Wanneer woorden wapens worden, is luisteren zinloos. Frank Westerman op festival Winternachten over onderhandelen met terroristen.

By Bert Verhoeff, ANEFO< Nationaal Archief, Den Haag, Rijksfotoarchief: Fotocollectie Algemeen Nederlands Fotopersbureau (ANEFO), 1945-1989 - negatiefstroken zwart/wit, nummer toegang 2.24.01.05, bestanddeelnummer 929-3360 (Nationaal Archief) [CC BY-SA 3.0 nl (https://creativecommons.org/licenses/by-sa/3.0/nl/deed.en)], via Wikimedia Commons

In de jaren zeventig trok een golf van terreur door Europa. Een golf die in onze contreien veel meer slachtoffers maakte dan het islamitische geweld tot nu toe. Tijdens literatuurfestival Winternachten, van 18 t/m 22 januari in Den Haag, gaat het over vrijheidsstrijd, over wij tegen zij.

Leden lezen gewoon door

(Met de betaalknop hieronder word je geen lid, maar koop je steeds losse stukken met een tegoed van onze partner Katalysis. Een echt lidmaatschap van Cultuurpers biedt meer, zoals onbeperkte toegang tot ALLE verhalen (en een nieuwsbrief).)

Op zaterdagmiddag 21 januari gaan Frank Westerman en Mohsin Hamid met elkaar in gesprek over de vraag: ‘Wat zijn nu de juiste woorden en daden om de ideeënstrijd van de fundamentalisten te winnen?’ Beide auteurs publiceerden in de afgelopen jaren boeken over terreur. Mohsin Hamid beschrijft in De Val van een Fundamentalist hoe een succesvolle Amerikaan van Pakistaanse komaf door omstandigheden tot een desperate daad komt. Frank Westerman gaat in Een Woord en Woord in op de lessen die Nederland trok uit de acties van de Zuid-Molukkers in de jaren zeventig.

Psychiaters

In het boek beschrijft hij de destijds beroemde Dutch Approach, die eruit bestond dat er met gijzelnemers of treinkapers werd onderhandeld door specialisten, vaak psychiaters. Dat onderhandelen is inmiddels een beroep geworden, dat vaak effectief wordt ingezet in dreigende situaties. In de jaren zeventig werd de Dutch Approach echter ook zwaar op de proef gesteld.

Frank Westerman maakte de gijzelingsacties van de Molukkers in Drenthe van dichtbij mee. Een van de kapers van de trein in Wijster was leraar op zijn basisschool en Dicky Helaha, de leider van het zelfmoordcommando dat in 1978 een actie uitvoerde in het Drentse Provinciehuis, was een schoolgenoot van de middelbare school in Assen: ‘Hij wilde eigenlijk onderwijzer worden. In plaats daarvan gaat hij werken in de conservenfabriek om geld te sparen voor wapens. Hij weet zeven vuurwapens te bemachtigen en doet samen met twee kameraden schietoefeningen op het Zeijerverld. Op de dag zelf loopt hij nog langs de school, zomaar in de ochtend, om er seven-up of zoiets te kopen. Dat hij dan een taxi belt, de taxichauffeur een pistool op zijn hoofd zet en aan die provinciehuis-gijzeling begint. Met zijn vrienden. Nadat ze zichzelf geafficheerd hebben als zelfmoordcommando.’

Bizar

Het blijft een bizarre gedachte voor Westerman, die met zijn boek ‘Een woord, een woord’ ingaat op de manier waarop Nederland in die jaren omging met terroristisch geweld. ‘Hoe hebben we daar als gemeenschap op gereageerd? Op kleine schaal in Assen, denk aan voetbalveld, kerk, school, op straat? Laten we goed bedenken: wat is er toen fout gegaan, en wat is er toen goed gegaan? Hoe om te gaan met aanslagplegers die dus niet schuwen om zichzelf ook op te offeren?’

Vraag is natuurlijk  of we destijds van de Molukse acties geleerd hebben. Zijn de Molukkers van toen vergelijkbaar met de Jihadisten van nu? ‘Natuurlijk niet wat betreft hun zaak en ook niet wat betreft het tijdsgewricht.’Westerman is er heel stellig over. ‘De jaren 70 zijn wel degelijk verschillend van nu. Het hele specifieke verhaal van KNIL-militairen die hierheen werden gehaald, tussen wal en schip terecht kwamen, werden weggestopt in onder andere voormalig concentratiekamp Vught en durchgangslager Westerbork. Het leed van de ouders en de tweede generatie die dan opgroeit. Als je dit 1 op 1 en zou willen vergelijken met de islamitische terreur, dan gaat er echt iets mis.’

Nooit meer met de trein

Er zijn wel overeenkomsten voor de bevolking. Zelf ben ik ook vergeten hoeveel angst er toen heerste. Westerman frist mijn geheugen op: ‘Hoeveel mensen ik niet gesproken heb, die zeiden: “Ik ging jarenlang niet meer met de trein.” Of: “Als ik met de trein ging nam ik een tandenborstel mee.” Altijd was er iemand die een bijzonder verhaal had. Gewoon om een beeld te schetsen: iemand zat in een trein op de lijn naar Leeuwarden, en er stapte een groep Molukkers in met weekendtassen. De spanning in die trein werd ondraaglijk. Iedereen zat met de billen tegen elkaar. De Molukkers trokken zich terug op het balkon, en maakten hun tassen open. Daar kwamen gitaren uit. Die jongens en meisjes gingen zitten zingen en musiceren op het balkon. Dat gaf een enorme ontlading van opluchting.’

