Vrijdag 16 januari presenteert een team onder leiding van Sjarel Ex een langverwacht rapport over de toekomst van de Raad van Toezicht in de culturele sector. Met Jaap van Manen en Mark Michaëla deed Ex anderhalf jaar onderzoek en voerde tientallen gesprekken. Dat leidde tot zeven pijnlijk herkenbare scenario’s in hun ‘whitepaper’ ‘De onraad van toezicht’. De diagnose is bikkelhard: ‘raden van toezicht van culturele instellingen zijn in de praktijk onaantastbaar’ en ‘het zelfreinigend vermogen van raden van toezicht schiet tekort.’
Wie na 36 pagina’s analyse hoopt op een paar gepeperde aanbevelingen, komt van een ijskoude kermis thuis. Niks urgentie. We lezen: ‘er is behoefte aan’ en ‘het verdient overweging’. Scherpe observaties verdampen in vage beleidsformuleringen. Iemand hier op kantoor riep: ‘dit is een pleister op een beenbreuk’.
In 17 jaar Cultuurpers hebben we het vaak meegemaakt: gedoe bij culturele instellingen waarbij vooral het toezicht faalt. Of het nu om schouwburgdirecties met een cadeaukaart en Ijslandse beleggingen gaat, een failliet theater in Groningen, een opera in Enschede, een orkest in Oost Nederland, een verwoeste bedrijfscultuur in Amsterdam of een fotomuseum dat de directeur wegstuurt: steevast opgetrokken wenkbrauwen. Geen schering en inslag, maar te vaak om de reputatie van de sector goed te houden.
Perfecte analyse
Het prettig leesbare whitepaper heeft een paar leuke casussen verzameld, die allemaal redelijk geanonimiseerd worden behandeld. Het zijn situaties waarin de raad van toezicht bijvoorbeeld zijn rol als werkgever niet goed begrijpt. We zien leden bevoegdheden naar zich toe trekken zonder de bestuurlijke verantwoordelijkheid te aanvaarden. Soms is de raad van toezicht op de stoel van het bestuur gaan zitten. Dus staat in de whitepaper: ‘waarom mediation niet als verplichte tussenstap ingebouwd in de code, om veel te grote onherstelbare stappen te voorkomen?’
Dat staat alleen niet in de conclusies en aanbevelingen. Daar staat slechts dat de sector zou moeten ‘heroverwegen’ om werkgeversrol en klankbordrol te scheiden. Hoe dan? Door wie? Wanneer? Geen woord meer over verplichte mediation.
Overheid als olifant in de kamer
Nog zoiets: de rol van de overheid. Ex cs besteden meer dan drie pagina’s aan de ‘onzichtbare hand’ van subsidieverstrekkers die buiten de code opereren, maar wel degelijk macht uitoefenen. ‘Een omissie in de huidige code is dat ook over de rol en de speelruimte van de overheid vrijwel niets wordt gezegd; dat is een bron van spanningen voor het bestuur én het toezicht.’ Ook die analyse is glashelder. Maar dan lezen we bij de conclusies en aanbevelingen: ‘Het verdient aanbeveling om de verantwoordelijkheid van de overheid een plaats te geven in de code.’
Over het ‘hoe?’ lees je helemaal niks. Het rapport zwijgt in alle talen over welke bevoegdheden de overheid wel of juist niet moet hebben. Wanneer mag een gemeente ingrijpen bij een theater, en wanneer niet?
Tegenstand?
Het lijkt erop dat de auteurs tijdens hun onderzoek op tegenstand zijn gestuit. Wie Sjarel Ex een beetje kent, herkent hem niet in de gematigde toon van het whitepaper.
