Meer dan 120 miljoen boeken verkocht bestsellerschrijver Wilbur Smith – tweeduizend Wembley-stadions vol. Zijn vaste recept – geweld, magie, mysterie, avontuur, jagen en seks – houdt zijn lezerspubliek al meer dan een halve eeuw geboeid. Om zijn productie hoog te houden, werkt hij sinds kort met coauteurs. Alleen de ‘Egypte-romans’, waartoe ook zijn nieuwe boek Farao behoort, schrijft hij zelf.

Begin januari wordt hij 84 jaar, maar Smith geniet van elke dag die hem gegeven is. Hij reist nog altijd met zijn 39 jaar jongere vrouw Mokhiniso de wereld over. Het leven lacht hem toe – zelf noemt hij dat met een knipoog ‘Wilbur’s Luck’. ‘Ik ben een geluksvogel. Alles wat ik aanraak, wordt van goud en kristal.’

Oude vrienden

Wereldwijd heeft u meer dan 120 miljoen boeken verkocht. Hoe hoog staat u in de top-tien van bestsellerauteurs?

‘(Lacht) ‘Ik zou het niet weten, want ik voer met niemand competitie. Ik doe gewoon mijn eigen ding en heb gelukkig veel mensen die me volgen en plezier beleven aan mijn onzin en spelletjes. Sommigen zijn al met mij samen sinds hun tienerjaren, dus dat zijn nu allemaal’ (hij wrijft even over zijn gladde schedel) ‘grijze dames en heren zoals ik. Mijn vrouw Niso onderhoudt mijn Facebook-pagina en verzorgt de post. Er komen zo’n vijf- tot zeshonderd brieven per dag – vaak van bekende afzenders, lezers die zeggen: dit is weer een geweldig boek, goed gedaan, Wilbur! Het zijn vrolijke brieven van oude vrienden, ook al hebben we elkaar nooit ontmoet.’’

Farao is het nieuwste deel in de Egypte-serie. De meeste van uw boeken spelen zich echter in zuidelijk Afrika af. Wat inspireerde u te gaan schrijven over het Egypte van eeuwen geleden?

‘‘Dat gaat ver terug, tot de ontdekking van Toetanchamons tombe door Howard Carter, een aantal jaren voordat ik geboren werd. Mijn moeder, een erudiete en belezen vrouw, zag het belang van die grote gebeurtenis en las er alles over wat ze kon vinden. Aan mij vertelde ze fascinerende verhalen over die jonge prins die zo vroeg gestorven was, vermoord door zijn kwaadaardige oom – ingrediënten uit een goede roman van Wilbur Smith. Dus toen ik de kans kreeg om te reizen naar andere landen – tot mijn dertigste had ik nog nooit een voet buiten Zuid-Arika gezet –, was Caïro de eerste plek waar ik naartoe ging. Het Egyptisch Museum, de tombe van Toetanchamon. Het fascineerde me hogelijk: het verhaal, de schoonheid van de voorwerpen die ze uit zijn tombe haalden. Dat is me mijn leven lang blijven boeien. De hoofdpersoon Taita is daarop gebaseerd.’’

Dit verhaal lees je gratis.

Help de schrijver meer stukken te schrijven!
Onderaan kun je zelf bepalen hoeveel je wilt bijdragen.

U heeft eens gezegd dat Taita veel overeenkomsten heeft met uzelf, klopt dat?

‘(Lacht) ‘Natuurlijk, ik heb hem geschapen, dus ik heb gemodelleerd naar mijn eigen mislukkingen en verdiensten. Hij is een kundige, goed geïnformeerde man en daar is hij erg zelfingenomen over. Hij denkt dat hij altijd gelijk heeft. Net als ik. Ik heb altijd gelijk, al ga ik daar niet met anderen over in discussie. Ik denk gewoon: als dat is wat je wilt geloven, prima, maar blijf dan uit mijn buurt. Sinds mijn dertigste ben ik onafhankelijk, ik heb precies gedaan wat ik zelf goed achtte. Dus ja, Taita heeft veel van mij weg. Als ik een van de eerdere boeken lees die ik over hem heb geschreven, heb ik nog steeds veel plezier om die gelijkenissen.’’

Hij is niet bepaald een bescheiden man, of wel?

‘(Lacht) ‘Nee, hij is zeker niet bescheiden. Hij weet wat hij waard is en wat de wereld aan hem te danken heeft, en dat hij zelf de wereld nauwelijks iets schuldig is.’’

