Arno Schuitemaker @hollandfestival: ‘Ik wil een nieuwe manier, een nieuw vocabulaire vinden, dat nog niet in mijn vorige werk te zien is geweest.’

Arno Schuitemaker - foto: Bowie Verschuuren

Met ‘The Way You Sound Tonight’, dat op het Holland Festival 2018 in wereldpremière gaat, zet choreograaf Arno Schuitemaker een volgende stap in zijn creatieve ontwikkeling. Hij omschrijft zijn voorstelling als een ‘akoestische ballroom’. Ik spreek de in 1976 geboren dansmaker, die ooit studeerde aan de Technische Universiteit in Delft, over zijn werk en zijn motieven.

‘In de trilogie ‘WHILE WE STRIVE’, ‘I will wait for you’ en ‘If You Could See Me Now’, die ik de afgelopen drie jaar maakte, zocht ik met mijn dansers naar een integratie van beweging, licht en geluid. Ik bedoel dit niet alleen technisch. Beweging, licht en geluid vormden samen één beleving, in elk van de drie voorstellingen vanuit een eigen perspectief.’

‘Terwijl we hieraan werkten, ontdekte ik hoe belangrijk het was ook de ruimte in die integratie te betrekken. Dat is wat ik in ‘The Way You Sound Tonight’ explicieter doe dan in de trilogie die ik maakte.’

foto Sanne Peper

Ruimtebeleving

‘Om me in deze thematiek te oriënteren las ik een boek van de Finse architect Juhani Pallasmaa. Het heet ‘The Eyes of the Skin’ en heeft als ondertitel: ‘Architecture and the Senses’. Het inspireerde me. Dat wil niet zeggen dat ik wat ik in dat boek las in een voorstelling ging vertalen. Eén zin of een kleine alinea in een boek kan al genoeg zijn om een beeld in me op te roepen waar ik met een voorstelling naartoe wil. In dit boek is het vooral Pallasmaas idee dat je ruimtebeleving niet alleen afhankelijk is van de visuele vorm, dus hoe een ruimte eruitziet, maar dat op een onbewust niveau de echo een belangrijke rol speelt in je ruimtebeleving.’

‘Voor mij stond al vast dat ik na de trilogie werk wilde maken voor een veel grotere ruimte. De trilogie werd voornamelijk in kleine theaters uitgevoerd. Wat ik in ‘The Eyes of the Skin’ gelezen had leent zich er uitstekend voor om in een grote ruimte uit te werken. En ik wist ook al dat ik behoefte had om het publiek in die ruimte uit te nodigen en niet meer conventioneel op de tribune te laten zitten.’

Een totaalervaring van beweging, licht, geluid en ruimte

‘Terwijl deze gedachten zo een beetje rondgingen in mijn hoofd, kwam vrij automatisch de term ‘akoestische ballroom’ naar boven. Dat wil niet zeggen dat ik iets wilde doen met ‘ballroom dancing’, want dat staat ver van mijn bewegingstaal. Het ging mij om het gegeven dat er een grote ruimte is waarin geluid tot ontplooiing komt en waarin continu wordt bewogen. Het geluid moest niet, zoals meestal in het theater, stereo tot klinken worden gebracht, maar met een surround weergave. Hiermee kan ik de ruimte helemaal met geluid invullen, het geluid laten bewegen in de ruimte. Zo begon de ruimte in mijn verbeelding een akoestische ballroom te worden. Maar dan wel met een manier van bewegen waar ik me toe aangetrokken voel.’

Het publiek als onderdeel van de voorstelling

Het publiek zit dus midden in de zaal, bij wijze van spreken opgenomen in het geheel van beweging, licht, geluid en ruimte.

‘Het was altijd al mijn doel dat het publiek niet van buitenaf naar mijn voorstellingen keek, alsof het een afbeelding voor zich had. Mijn doel is dat je je als publiek onderdeel voelt van de ervaring die de dansers met hun beweging opwekken, van het licht, van het geluid en van de manier waarop de ruimte op dit alles inwerkt.’

Ze zitten dus waar de dansers bewegen. Is het niet lastig om in die setting bewegingen te ontwikkelen?

‘Het is een nieuwe uitdaging, spannend, maar niet per definitie lastig. Voor mij en de mensen met wie ik werk is het een avontuur. Hoe gaat het werken? Daar ben ik benieuwd naar.’

foto Sanne Peper

Bewegingsstroom zonder begin en eind

De bewegingstaal die in je werk opvalt doet denken aan een draaikolk, een gezamenlijke energiestroom waarin de dansers continu in beweging worden gehouden.

