De opheffing van het Bureau Promotie Podiumkunsten blijft de gemoederen beroeren. Dus weer een stukje, hoewel we eigenlijk op de Uitmarkt horen rond te lopen om dure reclamefolders te verkopen.

Enfin.

Op 30-08-13 om 07:20 kwam er een email binnen van Leo Pot, eindbaas van de Vereniging van Schouwburg- en Concertgebouwdirecties en medeverantwoordelijk voor het opheffen van het Bureau Promotie Podiumkunsten. Hij schreef:

> dag wijbrand,

>als je nog steeds niet begrijpt waarom 3% verschil in vrijval tot “zulke draconische maatregelen” moet leiden, dan moet je even rekenen:

> er wordt per jaar voor ca 7 miljoen euro aan theaterbonnen/cadeaukaarten verkocht; in het verleden nog meer

Voor je verder leest...

Wij doen ons best om onafhankelijke en volledig professionele journalistiek over de wereld van kunst en cultuur te brengen. Journalistiek die al heel veel mensen waarderen, omdat het op zo weinig plekken nog gebeurt. We kunnen daarmee doorgaan als jij lid wordt of ons steunt met een donatie.
Bepaal onderaan zelf hoeveel je wilt bijdragen.

> 3 procent scheelt dus 2 ton per jaar, over een reeks van jaren dus al gauw meer dan een miljoen

> bovendien, waarop slaat de zin “of subsidiegeld veilig is bij een organisatie” etc???

> zowel sptc als bpp als vscd krijgen helemaal geen subsidie….

> vr groet

> leo

Dit schrijven, dat deels inging op een reactie onder dit artikel, vroeg om een antwoord, dat eigenlijk vooral uit een boel vragen bestaat:

Beste Leo, Geachte heer Pot

Vanmorgen had ik een 100% score in mijn dagelijkse test voor ‘Beter Rekenen’ (www.beterrekenen.nl). Eens kijken of ik dat succes ook in deze emailwisseling (plus vijfde artikel in de serie) kan toepassen.

Gaat-ie.

Per jaar kwam er dus 7 miljoen euro aan omzet binnen, dankzij de verkoop van theaterbonnen. U had begroot dat daarvan 1,4 miljoen (20%) zou vrijvallen (niet ingewisseld). Geld dat u zou kunnen besteden aan productie en marketing van het podiumkunstgebeuren. Het Bureau Promotie Podiumkunsten ontving dus daarvan 1,2 miljoen. In eerste instantie.

Mijn eerste vraag: wat gebeurde (tot 2011) er met de resterende 200.000 euro?

In 2011 kwam u er volgens het eerdere bericht achter dat er dat jaar niet 20%, maar slechts 17% van de verkochte bonnen niet werd ingewisseld. Dan kom ik op een potje van 1.190.000 euro. Wat inderdaad een daling is van 210.000 euro ten opzichte van het jaar daarvoor. Toch besloot u toen het BPP met 400.000 euro te korten. Is de rest (nu 390.000 euro) naar de verliezen gegaan?

In 2012 zou er dus opnieuw 1.190.000 euro zijn binnengekomen (3% minder dan de begrote 20%), maar dat was opnieuw reden voor een budgetkorting van nog eens 400.000 euro. De teller van het jaarverlies staat inmiddels dus op 790.000 euro.

Een derde achtereenvolgende jaar leverde volgens uw verhaal opnieuw 1,19 miljoen op, maar was toch reden om het budget wederom met 4 ton te korten. Het jaarverlies staat inmiddels op 1.19 miljoen, en dat is gelijk aan de vrijval. Het vierde jaar zou het budget naar nul gaan, opnieuw vanwege de opgegeven daling van 20% naar 17%. Het verlies dit jaar staat dus op 1,59 miljoen. Cumulatief constateer ik een gat van 3.960.000 euro. Een gat dat dus wel degelijk veel langer had bestaan (misschien wel tien jaar langer) dan u in uw vorige mail opgaf. Ik citeer: “Op een gegeven moment (in ca 2011) merken we (zowel bpp als sptc) dat er meer verzilverd wordt dan gebruikelijk, maar we weten niet hoeveel dat zal zijn”.

De formulering ‘meer dan gebruikelijk’ zet u volgens mij in om aan te geven dat er een op zich staande, nieuwe gebeurtenis plaatsvond. Dat was uw reactie op onze formulering dat er een lijk was gevonden in de kast. Ik omschrijf de term ‘lijk in de kast’ als de onverwachte vondst van het resultaat van een ernstige gebeurtenis uit het verleden, die al die jaren niet werd opgemerkt, omdat die verborgen was gehouden.

