Meteen naar de inhoud

IN PERSPECTIEF #10: Thee, koekjes en een werktitel: Cultureel Nederland

Koffie, thee en versnaperingen had ik klaargezet. Ook had ik mijn zoon de ontwerper gevraag om een voorbeeld te schetsen van een toekomstig logo voor ‘Cultureel Nederland’1. De heidag van de Federatie Cultuur (FC) vond weliswaar ten huize van de voorzitter en niet op de hei plaats, het moest wel een heidag zijn. Dat wil zeggen: een informeel gesprek over de koers van de Federatie met de stevige intentie om echt een stap verder te komen. Zou het lukken: een brede brancheorganisatie, zoals bijvoorbeeld Bouwend Nederland of Horeca Nederland? En paste daar de door Berend Schans (directeur van de brancheorganisatie voor popcultuur) ingebrachte werktitel ‘Cultureel Nederland’ bij?

De Federatie Cultuur had zich ontwikkeld van een CAO gericht overlegorgaan voor werkgevers naar een meer gestructureerde en breder gerichte koepel van brancheorganisaties. Een lobbyclub ook, groeiend in zijn betrekkingen met OCW en Tweede Kamer. Maar gelijk liepen alle horloges niet. Opvattingen over de ambities van de FC liepen uiteen. De bekende vraag die in elke federatie speelt: hoe ver mag de club gaan en waar verdringt zij de positie van de leden? Maar ook: hoe ver moest de federatie gaan op de weg van zuivere werkgeversbelangen naar een bredere lobby voor de cultuursector? De rol van Kunsten ‘92 kwam daarbij ook om de hoek kijken, nu eens als versterkend, dan weer als concurrerend ervaren.

Discussiërend over bredere ambities verwaarloosde de FC werkgeversonderwerpen niet. De bezuinigingen van kabinet Rutte I leidden tot veel banenverlies. De FC zette op verzoek van de podiumkunst-koepel NAPK en samen met UWV, OCW en vakbonden een afzonderlijk loopbaantraject voor de cultuursector op.2 De minister van SoZaWe besloot sectorale arbeidsmarktplannen te gaan subsidiëren. De FC nam samen met Cultuur+Ondernemen de verantwoordelijkheid op zich voor een Sectorplan Cultuur.

Nog geen tijd voor Erica

Met zeven leden overkoepelt de Federatie Cultuur ongeveer 1200 cultuurinstellingen, waaronder bibliotheken, musea, podia, centra voor de kunsten, gezelschappen en ensembles. Alleen al op werkgeversgebied valt er voor de relatief kleine instellingen en hun relatief kleine brancheverenigingen veel te doen en veel samen te werken. Het rapport van de SER over de arbeidsmarkt van de culturele en creatieve sector3 wees terecht op het ontbreken van een centraal overlegorgaan voor werkgevers en werknemers.

Maar dat de brancheorganisatie elkaar ook op andere fronten nodig hebben staat buiten kijf. De belangen lopen vaker parallel dan dat zij concurreren. De behoefte om de lobby te versterken en te bundelen was en is groot. Er wordt al jaren geroepen om een ‘Erica Terpstra voor de cultuur’. Mijn gedachte was steeds – en werd door anderen ook onderschreven – dat als er al een Erica Terpstra moet komen dit pas zinvol is als de sector zich steviger heeft georganiseerd. Eerst het schip, dan de vlag.

Voor de koers van het schip zijn verschillende coördinaten van belang. Op twee daarvan wil ik hier een accent leggen. Hoewel de beleidsaandacht het meest naar de landelijke instellingen en naar landelijk aanbod uitgaat ligt het zwaartepunt van de cultuursector lokaal: bij de plaatselijke bibliotheken, podia, musea, centra voor de kunsten. Ten tweede: er is steeds vaker sprake van clustering, in de vorm van cultuurhuizen of gefuseerde cultuurinstellingen. Van De Cacaofabriek in Helmond tot Kunstwerk! in Zevenaar, van de Limburgse Domeinen tot het theatercluster in Rotterdam.