Bestsellerschrijver Wilbur Smith ©Francesco Guidicini

Verschillende series

Werkt u aan de verschillende series tegelijk, of denkt u op een gegeven moment: nu heb ik wel weer eens zin in een Egypte-roman?

‘‘Ik werk aan één boek tegelijk, omdat ik tijdens het schrijven mijn gedachten uitschakel en op een bepaalde manier de centrale figuur word. Sommige zijn hedendaagse verhalen, andere spelen zich in de oudheid af, sommige zijn gesitueerd in Afrika, andere elders. Hoe meer ik van de wereld zie, hoe meer ik heb om over te schrijven. De Taita-romans geven me het meeste genoegen, omdat Taita en ik door het leven gaan met dezelfde ironie, waardoor we de tegenslagen kunnen dragen en kunnen genieten van de successen. Als iets is gelukt, geeft hij me een knipoog, en dan weet ik precies wat hij bedoelt.’’

Spreekt hij tot u?

‘‘Niet op de manier die je nu misschien denkt, maar ideeën komen toch érgens vandaan. Ze móéten wel van hem komen, omdat het soms zulke belachelijke ideeën zijn dat ik ze nooit zelf had kunnen verzinnen. Soms zit ik op een dood punt en weet ik niet weet waar het heen moet met het verhaal, of hoe Taita zich op een geloofwaardige manier uit benarde omstandigheden moet bevrijden. Maar dan word ik de volgende ochtend wakker en heeft Taita tijdens mijn slaap een zaadje in mijn hoofd geplant en dient de oplossing zich aan. Dan ga ik daarmee verder en vervolgen we onze reis, die hopelijk nog vele jaren zal blijven voortduren.’’

Literaire vrijheid

U heeft eerder eens gezegd dat de Egypte-serie u ook meer literaire vrijheid biedt, omdat het zich in een tijd afspeelt waar toch niemand iets van afweet, waardoor u uw fantasie lekker de vrije loop kunt laten.

‘‘Dat omschrijft u uitstekend, ik zou het zelf niet beter hebben kunnen verwoorden. [Lacht] De andere serie zitten veel dichter op onze tijd, waardoor ze worden bepaald door historische feiten. De Egypte-boeken spelen zich af in de tijd van de mens die net kan schrijven en zijn gedachten kan formuleren.’’

De manier waarop ze zich uitdrukken is soms wel heel modern. Doet u dat bewust?

‘‘Ik hou van dialogen, van de interactie tussen meningen en gedachten. Het zou voor mij contraproductief zijn om daarbij te proberen in een taal te schrijven die vandaag de dag nergens op slaat. Dat zou het moeilijk en onlogisch maken, en onmogelijk om uit te drukken wat ik wil zeggen. Dus ik schrijf in correct Engels om zodoende de plot vooruit te helpen, en laat de personages verder in hun eigen wereld leven. Taita en ik spreken dezelfde taal, maar zijn denkbeelden verschillen van die van mij – voor hem was de aarde plat. Ik heb er plezier in uit te puzzelen wat voor denkbeelden in die tijd logisch waren, ook al heeft de tijd bewezen dat ze volkomen onjuist zijn. Dat amuseert mij, en veel van mijn lezers.’’

Uw boeken zijn vaak ook behoorlijk gewelddadig. Wat blijft u ook na een halve eeuw nog zo fascineren aan geweld?

‘‘Het kwaad waartoe de mens in staat is, is verschrikkelijk en gaat alle fantasie te boven. Vanochtend nog las ik over een man die nu in Engeland in de gevangenis zit, omdat hij vijfentachtig mensen heeft vermoord, gewoon voor zijn eigen plezier. Ik ben betrokken geweest bij de oorlog in Rhodesië, en ik heb bloed zien vloeien. Kleine kinderen die in mootjes waren gehakt, lichamen opgehangen in de bomen – horror. Niets kan dat rechtvaardigen. Tegelijk zijn er ook mensen wier schoonheid van geest overal bovenuit stijgt en die zichzelf geven of opofferen voor de mensheid. Daar wil ik net zo goed over schrijven. Het is de mens die me blijvend fascineert.’’

Werken met coauteurs

Bent u, nu u ouder wordt…

‘‘Wie, ik?’’

… begonnen met coauteurs te werken, zoals u van plan was?

