Documentairemaaksters Femke Stroomer en Sanne Sprenger maken het komend jaar met twee klassen van de Internationale Schakelklas (ISK) twee films onder de titel Ik ben Hier.

 

 

In deze klassen zitten jongeren tussen de vijftien en de negentien jaar, die net in Nederland zijn aangekomen. En bovendien analfabeet zijn of een zeer laag opleidingsniveau hebben. Die jongeren moeten dus op meerdere manieren een taal leren. Ze moeten zich het Nederlands eigen maken én ze moeten leren lezen en schrijven.

Stroomer en Sprenger voegen hier het leren van beeldtaal aan toe. Omdat die taal directer is, makkelijker. In twintig weken per klas maken de jongeren zelf een film over hun leven. Ze mogen filmen, regisseren, interviewen en monteren. Twee films zullen het eindresultaat zijn. De films worden vertoond tijdens de manifestatie van de Vrede van Utrecht in juni 2013.

Hoe kwamen jullie erop?

Voor je verder leest...

Wij doen ons best om onafhankelijke en volledig professionele journalistiek over de wereld van kunst en cultuur te brengen. Journalistiek die al heel veel mensen waarderen, omdat het op zo weinig plekken nog gebeurt. We kunnen daarmee doorgaan als jij lid wordt of ons steunt met een donatie.
Bepaal onderaan zelf hoeveel je wilt bijdragen.

Femke:

Ik heb vorig jaar een pilotproject gedaan waarin vijf jongeren van de ISK in een film over hun leven vertelden. Die jongeren waren hier al langer, gemiddeld twee jaar, en hun opleidingsniveau was hoger. De film was op meerdere manieren succesvol.

Sanne:

Voor buitenstaanders omdat ze een idee kregen van het leven van de jongeren. Voor de jongeren zelf omdat het een ongeschreven regel is dat je niet over je verleden praat. Ze hebben het idee dat iedereen hetzelfde verhaal heeft, of dat je een ander niet met je verleden lastig valt: “ze weten wel hoe ik me voel”. Het was voor iedereen een verrassing toen hun verhalen zichtbaar werden.

 

Wat waren die verhalen?

Femke:

Er was een jongen uit Irak die eerst nog in zijn eentje een jaar in Syrië had gewoond terwijl zijn familie al naar Nederland was gevlucht. Hij was nog maar vijftien en vond dat heel moeilijk. Heel anders was het verhaal van het Turkse meisje dat heel bewust voor haar moeder had gekozen die in Nederland was getrouwd met een Nederlander. In Nederland kon ze een goede opleiding krijgen, in Turkije niet. Als je op je vijftiende zo’n besluit neemt, vind ik dat indrukwekkend.

De pilot was met jongeren met een redelijke opleiding, nu zijn het analfabete jongeren die in korte tijd al heel veel moeten leren. Hoe gaan jullie het aanpakken?

Sanne:

We hebben de school bewust deelnemer gemaakt van het project. Femkes pilot was buiten schooluren, nu is het een half jaar lang iedere maandagmiddag. De school gelooft in het leren van zoveel mogelijk competenties.

Wat vinden de jongeren er zelf van?

Sanne:

Ze waren heel enthousiast, dat viel op bij de kennismaking. Ook leren de jongeren als eerste omgangsvormen. Dus iedereen was heel beleefd: ‘Hoe is het mevrouw, goedemiddag.’

Femke:

Als je zoals wij ook op ROC’s hebt gewerkt, dan is dat een totaal andere sfeer. Op de ISK heerst enthousiasme, op het ROC zie je ze vaak denken: oh nee, krijgen we dát weer.’

Ben je niet bang voor het idee van de filmmaker die een arme immigrant even iets gaat leren?

Sanne:

Ze filmen zelf, ze interviewen zelf, ze hebben grote zeggenschap over de montage. Het spannende is natuurlijk dat wij niet alleen een interessant proces willen, maar ook een mooi eindproduct. We gaan dus zoeken naar de balans tussen aansturen op kwaliteit zonder al teveel in te grijpen op de eigen keuzes en de al dan niet culturele opvatting over hoe je een verhaal vertelt. Dat wordt een uitdaging.

Femke:

Sommige mensen vragen zich af of je dat wel mag doen, mensen hun soms heftige verleden laten herbeleven. Maar voor de jongeren van het pilotproject voelde het niet opgelegd. Het waren gewoon hun verhalen. Zelf gefilmd, zelf geïnterviewd. Verhalen om trots op te zijn.