Deze maand viert Reinbert de Leeuw zijn vijfenzeventigste verjaardag. Niet alleen wijden televisie, radio, internetmedia en geschreven pers uitvoerig aandacht aan de niet geringe prestaties van deze voorvechter van de hedendaagse muziek, maar ook wordt hij geëerd met een eigen festival, ‘Reinbert 75’. Dit wordt georganiseerd door het mede door hem opgerichte Asko|Schönberg, het Residentie Orkest en het Koninklijk Conservatorium in Den Haag, waar hij vijftig jaar geleden aantrad als docent. In datzelfde jaar overleed de componist en pianist Daniël Ruyneman (1886-1963), die zich al even onvermoeibaar inzette voor de promotie van de allernieuwste noten.

Net als Reinbert de Leeuw besloot Daniël Ruyneman relatief laat zijn leven aan de muziek te wijden. De Leeuw studeerde twee jaar Nederlands en ging pas op zijn twintigste piano studeren aan het Amsterdamse Muzieklyceum. Ruyneman begon zijn carrière als zeeman, werkte daarna voor het Franse Bureau van de Nederlandse Spoorwegen, maar besloot op zijn achttiende aan een pianostudie te beginnen, aanvankelijk als autodidact. Omdat hij steeds meer gegrepen werd door het componeren, ging Ruyneman in 1913 compositie studeren aan het Amsterdamsch Conservatorium.

Zoals De Leeuw zich na de Tweede Wereldoorlog verzette tegen de behoudende programmering van concertzalen en orkesten, brak Ruyneman na de Eerste Wereldoorlog een lans voor de experimentele muziek. Al meteen in 1918 choqueerde hij het publiek met twee radicale composities, De Roep voor gemengd koor en Hieroglyphen voor ensemble. Het koorstuk draagt als ondertitel ‘kleurengamma voor gemengde stemmen’, en bestaat slechts uit gezongen vocalen en consonanten, iets wat in ons land niet eerder vertoond was. Hieroglyphen is geschreven voor drie fluiten, celesta, harp, piano, cubpells, twee mandolines en twee gitaren. Deze uitzonderlijke bezetting is een eeuw na dato nog altijd uiterst modern.

In 1918 initieert Ruyneman bovendien de Nederlandse Vereniging tot Ontwikkeling der Moderne Scheppende Toonkunst. Deze stelt zich ten doel het werk van Nederlandse componisten ‘der meest vooruitstrevende richting’ in binnen- en buitenland bekend te maken. Leden van het eerste uur zijn onder anderen Sem Dresden en Alexander Voormolen, later treedt ook Willem Pijper toe. In verschillende steden worden concerten georganiseerd met de allernieuwste kamermuziek en in 1924 gaat de Vereniging op in de nieuw gevormde Sectie Holland van de International Society for Contemporary Music (ISCM).

Ruyneman verhuist hierna naar Groningen, op dat moment een centrum van moderniteit, en sluit zich aan bij de kunstenaarsgroep De Ploeg. Samen met het studenten-muziekgezelschap Bragi verzorgt hij in 1925 de eerste scenische uitvoering in Nederland van Le Boeuf sur le Toit van Darius Milhaud. In zijn eeuwige streven ‘die werken uit te voeren die in een essentieel verband staan met de tijd waarin wij leven’, richt hij in 1930 de Nederlandse Vereniging voor Hedendaagse Muziek op. Hij zal deze ruim dertig jaar blijven leiden en weet hiervoor grootheden naar ons land te lokken als Béla Bartók, Olivier Messiaen en Igor Stravinsky.

Vanaf 1952 organiseert Ruyneman ook concerten in de aula van het Stedelijk Museum in Amsterdam en dankzij deze serie zal Reinbert de Leeuw veertien jaar later doorbreken als pianist en programmeur. Voor de pauze speelt hij baanbrekende stukken van Franz Liszt, Alexander Skrjabin en Charles Ives, na de pauze plaatst hij zijn eigen Music for Piano naast werken van Karlheinz Stockhausen en Henri Pousseur.

Voor je verder leest...

Wij geloven in onderzoeksjournalistiek over cultuur. Het is geen onderwerp waar je enorm populair mee wordt. Reden waarom de meeste media alleen die paar sensationele berichten meenemen, maar niet verder kijken. Cultuurpers richt zich juist op die verhalen die voor de cultuurwereld belangrijk zijn, maar die de grote media te klein vinden. Dat kunnen we alleen volhouden als jij meedoet. Door ons tips te geven, maar ook als je lid wordt of ons steunt met een donatie. Houd de cultuurwereld scherp!

Bepaal onderaan zelf hoeveel je wilt bijdragen. Geef 2,50, 10 euro of meer!

Ruyneman is dan al drie jaar dood, maar deze prikkelende programmering past geheel in zijn doelstellingen. Zij zal een constante blijken in de carrière van De Leeuw, die zich net als zijn voorganger ook op hoge leeftijd onvermoeibaar blijft inzetten voor de nieuwste muziek. Voor zijn inspanningen werd De Leeuw onlangs bekroond met zowel de Amsterdamprijs als de Theo Bruinsprijs. Deze laatste zal worden uitgereikt tijdens het festival ‘Reinbert 75’.

Op 9-9-2013 kreeg Reinbert de Leeuw een Edison voor zijn registratie van Via crucis van Franz Liszt bij Et’cetera records. Ik schreef hiervoor het cd-boekje.

Op 14 maart 2014 verscheen mijn biografie Reinbert de Leeuw: mens of melodie, daarin leest u meer over Ruyneman.

Op woensdag 1 april 2015 draaide ik Hieroglyphen in mijn programma Panorama de Leeuw op de Concertzender.

Comments are closed.