Natuurlijk hoeft niet iedere bekroning spraakmakend te zijn, maar toch… Vier Oscars (beste film, regie, acteur, scenario) voor het op andere plaatsen ook al uitbundig geprezen stotterdrama The King’s Speech, zou iemand daar nog verrast van hebben opgekeken?

Toegegeven, de hoofdrol van Colin Firth is er een van grote klasse, net als trouwens die van zijn tegenspeler Geoffrey Rush, en vervolgens hebben we kunnen zien hoe dit koningskoppel deze film met alle trekken van een veredeld televisiedrama in zijn kielzog heeft meegesleept. Maar waarom is dat Nathalie Portman (Oscar beste actrice) dan niet gelukt met Black Swan, de met overtuigend veel meer lef, virtuositeit en verbeeldingskracht geregisseerde dansfantasie van Darren Aronofsky?

Een snelle blik op de Oscars van dit jaar laat vooral een lijstje van ongevaarlijke keuzes zien. Cinematografisch avontuur heeft even geen prioriteit bij de Academy Awards, zoals ook blijkt uit de uitslag in de categorie niet-Engelstalige film. Het Deense In a Better World, aangrijpend maar weinig uitdagend drama met veel goede bedoelingen, troefde prikkelende tegenstanders als Biutiful, Dogtooth en Incendies af. En het is niet eens de beste film van Susanne Bier.