Je kunt dit lezen, omdat onze 400+ leden dat mogelijk maken.
Goed hè?

Levensinzichten van Lieke Marsman (1990 – 2026)

L

Op 3 juni 2026 overleed voormalig Dichter des Vaderlands Lieke Marsman op 35-jarige leeftijd.

Lieke Marsman (1990) debuteerde in 2010 met de bundel Wat ik mijzelf graag voorhoud, waarmee ze onder meer de C. Buddingh-prijs won voor het beste poëziedebuut. In 2017 publiceerde ze niet alleen de bundel Man met hoed, maar ook haar eerste roman, Het tegenovergestelde van een mens. Een jaar later werd bij haar een ongeneeslijk vorm van kraakbeenkanker geconstateerd. Haar ervaringen beschreef ze in de dichtbundels De volgende scan duurt vijf minuten (2018) en In mijn mand (2021). Eind januari 2023 nam ze afscheid als Dichter des Vaderlands. Lieke Marsman woonde samen met journalist Simone Peek en hun hond Pippa.

Hieronder plaatsen we een interview dat we in november 2022 met haar hadden.

1: Ik kom beter over op papier

‘Vlak nadat ik Dichter des Vaderlands werd, begin 2020, kwam de eerste coronalockdown. Voor mij was dat wel fijn: doordat ik ziek was, had ik niet de energie voor allerlei activiteiten. In 2018 is bij mij een zeldzame, ongeneeslijke vorm van kraakbeenkanker geconstateerd en werd een tumor in mijn schouder verwijderd. Een jaar leek het goed te gaan, maar de kanker kwam terug, en nog een keer, en vervolgens bleek ik uitzaaiingen te hebben in mijn longen.

Het nieuws dat ik benoemd werd tot Dichter des Vaderlands viel samen met het begin van mijn chemotherapie, die anderhalf jaar duurde. Al die tijd was het Dichter des Vaderlands-schap mijn lijntje met de buitenwereld. Ik volgde het nieuws altijd al, maar nu kon ik er ook iets over schrijven en dat werd dan meteen gepubliceerd. Daardoor verloor ik, terwijl ik ziek thuiszat, niet helemaal het contact met de samenleving.

Als Dichter des Vaderlands leverde ik commentaar op wat er in de wereld gebeurde. Dat durfde ik toen ik jonger was nog niet. Maar het is gek wat zo’n titel doet: die schroom viel helemaal van me af. Kennelijk kreeg ik die autoriteit toegekend en wilden mensen mijn mening horen. Met mijn gedichten kan ik misschien mensen op andere gedachten brengen of juist verwoorden wat ze al vonden maar waar ze zelf nog niet de woorden voor hadden.

Schrijven helpt me gedachten te ordenen en er dichter bij te komen. Als ik praat, blijf ik vaak vager, met allerlei nuances en bijzinnen; als ik schrijf, kan ik iets preciezer verwoorden. Ik kom nu eenmaal beter over op papier.’

2: Het is leuk om iets opnieuw te leren

‘Verwerken dat ik ongeneeslijk ziek ben, doe ik voor het grootste deel alleen, vanbinnen. Het woord einzelgänger heeft voor veel mensen een negatieve connotatie, maar niet voor mij; ik vind het fijn om veel alleen te zijn.

Ik ben geregeld kwaad over wat me overkomt, en vaker nog wanhopig. Dan huil ik heel hard. Vervolgens zoek ik naar een sprankje hoop, speur ik het internet af naar nieuwe behandelingen. En ik schrijf erover: mijn meest recente bundels gaan over wat ik doormaak. Dat is mijn manier om mijn gevoelens te delen. Nee, dat vind ik niet eenzaam. Ik voel me juist veel eenzamer als ik er met anderen over praat en merk dat ze het toch niet kunnen begrijpen.

Het allereerste gesprek in het ziekenhuis was ronduit traumatisch. Ik was nietsvermoedend naar binnen gegaan en kreeg ineens te horen: je hebt kanker, de tumor is heel groot en al in een vergevorderd stadium, dus veel geluk. Een halfjaar na de eerste operatie voerde ik in mijn hoofd nog steeds dat gesprek en moest ik steeds huilen om niks. EMDR hielp me daar vanaf. Terwijl ik vertelde over dat gesprek, moest ik naar een heen en weer schietend lampje kijken. Het was magie – na twee sessies kon ik weer functioneren.

