Op zijn vijfde ging hij viool spelen, en al na een half jaar gaf hij zijn eerste optreden. Op zijn zeventiende won hij als jongste deelnemer ooit het prestigieuze Koningin Elisabeth Concours. In 2002 speelde de in 1971 in Novosibirsk geboren Vadim Repin op het huwelijksconcert van Willem-Alexander en Máxima, samen met het Koninklijk Concertgebouworkest.

Drie jaar geleden startte Repin zijn eigen Trans-Siberian Art Festival, dat volgende week begint. Op 31 maart en 1 april is hij te gast bij het Noord-Nederlands Orkest, als solist in het Tweede Vioolconcert van Sergei Prokofjev. Ik sprak hem woensdag 30 maart op Schiphol.

Prokofjev schreef zijn Tweede Vioolconcert in 1935, vlak voor hij voorgoed terugkeerde naar de Sovjetunie. Op dat moment omarmde hij een ‘nieuwe eenvoud’. Hoe eenvoudig is dit stuk?

Nou, dit is helemaal niet zo’n simpel concert. Neem alleen al de ontstaansgeschiedenis. Hij begon eraan in Parijs, schreef het tweede deel in de Russische stad Voronezj, orkestreerde het in Bakoe in Azerbeidzjan en werkte er ook nog aan in Spanje. Het ging in Madrid in première. Het concert lijkt op het eerste oog één grote chaos, maar bij nader inzien blijkt die juist perfect georganiseerd.

Ondanks de zeer verschillende elementen wordt het stuk namelijk gekenmerkt door een bijzonder poëtische, ballade-achtige manier van schrijven. Neem alleen al die eindeloze melodie, het hoofdthema aan het begin van het tweede deel, dat aan het eind daarvan weer terugkeert. Dat oneindig uitgesponnen thema geeft het deel een perfecte structuur, er ontstaat een prachtige brug. Ik vind het de meest geniale melodie van de twintigste eeuw.

In het derde deel geven de castagnetten de muziek een Spaans tintje en aan het slot ontaardt het geheel in een totale, wilde chaos. Heel indrukwekkend en expressief, gewoonweg fantastisch. Het is een van de meest perfecte vioolconcerten die ik ken, hoe vaker ik het speel, hoe meer ik ervan ga houden en hoe sterker ik me erin vast wil bijten. Elke noot heeft een verbazingwekkend grote betekenis.’

Hoe vaak heeft u het concert gespeeld?

‘Ik begon er zo’n tien jaar geleden aan, maar het was een beetje een stroeve start. Ik speelde het een paar keer, maar had het druk en er waren andere concerten waar ik op dat moment gek op was. Toen gebeurde er iets bijzonders. Het Amerikaanse Orpheus Chamber Orchestra vroeg me voor een tournee met dit Tweede Vioolconcert, die zou eindigen met een concert in Carnegie Hall. Ze wilden het spelen zonder dirigent, dus ik zou zelf het orkest moeten leiden vanaf mijn instrument.

Ik schrok me dood, maar na een lange tijd nadenken besloot ik de uitdaging aan te nemen. Het is een van mijn meest memorabele muzikale ervaringen geworden. Hierdoor ben ik totaal anders gaan denken over allerlei details in muziek, over de orkestpartituur in het algemeen. Omdat ik niet alleen solist maar ook dirigent was, moest ik die van haver tot gort kennen. Ik zou hem nu in één nacht uit mijn hoofd kunnen reproduceren. Misschien met een paar foutjes, maar toch, ik ken het notenbeeld door en door en weet precies wat welk instrument op welk moment doet.

Ik moet eerlijk zeggen (verontschuldigend lachje): ook door het bestuderen van de orkestpartituur dringt het woord perfectie zich aan me op. Het stuk laat niet alleen de soloviool schitteren, maar is ook een absolute showcase voor het orkest an sich. Elk instrument heeft zulk bijzonder materiaal te spelen, dat maakt het nóg meer tot een gigantisch meesterwerk.’

Heeft dit concert van Prokofjev raakvlakken met vioolconcerten die nog levende componisten als James MacMillan en Lera Auerbach voor u componeerden?

‘Ik denk dat iedereen die ook maar iets doet in de muziek een liefde opvat voor Prokofjev, door hem geraakt en beïnvloed wordt. En vooral: geïnspireerd. Maar  je kunt hem niet vergelijken met James MacMillan, dat is een Schot, een warme persoonlijkheid bovendien. Zijn muziek is geworteld in de Schotse folklore en geeft ruimte aan de magie van deze volksmelodieën. Lera Auerbach is Russisch en heeft weer een heel andere muzikale taal, gebruikt een ander harmonisch spectrum.

