De grote verhalen van Genesis: Johan Doesburgs afscheid bij het Nationale Toneel

Adam en Eva. Noach. Babel. Jozef. Een compleet Bijbelboek giet Johan Doesburg in zijn afscheidsvoorstelling bij het Nationale Toneel. ‘Genesis’ duurt inclusief pauzes 6 uur, telt 65 sprekende personages en speelt met de ruimte van het Scheveningse Zuiderstrandtheater. Maar de scheidend regisseur wil er vooral twee verhalen mee vertellen. In gesprek met Johan Doesburg en acteur Dries Vanhegen, wiens personage Jacob een bijzondere rol in het stuk vervult.

Al 18 jaar geleden liepen Doesburg en schrijfster Sophie Kassies met het idee rond, ‘Genesis’ op het toneel te brengen. Dat idee sneuvelde om financiële redenen. Twee jaar geleden besloot hij er alsnog mee aan de slag te gaan, ‘desnoods in het kleinste lokaaltje met 10 stoelen en 2 kartonnen dozen.’ Maar dat hoefde niet. Door het uitstel van de bouwplannen op het Haagse Spuiplein kwam het gloednieuwe, tijdelijke Zuiderstrandtheater een half seizoen leeg te staan. ‘Het knappe is, dat dit gebouw in 9 maanden tijd gebouwd is voor 16 miljoen euro. Vergeleken bij wat het Spuiforum had moeten kosten, is dat niks. De locatie is geweldig. Je zit op het strand koffie te drinken en je loopt zo het theater in, je kunt gratis parkeren, probeer dat maar eens bij de Koninklijke Schouwburg.’

‘We gaan voor sobere middelen en maximale vertelling. Ik heb van de theatervloer een vlakkevloertheater gemaakt, met een verplaatsbare tribune voor maximaal 320 mensen. Er staan wat steigers, er zijn videocamera’s. Als publiek krijg je verschillende perspectieven. De eigenlijke theaterzaal wordt deel van het decor, dat is de woestijn in het gedeelte waar Jozef onderkoning van Egypte is.’

Verslonsde mythologie

Doesburg verbaast zich erover dat er zo weinig eerder is gedaan met het boek Genesis. ‘Exodus is veel verfilmd, maar Genesis niet, terwijl het toch het verhaal is van de drie aartsvaders: Abraham, Isaak en Jacob, en diens zoon Jozef. Het is goddelijk materiaal en het zijn goeie verhalen. Zie het als onze christelijke mythologie. De Griekse mythologie wordt uitentreuren behandeld, maar de christelijke verslonzen we door de ontkerkelijking.’

‘Het epische karakter sprak me aan. Genesis is de strijd om te overleven van een volk dat zichzelf uitverkoren noemt. Een volk dat denkt “Dat gaan wij redden, want wij zijn beter dan de rest en wij geloven in één God.” Genesis ligt ten grondslag aan de drie monotheïstische godsdiensten en die komen allemaal in Den Haag voor.’

In ‘Genesis’ volgt Doesburg twee rode draden. Het eerste thema is migratie. ‘Dat begint al bij Adam en Eva, die als straf de Hof van Eden moeten verlaten en op zoek gaan naar het beloofde land. Dat land wordt in het hele Bijbelboek niet bereikt. We zijn als mensen allemaal op reis, we hebben behoefte aan een beter leven, maar we komen nooit aan.’

Sleutelfiguur in de voorstelling is Jacob, de derde aartsvader. Als oudere man vertelt hij het publiek hoe het allemaal zo gekomen is. Dries Vanhegen vertolkt deze rol. Hij vertelt: ‘Toen Sophie het stuk schreef, vroeg zij alle acteurs naar een persoonlijk verhaal. Een vriend van mij had een pijnlijk verlies geleden van een kind. Daar is het idee ontstaan om Jacob het verhaal te laten vertellen als hij denkt dat zijn zoon Jozef gestorven is. Wat ben jij voor een God die mij mijn kinderen heeft afgepakt? Hij voelt opstandigheid en verdriet, weet niet meer wie hij is. Jacob vertelt het verhaal als een soort weblog, een diavoorstelling van zijn eigen leven. Vaak uit de tweede hand: “dat heb ik van die gehoord, en dat zelfs van een Syriër, een vreemdeling, dus ik weet niet wat ik ervan moet denken”. Daar is Sophie heel goed in.’