Als bijlage bij het whitepaper zijn zeven scenario’s toegevoegd, die veel scherpere analyses hebben dan de conclusies zijn. Neem scenario 3: een voorzitter van een raad van toezicht die geen tegenspraak duldt, waar andere leden de moed niet hebben om bezwaar te maken tegen zijn herbenoeming. Of scenario 7: een raad van toezicht die na beschuldigingen van ongewenst gedrag de regie kwijtraakt en als enige optie ziet om collectief op te stappen.
Zulke voorbeelden roepen om concrete oplossingen. Maar die komen niet. We lezen: ‘Een mogelijke oplossing zou kunnen liggen in: professionele zelfevaluatie met externe begeleiding.’
Conclusie niet meegenomen
De sterkste conclusie van het hele rapport staat dus ook helemaal niet in de conclusies. Verscholen in hoofdstuk 7 schrijven de auteurs: ‘Bij het ontwikkelen van maatregelen voor bestuur en toezicht bij culturele instellingen dient rekening te worden gehouden met het risico dat deze instellingen een speelbal worden van onbetrouwbare politiek.’ Ik zou het whitepaper ermee begonnen zijn.
Drie maanden geleden publiceerde de Raad voor Cultuur zijn advies ‘Toezicht in de culturele sector: een kunst apart’. Dat was een stuk concreter. De Raad voor Cultuur zegt: grote organisaties minimaal vijf leden in de raad van toezicht. Het white paper zegt: het wettelijke minimum van drie is ontoereikend voor grote organisaties, vijf zou beter passen.
Mompelen
De Raad voor Cultuur zegt: maximaal vijf toezichtfuncties per persoon, voorzitterschappen tellen voor twee. Het white paper mompelt: ‘De raad vindt dat de sector zich dient te spiegelen aan deze wettelijke regeling.’
Het whitepaper verschijnt drie maanden na het RvC-advies, maar is dus vager in zijn aanbevelingen. Best opmerkelijk.
Vrijdag 17 januari presenteren de auteurs hun rapport in een bijeenkomst in Amsterdam. Dan zal iedereen instemmend knikken en zeggen dat we hier verder over moeten praten. Over een jaar ligt er weer een rapport. Wordt het geen tijd om keuzes te maken? Die keuzes liggen er al wel, maar ze staan vreemd genoeg niet expliciet in het whitepaper. Laat ik de discussie vrijdag even op gang helpen met de volgende vier stellingen:
Mediation moet verplicht worden voordat een raad van toezicht een bestuurder mag schorsen.
De vraag is niet óf mediation nuttig is – de vraag is wie het organiseert, wie het betaalt, en wat er gebeurt als een raad van toezicht weigert.
Formaliseer de rol van de overheid.
Moet er een apart hoofdstuk in de Governance Code komen over de spelregels voor overheden? Of blijft dit een grijs gebied?
Kleine instellingen moeten verplicht afstappen van het raad van toezicht-model.
Er is een schreeuwend tekort aan toezichthouders en de checks and balances zijn onevenredig belastend. Het alternatief is dat meerdere kleine instellingen één raad van toezicht delen.
Zorg voor monitoringcommissie met tanden.
Vraag is alleen even wie en waar.
De tijd dringt
We hebben een paar jaar van politieke stilstand achter de rug, en zolang de BBB over cultuur gaat zal ook daar ‘uitstel’ en ‘onderzoek’ de krachtigste reactie zijn. Het ministerie van OCW moet wel met een reactie komen, want voor je het weet zitten we met een nieuw bestel waaraan 8 jaar niets meer te veranderen is. Wat voor kabinet er ook zit.
Het whitepaper had een wake-up call kunnen zijn. De auteurs hebben anderhalf jaar geïnvesteerd, ze hebben toegang gehad tot bestuurders en toezichthouders die zelden zo open zijn, ze hebben scenario’s verzameld die de pijnpunten raak beschrijven. Maar door de vaagheid van de conclusies wordt het een rapport dat iedereen kan onderschrijven zonder dat er iets verandert.
Lees het whitepaper hier.
Rapportage-De-onraad-van-toezicht




