De openingsborrel heb ik moeten laten schieten vanwege de laatste trein terug naar Utrecht. Na de voorstelling Deaf Republic, waarmee het Noorderzon festival aftrapte in de Groninger Schouwburg, was iedereen er wel aan toe. In ieder geval ik wel. Het gezelschap Dead Center maakt in dat stuk hardhandig korte metten met het idee dat kunst een veilige vluchthaven kan bieden in tijden van nood.
En dat terwijl het Groninger zomerfestival zelf buitengewoon veelbelovend is opgefrist. Het Noorderplantsoen waar zich het festival afspeelt, wordt nu voor het eerst bijna volledig benut. Dat geeft de organisatie ruimte om het park met zijn karakteristieke waterpartijen in ‘sferen’ in te delen. Het hart vormt Kraken, een drijvend podium in de centrale vijver, dat nu vanaf alle oevers te genieten is, en volop inzet op een meer urbain programma.
Opgeruimd
Het voelt open, zoals alles nu heel open voelt. Het aantal foodtrucks en terrassen lijkt uitgebreid, wat een positief effect zal hebben op de omzet in deze dure tijden, nu festivals als Noorderzon en Boulevard diep in de buidel moeten tasten om alles volgens de regels te doen. Later deze week gaan we nog eens kijken hoe de frisse opgeruimdheid van de openingsdag heeft standgehouden na het eerste weekend.
En dat weekend begon dus met die voorstelling, waarin best veel mensen nogal gewelddadig aan hun einde komen. Het begint gruwelijk met een kogel door het hoofd van een klein kind, dat het bevel om weg te gaan bij een poppenkast niet opvolgde. Omdat het doof was. De bevolking van het fictieve stadje besluit hierop collectief doof te zijn voor het leger. Met veel vrij plastisch in beeld gebrachte moorden tot gevolg.
Gebarentaal
Behalve een erg realistisch beeld van dingen die we helaas ook dagelijks via de media tot ons krijgen, is het stuk ook een soort ode aan de poëtische kracht van de gebarentaal. Een taal die in de 19de eeuw verboden werd, en pas sinds 2020 in Nederland officieel meetelt. Dankzij Covid. De taal die communicatie op zicht mogelijk maakt, en door horende mensen niet altijd verstaan wordt, kreeg door dat eeuwenlange verbod ook iets subversiefs mee.
Deaf Republic, gespeeld door een combinatie van dove en horende spelers, is een beeldende voorstelling, waarin poppentheater een grote rol speelt. De poppen bieden hier echter geen veiligheid. Zelfs de meest onderdrukkende regimes accepteren nog wel beledigingen door poppen, omdat het maar poppen zijn. Het leger in deze voorstelling, steeds gespeeld door een en dezelfde trigger happy soldaat, haalt poppen door de shredder.
Pijn
En dat doet dus pijn. Pijn als je ernaar kijkt, omdat we poppen in het theater als levende wezens zien, zoals sommigen ook hun robotstofzuiger een naam hebben gegeven. Op zeker moment werd het me te veel, had ik met alle speciale theatereffecten toch het idee dat ik naar een slasher movie zat te kijken. Niet mijn favoriete genre.
Gevolg is wel dat je de volle 2 uur terug in de trein blijft nadenken over de vraag of theater nu juist afleiding moet bieden in tijden van dreiging, of dat het je ook met die dreiging mag confronteren. Ben je een wegkijker als je liever een mooi stuk psychologisch drama had meegemaakt, of een scherpe comedy?
Die vraag zal veel gespreksstof hebben gegeven tijdens de openingsborrel in het Noorderplantsoen. En de omzet van sterke drank hebben verhoogd.




