‘Maar de zwarte man dan?’ Volgens Qian van Binsbergen, maakster van de driedelige documentaire De Witte Man, was dat een veelgehoord commentaar op de vertoning van haar serie, de afgelopen drie weken. Typische reactie van een witte man (m/v/x), vertelde ze tijdens een live q&a in Tivoli Vredenburg op maandag 14 september. Haar documentaire ging immers niet over specifieke mannen met een bepaalde huidkleur, maar om het systeem dat de witte, westerse man al flink wat eeuwen een vanzelfsprekende machtspositie geeft, in ieder geval sinds de Romeinen in het huidige Engeland het Keltische matriarchaat verwoestten.
Maar hoe pak je zoiets abstracts als een systeem aan voor een televisiedocumentaire? Behalve de broodnodige ‘talking heads’ van Gloria Wekker en Marieke Liem had ze iets anders nodig, en dat vond ze in de keuze voor een steekproef van mannen met de naam Jan. Deze mannen verzamelt ze in een wat sleetse bruine kroeg. Daar reageren ze elk op hun eigen manier op elkaar en op hun verlies van traditionele privileges. De laatste decennia eisen niet alleen vrouwen, maar ook minderheden hun plek op de apenrots op.
Niet objectief?
Dat dat niet vanzelf gaat, bewees de serie glansrijk. Dat is een grotere prestatie dan je op het eerste gezicht denkt. Qian van Binsbergen, die eerder de bekroonde documentaire De Ahaalchinees maakte, over de adoptie-industrie, legde tijdens de bijeenkomst uit dat witte mannelijke journalisten over elk onderwerp documentaires kunnen maken en dan altijd als objectief worden gezien. Als vrouw, en zeker als vrouw van kleur, gaat iedereen er standaard van uit dat je subjectief te werk gaat. Ook al doe je dat niet.
Dat ze bij het maken van De Afhaalchinees honderden mensen sprak over hun eigen ervaringen met adoptie, deed voor de commentaren niet af aan het feit dat ze zelf geadopteerd was, en het allemaal dus wel over haar zelf zou gaan. Ook al was dat niet het onderwerp. Mede daarom zocht ze voor een volgend project naar iets dat heel erg ver van haar af stond. Enter: de witte man. Maar ja, dan gat het toch weer over haar, want ‘omroep zwart’ en ‘vrouw uit minderheid’. Dus vast niet objectief.
Louis Theroux
Misschien is de serie wel daarom zo ontzettend goed geworden. Laten we vooral niet het woord ‘onnederlands’ hiervoor uit de kast halen, maar De Witte Man overtreft het beste werk van de onomstreden goede documentairemaker Louis Theroux. Geen Nederlander, wel wit en man, maar een meester in het waardevrij luisteren. En dat kan Qian van Binsbergen dus veel beter, wat ze aantoont door zich regelmatig in het hol van de leeuw te bewegen.
Ze eet bitterballen met de oprichter van Defend Nederland, die haar in haar gezicht vertelt dat iemand die niet wit is niet in Nederland thuishoort. Ze staat met ware doodsverachting niet bij, maar in een demonstratie van AZC-hooligans, die in al hun doorgesnoven hysterie volledig aan haar aanwezigheid voorbijgaan. Ze gaat niet in discussie, maar blijft nieuwsgierig. Iets wat weinig mensen kunnen.
Redelijke mannen
Het maken van de reeks had haar weinig plezier bezorgd, vertelde ze aan de zaal die met vooral vrouwen gevuld was. Best heldhaftig ook, want er is moed voor nodig om je zo kwetsbaar op te stellen in een zo vijandige omgeving. En dan is de wereld van de kroeg, waarin de verzamelde Jannen hun best deden zich als redelijke mannen voor te doen, een minstens even grote uitdaging.
Met haar bijzondere aanpak, zoals ook de gekozen cameraperspectieven bij de interviews, in een nauwe rondvaartboot of hoog tegen de muur bij manosfeerinluencer Tibor heeft Van Binsbergen iets toegevoegd aan het Nederlandse media-aanbod, dat geen enkele andere omroep zo zou kunnen maken. Omdat daar de witte blik, bewust of onbewust, nog altijd heerst.
Omroep Zwart, die tegelijk met het nazistische riool van Ongehoord Nederland tot het bestel toetrad, toont hiermee opnieuw aan een onmisbare toevoeging te zijn. Want dit geluid horen we echt veel te weinig.