Over mijn prognose valt niets te zeggen. Het zou ineens snel slechter kunnen gaan en dan is het over zes maanden klaar, maar het kan misschien ook nog wel jaren duren. Tot afgelopen zomer was er nog niets aan mij te zien. Als mijn vriendin Simone en ik op vakantie gingen, kon ik mijn ziekte even achter me laten. Sinds mijn rechterarm en -schouder zijn geamputeerd, is dat anders. Sommige mensen vragen me ernaar, andere niet. Aan de ene kant wil ik het niet altijd eerst daarover hebben, tegelijk erger ik me als iemand het negeert: hallo, ik ben net een arm kwijtgeraakt! Kun je niet even zeggen dat je dat rot voor me vind? Deze nog nieuwe situatie beheerst mijn dag en ik voel de behoefte om te vertellen wat er is gebeurd.

Omdat mijn arm het al langer niet meer zo goed deed en ik veel pijn had, vond ik het niet zo moeilijk om er afscheid van te nemen. Er zat een grote tumor in, en ik wist wat het zou betekenen als die zou blijven doorgroeien, dus ik was blij dat ik nog kón worden geopereerd. Tussen beslissing en operatie zat anderhalve week. Het ging allemaal zo snel dat ik het gewoon over me heen moest laten komen. Toen het achter de rug was, voelde ik me opgelucht. Ik wist dat er ik wel iets over moest zeggen op de sociale media – dit was niet iets wat ik kon verbergen en ik vond het eigenlijk ook wel fijn om de buitenwereld in één keer te informeren. Daarom maakte ik er een grapje over op Twitter: “This Woman Lost Five Kilo’s in One Day: Click Here To Find Out What Her Secret Is”. Omdat deze operatie voor mij vooral iets positiefs was, probeerde ik zo de zwaarte er een beetje af te halen.

Veel heb ik opnieuw moeten leren, zoals autorijden, tennissen, koken. Dat vind ik onverwacht leuk. Er zijn allerlei tools voor eenhandige mensen, zoals een speciale snijplank en een nagelknipper. Alleen een pitabroodje vullen met één hand lukt me nog niet, daar moet ik nog op oefenen. Het is voor mij een principekwestie om alles te kunnen wat ik kon vóór de amputatie. Ik wil mezelf bewijzen dat ik nog niet dood ben.

Voor dit interview ga ik voor het eerst zonder rechterarm op de foto, en dat vind ik spannend. Het gekke is: al is mijn lijf niet meer compleet, tegelijk ben ik voor het eerst in mijn leven redelijk tevreden met mijn lichaam. Zoals vrijwel elke vrouw heb ik periodes gehad dat ik onzeker was over mijn uiterlijk en mezelf dik of lomp vond. Die gevoelens heb ik soms nog steeds wel, maar ik kan ze nu beter relativeren – dat ik ziek ben, dát is een probleem.’

3: Het gaat vooral om nu

‘Simone en ik waren nog niet zo heel lang samen toen duidelijk werd dat ik ongeneeslijk ziek ben. Dat is niet te verwerken, ik zou eerder zeggen dat we het samen ondergaan. Ik heb meteen bedacht dat ik niet wil dat zij medische handelingen bij mij verricht, zoals het verzorgen van mijn wonden. In sommige periodes doet zij weliswaar meer in het huishouden dan ik, maar verder moet onze gelijkwaardigheid zoveel mogelijk intact blijven.

Het is bijzonder maar vooral verschrikkelijk dat we dit samen meemaken; zij betekent álles voor me en zo had ik het niet gewild. Toen ik drie jaar geleden uitzaaiingen bleek te hebben, zijn we wel door een rouwproces gegaan, maar het is niet fijn om er elke dag diep op in te gaan. We praten wel over mijn situatie, maar vooral in het nu: wat is er nu aan de hand? Wat moet er nu gebeuren? Over de toekomst hebben we het niet zo vaak – die is verdrietig. Als we plannen maken, is dat niet verder weg dan een paar maanden; ik kan niet nu al een reis boeken voor de zomervakantie. Dat mis ik weleens, omdat het ook belangrijk en fijn is om ergens naar uit te kijken. Maar op een bepaalde manier wen je daaraan.

