‘Ik voel me bekocht’, zei de man naast mij toen we om tien voor half tien de zaal verlieten. Hij was helemaal uit Tilburg naar de Stopera gekomen voor het concert waarmee het vijftigjarig jubileum van de Nationale Opera woensdag 29 juni werd afgesloten. ‘Ik rij er nog langer over dan het concert heeft geduurd, inclusief pauze’, mopperde hij. Ook over het gebodene zelf was hij weinig te spreken. En dat terwijl rondom ons het publiek op de stoelen stond om de internationaal vermaarde sopraan Eva-Maria Westbroek toe te juichen.

Ik voelde met de Tilburgse operaliefhebber mee: noch het Rotterdams Philharmonisch Orkest noch Westbroek losten de van tevoren flink opgeklopte verwachtingen in. Dirigent Marc Albrecht voerde zijn manschappen weliswaar zeer energiek door de muziek van Richard Wagner, Hector Berlioz en Richard Strauss, maar miste de juiste feeling en finesse om deze echt overtuigend over het voetlicht te brengen.

Dorpskapel

Dramatisch priemend met zijn stok en woest maaiend met zijn armen gaat hij steeds meer lijken op de karikatuur van Dudley Moore, die in de film 10 de blonde stoot Bo Derek tracht te imponeren. Je zou wensen dat Albrecht zich wat meer bekommerde om zijn interpretatie dan om hoe hij overkomt op het publiek. Nou blinkt de ouverture tot Rienzi van Wagner al niet uit in subtiliteit, maar de Rotterdammers leken tijdens dit openingsstuk soms verdraaid veel op een dorpskapel.

Ook de hierna gepresenteerde scène uit Les Troyens, waarin Koningin Dido zich realiseert dat ze haar geliefde Aenaes voorgoed gaat verliezen, kwam niet goed uit de verf. Berlioz’ kleurrijke orkestratie, die feilloos elke emotie van de tragische heldin illustreert, bleef steken in spierballenvertoon. Welkome uitzondering was de invoelend gespeelde contrafagotsolo bij de aria ‘Je vais mourir’.

Ziggodome

Eva-Maria Westbroek zong alsof ze zich niet in de Stopera, maar in de Ziggodome bevond. Haar vibrato is bovendien erg ruimhartig, en haar Frans onverstaanbaar. Alleen in de meer bespiegelende, intiemere passages nam ze wat gas terug, maar van inleving was ook daar geen sprake. Overtuigender waren de mezzosopraan Eva Kroon als Dido’s zus en de bariton Harry Teeuwen als de hofdichter, die hun bijrollen zongen vanuit de coulissen.

Ook de na de pauze gepresenteerde Sluierdans uit Salome van Richard Strauss miste raffinement. Het kruidige, sensuele fin-de-siècle-parfum ontbrak, zelfs in de slangenbezweerderige soli van hobo en fluit, die normaal gesproken zo meeslepend zijn. Ook nu gold voor Westbroek het adagium: luid, luider luidst. Dat we hier te maken hebben met een pubermeid, die amper weet wat ze heeft aangericht en zelfs van het afgehakte hoofd van Jochanaän nog liefde verlangt, werd geen moment duidelijk.

Voor je verder leest...

Wij doen ons best om onafhankelijke en volledig professionele journalistiek over de wereld van kunst en cultuur te brengen. Journalistiek die al heel veel mensen waarderen, omdat het op zo weinig plekken nog gebeurt. We kunnen daarmee doorgaan als jij lid wordt of ons steunt met een donatie.
Bepaal onderaan zelf hoeveel je wilt bijdragen.

Was er dan geen enkel lichtpuntje?

Zeker wel. Zelfs letterlijk én figuurlijk: het videodecor van Momma Hinrichs en Torge Møller (FettFilm). Het Rotterdams Philharmonisch Orkest begint de ouverture tot Rienzi tegen een volstrekt zwarte achtergrond. Dan baant zich midden op het doek een rode streep een weg naar beneden, gevolgd door nog één en nog één, tot het hele achterdoek bedekt is. Naast elke streep lichten schijnbaar met de hand gekraste zigzagfiguren op, tot je je uiteindelijk in een donker bos waant.

Zeven gordijnen – zeven sluiers

Dan schuift het ‘bos’ open en blijkt het een virtueel gordijn te zijn. Het onthult een projectie van horizontale blauwe strepen, alsof we ons bevinden op de zee; een verstild en suggestief beeld. Tijdens de scène uit Les Troyens zakt een virtuele schilderijlijst naar beneden, waarna het ‘schilderij’ zelf net zo blauw kleurt als de jurk van Westbroek. Aan het slot wordt zij door dit raam opgeslokt en verdwijnt ze in de duisternis, een treffende verbeelding van haar zelfmoord.

Tijdens Salome’s sluierdans schuiven de ‘gordijnen’ zes keer weg, om telkens een nieuwe laag te onthullen. De zeven lagen vormen precies het aantal sluiers dat Salome afwerpt om haar stiefvader te verleiden, opnieuw een eenvoudige maar rake vondst.

In deze tijd van visuele overdaad is het subtiele werk van FettFilm een verademing. Hopelijk wordt Albrecht hierdoor geïnspireerd om vrijdag 1 juli tijdens het tweede en laatste concert alsnog een subtielere toon te vinden.

Goed om te weten
Meer informatie en kaarten vindt u via deze link.

1 REACTIE

  1. Oei, wat een pijnlijk commentaar, ‘ben benieuwd of daar ook een NPO opname van is….

Comments are closed.