EYE profileert zich met haar nieuwste overzichtstentoonstelling If We Ever Get To Heaven weer overtuigend en zelfverzekerd als een museum dat verder kijkt dan alleen de filmgeschiedenis. Dat bleek al uit eerdere tentoonstellingen zoals Expanded Cinema waarin beeldend kunstenaars werden belicht die zich begaven op het snijvlak van film en kunst. Nu is aan William Kentridge de eer ten deel gevallen met een expo van drie werken waarin hij ook gebruik maakt van cinematografische middelen.

In een persconferentie na de persbezichtiging van de expo spreekt de Zuid-Afrikaan met een erudiet gemak over zijn werk. EYE heeft daarbij een primeur door de eerste vertoning van zijn imposante More Sweetly Play The Dance. Kentridge komt met een fascinerende lijst aan verwijzingen en inspiratiebronnen voor zijn werk. Zo refereert de titel zijdelings naar een schimmige zin uit de Engelse vertaling van Paul Celans onvergetelijke gedicht Todesfugue . Verder liet Kentridge zich inspireren door de vorm van het klassieke fries met zijn horizontale parade van figuren, maar ook Plato’s bekende allegorie van de grot.

Danse Macabre
More Sweetly Play The Dance is een indrukwekkende filminstallatie waarin je een bonte processie door de lange zaal van de grote expositieruimte ziet lopen. In de eerste ruimte van de expo zijn wat mooie rekwisieten te bewonderen die gebruikt worden in de parade. Vervolgens aanschouw je een lang en uitgestrekt desolaat landschap gehuld in donkere tinten. Een fanfare speelt muziek, terwijl er gedanst wordt, maar je ziet ook treurige figuren. Zieken die wankelend mee schuifelen in de stoet of mensen die iets meezeulen als een zware last.

De sfeer van het werk is vooral treurig, ondanks momenten van vitaliteit en veerkracht die tot uiting komen in zang en dans. Het voelt aan als een processie van de mensheid op weg naar zijn eindpunt. Kentridge ziet het werk zelf als een danse macabre en haalt een bijgeloof van mensen in de middeleeuwen aan die dachten dat dans de zwarte dood kon bezweren. Het is een mooi uitgangspunt waar de onvermijdelijkheid van de dood niet wordt ontkend, maar waar de energie van de mens nog een nederige vorm van verzet kan bieden tegen het onontkomelijke.

Constructivistische Animaties
Op de expo zijn nog twee andere werken te bewonderen die weer heel andere kanten van Kentridge’s oeuvre belichten. Other Faces laat zijn bekwaamheid zien als tekenaar en originele animator. De film bestaat uit houtskooltekeningen die zijn gemaakt tussen 1989 en 2011 en een beklemmende expressieve kracht hebben. Ze draaien om de fictieve figuren Soho Eckstein en Felix Teitelbaum. Deels alter ego’s van Kentridge, maar ook creaties die staan voor de welgestelde blanke Afrikaner. De film geeft op associatieve wijze een beeld van het drukke leven in Johannesburg, waar raciale en sociale spanningen nooit ver weg zijn.

En dan zijn er ook nog 8 videoprojecties van Kentridges I Am Not Me, the Horse Is Not Mine uit 2008. Ze bieden een storm van beelden geïnspireerd op de Russische avant-garde. Van constructivistische animaties en filmcollages tot aan bewerkte fragmenten van revolutionaire kunstenaars zoals Dimitri Sjostakovitsj, Vladimir Tatlin en Sergei Eisenstein. Als tegenwicht is er echter ook een verslag van het showproces waar Nicolaj Boecharin door Stalin van verraad werd beschuldigd. Het is een tragische aanvulling die toont dat revolutionaire kunst ondanks zijn aspiraties en idealen onderhevig is aan grotere en duistere historische krachten.

Voor je verder leest...

Wij doen ons best om onafhankelijke en volledig professionele journalistiek over de wereld van kunst en cultuur te brengen. Journalistiek die al heel veel mensen waarderen, omdat het op zo weinig plekken nog gebeurt. We kunnen daarmee doorgaan als jij lid wordt of ons steunt met een donatie.
Bepaal onderaan zelf hoeveel je wilt bijdragen.

-®studiohanswilschutEYEFILM 12

Het is Kentridge’s grote verdienste dat hij ondanks zijn duizelingwekkende oeuvre zich ook bewust is van de kwetsbaarheid van kunst. Ondanks de beperkte mogelijkheid om iets te veranderen is het voor hem toch nodig om creatief en kritisch te blijven ten opzichte van de werkelijkheid. Je voelt dat terug in het werk dat op verschillende manieren poogt om grip te krijgen op dat tragische circus van het menselijke bestaan. Het is die vitaliteit die nog een mate van bescheiden hoop creëert en die Kentridge de energie geeft om zich vol overgave te wagen aan nieuwe projecten. Zo is hij op dit moment bezig met de repetities van de Alban Bergs opera Lulu die hij deze zomer op het Holland festival zal regisseren.

If We Ever Get To Heaven is van 25 april t/m 30 augustus 2015 te zien in EYE. Kijk voor meer informatie over de tentoonstelling en het uitgebreide aanvullende filmprogramma op deze link.