Cultureel Nederland in twee fasen

Zoals ik er destijds naar keek (dit is pas zeven jaar geleden, maar het lijkt nu al een geheel andere tijd) zag ik ‘Cultureel Nederland’ zich in twee fases ontwikkelen. Het ging, vanuit de FC gezien, nu eerst om een stevige Federatie Cultuur als één belangenorganisatie voor de gezamenlijke brancheverenigingen. Het moest geen punt van discussie meer zijn dat niet alleen werkgeverszaken, maar ook gezamenlijke lobby en bedrijfsontwikkeling op de agenda stonden. Plus gezamenlijke cultuurpromotie, een tot dusverre verwaarloosd thema. De tweede stap zou zijn om daarna de samenwerking met de andere partijen krachtiger vorm te geven. Het ‘Madeleine-overleg’ (de constructieve, maar informele en vrijblijvende bijpraat-sessies die we met de Raad voor Cultuur, de fondsen, Kunsten ‘92 en de bonden waren gestart) was nuttig, maar niet voldoende.

Vanuit het perspectief van de FC was het vooral belangrijk om in het toekomstige model de optimale relatie met Kunsten 92 te vinden. Waar de FC niet met belangrijke standpunten naar buiten kon zonder overleg met de leden (die soms weer hún leden moesten raadplegen) en dus representatief, maar traag was, zit de kracht van Kunsten ‘ 92 juist in de snelheid van handelen. Het kleine bureau verzet heel veel werk. Zoveel aandacht genereren kan alleen als je flexibel kunt optreden, eerder met een steunend dan een sturend bestuur achter je. Waarbij je voor lief neemt dat specifieke achterbannen soms kunnen morren omdat ze zich niet in uitspraken kunnen vinden of zich niet betrokken voelen.

Ik dacht voor de langere termijn aan een model met een representatief ‘Cultureel Nederland’ als brede, representatieve brancheorganisatie en Kunsten ‘92 als flexibele, agenderende club die permanent de politiek bestookt zonder permanente noodzaak van mandaat. De Kunstenbond en andere bonden moesten nauw aan Cultureel Nederland gelieerd kunnen zijn, wellicht zelfs er deel van uitmaken. Daarnaast vroeg de positie van de Federatie Creatieve Industrie (FCI) aandacht. Deze zusterorganisatie van de FC bundelt in de wereld van ontwerp en creatieve industrie acht branche-en beroepsorganisaties. Net als bij Kunsten’92 weet ook hier een heel kleine organisatie tot opvallend veel output te komen. Tot een huwelijk tussen beide federaties kwam het tot dusver niet. Heel veel flirten vanuit de FC leverde geen vrijage op, integendeel: er zijn blauwtjes gelopen.4

On the move

De panelen zijn nu verschoven. Er is de afgelopen vijf jaar veel gebeurd. Kunsten ‘92 won aan positie, gezag en vertrouwen. Daarmee schoof deze actieve ‘gideonsbende’ op in de richting van een soort ‘Cultureel Nederland’. Twee opdrachten vanuit de overheid hebben dit versterkt: de arbeidsmarktagenda en de Taskforce corona.

Kunsten ‘92 werd penvoerder van de Arbeidsmarktagenda en managede een constructieve samenwerking tussen heel veel partijen uit de sector, inclusief de creatieve industrie. De daarop volgende oprichting van het Platform Arbeidsmarkt Culturele en Creatieve Toekomst (Platform ACCT) gaf eerst nog wrijving en onzekerheid, maar landde in een aanpak die alle partijen lijken te omarmen. Het is een platform, geen lobbyorganisatie. Wie er wil komen samenwerken is welkom.

De corona pandemie was een verschijnsel met nare effecten, maar een perfect voorbeeld van een niet verspilde crisis. De culturele en creatieve sector bleek plotseling heel goed in samenwerken, en ook in snel handelen. Kunsten ‘92 werd ook de penvoerder van de Taskforce corona5. Opnieuw toonde het kleine bureau zich wendbaar en energiek. Het bestuur pakte een rol die noodzakelijk was en waarvoor het terecht is gewaardeerd. Corona is nog niet echt weg en kreeg gezelschap van de energiecrisis. Vooralsnog lijkt de Taskforce dan ook een langer leven beschoren.