‘Voor ‘The Way You Sound Tonight’ kwam ik weer uit op het idee van een continue beweging. Dat is iets wat me zeer aantrekt. Het gaat me er niet zozeer om welke beweging de dansers precies maken, maar dat ze in beweging zijn. Ik geef de dansers geen opdrachten voor bepaalde pasjes, maar laat ze verkennen hoe ze zich uiten in de continue bewegingsstroom.’

‘Natuurlijk kies ik uiteindelijk welke bewegingen het in de voorstelling moeten worden. Maar wat daarbij voorop staat is dat ik met hen naar een boeiende manier zoek waarop ze continu in beweging kunnen zijn. Dat moet dan wel zo dat ze er niet kapot aan gaan, maar er juist energie van krijgen.’

‘Die energie is belangrijk om de continuïteit over een lange tijdseenheid in stand te houden. Dat levert inderdaad vaak een soort draaikolk van bewegingen op. Maar ik ga dat hier nog verder doorvoeren dan in mijn vorige werk. De akoestische ballroom heeft geen begin en geen eind. Daardoor hoop ik het publiek een gevoel van oneindige continuïteit te laten ondergaan.’

De voorstelling is dus al begonnen als het publiek binnenkomt en gaat door als het de zaal verlaat.

‘Op het Holland Festival doen we de voorstelling twee keer per avond. De dansers dansen onafgebroken door, maar er zijn twee publieksgroepen die zich na elkaar in het continuüm voegen. Eén groep begint om acht uur, de tweede om negen uur.’

Gezamenlijke energie

De dansers krijgen energie van hun eigen dans. Krijgt het publiek ook energie door zich in het geheel van de voorstelling te laten opnemen?

‘Dat hoort absoluut bij wat me voor ogen staat. Er zijn twee manieren waarop de elementen beweging, ruimte, geluid en licht een verbinding met elkaar aangaan. De eerste is het ritme dat ze ten opzichte van elkaar hebben. De tweede is de energie die ze ieder voor zich en in wisselwerking met elkaar opwekken. De energie is dus een van de belangrijkste dingen die je in de voorstelling ervaart.’

Verlaat het publiek de zaal energieker dan het er in is gekomen?

Voor je verder leest...

Blij met dit verhaal? Klik dan op 'like' en maak Facebook rijk.

Of:


Klik op 'lid worden' en maak Cultuurpers sterk.

‘Dat is niet zelden het geval geweest bij voorstellingen van mij. Wat ik voor me zie is dat op het moment van afscheid nemen het gevoel is opgewekt: eigenlijk zou het mooi zijn als ik de voorstelling meteen nog een keer kon meemaken. Energie gekoppeld aan continuïteitsgevoel. Ik heb wel meegemaakt dat mensen zoiets uitten. Dat komt volgens mij omdat de voorstelling iets oproept, iets fysieks dat de toeschouwer gemakkelijk adopteert.’

Bewegen vanuit de romp

De eerdere voorstellingen hebben een heel markante bewegingstaal. Wijzende gebaren. Lijnen die vanuit het dansende lichaam de ruimte inschieten. Ligt de dans in ‘The Way You Sound Tonight’ in het verlengde hiervan? Wordt het bewegingsidioom uitgewerkt in nieuwe vormen?

‘Ja. Hier ligt overigens wel een spanningsveld. Ik heb duidelijk een manier van bewegen gevonden die voor mij inspirerend werkt, namelijk bewegingen vanuit de romp, dus van binnenuit. De armen en benen zijn nooit leidend in een beweging. Ze zijn wel actief, maar altijd als gevolg van de beweging die in de romp ontstaat. Ik heb het idee dat ik hiermee het bewegingsmateriaal invoelbaar maak. Meer dan als je alleen met de ledematen werkt. Maar hoe langer je op deze manier werkt, hoe moeilijker het wordt om weer een nieuwe benadering van dit uitgangspunt te vinden. Toch is dat wel de uitdaging geweest: een nieuwe manier, een nieuw vocabulaire vinden, dat nog niet in mijn vorige werk te zien is geweest. Dat is moeilijk, want het is een beperking die ik mezelf opleg. Trouw blijven aan mijn principiële uitgangspunt, maar daarbinnen toch een nieuwe insteek vinden.’

