In de serie (On)gehoord presenteer ik elke maand buitengewoon geluid dat niet onopgemerkt en onbesproken blijft. In deze December-editie: Brume, Cinema Perdu, Emanuele de Raymondi, Mark Fell, Zeno van den Broek en James O’Callaghan.

Als een bankschroef om de hals

Brume – Mother Blast (LP, Grautag)

Het Grautag-label van Nicolas Moulin staat garant voor dystopische klanklandschappen. Die landschappen presenteert het label live in concerten waarin de acts zonder pauzes of aankondigingen elkaar opvolgen in ouderwets oranje sodiumlicht. Stasis speelt een belangrijke rol: het publiek dient alle hoop te laten varen. Gevangen in het nu wordt de luisteraar ervan doordrongen hoezeer Moulin’s visie breekt met grote verhalen en meeslepende vergezichten.

De Franse industrial pionier Christian Renou bracht met zijn Permafrost-album, dat verscheen onder nom-de-plume Brume, de gevoelstemperatuur al ver beneden het vriespunt. Brume veroorzaakte een comateus vacuüm; een niemandsland dat op Mother Blast een update of tweede hoofdstuk krijgt. De dreigende composities zijn zwanger van koude oorlogsdreiging en roepen angst op zoals JG Ballard die oproept.

Het scheelt niet heel veel of de uitgesponnen en beklemmende kraut-industrial was revisionistisch en reactionair nostalgisch geweest. Renou slaagt er echter in de omineuze toestand vier plaatkanten lang te plaatsen in een heden dat verleden noch toekomst kent. Zijn naargeestigheid lijkt van alle tijden. Vooral daardoor voelt zijn houdgreep als een bankschroef om de hals. Muziek voor de dag van morgen die toch al weggegooid is.

Zo klinkt de Nederlandse kunstlijn

Cinema Perdu – Interventions in a Landscape (CD, Moving Furniture)

Martijn Pieck, lid van The [Law-Rah] Collective, regisseert vanuit Utrecht solo soundtracks zonder films. Hij kneedt fragmenten, flarden, rode lijnen en verhaallijnen, dialogen, innerlijke mijmeringen en flashbacks tot een narratief. Hij vertelt een verhaal met gemanipuleerde field recordings en spaarzaam gebruik van sampler en synthesizer. Zijn werk waart rond in het grijze gebied tussen feit en fictie. Hij biedt genoeg aanknopingspunten voor feitelijke herkenning en voert met een zekere romantische touch de menselijke maat de digitale, machinale wereld binnen. Daardoor klinken Cinema Perdu’s composities weinig industrieel. Ze knopen veeleer aan bij de pioniers van de GRM zoals Luc Ferrari.

Interventions in a Landscape verklankt plaatsen langs de Nederlandse kustlijn waar menselijk ingrijpen impact gehad heeft. Pieck hoort daar contrasten vergroot worden, zoals tussen het kolken van de branding tegenover de rust aan de andere kant van de dijk bij Leihoek. De romantiek van die de componist brengt lokale focus in de klanken en het reliëf in de lagen, ritmes en texturen. Het is of je erbij bent en Pieck (vooral, maar niet alleen) je bepaalde geluiden aanwijst en daar gloedvol over vertelt – up close and personal.

Voor je verder leest...

Wij doen ons best om onafhankelijke en volledig professionele journalistiek over de wereld van kunst en cultuur te brengen. Journalistiek die al heel veel mensen waarderen, omdat het op zo weinig plekken nog gebeurt. We kunnen daarmee doorgaan als jij lid wordt of ons steunt met een donatie.
Bepaal onderaan zelf hoeveel je wilt bijdragen.

Wat een groots, meeslepend betoog had kunnen zijn, kruipt zo klein en intiem onder huid. Dat maakt het intens persoonlijk. In die met Pieck gedeelde tijd is de verloren (smal)film als persoonlijk verhaal voor iedereen te (her)vinden.