Kaarten op tafel

En zo liggen er kaarten op tafel die opnieuw zijn geschud:

  • Kunsten’92 met een versterkte positie (mits het aanstaande vertrek van de algemeen secretaris goed wordt opgevangen) en een scharnierfunctie naar de Taskforce.
  • De Taskforce, vanuit improvisatie uitgegroeid tot aanspreekpunt voor de gehele sector.
  • De Federatie Cultuur, minder zichtbaar geworden dan een paar jaar geleden en met lid-organisaties die in estafette met interne problemen kampen.
  • De Federatie Creatieve Industrie die als lobbyvereniging een verrassend sterke samenwerking met Kunsten’92 is aangegaan.
  • Platform ACCT als sterk platform voor de arbeidsmarkt, met de bescheiden intentie om vooral dienstbaar en ondersteunend te zijn.
  • De Kunstenbond, die het zoals de meeste vakbonden niet gemakkelijk heeft, maar veel inzet pleegt voor de Creatieve Coalitie (koepel van freelancers), en het meebesturen van Kunsten ’92, de Taskforce en Platform ACCT

De veranderende posities gaan een nieuw plaatje opleveren voor de inrichting van ‘Cultureel Nederland’. (In dat plaatje past ook nog een meer prominente plek voor de organisaties voor amateurkunst en cultuureducatie en hun landelijke/ provinciale koepels. Plus een actieve waarnemersrol voor de ondersteunende instellingen)

Organisch organiseren

Op de hei-dag van de Federatie Cultuur, bij mij thuis, zat het vermoedelijk wel goed met de koffie, thee en versnaperingen. Maar de stap in de richting van Cultureel Nederland werd niet gezet. Een minderheid voelde niets voor versterkte samenwerking. In een federatie heb je voor belangrijke besluiten alle stemmen nodig, zoals we aan de Europese Unie zien. Cultureel Nederland – in de variant van de eerste fase: een versterkte FC – kwam er niet. Onder mijn opvolgster heeft de FC zich nog een tijdje stevig in VNONCW-verband laten horen. Daarna werd het dus stiller. De vraag is hoe de brancheorganisaties cultuur zich tot het geheel van de sectororganisatie zullen gaan verhouden.

Maar belangrijker is natuurlijk de vraag hoe het plaatje van de sectororganisatie er uit gaat zien. Mijn geloof in blauwdrukken en organisatieschema’s ben ik inmiddels wel zo’n beetje kwijt. Natuurlijk kun je proberen uit te tekenen hoe de Taskforce en Kunsten’92 zich tot elkaar moeten verhouden en hoe de andere organisaties en koepels in het sterrenstelsel passen. Maar het zullen uiteindelijk organische processen zijn, nu eens bevorderd dan weer gehinderd door eigenzinnige persoonlijkheden en door onverwachte gebeurtenissen. De sector groeit langzaam en organisch naar nog meer eenheid en professionaliteit, daar ben ik wel van overtuigd. Kijken welke krachten er op diverse plekken boven komen. Als de personen in de lead maar mensen zijn met gezag, ideeën, doorzettingsvermogen en verbindend talent. Geen ego’s, maar samenwerkers. Structuren bedenken is goed, vertrouwen is beter.

Erik Akkermans
Bestuurder, adviseur en publicist. Hij was tot voor kort voorzitter van het platform voor de arbeidsmarkt culturele en creatieve sector Platform ACCT en in het verleden van diverse andere organisaties. Hij was van 2012 tot 2016 onafhankelijk voorzitter van de Federatie Cultuur. Hij leidde daarna op verzoek van Kunsten’92 de Werkgroep Arbeidsmarktagenda Culturele en Creatieve Sector.

1 Als vriendendienst, dus onbetaald, dus tegen de Fair Practice Code. Botsende codes: betaald zou het nepotisme zijn, tegen de Governance Code.

2 ‘Wending. Transities in werk en arbeidsmarkt’, evaluatie UWV Servicepunt Kunst en Cultuur, 2015

3 SER, Verkenning Arbeidsmarkt Culturele en Creatieve Sector, 2016

4 De beide federaties verschillen van doelstelling en ambitie; dat helpt niet. Zie ook mijn essay over de Tompouce Economie in Boekman Extra #31.

5 Formeel is de naam ‘Taskforce Culturele en Creatieve Sector’, dus zonder toevoeging corona. De Taskforce bundelt ruim 100 branche- beroeps- en belangenorganisaties en is opgericht “om de crisis het hoofd te bieden”. Een volgende crisis past hier dus ook in.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Erik Akkermans

Bestuurder, adviseur en publicist.Bekijk alle berichten van deze auteur