Er is best veel veranderd, in de afgelopen 55 jaar. Dat zie je het best wanneer een nieuwe generatie gaat verbeelden hoe wat je nog goed kent van vroeger er volgens hun uitziet. Jatti, de rockmusical die nu in Hengelo speelt, is een mooie kans op een reality check voor boomers, terwijl ook de jeugd van tegenwoordig iets kan leren over hoe dat ooit ook was: seks, drugs en rock’n’roll, en dan zonder sociale media en xtc, maar met wiet, lsd en heroïne. En brommers die voor het kieken niet op slot hoefden.
Volgens de makers van Theaterproducties Twente was Jongerencentrum Fashion in Hengelo lange tijd het enige bolwerk van hippiecultuur tussen Amsterdam en Berlijn. Ik wil dat best geloven. Het Open Jongeren Centrum Tolkin, of was het ‘Talk-Inn’, in de plek waar ik opgroeide, was van later datum. Ook een beetje als tegenwicht tegen Dancing La Bomba waar dan weer wel met messen en pistolen gevochten werd.
Gigantische fabriekshal
Overeenkomst was dat alles plakte en niks heel was. Dit alles ter bevordering van de gezelligheid. Hoe zet je zoiets neer in een gigantische fabriekshal, erfgoed van de textielindustrie in een stad die in 1971 volop genoot van de neergang van die indistriële glorie van weleer? Het is aardig gelukt, al maakte de enorme schaal van de vertoning wel slachtoffers als het gaat om de groezelige, benepen goorheid van het origineel. Zo’n productie heeft veel publiek nodig om te overleven, en dus niet de luxe om Jatti de intimiteit mee te geven waar je eigenlijk op zou hopen.
Die intimiteit is nu ingeruild voor spektakel, en dat gaat best goed. De band, die we na een nogal lange uitlegfase eindelijk vanachter de coulissen zien verschijnen, is lekker ruig, de dans overtuigend, de zang voldoende gedemusicaliseerd om iets terug te laten keren van de ongepolijste ruwheid die onlosmakelijk met de seventies samenvalt. Al mag het van mij best wat viezer en vuiger, de haren wat minder gekamd, de bewegingen wilder.
Jatti, Superstar
Maar het verhaal van Jatti fascineert. Het was een ontspoorde jongen, die zijn grensoverschrijdende gedrag met de dood moest bekopen, maar wiens lijk nooit is gevonden. Er hebben mensen bekend, er zijn mensen veroordeeld en die littekens zijn nog voelbaar in de stad. Jatti is dus daarom ook een interessante musical, omdat het onderwerp eerder pijn doet dan reden is voor een feestje.
Geen ‘Jatti, Superstar’, die Jatti. Wel een crimi waar niemand goed uit tevoorschijn komt. De musical heeft ook geen echte helden waar je mee op reis kunt, met wie je mee kunt huilen. Best ‘brechtiaans’: een voorstelling die je niet laat dromen, maar wel aan het denken zet. Dat geldt ook voor de vormgeving die met simpele middelen vooral functioneel is, en niet realistisch sfeerverhogend.
Dan moest je het van de acteurs hebben, en die redden dat best, naast die band. Speciale vermelding is er voor Mingus Dagelet, die van het personage Jatti een goeie Jim Morrison maakt: eerder duivels dan heilig en daarbij nog een verdienstelijk drummer. Voor hem kun je best een keer naar Hengelo afreizen. En als je dan bij gebrek aan trein (die deed dit weekend erg moeilijk) met de auto gaat, let dan goed op die ene hobbel in de snelweg, net buiten Hengelo.



