Gejubel en gejoel weerklonk gisteravond in de uitverkochte Grote Zaal van het Muziekgebouw aan ’t IJ na de Nederlandse première van Delusion of the Fury van Harry Partch in het Holland Festival. Geen wonder, want de door Heiner Goebbels geregisseerde voorstelling was zinnenprikkelend en de uitvoering door het – dirigentloze – MusikFabrik perfect.

Wat maakt de muziek van de Amerikaanse alcoholist, crackverslaafde, manusje-van-alles, zwerver en muziekvinder Harry Partch (1901-1974) zo bijzonder?

Hij vond het onzin het octaaf onder te verdelen in maar twaalf tonen zoals wij in het westen al eeuwenlang doen. Hij wilde er meer, 43 om precies te zijn. Daarmee had hij een probleem, want de gangbare instrumenten zijn daar niet op gemaakt – alleen strijkinstrumenten zonder frets kunnen dat hele spectrum tot klinken brengen.

Hoe loste Partch dat probleem op?

Hij bouwde zijn eigen instrumentarium en koos daarbij voor ongebruikelijke materialen, die hij in zijn directe omgeving vond. Van lege drankflessen, stalen snaren, wrakhout, bamboebuizen, metalen staven tot glazen schalen waarin crystal meth werd gekookt en gestemde kalebassen hangend aan een kromme eucalyptusboom – je kunt het zo gek niet bedenken of Partch haalt er geluid uit. Hij slaagde er zelfs in een harmonium zo te verstemmen dat het alle door hem gewenste 43 tonen moeiteloos kan produceren, het zogenoemde chromelodeon.

Chromelodeon
Chromelodeon

Beetje houtje-touwtje dus?

Voor je verder leest...

Wij doen ons best om onafhankelijke en volledig professionele journalistiek over de wereld van kunst en cultuur te brengen. Journalistiek die al heel veel mensen waarderen, omdat het op zo weinig plekken nog gebeurt. We kunnen daarmee doorgaan als jij lid wordt of ons steunt met een donatie.
Bepaal onderaan zelf hoeveel je wilt bijdragen.

Dat kun je wel zeggen, ja, want na de dood van Partch in 1974 vielen de instrumenten gaandeweg uit elkaar, zodat ze alleen nog voor museale doeleinden getoond en bespeeld mogen worden. Voor deze productie van Delusion of the Fury heeft slagwerker Thomas Meixner van MusikFabrik ze alle zevenentwintig nagebouwd en het kostte de musici een jaar om ze te leren bespelen. Neem alleen al de Marimba Eroica: immense lamellen rusten op twee meter hoge resonatorkisten, zodat de slagwerker ze alleen staande op een krukje met gigantische hamers kan bespelen. Of de Quadrangularis Reversum, een enorme, vierkante xylofoon die de musicus als een spin in zijn web omsluit.

Claustrofobische ervaring voor de musici?

Niet per se, want ze komen geregeld vanachter en vanuit hun instrumenten tevoorschijn om deel te nemen aan de actie. Partch streefde namelijk naar een holistische benadering van muziek, die hij beschouwt als een vorm van theater. De instrumenten zijn tegelijkertijd prachtige sculpturen, de musici spelen grotendeels uit het hoofd en zijn tevens acteurs en koorzangers; ook belichting en choreografie zijn minutieus uitgewerkt.

Waar gaat Delusion of the Fury over?

Het stuk valt in twee delen uiteen. Het eerste is gebaseerd op een Japans verhaal over een moordenaar die berouw toont en vergeving krijgt van zijn slachtoffer, het tweede is kluchtiger van aard. Dat is ontleend aan een Afrikaans volkssprookje over een herderin die een van haar geitjes kwijt is geraakt en ruzie krijgt met een dove zwerver, waarna beiden gearresteerd en berecht worden.

instrumentarium Partch

Klinkt de muziek ook Japans en/of Afrikaans?

Afgezien van het gebruik van een koto zijn er geen referenties aan Japanse traditionele muziek. Een zacht joelend melodietje van een tokkelinstrument markeert het begin en zal hierna ook de overgangen tussen de verschillende scènes aangeven; opzwepende ritmes op de zeer verschillende instrumenten en ingetogen, reciterende zanglijnen van het koor creëren een sfeer die zowel herinnert aan Indiaanse initiatieriten als aan gregoriaans gezang.

Het toneelbeeld in het eerste deel is wel Japans geïnspireerd en roept associaties op met het Noh-theater: de moordenaar en zijn slachtoffer zijn uitgedost in gewaden met zeer brede schouders en gaan elkaar in ultratrage bewegingen met lange staven te lijf.

Het tweede deel klinkt ook al niet Afrikaans, maar haakt met zijn jolige, antifonale en soms meerstemmige koorzang eerder aan bij de Amerikaanse populaire traditie. De herderin en de dorpelingen die de zwerver omringen slaken kinderlijke kreten als oe-wie-a-wie, de musici bespelen mondharpen of deinen zachtjes mee op een pulserend ritme; één van hen markeert met een mechanische hoofdknik en een sissend geluid de eerste tel.

Hoe ziet het eruit?

Het toneelbeeld is dankzij al die uitheemse instrumenten spectaculair en zinnenprikkelend. Ook het lichtplan is zo vernuftig uitgewerkt dat je je vijfenzeventig minuten lang telkens in andere oorden waant. Nu eens bevinden we ons in een onderaardse grot, dan weer in een kale woestijn of een woekerend oerwoud, om vervolgens in een futuristisch soort hiernamaals met plastic opblaasvormen te belanden of regelrecht af te dalen naar de hel. Ook de personenregie is tot in detail uitgewerkt. Geestig zijn de leidmotieven van een steeds met andere hoofddeksels getooide ronddolende figuur, het zwaaien met een rechterhand die tegelijkertijd fungeert als afscherming van de buitenwereld en de op grote hoogte heen en weer wiegende schemerlampen.

Is het ontroerend, aangrijpend?

Het is vooral mooi en meditatief, soms ook hilarisch. Ontroerend of aangrijpend, nee, daarvoor zijn de verhalen te weinig uitgewerkt en dramatisch, dialogen ontbreken. De muziek is vindingrijk en afwisselend, maar voornamelijk bezwerend ritualistisch of kinderlijk uitgelaten. Ontroerend is wel de totale overgave en perfectie waarmee de musici van MusikFabrik de onaardse wereld van Partch vormgeven. – Met dank aan de inventieve, oogstrelende regie van Heiner Goebbels.

Vanavond is de tweede en laatste voorstelling van Delusion of the Fury
MusikFabrik, Muziekgebouw aan ’t IJ, 20.30 uur

5 REACTIES

Comments are closed.