Voor je verder leest...

Blij met dit verhaal? Klik dan op 'like' en maak Facebook rijk.

Of:


Klik op 'lid worden' en maak Cultuurpers sterk.

Hun stukken zijn fantastisch op hun eigen manier en helemaal van de eenentwintigste eeuw, maar Prokofjev is klassiek. En wat hij ook schrijft, al na drie maten weet je: dit kan alleen maar Prokofjev zijn. Neem het Tweede Vioolconcert, waarin hij zijn horizon geografisch enorm heeft verbreed. Toch klinkt in elke vezel zijn eigen stem. Het maakte voor hem niet uit waar of onder welke omstandigheden hij componeerde, altijd is er die onvervreemdbare herkenbaarheid.’

Hij staat centraal op uw Trans-Siberian Art Festival dat in april begint, samen met Yehudi Menuhin. Waarom zij?

‘Menuhin was een van de meest bijzondere zegeningen in mijn leven, als persoonlijkheid, als musicus, als icoon. Ik kreeg weliswaar nooit vioolles van hem, maar toch heeft hij me ontzettend veel geleerd, in wat ik maar de school van het leven noem. Ik heb vaak met hem gewerkt. We hebben bijvoorbeeld samen met het Weens Kamerorkest een vioolconcert van Mozart opgenomen.

Zijn honderdste geboortedag kon ik uiteraard niet voorbij laten gaan zonder iets speciaals te doen, daarom eer ik hem tijdens mijn festival. Datzelfde geldt voor Prokofjev, die 125 jaar geleden geboren werd. Ik heb hem nooit gekend, maar hij is beslist een van mijn favoriete, zo niet mijn meest geliefde componist.’

Tijdens een masterclass maande u een student meer vrijheid te nemen. Maar er is toch een partituur die je moet volgen?

‘Het hangt af van de context, vrijheid is heel belangrijk in muziek. Maar pas als je de noten tot in de perfectie kent en precies weet wat je wilt zeggen, kun je je enige vrijheid veroorloven. Waar gaat je spel over, wat is je boodschap, dat moet je heel goed weten. Zo kan elke uitvoering een ander verhaal vertellen, maar het doel, de reis die je maakt is altijd door de componist bepaald. De partituur is onze bijbel.

Ik heb trouwens een theorie over componisten. In de achttiende, begin negentiende eeuw, stonden in de partituur alleen noten, ze zijn als het ware leeg, eenvoudig. Vanaf de Romantiek komen er steeds meer geschreven aanwijzingen bij, hoe dichter je bij onze tijd komt, hoe meer. Niet stoppen met spelen, niet zachter gaan, niet dit, niet dat. Vooral dingen die je niet mag doen.

Ik denk dat dit te maken heeft met de ontwikkeling van het reizen en van onze leefstijl in het algemeen. Componisten kregen steeds vaker de kans hun stuk uitgevoerd te horen en grepen dan ontzet naar hun hoofd: hoe ver kan dit gaan? We moeten meer controle over de uitvoering hebben. Enerzijds is het voor ons een hulp tijdens het spelen, anderzijds heeft het ook iets komisch.’

U spreekt vaker over het verschil tussen de viool laten zingen of spreken. Wat moeten we ons daarbij voorstellen?

‘Tijdens het vioolspelen is spreken misschien nog wel belangrijker dan zingen. Natuurlijk, je associeert de viool met belcanto, met mooi zingen, we imiteren als het ware de zangers. Maar aan de andere kant heeft het laten spreken van je instrument meerdere betekenislagen. Ik herinner me nog goed dat ik als jongetje de memoires las van de cellist Gregor Piatigorsky en enorm geraakt werd door één verhaal. Dat herinner ik me als de dag van gisteren.

Piatigorsky vertelt hoe hij voor het eerst de beroemde Russische bas Fjodor Sjaliapin ontmoet. Hij spreekt hem aan: maestro, wat geweldig u te mogen ontmoeten, een enorme eer! Dan gaat hij verder: u moet weten, ik speel cello en tijdens het spelen imiteer ik uw stem, dat is mijn ideaal. Sjaliapin zwijgt tien seconden en zegt dan: U bent een idioot. Je moet niet zingen op je instrument, maar spreken! Een simpele en tegelijkertijd ingewikkelde boodschap, die ik als musicus nog altijd koester.’.

Vadim Repin bij NNO, de speellijst vind je hier. Het concert van 1 april vormt onderdeel van het AVROTROSVrijdagconcert en wordt live uitgezonden op Radio 4.