Dit is een bespreking van een voorstelling die alweer voorbij is, en waar ik bovendien zelf aan meewerkte. Dat mag helemaal niet. Maar het is ook een verhaal over vluchtelingen in Europa, een theater dat boven de wolken zweeft, een kerkje van marsepein, tunnels in Palestina en 49 trekken. Dus ik doe het toch.

Afgelopen weekend, tijdens het Kunstenfestivaldesarts, voltrok zich een mirakel in de Koninklijke Vlaamse Schouwburg te Brussel. Scenograaf Jozef Wouters en zijn ploeg waren neergestreken in de oude zaal met koepeldak. Tien jaar geleden helemaal gerenoveerd, is ‘de Bol’ nu een ouderwets lijsttheater voorzien van de nieuwste theatertechniek. Inclusief die 49 trekken, en daar draaide het om.

Aan een trek, een stalen buis aan kabels in de nok van de schouwburg, de zogenaamde toneeltoren, kan een theatertechnicus met een druk op de knop van alles naar boven hijsen en naar beneden laten komen. Van alles, maar zelden nog waar die trekken, vaak een stuk of vijftig in totaal, ooit voor bedacht zijn: enorme doeken waarop je de wereld buiten het theater ziet. Het decor van de voorstelling. Tijdens de Infini 1 – 15 waren alle 49 trekken van de KVS in gebruik. En er stond geen acteur op het podium. De enige mensen die je op toneel zag waren de technici. Tijdens de decorwisselingen liepen ze op en af. En toch was het, op een manier die ik nog nooit eerder heb gezien, puur theater.

Oude containers

Uit de nok van de zaal dalen drie metershoge doeken af. Ze geven, in klassiek perspectief, zicht op twee bergen oude containers in de haven van Antwerpen. Ze zijn gemaakt door de 80-jarige Thierry Bosquet, een gepensioneerde scenograaf die jarenlang voor de Munt decordoeken schilderde. Een vakman in zichtlijnen en verdwijnpunten, dat zie je. In die containers schijnen de oude doeken opgeslagen te liggen. We horen de stem van de jonge schrijver Sis Matthé, die een lange reis maakte door het niemandsland van de Antwerpse haven, op zoek naar deze containers en daarover een liefdevolle, dolende brief schreef aan de oude Thierry.

Matthé is een van de vijftien correspondenten die van Wouters, curator Dries Doubi en dramaturg Jeroen Peeters de vraag kregen: welke ruimte wil jij in dit theater laten zien? Wouters is al jaren gefascineerd door de achttiende-eeuwse Franse scenograaf Servandoni, die ‘de scenografie wilde verlossen van het juk van de poëzie en de dans,’ en dus in een leegstaand theater niets anders vertoonde dan een reusachtig schilderij van de Sint-Pietersbasiliek, om het summum van architectuur te laten zien aan mensen die geen geld hadden voor de reis naar Rome. Welke wereld zouden de correspondenten – schrijvers, theatermakers, beeldend kunstenaars, architecten – vandaag willen tonen aan het publiek in een donkere, van de stad afgesloten Brusselse theaterzaal?

Majestueus

De Palestijnse schrijfster en theatermaakster Rimah Jabr antwoordde: een tunnel. Palestijnen, schreef ze Jozef, leven niet tegelijkertijd met andere mensen. Ze missen afspraken vanwege checkpoints, ze moeten uren omrijden om ergens te komen – en de tijd die ze zo verliezen halen ze nooit meer in. Ze leven in een tunnel onder de bewoonde wereld. Terwijl ze die brief voorlas zagen wij in de KVS negen, minutieus in zwart-wit geschilderde, achter elkaar gehangen doeken van een klassieke zuilengalerij zonder einde. Een majestueus beeld bij een claustrofobische tekst.

En daarmee slopen de mensen die ergens weg willen het theater binnen. Arkadi Zaides liet minutenlang een leeggelopen rubber sloepje zien met aan de overkant van het water de Turkse kust vanwaar het was weggevaren. Anna Rispoli nam een telefoongesprek op tussen een Tunesisch meisje dat in Brussel was terechtgekomen en een man die in de medina van Tunis was blijven hangen, maar ervan droomde om door Parijs te scheuren in een Range Rover met een blondine aan zijn zijde, terwijl de technici het ene doek na het andere omhoog en omlaag trokken, totdat het gesprek afbrak en al die doeken ruisend naar beneden vielen.

