Meteen naar de inhoud

De 59ste Biënnale Venetië: er valt zoveel te halen dat achter de grote en geijkte namen is weggevallen.

Je zou, wanneer je de Biënnale Arte Venetië 2022 bezoekt, meteen ‘woke’ of ‘wokisme’ kunnen roepen. Zo moeilijk is dat niet, want in de keuzes van de curator ligt de nadruk op vrouwelijke en niet-westerse kunstenaars.1 Maar ik zou dat te gemakkelijk vinden en uiteindelijk onterecht. Wanneer je probeert fris te kijken – alle beschouwingen vooraf vergetend – valt het op, althans viel het mij op: dit is gewoon een mooie en interessante editie. Ik zag – vooral op de hoofdtentoonstelling in de Arsenale – een eenheid in die ik niet gemakkelijk zou kunnen omschrijven, maar die mij trof. Er viel weinig uit de toon. Er was een verbondenheid die zich als een slinger fluisterend langs de afzonderlijke kunstwerken bewoog. ‘Jij mag hier zijn, sterker: jij hoort hier’ klonk het zacht in de richting van het werk.

Het was vanaf 2001 de elfde keer dat ik de Biënnale bezocht. Misschien kwam mijn milde stemming door de post-corona blijheid of door andere, niet-rationele en niet-inhoudelijke impulsen, maar mij nam je het niet meer af: ‘The Milk of Dreams’ (titel van deze editie) stroomde, ik laafde mij er aan en genoot, méér dan in de laatste voorgaande edities.

Historische lijntjes

‘Woke’ of niet, het is geen verrassende, laat staan onzinnige gedachte om vrouwelijke en niet-westerse kunstenaars veel meer aandacht te geven. Er valt zoveel te halen dat achter de grote en geijkte namen is weggevallen. Bovendien heeft curator Cecilia Alemani een extra, historische, dimensie aangebracht. Hedendaagse kunstenaressen komen in relatie te staan tot namen uit het verleden zoals Sonia Delaunay of Niki de Saint Phalle. Zelfs wetenschapper Aletta Jacobs komt nog even voorbij.

Aan de rode draad van de kunstgeschiedenis is – binnen grenzen die hen vaak werden gesteld – veel door vrouwen mee gesponnen. Oei, deze metafoor van het spinnewiel lijkt alweer verdacht seksistisch. Maar Alemani heeft zelf een nogal generaliserend betoog bij een van haar deeltentoonstellingen: de mannen als jagers, de vrouwen als verzamelaars. Om te kunnen verzamelen heb je schalen, manden, korven, emmers nodig. Dat beïnvloedt hoe vrouwen kunst maken, stelt de curator.

Ik heb dat er niet zo uit kunnen (of durven) halen, al was dat dan misschien die ondefinieerbare slinger waardoor een vorm van eensgezindheid ontstaat. Ik vond gewoon veel mooi of interessant. En ik was dit keer blij met een kleiner aandeel aan conceptuele kunst die soms meer het leesplezier (de bordjes, de catalogus) dan het kijkplezier aanwakkert.

En er waren verrassende kennismakingen. Zoals met Cecilia Vicuna, (Chili, 1948), dichter, activist en schilder. Of de Deense Ovatarci (1894-1985), door Joyce Roodnat onlangs in NRC ook met enthousiasme opgemerkt. Als man geboren, door haar familie gek verklaard en in een inrichting gestopt, in de vijftiger jaren getransformeerd tot vrouw. Schilderde intrigerende, mythologische figuren. Blijkt nu in Denemarken een eigen museum te hebben (www.ovartaci.dk).

Andere voorbeelden: Julia Philips (Hamburg, 1985) met ranke, bijna zwevende sculpturen of Pinaree Sanpitak (Bangkok, 1961) met monochrome, textiele werken, zo groot dat je die niet kunt missen. En niet dat er geen mannen waren. Belkis Ayón (Cuba, 1967-1999), al in 1993 uitgenodigd voor Venetië, met collage-achtige grote zwart-wit doeken. Diego Marcon (Italië, 1985) die eerder op het Internationaal Filmfestival Rotterdam te zien was. Terwijl ik me “kunst of kitsch?” bleef afvragen raakte ik meer en meer gebiologeerd door zijn korte, vervreemdende film – gedeeltelijk animatie, als poppen geschminkte acteurs -, trefzeker van beeld en sfeer.

Melk van Dromen

Over de rode draad in ‘The Milk of Dreams’ valt wel iets meer te zeggen dan ik hierboven deed. De titel ontleende Alemani aan het gelijknamige boek van Leonora Carrington (1917 -2011). In je verbeelding kan iedereen voortdurend transformeren, worden wie je het liefst wil zijn, je verplaatsen in lijf en leven van een ander. In de verbeelding zijn transformatie en fluïditeit binnen handbereik; in de praktijk blijkt die bewegingsvrijheid zo gemakkelijk niet, zoals de schrijfster zelf ondervond.