Ik ben die ik ben

Vanhegen vindt Jacob de meest interessante van de drie aartsvaders. ‘Abraham en Isaac zijn orthodox, maar Jacob is opstandig. Hij durft het gevecht aan.’
Doesburg: ‘Hij heeft het eerstgeboorterecht afgetroggeld van zijn broer Esau, en daar staat hij dan in de woestijn met zijn papiertje. Hij vraagt zich af: ben ik gestuurd door uw hand, God, of heb ik dit zelf gedaan? God zegt hem: “Je hebt niet te kiezen, ik ben die ik ben.” Jacob is de eerste die zegt: “Besta ik omdat jij er bent, of is het andersom? Want ik ben óók die ik ben!” Hij heeft een dwarse, bevragende, filosofische kant.’
Vanhegen: ‘En twijfelen is interessanter dan het allemaal al weten.’

Doesburg: ‘We laten God trouwens niet live optreden. Je hoort wel zijn stem, in een beetje archaïsche woorden: “En hij zeide…” Maar voor de rest is de taal in het stuk helder als glas. We nemen de vrijheid dingen nader uit te werken of juist over te slaan. En we geven vrouwen meer tekst dan in de Bijbel.’

Aboutaleb

Ook Jacobs zoon Jozef is een boeiend, actueel personage, vindt Doesburg. ‘Jozef is het eerste kind uit zijn al wat oudere, liefste vrouw Rachel. Hij wordt uitgekotst door zijn broers omdat hij slim is, een dromenduider, hij wordt in de put gegooid en verkocht als slaaf. Zo komt hij in Egypte. Daar weet hij zich op te werken tot onderkoning. Waaraan denk jij dan? Ik aan Aboutaleb. Een man uit het Rifgebergte die hier burgemeester van een stad van 800.000 mensen is geworden, die bovendien moslim is en die dat weet te incorporeren zonder dat het bijt. Het levert een groot moreel dilemma op, ook in de voorstelling. Jozefs vader Jacob denkt dat Jozef dood is. Twintig jaar later komen ze elkaar tegen in Egypte. Jozef zegt: “Kom in het paleis bij me wonen.” Maar Jacob zegt: “Ik ben een herder, ik ruik naar geit en mest. Jij bent mijn zoon niet meer, je bent een Egyptenaar geworden.”’
Vanhegen: ‘Hij zegt: “Je had me wel eerder mogen verwittigen dat je nog leeft! Maar dat heb je niet gedaan omdat je onze verhalen niet meer kent.” Een cultuurbreuk. Aboutaleb wordt door sommige Marokkanen ook niet meer als “één van ons” gezien.’

De tweede rode draad is dan ook de rol van verhalen in identiteit en cultuur. Doesburg: ‘Het Oude Testament komt voort uit een orale cultuur en is later gecanoniseerd. Net als Homerus. Er zijn ook overlappingen. Agamemnon offert zijn dochter Iphigeneia in Aulis om gunstige wind af te smeken voor de vloot. De legermacht van 60.000 man die hij heeft opgeroepen ligt in de vlakte en begint te knorren. Ben je dan bereid je eigen kind te offeren? Abraham krijgt van God de opdracht zijn zoon Isaak te offeren en is bereid dat te doen. Die bereidheid is ook genoeg, want God redt Isaak. Ik denk hierbij ook aan generaal Van Uhm. Hij staat voor een ideaal en neemt ook zelf  het risico waartoe hij anderen oproept. Een week nadat hij opperbevelhebber werd, sneuvelde zijn zoon in Irak. Hoe houdt zo’n man zich dan?’

