In Amersfoort staat een kunsthal leeg en een kunsthal vol. KAdE, nog maar pas opgeleverd en al succesvol, werd vijf jaar na opening ontmanteld en verhuisd naar een ander, nog nieuwer pand, aan de overkant van de spoorlijn. De gemeenteraad blijkt echter niet goed geïnformeerd over de financiële consequenties van deze stap en zit nu met en strop van minstens 10 miljoen euro en een leegstaand pand waarvoor nog 30 jaar huur moet worden betaald. En een bronzen been dat niet van hun is.

 Lees hier een hoofdstuk

In ‘Twee keer valse start, vijf jaar rommelen met kunsthal KAdE’ schetst onderzoeksjournalist Miro Lucassen een nogal onthutsend beeld van de gemeentelijke politiek en bestuurlijke rommelarij rondom een cultureel bouwproject. Het vlot geschreven verhaal, dat verwantschap vertoont met de bestseller De Prooi over het ABN AMRO debacle, gaat over dingen die erg vaak gebeuren in de gemeentelijke politiek, en vooral als het de cultuur betreft. Miro Lucassen weet ervan: ‘De trend van heel veel geld naar stenen en weinig naar uitvoering, dat gebeurt overal. Dat zie je ook bij Tivoli Vredenburg.’

Het nieuwe muziekcentrum in Utrecht is ook niet bepaald rustig tot stand gekomen. Ook in Utrecht zijn budgetten overschreden en procedures niet altijd helemaal correct gevolgd. Gaat Lucassen daar ook een boek over schrijven?

‘Als je met dit soort onderwerpen bezig bent, zie je de hele tijd vanuit je ooghoeken dingen in de krant staan die schreeuwen om ook zo’n boekje. Maar zo eenvoudig is dat natuurlijk niet. In dit boek zit 500 uur werk en ik elk ander dossier zit ook 500 uur werk. Als je het zo grondig wilt aanpakken. Dat moet wel ergens vandaan komen.’

In dit geval was het de gemeente zelf die dit journalistieke onderzoek naar het eigen functioneren heeft gesubsidieerd. Dat is best uniek, vertelt Lucassen: ‘Ik ken zelf geen enkele andere gemeente die op deze manier journalistiek onderzoek subsidieert. Het is in Amersfoort ook een tijdelijke regeling. Ik weet niet hoe lang ze het volhouden. Het is in 2012 begonnen als een project in het kader van media-innovatie en daarna is die verlengd. We hebben nog een aanvraag lopen voor een ander project.’

Miro Lucassen - Foto Marco Hofste
Miro Lucassen – Foto Marco Hofste

Waar dat over gaat kan Lucassen natuurlijk pas vertellen als de subsidie rond is. Maar ook dan kan de vraag gesteld worden of journalistiek onderzoek met subsidie eigenlijk wel kies is. Zeker als dat onderzoek het slechte functioneren van de subsidiënt betreft. Lucassen vertelt geen enkele druk gevoeld te hebben: ‘De regeling is daar ook heel helder over. Er is een adviescommissie van externen die ook over culturele projecten gaat. Die beoordeelt de aanvraag, op de mate waarin het project iets toevoegt aan het bestaande medialandschap. Nou, dat is wel aantoonbaar. Er kijkt ook niemand over je schouder mee. De commissie stelt het op prijs om uitgenodigd te worden voor de presentatie en een exemplaar te ontvangen. Dat lijkt me niet meer dan fatsoenlijk. Natuurlijk ontstaat er aan de andere kant van de lijn wel een zekere ruis. Er is mij verteld dat de wethouder van cultuur in Amersfoort wel een mailtje heeft gehad van iemand in de gemeente, die zich afvroeg waarom ze dit boek subsidieerde. Daar heeft hij op geantwoord dat ze dit subsidieerde omdat dit type onderzoek belangrijk was. Het is een keuze van het bestuur om zich te onderwerpen aan de tucht van de journalistiek. Net zoals elk bestuur zich ook onderwerpt aan de tucht van de Algemene Rekenkamer.’

Voor je verder leest...

Wij doen ons best om onafhankelijke en volledig professionele journalistiek over de wereld van kunst en cultuur te brengen. Journalistiek die al heel veel mensen waarderen, omdat het op zo weinig plekken nog gebeurt. We kunnen daarmee doorgaan als jij lid wordt of ons steunt met een donatie. Die bijdrage komt ten goede aan de auteur, in dit geval Wijbrand Schaap. Zo kan Cultuurpers blijven bestaan!

Bepaal onderaan zelf hoeveel je wilt bijdragen aan het werk van Wijbrand Schaap.

Maar zou er ook een zeker schuldgevoel meespelen? Ze hebben nogal lopen knoeien, tenslotte.

‘Iedereen die in dit dossier actief is geweest heeft er een ongemakkelijk gevoel bij. Er is een hoop gebeurd waarvan je achteraf kun zeggen dat het slimmer had gekund, beter had gekund, anders had moeten worden aangepakt. Dus de drang om te weten hoe het zit, ligt niet alleen bij de journalistiek, maar ook bij anderen.’

