Je kunt dit lezen, omdat onze 400+ leden dat mogelijk maken.
Goed hè?

Minder volgen, meer positioneren: de enorme correcties van Big Tech – en wat de kunstsector daaruit moet begrijpen

M

De verleiding van Silicon Valley is hardnekkig. Elke nieuwe technologie wordt aangekondigd als een breuk met het verleden, een sprong vooruit in hoe we kijken, maken en beleven. Maar wie de recente teloorgang van zowel Sora (het videoproductieplatform van OpenAI) als de metaverse (de kunstmatige wereld van Facebook eigenaar Meta) serieus analyseert, ziet vooral iets anders: niet de toekomst van cultuur, maar de grenzen van technologische belofte.

“This feels to many of us like the “ChatGPT for creativity” moment, and it feels fun and new. There is something great about making it really easy and fast to go from idea to result, and the new social dynamics that emerge.” Zei Sam Altman van OpenAI 6 maanden geleden op zijn blog 

““You’ll be able to do almost anything you can imagine” zei Zuckerberg in zijn officiële Founder’s Letter en presentatie bij de lancering van de metaverse-visie van Meta (2021), waarin hij het positioneert als opvolger van het mobiele internet. 

Maar de werkelijkheid blijkt anders.

De feiten zijn helder. Sora, de generatieve video-app van OpenAI, werd na nog geen zeven maanden alweer opgeofferd om ruimte te maken voor een bredere AI-strategie. Tegelijkertijd werd Meta’s metaverse (jarenlang gepositioneerd als het volgende internet) in de praktijk teruggeschaald tot een marginale rol. Wat resteert zijn geen revoluties, maar kostbare correcties. Er is voor miljarden en miljarden in geïnvesteerd.  Voor de culturele sector is dat geen voetnoot, maar een signaal.

Want achter beide projecten schuilt dezelfde misrekening: het idee dat technologische innovatie van bovenaf kan bepalen hoe cultuur zich ontwikkelt. Zowel Sam Altman (OpenAI) als Mark Zuckerberg van Meta presenteerden hun producten als fundamentele verschuivingen in onze omgang met beeld. Maar cultuur laat zich niet ontwerpen in een boardroom, en al helemaal niet afdwingen via kapitaal.

Wat Sora in de praktijk werd, is illustratief. Waar het werd gepresenteerd als een nieuwe vorm van artistieke expressie, bleek het vooral een machine voor wat de auteur scherp typeert als “high-fidelity slop”: eindeloze variaties op memes, ironie, racisme, sexisme en visuele grappen.  Niet omdat de technologie dat per se dicteert, maar omdat gebruikers dat willen. De kloof tussen intentie en gebruik bleek fataal.

De metaverse leed aan een vergelijkbare mismatch. Het idee van een immersieve digitale wereld waarin werken, leren en creëren samenkomen, bleek vooral een projectie van technologische ambitie op een publiek dat daar simpelweg geen behoefte aan had. De beroemde, wat levenloze avatars werden bijna een symbool van die disconnect: een wereld ontworpen zonder gevoel voor hoe mensen zich daadwerkelijk willen bewegen en uitdrukken.  Ernest Cline’s ‘Ready Player One’ is nog ver weg.

De les voor de culturele sector

Voor musea, kunstinstellingen en video makers ligt hier een ongemakkelijke les. De sector heeft zich de afgelopen jaren opvallend vaak laten meeslepen door dit soort beloftes. Van NFT’s tot VR-exposities en AI-tools: telkens opnieuw ontstaat de hoop dat technologie niet alleen een instrument is, maar een nieuwe culturele infrastructuur.

Maar de geschiedenis die in dit artikel wordt geschetst, laat iets anders zien. Werkelijke verschuivingen in visuele cultuur ontstaan zelden top-down. Ze komen voort uit een complexe wisselwerking tussen technologie, gebruikers en economische modellen. Platforms als Vine of Roblox (die wél blijvende impact hebben) slaagden juist omdat ze ruimte boden aan gebruikers om zelf betekenis te creëren, binnen een structuur die dat ook economisch ondersteunde. 

Dat heeft directe implicaties voor de culturele sector.

Ten eerste vraagt het om een andere houding ten opzichte van technologie. Niet langer als belofte van buitenaf, maar als materiaal dat pas betekenis krijgt in gebruik. De vraag is dus niet: wat kan deze technologie? Maar: wat doen kunstenaars, makers en publiek er daadwerkelijk mee?

Ten tweede raakt dit aan governance. Culturele instellingen opereren in een veld waarin digitale afhankelijkheden steeds groter worden – van platforms tot AI-tools. De reflex om achter elke nieuwe ontwikkeling aan te lopen, vergroot die afhankelijkheid. De snelle afbouw van Sora en de metaverse laat zien hoe fragiel die fundamenten kunnen zijn.

En ten derde is er een culturele dimensie die vaak onderbelicht blijft. Als technologieën als Sora vooral leiden tot een overvloed aan generieke, algoritmisch geoptimaliseerde beelden, dan verschuift de rol van de culturele sector juist richting selectie, duiding en kwaliteit. Niet méér productie, maar betere oriëntatie.

Misschien is dat wel de meest relevante conclusie. Niet dat technologie er niet toe doet, maar dat haar impact zelden ligt waar zij wordt aangekondigd. De grote verhalen van Silicon Valley beloven telkens een nieuwe culturele orde. Wat zij in werkelijkheid leveren, zijn experimenten – soms waardevol, vaak tijdelijk. Voor de culturele sector betekent dat: minder geloof, meer oordeel. Minder volgen, meer positioneren. Want wie cultuur serieus neemt, weet dat zij zich niet laat programmeren.

Waardeer dit artikel!

donatie
Ik doneer

Reageer!

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Populaire berichten

Recente uitgaven

Het moeras trekt

Het moeras trekt

Over een stinkende zaak bij het Nederlands Fotomuseum, een pop zonder huid, en waarom dit werk de moeite waard blijft
Analoog of AI?

Analoog of AI?

Vergeet niet om AI te doorgronden. En Holland Festival, en Jip en Naaz, en VPRO.

Categorieën