Een kinderwens heb ik opgegeven. Tijd om daarover te rouwen, heb ik niet; ik rouw al over het feit dat ik doodga en dat is veel groter dan wel of geen kinderen krijgen. Mijn moedergevoelens projecteer ik schaamteloos op Pippa, onze dwergpoedel. Zij is mijn baby, het enige wezentje dat van mijn zorg afhankelijk is. We kregen haar als puppy vlak nadat de kanker terug bleek te zijn. Ze had voortdurend mijn zorg nodig, moest naar buiten, eten en spelen. Dat heeft me er echt doorheen gesleept. Het is zó fijn om voor haar te kunnen zorgen. Onze band is volstrekt ongecompliceerd on onvoorwaardelijk. Ik ben altijd lief tegen haar en zij is altijd lief tegen mij.’

4: Introvert leven past bij mij

‘Toen ik 18 was, werden mijn eerste gedichten gepubliceerd in het tijdschrift Tirade. Op de auteursborrel van de uitgeverij gaf mijn redacteur me de raad om heel veel niks te doen. Niks doen? dacht ik, ik ga juist álles doen, álles meemaken. Ik was super gretig, kon ik mezelf behoorlijk overschreeuwen. Als ik weinig werkte, voelde ik me nutteloos. Terwijl ik diep vanbinnen toen al de behoefte had om veel alleen te zijn, sprak ik vaak af met interessante mensen en ging ik veel naar het café en theater.

Dat is nu allemaal anders. De afgelopen jaren ben ik vrienden kwijtgeraakt. Sommigen vonden het moeilijk dat ik ziek ben en lieten niets meer van zich horen. Vriendschappen die vooral draaiden om uitgaan, verwaterden doordat ik daar geen behoefte meer aan had.

Als ik niet ziek was geworden, was ik waarschijnlijk doorgegaan met mijn veel extravertere leven. Maar rustig en teruggetrokken past eigenlijk veel beter bij me. Als ik om negen uur ’s avonds moe ben van alle prikkels van de dag, ga ik gewoon naar bed.

Uiteindelijk komt dat ook de kwaliteit van mijn werk ten goede. Die redacteur had gelijk: niks doen is belangrijk voor een schrijver. Vroeger schreef ik weleens omdat ik vond dat het moest – alsof ik een ambtenaar was die naar zijn werk ging. Maar ik ben gaan inzien dat ik op zulke momenten als het ware mezelf begon te imiteren, omdat ik te moe was om nog waarachtig te zijn. Dan schudde ik een tekst uit mijn mouw die leek op een tekst van Lieke Marsman, zonder dat ik de emoties in het gedicht werkelijk had doorvoeld. Nu neem ik meer tijd om een beetje te mijmeren of te lezen. Ik durf te wachten op wat komen wil. Daardoor zijn mijn ideeën meer uitgekristalliseerd en is de kwaliteit van mijn werk ook beter. Omdat wat ik schrijf, écht is.’

5: Het is fijn om voor je lichaam te zorgen

‘Laatst zei ik tegen mijn psycholoog dat als geluk een piramide zou zijn, voor mij opluchting helemaal bovenaan staat. De opluchting als een scan goed is, is voor mij nu de hoogste vorm van geluk. Echt geluk ervaar ik op dit moment niet, want overal hangt een grauwsluier overheen. Verdrietig, maar zo is het nu eenmaal.

Tevreden voel ik me wel. De doelen die ik ooit wilde bereiken, heb ik behaald. Ik heb meerdere boeken uitgebracht en een harmonieuze relatie gevonden. Ik heb een hond gekregen, een paar verre reizen gemaakt en heb mijn vriendin ten huwelijk gevraagd. Hoe het nu fysiek gaat, is dragelijk.

Voordat ik ziek werd, was ik meer hoofd dan lichaam. Als student en later als dichter en denker moest ik de hele dag met mijn neus in de boeken zitten, vond ik. Door mijn ziekte werd ik van de ene op de andere dag ineens alleen nog maar een lichaam. Ik begon te ervaren hoe fijn het is om iets goeds te doen voor mijn lijf. Nu beweeg ik elke dag. Fietsen op de hometrainer, de sportschool, yoga, tennis. Ik voel me niet alleen fitter, maar het is ook een goede manier om emoties of stress kwijt te raken. Soms voel ik me aan het begin van een potje tennis hartstikke rot en sta ik na drie ballen in het net al te huilen. Niet om die bal, maar bijvoorbeeld vanwege een scan. Maar omdat ik geen tijd heb om in nare gedachten te blijven hangen, ben ik tweeënhalf uur later weer helemaal zen. Dat vind ik er zó lekker aan. Als ik weinig energie heb en moet kiezen tussen nadenken of sporten, kies ik nu voor dat laatste.’

