Het Gergiev Festival in Rotterdam levert een gloednieuw meesterwerk op

‘De melodische gave van Rachmaninov is indrukwekkend en maakt de componist zeer populair’. Zo vat Valery Gergiev kernachtig de kwaliteit van Rachmaninovs muziek samen. Het Gergiev Festival dat zich dit weekeinde afspeelde rond deze componist houdt zich nadrukkelijk aan de populaire werken: de pianoconcerten en symfonieën . Toch laat het veel composities weg die deze werken meer kader hadden kunnen geven.

Leden lezen gewoon door

(Met de betaalknop hieronder word je geen lid, maar koop je steeds losse stukken met een tegoed van onze partner Katalysis. Een echt lidmaatschap van Cultuurpers biedt meer, zoals onbeperkte toegang tot ALLE verhalen (en een nieuwsbrief).)

Zo werd ‘The Bells’, voor solisten, koor en orkest, om – begrijpelijke – financiële redenen niet uitgevoerd. Het duistere ‘Isle of the Dead’ of het symfonisch gedicht ‘The Rock’ hadden wellicht meer toegevoegd als illustratie van de achtergronden van Rachmaninov. Hoe dan ook: op verzoek van Gergiev schreef Vladimir Tarnopolsky een ode aan Rachmaninov, een werk geïnspireerd door deze componist. En hoe. Het Rotterdams Philharmonisch Orkest speelde ‘Tabula Russia’. Dit is een niet veel langer dan tien minuten durend meesterwerk voor groot orkest met achterin zes man slagwerk. Daarbij veel aan klokken gerelateerd instrumentarium.

Deze klokken zijn overal verstopt in Rachmaninovs repertoire terug te vinden, maar Tarnopolski componeerde een compleet Russisch-orthodox carillion voor orkest. De bronzen opening via plaatklokken zette een pulserende machine in beweging waarbij klokgelui door het hele orkest heen en weer wiegde. Tarnopolski heeft de onder- en boventonen van klokken in alle vormen en maten over het hele orkest weten te verdelen, elke instrumentale groep voegde er een deel aan toe. De donkerbronzen klanklagen vulden de grote zaal van de Doelen en het omvangrijke changement daarna bood gelegenheid om alle pracht en praal even te laten bezinken. De componist was zelf getuige van deze uitmuntend uitgevoerde wereldpremière en het zou eeuwig zonde zijn als het bleef bij deze ene uitvoering op de vrijdagavond. Een prachtig cadeau bovendien: Gergiev kreeg het aangeboden van het festival en het orkest ter gelegenheid van zijn 60e verjaardag en tevens zijn 25e jubileum bij het RPhO.

Rachmaninov en klokken, maar ook Rachmaninov en ‘Dies Irae’. En Rachmaninov en Hollywood. Dit merkwaardig amalgaam zorgde voor de derde symfonie, geschreven in 1936. Deze symfonie, ook deze vrijdagavond uitgevoerd, laat iets zien van Rachmaninovs sombere dispositie, maar ook van de nieuwe wereld waar hij in terechtgekomen was, de glamour and glitter van Hollywood. De onder geëmigreerde Russen niet ongebruikelijke melancholieke gedachte aan Moedertje Rusland streed met veel lichtere, soms jazzy aandoende akkoorden waarbij de componist niet zelden langs de rand van de kitsch scheerde, zonder er overheen te kukelen. Daarmee werd de echte peilloze diepte van depressiviteit steeds vermeden, ofschoon Rachmaninov daar nogal eens onder zuchtte.

De brille van Rachmaninov is te vinden in de ‘Rapsodie op een thema van Paganini’ voor piano en orkest en de ‘Symfonische Dansen’ voor orkest alleen. De ‘Paganini Rapsodie’ werd vertolkt door de nog jonge, briljante pianist Behzod Abduraimov (25). Alle elementen van Rachmaninovs eigen pianospel – hij was tenslotte in eerste instantie concertpianist – werden van ongeloofelijk veel detail voorzien. De beroemde melodie op ongeveer twee-derde van het werk is een regelrechte verwijzing naar Tsjaikovski, meer nog dan een verwerking van Paganini’s 24e capriccio voor vioolsolo.

Waar in de rapsodie de piano een hoofdrol speelt, is dit instrument in de ‘Symfonische Dansen’ evenmin ver weg. Alle pianistiek die Rachmaninov in de vingers had gingen op in deze orkestcompositie: zijn laatste. Dit werd donderdagavond door het orkest van het St. Petersburgse Mariinski Theater onder leiding van Gergjev uitgevoerd. Dit orkest onderging een drastische verjongingskuur en maakte daarmee een kwalitatieve ruk opwaarts. Opgesteld volgens de idee van hun voormalige chef Mravinsky, met de bassen linksachter en de violen één en twee tegenover elkaar, kreeg het orkest vleugels terwijl de klank steeds transparant bleef.

Voor de zaterdag is er meer piano-extravaganza: verdeeld over twee uitvoeringen worden alle vier de pianoconcerten gespeeld, de bekendste 2e en 3e uiteraard, maar ook de enigmatische 4e. Dit concert kwam niet tot stand als de andere, in één sessie. Hier zijn maar liefst drie varianten van bekend. Pogingen één en twee in 1926, de definitieve variant als vervolmaking van poging twee in 1940. De namen van de pianisten doen op zich al een run op de tickets ontstaan: Alexei Volodin, Alexander Gavrylyuk, Sergej Babajan en Dmitri Masleev, winnaar van het Tsjaikofski Concours van dit jaar.

Rotterdam, de Doelen: Rotterdam Philharmonic Gergiev Festival m.m.v. Orkest Mariinsky Theater, Rotterdams Philharmonisch Orkest o.l.v. Valeri Gergiev. Bijgewoond: donderdag- en vrijdagavond. Informatie: www.rpho.nl, www.gergievfestival.nl. Het festival is uitverkocht.

[gravityform id="10" title="true" description="true" ajax="true" tabindex="0"]