André Manuel en Ben Duke: vakmanschap van de hoogste orde op #tfboulevard

De beste in je vak zijn, en dan niet in één vak, maar in een stuk of drie. Ook dat is wat een kunstenaar kunstenaar maakt. Ben Duke is een groot kunstenaar. Hij is een begaafd danser, een fenomenaal acteur en cum laude afgestudeerd in de Engelse literatuur. Logisch dus dat hij het grootste gedicht uit de Britse geschiedenis, het 10.000 verzen tellende Paradise Lost, tot een anderhalf uur durende solo bewerkt, en ermee wegkomt. Summa Cum Laude. Dat is nog eens wat anders dan 100 meter hardlopen in 9 seconden.

Leden lezen gewoon door

(Met de betaalknop hieronder word je geen lid, maar koop je steeds losse stukken met een tegoed van onze partner Katalysis. Een echt lidmaatschap van Cultuurpers biedt meer, zoals onbeperkte toegang tot ALLE verhalen (en een nieuwsbrief).)

Identiteit

Vooraf aan de voorstelling, 10 augustus op Festival Boulevard, verwachtte ik een vaardige, doch redelijk standaard stand-up comedy over de zondeval, het feitelijke onderwerp van Miltons gedicht uit 1674. Wat Ben Duke, oprichter van het Engelse danstheatergezelschap Lost Dog, laat zien, is veel meer dan dat. Hij neemt het gedicht als aanleiding voor een spel met identiteit, met dans en met ontzettend veel humor, om je op het eind steeds harder bij de strot te grijpen. Uiteindelijk gaat zijn versie van Paradise Lost niet alleen meer over Gods rivaliteit met de Duivel, maar veel meer over vaderschap, over relaties, over verlies en Janis Joplin’s versie van Summertime.

Hoe dit allemaal verweven is, is niet uit te leggen. Wat het effect is, moge duidelijk zijn: Duke dwingt bewondering af, maar is aan het eind ook de vriend die je uit de sores wil helpen, omdat hij alles kwijt was wat zo mooi begon. En dat dus in een voorstelling die én dans, én performance, én stand-up comedy is en dat allemaal uitgevoerd met een bewondering afdwingend vakmanschap. Dit is perfectie die we in onze theaters zelden zien.

Niet dat we hier geen bewondering afdwingend vakmanschap hebben. Sterker nog: we hebben er bakken vol van, bijvoorbeeld in de vorm van André Manuel. Dat is een man die we ooit in het hokje ‘cabaret’ hebben gestopt. Daarmee doen we deze veelzijdige dichter, schrijver, muzikant en componist tekort. Hij worstelt dan ook al jaren met zijn publieke imago van eigenzinnige lolbroek, door bijvoorbeeld steeds op zoek te gaan naar de grens van wat het cabaretpubliek nog accepteert. Hij krijgt het vooral in het zuiden regelmatig aan de stok met schouwburgdirecteuren of toeschouwers.

Grensoverschrijdend

Manuel haat gemakzucht en dus is zijn nieuwste poging om buiten de gebaande paden te treden sowieso al spannend. Het programma XIX (19) dat hij nu presenteert in een tentje in de Citadel van Den Bosch is een vervolg op een eerdere samenwerking met de Vlaamse performer en geestverwant Geert Hautekiet. Vier jaar geleden heb ik hun eerste samenwerking gemist. Dat programma, ‘Het Lied, Opus 1 in G-groot voor Opel Kadett en twee zangers’ was net als XIX een lang doorgecomponeerd nummer van anderhalf uur.

Twee gitaren, toetsen, een paar vooraf opgenomen samples en repeattapes, is alles wat ze nodig hebben voor een programma waarin veel vastligt, maar er ook ruimte is om te improviseren. Het thema van XIX is ‘grens’ en het is André Manuel die het beste is in het overschrijden van die grens. Het is nu eenmaal zijn natuur en het levert een spannende battle op tussen twee rasartiesten die goed aan elkaar gewaagd zijn.

Hautekiet mag voor Hollandse begrippen misschien iets te mild zijn, Manuel is voor Vlaamse begrippen zeker te grof, dus wat een tournee door het hele Nederlandse taalgebied de twee gaat opleveren is nog ongewis. Ze zullen het aangaan, en zeker is dat XIX over een tijdje nog veel mooier zal zijn, dan het nu al is.

Goed om te weten

Beide voorstellingen zijn nog te zien op Boulevard in Den Bosch. Snel zijn, want de kaarten vliegen de deur uit. Inlichtingen.

[gravityform id="10" title="true" description="true" ajax="true" tabindex="0"]