EYE heeft met Michelangelo Antonioni – Il maestro del cinema moderno – weer een foutloze en degelijke filmexpo op poten weten te zetten. George Vermij bezocht de tentoonstelling over de Italiaanse meesterfilmer en blikt terug op zijn invloedrijke oeuvre.

In Dino Risi’s roadmovie Il Sorpasso (1962) neemt de gepassioneerde en extraverte Vittorio Gassman een jonge en gereserveerde Jean-Louis Trintignant op sleeptouw door Italië. In zijn snelle cabrio probeert de volkse verkoper nog een beetje indruk te maken op de verlegen student door het over cinema te hebben. Hij moet echter niets hebben van Michelangelo Antonioni. De vervreemding van L’Eclisse (1962) is volgens hem alleen goed voor een heerlijke siësta in de bioscoopzaal. Risi’s knipoog naar zijn collega was natuurlijk een gevatte inside joke. Antonioni, daar kon je als Italiaanse filmmaker in de jaren 60 niet omheen. Hij had de filmtaal nu eenmaal radicaal veranderd, of je dat nou saai en slaapverwekkend vond of niet.

Verwende weltschmerz

Kort door de bocht genomen, zoals Gassman in zijn blitse bolide, waren Antonioni’s hoofdthema’s vervreemding, communicatieproblemen en het tekort aan zingeving in de moderne tijd. Deze condition humaine onderzocht hij vooral door de ogen van de welgesteldere klassen.
Antonioni had niet het monopolie op die wereld van de verwende weltschmerz. Je ziet de thematiek ook terug in Federico Fellini’s La Dolce Vita (1960) en in bepaalde films van Ingmar Bergman uit die tijd. Antonioni onderscheidde zich echter van die filmmakers door het verfijnen van een kale soort cinema waar alle overbodige ballast overboord werd gegooid. Geen onnodige mooifilmerij, behulpzaam plot of uitleggende dialogen. Uiteindelijk was de narratieve leegte in zijn films paradoxaal genoeg ook de inhoud.

Monica Vitti en Michelangelo Antonioni
Monica Vitti en Michelangelo Antonioni

Die moderne aanpak is een mixed blessing geweest voor filmmakers na hem. Antonioni zette met zijn films de toon voor de internationale arthouse film en maakte zo onbewust een sjabloon voor de generaties die hem zouden volgen. Globaal gezien is het een stroming die zich net zo goed als haar commerciële tegenhanger, de Hollywoodfilm, houdt aan bepaalde stilistische en thematische conventies. Zie daar de lange trage shots, filosofische maatschappijkritische implicaties en het belang van open eindes. Elementen die scherp ontleed worden in David Bordwells invloedrijke essay The Art Cinema as a Mode of Film Practice. Ze vormen nog steeds de stokpaardjes van menig zichzelf serieus nemend filmregisseur.

Cinefiele pluim

Antonioni’s invloedrijke status wordt natuurlijk extra benadrukt door de museale status die zijn oeuvre krijgt toegekend in EYE. In zijn ambitieuze schaal is het de definitieve introductie op zijn werk. Het museum mag zich daarbij terecht weer de beste leerling van de klas noemen. Net als de mooie pluim die EYE van een tevreden William Kentridge kreeg voor het organiseren van zijn succesvolle tentoonstelling, kwam er ditmaal lof van de kant van samensteller Dominique Païni over de prettige samenwerking met Jaap Guldemond, het hoofd van tentoonstellingen van EYE.

Païni is daarbij als voormalig directeur van de Parijse Cinémathèque niet de minste. Samen met assistent Maria Luisa Pacelli liet de Fransman in een persconferentie nog eens weten dat de opstelling in EYE het beste resultaat heeft opgeleverd van deze rondtrekkende expo. Zo was de overzichtstentoonstelling al eerder te zien in BOZAR in Brussel. Pacelli leverde, als directeur van het museum van moderne kunst in Ferrara, materiaal afkomstig uit Antonioni’s persoonlijke archief. Een verscheidenheid van spullen die Antonioni had nagelaten aan zijn geboortestad, waaronder zijn schilderijen, maar ook mooie brieven die hij ontving van meesters zoals Andrej Tarkovski en Akira Kurosawa.