6: Durf kritiek te erkennen

‘Ik weet al sinds mijn 13de dat ik op vrouwen val, maar mijn ouders heb ik dat pas verteld toen ik al op mezelf woonde. Ook al had ik er zelf geen moeite mee en werd er in ons gezin nooit negatief gesproken over homo’s, alsnog vond ik het best moeilijk om het anderen te vertellen. Ergens was ik toch bang dat de buitenwereld mij ineens zou gaan zien als een “pot”, het lesbische stereotype van die tijd. In dat hokje wilde ik niet worden gestopt.

Mijn ouders hebben mijn zus en mij liefdevol en ruimdenkend opgevoed, maar stelden ook wel hoge eisen. Wij waren slim en haalden hoge cijfers, dat creëerde bepaald verwachtingen. Daardoor heb ik wel een zekere prestatiedruk gevoeld. Misschien is dat ook wel de reden dat ik niet zo goed met kritiek kon omgaan. Mijn vriendin wees mij daar op. Ook als het ging om kleine dingen, de afwas of zo, reageerde ik als volgt: eerst ontkende ik. Daarna zei ik: “Oké, áls het al waar is, dan is dat toch helemaal niet zo erg, waar maak je je druk om?” En tot slot: “Maar anderen doen het ook.” Of nog erger: “Jíj doet het ook.” Terwijl je natuurlijk ook kunt toegeven dat iemand gelijk heeft, of er op z’n minst eerst over kunt nadenken. Ik zie nu dat dit een patroon is in mijn familie; we verdedigen ons allemaal. Achteraf voel je je daar dan weer schuldig over, omdat je eigenlijk best wel wist dat de ander gelijk had. Doordat ik dat patroon ben gaan doorzien, reageer ik nu niet meer zo en kan ik kritiek beter incasseren. Dat is zo veel fijner. Als je gewoon even sorry zegt, dan is het al meteen opgelost. En dat schuldgevoel achteraf is dan ook niet meer nodig.’

7: Hoop doet leven

‘Uiteraard heb ik de afgelopen jaren veel nagedacht over de dood. Ik geloof niet dat ik daar zozeer bang voor ben, maar wel voor de momenten vlak daarvoor. Daar durf ik nog helemaal niet aan te denken. Ik hoop dat ik het zo lang mogelijk uitzing.

Elke zes weken heb ik een nieuwe scan. Die week kan ik niks, doe ik niks, spreek ik met niemand af. Ook na vijf jaar heb ik nog geen manier gevonden om met de spanning over de uitslag om te gaan, het is altijd weer vreselijk. Doordat ik al zo vaak slecht nieuws heb gekregen, bereid ik me elke keer voor op het ergste. Maar het afgelopen jaar ben ik gaan beseffen dat ik niet moet vergeten op het goede te blijven hopen. Het is belangrijk een glimmertje hoop te houden, of die nou realistisch is of niet. Dus vertel mij maar over mensen die op miraculeuze wijze zijn genezen. De laatste tijd heb ik ook veel verhalen gelezen van mensen die een bijna-doodervaring hebben gehad, die allemaal vertellen hoe mooi het is wat ze hebben gezien. Dat stelt me gerust en daar put ik troost uit. Vroeger dacht ik: na de dood is er niks meer. Maar nu denk ik: wie weet.’

Waardeer dit artikel!

donatie
Ik doneer

Reageer!

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Populaire berichten

Recente uitgaven

Categorieën

//Auteurspagina document.querySelectorAll('.cp-bio-toggle').forEach(function(btn) { btn.addEventListener('click', function() { var expanded = this.getAttribute('aria-expanded') === 'true'; var target = document.getElementById(this.getAttribute('aria-controls')); this.setAttribute('aria-expanded', String(!expanded)); target.hidden = expanded; this.textContent = expanded ? 'Over deze auteur' : 'Verberg bio'; }); });