In Kata, het nieuwste werk van de Franse breaker en choreografe Anne Nguyen, overstijgen hiphopmannen de clichés van de hiphop. Stoerheid, onaanraakbaarheid en de gebruikelijke frontale relatie met het publiek worden ingeruild voor indirecte gebaren, uitgestelde effecten, diagonalen en lateralen, dubbele bodems en ironie.

Leden lezen gewoon door

(Met de betaalknop hieronder word je geen lid, maar koop je steeds losse stukken met een tegoed van onze partner Katalysis. Een echt lidmaatschap van Cultuurpers biedt meer, zoals onbeperkte toegang tot ALLE verhalen (en een nieuwsbrief).)

Nguyen, zelf een bedreven beoefenaar van capoeira, ming chun en breakdance, daagt haar dansers uit hun battle-modus te transformeren en elkaar niet langer louter als rivalen te benaderen. Ze weet ook uiterst subtiel een link te leggen tussen de functie van onaanraakbaarheid in het gevecht – zorgen dat je niet gepakt wordt – en de ongenaakbaarheid die voortkomt uit het overleven in de grote stad.

Dertiende eeuw

Anne Nguyen © Philippe Gramard

Anne Nguyen is een kleine, super-vriendelijke vrouw. Met haar nog piepjonge baby op schoot geeft ze eind maart interviews in een koffieshop in Parijs. De avond daarvoor zagen collega-journalist Fritz de Jong en ik Kata in het multifunctionele gemeenschapscentrum van Jouy-le-Moutier, een dorp uit de 13de eeuw, sinds de jaren zestig een slaapstadje onder de rook van Parijs.

Voor Nederlandse begrippen is het redelijk onvoorstelbaar dat een werk geselecteerd voor het Holland Festival een weinig prestigieuze plek als Jouy-le-Moutier aandoet. Frankrijk heeft zijn cultuurspreiding tenminste nog op orde. De zaal zit niet vol, maar het publiek is mooi divers met ouders en kinderen van alle leeftijden en achtergronden.

Kwetsbaar

Een paar puberende jongens reageren bij momenten heftig op de voorstelling. Ze kunnen niet op hun stoel blijven zitten en lopen onrustig rond tussen de lege rijen achter in de zaal. Niet dat ze opgewonden zijn vanwege de zware beats of de heftige teksten. Ritmes op kleine trommeltjes en andere Aziatische percussie vervangen wat gewoonlijk uit de subwoofer komt. Soms is zelfs een oorverdovende stilte ons deel. Het maakt iedereen kwetsbaar, op het podium en in de zaal.

Als ik Anne Nguyen vraag naar de onrust van de jongens, moet ze gissen. Ze was er de avond tevoren niet bij.

“Er zijn verschillende dingen aan de hand. Ten eerste heb ik het gevoel dat we in preutse tijden leven. Als de dansers heupbewegingen maken, gaat vooral een puberend publiek zenuwachtig uit z’n dak. Maar het heeft ook te maken met het breaken en capoeira, beide belangrijke bronnen in mijn werk. Je raakt elkaar niet aan. Aangeraakt worden is een teken van zwakte. Je bent het gevecht aan het verliezen.”

Principes

Kata zit nog steeds vol met wrede moves, maar ze zijn losgetikt uit het vaste stramien van indruk maken met snelle nummers in een hippe show. Kata is sober en abstract. Het dansen wordt er persoonlijk van, existentieel haast. En met een onderkoeld gevoel voor humor relativeert Nguyen het voor hiphop zo kenmerkende machismo. Kata duikt diep in het breaken en vergt, vergeleken met de gemiddelde hiphopshow, echt iets anders van dansers én publiek.

“Kata betekent in het Japans onder meer vorm. Kata’s worden door martial artists, door meesters in het gevecht, gebruikt om kennis op te slaan en door te geven. Kata’s drukken principes uit, zijn een formalisering van de praktijk van het vechten. Kata’s geven niet zomaar hun geheimen prijs. Vaak kun je alleen door ze heel vaak te doen tot de diepere betekenis doordringen, de principes echt begrijpen.”

Niet vrouwelijk genoeg

Anne Nguyen (1978) groeide op in een gezin waar veel aan sport en martial arts werd gedaan. Zelf was ze heel goed in capoeira, totdat ze rond haar twintigste switchte naar hiphop en een b-girl werd. Als meisje wilde Nguyen nooit dansen. Ze moest zichzelf forceren als vriendinnen haar vroegen mee te doen. Ze associeerde dansen met verleidelijk en sexy moeten doen voor anderen. En bij wedstrijdturnen kreeg ze steevast punten-aftrek omdat ze niet ‘vrouwelijk’ genoeg bewoog.