Johan Doesburg (rechts) en Dries Vanhegen (foto auteur)
Johan Doesburg (rechts) en Dries Vanhegen (foto auteur)

Mentale incest

Doesburg ziet ethiek en moraal als samenvattingen van de verhalen in een cultuur. ‘Je bent deel van onze identiteit als je onze verhalen deelt. Als je daarin doorschiet, word je fundamentalist of nationalist. Overlappen met andere culturen betekent verrijking, binnen je eigen kring blijven leidt tot mentale incest.’
Vanhegen: ‘Zonder verhalen kunnen we niet. We hebben nu een beetje een situatie als in Babel: niemand verstaat elkaar meer, we hollen achter elke nieuwigheid aan, wie wil, verzint een nieuw verhaal voor zichzelf.’
Doesburg: ‘Je ziet het op Facebook. “Ik sta nu bij de bushalte in de regen.” “Kijk eens wat een lekkere taart”. We missen grote verhalen in ons leven. Ik hoop dat die herkenning zich opdringt terwijl je als publiek de grote verhalen uit Genesis volgt.’
Vanhegen: ‘We hebben behoefte aan saamhorigheid. Daarom zie je een voetbalstadion vol mensen die zwaaiend met een kaarsje rouwen om een zanger, daarom applaudisseren we voor slachtoffers van MH17. Over twintig jaar zeggen we: ik was daarbij dus ik ben iemand.’

Hoewel nergens concreet benoemd zit Genesis dus vol actualiteit. Vanhegen: ‘Bij de Ark van Noach zie ik beelden van Lampedusa voor me. Mensen zijn nog steeds bereid dood te gaan om het ergens anders beter te hebben.’

Behalve Dries Vanhegen spelen bijna alle acteurs veel verschillende rollen. Dat betekent vaak van rol wisselen. ‘Het gaat de ene acteur makkelijker af dan de andere,’ zegt Johan Doesburg. ‘Maar er zitten ook rollen bij van een herder die bij de put staat.’ Vanhegen protesteert: ‘Ook een herder moet kloppen als karakter, ook daar moet je je inleven.’

Het einde is het begin

Het lijkt curieus dat Johan Doesburg zijn carrière bij het Nationale Toneel afsluit met het beginboek van de Bijbel. Hij lacht fijntjes. ‘Dat is geconstrueerd toeval, zoals Mulisch het zo mooi noemde. Het einde is het begin. Het is precies dertig jaar sinds mijn eerste regie. Dat was De Thuiskomst van Pinter, van geconstrueerd toeval gesproken. Mijn vader heeft veel zorgen over mij gehad. Ik ben pas laat met toneel begonnen, heb drie studies gedaan, drie werkgevers gehad. Uiteindelijk ging ik dan de regisseursopleiding doen. Mijn vader heeft de première van mijn eerste stuk net niet gehaald. Hij heeft alleen de sores van me gehad. En dan had De Thuiskomst ook nog een beetje een verloren zoon-thema…’

‘Over een paar weken word ik 60. Dan begint een derde fase in mijn leven. Hoe lang die zal duren weet ik niet. Ik heb geen pretentie, ik neem het risico, ik heb me niet verzekerd. Ik heb niets gepland, maar ik kan altijd toneel maken. Desnoods trek ik bij mijn schoonouders in Drenthe in, ga ik het Shakespearetheater in Diever beconcurreren.’

Informatie en speeldata: www.nationaletoneel.nl/genesis

GENESIS - Het Nationale Toneel (Hannah Hoekstra en Reinout Scholten van Aschat). Foto Barrie Hullegie
GENESIS – Het Nationale Toneel (Hannah Hoekstra en Reinout Scholten van Aschat). Foto Barrie Hullegie
Goed geschreven? Met een ´like´ betaal je Facebook. Ik zou het prachtig vinden als je Cultuurpers een donatie deed.

help mee

Bedrag
Persoonlijke informatie