Nederlands Kamerkoor 75 jaar jong

Amsterdam, 10-10-2012 – Afgelopen zomer al treinde het Nederlands Kamerkoor (NKK) door ons land, om samen met amateurkoren tijdens verrassende stationsconcerten het grote publiek te attenderen op zijn vijfenzeventigjarig bestaan. De komende weken wordt dit jubileum gevierd met een reeks concerten in zeven verschillende steden, onder de wervende titel ‘Een traditie van vernieuwing’.

De aftrap van de feestelijkheden vindt plaats op 12 oktober in het Muziekgebouw aan ’t IJ in Amsterdam, waar de zangers een weekend lang met een scala aan activiteiten de veelzijdigheid van het koor zullen illustreren. Men organiseert workshops voor amateurzangers en kinderen en presenteert met zangstudenten een voorproefconcert onder het motto ‘Meesters en gezellen’.  Hoogtepunt vormt het Feestconcert op zondag 14 oktober, waarin zes dirigenten aantreden die een sterke band hebben met het Nederlands Kamerkoor.

De basis voor het NKK werd gelegd door de VARA, die in 1937 de pianist en koordirigent Felix de Nobel vroeg een aantal cantates van Bach voor de radio uit te voeren. De dertigjarige De Nobel had zijn sporen verdiend als begeleider van zangers en als dirigent van het door hemzelf opgerichte Aerdenhoutsch Vrouwenkoor, bestaande uit geschoolde zangers. Voor de radio-uitzendingen bracht hij een veertienkoppig ad hoc koor op de been, dat besloot bij elkaar te blijven toen de VARA het contract niet verlengde.

Pas in 1938 duikt voor het eerst de naam Nederlands(ch) Kamerkoor op, wanneer het Maandblad voor Hedendaagsche Muziek de geboorte van het gezelschap aankondigt. Dit zal zich richten op ‘het beoefenen van den klassieken en modernen koorzang in den ruimsten zin’. Het eerste officiële concert vindt plaats op 9 januari 1939 in Hotel de Leeuwerik in Haarlem, waar men een breed scala aan werken presenteert. Naast muziek van Kodály en Ravel staan stukken op de lessenaars van Mozart en Brahms, maar ook van polyfonisten uit de Renaissance, zoals Palestrina en Jannequin.

Nederlands Kamerkoor in 1957, met Felix de Nobel

Dit laatste was in de jaren dertig nog geen vanzelfsprekendheid, maar is tekenend voor de ondernemingszin van het NKK, dat al direct aansluiting zocht bij de opkomende beweging van de authentieke uitvoeringspraktijk. Zelf had De Nobel zijn liefde voor de polyfonie meegekregen van zijn docent Sem Dresden en in de vijfenzeventig jaar van zijn bestaan is het koor zich altijd blijven verdiepen in de nieuwste ontwikkelingen op dit gebied. Het zong onder specialisten als Nikolaus Harnoncourt en Philippe Herreweghe en bouwde een innige band op met Paul van Nevel, tegenwoordig eredirigent. Hij zal het koor op zondag 14 oktober leiden in composities van Clemens non Papa (ca 1510-1555) en Perotinus (ca 1160-1230).

De Nobel ruimde van meet af aan ook een belangrijke rol in voor de nieuwe en allernieuwste muziek en gaf in 1943 zijn eerste compositieopdracht, aan Rudolf Mengelberg, een neef van dirigent Willem. Hierna zouden nog vele componisten van naam en faam stukken componeren voor het NKK. Op vrijdag 12 oktober presenteren chef-dirigent Risto Joost en de zangers hieruit een selectie, onder de toepasselijke titel ‘Een traditie van vernieuwing.’ Naast Antiphona de morte van Mengelberg, zingen zij onder andere Songs of Ariel van Frank Martin (1950) en Laude alla vergine Maria van James MacMillan (2004).

Tijdens dit concert, dat in zes steden herhaald wordt, klinkt ook de wereldpremière van De Zee van Leo Samama, jarenlang artistiek leider van het NKK. Het is een zetting van twee gedichten van Vasalis, wier poëzie hem al in 1976 inspireerde tot de liederencyclus Als daar muziek voor is… Samama componeerde een twaalfstemmig stuk: ‘Ik heb geprobeerd de vele lagen van Vasalis’ verzen in klanken om te zetten, maar tegelijk het milde karakter ervan, ondanks enkele hartstochtelijke momenten, uit te buiten, evenals de kalm golvende en klotsende zee.’

Naast de grote finesse waarmee het NKK zich in zowel oude als nieuwe muziek profileert, heeft het ook een reputatie hoog te houden op het gebied van de romantische muziek. Tijdens het extra lange feestconcert op zondag 14 oktober dirigeert Risto Joost Ich bin der Welt abhanden gekommen van Mahler. Voormalig chef Tõnu Kaljuste, net als Joost afkomstig uit Estland, brak een lans voor Baltische componisten en voert het koor deze avond door Raua neemine van zijn landgenoot Veljo Tormis. Koorleider Klaas Stok dirigeert het aangrijpende O sacrum convivium van Messiaen.

Als vanzelfsprekend is ook Reinbert de Leeuw van de partij, die het NKK vanaf begin jaren tachtig door talloze bestaande en nieuwe werken voerde, meeewerkte aan spraakmakende producties als Aus Deutschland van Mauricio Kagel, en samen met het koor Edisons in de wacht sleepte voor cd’s van Liszt, Goebaidoelina en Andriessen. Hij dirigeert de eerste uitvoering van The Moth Requiem, dat de Britse componist Harrison Birtwistle speciaal voor het jubileum componeerde. Met deze avontuurlijke programmering geeft het NKK eens te meer een indrukwekkend visitekaartje af.

Helaas ziet de toekomst er minder rooskleurig uit dan we op basis van het roemrijke verleden mogen verwachten. Twee jaar geleden werd het NKK uit de Basisinfrastructuur geschopt en nu dreigt Eindhoven terug te komen op zijn aanbod het vanaf 2013 onder zijn hoede te nemen. Het is te hopen dat de Gemeente Amsterdam zijn verantwoordelijkheid neemt en dit internationaal vermaarde gezelschap voor de hoofdstad weet te behouden. Het NKK is immers forever young en het zou eeuwig zonde zijn als wij niet langer kunnen meeliften met hun spannende muzikale ontdekkingsreizen.

Voormalig artistiek leider Leo Samama schreef een artikel voor Muziekvan.nu

Goed geschreven? Met een ´like´ betaal je Facebook. Ik zou het prachtig vinden als je Cultuurpers een donatie deed.

help mee

Bedrag
Persoonlijke informatie