Speelse liefdesverklaring aan Jarre

Emanuele de Raymondi – EXUL (Download, Zerokilled)

De Romeinse componist Emanuele de Raymondi laat zich beïnvloeden door elektronica, geluidkunst en hedendaagse (minimale) gecomponeerde muziek. Akoestische instrumenten werden door De Raymondi voorheen door de digitale mangel gehaald. Zo kwam hij ui bij nieuwe wisselwerkingen waarin de werken met klarinettist Oguz Buyukberber zowel de menselijke als de machinale virtuositeit deden stralen. Op EXUL draait hij het script om dat hij tot nu toe volgde.

De Raymondi bezingt met deze EP zijn liefde voor synthesizers en elektronica en voegt daaraan spaarzaam akoestisch instrumentarium toe. Het levert een speelse liefdesverklaring op aan de grootmeester in het synth-genre, Jean-Michel Jarre. Analoge, vintage synthesizergeluiden mengen naadloos met de twinkelende toets van de vleugelpiano. In brede stroken in het laag wapperen apreggiators en sequencers door nevelen waarin viool, cello en harmonium lijken te huizen.

De Raymondi rekent af met het onderscheid tussen elektronisch en akoestisch instrumentarium. Hij laat die twee zelfs in elkaar opgaan tot op het punt waar deze niet meer van elkaar te scheiden zijn. EXUL blijkt met zijn tien minuten speeltijd een vingeroefening en voorbode van werk met meer beklijvende diepgang dat deze premisse verder uitwerkt.

Een van de beste releases van 2016

Mark Fell – Focal Music #3, #4, #5a, #5b (Cassette, Tapeworm)

Deze vier werken uit de Focal Music-reeks van Mark Fell lijken op het eerste gehoor mijlenver verwijderd van zijn typische elektronische dansmuziek met straffe, zij het verknipte ritmiek. Echter: Fell’s composities raken wel degelijk aan de onconventionele en verspringende maatsoorten en zijn kiene oor voor textuur en timbre die ook uit dat meer bekende werk spreken.

Fell genereert met zijn Focal Music een patroon dat via hoofdtelefoon naar violist, pianist of alt-violist gestuurd wordt. Zij spelen in real time mee en proberen de ongewone en subtiele veranderingen in dat patroon bij te benen. Dat blijkt lastig, vooral wanneer de intervallen los komen van enig houvast. De spelers moeten het hebben van hun ervaring en het palet aan klanken dat hun instrument kent om de gaten in de ‘achtervolging’ te vullen.

Focal Music mag sterk conceptueel onderbouwd zijn, de uitwerking spreekt ook zonder kennis van de mathematica erachter boekdelen. Fell’s solostukken maken de luisteraar actief deelgenoot van het intrigerende spel tussen rigide systeem, kunde van de solisten en de menselijke neiging tot voorspellen, verklaren en invullen. Wat Fell’s compositie is, wat ingevuld wordt door de solisten en wat jezelf denkt te mogen verwachten loopt volledig door elkaar. Het is desoriënterend als een nieuwerwetse variant van music of changes and of chances. Steeds opnieuw zo onvoorspelbaar dat de hoogste focus in luisteren gevraagd is. Mark Fell levert met deze cassette één van de beste releases van 2016 af.

Bewegen zul je

Zeno van den Broek – Shift Symm (Digitaal triptiek, Sedition // Download, Establishment Records)

Zwermen oscillerende sinusgolven kaatsen door onbepaalde ruimten. Ze knetteren door extreem hoge frequenties en doen de glazen in de kast rammelen van de basgolven. De Nederlandse (geluid)kunstenaar Zeno van den Broek presenteert vanuit zijn huidige woonplaats Kopenhagen een essentialisme in ruimtelijke verkenning. Het extreem uitgebeende werk bevraagt, verschuift en manipuleert bekende parameters van symmetrie in compositie, om die uiteindelijk onderuit te halen.

