Laten we het eens over borsten (m/v) hebben. Of, als dat iets te confronterend is: de neiging van jonge aanstormende acteertalenten om op het toneel uit de kleren te gaan. En vervolgens iets met sapjes te doen. Van fruit meestal, of gewoon water, of olie en glittertjes.

Op festival Boulevard had ik gisteren voor de derde keer in een week vanaf rij twee uitzicht op redelijk strak in het vel zittend jonge-mensenvlees. Eerst bij de openingsvoorstelling, waar vooral de magerheid van de lijven in Tuin der Lusten opviel, later in de nogal leeghoofdige Vlaamse versie van A Winter’s Tale, en donderdag 11 augustus bij Bacchanten, een best geslaagde visie op Euripides’ 2500 jaar oude klassieker over extase.

Kwetsbaarheid

Er viel mij iets op aan die naaktheid. Ooit waren blote borsten op het toneel een teken van kwetsbaarheid, eerder dan van erotiek. De borsten die deze week getoond werden waren behalve welgevormd veel meer een teken van kracht, van agressie zelfs, en van afstand. Niet per se aantrekkelijk, eerder een beetje afstotend, omdat ze ook met een zekere ijdelheid aan den volke getoond werden.

Het leidde dus een beetje af, en dan niet vanwege de vleselijke lusten, maar vanwege opkomende gedachten aan nieuwe opvattingen over naaktheid, videoclip-cultuur en empowerment. Zoiets. Is er een strijd gaande tussen de toenemende verpreutsing op sociale media enerzijds en de sterke beeldtaal van een Kanye West of een Beyoncé? Iets om eens een essay’tje aan te wijden, lijkt me.

In de trein terug uit Den Bosch kwam ook de gedachte op: wat is er eigenlijk nieuw? In Jeroen Bosch’ 500 jaar oude schilderij Tuin der Lusten zijn de naakte lijven ook alom aanwezig. In alle vrijheid. Honderden witte mensjes die zich overgeven aan veel meer dan wat ik live voor me zag tijdens de voorstellingen op dit festival.

Voor je verder leest...

Wij doen ons best om onafhankelijke en volledig professionele journalistiek over de wereld van kunst en cultuur te brengen. Journalistiek die al heel veel mensen waarderen, omdat het op zo weinig plekken nog gebeurt. We kunnen daarmee doorgaan als jij lid wordt of ons steunt met een donatie.
Bepaal onderaan zelf hoeveel je wilt bijdragen.

Bizarre combinatie

Het verandert dus, maar de cirkel is ook rond. Zo was het verfrissend om donderdag een paar jonge acteurs het fenomenale, maar ook totaal ongrijpbare klassieke stuk Bacchanten onder handen te zien nemen. Euripides schreef het als een bizarre combinatie tussen klucht, stand-upcomedy, tragedie en horrorfilm. Lastiger nog is: het stuk lijkt de extatische moord op mensen die niet in de nieuwe Wijngod uit het oosten geloven goed te praten, zoals Euripides ook bij het andere bekende stuk van zijn hand, Medea, partij kiest voor de moeder die haar kinderen vermoordt om de ontrouw van haar man te wreken.

Wereldberoemd, en 2500 jaar geleden al overladen met gouden medailles op de theaterolympiade, zijn de zogenaamde bode-verhalen, waarin herders verslag doen van de gruwelen in de bergen. In het Griekse theater werden die niet verbeeld, maar was het een wedstrijdelement bij de tragediefestivals: wie kan de meest enerverende beschrijving geven van dit soort dingen, of van paardenraces, zoals in Elektra gebeurt.

Bodeverhalen

De kracht van woorden hebben de Grieken al flink onderzocht, en het grappige is dat de bewegend-beeldcultuur van onze tijd heel veel moeite moet doen om die te evenaren. De wagenren-scene in Ben Hur is bijvoorbeeld volledig gebaseerd op de beschrijving door een bode van een wagenrace in Elektra[hints]Sophocles, voorganger van Euripides, maakte met de beschrijving van een wagenrennen waarbij Orestes zou zijn omgekomen, een prachtig verhaal, waar het bloed je letterlijk om de oren spat, tot en met de meswielen van de bad guy[/hints]. Persoonlijk heb ik die tekst altijd indrukwekkender gevonden dan de 70mm cinemascopeversie, hoewel die er ook best mag wezen. Is alleen wat duurder om te maken.

Zoiets gebeurt dus ook bij deze Bacchanten: de vier spelers openen de voorstelling met de verbeelding van het bodeverhaal uit het vierde bedrijf, en daar komen dus al die borsten uit de kleren, in combinatie veel exploderend fruit en cola. Heftig bedoeld en heel erg passend in het beeld dat we hebben van wild en jong theater, maar weinig functioneel. Dat wordt het pas wanneer de taal binnenkomt en er in een toegevoegde monoloog een prachtige link wordt gelegd tussen de persoonlijke actualiteit van de spelers (een qua achternamen, taal en uiterlijk zeer divers gezelschap), de komst van nieuwe godsdiensten en de vreemdelingenangst die dat met zich meebrengt.

Daar zijn op zich die borsten op het toneel niet bij nodig, maar omdat de oude Grieken ze ook niet echt bedekt lieten, kan het in deze voorstelling best. Sterker nog: moeten we er niet gewoon een voorschrift van maken? Voortaan iedereen naakt de arena in. Ook iets voor Rio.

Goed om te weten

Bacchanten van Euripides door Mouton Noir. Gezien op 11 augustus in de Tramkadehallen Den Bosch. Daar nog vanavond en morgen.