Het is rond de klok van elf op zondagavond. Jlin tikt met haar wijsvingers een ratelende beat mee in de lucht. Als de meedogenloos zuigende bas invalt, begeleidt ze die met een elleboog omlaag. Haar grijns van oor tot oor wordt door het publiek op gejuich onthaald. Le Guess Who? 2016 (hierna: LGW) loopt ten einde, maar daar denken deze dansers niet aan. De producer uit Indiana krijgt de volle aandacht, ook al speelt Jonny – Radiohead – Greenwood tegelijkertijd elders in Utrecht met een nieuw project.

Jlin wie?

Een dame waarvan je over niet al te lang nog heel veel gaat horen; een immens talent dat vele vrienden gemaakt heeft in Utrecht. En zij niet alleen.

Grote glimlach

LGW is als een familieweekend, zo vertelde organisator en programmeur Johan Gijsen vooraf en die omschrijving slaat de spijker op de kop. Eens per jaar komen tientallen nationaliteiten samen, gaan publiek en artiesten naadloos in elkaar over, worden onderling vriendschappen gesloten. Van woest ogende bebaarde metalbeer met truckerspet tot blotevoetendisco-vrouw tot grijsharige jazz-liefhebber, op LGW trekken zij vier dagen en vroege nachten gebroederlijk op met hipsters, dance-freaks, de houthakkershemden-brigade die voor de betere rudimentaire singer-songwriters komt en Elijah Wood die in de rookruimte gewillig in een groepsfoto-met-fans toestemt.

De verbroedering volgt uit het programma dat over de gehele linie van uitzonderlijk hoog niveau is. Alle bloedgroepen komen elke dag minimaal één keer met een grote gelukszalige glimlach een zaal uit. En het is die euforie die verbroedert.

arnold dreyblatt Foto: Tim van Veen
Arnold Dreyblatt – Foto: Tim van Veen

Verkenning

LGW vierde dit jaar zijn tiende verjaardag en pakte uit. Een kwartet artiesten – Wilco, Savages, SUUNS en Julia Holter – werd gevraagd een deel van het programma samen te stellen. Dat leverde als winst op dat het festival net een tandje dieper naar gebieden binnen de niet-mainstream muziek neeg dan voorheen. Zo werd LGW op donderdag getrakteerd op Arnold Dreyblatt (foto hierboven). Deze Amerikaanse post-minimalistische componist speelde als eerste een werk waarin hij met de strijkstok ritmisch, manisch en in trance trommelde op zijn met pianosnaren bespannen contrabas.

Dit verhaal lees je gratis.

Help de schrijver meer stukken te schrijven!
Onderaan kun je zelf bepalen hoeveel je wilt bijdragen.

Het instrument bracht harmonische boven- en ondertonen voort die aan een drone uit een draailier deden denken. Kleine ‘beatings’ leverden een bijzondere percussieve puls-klank. In het dwarrelende, ietwat sonoor-melodieuze deel van deze geluidwolk gingen de gedachten uit naar zowel Steve Reich als Pauline Oliveros en Alvin Lucier.

In de tweede helft van het concert bespeelde Dreyblatt de bas vanachter zijn laptop. Hij bracht het instrument tot resonantie, terwijl motortjes onder de snaren ervoor zorgden dat de componist live een bloedstollende dialoog schiep tussen de bespeelde bas en de PA die tegelijk invloed had op de trillende snaren en klankkast. Subtiele koerswijzigingen hadden pas na enige tijd, wanneer de feedback effect begon te genereren, groot gevolg. Het was aan Dreyblatt’s vaardige meesterhand te danken dat deze symfonie voor contrabas en elektronica het experiment verre voorbij was. Hij bracht de waarlijk diepere muzikale zeggingskracht van de sonische verkenning voor het voetlicht.

