‘Alleskunner’ Boy Edgar onthutsend geportretteerd

Boy Edgar was de bekendste bigbandleider van zijn tijd, maar tegelijk een druk bezette arts en een alcoholist. Voor het eerst verscheen een biografie over deze ADHD’ende alleskunner. Een indrukwekkend, soms onthutsend boek dat slechts incidenteel door feitelijke onjuistheden wordt ontsierd.

Leden lezen gewoon door

(Met de betaalknop hieronder word je geen lid, maar koop je steeds losse stukken met een tegoed van onze partner Katalysis. Een echt lidmaatschap van Cultuurpers biedt meer, zoals onbeperkte toegang tot ALLE verhalen (en een nieuwsbrief).)

Hij was overdag onder meer een vermaard neuroloog, een revolutionair abortusarts en de eerste huisarts in de Bijlmermeer. ’s Nachts was hij jazzpianist en –trompettist, componist en arrangeur en vooral de leider van een bigband waarin de beste jonge en oude jazzmuzikanten van Nederland samenwerkten. En tegelijkertijd was hij ook nog een groot innemer van drank en een vrouwenversierder.

De onlangs verschenen biografie van Boy Edgar (1915 – 1980) draagt als ondertitel ‘Het dubbelleven van een alleskunner’. Maar die term ‘dubbelleven’ lijkt al tekort te schieten; eigenlijk leed hij drie, vier levens tegelijkertijd. Hij stierf op zijn 65ste, volstrekt opgebrand.

Over zo iemand valt een spectaculaire biografie te schrijven, en dat hebben de journalisten Marie-Claire Melzer en Marieke Klomp dan ook gedaan. Het is een enerverend boek geworden, waarin gelukkig niet met de mantel der liefde wordt bedekt dat de glorietijd van Edgars bigband van korte duur was; de neergang van het in 1960 opgerichte orkest begon al begin jaren ’70.

Muzikanten bleven weg omdat Edgars arrangementen steeds meer beperkt waren tot wat rommelig genoteerde maten. Opdrachten van de omroepen werden daarom ook schaars. Zijn aanstelling bij een wetenschappelijk instituut werd opgezegd aangezien hij zich er zelden vertoonde. De drank leek soms Edgars enige trouwe bondgenoot.

Hoe Edgar klonk op zijn best, is te horen op een gloednieuwe cd met niet eerder uitgebrachte live-opnamen: Return (Nederlands Jazz Archief). Boy’s Big Band trekt hierop, midden jaren ’60, alle registers open. Edgar laat sfeervolle klanken á la Duke Ellington horen, maar werkt ook samen met de jonge honden van die tijd, onder wie Theo Loevendie. De wilde jazzcats worden mooi in toom gehouden door gedisciplineerde studiomuzikanten, terwijl die laatste groep onder Edgar eens met avontuurlijk materiaal wordt geconfronteerd. Vrijwel iedereen speelt op de toppen van zijn kunnen.

img304

De auteurs schrijven: ,,Hij verjoeg de spruitjeslucht uit de Nederlandse jazz door zich niets aan te trekken van de stammenstrijd tussen de beboppers en de avant-gardisten. Hij werkte gewoon met iedereen die hij goed vond.’’
De biografie beschrijft een leven dat zich leent voor een speelfilm. De in Amsterdam geboren en overleden Edgar groeide op als zoon van een steenrijke, Armeense vader die alles verloor na de Beurskrach van 1929. Hij betaalde zijn studie deels als ongeschoold maar uiterst muzikaal jazztrompettist. Hij wordt nog altijd herinnerd als een verzetsstrijder die gedurende de Tweede Wereldoorlog voortdurend zijn leven waagde ten bate van Joodse onderduikers. Hij promoveerde op de oorzaken van multiple sclerose, de ziekte waar zijn eerste vrouw aan bezweek.
In de jaren ’60 behoorde hij tot de eersten die overheidsgeld voor een jazzorkest wisten los te krijgen. Dat lukte hem dankzij zijn tomeloze charme, charisma en energie. ,,Vrijwel alle geïnterviewden begonnen te stralen zodra ze over Boy Edgar gingen vertellen’’, schrijven de auteurs.

Het enige manco van deze biografie betreft een relatief bescheiden hoeveelheid feitelijke onjuistheden. De auteurs hebben zich weliswaar grondig verdiept in Edgars leven – met waardevolle steun van dochter Jane Edgar – maar zijn geen allround jazzkenners. We lezen hier bijvoorbeeld dat recensent Mike Zwerin ‘zelden over Europese jazz schreef’, terwijl hij bij uitstek een journalist was die daar het nodige over op papier heeft gezet. De Diamond Five zou ‘alleen eigen stukken’ spelen, terwijl de band in werkelijkheid alle populaire hardbop-hits op het repertoire had. Chet Baker zou een typische representant van de hardbop zijn. Zo makkelijk laat de geschiedenis zich niet herschrijven.

Maar dit zijn details in een boek dat het verleidelijk maakt voor amateur-psycholoog te gaan spelen. Want wat dreef de even rusteloze als begaafde Edgar toch? Het lijkt er op dat hij na een verwarrende jeugd vergetelheid zocht in een veelvoud aan activiteiten. Een soort onzekerheid kan daar ook aan ten grondslag liggen: als hij kritiek meende te vernemen op zijn werk als medicus, kon hij altijd terugvallen op zijn muzikale reputatie – en andersom.

Om nogmaals de auteurs te citeren: ,,Officieel stierf hij aan een leverkwaal maar je zou kunnen zeggen dat hij verscheurd raakte tussen alles en iedereen.’’

[bol_product_links block_id=”bol_5acfaae8abe9a_selected-products” products=”9200000035871289,9200000035881183″ name=”boyedgar” sub_id=”” link_color=”003399″ subtitle_color=”000000″ pricetype_color=”000000″ price_color=”CC3300″ deliverytime_color=”009900″ background_color=”FFFFFF” border_color=”D2D2D2″ width=”590″ cols=”2″ show_bol_logo=”0″ show_price=”1″ show_rating=”1″ show_deliverytime=”1″ link_target=”1″ image_size=”1″ admin_preview=”1″]

Cd: Boy’s Big Band: Return (Nederlands Jazz Archief).

Goed verhaal? Laat het weten met een kleine bijdrage.

Deel dit:
[gravityform id="10" title="true" description="true" ajax="true" tabindex="0"]