Omgerekend 2 euro per kuub kregen ze, de arbeidsmigranten uit het Noorden die Almelo inhuurde voor het met de schep graven van een kanaal naar Nordhorn. Het guldendubbeltje uit 1885 mag dan in waarde gestegen zijn, uitbuiting blijkt van alle tijden. Net als arbeidsmigratie. Iets waar Twente dus nogal wat ervaring mee heeft, want het waren Italianen die in de naoorlogse jaren de textielindustrie draaiend hielden. De nazaten van al die migranten staan honderd jaar later tussen de meute die opnieuw roept dat een nieuwe groep ‘ze’ achter ‘onze’ vrouwen en banen aanzit.
Zomaar een les die je meekrijgt van de musical Polderjongens, die zaterdag 29 augustus in première ging, precies op de plek waar de geschiedenis zich 140 jaar geleden afspeelde. Een les die met vette muziek, overdonderende koorzang en twee prachtige, onschuldige hoofdrollen, vette tranen doet rollen bij zelfs het meest doorgewinterde publiek. Niet alleen uit medeleven met de cast die deze première kletsnat van de stromende regen applaus kwam halen.
Zelfvertrouwen
Iedere vierkante meter van ons land heeft meer historie dan je in de officiële geschiedschrijving terug kan vinden. Soms wordt er een verhaal aan toegevoegd, zoals nu door Theater Producties Twente, een organisatie uit de koker van musicalproducent in (relatieve) ruste Gerard Cornelisse. Hij was het, die een aantal jaar geleden streekgebonden, maar professioneel uitgevoerd theater naar Twente bracht, met Almelo als vertrekpunt. De stad, waarvan de stoplichten door Herman Finkers vereeuwigd zijn, hervond dankzij producties als Van Katoen en Water en Van Katoen en Nu, zijn zelfvertrouwen. Dat zijn nuttig bestede cultuursubidiegelden.
Polderjongens gaat dus over de boerenzonen uit Drenthe, Groningen en Friesland die dat kanaal kwamen graven, dat Almelo met Nordhorn ging verbinden. Een klus die een slimme zakenman voor in euro’s van nu omgerekend 30 miljoen binnenhaalde, waarvan een aanzienlijk deel alvast gereserveerd was voor zijn vlucht naar de VS, wegens het onvermijdelijke faillissement. Ook toen waren de gisse jongens van het grootkapitaal al niet te vertrouwen. En grote bouwprojecten die vele malen over de kop gaan, qua budget? Niks nieuws onder de zon, dus.
Dickens
Hoge heren in al even hoge hoeden tegenover arbeiders in gewone kloffies, petten op het hoofd, jeneverfles in de hand, dit alles in Dickensiaanse kleuren geschilderd, op een decor met een heuse praam in beeld. Het is flink van dik hout, maar als dat mooi getimmerd is, hoeft dat geen bezwaar te zijn. Sterker nog: dan doet het gewoon zijn werk.
Er zit een liefdesgeschiedenis is, zoals het hoort, maar dit keer werkt die dus ook op de traanklieren. Verhaaltechnisch is de jongen-ziet-meisje uit de verkeerde klasse veel beter verwerkt dan gebeurde in Door Het Stof, een vorige productie van de Twentse locatietheaterproducent. Komt ook omdat Sofia Ferri de vrouwelijke hoofdrol speelt en zingt. Dat doet ze waanzinnig goed. Zelfs de meest ingewikkelde uitlegliedteksten, een noodzakelijk kwaad in veel musicals, zingt ze met een hartstocht die je doet verlangen naar iedere nieuwe opkomst.
Universeel
Almelo is stadstechnisch niet moeders mooiste. De locatie, in de oude industriehaven, die inmiddels stevig gegentrificeerd wordt, moet het ook echt van het gebouwde decor hebben. Erachter liggen de luxejachten die er deze zomer wegens droogte niet weg konden komen, waardoor de rijke eigenaren dit keer toch echt met de trein naar Nordhorn moesten. Net als iedereen deed, toen het meest overbodige stukje water van Nederland geopend werd.
Het is zulke tragiek om een nooit ingeloste belofte, die de futiliteit van het graafwerk door die honderden poldergasten vergroot tot iets wat over ons hele aardse bestaan gaat. Dat heet universaliteit, en het is prachtig dat een zo lokaal theaterproject je dat kan laten voelen.




