Voor beeldende kunst ga je naar het museum, zeker in Amsterdam en zeker nu alle musea weer geopend zijn. Maar er is ook een andere mogelijkheid: de opera. Daar zie je beeldende kunst die in geen enkel museum past, zelfs niet in de grootste zaal van het Rijksmuseum.

Neem  de Griekse beeldhouwer Jannis Kounellis. Vanaf vandaag is zijn werk een maand te zien in De Nationale Opera & Ballet. Met veel staal – en het moest tot grote schrik van de theatertechnici écht staal zijn – maakte hij het adembenemende decor voor Wagners Lohengrin. Wagner zwaar? Ja, bij Kounellis wel. Nog niet eerder klonken de Mannen van Brabant uit de opera zo letterlijk als een muur van geluid. En niet eerder vormden zij ook visueel een prachtig contrast met de zwanenveren in de intieme momenten.

02Kounellis

‘Hoe groter het decor, hoe leuker!’ dat is ook het devies van de Amerikaanse beeldhouwer en architect George Tsypin. In Amsterdam realiseerde hij meerdere decors, maar het meeste indruk maakte hij met de decors voor, alweer Wagner, Der Ring des Nibelungen. Zo groot en zo immens dat na de laatste reprise De Nationale Opera besloot niet nog langer de kosten voor opslag op de jaarbegroting te laten drukken. Weg dus. Alleen de houten cirkel van Die Walküre is aan dat lot ontsnapt met oog op een toekomstige herneming.

02Tsypin

Wel bewaard, al decennialang, zijn de decors die David Hockney in 1975 maakte voor Stravinsky’s The rake’s progress. Dankzij de Reisopera was die nog in 2005 in heel ons land te zien. Een reizende tentoonstelling als het ware. Helemaal origineel zijn ze na al die jaren misschien niet meer, al mag er geen millimeter aan veranderd worden zonder nadrukkelijke toestemming van de kunstenaar. Daarna maakte hij nog vele andere decors, maar dit decor is met recht een klassieker, met ontelbare kleine details.

01Hockney

Voor je verder leest...

Blij met dit verhaal? Klik dan op 'like' en maak Facebook rijk.

Of:


Klik op 'lid worden' en maak Cultuurpers sterk.

Voor het grote gebaar, en voor kunstwerken die in geen enkel theater passen, moeten we bij Anish Kapoor zijn. Zijn decor voor Parsifal viel ietwat tegen – sommigen menen dat dit vooral te wijten is aan het gegeven dat hij gelijktijdig bezig was met een toren ter gelegenheid van de Olympische spelen in Londen – maar de immense spiegel maakte veel goed.

01kapoor

Nederlandse kunstenaars ontbreken uiteraard niet. Karel Appel was bij meerdere operaproducties betrokken, maar nergens zo speels, zo inventief en zo verrassend als bij Die Zauberföte – van begin tot eind museumwaardig. Een mooie taak voor Wim Pijbes.

02Appel

Opera is geen museale kunst en dus verdwijnen decors. Soms letterlijk: in een shredder. Wie monumentale beeldende kunst wil zien nu het nog kan, doet er dus goed aan naar het theater te gaan. Bijkomend voordeel: je kunt er urenlang naar kijken zonder gestoord te worden – geen dwingend ‘doorlopen graag!’

En met prachtige muziek als soundtrack.