‘Van de vijf dansers in ‘The Way You Sound Tonight’ hebben er drie in vorige projecten van mij gedanst en ik heb twee nieuwe dansers. Juist die mix van vertrouwd en nieuw is fijn. Er ontstaat een nieuwe chemie. Dat helpt bij het zoeken naar een nieuwe invalshoek van mijn bewegingsidioom.’

Menselijke ervaring

Je ziet je eigen werk niet als abstract, terwijl je er toch ook geen verhaal mee uitbeeldt.

‘Voor mij is mijn werk niet abstract omdat ik de dansers er als mens in zie staan. Hun persoonlijkheid komt er volledig in tot haar recht. De middelen die ik gebruik zijn niet verhalend en niet per definitie op een bepaalde emotie gestoeld. Dat ik de voorstelling toch niet abstract zou noemen, is omdat de menselijkheid die de dansers uitstralen het publiek in zijn eigen mens-zijn kan raken.’

foto Sanne Peper

Samenwerking is belangrijk bij het tot stand komen van een voorstelling waarin zoveel elementen tot één geheel gemaakt worden.

‘Het boek van die Finse architect werd me aangeraden door mijn dramaturg, Guy Cools. Zoiets doet hij vaker. Hij luistert naar mijn ideeën voor een nieuwe voorstelling, denkt mee en draagt soms materiaal aan. Zo ook dit boek. Maar het is wel aan mij om eruit te halen wat ik ermee wil. Het gaat me niet zozeer om wat er allemaal in dat boek staat over ruimte in de architectuur – het is nu eenmaal niet mijn doel een gebouw te ontwerpen – maar het gaat me om een manier van denken in dat boek, die voor mij nieuwe ingangen opent.’

Gelijkwaardige relatie

‘Ik bespreek met de dansers wat ik heb gelezen. Dat helpt hen te begrijpen wat we tot stand willen brengen. De dansers doen meer dan alleen bewegingen maken. Meer dan puur technisch de dans uitvoeren. Ze moeten echt een soort ownership hebben over de bewegingen. Het moet helemaal vanuit hen zelf komen en ze moeten dat ook echt voelen: ‘Dit komt uit mijzelf’. Om dat te bereiken moeten ze zich openstellen voor hun eigen ervaringen. Zich durven over te geven aan de beweging. Dat is een spannend gebied waarin je de controle moet blijven houden over wat je doet, maar er tegelijkertijd volledig in moet kunnen opgaan. Het gesprek met de dansers is daarvoor heel belangrijk, de uitwisseling die ik met hen heb over het bewegingsmateriaal. Ik geef soms duidelijk aan naar wat voor type bewegingen ik zoek, maar zij bieden ook mogelijkheden aan waar ik verder mee kan werken.’

‘Ik blijf natuurlijk de maker. Alle keuzes liggen bij mij, maar een belangrijke voorwaarde om mijn doel te bereiken is een gelijkwaardige relatie met de mensen met wie ik werk.’

Synergie

‘Omdat in de voorstelling de ruimtebeleving ook door geluid of muziek wordt opgewekt, is mijn samenwerking met de componist Aart Strootman belangrijk. We hebben de synergie van muziek en bewegingen besproken, maar daarnaast ook hoe we die synergie een relatie kunnen laten aangaan met de ruimtebeleving. Jørgen Verhaeren, specialist op het gebied van surround sounds, heeft ons daarbij geholpen. Die is niet alleen technisch bij de voorstelling betrokken, maar denkt ook vanuit een creërend perspectief mee.’

‘Aart Strootman is behalve componist ook musicus en wel op de gitaar. Een groot deel van de muziek in de voorstelling is dan ook op een gitaar door hem ingespeeld, waarbij een continue transformatie in de muziek het uitgangspunt was. Net als de dansers gaat de muziek dus altijd, oneindig door.’

‘De lichtontwerper, Jean Kalman, levert ook een artistieke bijdrage. We praatten over de vraag: hoe kunnen we de ruimtebeleving ook door middel van licht een extra dimensie geven die verder gaat dan alleen het belichten van de dansers?’

Goed om te weten Goed om te weten

Te zien in het Holland Festival 2018
Wo 6 juni 20:00 en 21:00 uur (try outs)
Zo 17 juni 20:00 en 21:00 uur (première)
Ma 18 juni 20:00 en 21:00 uur
Stadsschouwburg Amsterdam, Rabozaal

Kaarten bestellen 

Lees ook:

Choreograaf Arno Schuitemaker overtreft zichzelf met ragfijn The Way You Sound Tonight op @HollandFestival 2018