U kwam er ‘ergens in 2011’ achter dat er dus in al die jaren daarvoor verkeerd gerekend was en dat er een tekort van 1,5 miljoen was ontstaan. Nu blijkt dat het gat veel groter was. Ik mag toch aannemen dat u elk jaar een jaarverslag heeft gemaakt, en elk jaar heeft gekeken hoeveel geld er binnen kwam en hoeveel er uitgegeven werd? Waarom is dat dus niet eerder ontdekt?

Dan kan ik niet anders dan constateren dat er in de jaren vóór 2011 slecht op de winkel is gepast (zacht uitgedrukt). En dat leidt tot  stoffelijke resten in kasten.

Daarmee bouw je als club een slecht ‘track record’ op, en met zo’n reputatie is het dus verstandig om te zeggen dat een subsidie van 1,7 miljoen ten behoeve van de buitenlandpromotie uitgereikt door het ministerie via het fonds podiumkunsten aan het BPP, bij u niet veilig is.

Met de reactie van Leo Pot er weer onder:

beste wijbrand,

het gaat niet zoals jij denkt dat het gaat;
je kunt niet stellen “in 2011 kom je er achter dat er dat jaar niet 20%, maar slechts 17% van de verkochte bonnen niet werd ingeleverd”

Schermafdruk van 2013-08-30 20:28:45
Ter illustratie van het citaat van Leo Pot: “Je kunt niet stellen dat etc…”, het fragment uit de email van Leo Pot waarin hij stelt dat etc. Dat doen wij dus niet. Maar hij wel.

het gaat als volgt:
de vrijval van een jaar neem je 5 jaar later, omdat je er van uit gaat dat na 5 jaar zo ongeveer iedereen die zijn bonnen of kaarten wilde verzilveren dat wel gedaan heeft

bij voorbeeld (de cijfers zijn even fictief):
in een gegeven jaar zie je dat er in het jaar 5 jaar daarvoor geen 80%, maar 82% verzilverd is
bovendien zie je dat er van het jaar daar weer voor – waarvan er begin vorig jaar 78% verzilverd was – ook nog bonnen verzilverd zijn, zodat dat jaar ook over de 80% heen gaat
en datzelfde geldt voor het jaar daarvoor en het jaar daarvoor, want er worden ook nu nog bonnen van 10 of 15 jaar geleden ingewisseld

dat betekent twee dingen: ten eerste dat je bedragen overhevelt van je eigen vermogen naar de bestemmingsreserve voor de verzilvering van de bonnen/kaarten en ten tweede dat je geleidelijk voorzichtiger begint te worden met het subsidiëren van andere activiteiten via bpp en je gaat de bijdrage daaraan afbouwen

wat precies de vrijval van bijvoorbeeld het jaar 2007 zal zijn, weet je niet (of misschien pas over 15 of 20 jaar), want als er nu van dat jaar 80% is ingewisseld, weet je niet wat er in de toekomst van de in dat jaar verkochte bonnen nog meer ingewisseld gaat worden

het ziet er nu naar uit dat de vrijval van de afgelopen jaren geen 20%, maar 17% zal zijn
voorzichtigheidshalve wordt er in de begrotingen voor de komende jaren uitgegaan van 15% vrijval

daarom werkt het niet zoals jij in je mail schetste, met “vaste” bedragen die je in een jaar over houdt of tekort komt want je weet wel wat er binnen komt, maar je weet niet wat er nog uit gaat

overigens is het verhaal ingewikkelder dan ik hier schets, want ook de verkopen fluctueren van jaar tot jaar en de afgelopen jaren zijn ze (gemiddeld) enigszins teruggelopen, terwijl veel kosten gelijk bleven

bovendien: ook het rendement fluctueert, wat samenhangt met de omvang van je reserves en de rentestand

kortom, het is best complex en er zitten niet voor niets twee onafhankelijke financiële deskundigen in het bestuur die helpen het financiële beleid van de sptc te ontwikkelen

dan nog je vraag wat er gebeurt met het geld dat in een jaar “over” blijft:
dat komt of terecht in het eigen vermogen van de sptc, of in de bestemmingsreserve voor de verzilvering van de bonnen/kaarten

sorry, maar van je berekening klopt dus helemaal niets

op dit moment heeft de sptc een negatief eigen vermogen van ruim 1,2 miljoen, maar je kunt – bij wijze van spreken – morgen als bestuur besluiten dat het verantwoord is om minder voorzichtig te zijn bij het vaststellen van de bestemmingsreserve voor de verzilvering en het op die manier weer positief maken

maar ook hier wordt het beleid van de moeder van de porseleinkast gevolgd

tot slot haal je (“is het subsidiegeld veilig?”) twee instellingen door elkaar: bovenstaand verhaal gaat over de sptc, terwijl het geld van het fonds podiumkunsten en buza was gestald bij bpp

dat geld is er overigens nog steeds en blijft behouden voor de internationale promotie

jouw stijl van journalistiek bedrijven – tendentieus, vol insinuaties – blijf ik een onplezierige vinden

groeten
leo pot

Case closed.

Comments are closed.