De ellende – en het boek – begint al in 1993, op het ministerie van OCW. De lijst met betrokkenen wordt daarna alleen maar langer. Maar er is geen hoofdschuldige. In het boek De Prooi wijst alles naar één schurk, ABN AMRO directeur Rijkman Groenink.

‘In dit verhaal is geen schurk.’ vertelt Lucassen. ‘Dat maakte het ook lastiger om te schrijven. Als je één schurk aan kunt wijzen heb je een veel simpeler verhaallijn. Die was hier niet, omdat iedereen zijn best deed om er wat van te maken. De beslissingen zijn alleen beroerd geweest. Anders dan bij De Prooi is het resultaat hier nog steeds boeiend en interessant. Het is wel een dure kunsthal, maar het is een hartstikke leuke kunsthal. Er is nu bijvoorbeeld een leuke expositie over honderd jaar animatiekunst gaande. Ik zou tegen de lezers van Cultuurpers zeggen: ga daar heen!

Maar ondertussen staat de oorspronkelijke kunsthaal KAdE leeg, terwijl hij maar vijf jaar gebruikt is, en de gemeente nog dertig jaar huur moet betalen. ‘Dat is volkomen krankzinnig. Als je nou hebt over grote fouten, dan is dit een hele grote: teken een huurcontract voor dertig jaar, terwijl je helemaal niet zeker weet dat je dat vol gaat houden.’

Wat is de les die lokale politici hieruit kunnen trekken? In Amersfoort ging het dan specifiek mis omdat de raad had gekozen voor scherp ‘dualisme’: de politiek besluit op hoofdlijnen, de ambtenaren sturen, de markt voert uit. Volgens Lucassen is dat uniek voor Amersfoort: ‘Het controlemechanisme lijdt onder een gebrek aan balans. De raadsleden weten simpelweg te weinig, en college en ambtenaren doen heel veel zaken af als ‘daar gaat u niet over’. En dat hebben ze inderdaad zo geregeld, maar dat betekent dat als de wethouders en ambtenaren elkaar niet meer scherp controleren, dat de zaak makkelijk kan ontsporen. Je schept ruimte voor groepsdenken, wensdenken. Voor zover er dus iets te leren valt voor bestuurders is dat: neem maatregelen, zodat je het wensdenken de baas blijft. Als een projectleider tegen de wethouder zegt: dat kan best, verhuizen zonder extra kosten terwijl de bouw al gaande is, dan moet een wethouder op zijn minst vragen: toon dat eens aan. Het is immers niet iets wat je thuis zou overkomen. Als jij een verbouwing hebt, en de aannnemer is al bezig en jij zegt, doe de keuken toch maar links? Dat kan wel, maar dat je aanzienlijk meer kosten. Zoiets speelde hier ook en daar hebben ze niet voldoende zicht op gehad. Degenen die een beetje pruttelden over de risico’s, zoals de architect, werden niet gehoord. Er gaan altijd meer dingen tegelijk fout.”

In de tijd dat dit allemaal speelde was Lucassen zelf journalist bij de Amersfoortse Courant. Veel zaken hebben in die tijd de krant niet gehaald, omdat niemand ervan wist. Faalde de regionale krant daar niet enorm? ‘We hadden het wellicht kunnen zien.’ erkent Lucassen. ‘Ik heb er nog niet in die mate naar gekeken. Maar het is ook voor de media lastig om de achterliggende stukken in handen te krijgen. De raadsleden zien de stukken wel, de pers niet. Die moet je apart opvragen, en als ze nee zeggen moet je een wob-procedure starten en vervolgens loopt zo’n behandeling al. Dat vereist dus heel veel doorzettingsvermogen bij de journalistiek. Als je zegt dat de journalistiek dus meer doorzettingsvermogen nodig heeft, dan ben ik dat op zich wel met je eens. Aan de andere kant weet ik ook met hoe weinig mensen die kranten gemaakt worden, en hoe ze hun stinkende best moeten doen om die krant elke dag vol te krijgen.’

Lucassen ziet ook een probleem bij de transparantie die veroorzaakt wordt door sociale media: ‘Het is lastiger geworden om zulk soort nieuws goed te brengen. Onthullende journalistiek heeft het moeilijk. Je kunt niet meer stiekem meeluisteren. Ze kennen je. Je staat op facebook, op twitter, dus ze weten wie je bent.’

‘Aan de andere kant was het bij het maken van dit boek ook weer een voordeel, dat ik veel betrokkenen al kende. Omdat het allemaal achter ons ligt, zijn de mensen veel openhartiger. Ik heb ze natuurlijk ook een zekere mate van vertrouwelijkheid kunnen beloven. En iedereen is nu ook opgelucht dat het toch goed is afgelopen: er staat nu een mooi gebouw. Kijk naar TivoliVredenburg, of de spoortunnel in Delft: alles is erop gericht dat het project er hoe dan ook komt. Dat weten de marktpartijen ook. Dat is een van de zwakke kanten van de overheid: als je eenmaal begonnen bent, is er geen weg meer terug: de Noord-Zuidlijn, de HSL, het gaat altijd door totdat het klaar is. En dus is er ook altijd een mooi reconstruerend verhaal over te schrijven, achteraf.’

Bestellen.