Als kunstjournalist krijg ik van kunstmakers een VIP-behandeling: vrijkaartjes, aparte balies, ze zeggen U tegen me en hangen aan mijn lippen als ik iets vertel. Dat is een extreem luxe positie. Als gewone voorbijganger bij een locatieproject in wording krijg je namelijk geen VIP-behandeling. Kunstenaars mijden contact, draaien zich van je af, vinden je hondje eng en vies en willen geen antwoord geven op vriendelijk gestelde vragen.

Wordt het niet eens tijd dat makers en verkopers van kunst hun idee over hun Publieke Relaties gaan herzien?

Het overkwam me dit weekend. In het park achter mijn huis zijn kunstenaars bezig met de voorbereidingen van Othello, een openluchtvoorstelling die ergens in één weekend van dit jaar gespeeld gaat worden. Bij het hondenstrandje in het park zijn ze in de weer met kabels en vlotten en kijken daar heel ernstig bij. Ik weet toevallig een klein beetje waar ze mee bezig zijn omdat ik via mijn netwerk ervan gehoord heb, maar ik ben de enige van de vele tientallen mensen die hier dagelijks komen. Tijdens mijn rondje met Rufus, mijn naar de Canadese zanger Rufus Wainwright genoemde dartele hondje, dacht ik even een praatje te kunnen maken.

Dat bleek echter niet de bedoeling. Op mijn nadering draaiden de makers hun lichaam af, een meisje rende gillend met een vies gezicht weg van mijn hondje en een andere groep keek angstig mijn kant uit. Op mijn vriendelijk gestelde vraag hoe het vlotte en wat ze precies aan het doen waren, kwam knorrig antwoord.

Ik was vrijwel zeker een kunsthater en hoe dan ook eng.
Het was duidelijk. Ik was een door deze HKU-studenten gevreesde ‘buurtbewoner’ en ‘hondenbezitter’. Ik was zo’n burger die toch nooit zou snappen waar ze mee bezig waren en waarmee ze vast nog veel last verwachtten te hebben. Ik was vrijwel zeker een kunsthater en hoe dan ook eng. Mijn hond had rabies. Er moest niet gecommuniceerd worden, want ik zou het toch niet begrijpen. Sterker nog: ik moest niet zeiken over het hondenstrandje want er was genoeg ruimte in Lunetten voor mijn liefhebberij.

Ik was tamelijk verbaasd over deze opstelling. Ze moesten eens weten, dacht ik, maar zei ik niet. Maar op de dag dat de jury van het Nederlands Theaterfestival kwam tot een selectie van voorstellingen die publieksvriendelijk werden geacht, werd ik wel met een absoluut tegendeel van die vriendelijkheid geconfronteerd.

Voor je verder leest...

Wij geloven in onderzoeksjournalistiek over cultuur. Het is geen onderwerp waar je enorm populair mee wordt. Reden waarom de meeste media alleen die paar sensationele berichten meenemen, maar niet verder kijken. Cultuurpers richt zich juist op die verhalen die voor de cultuurwereld belangrijk zijn, maar die de grote media te klein vinden. Dat kunnen we alleen volhouden als jij meedoet. Door ons tips te geven, maar ook als je lid wordt of ons steunt met een donatie. Houd de cultuurwereld scherp!

Bepaal onderaan zelf hoeveel je wilt bijdragen. Geef 2,50, 10 euro of meer!

Hoe makkelijk zou het niet zijn, bedacht ik, terwijl Rufus in een onbewaakt ogenblik over het bierkrat van de Othello-regisseur heen pieste, als er bij alle repetities en voorbereidingshandelingen van zo’n locatieproject in een veelgebruikt park, een medewerker zou zijn die speciaal meekwam om nieuwsgierige voorbijgangers bij te lichten over wat er aan de hand was? Hoe simpel zou het niet zijn, dacht ik, terwijl de makers zich nog verder onder hun boom terugtrokken, om een foldertje te maken, bij gebrek aan explicateur, dat zou beschrijven wat er aan de hand was, waar meer inlichtingen te vinden zouden zijn en waar de kaartjes te reserveren zijn? Een bordje neerzetten?

Voor deze jonge theatermakers zou het misschien een opsteker zijn om te leren omgaan met het publiek voordat het publiek is.
Voor deze jonge theatermakers zou het misschien een opsteker zijn om te leren omgaan met het publiek voordat het publiek is. Je weet maar nooit wie er rondloopt. Public Relations zijn meer dan een persbericht en een advertentie. Het zijn je relaties met de openbaarheid.

Aardig zijn. Ben je, als je in de openbare ruimte werkt, dat niet een beetje verschuldigd aan degenen met wie je die ruimte deelt?