stapt erin en je hebt geen idee waar je uitkomt. Bijvoorbeeld bij het extreem-bizarre feministische filmtraktaat Make Me Up.

Aldus presenteert het IFFR een reeks korte en enkele lange films die op een of andere manier door memes zijn geïnspireerd. Daarnaast is er in een hoek van Het Nieuwe Instituut een Meme Café ingericht. Een soort internet-café met computerschermen waarop kunstenaars hun visie op de meme-wereld presenteren. Zelf memes maken kan daar ook – maar misschien deed u dat al lang. In het Meme Café heb ik me over het fenomeen bij laten praten door programmeur Inge de Leeuw en door Aria Mag en Silvia dal Dosso, mede-oprichters van het artistieke onderzoekscollectief Clusterduck.

6,079FansLike
1,339VolgersVolg
16,031VolgersVolg
50% Complete

Dank voor je bezoek!

Wil je echt niets meer missen? Schrijf je dan in voor onze GRATIS nieuwsbrief
Holler Box