Joost Galema, journalist en programmamaker, werd op een dag gebeld door Bastiaan Everink. De bariton en ex-marinier wilde een boek maken over zijn persoonlijke strijd en hoe muziek zijn leven verandert. Omdat hij geen schrijver was, ging hij op zoek naar een ghostwriter. Joost was de derde op zijn lijst. Een paar dagen later stond Bastiaan in de Hilversumse woonkamer van Joost zijn verhaal te vertellen. De zanger had het over mariniers, overleving, geweld, Irak, de muziek van Wagner en een zoektocht. Geen eendimensionale kroniek, vond Joost en hij besloot met Bastiaan aan de slag te gaan. Na drie jaar ligt het ongewone boek Strijdtoneel in de boekwinkel.

Hoe kwam Bastiaan bij u terecht?

‘‘Op een dag in was hij onderweg naar Frankfurt voor een optreden, en raakte in de trein in gesprek met een vrouw. Ze bleek Mizzi van der Pluijm te zijn, uitgever en directeur van Atlas Contact. Ze was onder de indruk van zijn levensloop en vroeg hem een boek te maken. “Ik ben geen schrijver”, zei Bastiaan. En dus gingen ze op zoek naar een ghostwriter. Met drie van hen liep de samenwerking om uiteenlopende redenen op niets uit. Twee jaar geleden hoorde hij tijdens een interview met Peter van der Lint, recensent van Trouw, voor het eerst mijn naam. Ongeveer in die tijd draaide Makira Mual van de NTR de documentaire Het geweld van de stem over hem. Ook zij noemde mijn naam. Toen besloot Bas me te bellen. Het klikte, zijn verhaal had meerdere lagen, dat zag ik meteen.’’

Wat gaf de doorslag?

‘‘Bastiaan houdt net zoals ik van symboliek, mythes en metaforen. Ik vond het bepalend dat hij het niet alleen over zichzelf had, hij wilde geen boek van ‘kijk mij eens ik was soldaat en nu ben ik operazanger’. Het ging hem om de achterliggende beslissingen, om de betekenis van dagelijkse gebeurtenissen en om een innerlijk proces. Universele thema’s, dacht ik. Wat mensen overal en altijd bindt, is de vraag naar de zin van het leven. Mijn verbeeldingskracht ging meteen werken, hier kon ik iets mee. Naar aanleiding van zijn aantekeningen hebben we samen een hoofdstukindeling gemaakt. Daarna volgden gesprekken over zijn beleving van muziek, beschouwingen over het soldatenleven en ben ik hem regelmatig achterna gereisd. Zo bezocht ik verschillende uitvoeringen van hem in Berlijn, waar hij toen lid was van het vaste zangersensemble van de Deutsche Oper. In Wiesbaden maakte ik hem mee als Fliegende Holländer en in Brindisi als Nabucco. Langzaam kroop ik dieper zijn wereld in.’’

Hoe ging je te werk?

Voor je verder leest...

Wij doen ons best om onafhankelijke en volledig professionele journalistiek over de wereld van kunst en cultuur te brengen. Journalistiek die al heel veel mensen waarderen, omdat het op zo weinig plekken nog gebeurt. We kunnen daarmee doorgaan als jij lid wordt of ons steunt met een donatie.
Bepaal onderaan zelf hoeveel je wilt bijdragen.

‘‘We hebben uitgebreid over alles gepraat, daarna schreef ik het boek voornamelijk uit mijn hoofd. Je moet constant oppassen dat je niet te veel afdwaalt of te veel personages gebruikt, want dat verzwakt de essentie. Herinneringen zijn bedrieglijk. Ik weet nog dat ik op een dag aan het hardlopen was op de hei en nadacht over de verantwoording aan het slot van het boek. Wat is werkelijkheid? Wat is fictie? Ik dacht aan de lamp die al twintig jaar boven mijn eettafel hangt. Hoeveel lichten telt die? Hoeveel wijzen omhoog en hoeveel omlaag? Wat is de precieze vorm en kleur. Er is één kapot, dat wist ik zeker. Zo werkt het ook met herinneringen. Je leeft je leven niet met de bedoeling er een boek over te schrijven. Dingen die ons overkomen zijn betrekkelijk toevallige en willekeurige gebeurtenissen. Terugkijkend zoeken we naar een toepasselijke logica om alles te begrijpen maar die is betrekkelijk. Bastiaan moest zich een wereld herinneren die een kwart eeuw oud geleden was. En ik wilde daar een verhaal van maken, dat moest lezen alsof je er op het moment zelf bij bent. Dat betekent het beschrijven van details en dialogen die op de bodem van het geheugen liggen.

Daar komt de verbeelding om de hoek kijken. Een boek is geen werkelijkheid, het is een reconstructie, een spel met de werkelijkheid.’’

Hoe reageerde Everink daarop?

‘‘Bastiaan las alles, en corrigeerde alles wat niet klopte. Soms stuitte hij op woorden waarvan hij zei dat die nooit door een marinier gebruikt konden zijn. We discussieerden ook over de stijl. Een 20-jarige marinier formuleert en denkt simpeler dan een 40-jarige operazanger. In het leger zat hij emotioneel op slot, want gevoelens en gedachten kunnen gevaarlijk zijn. Het gaat om de drills, om het volgen van bevelen. Terug van een missie in Noord-Irak vlak na de Eerste Golfoorlog hoorde hij de muziek van Wagners verlossingopera Parsifal. Hij was in Irak gestuit op de grenzen van zijn eigen idealisme. Hij ging erheen om te helpen, maar was de wereld er echt beter op geworden? Hij proefde de smaak van de dood en de onmacht. En ontdekte dat er een duisternis in hem gekropen was. De muziek van Parsifal haalde die pijn naar boven. Maar de noten riepen een pijn op – dat was zo vreemd – die hem niet te neer sloeg, maar juist verhief. Zijn onderdrukte gevoelens baanden zich een weg naar buiten. In de opera gaat het erom je binnenwereld hoorbaar te maken. Zijn creatieve spier was in het leger nooit getraind. Met vallen en opstaan zocht hij een nieuwe weg. Hij moest iets doen met het gevoel van bevrijding dat hij in de muziek ervoer. Die roeping was sterker dan alle obstakels en dat raakt. Daardoor krijgt zijn verhaal een andere dimensie, het ging om een metamorfose.’’

Wat neemt u mee van het boek?

‘‘Zeker het besef hoe krachtig muziek is. Maar ook de waarde van de vrijheid. Als marinier leefde Bastiaan letterlijk en figuurlijk in een regiem zonder creatieve uitingsmogelijkheden. Toen hij voor het eerst Parsifal hoorde, bewoog er iets in zijn hart. Hij zocht het gevoel op, volgde het en bij het zingen van de eerste een opera-aria, voelde hij zich bevrijd – een emotie waar hij al langer naar op zoek was. Als ik schrijf, kijk ik altijd verder dan de woorden, ik zoek naar een echt levensgevoel en vergelijk het met situaties of gebeurtenissen die deze innerlijke wereld kunnen verduidelijken. Zo koppelde ik ervaringen van Bastiaan aan mijn eigen associaties en probeerde een brug te slaan tussen zijn wereld en die van de lezer. Natuurlijk, alles is interpretatie. Daarom legde ik die ook altijd voor aan Bastiaan. Herken je jezelf hierin? Dat was het geval. Ik vond het een bijzondere en verrijkende ervaring in zijn huid te kruipen en vanuit hem naar de wereld te kijken en daarover te schrijven.’’

Goed om te weten
Het boek Strijdtoneel is verkrijgbaar in de boekhandel. Meer info.