Shift Symm zet je voortdurend op het verkeerde been. Dat gebeurt visueel in de vorm van de videokunstwerken [hints]die vormen samen een triptiek en verschijnen in een gelimiteerde editie bij de online galerie Sedition[/hints], maar ook in de vorm van de audio-only EP. Van den Broek neigt naar een eenvoud. Hij slaat echter ongenadig toe door juist de patronen die je denkt te herkennen panoramisch zowel in beeld als geluid te vervormen en verstoren waardoor je alsnog met weinig houvast zit.

Van den Broek vult de lege ruimte van de conceptuele architectuur in met filligraan-ruis, knerpende en snerpende spikes aan noise, straffe beats en desoriënterende subbassen. Of: met panelen die om diverse assen blijken te kunnen draaien, in en uit elkaar schuiven en een raster of rooster vormen, maar dat staat ook weer niet stil. Flitsend tekent Van den Broek texturen met de vlekken voor je ogen.

Bewegen zul je: loop maar eens naar de linker, dan naar de rechter speaker, beweeg je hoofd langzaam als je midden tussen de luidsprekers staat, doe dat terwijl je de choreografie in de videokunst volgt. Zien en horen, de ruimte die beide vullen; je eigen positie ten opzichte van een en van ander: Van den Broek mag dan eenvoud serveren, maar zijn werk is allesbehalve simplistisch, gemakkelijk of eenduidig. Deze gecomprimeerde reductie biedt alle gelegenheid vooral de ruimte van het niet-weten, het niet-beschrevene, te vullen. Dat doe je zelf misschien nog wel meer dan Van den Broek in wiens werk het gereduceerde minimalisme de overgelaten ruimte(n) maximaal bespeelt.

Hamers tegen je voorhoofd

James O’Callaghan – Espaces Tautologiques (CD, empreintes DIGITALes)

Geluidkunstenaar en componist James O’Callaghan presenteert vanuit Montréal een viertal akoesmatische werken die het midden houden tussen hedendaags-gecomponeerde muziek, concrète experimentalisme en sound art-installatie. O’Callaghan heeft een zeer verfijnd oor voor kleuring van klanken die hij aantreft in omgevingsgeluid, found sounds, ruimtelijke akoestiek, maar ook in minutieus onderzochte typische eigenschappen van timbres van akoestische instrumenten.

O’Callaghan is uiterst nauwgezet en kundig in het tonen van niet alleen deze brede variëteit aan materialen, maar evenzeer de muzikale vorm. Die vorm lijkt in eerste instantie nauwelijks tot geen coherentie te hebben en bol te staan van toevalligheden. Bij nadere beluistering echter blijkt O’Callaghan’s werk een meeslepende viering van niet alleen het veelkleurige palet, maar ook van resonanties die hem zelf verbazen. Dat laatste vindt hij alleen al door de herhaling van procedures: imitatie, versterking, verdichting, stapeling, herneming.

De componist zet de toehoorder midden in de piano, waarbij snaren die tot het uiterste gespannen worden voor ze knappen. Ze galmen tussen een subtiel gekletter van waterdruppels, terwijl de klankkast als woodblock gebruikt wordt en de hoogste noten door pure sinusgolven tot voorbij de gehoorgrens worden doorgetrokken. Alle geluiden staan tot elkaar in een organische relatie die de avontuurlijke luistergang van de componist presenteert. De cd is daar een momentopname van.

O’Callaghan vertelt een verhaal in geluid dat hij samenstelt uit een veelheid aan originele klanken. Die tocht zélf heeft minimaal even veel mogelijke ‘resultaten’. Dat geldt in live-uitvoering, maar ook voor playback in de concertzaal tot aan de stereo thuis of per hoofdtelefoon onderweg. De nodeloze herhaling is bij O’Callaghan dan ook vooral niet versteend, maar een open uitnodiging ruimten te blijven verkennen, verklanken en beluisteren. Als het moet met je oor in een vleugel, zo dichtbij de hamers dat ze tegen je voorhoofd slaan.