Dromen van en denken over ‘fluïditeit’ betekent ook: stilstaan bij dominante patronen, tot en met het antropocentrische mensbeeld. Drie thema’s haalt Alemani hier als leidraden uit: het verbeelden van lichamen en hun metamorfoses, de relatie tussen het lijf en de technologie (de technologie gaat ons redden versus de technologie bedreigt ons), en de verhouding tussen menselijke wezens en de natuur. Het zijn tegelijkertijd heel universele en heel actuele, maar ook heel persoonlijk te nemen thema’s. En dat is wat veel kunstenaars doen: het universele persoonlijk maken en het individuele naar een universeel niveau brengen.

Werk van Simone Leigh

Het lijkt er op dat ook veel van de landenpaviljoens zich overtuigend naar deze thema’s hebben gericht. Simone Leigh transformeerde het Amerikaanse paviljoen met een strooien dak en richtte grote monumenten op voor tot slaaf gemaakte zwarte vrouwen. Die zijn bevrijd. Zijn ze vrij? De Griekse filmmaker Loukia Alavanou comprimeerde in virtual reality de tijdlijn van Sophocles tot en met hedendaagse Roma. Oedipus, Antigone, de toneelspelende Roma uit het kamp, ze zijn allen in dezelfde mate dichtbij, echt dichtbij.

In de metamorfoses van het Koreaans paviljoen is juist geen mens te zien: kinetisch, hydraulisch, druppelend water. Techniek is de baas en brengt in stilte beweging. Terwijl even verder in het paviljoen van Roemenië Adina Pintilie op heel grote schermen juist mannen, in bloot en intiem samenzijn, veel laat praten met het doel de politieke context te laten zien van relaties en intimiteit.

Nederland en seksuele hervorming

En het Nederlandse Paviljoen? Nederland – dat wil zeggen: de Mondriaan Stichting – maakte een opvallend gebaar en bood de eigen plek die het al zo lang heeft nu aan Estland aan, een van de door Venetië zwervende landen, want zonder vaste verblijfplaats in de Giardini. Dat gebaar had best iets meer waarderende aandacht van de organisatie en van Estland mogen krijgen. Het Nederlandse paviljoen zelf toonde zich nu in het oude kerkje van de abdij Della Misericordia’.

Melanie Bonajo, dit jaar genomineerd als kunstenaar van het jaar, “daagt de traditionele verdeling tussen mannen en vrouwen, de natuur en technologie uit” (aldus de toelichting op de nominatie). Bij uitstek geschikt dus om bij te dragen aan de thema’s van deze Biënnale. Gelegen in de zachte kussens op de vloer van het eeuwenoude kerkje kreeg ik toch een dubbel gevoel. Haar film “When the body says yes” benadrukt het belang van en het taboe op aanraking. Goed thema. Speels, vrolijk, mooi in beeld gebracht, met individuele getuigenissen, ook over genderfluïditeit. Maar met erg veel tekst.

Misschien komt het bij jongere generaties en andere culturen sterker over. Ik kreeg niet-beoogde associaties met de voorlichting door de NVSH (Nederlandse Vereniging voor Seksuele Hervorming) in de blije jaren ’60 en ’70. Hierna kwam ik per ongeluk nogmaals terecht in een oude kerk; hier werd de Heilige Mis opgedragen. Toen koos ik toch weer met terugwerkende kracht voor de eredienst van Bonajo.

Op de vulkaan?

De 59e Biënnale kreeg een jaar uitstel vanwege de pandemie in 2021. De voorbereiding was natuurlijk al eerder gestart. Dus werd de oorlog in Oekraïne niet anders zichtbaar dan in een schriftelijke verklaring van de Biënnale-organisatie en in een gesloten Russisch paviljoen (waar anders altijd wel verrassingen te zien zijn). De Oekraïne-oorlog, de stapeling van crises en de dreigingen roepen de vraag op: ‘is het slenteren langs de paviljoens niet een soort dansen op de vulkaan?’. Zo hoeft het niet te voelen. De kunst levert zijn functies niet in, of het nu gaat om sterk maatschappelijk geëngageerd kunst of om kunst die in zichzelf lijkt te bestaan.

Spiegelen, vertellen, verbeelden, dromen, attaqueren, ontregelen, stem geven, het blijft in alle variaties van directheid en abstractie, noodzaak. In “The Parents Room”, de hierboven genoemde film van Diego Marcon, staart een man zwijgend uit het raam. Er komt een vogel in de vensterbank zitten, eerst zachtjes dan steeds luider zingend. Hij verleidt de man tot een eigen lied. Als die zijn gruwelijk verhaal heeft verteld is het voorgoed stil in de kamer. Er is geen leven meer in de mensen in deze ruimte. Maar de vogel vliegt verder. En zal zingen.

Erik Akkermans
Bestuurder, adviseur en publicist. Hij was tot voor kort voorzitter van het platform voor de arbeidsmarkt culturele en creatieve sector Platform ACCT en in het verleden onder meer directeur in het kunstvakonderwijs en voorzitter van de Federatie Kunstuitleen.

1 Zie bijv, The Art Newspaper, 27 april 2022: “The women-dominated Venice Biennale has been criticised for sacrificing quality—revealing just how necessary such progressive projects really are. Described by some as a “politically correct” move, around 90% of the artists in Cecilia Alemani’s exhibition ‘The Milk of Dreams’ are female”

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Erik Akkermans

Bestuurder, adviseur en publicist.Bekijk alle berichten van deze auteur