“Breakdance was echt een belangrijke ontdekking. Ik was een tomboy, hield niet van dansen terwijl je iemand in de ogen kijkt, dans om mannen of een publiek te behagen en te verleiden. Alsof je iets te bewijzen hebt over je vrouwelijkheid, niet zonder die aandacht kunt, bevestiging zoekt. In breakdance, net als in vechtsport, daag je elkaar uit. Er is competitie en rivaliteit en een bepaalde gelijkwaardigheid in het aangaan van het gevecht. Mijn capoeira-leraar was minder gelukkig. Hij vond dat ik mijn vechtstijl vervuilde met verfraaiingen, onfunctionele beweging. Uiteindelijk moest ik kiezen en werd het breakdance.”

Goed verhaal? Laat het weten met een kleine bijdrage.

In Kata transformeert de battle naar andere vormen van contact, naar langere, individuele lijnen en naar groepswerk. Nguyen herschrijft het spectaculaire van het breaken naar een niet minder virtuoze, maar wel uiterst sobere vorm. De stoerheid van hiphop wordt gekoppeld aan de zen en zelfbeheersing van vechtkunst, en gecombineerd met strategieën uit hedendaags theater en dans.

Videogames

“Ik begin de voorstelling met kata’s die martial arts en breakdance combineren. Dan verleg ik de aandacht naar meer dagelijkse gevechten, eenzame struggles met jezelf, met vrienden, of mensen op straat, om dingen die reëel zijn of die je je inbeeldt, met mensen die heel dichtbij zijn of juist ver weg. In het laatste deel laten we het vechten los, wordt het echt een spel. Ik was geïnspireerd door oude videogames. De meeste mensen vechten natuurlijk alleen in videogames, of misschien als sport, maar niet op straat, niet voor hun leven.”

De zeven mannen en één vrouw (Yanis Bouregba, Santiago Codon Gras, Fabrice Mahicka, Jean-Baptiste Matondo, Antonio Mvuani Gaston, Hugo de Vathaire, Konh-Ming Xiong en Valentine Nagata-Ramos) hebben ieder zo hun eigen achtergrond en dito vorm ontwikkeld als danser. Kata neemt die individuele vermogens tot uitgangspunt, zonder ooit privé of expliciet te worden. Solo’s, duetten, soms zelfs trio’s passeren als in een eindeloos stromend, nonchalant ingericht defilé. De dansers ogen vaak als toevallige passanten op een plein of andere publiek plek, waarbij sommigen heel doelgericht handelen, en anderen aan het dwalen slaan.

Empathie

“Alle mannen zijn nieuw in mijn werk. Sommigen kenden het wel, anderen zijn nog jonkies in the break scene. Ik vroeg ze tijdens de audities bijvoorbeeld om voetenwerk te doen zonder erbij te spinnen, zoals ze gewend zijn. Of om met hun intenties te experimenteren, iets anders te voelen dan het gebruikelijke machismo, dominant te moeten zijn. Met empathie te werken, je kwetsbaar opstellen, is echt het allermoeilijkste voor de dansers. Net als onderling fysiek contact, elkaar aanraken.”

Eigenlijk heel waardevol, dat machismo. Veel dansers hebben hun lichaam zo geïnstrumentaliseerd dat het nauwelijks nog iets uitmaakt hoe ze aangeraakt worden en waar, of ze hun benen moeten spreiden of in hun nakie optreden.

“Sommige dansers kwamen niet eens naar de audities omdat ze wisten dat ik van ze zou vragen om elkaar aan te raken, ik bedoel: met gevoel, met empathie. Maar tijdens het creatieproces is dat heel snel veranderd. Iedereen mocht voorstellen doen vanuit zijn eigen bewegingsachtergrond. We hebben wat contactimprovisaties gedaan. Het was echt een proces van collective learning. Nu denken ze niet meer dat ze er homo uitzien als ze elkaar aanraken.”

Superkrachten

“De laatste scène, die aan oude videogames refereert en superkrachten, is voor mij ook een metafoor voor het idiote van steeds maar blijven vechten. Vaak schiet een gevecht z’n doel voorbij. Wordt het een gevecht om het gevecht, in zekere zin heel komisch, maar het heeft ook een tragische kant.”

Anne Nguyen werkte al voor Autarcie (….) (2013) samen met de componist en percussionist Sébastien Lété. Voor Kata gingen ze uit van de spirit of breaking.

