Nog voordat het Holland Festival goed en wel was begonnen, waren alle kaarten voor de drie uitvoeringen van Händels Orlando verkocht. Wat nou crisis. Het laat zich echter niet moeilijk raden waarom.

1. Pierre Audi

De scheidend festivaldirecteur tekent voor de regie. In vergelijking met eerdere edities is Audi als uitvoerend kunstenaar minder aanwezig en natuurlijk willen velen niet alleen zijn keuzes zien, maar ook zijn eigen werk. Temeer daar zijn eerdere Händel-regies veel indruk maakten.

En niemand wordt teleurgesteld, want deze voorstelling boeit van het begin tot eind. En dat is knap want Orlando is een zeer statische opera. Het meest dramatische hoogtepunt – het in brand steken van het huis van Dorinda – komt pas in de derde akte, en zelfs dat toont Händel niet, maar laat hij vertellen. De tweede akte is zelfs lange tijd niet meer dan een reeks losse aria’s.

Audi speelt echter fenomenaal met de tijd, door het afgebrande huis al in de eerste akte te tonen, de tweede akte als een angstig visioen van Orlando, en in de derde akte het huis juist weer op te bouwen. Daarbij maakt hij nadrukkelijk gebruik van videoprojecties met flashbacks en flashforwards. En uiteraard ontbreekt echt vuur niet, juist op de momenten dat je het niet verwacht.

2. Bejun Mehta

Je hebt countertenoren en je hebt hele goede countertenoren. En dan heb je nog Bejun Mehta. Een wereldster. Noem een groot operahuis en hij heeft er gezongen. Niet alleen beschikt hij over een fabelachtige techniek, maar weet ook feilloos alle mogelijke emoties in zijn stem te leggen en heeft een expressief gezicht.

Dat laat hij in de titelrol allemaal zien. Iedereen houdt de adem in voor waanzinaria waarmee de tweede akte besluit, Mehta weet dat, en zingt alsof de hellehonden hem op de hielen zitten.

3. René Jacobs

Opera’s onder leiding van René Jacobs zijn nooit saai. Je kunt het soms niet eens zijn met zijn keuzes, maar altijd gebeurt er wat in de orkestbak.

Voor je verder leest...

Blij met dit verhaal? Klik dan op 'like' en maak Facebook rijk.

Of:


Klik op 'lid worden' en maak Cultuurpers sterk.

Zeker hier. Jacobs staat bekend om een authentieke uitvoering, maar kiest bewust voor een ‘onhistorische’ bezetting van het continuo: “In theorie was de bezetting van het continuo een vrije beslissing van de kapelmeester, in functie van de middelen die voorhanden waren.” En dus horen we twee klavecimbels, een orgel, regaal, twee luiten en een harp. Het resulteert een ‘vette’ Händel, waarbij de recitatieven eindelijk net zo belangrijk zijn als de aria’s.

Logisch dus dat alles kaarten al snel de deur uitvlogen. Maar in de Amsterdamse Stadsschouwburg bleek: er is meer.

1. B’Rock

Het jonge Belgische barokorkest B’Rock heeft niet de reputatie van Concerto Köln of het Freiburger Barockorchester, maar sprankelt van de eerste tot de laatste noot en schuwt fortissimo niet.

2. Jean Kalman

Audi maakt van Orlando een brandweerman met pyromanie. Licht en vooral donker spelen daarbij een belangrijke rol. Het lichtontwerp van Jean Kalman, met wie Audi al veel vaker werkte, sluit daar prachtig op aan. Alleen al de wijze waarop hij met licht de zaklampen van de brandweermannen in het uitgebrande huis weet op te roepen is schitterend.

3. Sunhae Im

Countertenor Bejun Mehta mag dan ster van de Orlando zijn, hij wordt overtroffen door de Zuid-Koreaanse sopraan Sunhae Im (Dorinda). Al haar aria’s groeien uit tot hoogtepunten van de opera en als actrice laat zij alle andere solisten achter zich. Dat doet zij niet met grote gebaren, maar met haar mimiek, een enkele kleine handbeweging, ingehouden trillen van woede. Indrukwekkend.

 

Meer weten?
Nog te zien: 11 en 13 juni, Stadsschouwburg Amsterdam (uitverkocht, maar er is een wachtlijst)

9 REACTIES

Comments are closed.