Olson Lamaj runt met drie vrienden een galerie: van hun eigen geld en in hun vrije tijd. Ze moeten wel want het is de enige manier om jonge, hedendaagse Albanese kunstenaars een kans te geven.

Olson Lamaj
Olson Lamaj

Lamaj studeerde fotografie in Milaan en beeldende kunst in Florence en verdient nu zijn geld als grafisch ontwerper. Hij staat mij na werktijd te woord in Galeri Miza: een koele witte souterrainruimte. Op de achtergrond speelt een videoprojectie van een Bosnische kunstenares. Met een videoprojectie van een andere Bosnische en een fotowerk van een Albanese kunstenaar vormt dit de tentoonstelling ‘The Soft Meal’.

De vernieuwing komt van de buitenlanders

Lamaj: ‘Samenwerking tussen buitenlandse en Albanese kunstenaars vinden wij belangrijk, want we leren van elkaar. Daarom selecteren we buitenlandse kunstenaars en financieren we op bescheiden wijze hun reiskosten.’ Het is een contrast met de expositie van grote buitenlandse namen naast het kantoor van de minister-president Edi Rama die zelf kunstenaar is.

coad
Center for Openness and Dialogue – werkkantoor Edi Rama

‘Die expositie is imponerend maar biedt helaas geen kansen voor Albanese kunstenaars’, vervolgt de jonge galeriehouder. De enige manier om young emerging artists een kans te geven is via underground initiatieven. Daar komt een jong, intellectueel publiek op af dat in het buitenland studeerde. ‘Want studenten aan de conventionele kunstacademies in Albanië zelf komen niet. Die willen hier niet aan.’

Die link met het buitenland is sterk. Succes lijkt alleen daar te behalen. Zoals voor de van oorsprong Albanese choreograaf Angelin Preljocaj, de schrijver Ismail Kadare of operazangeres Ermonela Jaho die in Covent Garden en de Parijse Opera staat. Ze behoren tot een eerdere generatie die zich gesteund door het ooit uitstekende onderwijs omhoog knokte.

Leeglopend land

Vincent Triest
Vincent Triest

Maar nog steeds vertrekken veel mensen uit dit land met slechts 3 miljoen inwoners. Ik spreek Vincent Triest die voor een Albanees nieuwsstation werkt: hij is Nederlander, liep stage bij de president (niet de premier) en zijn opa is Sadik Kaceli, een Albanees schilder die ooit met Matisse correspondeerde. Voor zijn werk houdt hij actuele cijfers bij: 40.000 Albanezen vertrokken dit jaar naar Duitsland, 50% van de asielzoekers daar komt van de Balkan. Het stemt hem droef.

‘Het geeft aan dat iets mensen nog steeds motiveert om weg te gaan, ook al maken ze elders weinig kans’, verzucht de jonge correspondent met een strakke scheiding in zijn haar. ‘Er is weinig vertrouwen dat het hier beter wordt en ook corruptie speelt daar een rol in.’

Waarom heerst hier dan zo’n cultuur van corruptie, vraag ik.  Triest: ‘Er zijn ten eerste meer mogelijkheden omdat er minder controle is. Ook is corruptie van onderaf heel gewoon: als je in Nederland een rijbewijs aanvraagt hoef je de baliemedewerker niet € 10 extra te geven, dus we denken dat bij ons alles wel okay is. Daarnaast is de financiële prikkel hier groter voor wie met een maandinkomen van € 300 een gezin van 4 moet onderhouden.’

Voor je verder leest...

Alleen dankzij onze leden kunnen we dit soort verhalen blijven vertellen.

Word Lid!

Moedige jongens?

In zo’n context een galerie opbouwen is moedig of luchtfietsen. De jonge curators beseffen dat ze hun spontaniteit in zullen moeten ruilen voor een meer zakelijke benadering. Want geld verdienen in moderne kunst is voor hen uiteindelijk nodig maar ook nuttig voor de ontwikkeling van de sector.

Beter nog, vindt Olson Lamaj, is het als er een debat zou komen tussen de jonge, hedendaagse Albanese kunstenaars en premier Rama: in zijn eigen Center for Openness and Dialogue. Of een museum dat zich alleen richt op moderne kunst. Bijvoorbeeld in het voormalig mausoleum van de dictator dat nu verpaupert.

piramide

Er liggen dus ook kansen. ‘Dat Albanië vooruitgaat is een feit’, zei Vincent Triest al, ‘de vraag is alleen hoe hard’.

Voetnoot

Als bewijs van die ontwikkeling noemde de Nederlandse ambassadeur (zie deel 1) de nieuwe gay scene in Tirana. Maar niet iedereen is daarvan overtuigd. De ‘eerste homo van Albanië’ Victor Musha (hij moest er ooit vijf jaar de bak voor in, op de vrouwenvleugel nog wel) is er wars van: ‘Die jonge gasten van de gay scene begrijpen niet wat er hier is gebeurd.’ Ik beloof hem dit als voetnoot in mijn artikel op te nemen. Op zijn Albanees bedankt hij mij met voedsel, een zakje verse vijgen.

Lees ook deel 1 en deel 2