“De spirit of breaking is voor mij tribal. Het gaat over naar de grond gaan, de vloer raken, aarde. Met een sterk ritme. Percussie beantwoordt echt aan hoe breaken voelt. Maar het mocht niet als rock klinken, en ook niet te Aziatisch of Japans. We wilden een combinatie van allerlei percussie-tradities, Taiko drums is er een van, die overal vandaan komen en niet direct, als traditonele muziek, te herkennen is. En ik wilde ook stadsgeluid, urbanisme, industrial, en trance en hartslag. En er zitten verwijzingen in naar jaren ’90 rap, zoals Wu-Tang. Ik wil dat de muziek niet één specifiek gevoel of identiteit oplegt, maar een vrije ruimte creëert, universeel.”

Gender

Heldere lijnen en echte leegte, explosiviteit en ingetogenheid, vastgelegde choreografie en improvisatie, ernst en ironie – het tonen van de kracht en de kwetsbaarheid van iedere danser verhindert Nguyen niet om ook te spelen met verwachtingen over identiteit en maakbaarheid, zo verbonden aan hiphop en de urban scene. Zowel het spelen met gender clichés als etnische achtergrond wordt uiterst subtiel ingezet.

Wat voor een gevoel heb je over als zwarte groep voor een wit publiek op te treden?

“In Frankrijk zijn de voorsteden heel erg gemixt, niet zo gesegregeerd, wit en zwart, zoals in Amerika. Aziatische, Arabische en zwarte kinderen zitten niet alleen samen op school, maar brengen ook hun vrije tijd samen door. De Franse hiphop scene is mixed, echt anders dan de Amerikaanse. Hiphop is een idealistische subcultuur, een vrije community, waar verschillen in achtergrond niet uitmaken.”

“Dat is niet overal het zelfde. Ik werkte vorig jaar in New York, in Brooklyn en de Bronx, met twintig jongeren, allemaal zwart. Daar hadden ze echt een heel ander idee. Ze zeiden dat ze met hiphop wilden bewijzen dat zwarte mensen ook iets goeds, iets positiefs kunnen bijdragen. Dat zou een Franse zwarte hiphopper écht nooit zeggen. Ik ben zo trots en gelukkig dat ik ben opgevoed ben met veel verschillende horizonnen om mij heen.”

Teksten

“Ik weet niet hoe het precies in Nederland is. Maar het voelt een beetje als Frankrijk. Al spreken jullie beter Engels en is er daarom in Nederland een betere relatie met de old school hiphop traditie. De Franse hiphop is vrijer wat dat betreft, mensen begrijpen de teksten gewoon heel vaak niet.”

Met Kata doorbreek je taboes. Heb je zelf ook taboes ingesteld, dingen die absoluut niet konden in deze voorstelling?

“Nou ja, het frontale. En de muziek natuurlijk. Ik wilde absoluut geen hiphop beats. Dat doe ik in al m’n werk. Ik heb heel veel battles gedaan. Die zijn altijd met dezelfde soort beats, dezelfde bpm. Naar mijn idee beperkt dat dansers in hun expressie, in hun bewegingsvrijheid, in wat ze met hun vocabulaire kunnen doen. Je moet alsmaar supersnel en efficiënt bewegen om je tot die beats te verhouden. Het leidt tot een bepaalde eenvormigheid. Ik geloof dat breaken een zelfstandige vorm van bewegen is, die je niet perse op hiphop muziek of met de hiphop dresscode hoeft te doen. Sterker, ik denk dat het goed is om die twee uit elkaar te trekken. Je kunt op iedere muziek breaken.”

Goed om te weten Goed om te weten
Anne Nguyen was met haar eerste werk, de solo Square Root uit 2005, ooit te zien in Nederland. Ze werkte toen o.a. samen met Aruna Vermeulen van het Hiphophuis in Rotterdam. Sindsdien maakte ze een enorme carrière, bouwde een eigen oeuvre, en werd recentelijk artiste associé van een van de belangrijke theaters in Frankrijk, het Parijse Théâtre Chaillot. Kata ging daar in oktober 2017 in première. Naast Kata is er van Anne Nguyen in het Holland Festival ook de tentoonstelling Danse des Guerriers de ville te zien, met interactieve installaties voor jong en oud, die inkijkjes geven in hiphop en breaken. Voor meer informatie zie het uitgebreide tekstmateriaal op de website van haar gezelschap Par Terre en het Holland Festival.

 

[gravityform id="10" title="true" description="true" ajax="true" tabindex="0"]