Als iemand een goed beeld kan geven van de culturele ontwikkeling in Albanië is het wel Vincent van Gerven Oei. Deze Nederlandse filosoof en kunstenaar woont al vijf jaar in het land en heeft daardoor als insider en buitenstaander een uitgesproken mening.

Ik ontmoet hem in café Bukowski in een hippe uitgaanswijk van Tirana. Toen de ambassade mij over Van Gerven Oei vertelde schatte ik hem in als een mijmerende pensionado. Maar de kunstacademiedocent en filosofieprofessor blijkt een hyperactieve dertiger die vanachter zijn macchiato razendsnel formuleert en zijn eigen gedachten soms inhaalt. Met een flink aantal studies achter zijn kiezen is hij neergestreken in dit land: omdat er nog van alles te ontdekken viel en het leven er goedkoop is.

Na vijf jaar onderdompeling in de Albanese cultuur is de talentvolle denker en curator door schade en schande wijzer geworden. Hij ziet overeenkomsten tussen het vroegere Albanese totalitaire regime en zijn verhouding tot cultuur, en die van de huidige politieke orde: ‘Er is van alles mis. Ik heb gemerkt dat klagen een beetje bij de cultuur hoort, net als in Nederland, maar  er ontbreekt veel, en er is nog slechts een sprankje hoop op een betere toekomst.’

Leiders en kunst

Hoofdverantwoordelijke hiervoor lijkt minister-president en kunstenaar Edi Rama. Hij roept bij Van Gerven Oei zowel bewondering als frustratie op. Hij heeft gemengde gevoelens over de kunstliefde van regeringsleiders: ‘Het is natuurlijk zo, dat als het gaat om kunstenaars met daadwerkelijke macht over een land, we in Europa slechts één ander – en zeer onprettig – voorbeeld hebben gehad. En Rama is iemand met een sterke visie, maar ook iemand die niet graag tegengesproken wordt.’

Een dictator? Dat gevaar zou op de loer liggen bij Edi Rama die zich graag presenteert als verlicht leider van de Balkan. Een voorbeeld daarvan is zijn Center of Openness and Dialogue: een voor het publiek opengestelde expositieruimte bij zijn kantoor. Ik kom er overigens niet binnen maar het was wel een week open toen Angela Merkel in juli op bezoek kwam. Ook hier wordt kunst bij staatsbezoeken er bij gesleept om de relaties te smeren. Dan is kunst wel belangrijk.

De schilder Edi Rama, zoon van ‘s lands meest prominente beeldhouwer tijdens het communistisch bewind, werd in 2000 burgemeester van de hoofdstad Tirana. Hij schopte het in 2013 tot minister-president en schiep ermee verwachtingen. ‘Ik zie Albanië als mijn schildersdoek’ verklaarde hij tijdens zijn keynote op de Creative Summit in Stockholm, eind 2014.

Na aanvankelijke vreugde over het aantreden van een visionair kunstenaar als minister-president, sloeg de teleurstelling toe. Niet iedereen is te spreken over zijn benoemingen: hij zou aan vriendjespolitiek doen. Daarnaast is de economische toestand van Albanië verre van rooskleurig. Het land dreigt af te glijden naar een depressie, dus van overheidssubsidie moeten vernieuwing en toonaangevende kunst het niet hebben.

Onafhankelijk

Er is een kunstenaar die geheel onafhankelijk opereert: Armando Lulaj. Hij vertegenwoordigt dit jaar Albanië op de Biënnale van Venetië, terwijl hij niet in de gunst staat bij de minister-president. Lulaj is kritisch. Van Gerven Oei: ‘Kunst en politiek zijn altijd en overal met elkaar verbonden. Ieder kunstwerk heeft een politieke implicatie. Dat betekent natuurlijk niet dat alle kunstenaar lijntjes hebben met politici,  maar dat Lulaj zonder hulp van Rama in Venetië staat, is bijzonder en biedt hoop.’

O, ja: Je hoeft geen lid te zijn om dit te kunnen lezen. We hebben wel leden nodig om dit te kunnen schrijven. Word daarom nu lid.

Voor je verder leest...

Inmiddels zijn al bijna 300 mensen met een hart voor kunst lid. We groeien snel! Alleen dankzij onze leden kunnen we dit soort verhalen blijven vertellen.

Word ook lid, door HIER te klikken!