‘‘In de afgelopen anderhalf jaar heb ik drie schrijvers gevonden met wie ik graag wil samenwerken. Het zijn bedreven schrijvers die boeken hebben gepubliceerd – góéde boeken, vind ik –, maar nog niet zijn doorgebroken. De Taita-boeken zijn uitsluitend van Wilbur Smith en Taita zelf, maar bij andere romans, zoals bijvoorbeeld bij Roofdier, werk ik nu met hen samen. Ze accepteren mijn leiding en bevel, maar doen soms ook zelf tegensuggesties. Dus ik heb nu vier identiteiten: de Wilbur Smith die Taita-verhalen schrijft en drie andere Wilbur Smiths, van wie er één een vrouw is.

Als ik alleen zou schrijven, zou het resultaat waarschijnlijk iets anders zijn, maar Wilbur Smith is wel degelijk aanwezig in de romans. Deze werkwijze stemt me tevreden. I call the shots. Ik heb de meest fantastische beroep van de wereld, maar het is ook een eenzaam beroep. Ik heb ontdekt dat het leuk is om zo nu en dan met anderen samen te werken. Zolang ik maar de baas ben.’ (Lacht)’

Weten uw lezers ook dat hun nieuwe Wilbur Smith nu wordt geschreven door iemand anders?

‘‘De meeste lezers lijken er geen problemen mee te hebben, al heb ik ook brieven gekregen van mensen die nooit meer een boek van willen lezen dat niet van mij is. Dat vat ik op als een compliment. Toen ik vijfendertig was, kende mijn energie geen grenzen, maar nu ik tegen de vijfentachtig loop, heb ik langer nodig voor een boek, en dat zou dus het aantal verhalen dat ik nog kan schrijven sterk beperken. Met coauteurs kan ik het tempo aanhouden dat ik altijd gewend ben geweest: zo’n twee boeken per jaar.’’

Begint de tijd u op de hielen te zitten?

‘‘Nee, ik heb de tijd aan mijn zijde. Het zit me mee. Als ik ’s ochtends opsta en mijn rek- en strekoefeningen heb gedaan, voel ik me vijfenveertig. De vrouw die van me houdt en de boeken die ik schrijf zijn het belangrijkste in mijn leven. Schrijven geeft me grenzeloos veel voldoening en plezier. Het is iets wat ik wilde doen en waarvan ik heb bewezen dat ik het kan. Mijn vrouw en ik reizen nog steeds veel. Ik heb alles kunnen doen wat ik wilde: ik heb geskied, gevist, gereisd. Ik heb veel geluk gehad.’’

Dit jaar heeft u de Wilbur and Niso Smith Foundation opgericht. Wilt u het genre waarin u schrijft een boost geven?

‘‘Toen ik op zoek ging naar een coauteur besefte ik hoeveel mensen soms verdomd goede boeken hebben geschreven, maar niets bereiken. Daarom hebben Niso en ik een stichting opgericht om hen te helpen een voet tussen de deur te krijgen. We reiken jaarlijks drie prijzen uit: een voor de beste gepubliceerde avonturenroman, een voor de beste ongepubliceerde roman, en een voor beginnende schrijvers tot eenentwintig jaar. Er doen heel verschillende auteurs aan mee. Sommige zijn als een nieuwe Wilbur Smith.’’

Is dat mogelijk, een nieuwe Wilbur Smith?

‘(Lacht) ‘In theorie misschien wel, maar natuurlijk niet echt. When I’m gone, I’m gone.’’

Goed om te weten
Wilbur Smith: Farao

Farao van Wilbur Smith is verschenen bij Xander Uitgevers.

Avonturier in hart en nieren

Wilbur Smith (9 januari 1933) werd geboren in Noord-Rhodesië (nu Zambia), waar hij opgroeide op de ranch van twaalfduizend hectares van zijn vader. Op zijn achtste kreeg hij zijn eerste geweer, en hij bleef altijd een liefhebber van jagen. Zijn liefde voor boeken erfde hij van zijn moeder. Op eigen verzoek ging hij naar kostschool in Zuid-Afrika, waar hij al snel spijt van kreeg, maar waar hij toch moest blijven en daarna bleef studeren. Smith wilde journalist worden, maar nadat zijn vader dat idee uit zijn hoofd had gepraat, ging hij werken als accountant. Na twee kortstondige huwelijken (waaruit ook kinderen voortkwamen) besloot hij zijn eigen weg te gaan.

In 1964 debuteerde hij als schrijver. Sindsdien schreef hij ruim dertig avonturenromans, die zich voornamelijk afspelen in Zuid-Afrika en zijn onderverdeeld in diverse series, onder meer de Ballantyne-serie, de Courtney-serie, de Egypte-serie en de Hector Cross-serie. Diverse boeken zijn verfilmd. Wilbur Smith woont afwisselend in Londen en Kaapstad.