Holland Festival Holland Festival

Amsterdam, 5-6-2013 – Het is moeilijk onbevangen naar een productie te gaan die al zoveel stof heeft doen opwaaien als Sunken Garden van Michel van der Aa. Deze ‘eerste 3D-opera’ werd na de première in het Londense Barbican Theatre afgelopen april neergesabeld als ‘slaapverwekkend’, maar ook bejubeld als ‘de toekomst van opera’.

Razend nieuwsgierig betrad ik gisteren de Rabozaal van de Amsterdamse Stadsschouwburg. Bij binnenkomst kreeg ik een 3D-bril in handen gedrukt en een briefje met aanwijzingen wanneer deze op te zetten. In de bak zat het voor de gelegenheid met blazers, slagwerkers en een toetsenist uitgebreide Amsterdam Sinfonietta, met de jonge dirigent André de Ridder op de bok.

Net als in zijn eerdere opera After Life voert Van der Aa ons in Sunken Garden naar het voorportaal van de dood. Herbeleven zijn personages in After Life nog één keer hun dierbaarste herinnering voor zij definitief naar het hiernamaals overgaan, Sunken Garden is een oord waar zij kunnen ontsnappen aan hun verantwoordelijkheden. Amber Jacquemain joeg haar liefdesrivale de dood in, Simon Vines sliep tijdens de wiegendood van zijn dochtertje, Toby Kramer pleegde euthanasie op zijn moeder.

De drie protagonisten maken verschillende keuzes: Amber vertrekt definitief naar het rijk der doden, Simon besluit te leven met zijn schuldgevoel en Toby incarneert in de gedaante van zijn weldoener/kwelgeest Zenna Briggs. Zij bouwde de verzonken tuin om zelf onsterfelijk te worden, maar wordt tegengewerkt door Dokter Marinus, die hierbij het leven laat. En passant herkennen we het Orfeusthema, want Toby wordt verliefd op Amber, die hij vergeefs tracht te bevrijden uit de onderwereld – een in 3D vormgegeven explosie van felgekleurde planten.

Ook muzikaal sluit Van der Aa aan bij vroegere composities. Hij ondersteunt het verhaal met functionele klanken, al dan niet gecombineerd met elektronica. Nu eens horen we lang uitgesponnen akkoorden, dan weer driftige, snel opeenvolgende klankerupties, soms is er even wat lyriek. Ook zijn geliefde gebroken takjes ontbreken niet. Opvallend is de inzet van een bewust lullig klinkende synthesizer, die associaties oproept met de jaren zeventig. Amsterdam Sinfonietta en dirigent André de Ridder waren uitstekend in vorm, maar de muziek is te gelijkvormig om twee uur lang te blijven boeien.

De zanglijnen zijn iets minder hoekig dan in After Life, maar bewegen zich voornamelijk binnen een soort terrassenmelodiek, heen en weer kaatsend tussen het hoge en lage register. Dankzij de declamerende stijl en de geweldige voordracht van de zangers waren de teksten overigens goed verstaanbaar. Roderick Williams geeft met zijn warme bariton overtuigend gestalte aan de zoekende kunstenaar Toby Kramer, de sopraan Katherine Manley is prachtig als venijnige, licht hysterische Zenna Briggs en Claron McFadden schittert als de wanhopige Marinus.

Voor je verder leest...

Wij doen ons best om onafhankelijke en volledig professionele journalistiek over de wereld van kunst en cultuur te brengen. Journalistiek die al heel veel mensen waarderen, omdat het op zo weinig plekken nog gebeurt. We kunnen daarmee doorgaan als jij lid wordt of ons steunt met een donatie. Die bijdrage komt ten goede aan de auteur, in dit geval Thea Derks. Zo kan Cultuurpers blijven bestaan!

Bepaal onderaan zelf hoeveel je wilt bijdragen aan het werk van Thea Derks.

In de gefilmde delen weet ook de bariton Jonathan McGovern (Simon Vines) de aandacht vast te houden, hoewel je onbewust je oren dichtknijpt tijdens zijn larmoyante ‘aria’ over de dood van zijn dochtertje. De popzangeres Kate Miller-Heidke ontroert bij wijlen als naïef-vileine Amber Jacquemain, vooral wanneer haar zwoele stemgeluid komt bovendrijven uit de stampende dancebeats die haar eerder dreigden te verzwelgen.

Een nadeel is dat alle muziek elektronisch wordt versterkt, wat soms leidde tot overstuurde zangpartijen. Zo’n aanpak schept bovendien afstand, want je ziet een orkest in de bak en zangers op het toneel, maar hoort hen via luidsprekers ter linker- of rechterzijde van het toneel. Nu is identificatie met de personages toch al lastig, want de verhaallijnen van David Mitchell zijn zo gecompliceerd en vergezocht dat na anderhalf uur de verveling danig toeslaat. – Maar dan gaat het nog een half uur door.

Sunken Garden is een dappere poging nieuwe wegen in te slaan, maar dat deze opera ‘de geschiedenis zal veranderen’, zoals Van der Aa’s alter ego Toby Kramer opmerkt, lijkt mij onwaarschijnlijk.

Goed om te weten
Sunken Garden is nog te zien op 6, 7, 8 en 9 juni, maar er is een wachtlijst.

Naschrift oktober 2017: Sunken Garden wordt in een herziene versie uitgevoerd tijdens de NTRZaterdagMatinee van 21 oktober. Info en kaarten