Wie het wil maken als Albanese kunstenaar studeert in het buitenland of emigreert. Het onderwijssysteem voor cultuur ligt op zijn gat of is corrupt. Albanië ontbeert een brede onderlaag van goede kunststudenten- en docenten. De enige weg omhoog voor cultuur in Albanië die Van Gerven Oei ziet is daarom een ‘radicale en reflectieve’. Eén die de rijke historie van het land in een perspectief plaatst. Want naast de vele buitenlandse overheersingen wist het voormalig Illyrië een eigen identiteit en taal te behouden. Dat is een aanknopingspunt.

Maar er zijn ook relatief recente trauma’s: die uit de tijd van dictator Enver Hoxha. Zo sprak ik eerder familie van de schilder Vangjush Tushi die om zijn werk in de gevangenis werd gezet en daar een portret in het zand tekende: reden om zijn hand af te hakken. Ik ontmoette de vermaarde  koordirigent Milto Vako wiens muziek ‘te engelachtig’ werd bevonden: hij moest naar een strafkamp. Inmiddels is hij gerehabiliteerd, maar de recente geschiedenis en de identiteit van het land is niet nog verankerd in de huidige cultuur.

Nogmaals: het genoemde Center for Openness and Dialogue is volgens Van Gerven Oei de mooiste expositieruimte van het land. Het beperkt zich echter nog tot het tentoonstellen van buitenlandse kunstenaars. Dat heeft geen werkelijke functie en zeker geen opvoedkundige vindt Van Gerven Oei: ‘Er is geen kennis van de eigen geschiedenis: de decennia onder dictator Hoxha kenden totaal geen open debat over wat kunst of wat de Albanese geschiedenis is. Het prestige-project van de minister-president zou daarom aan waarde winnen als je mensen eerst aanspreekt op wat hun eigen achtergrond is. Pas dan kun je internationale kunst plaatsen en je eigen relatie daartoe.’

Beter dan Nederland

Van Gerven Oei denkt dat de half-anarchistische staat waarin het land zich ook bevindt, kansen biedt voor cultuur. Hij noemt als voorbeeld de weinig betekenisvolle functie van musea in Berlijn en hoe galerieën hun functie daar beter invullen: ‘Ook in Albanië moet de oplossing liggen buiten de politiek beïnvloedde cultuurinstellingen om. Schaf die desnoods af of kaap ze. Voer een constante culturele aanval uit.’ Het sociaal realisme op een nieuwe manier vormgeven: dat is een interessante uitdaging. ‘Het portretteren van de waarheid, de realiteit, van het socialisme.’

Sociaal -realisme uit Albanië
Sociaal -realisme uit Albanië

Als je de waarheid van het huidige socialisme zou uitdrukken in kunst botst dat geheid met de politieke wereld, terwijl een echte sociale expressie juist goed zou aansluiten bij de achtergrond van de bevolking. Zo creëer je bewondering. Makkelijk is dat niet, verzucht Van Gerven Oei: ‘Het ironische is natuurlijk precies dat dat de hele insteek van Rama’s Center for Openness and Dialogue is. Daarom zal het falen, juist omdat het vanuit de politiek wordt geïnitieerd. Dit debat kan alleen werken als het ontstaat in de publieke ruimte, en niet de ruimte van vastgoedhandel, corruptie, hypocrisie en immoraliteit, die de Albanese politiek natuurlijk door en door is. Het geldt overigens net zo goed voor de Nederlandse en Europese politiek. Ik wil hier zeker niet koloniaal overkomen.’

Misschien is het in Nederland zelfs wel erger. Hij is niet voor niets vertrokken: ‘Als je in Nederland een tentoonstelling maakt betekent dat helemaal niets. Het heeft geen enkele invloed op de politiek. Je kunt nog 10.000 tentoonstellingen maken en het heeft geen enkel effect op Rutte.’ Hij ziet dan ook een enorm potentieel voor Albanië om het tot broedplaats te maken voor kunstenaars, inclusief buitenlandse: het leven is er goedkoop, de atelierruimtes bijna gratis, het engagement rondom bepaalde tentoonstellingen is opvallend groot en het land is prachtig.

Elke ochtend ons nieuws in je mailbox?

Wanneer je lid wordt kun je elke dag een update in de mail krijgen, met onze laatste berichten.

Word ook lid, door HIER te klikken!


Al lid? Login

‘Have fun,’ wenst de minister-president me toe voor mijn resterende vakantie. Ik probeer hem te spreken want ik krijg na het gesprek met de kritische Vincent van Gerven Oei het gevoel dat ik de andere kant ook moet horen: Edi Rama zelf. Maar hij heeft geen tijd.

Lees ook deel 1. Of deel 3.