Waarom ben ik zo enorm gecharmeerd van Nouvelle Vague, Richard Linklaters hommage aan de Franse filmbeweging die een grote vernieuwing van de Franse en Europese cinema inluidde? Een bevrijding die begon met een groep filmcritici, waaronder Truffaut, Godard en Chabrol, die besloten filmmaker te worden om zo te laten zien hoe cinema ook zou kunnen zijn. Een doelbewuste bevrijdingsactie.
Natuurlijk is het al prachtig om te zien hoe mooi Linklater dat nieuwe gevoel en die kameraadschap met passende lichtvoetigheid heeft weten te vangen. Maar wat ongetwijfeld ook meespeelt is dat ik als cinefiel natuurlijk die creatieve golf dolgraag zelf had willen meemaken. Maar ja, mijn filmliefde begon pas een jaar of tien later, toen de Nouvelle Vague weliswaar nog steeds (en ook nu nog zelfs) inspirerend was, maar ook al een piepklein beetje geschiedenis1.
Nouvelle Vague brengt die tijd terug en laat acteurs in de huid kruipen van een groot aantal vernieuwers, zoals Truffaut, Chabrol, Rohmer, Rivette en veel, ook onbekende anderen. Maar het belangrijkste is dat Linklater dat doet dat door de blik te richten op Jean-Luc Godard en hoe die in 1959 in Parijs zijn roemruchte À bout de souffle draait. Met een basisverhaal van François Truffaut, met Jean-Paul Belmondo en Jean Seberg als vrijmoedig improviserende hoofdrolspelers en een al even vrij door de straten bewegende camera werd deze lowbudgetfilm een legendarische klassieker.
Vrije geest
Godard dus. Hij was een van de meest overtuigde nieuwlichters die voortdurend (hij overleed in 2022 op 91-jarige leeftijd) de cinema opnieuw bleef uitvinden. Voor mijn gevoel groeide hij daarbij uit tot een weinig toegankelijk soort genie met soms moeilijk te volgen verkenningen. Ik besef dat ik het hier wat al te bondig samenvat, want zijn oeuvre blijft heel bijzonder en er zijn grote verschillen tussen de door de revolutionaire geest van 1968 bevangen Godard met soms extreem werk en de nog steeds uitdagende, maar ook meer toegankelijke cineast die hij later weer werd.
Waardeer dit Artikel!!
Cultuurpers is onafhankelijk. Jij maakt dat mogelijk met een donatie aan de auteur van dit artikel. We maken je gift voor 100% over aan de auteur!
Over zijn Sauve qui peut (1980) schreef ik destijds bijvoorbeeld: ‘Een prachtige, niet alledaagse film waarin naast de nodige cryptische opmerkingen en symboliek ook iedereen wel iets van zijn of haar gading kan vinden.’ Maar een van zijn laatste films, Film socialisme (2010), wisselend ontvangen in Cannes, was weer een strengere Godard, een tamelijk somber cultuurkritisch essay dat van start gaat aan boord van een cruiseschip, waar je natuurlijk allerlei symboliek in kan zien.
Mijn bewondering voor de vrije en onderzoekende geest die Godard altijd was ging tegelijkertijd gepaard met het gevoel dat hij zich in zichzelf gekeerd als het ware op een eiland had teruggetrokken. Iets wat ik min of meer bevestigd zag in Visages villages (2017) van Agnès Varda, destijds ook een van de medestrijders van de Nouvelle Vague. In deze documentaire wil ze Godard een plaats geven, maar als ze in zijn woonplaats arriveert krijgt ze tot haar grote teleurstelling niets anders dan een botte weigering.
Zonnebril
Met dat in het achterhoofd was het een heerlijke verrassing om in Nouvelle Vague een nog jonge Godard te zien (hij was 29 toen hij À bout de souffle draaide), met verve gespeeld door Guillaume Marbeck. Met de onafscheidelijke zonnebril, met duidelijk al de nodige betweterij en een vleugje arrogantie, maar ook vol vrijmoedige energie en eigenwijze charme.
Tijdens de beweeglijke, met de handcamera gefilmde scènes gaat natuurlijk regelmatig iets mis, maar daar trekt Godard zich dan niets van aan. Als iemand beweert dat een opname onmogelijk gemonteerd kan worden, stelt Godard zelfverzekerd dat dat juist goed is, omdat de oude filmregels immers niet meer gelden. Je ziet hoe er door zijn teamgenoten soms bedenkelijk wordt gekeken, maar ook hoe aanstekelijk zijn energie is. Ja, dit is de Godard met een jongensachtige bravoure zoals ik hem in mijn geheugen wil prenten.
À bout de souffle

En dan willen we na het zien van Nouvelle Vague natuurlijk ook de originele À bout de souffle (her)zien. Sinds dat baanbrekende werk verscheen, heeft die vrije stijl veel navolging gevonden, zodat het nu misschien niet meer zo revolutionair oogt als destijds. Toch proef je nog steeds die drang om het anders te doen.
Een heerlijk quasi-nonchalante Jean-Paul Belmondo als de kettingrokende autodief en die na het doden van een politieagent op de vlucht is en opduikt in het hotelbed van de door Jean Seberg gespeelde Amerikaanse journaliste en krantenverkoopster. Een verhaal dat bewondering voor Amerikaanse B-films moeiteloos combineert met aftastende gesprekken over liefde en wie of wat je voor elkaar of jezelf zou kunnen zijn. Speels, romantisch, serieus en ontnuchterend tegelijk. Nouvelle Vague en À bout de souffle, een unieke double bill.
Waardeer dit Artikel!!
Cultuurpers is onafhankelijk. Jij maakt dat mogelijk met een donatie aan de auteur van dit artikel. We maken je gift voor 100% over aan de auteur!
- De Nouvelle Vague werd begonnen door filmjournalisten van het roemruchte tijdschrift Cahiers du cinéma. ↩︎
