In een brief aan Franz Liszt benadrukt Wagner in 1852 dat de zee in zijn Der fliegende Holländer zo realistisch mogelijk getoond moet worden, vol gewelddadige golven. Honderdzestig jaar later neemt Yannick Nézet-Séguin dat advies in havenstad Rotterdam zeer ter harte. Niets aan deze Holländer kabbelt, vanaf de eerste noten stormt het, culminerend in een derde akte op orkaankracht, met een hoofdrol voor het koor van De Nederlandse Opera.

Voor deze uitvoering, na de première in De Doelen alleen nog te zien in Dortmund en Parijs, maakte de Australische videokunstenaar Shaun Gladwell een heuse film, maar zo woest als het er in het orkest aan toegaat, zo tam zijn de op het achterdoek geprojecteerde beelden, waarin we inderdaad de zee zien, surfers en het bij videokunstenaars in combinatie met water altijd onvermijdelijke vuur.

Voor aanvang betrad Gladwell het podium en vertelde dat je ook niet naar zijn film kon kijken, en dat was inderdaad het beste. “Wat een modieuze onzin, het beeld van een kabbelend watertje boven een geluidszee die ongeveer de zaal uitkolkt”, twitterde een bezoeker terecht. Waar de beelden die Bill Viola bij Tristan und Isolde maakte, in 2007 in Rotterdam te zien, de handeling versterken, voegen ze hier niets toe.

Der fliegende Holländer is een overgangsopera. Enerzijds is het een traditionele opera, duidelijk beïnvloed door Von Weber en Bellini, met duidelijk herkenbare nummers en een zeker voor Wagner gemakkelijk te volgen plot, anderzijds markeert deze opera de overgang naar een duidelijk eigen stijl. Wagner componeerde de opera grotendeels voor zijn dertigste, maar bleef ook na de wereldpremière in 1843 aan de partituur schaven. Zo maakte hij de orkestratie op vele plaatsen lichter en voegde in 1860 als belangrijkste het zogenaamde ‘transfiguratie-slot’ of ‘Tristan-slot’ aan het eind van de opera toe. Echt tevreden was de componist echter nog niet en hij sprak tot aan het einde van zijn leven met enige regelmaat over verdere herzieningen, zonder, op enkele relatief kleine aanpassingen in 1864 na, de daad bij het woord te voegen.

De mythe van de vliegende Hollander was en is onverminderd populair – voor Wagners opera zijn er al vele bewerkingen te vinden, en tot op de dag van vandaag duikt het spookschip en zijn vervloekte bemanning even gemakkelijk op in Pirates of the Carribean als SpongeBob SquarePants. In het kort: de Hollander en zijn schip zijn gedoemd eeuwig de zeven zeeën te bevaren. Eens in de zeven jaar mag de Hollander aan land gaan om van de vloek te worden verlost door een vrouw die hem trouw blijft tot in de dood.

In Wagners opera is het meisje Senta geobsedeerd door deze mythe. Wanneer haar vader Daland deze Hollander na een zware storm daadwerkelijk ontmoet, belooft hij in ruil voor grote rijkdom onmiddellijk haar hand. Tot een huwelijk komt het echter niet, want als jager Erik haar herinnert aan haar liefde voor hem, ontslaat de Hollander Senta van haar belofte en wil weer aan boord gaan, opnieuw zeven jaren van doolloos rondvaren voor de boeg. Senta bevestigt echter haar trouw en werpt zich als ultiem bewijs in de zee, waarna, in de 1860-variant, beide geliefden uit de zee opstijgen, vermoedelijk richting hemel.

Voor je verder leest...

Wij doen ons best om onafhankelijke en volledig professionele journalistiek over de wereld van kunst en cultuur te brengen. Journalistiek die al heel veel mensen waarderen, omdat het op zo weinig plekken nog gebeurt. We kunnen daarmee doorgaan als jij ons steunt met een donatie.
Bepaal onderaan zelf hoeveel je wilt bijdragen.

Nézet-Séguin hanteert het 1860-slot, maar laat het Rotterdams Philharmonisch vlammen alsof de ruwe 1843-versie op de lessenaars ligt. De veelgevraagde dirigent is energiek als altijd, en heeft zichtbaar plezier in de storm die hij ontketent maar – en dat is knap – nergens laat ontsporen. Het koor van De Nederlandse Opera, dat de opera in 2010 nog uitvoerde, heeft daar weinig moeite mee, voor de solisten is het een ander verhaal.

Gelukkig hebben zij stuk voor stuk veel ervaring, ook in nog grotere zalen, maar met name de lyrische kanten van tenor Frank van Aken komen zo minder goed over het voetlicht. Evgeny Nikitin in de titelrol heeft minder last van het spierballenvertoon en sopraan Emma Vetter blijkt zelf een ware tornado, zonder ook maar iets aan dramatische zeggingskracht te verliezen, integendeel: in het razend ingewikkelde trio waarmee de opera besluit blijft zij verstaanbaar.

Zich als Wagner-dirigent meten met Hartmut Haenchen, die deze maand in Amsterdam Siegfried dirigeert, kan Nézet-Séguin nog niet, daarvoor mist zijn Holländer de finesse, maar deze uitvoering maakt overduidelijk dat Nézet-Séguin zich ook als operadirigent stormachtig ontwikkelt.

 

 

Richard Wagner – Der fliegende Holländer. Rotterdams Philharmonisch Orkest, koor van De Nederlandse Opera en solisten o.l.v. Yannick Nézet-Séguin met video van Shaun Gladwell, De Doelen, Rotterdam, 15 september 2013