Jong, veelbelovend talent onder choreografen verdient bescherming in deze tijden van bezuiniging. Dansgroep Conny Janssen Danst zet zich hiervoor in met het programma ‘Rotterdamse lente’. Behalve werk van Conny Janssen zelf zijn er choreografieën te zien van Dario Tortorelli en Loïc Perela.

Kunst moet maatschappelijk relevant zijn. Anders hebben we er niets aan. Dat is de norm in deze bezuinigende tijd. Het gevaar is dat maatschappelijke relevantie rechtlijnig wordt uitgelegd: in een theaterstuk moet de maatschappelijke actualiteit te herkennen zijn. Als het daarbij bleef, zou kunst niet meer dan een plaatje van de werkelijkheid worden.

Het werk van Tortorelli en Perela is zeker maatschappelijk relevant, maar wel langs de omweg van fantasie, blikverruimende ervaring en het voelen van levenskracht in je lichaam. Zo’n ervaring neem je mee buiten het theater en maakt je open voor het idee dat je ook anders tegen de dingen aan kunt kijken dan gangbaar, normaal en vanzelfsprekend is. In een maatschappij die snakt naar nieuwe impulsen en die snel met oplossingen voor dringende problemen moet komen, is die openheid van denken hard nodig.

Dario Tortorelli is meer dan alleen dansmaker. ‘After Nearly Land(e)scaping’ bevat elementen van dans, theater, film en installatiekunst. Of om de titel trouw te blijven: het is bijna een dansstuk, bijna een theaterstuk, bijna film, bijna een installatie. Het ontsnapt telkens weer aan één bepaald genre. Tortorelli wil een beeld oproepen van hoe men onsterfelijkheid beleeft. Dat kan in religie, maar ook door hoe men tegen een beroemd persoon aankijkt. Vooral idolen uit film en muziek inspireren hem. ,,Elvis en Marilyn Monroe bijvoorbeeld hebben een vorm van onsterfelijkheid bereikt. Zo iemand begint als echt mens en eindigt als icoon. Haar stijl leeft voort.”

,,Voor deze voorstelling heeft vooral de film noir me geïnspireerd: de atmosfeer, de donkere kant. Ik werk dit heel concreet uit, maar wel getransformeerd, zodat er een soort surrealisme ontstaat. Er loopt iemand op straat. Hij wordt achtervolgd. Wat mij boeit is de ruimte tussen die twee personen. De schaduwen, de vormen, de gestalten die zich daar ophouden.”

Dario Tortorelli danste in vijf stukken van Conny Janssen. Ze kende zijn choreografische ambities. In 2010 zag ze zijn eerste studie, ‘Romeo Heart’. Hierin legde hij de bodem voor het karakter dat de rode draad werd voor zijn hele oeuvre. Het keert terug in ‘After Nearly Land(e)scaping’. ,,Vanuit ‘Romeo Heart’ vond ik mijn eigen stijl. Hoewel zelf klassiek opgeleid werk ik met al bestaande, herkenbare beelden, clichés van video’s, diva’s, popsterren, maar maak daar een eigen beeldende wereld van.“

Voor je verder leest...

Alleen dankzij onze leden kunnen we dit soort verhalen blijven vertellen.

Word Lid!

Voor Loïc Perela staat de vraag naar het verband tussen dans en het pure levensgevoel centraal. Bij het maken van ‘Dance’ begon hij met twee vragen aan de dansers. Vraag 1: hoe voel je je als je op een vrije avond uitgaat en in een club gaat dansen? Vraag 2: hoe voel je je als je als beroepsdanser aan het werk bent? Is er een verband tussen die twee? Put je in beide gevallen uit dezelfde bron?

Perela werd in Marseille opgeleid in het klassieke ballet, een stijl die hij ‘zeer rijk’ noemt en die volgens hem ook vormend is voor moderne dansers.

,,Het gaat mij om het doel dat je met fysieke uitingsmogelijkheden kunt bereiken. En dat verschilt weer per choreografie. Dus één specifieke stijl ontwikkelen is niet mijn streven.”

Perela is blij met de mogelijkheid een voorstelling bij Conny Janssen Danst te maken. Na zijn verhuizing naar Nederland danste hij bij Scapino Ballet Rotterdam. Na vier seizoenen besloot hij zijn eigen weg te gaan en vond hij steun bij Dansateliers in Rotterdam, niet alleen voor het ontwikkelen van zijn artistieke identiteit, maar ook voor het op gang brengen van zijn carrière. Dank zij samenwerking tussen Dansateliers en Conny Janssen Danst kan hij nu ‘Dance’ op de planken brengen.

Over de bezuinigingen in de kunst denkt Perela genuanceerd. ,,Ik vind het niet goed dat de kunst zo in het nauw wordt gebracht. Maar aan de andere kant dwingt het kunstenaars zich af te vragen: ‘Wil ik dit kunstwerk echt maken? Wil ik er echt zoveel in investeren? Hoe belangrijk en urgent is het?’ Deze vragen komen de kwaliteit ten goede. Ik wil constructief omgaan met de huidige situatie, maar wil wel benadrukken dat kunst intrinsiek bij onze maatschappij hoort, er een belangrijke plaats in inneemt en ondersteund moet worden!”

2 REACTIES

Comments are closed.