Na deels of zelfs volkomen mislukte producties van Falstaff doet De Nationale Opera nu alles goed. Twintig jaar na de vorige poging in het Holland Festival krijgt Verdi’s laatste opera een gedroomde uitvoering die maar zo publiekslieveling van het hele festival kan worden.

 

En dat bij een dramatische komedie, een genre dat notoir lastig ten tonele te voeren is. Maar al te vaak wordt de opera  over de oude, dikke ridder Sir John Falstaff, voor wie het leven draait om eten, drinken en vrouwen verleiden te veel een klucht, wordt gevlucht in ironie of in gekunstelde regieconcepten, maar hier…

 

Ho! Zes sterren, dat kan helemaal niet, vijf is het maximum.

Voor je verder leest...

Wij doen ons best om onafhankelijke en volledig professionele journalistiek over de wereld van kunst en cultuur te brengen. Journalistiek die al heel veel mensen waarderen, omdat het op zo weinig plekken nog gebeurt. We kunnen daarmee doorgaan als jij lid wordt of ons steunt met een donatie. Die bijdrage komt ten goede aan de auteur, in dit geval Henri Drost. Zo kan Cultuurpers blijven bestaan!

Bepaal onderaan zelf hoeveel je wilt bijdragen aan het werk van Henri Drost.

Goed, vijf sterren dan. Sterren, die overigens prachtig tevoorschijn komen aan het tweede deel van de derde akte, wanneer het imposante decor openbreekt en Nannetta vermomd als elfenkoningin haar aria zingt. Een prachtrol van…

Wacht even! Is het echt zo goed?

Ja. En meer dan dat. Hier klopt echt alles. De titelrol kun je bijkans niet beter invullen dan met Ambrogio Maestri. Niet voor niets zong hij deze rol al in het Theatro alla Scala in Milaan, tijdens de Salzburger Festspiele, in New York en Londen. Maar ook de overige rollen zijn stuk voor stuk uitstekend gecast, van Massimo Cavelletti (Ford) tot Paolo Fanale (Fenton) en dan heb ik het nog niet eens gehad over de dames.

Laat me raden. Ook allemaal top?

Jazeker. Wie wordt er nu niet verliefd op Fiorenza Cedolins (Alice), Marite Beaumont (Meg), Daniela Barcellona (Mrs. Quickly) en Lisette Oropesa, die als elfenkoningin…

Jaja, we weten het. En het orkest?

Het beste orkest van de wereld: het Koninklijk Concertgebouw Orkest. En voor je het vraagt, nee, niet onder leiding van chef Maris Janssons. Op de bok staat Daniele Gatti, door sommige insiders getipt als opvolger van Janssons. Hoewel vorig jaar in Britse kranten de aanpak van Gatti als te Duits werd omschreven, laat het KCO horen dat de jaren onder Riccardo Chailly nog niet vergeten zijn. Het resulteert in de juist bij Falstaff zo belangrijke perfecte balans tussen orkest en solisten.

Ok, maar goede solisten en een goed orkest bieden nog niet de garantie voor een goede voorstelling.

Exact. Maar regisseur Robert Carsen vindt precies de goede balans tussen Italiaans temperament en Britse humor. Hij verplaatst de opera, die voor een belangrijk deel over klasse gaat, naar het Engeland van de jaren vijftig, compleet met nouveau riche en vervallen adel in tweedjasje. Bovendien is Carsens regie zeer muzikaal. Prachtig bijvoorbeeld hoe hij ook met beelden toewerkt naar de fuga die de opera besluit.

Decors?

Adembenemend. Zelden meegemaakt, maar tweemaal breekt een spontaan applaus los, alleen al bij het zien van de decors van Paul Steinberg. Van het enorme bed in het begin tot het imposante restaurant, van het donkere bos bij Windsor tot het grote slotfeest. Hoogtepunt is de tweede scène van de tweede akte waarin de hele breedte van het toneel gebruikt wordt voor een gigantische keuken met tientallen kastjes, die, wanneer de jaloerse Ford op zoek is naar Falstaff, ook nog eens propvol blijken te zitten. In minder dan geen tijd is het podium bezaaid met keukenspulletjes.

En wie moet dat allemaal opruimen?

Daar denken we maar liever niet over na. Feit is dat na de pauze alles weg is. Rode draad door de hele opera is overdadig eten en drinken. Zelfs het paard is uitstekend geregisseerd.

Pardon, een paard?

Ja, dat eet hooi terwijl Falstaff zijn wonden likt nadat hij uit het water van de Thames is geklommen. Het is slechts een van de vele mooie details in deze overweldigende voorstelling.

Staande ovatie?

Voor iedereen, inderdaad. En terecht. Dit is absolute wereldtop.

Met dito prijskaartje?

De eersterangs kaarten zijn met 160 euro de duurste van dit Holland Festival. Maar er zijn ook veel goedkopere kaarten. Stuk voor stuk elke eurocent waard. Zie het als een keer heel erg lekker uit eten gaan.

Was er dan helemaal niks op aan te merken?

Nou vooruit, het was erg warm in de zaal tijdens de première.

Wat doen we daaraan?

Flesje water meenemen. Of naar het Oosterpark gaan op 28 juni. Dan is de opera op een groot scherm te zien.

Ook 160 euro?

Nee, helemaal gratis. Tip: goed gevulde picknickmand meenemen. Bon appetit!

Meer weten?
Nog te zien: 10, 12, 16, 19, 22, 28 en 30 juni, Nationale Opera & Ballet, 28 juni Oosterpark (gratis toegang)

13 REACTIES

  1. Het orkest klonk alsof het in een van de keukenkastjes zat, elke vaart werd uit de voorstelling gehaald door belachelijk lange pauzes om minimale veranderingen in het saaie decor door te voeren, behalve de hoofdrol was geen solist goed te horen, wanneer John Lanting tot je favoriete regisseurs behoort gaat dit zien, zo niet blijf hier ver vandaan.

Comments are closed.