Mensenwerk

Al die tijd zagen we niemand, maar we zagen de hele wereld. Het beeld was niet glad, als in de film, maar gelaagd en vol diepte. Er was geen vluchteling te zien, maar we voelden hoe poreus onze samenleving blijft, zelfs als we samengehokt bij elkaar zitten in zo’n eeuwenoud theaterbolwerk. Heel sterk was de sensatie dat dit allemaal mensenwerk is, de hele illusie die we om ons heen hebben gebouwd: er hoeft maar even iemand niet op te letten en de hele zaak stort voor onze ogen in elkaar.

Voor je verder leest...

Inmiddels zijn al bijna 300 mensen met een hart voor kunst lid. We groeien snel! Alleen dankzij onze leden kunnen we dit soort verhalen blijven vertellen.

Word ook lid, door HIER te klikken!

Rebekka de Wit, toneelschrijfster, vertelt haar verhaal zo dat je tien minuten lang niet weet of je moet lachen of huilen. Het begint in het souterrain van de Emanuel African Methodist Episcopal Church in Charleston, South Carolina. Ze woont er een avond bijbelstudie bij, net als de negen mensen die in datzelfde souterrain zaten en niet weg konden toen Dylann Roof op 17 juni 2015 een vuurwapen uit zijn rugzak haalde en iedereen neerschoot. Vanavond heeft een grote blonde vrouw ter nagedachtenis van de slachtoffers een grote taart gemaakt in de vorm van de kerk. Iedereen gaat er omheen staan en houdt elkaars handen vast. Een moment van gêne en mededogen tegelijk.

Even later zakt de façade van de kerk, uitgeklapt als een levensgrote bouwplaat, aan de trekkenwanden naar beneden. De technici vouwen hem razendsnel in elkaar, schuiven er een tuin omheen, plaatsen daar negen kerstboompjes van marsepein in, steken een snoer van lampjes aan en maken zich uit de voeten. Daar staat de kerk. Waar negen mensen in zijn doodgeschoten. En waar een grote blonde vrouw een taart van maakte. Op het podium van een theater in Brussel.

De voorstelling is bijna voorbij. We zijn ook al naar de Painted Desert in Arizona, het hoofdkantoor van Frontex in Warschau (in een niet na te vertellen zo griezelig en hilarisch spektakelstuk van Thomas Bellinck), de Costa Brava, Seoul, de Akropolis en een achter struikgewas verborgen homo-plek in Boekarest gereisd als choreografe Begüm Erciyas zich afvraagt: wat zou er gebeuren als het theater zélf eens op reis ging?

Diderot

Er steekt een oorverdovend lawaai op, als een vliegtuig dat opstijgt. Helemaal achterop de vloer valt er ineens licht door een raam naar binnen. Daarachter zie je hoe we opstijgen van de Arduinkaai, de gevels onder ons wegvallen en we opeens boven de wolken vliegen. Heel even voel ik daadwerkelijk hoe ik achterover in mijn stoel gedrukt word door de steile klim. Wat blijkt: buiten dat raam rolt een technicus langzaam een brede strook bedrukt papier omhoog langs een houten apparaat dat ooit nog door Denis Diderot is ontworpen. De illusie is compleet. Een achttiende-eeuwse filosoof laat in 2016 een heel theater boven de stad uit zweven, de wereld tegemoet.

We hebben gezien dat het allemaal mensenwerk is. De verhalen van vijftien correspondenten, de negenenveertig trekken, de papieren zuilengalerijtunnel, het sloepje waarmee mensen oversteken, de negen kerstboompjes van marsepein. En we hebben vijftien keer achter elkaar begrepen dat het allemaal waar is.

Elke ochtend ons nieuws in je mailbox?

Wanneer je lid wordt kun je elke dag een update in de mail krijgen, met onze laatste berichten.

Word ook lid, door HIER te klikken!


Al lid? Login

PS: En ikzelf? Ik verzamelde van zes nieuwe Brusselaars de verhalen over hun herinneringen aan bergen, zee, woestijn, oorlog en wolkenkrabbers, en waar ze die beelden laten in hun nieuwe woonplaats. Die verhalen kwamen voorbij op koptelefoons die de bezoekers even konden opzetten en weer aan elkaar doorgeven terwijl ze keken naar al dat mensenwerk.

O, ja: Je hoeft geen lid te zijn om dit te kunnen lezen. We hebben wel leden nodig om dit te kunnen schrijven. Word daarom nu lid.
Goed om te weten
Meegemaakt: Decoratelier Infini 1 – 15 KVS_BOL, Brussel, 13-15 mei 2016