‘Iemand anders vertelde dat hij als student in Groningen naar zijn ouders in Assen ging in het weekend, en dat zijn vader een sleutelbos op tafel gooide: autosleutels. “Ik heb een auto voor je gekocht, want jij gaat niet meer met de trein.” Dus zover lieten we ons gedrag ook aanpassen aan het gevaar van een gijzeling.’

Waterloo

Onder terroristen is het gijzelen ook minder populair geworden. Ze wapenen zich ook tegen de onderhandelingstechnieken van tegenwoordig. Ze scheuren met een vrachtwagen over een boulevard of brug. Westerman constateert in zijn boek dat hoe beter de praters zich ontwikkelen, hoe minder de terroristen willen praten: ‘Het idee van de Dutch Approach heeft eigenlijk al in 1977 bij De Punt, maar zeker ook in het provinciehuis, in 1978, zijn Waterloo gevonden. Daar was het gewoon de bestorming door mariniers die er een eind aan maakte.’

‘Ik heb wel het idee dat juist dat een kantelpunt werd. Eigenlijk ook omdat de Molukse gemeenschap zelf er niet meer achter kon staan. De vorige groep, die van De Punt, dat waren nog martelaren. Ze hebben een eigen monument op de begraafplaats gekregen. Daar wordt nog jaarlijks een herdenking gehouden. Met de laatste drie, van het provinciehuis, wilde niemand zich afficheren. Dat was toch te wreed.’

Belangrijk was ook dat er een nieuwe minister van onderwijs kwam, Païs. Hij heeft ervoor gepleit dat de Molukkers in hun identiteit werden erkend. Dat betekende tweetalig onderwijs, maar ook de erkenning van de specifieke drugsproblematiek onder de jongeren. Er kwam een afkickprogramma dat specifiek op Molukkers was gericht, en een banenplan. De oud-militairen kregen allemaal een penning. Dit gebeurde allemaal pas midden jaren tachtig, dus een decennium later, maar is dat niet feitelijk ook een deel van de Dutch Approach geweest?’

De frontlijn is verplaatst

De erkenning van de Molukkers en hun strijd ging verder: ‘De met kogels doorzeefde jas van Max Papilaya, de gedode leider van de treinkaping bij De Punt, tentoonstellen in het Moluks Historisch Museum? Kom er nu maar eens om. Welk land durft het aan om er op die manier mee om te gaan?’

Goed verhaal? Laat het weten met een kleine bijdrage.

Toch is de Dutch Approach niet helemaal verdwenen, volgens Westerman: ‘Het grote verschil met nu is dat de frontlijn tussen terroristen in spe en de samenleving die wil praten zich heeft verplaatst. Het is niet meer tussen de bunker in Assen en de trein bij De Punt, maar in het klaslokaal of op straat. Wat doet een leraar die meemaakt dat na de aanslag op Charlie Hebdo een leerling sympathie toont voor de daders? Die zet het woord in. Hij kan die jongen de klas uitsturen en straffen, omdat we dat soort meningen niet tolereren, maar hij kan ook het gesprek aangaan. Doorvragen. En er een klassengesprek van maken. Dat speelt zich nu af in verschillende klaslokalen en in het buurtwerk. Dat praten is een poging om mensen van geweld af te houden.’

Is praten altijd goed?

‘In het begin van mijn boek stel ik de vraag of het woord het ooit kan winnen van geweld. Dat woord blijkt minder kansloos dan gedacht. Juist terroristen hebben een enorme behoefte om zich in woorden te uiten. Als je denkt aan die onthoofdingsfilmpjes van Jihadi John: voordat hij zijn gruwelijke daden pleegt staat hij echt te preken. Hij heeft een boodschap. In mijn boek schrijf ik: “Woorden zijn gemaakt van zuurstof. Zacht als de wind, zou je denken. Maar ze zijn ook geschikt om vuur aan te blazen.” Dus die zelfde woorden hebben een heel erg opzwepende kracht. Anders Breivik, die op een Noors eilandje ging moorden, heeft voor zijn daad een boekwerk van honderden pagina’s op internet gepost. De RAF putte zich ook uit in pamfletten. Hun tikmachines ratelden net zo hard als hun geweren.’

Zou het helpen om naar dat soort types te luisteren? Moeten we niet met zijn allen meer luisteren en meer respect voor elkaar opbrengen?

‘Laat ik het zo zeggen: als er geen zelfspot meer is, als je geen humor meer hebt, als je jezelf niet meer kunt relativeren, als je geen vragen meer kunt stellen, als je niet onzeker meer kunt zijn, kan taal levensgevaarlijk worden. Zo’n Ulrike Meinhof timmert al schrijvend een denkraam waaruit geen ontsnappen meer mogelijk is. Dat wordt zo nauw als een schietgat. Je kunt je denken zo dichttimmeren dat het lijkt of er nog maar één uitweg mogelijk is, en dat is het zaaien van terreur.’

Goed om te weten Goed om te weten
Frank Westerman is in gesprek met Mohsin Hamid op festival Winternachten. Inlichtingen.
Deel dit:
[gravityform id="10" title="true" description="true" ajax="true" tabindex="0"]