Sonic Instruments of War

Elektronische muziek en zeker de dansbare variant daarvan was altijd nogal een ietwat blinde vlek op LGW. Daarvan was op de tiende verjaardag minder sprake. Niet alleen de eerder genoemde Jlin bracht de dansvloer in beweging. Vóór haar mocht de jonge producer Samuel Kerridge LGW bewerken met een indringend en verzengend industrieel geluid. Na een klassieke opbouw met een ouverture, het uitzetten van melodieuze en ritmische elementen – niet zonder enige menselijke hartslag (of zelfs: romantiek?) –  bracht Kerridge zijn werk tot een daverende finale waarin de korrelige textuur van zijn knarsende ‘sonic instruments of war’ de toehoorder als motten naar een lamp lokte, om ze met machinale kracht ook weer net zo hard weg te meppen.

Op van de zenuwen

LGW is ook het festival dat niet-westerse muziek niet als exotisch curiosum brengt. Fendika, Bassekou Kouyaté & Ngoni Ba, of Les Filles de llaghadad stonden dan ook midden in het programma en niet weggestopt in een ‘wereldmuziek’-zaaltje. Laatstgenoemde act was voor het eerst buiten thuisland Niger. De dames waren op van de zenuwen toen zij in kamermuziekzaal Hertz geconfronteerd werden met een uitzinnig en talrijk publiek. Ze wisten zich nauwelijks raad met de adoratie. Ze kropen in hun schulp en zochten steun dicht bij elkaar.

Hoe langer het concert duurde, hoe losser ze kwamen. En dat ‘langer’ is zeer relatief, want de vrouwen speelden een tribale vorm van Tuareg-blues die in mantra-achtige herhaling zodanig hypnotiseerde en zalfde dat een uur aan show aanvoelde als nog geen tien minuten.

Furie

Tegenover deze onwennigheid stond de extra dot gas die de meeste acts gaven op dit festival. Het feit alleen al dat ze in deze samenstelling mochten spelen, plus de fijnproevers-en-smaakmakers reputatie van het festival, maakten dat het publiek zich mocht verheugen in bands die hun allerbeste beentje voorzetten.

Vrienden en vriendinnen maakte een ontketend Savages zeker en vast. Vooraan raasde een moshpit van jewelste. Stagedivers doken de golvende mensenzee in en knetterwit licht hield de sfeer staalhard, kaal en kil. De furie komt bij de vier vrouwen uit de tenen. De an sich lang niet misselijke platen van deze band vormen nauwelijks een voorbode voor het daverende geweld dat een buitengemeen energiek Savages zonder poespas op deze zegetocht uitrolde.

bo ningen op le guess who
Bo Ningen – Foto: Jelmer de Haas

Net niet ontsporen

Bo Ningen (foto hierboven) had vanaf minuut één in de smiezen dat LGW niet alleen uit hun hand at, de Japanse groep vulde die ook gul. Alsof Can een tik van de metalmolen had gekregen. Terwijl de nodige psychedelica door de blender was gegaan, serveerde Bo Ningen een show die alle kanten dreigt op te schieten, behalve voorwaarts. Maar dat was buiten de snaarstrakke uitvoering van dit viertal gerekend, want wat nét niet ontspoort, blijkt precies de eigengereide koers van de band.

Dat samenspelen en toch net niet helemaal samenvallen, was ook de absolute forte van Deerhoof. De band schakelde moeiteloos en uitermate prettig van chanson naar potige rock naar freejazz, mathrock, Zappa en 8-bit electro: soms in één nummer. Een en ander was nog bij te benen ook en sterker nog: hoogst amusant, zeker live met het beeld van de als Animal uit de Muppet Show meppende drummer en de kleine hyperactieve zangeres die continu stewardessen-uitleg bewegingen maakte (lees: dáár zijn de nooduitgangen).

Legende

Kraut-dampen hangen ook rond Beak>, maar de Britten bleken niet helemaal vooruit te branden. Dinosaur Jr. is ook een diesel die zich op gang moet trekken en die tijd gunden we de mastodonten niet, want er wachtte in het bomvolle programma wel een act die je nog nooit had kunnen zien of zo snel zeker niet meer weer  zou zien.