Weergaloze verschijningen

De expo combineert deze diversiteit van objecten, die zijn verspreid op displaytafels, met projecties van iconische fragmenten uit zijn films. In een chronologische lijn word je als bezoeker braaf door zijn oeuvre gevoerd. Terzijdes zijn er over terugkerende fascinaties in zijn oeuvre of actrices die opvielen in zijn films. Zo duikt de weergaloze Monica Vitti natuurlijk op, maar ook de minder bekende, maar minstens zo betoverende Lucía Bosé die speelde in Antonioni’s vroege films.

Voor je verder leest...

Wij doen ons best om onafhankelijke en volledig professionele journalistiek over de wereld van kunst en cultuur te brengen. Journalistiek die al heel veel mensen waarderen, omdat het op zo weinig plekken nog gebeurt. We kunnen daarmee doorgaan als jij lid wordt of ons steunt met een donatie.
Bepaal onderaan zelf hoeveel je wilt bijdragen.
L'Avventura
L’Avventura

Het hart van de tentoonstelling is de ruimte die is gewijd aan Antonioni’s trilogie over het moderne leven. Dat begon allemaal met het schandaalsucces van L’Avventura (1960). Een film die tijdens de vertoning in Cannes werd uitgejoeld, maar uiteindelijk een juryprijs won. Het verhaal over een vermiste jonge vrouw verandert in een vervreemdend portret over de mensen die haar zoeken en de impasse die zij in hun levens hebben bereikt. Deze conditie zou Antonioni verder uitdiepen in La Notte (1961) en L’Eclisse (1962). Films die het traditionele verwachtingspatroon over film als vermaak op hun kop zetten. Of zoals filmcriticus David Thomson over Antonioni’s films schreef: ‘A hole has formed in “story” so that life’s formless air may seep in.’

La Notte
La Notte

Het is als je het terugziet geen cinema waar je direct verliefd op wordt. Het zijn eerder films die aanvoelen als harde confrontaties en je wijzen op de onvermijdelijke teleurstellingen die sluimeren in menselijk contact. Zo treffend verwoordt door Monica Vitti in haar rol in La Notte: ‘Elke keer als ik met iemand probeer te communiceren, verdwijnt de liefde.’

Onzekere poëzie

Ook is er geen plek voor geruststellende sluiting zoals je dat zou verwachten van de escapistische droomfabriek van de commerciële film. Daarvoor in de plaats is er de onzekerheid en rommeligheid van open eindes en zaken die onopgelost blijven. Het is de shock van herkenning over het ongeordende en onzekere moderne leven die Antonioni nog steeds zo actueel maakt. Een toestand die hij helder en op momenten poëtisch vangt in prachtige shots zoals het mysterieuze slotsegment van L’Eclisse.

Zabriskie Point
Zabriskie Point

Antonioni’s oeuvre is niet altijd even waterdicht geweest. Blow Up (1966) en Zabriskie point (1970) hebben met hun jaren 60 hipheid de tand des tijds nog het slechtst doorstaan. Het zijn vooral tijdscapsules naar de groovy sixties. Daarmee zijn ze ook een makkelijk doelwit voor persiflages geworden. Zie daar Mike Myers als Austin Powers die net als David Hemmings in Blow Up bijklust als modefotograaf in swinging Londen. En de iconische vrijpartij in de woestijn in Antonioni’s Amerikaanse uitstapje Zabriskie Point werd genadeloos geparodieerd in het infantiele Kevin and Perry Go Large (2000).

Antonioni’s laatste belangrijke wapenfeit was Professione: reporter (1975) dat hij samen met filmtheoreticus Peter Wollen schreef. In die film neemt journalist Jack Nicholson de identiteit aan van een wapenhandelaar en schippert het verhaal tussen een onwerkelijke thriller en een hypnotisch onderzoek naar de kwetsbaarheid van menselijke identiteit.

Bovenstaande films worden vertoond in het begeleidende filmprogramma dat EYE heeft samengesteld. Het is een perfecte aanvulling voor iedereen die zich compleet wil verdiepen in het oeuvre van de moderne Italiaanse meester en deelgenoot wil zijn van de moderne vervreemding die hij zo krachtig wist over te brengen.

Michelangelo Antonioni – Il maestro del cinema moderno
12 september 2015 tot en met 17 januari 2016 EYE filmmuseum Amsterdam