Hoewel beide voorstellingen op een heel andere manier ontstonden, zijn er toch paralellen te trekken tussen ‘Romeo en Julia. Naar Romeo en Julia van Karina Kroft en ‘Crastest Ibsen II – Volksvijand’ van Sarah Moeremans / Noord Nederlands Toneel. Regisseur Karina Kroft en acteur Joep van der Geest in gesprek over de relatie die zij aangaan met een klassieke toneeltekst en hun publiek.

Regisseur Karina Kroft begon met het door elkaar weven van de teksten van Shakespeare en Handke. Zij wilde Romeo en Julia combineren met Publikumsbeschimpfung, een klassieker die zij standaard uitdeelt zodra ze begint te werken met nieuwe acteurs. “Ik wil zo gauw mogelijk dat acteurs doorhebben dat het publiek bestaat, dat die tribune geen peilloze diepte is.” In de voorstelling zien we zes actrices die regelmatig uit het stuk stappen om hun publiek aan te spreken. “Ik repeteer heel zoekend en intuïtief, want spelen gaat vaak over jezelf. In deze voorstelling zijn er eigen teksten uit die repetities door de klassieke heen geweven. De actrices spelen allemaal Romeo en Julia en doen dat ieder op een eigen manier. Als actrice Lauretta van de Merwe bijvoorbeeld Julia speelt, is ze van begin af aan zo bang om te leven dat ze liever sterft. Terwijl de Julia van Stacyian Jackson juist naïef en vrolijk in het leven staat.”

Het werken aan Crashtest Ibsen II – Volksvijand begon voor Van der Geest heel anders. Vanuit de bestaande tekst van Ibsen is een totaal nieuwe tekst geschreven door Joachim Robbrecht in opdracht van Sarah Moeremans. “In onze serie Crashtests nemen we de samenlevingsdrama’s van Ibsen onder de loep. Dat zijn stukken waarin hij een bepaald deel van de samenleving wil aanklagen. In de serie nemen wij in een denkexperiment juist die moraal weer onder de loep en vergelijken die met de nu heersende moraal. Bij vijand van het volk dat we nu spelen, wil Ibsen zeggen dat idealisme het verliest van pragmatisme en de pers hypocriet is. Dat was toen revolutionair.”

“Maar hoe kun je een moraal uit 1882 nu nog verkondigen? We doen dat bijvoorbeeld in beeld door allemaal baarden te dragen, die betekenen in de geschiedenis altijd wat anders. In de jaren zestig was een baard een teken van de tegencultuur, nu zijn het hipsters die baarden dragen en in de tijd van Ibsen was het een teken van statuur.”

De personages op het toneel zijn zich voortdurend bewust van hun musealiteit. Het stuk speelt dan ook de hele tijd op drie niveaus:

“Ik verdedig de belangen van een burgemeester in een Noors provinciestadje, de tweede laag is die van de acteur die moeite heeft met die opvoering, ik zeg bijvoorbeeld dat ik geen zin meer heb de hele avond te proberen dat imago van boosaardige politicus van me af te schudden, en de derde laag is het op dat moment testen van de moraal die Ibsen wilde verkondigen met het publiek. Daarvoor moet dus de 4e wand doorbroken worden.

Het publiek doet bij Crashtest II dienst als ‘de overgrote meerderheid’. Kroft is het daarmee eens, een voorstelling is geen voorstelling als er geen publiek is. “Mijn voorstellingen gaan daarom net zo hard over het publiek als het over de acteurs gaat.” “En het maakt nogal uit of je voor NS-medewerkers speelt of een zaal vol kinderen,” weet Van der Geest. Het Oerol publiek is een klasse apart volgens Kroft: “Oerol-publiek is heel lief en bereidwillig, ze zijn zelfs bereid om in de regen paraplu’s boven de acteurs te houden.”

Voor je verder leest...

Wij doen ons best om onafhankelijke en volledig professionele journalistiek over de wereld van kunst en cultuur te brengen. Journalistiek die al heel veel mensen waarderen, omdat het op zo weinig plekken nog gebeurt. We kunnen daarmee doorgaan als jij lid wordt of ons steunt met een donatie.
Bepaal onderaan zelf hoeveel je wilt bijdragen.

Toch wordt Van der Geest er ook een beetje verdrietig van dat er 2 weken gedaan wordt alsof theater het summum is en de rest van het jaar de zalen leeg zijn. “Ik zag bijvoorbeeld een tweet voorbij komen van iemand die vond dat NNT had laten zien dat teksttoneel niet saai is. Het is toch vreselijk dat dat vooroordeel leeft? Terwijl er niks mooiers is dan een toneeltekst,” vindt Van der Geest. “De rijkdom van de theaterliteratuur is onwaarschijnlijk. Maar an sich is zo’n tekst niks, een stuk bestaat pas als het gespeeld wordt.” “Dat is het enige wat telt, die anderhalf uur op de vloer,” vindt ook Kroft. Van der Geest zegt zelfs: “zo’n tekst bestaat alleen maar uit letters op papier. Gewoon inkt.”

Meer weten?

Karina Kroft i.s.m. de Amsterdamse Toneelschool & Kleinkunstacademie – Romeo en Julia. Naar Romeo en Julia 13 t/m 22 juni, 16.00 en 19.00 uur, Oerol festival

NNT/Sarah Moeremans – Crashtest Ibsen II – Volksvijand 13 t/m 21 juni, 22.00 uur, Oerol festival