Zoals Elza Soares (foto hieronder), de legendarische koningin van de samba. Zij werd door organisator en programmeur Bob van Heur aangekondigd als “een natuurfenomeen”. Daar was geen woord gelogen of overdreven aan, zo bleek toen zij, gezeten in een hoge troon, haar stem alle ruimte bood. De volgepakte grote zaal van TivoliVredenburg verstond voor een groot deel waarschijnlijk niet wat de Grande Dame met krachtige en tegelijk fragiel-schurende intonatie te melden had, maar de zeggingskracht droop van elke bezielde lettergreep.

Ook – of beter: juist – aan het eind van haar veelbewogen, zeer tragische leven bewees deze zangeres dat het géven, doorgeven van levenskracht de missie van muziek kan zijn; van de hare ís.

elza soares le guess who
Elza Soares – Foto: Juri Hiensch

Waakvlammetje

Het elixer van Soares was SUUNS op zondag bijster. Met een nukkige houding, op het randje van ongeïnteresseerd arrogant, werkte de groep zich door de show heen. Daarbij viel zeer op dat de vonk die Savages met een vingerknip tot volle ontbranding wist te brengen, hier een ietwat slap waakvlammetje bleef. Het wederom massaal opgekomen publiek stond (en zat zelfs) erbij en keek ernaar. Echt elektrisch wilde de atmosfeer niet worden; donder en bliksem bleven uit, terwijl het jakkerende elektro-rock geluid degelijkheid kende.

In onweersgeraas liet ook Fennesz zijn set eindigen.  Noise en melodie die op het randje van klatergouden kitsch balanceerden, vochten om het spotlicht. De metalen, snijdende distortion zette de Weense geluidkunstenaar vooral in als wat obligate lelijkheid naast alle barokke pracht. Zo zette hij twee palen neer, waartussen geen middengebied opgehangen werd. En dan was het na amper veertig van de ingeboekte zestig minuten ook al genoeg voor hem. Fennesz liet velen in verwarring achter, want een gekortwiekte set is LGW helemaal niet gewend.

swans le guess who
Swans – Foto Jelmer de Haas

Keuzes maken

LGW is ook het festival van de betere bandnamen. Zo was er weinig zwanerigs aan de brute golven van noiserockende drone en bezwerende zang van Swans (foto hierboven). Zo vroeg je je willekeurig af hoe Shopping klonk. Of: Drinks, Entrance, A Dead Forest Index, The Comet is Coming of Let’s Eat Grandma. Het antwoord vind je op LGW en Spotify en dergelijke, want het festivalprogramma waarin maar liefst dertien zalen op één moment bespeeld werden, dwong tot het maken van keuzes. Je miste meer dan je hoorde.

Bij de les

Alhoewel, daar denk je bij The Dwarfs of East Agouza toch heel anders over. Can, Cluster, Neu! bij elkaar, met daarbij een flinke portie space-jazz en psych-folk met de wortels in het Midden-Oosten en je hebt een kostelijke cocktail die in een bizarre spagaat hangt tussen Keulen en Caïro: verbijsterend onderhoudend en verbazingwekkend veelzijdig.

Het mooiste en typische aan LGW is niet alleen dat je een groep als deze als los concert wellicht over het hoofd zou zien, maar ook dat het trio een volgepakte zaal bij de zeker niet gemakkelijke les wist te houden. En dat op een festival, in Nederland, waar elders de klachten van babbelziek en niet-oplettend publiek niet van de lucht zijn.

Van de extreem abstracte noise van Pita tot de pompende en slicke hiphop die Digable Planets brengt of de gierende gitaardrone met freejazz improv-drums van St. Francis Duo: LGW houdt van muziek, heeft aandacht en luistert.

Zo kon het dat, toen Beatrice Dillon het geluid van de branding liet overgaan in zacht zoemende klankschalen en doortrok naar de experimentele elektronica van de BBC Radiophonic Workshop, een kwebbelaar die nietsvermoedend kwam binnenvallen onthaald werd op een meerstemmig “ssssttt”. Hij bond op slag beschaamd in en spitste de oren. Dát luisteren maak je zelden ergens in deze mate van gefocuste verbroedering mee.

Goed om te weten

Gezien: Le Guess Who? 2016, 10 – 13 november 2016, diverse locaties, Utrecht.